Artikel 134/2
§1. De zendinstallaties van de erkende radio-omroeporganisaties of hun samenwerkingsverbanden liggen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en in het initiële zendgebied van de radio-omroeporganisaties in kwestie.
De verplaatsing van de zendinstallaties kan worden toegestaan als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
- 1°de verplaatsing is inpasbaar in het frequentieplan;
- 2°de zendinstallatie ligt in het initiële zendgebied;
- 3°het initiële verzorgingsgebied wordt gerespecteerd.
De Vlaamse Regulator voor de Media wint het bindende advies in van de administratie over de verplaatsing en de naleving van de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, en past bij positief advies de zendvergunning aan de wijzigingen aan.
De Vlaamse Regulator voor de Media kan op vraag van de Vlaamse Regering de erkende radio-omroeporganisaties of hun samenwerkingsverbanden, met het oog op een optimalisering van het frequentieplan, verplichten om hun zendinstallatie te verplaatsen of om een gemeenschappelijke zendinstallatie te gebruiken.
§2. De erkende radio-omroeporganisaties of hun samenwerkingsverbanden, vermeld in artikel 147, gebruiken een technische uitrusting die conform de wettelijke en decretale voorschriften is, en ze houden zich aan de bepalingen van de zendvergunning. Ze aanvaarden het onderzoek naar de werking ter plaatse door de aangestelde personeelsleden.
De erkende radio-omroeporganisaties aanvaarden de invloed van de uitzendingen van andere erkende radio-omroeporganisaties die uitzenden conform hun zendvergunning of van de uitzendingen van VRT die uitzendt conform het frequentiepakket en frequentieblok dat ter beschikking is gesteld aan VRT.
De uitzendingen moeten gebeuren in overeenstemming met de gangbare normen van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) en het Europees Telecommunicatie en Standaardisatie Instituut (ETSI).