§ flandrepo
35 regels · van kracht sinds 1 jan 2024

Artikel 4.2.2.1.10

§1. In afwijking van artikel 4.2.2.1.1 wordt voor de volgende lozingen het bedrag van de heffing voor de periode waarin de lozing in kwestie zich heeft voorgedaan, bepaald op de wijze, vermeld in het tweede lid:

  1. 1°een onvergunde lozing;
  2. 2°een lozing die niet voldoet aan de bijzondere voorwaarde, vermeld in de lozings- of omgevingsvergunning om een saneringscontract als vermeld in artikel 2.6.2.1, te sluiten;
  3. 3°een lozing via een noodaansluiting die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.2.1.1.7.

Het bedrag van de heffing voor de periode waarin de lozing in kwestie, vermeld in het eerste lid, zich heeft voorgedaan, wordt vastgesteld met de volgende formule:

H = T x Nx + T x Nkx waarbij:

  1. 1°H: het bedrag van de verschuldigde heffing voor waterverontreiniging;
  2. 2°T: het bedrag van het eenheidstarief van de heffing voor alle andere hef- fingsplichtigen, vermeld in artikel 4.2.2.1.1, §2, tweede lid;
  3. 3°Nx: de vuilvracht, veroorzaakt door de lozing, vermeld in het eerste lid, uitgedrukt in vervuilingseenheden en berekend met de volgende formule:

Qx x Cx waarbij:

  1. a)Qx: het waterverbruik, waarvan de hoeveelheid gelijk is aan het totale waterverbruik Q dat is bepaald conform artikel 4.2.2.5.2, verminderd met de hoeveelheid koelwater K, vermeld in artikel 4.2.2.3.1, vermenigvuldigd met dx en gedeeld door 365 of, als daarvan het bewijs geleverd wordt, gedeeld door het reële aantal dagen waarop afvalwater geloosd wordt in het jaar vóór het heffingsjaar. dx is de cumulatieve duur van de lozing, vermeld in het eerste lid, uitgedrukt in dagen. dx is niet groter dan 365 en wordt berekend met de volgende formule:

(deind–dbegin) + F

waarbij:

  1. 1)dbegin:
  2. i)de datum van de aanvang van de lozing, zoals opgenomen in de schriftelijke melding van de heffingsplichtige aan de Vlaamse Milieumaatschappij of de toezichthouder, bevoegd voor milieuhand- having, tenzij de Vlaamse Milieumaatschappij aantoont dat de lozing al op een vroegere datum is gestart, op voorwaarde dat de voormelde melding is gedaan vóór de eventuele vaststelling van de lozing door de ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij die belast zijn met een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de heffing of de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving;

ii) de datum van de vaststelling van de lozing, vermeld in het proces- verbaal van overtreding of in een vaststellingsverslag als vermeld in artikel 5.4.1.3, tweede lid, tenzij de Vlaamse Milieumaatschappij aantoont dat de lozing al op een vroegere datum is gestart, als de lozing is vastgesteld door de ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij die belast zijn met een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de heffing of de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, voorafgaand aan een eventuele schriftelijke melding door de heffingsplichtige;

  1. 2)deind: de datum waarop door de bevoegde ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij of de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, is vastgesteld dat de lozing stopgezet is. De heffingsplichtige heeft de mogelijkheid om een andere datum te bewijzen;
  2. 3)F:
  3. i)1, als de heffingsplichtige de lozing heeft gemeld aan de Vlaamse Milieumaatschappij of aan de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, en als die melding is gedaan vóór de eventuele vaststelling van de lozing door de bevoegde ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij of door de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving;

ii) 30, in alle andere gevallen dan het geval, vermeld in punt i), tenzij de heffingsplichtige de werkelijke aanvangsdatum van de lozing bewijst en de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, die aanvangsdatum kan bevestigen of staven op basis van vergelijking met zijn eigen vaststellingen. In voorkomend geval wordt F gelijkgesteld aan 1 en wordt dbegin gelijkgesteld aan de bevestigde datum van de aanvang van de lozing;

  1. b)Cx: de omzettingscoëfficiënt, vermeld in kolom 8 van de tabel die is opgenomen in bijlage 5, die bij dit decreet is gevoegd;
  2. 4°Nkx: de vuilvracht, veroorzaakt door de lozing van koelwater, bepaald overeenkomstig artikel 4.2.2.3.1, vermenigvuldigd met dx en gedeeld door 365, of, als daarvan het bewijs geleverd wordt, gedeeld door het reële aantal dagen waarop koelwater geloosd wordt in het jaar vóór het heffingsjaar.

Als de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, vaststellingen heeft gedaan over het debiet of het volume van een lozing als vermeld in het eerste lid, en als er voor die lozing meet- en bemonsteringsresultaten beschikbaar zijn die afkomstig zijn van een schepstaal dat de Vlaamse Milieumaatschappij heeft genomen, of als een schepstaal wordt genomen door de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, wordt de vuilvracht Nx, vermeld in het tweede lid, 3°, bepaald conform de formule, vermeld in artikel 4.2.2.3.1, waarbij, in afwijking van artikel 4.2.2.3.1, wordt verstaan onder:

  1. 1°N: de vuilvracht, veroorzaakt door een lozing als vermeld in het eerste lid, uitgedrukt in vervuilingseenheden;
  2. 2°Qd: het volume afvalwater, uitgedrukt in liter, van de lozing, vermeld in het eerste lid, dat geloosd is tijdens een etmaal;
  3. 3°Qj: het volume afvalwater, uitgedrukt in kubieke meter, van de lozing, vermeld in het eerste lid, dat geloosd is tijdens de periode dx;
  4. 4°Nk: 0;
  5. 5°Qdv: het gemiddelde volume afvalwater, uitgedrukt in liter, van de lozing, vermeld in het eerste lid, dat geloosd is tijdens een etmaal, berekend met de volgende formule:

.

In alle andere gevallen dan de gevallen, vermeld in het derde lid, wordt de vuilvracht, vermeld in artikel 4.2.2.1.1, vermenigvuldigd met (365-dx)/365.

§2. Onder de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden is paragraaf 1 niet van toepassing op lozingen zonder voorafgaande melding of meldingsakte of voorafgaande of tijdige verlenging van de lozings-, milieu- of omgevingsvergunning, zoals respectievelijk vermeld in het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en voor zover:

  1. 1°de heffingsplichtige beschikt over meet- en bemonsteringsgegevens als vermeld in artikel 4.2.2.3.3., die betrekking hebben op de volledige afvalwaterstroom; ofwel
  2. 2°aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 4.2.2.3.4., is voldaan en de meet- en bemonsteringsgegevens van de Vlaamse Milieumaatschappij op de volledige afvalwaterstroom slaan.

Er mag in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar geen enkele vaststelling zijn gedaan van een lozing van een gedeelte van de afvalwaterstroom via een ander niet bemonsterd lozingspunt.

In geval van een in het eerste lid vermelde onvergunde lozing wordt de vuilvracht uitsluitend overeenkomstig artikel 4.2.2.3.1., berekend.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd