§ flandrepo

Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, leefmilieu en natuur, ruimtelijke ordening en landbouw

Vlaamse Regering #780 Staatsblad 10 augustus 2026 NUMAC 2026005973
8 artikels gewijzigd
+3 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 3
9g) stoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen als vermeld in artikel 3, lid 2, g), van verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie, en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan;9g) stoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen als vermeld in artikel 3, lid 2, g), van verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie, en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan;
10h) het gebruik van teruggewonnen water waarvoor een toelating voor gebruik werd afgeleverd of waarvoor een melding met aktename gebeurde overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2023 houdende reglementering inzake de kwaliteit en de productie, de levering en het gebruik van teruggewonnen water;10h) het gebruik van teruggewonnen water waarvoor een toelating voor gebruik werd afgeleverd of waarvoor een melding met aktename gebeurde overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2023 houdende reglementering inzake de kwaliteit en de productie, de levering en het gebruik van teruggewonnen water;
11i) ongezuiverd afwater, uitgezonderd afvalwater van afvalverwerkende activiteiten, dat met het oog op de zuivering en lozing ervan, vervoerd wordt tussen twee bedrijven die behoren tot dezelfde vennootschapsgroep;11i) ongezuiverd afvalwater, uitgezonderd afvalwater van afvalverwerkende activiteiten, dat met het oog op de zuivering en lozing ervan, vervoerd wordt tussen twee bedrijven die behoren tot dezelfde vennootschapsgroep;
12j) het al dan niet verontreinigde water dat wordt geloosd in een oppervlaktewater of in de openbare waterzuiveringsstructuur. In deze context wordt de in-situbehandeling, met inbegrip van de ontwatering van het ter plaatse geproduceerde slib, die bedoeld is om dat water in overeenstemming te brengen met de milieuvoorwaarden die gelden voor de lozing, niet als een afvalstoffenverwerking aanzien;
13k) bemalingswater zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne dat terug in de ondergrond gebracht of nuttig gebruikt wordt overeenkomstig de bepalingen van titel II van VLAREM;
122° afvalstoffenhandelaar : iedere onderneming die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;142° afvalstoffenhandelaar : iedere onderneming die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
133° afvalstoffenmakelaar : iedere onderneming die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;153° afvalstoffenmakelaar : iedere onderneming die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
+4 −4 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 1.3.2.2
171° het gebruik van pesticiden is als vermeld in artikel 3 van het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest, verboden in de oeverzone en binnen 5 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam. Van dat verbod kan worden afgeweken in de gevallen, vermeld in artikel 7, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet, en volgens de procedures, vastgesteld ter uitvoering van dat decreet;171° het gebruik van pesticiden is als vermeld in artikel 3 van het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest, verboden in de oeverzone en binnen 5 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam. Van dat verbod kan worden afgeweken in de gevallen, vermeld in artikel 7, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet, en volgens de procedures, vastgesteld ter uitvoering van dat decreet;
182° binnen 5 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een oppervlaktewaterlichaam mag geen nitraatgevoelige teelt aanwezig zijn.182° binnen 5 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een oppervlaktewaterlichaam mag geen nitraatgevoelige teelt aanwezig zijn.
19In afwijking van het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden voor oeverzones die enkel de taluds omvattenen die gelegen zijn langs oppervlaktewaterlichamen die zijn opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas, vanaf 1 januari 2026 de volgende bepalingen:19In afwijking van het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden voor oeverzones die enkel de taluds omvatten, die onderdeel zijn van een landbouwgrond of gelegen langs een landbouwgrond, en die gelegen zijn langs oppervlaktewaterlichamen die zijn opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas, vanaf 1 januari 2026 de volgende bepalingen:
201° in de beschermingsstrook is elke vorm van bemesting verboden, met inbegrip van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing. In afwijking hiervan is elke vorm van bemesting met inbegrip van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, verboden over een strook van minimaal 10 meter vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas, voor percelen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk of voor percelen waar een helling grenst aan de waterloop.201° in de beschermingsstrook is elke vorm van bemesting verboden, met inbegrip van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing. In afwijking hiervan is elke vorm van bemesting met inbegrip van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, verboden over een strook van minimaal 10 meter vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas, voor percelen gelegen langs oppervlaktewaterlichamen die zijn opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk of voor percelen waar een helling grenst aan de waterloop.
