Bij de begroting 2021 #513
Gemerged Vlaamse Regering voegde 32 artikels samen in decreet-2004-05-07-1013346decreet-2003-01-24circusdecreet-van-1-maart-2019 · 23 oktober 2020 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BEG
26 november 2020 (2020-2021)
Amendementen
op het ontwerp van programmadecreet
bij de begroting 2021
ingediend op
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van programmadecreet
– Nr. 2 t.e.m. 4: Amendementen
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
LEGENDE
FIN Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting en Justitie
BIN Commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering
BRU Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand en Dierenwelzijn
BUI Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden,
Internationale Samenwerking en Toerisme
CUL Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media
ECO Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en
Innovatie
LAN Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid
LEE Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie
OPE Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken
OND Commissie voor Onderwijs
WEL Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding
WON Commissie voor Wonen en Onroerend Erfgoed
C-OND AMENDEMENT Nr. 20
voorgesteld door Hannelore Goeman en Steve Vandenberghe
Hoofdstuk 6. Onderwijs en Vorming
Afdeling 9. Aanpassing berekening groeipad graduaatsopleidingen
Deze afdeling, die bestaat uit artikel 38, schrappen.
VERANTWOORDING
Het financieringsmechanisme van de graduaten, zoals geregeld bij decreet van 4 mei 2018, is ontstaan
na een ruime consultatie in technische werkgroepen, werd gedragen door de VLHORA (Vlaamse
Hogescholenraad) en na vakbondsoverleg volgde het een volledig democratisch parcours in het Vlaams
Parlement. Dit mechanisme voorziet in het huidig artikel III.42/1 van de Codex Hoger Onderwijs dat
de middelen vanuit de CVO’s (centra voor volwassenenonderwijs) en de middelen voorzien voor het
samenwerkingsverband worden vermenigvuldigd met het percentage waarmee het aantal cursisten/
studenten toeneemt (meer specifiek, toename in lestijden per CVO en toename in studiepunten per
hogeschool). De financiering voor de graduaten wordt dus berekend per samenwerkingsverband – en
sinds 1 september 2019, ten gevolge van de inkanteling van de graduaten bij de hogescholen per
hogeschool – en dus niet over alle Vlaamse hogescholen heen zoals in artikel 38 van het ontwerp van
programmadecreet naar voren wordt geschoven.
Artikel III.42/1, zoals thans verankerd in de Codex Hoger Onderwijs, biedt de beste garantie opdat
elke hogeschool de passende financiering zou krijgen bij een evoluerend aantal studiepunten in
haar graduaatsopleidingen, zonder dat dit afhankelijk wordt gemaakt van de evolutie in de andere
hogescholen.
Door het niet correct toepassen van artikel III.42/1 was er in 2020 een groeitekort van 174.263 euro
op de toegekende groei van 2.275.118 euro. Met het voorliggende artikel 38 in het ontwerp van
programmadecreet zou dit in 2021 opnieuw een groeitekort van 610.689 euro betekenen op de
voorziene groei van 15.296.247 euro.
Het systematisch onderfinancieren van de groei resulteert na enkele jaren in een structureel tekort
binnen de enveloppe voor de graduaten.
Het niet juist toepassen van artikel III.42/1 van de Codex Hoger Onderwijs is een verdoken besparing.
Daarom wordt voorgesteld om artikel 38 in het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2021
integraal te schrappen.
AMENDEMENT Nr. 21
voorgesteld door Koen Daniëls, Loes Vandromme, Jean-Jacques De Gucht,
Karolien Grosemans, Jo Brouns en Arnout Coel
Artikel 46
Dit artikel vervangen door wat volgt:
“Art. 46. In hoofdstuk XI van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet
van 3 juli 2020, wordt een artikel 100septies decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Art. 100septies decies. §1. In afwijking van artikel 36 kan de raad van bestuur
een personeelslid op 1 juli 2021 vast benoemen in een ambt in een vacant ver
klaarde betrekking als vermeld in artikel 100sexies decies, als dat personeelslid op
het ogenblik van de vaste benoeming voldoet aan de bepalingen van artikel 17,
met uitzondering van paragraaf 1, 7°, en daarenboven:
1° op 31 mei 2021 360 dagen dienstanciënniteit heeft verworven in het betrokken
ambt in een of meer instellingen van de scholengroep. Als het een leraar betreft
die is aangesteld op basis van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs
moeten de 360 dagen gepresteerd zijn in de opleiding, de module, het vak of
de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking;
2° zich kandidaat heeft gesteld in de vorm en binnen de termijn, vermeld in de
oproep tot de kandidaten;
3° op 30 juni 2021 in een instelling van de scholengroep waar hij de in punt 1°
vereiste dienstanciënniteit heeft verworven, is aangesteld in het ambt waarvoor
hij zich kandidaat heeft gesteld. Behoort de instelling waar het personeelslid
is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid
deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een
scholengemeenschap behoren. Behoort de instelling waar het personeelslid
is aangesteld tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid
deze voorwaarde voor alle instellingen van deze scholengemeenschap. Is het
personeelslid op 30 juni 2021 aangesteld in het ambt van leraar met een vereist
bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepaling of bij overgangsmaatregel, dan
geldt dit als een aanstelling in dat ambt voor alle opleidingen, modules of
vakken en specialiteiten waarvoor dat vereiste bekwaamheidsbewijs, bij
organieke bepaling of bij overgangsmaatregel, geldt. Is het personeelslid op
30 juni 2021 aangesteld in het ambt van leraar met een voldoend geacht
bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepaling of bij overgangsmaatregel, in een
opleiding, module, vak of specialiteit dan geldt dit als een aanstelling in dat
ambt voor die opleiding, die module, dat vak of die specialiteit en daarenboven
ook voor alle opleidingen, modules, vakken en specialiteiten waarvoor het
personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepaling of bij
overgangsmaatregel, bezit. Voor het personeelslid dat werd …