Artikel 3
§ 1. Vanaf het begrotingsjaar 2011 evolueert het bedrag van het variabel onderwijsdeel, vermeld in artikel 2, § 2, als volgt :
- 1°als het aantal opgenomen studiepunten berekend voor het begrotingsjaar t toeneemt met ten minste 2 % ten opzichte van de referentiepunten, vermeld in het derde lid, dan stijgt het bedrag van het variabel onderwijsdeel in dat begrotingsjaar met 2 %;
- 2°als het aantal opgenomen studiepunten berekend voor het begrotingsjaar t afneemt met ten minste 2 % ten opzichte van de referentiepunten, vermeld in het derde lid, dan daalt het bedrag van de werkingsuitkering in dat begrotingsjaar met 2 %.
Voor de vaststelling van het aantal opgenomen studiepunten voor het begrotingsjaar t wordt het gemiddeld aantal studiepunten over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 in aanmerking genomen waarvoor studenten onder diplomacontract zich ingeschreven hebben voor een initiële bachelor of masteropleiding of voor een basisopleiding in afbouw. Enkel die opgenomen studiepunten komen in aanmerking waarvoor de student een toereikend leerkrediet heeft op het moment van de inschrijving. Voor de overgangsjaren 2001-2002 tot en met 2004-2005 wordt het aantal opgenomen studiepunten vervangen door het aantal hoofdinschrijvingen voor de basisopleidingen in het desbetreffende academiejaar, vermenigvuldigd met een factor 57.
De eerste referentiepunten zijn gelijk aan het gemiddeld aantal opgenomen studiepunten in de academiejaren 2001-2002 tot en met 2005-2006, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen in het voorgaande lid. Bij elke daling of stijging van het aantal opgenomen studiepunten worden er nieuwe referentiepunten vastgelegd. De nieuwe referentiepunten zijn gelijk aan de vorige referentiepunten plus of min 2 %.
§ 2. Na elke stijging of daling van het bedrag van het variabel onderwijsdeel wordt dit nieuwe bedrag vastgelegd en geldt het als vertrekbasis voor de toekomstige berekeningen.
§ 3. Vanaf het begrotingsjaar 2011 wordt de werkingsuitkering bestemd voor de Hogere Zeevaartschool, berekend overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van dit decreet met 1,27 % verminderd.
Afhankelijk van de budgettaire ruimte kan de Vlaamse Regering dit percentage vanaf het begrotingsjaar 2012 wijzigen.
De som van het bedrag van de vermindering op grond van het eerste of het tweede lid en het totale bedrag van de verminderingen op grond van artikel III.24, § 4, eerste en tweede lid, van de Codex Hoger Onderwijs bedraagt per jaar ten hoogste 16.179.000 euro, berekend op het prijsniveau van het jaar 2010. Indien dit bedrag overschreden wordt, worden de in het eerste lid en in artikel III.24, § 4, eerste lid, van de Codex Hoger Onderwijs vermelde percentages verminderd.
§ 4. Voor het begrotingsjaar 2013 wordt de totale werkingsuitkering van de Hogere Zeevaartschool, berekend overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van dit decreet, verminderd met 33.000,00 euro.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 van dit artikel evolueren in de begrotingsjaren 2015 en 2016 de bedragen van het variabel onderwijsdeel niet als het aantal opgenomen studiepunten berekend voor de begrotingsjaren 2015 en 2016 toeneemt met ten minste 2% ten opzichte van de referentiepunten. Er worden ook geen nieuwe referentiepunten vastgelegd bij een eventuele stijging van 2% of meer van het aantal opgenomen studiepunten.
§ 6. Bovenop paragraaf 3 wordt vanaf het begrotingsjaar 2015 de werkingsuitkering bestemd voor de Hogere Zeevaartschool berekend overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van dit decreet, met 90.798,50 euro verminderd.