21In afwijking hiervan is op de beschermingsstrook of de strook van 10 meter bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing toegestaan, als de beschermingsstrook of in voorkomend geval de strook van 10 meter:21In afwijking hiervan is op de beschermingsstrook of de strook van 10 meter bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing toegestaan, als de beschermingsstrook of in voorkomend geval de strook van 10 meter:
22a) hetzij behoort tot een perceel waarop als hoofdteelt gras verbouwd wordt;22a) hetzij behoort tot een perceel waarop als hoofdteelt gras verbouwd wordt;
264° bewerkingen, uitgevoerd buiten de beschermingsstrook, moeten beantwoorden aan de code van goede landbouwpraktijken;264° bewerkingen, uitgevoerd buiten de beschermingsstrook, moeten beantwoorden aan de code van goede landbouwpraktijken;
275° in de beschermingsstrook zijn bewerkingen met inbegrip van het betreden of berijden van de beschermingsstrook, verboden. Op het gedeelte vanaf 1 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam, zijn de volgende uitzonderingen op het bewerkingsverbod toegestaan:275° in de beschermingsstrook zijn bewerkingen met inbegrip van het betreden of berijden van de beschermingsstrook, verboden. Op het gedeelte vanaf 1 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam, zijn de volgende uitzonderingen op het bewerkingsverbod toegestaan:
28a) beschermingsstroken waarop niet-houtige vegetatie aanwezig is. Hiervoor is het toegelaten om te maaien op voorwaarde dat het maaien niet gebeurt in de periode vanaf 15 maart tot en met 15 juli;28a) beschermingsstroken waarop niet-houtige vegetatie aanwezig is. Hiervoor is het toegelaten om te maaien op voorwaarde dat het maaien niet gebeurt in de periode vanaf 1 mei tot en met 15 juni. Dit geldt niet voor stroken die grenzen aan of deel zijn van een perceel grasland. De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin in afwijking van het voorgaande wel gemaaid mag worden;
29b) bewerkingen die noodzakelijk zijn om probleemonkruiden mechanisch te bestrijden en op voorwaarde dat de bestrijding van de onkruiden gericht en pleksgewijs gebeurt;29b) bewerkingen die noodzakelijk zijn om probleemonkruiden mechanisch te bestrijden en op voorwaarde dat de bestrijding van de onkruiden gericht en pleksgewijs gebeurt;
30c) bewerkingen die nodig zijn om het meerjarig buffergewas te vernieuwen, met dien verstande dat dit maximaal eenmaal om de drie jaar mogelijk is;30c) bewerkingen die nodig zijn om het meerjarig buffergewas te vernieuwen, met dien verstande dat dit maximaal eenmaal om de drie jaar mogelijk is;
33Bij het verbouwen van een buffergewas als vermeld in het derde lid, 3°, of het uitvoeren van bewerkingen als vermeld in het derde lid, 5°, wordt er voor gezorgd dat de stabiliteit van het talud gegarandeerd blijft.33Bij het verbouwen van een buffergewas als vermeld in het derde lid, 3°, of het uitvoeren van bewerkingen als vermeld in het derde lid, 5°, wordt er voor gezorgd dat de stabiliteit van het talud gegarandeerd blijft.
34In afwijking van het derde lid kan, mits voorafgaandelijk positief advies van de waterloopbeheerders en mits dit geen risico’s voor de waterveiligheid met zich meebrengt, de Vlaamse Regering in de zone binnen 1 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam, bepaalde maatregelen toestaan.34In afwijking van het derde lid kan, mits voorafgaandelijk positief advies van de waterloopbeheerders en mits dit geen risico’s voor de waterveiligheid met zich meebrengt, de Vlaamse Regering in de zone binnen 1 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam, bepaalde maatregelen toestaan.
