Artikel 6.43
§1. De toezichthouders, vermeld in artikel 4.79, zijn bevoegd voor het opleggen van administratieve geldboetes.
Een administratieve geldboete kan worden opgelegd aan de huurder van een sociale huurwoning die een verplichting als vermeld in artikel 6.20, niet naleeft.
De administratieve geldboete kan alleen worden opgelegd als de huurder na ingebrekestelling en aanmaning om zijn verplichtingen binnen de opgelegde termijn na te komen, verzuimt om dat te doen.
In afwijking daarvan kan voor een inbreuk op de verplichtingen, vermeld in artikel 6.20, eerste lid, 1°, 2°, 3° en 7°, ook nog een administratieve geldboete worden opgelegd, ook al is de inbreuk al beëindigd.
Als de toezichthouder een administratieve geldboete heeft opgelegd, zal hij als dat nodig is een nieuwe redelijke termijn bepalen waarbinnen de huurdersverplichting alsnog moet zijn nagekomen. De Vlaamse Regering kan de maximale termijn bepalen.
§2. Een administratieve geldboete kan niet worden opgelegd als:
- 1°voor het betrokken feit reeds eerder een administratieve geldboete werd opgelegd;
- 2°de strafrechter voor het betrokken feit reeds een uitspraak in eerste aanleg heeft gedaan;
- 3°voor het feit in kwestie de verhuurder de opzegging, vermeld in artikel 6.33, §3, eerste lid, betekend heeft.