35De beschermingsstrook als vermeld in het derde lid is een strook die onderdeel is van of gelegen is langs een perceel landbouwgrond en dat vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas:35De beschermingsstrook als vermeld in het derde lid is een strook die vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas:
361° minimaal 3 meter is;361° minimaal 3 meter is;
372° in afwijking van punt 1° is de beschermingsstrook minimaal 5 meter voor percelen:372° in afwijking van punt 1° is de beschermingsstrook minimaal 5 meter voor percelen:
+1 −0 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 1.4.2.2 nieuw
1De Vlaamse Regering stelt een hydrogeologische codering van de ondergrond van Vlaanderen vast om de hydrogeologische lagen te karakteriseren en te identificeren.
+2 −2 decreet-1991-07-24/art. 16
1§1. De belasting op de afgifte van de jachtverloven en de jachtvergunningen wordt vanaf het jachtseizoen 1992-1993 als volgt vastgesteld:1§1. De belasting op de afgifte van de jachtverloven en de jachtvergunningen wordt als volgt vastgesteld:
21° voor het jachtverlof dat elke dag van het jachtseizoen geldig is: 175 euro;21° voor het jachtverlof dat elke dag van het jachtseizoen geldig is: 175 euro;
32° voor het jachtverlof dat elke zondag van het jachtseizoen geldig is: 120 euro; 3° voor de jachtvergunning die vijf vooraf bepaalde dagen in het jachtseizoen32° voor het jachtverlof dat elke zondag van het jachtseizoen geldig is: 120 euro; 3° voor de jachtvergunning die vijf vooraf bepaalde dagen in het jachtseizoen
4geldig is: 45 euro.4geldig is: 45 euro.
5§2. Het in paragraaf 1 vermelde bedrag wordt op 31 juli van het jaar 2023 en vervolgens in de daaropvolgende jaren op 31 juli jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van de maand juni. 5§2. Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, wordt voor het jachtseizoen 2026-2027 en vervolgens voor elk jachtseizoen aangepast aan de gezondheidsindex van de maand juli van het voorgaande jachtseizoen met als referentie de gezondheidsindex van de maand juli 2023. Het bedrag wordt telkens afgerond op de hogere euro.
+9 −0 decreet-1991-07-24/art. 23/1 nieuw
1De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor het doden van grof wild met ernstig fysiek trauma, met als doel het dierenwelzijn van de dieren niet verder te laten afnemen of met als doel de openbare veiligheid te vrijwaren.
2Daarbij worden minstens de volgende aspecten geregeld:
31° de criteria waaraan voldaan moet worden om de dieren te doden;
42° de te volgen procedure om over te gaan tot het doden;
53° de te volgen procedure om de casussen te documenteren;
64° wat er met de gedode dieren moet gebeuren;
75° welke personen gemachtigd zijn om de dieren te doden;
86° op welke wijze het toezicht op de procedure moet verlopen.
9De Vlaamse Regering kan bepalen welke middelen gebruikt kunnen worden voor het doel, vermeld in het eerste lid.
+0 −2 decreet-1991-07-24/art. 26
32° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van bestrijding als vermeld in artikel 22;32° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van bestrijding als vermeld in artikel 22;
43° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van een afwijking met toepassing van artikel 33.43° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van een afwijking met toepassing van artikel 33.
5Het verbod van het eerste lid slaat niet op wildpreparaten met bedoelde wildsoorten, wanneer het wild dat er in is verwerkt volledig onherkenbaar is.
6De Vlaamse regering kan jaarlijks bepalen dat het vervoeren of het in de handel brengen van levend of dood wild eveneens verboden is of alleen onder door haar te stellen voorwaarden geoorloofd is in de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.5De Vlaamse regering kan jaarlijks bepalen dat het vervoeren of het in de handel brengen van levend of dood wild eveneens verboden is of alleen onder door haar te stellen voorwaarden geoorloofd is in de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.
7Wanneer de jacht in een beperkt gebied geopend is, kan de Vlaamse regering tijdens de betrokken periode machtiging verlenen tot het vervoer van geschoten wild en de voorwaarden bepalen waaronder dit vervoer mag geschieden.6Wanneer de jacht in een beperkt gebied geopend is, kan de Vlaamse regering tijdens de betrokken periode machtiging verlenen tot het vervoer van geschoten wild en de voorwaarden bepalen waaronder dit vervoer mag geschieden.
8De Vlaamse regering kan eveneens de voorwaarden bepalen waaronder het vervoer en de handel van wildsoorten of delen van wildsoorten waarvoor zij een afschotplan gesteld heeft, mogen plaatshebben.7De Vlaamse regering kan eveneens de voorwaarden bepalen waaronder het vervoer en de handel van wildsoorten of delen van wildsoorten waarvoor zij een afschotplan gesteld heeft, mogen plaatshebben.
9Het is eveneens verboden aan handelaars in eetwaren, traiteurs en restaurateurs het in het eerste lid genoemde wild bij zich te houden, zelfs buiten hun woning, en het is aan iedereen verboden de genoemde wildsoorten te verbergen of bij zich te houden voor rekening van de voormelde handelaars, traiteurs en restaurateurs.
10Onder de door de Vlaamse regering voorgeschreven voorwaarden en het door haar geregelde toezicht, is het vervoer, de opslag en de handel van diepgevroren wild geoorloofd buiten de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.8Onder de door de Vlaamse regering voorgeschreven voorwaarden en het door haar geregelde toezicht, is het vervoer, de opslag en de handel van diepgevroren wild geoorloofd buiten de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.
+24 −0 decreet-1991-07-24/art. 32/4 nieuw
1De Vlaamse Regering kan voor elk administratief proces met betrekking tot wildbeheer nadere regels bepalen voor gegevensverzameling, gegevensverwerking en gegevensbescherming. Het Agentschap voor Natuur en Bos fungeert daarbij als verwerkingsverantwoordelijke van deze gegevens, met uitzondering van de gegevens verzameld in de processen met betrekking tot jachtplannen en jachtverloven. Voor de gegevens verzameld in de processen met betrekking tot jachtplannen en jachtverloven fungeren de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, vermeld in artikel 7 en 14, als verwerkingsverantwoordelijke.
2De categorieën van de betrokken personen van wie gegevens kunnen worden verwerkt, zijn:
31° de eigenaar en gebruiker;
42° de exploitant;
53° de exploitant op de grond;
64° de jager;
75° de jachtrechthouder;
86° de bestrijder;
97° de wildbeheereenheid;
108° de wettelijk verantwoordelijken, aangestelden of vertegenwoordigers van de actoren;
119° aanvragers of begunstigden.
12De personen die toegang krijgen tot de gegevens zijn:
131° de dossierbehandelaars voor de respectievelijke processen;
142° politiediensten;
153° natuurinspectie;
164° de federale wapendiensten.
17De categorieën van gegevens die kunnen worden verwerkt, zijn:
181° identiteitsgegevens;
192° adresgegevens;
203° de identificatiegegevens van de aanvragers of begunstigden, waaronder het rijksregisternummer en, in voorkomend geval, het BIS-nummer;
214° gegevens in verband met de onroerende goederen en de percelen in verband waarmee een vergoeding wordt gevraagd, waaronder kadastrale gegevens, gegevens over erfdienstbaarheden en de verwervingswaarde;
22De persoonsgegevens kunnen worden bewaard tot maximaal dertig jaar na het beëindigen van het administratief proces.
23De doelstelling van de verwerking van de persoonsgegevens is het voorzien in een digitaal platform voor de verzameling, de verwerking en de bescherming van gegevens met betrekking tot wildbeheer.
24De Vlaamse Regering kan ook nadere regels bepalen voor gegevensuitwisseling tussen bevoegde overheidsdiensten.
+5 −0 decreet-1991-07-24/art. 32/5 nieuw
1De Vlaamse Regering voorziet in een digitaal platform voor de verzameling, de verwerking en de bescherming van gegevens met betrekking tot wildbeheer.
2Ze kan nadere regels bepalen voor het gebruik en de werking van dat digitale platform.
3Ze kan bepalen dat administratieve handelingen voor meldingen, aanvragen en rapportering met betrekking tot wildbeheer via dat digitale platform verlopen.
4Ze kan bepalen dat administratieve handelingen voor de controle en goedkeuring met betrekking tot wildbeheer via dat digitale platform verlopen.
5De Vlaamse Regering kan ook nadere regels bepalen voor gegevensuitwisseling tussen bevoegde overheidsdiensten via dat platform.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd