Decreet tot wijziging van diverse decreten naar aanleiding van de samenvoeging van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie, het beleidsdomein Werk en Sociale Economie en het beleidsdomein Landbouw en Visserij en de samenvoeging van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie en het Departement Werk en Sociale Economie
16 artikels gewijzigd
| 1 | Het kwaliteitstoezicht op duale opleidingen verloopt conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. | 1 | Het kwaliteitstoezicht op duale opleidingen verloopt conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. |
| 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt voor duale opleidingen het kwaliteitstoezicht samen uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werken Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op de duale opleiding en de onderwijsinstellingscomponent daarin. Het Departement Werken Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als externe deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werken Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht op de werkplekcomponent binnen de opleiding. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht. De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen. Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werken Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten. | 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt voor duale opleidingen het kwaliteitstoezicht samen uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op de duale opleiding en de onderwijsinstellingscomponent daarin. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als externe deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht op de werkplekcomponent binnen de opleiding. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht. De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen. Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten. |
| 3 | In het tweede lid wordt verstaan onder Departement Werken Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | 3 | In het tweede lid wordt verstaan onder Departement Werk, Economie, We-tenschap, Innovatie en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrek-king tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 1 | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 89, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie, of met andere middelen, personeel aanwerven. Het centrumbestuur kan het voormelde principe aanwenden voor het personeel, vermeld in artikel 3 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. | 1 | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 89, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, of met andere middelen, personeel aanwerven. Het centrumbestuur kan het voormelde principe aanwenden voor het personeel, vermeld in artikel 3 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. |
| 2 | De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt georganiseerd, kan niet vacant worden verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in die betrekking. | 2 | De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt georganiseerd, kan niet vacant worden verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in die betrekking. |
| 3 | Het personeelslid dat door een centrum voor basiseducatie wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld mits toepassing van hoofdstuk 9 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. Het decreet Rechtspositie Basiseducatie is op hem van toepassing. | 3 | Het personeelslid dat door een centrum voor basiseducatie wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld mits toepassing van hoofdstuk 9 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. Het decreet Rechtspositie Basiseducatie is op hem van toepassing. |
| 1 | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie of van andere middelen, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het meesters-, vak en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | 1 | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie of van andere middelen, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het meesters-, vak en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. |
| 2 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. | 2 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. |
| 3 | Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. | 3 | Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. |
| 1 | § 1. Er wordt een fonds opgericht binnen het Departement WSE voor de uitvoering van projecten die tot stand komen met cofinanciering van de Europese Unie. Dit fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, hierna het fonds te noemen. | 1 | § 1. Er wordt een fonds opgericht binnen het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie voor de uitvoering van projecten die tot stand komen met cofinanciering van de Europese Unie. Dit fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, hierna het fonds te noemen. |
| 2 | § 2. De inkomsten van het fonds worden gespijsd door de terugvorderingen van subsidies of bedragen voor de financiering van overeenkomsten betreffende de Vlaamse cofinanciering van ESF-projecten, die door de begunstigden niet of op onrechtmatige wijze werden aangewend of waarvan de aanwending onvoldoende wordt verantwoord, en door de middelen die de vzw ESF-Agentschap, opgericht bij het decreet van 8 november 2002 houdende de oprichting van de vzw ESF-Agentschap, bezorgt aan het departement, vermeld in paragraaf 1, om het Europees Sociaal Fonds te ondersteunen en te implementeren. | 2 | § 2. De inkomsten van het fonds worden gespijsd door de terugvorderingen van subsidies of bedragen voor de financiering van overeenkomsten betreffende de Vlaamse cofinanciering van ESF-projecten, die door de begunstigden niet of op onrechtmatige wijze werden aangewend of waarvan de aanwending onvoldoende wordt verantwoord, en door de middelen die de vzw ESF-Agentschap, opgericht bij het decreet van 8 november 2002 houdende de oprichting van de vzw ESF-Agentschap, bezorgt aan het departement, vermeld in paragraaf 1, om het Europees Sociaal Fonds te ondersteunen en te implementeren. |
| 3 | § 3. De inkomsten van het fonds mogen aangewend worden voor uitgaven voor diensten, werking, exploitatie en uitrusting, voor zover deze uitgaven verband houden met de realisatie van de projecten met cofinanciering van de EU. | 3 | § 3. De inkomsten van het fonds mogen aangewend worden voor uitgaven voor diensten, werking, exploitatie en uitrusting, voor zover deze uitgaven verband houden met de realisatie van de projecten met cofinanciering van de EU. |
| 1 | In dit artikel wordt verstaan onder: | 1 | In dit artikel wordt verstaan onder: |
| 2 | 1° Flanders Research Information Space, afgekort FRIS: de informatieruimte van en in beheer bij het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie , waarin onderzoeksinformatie kan doorstromen op een transparante en geautomatiseerde manier, en kan worden uitgewisseld en ontsloten op een open en herbruikbare manier; | 2 | 1° Flanders Research Information Space, afgekort FRIS: de informatieruimte van en in beheer bij het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, waarin onderzoeksinformatie kan doorstromen op een transparante en geautomatiseerde manier, en kan worden uitgewisseld en ontsloten op een open en herbruikbare manier; |
| 3 | 2° onderzoeksinformatie: de volgende informatie: | 3 | 2° onderzoeksinformatie: de volgende informatie: |
| 4 | a) informatie over elke wetenschappelijke activiteit die tot doel heeft wetenschappelijke kennis te ontwikkelen, wetenschappelijke of technologische capaciteit uit te bouwen, kennis toepasbaar te maken en ze toe te passen; | 4 | a) informatie over elke wetenschappelijke activiteit die tot doel heeft wetenschappelijke kennis te ontwikkelen, wetenschappelijke of technologische capaciteit uit te bouwen, kennis toepasbaar te maken en ze toe te passen; |
| 16 | § 3. De raad van bestuur verkiest onder zijn leden een voorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, en een ondervoorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 7°. | 16 | § 3. De raad van bestuur verkiest onder zijn leden een voorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, en een ondervoorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 7°. |
| 17 | § 4. Artikel III.10, III.11 en III.37, § 2, van het Bestuursdecreet zijn van toepassing op de raad van bestuur van het FWO. | 17 | § 4. Artikel III.10, III.11 en III.37, § 2, van het Bestuursdecreet zijn van toepassing op de raad van bestuur van het FWO. |
| 18 | § 5. De leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de leidend ambtenaar van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie wonen de vergaderingen van de raad van bestuur van FWO bij met raadgevende stem. | 18 | § 5. De leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de leidend ambtenaar van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wonen de vergaderingen van de raad van bestuur van FWO bij met raadgevende stem. |
| 1 | De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten heeft gewone leden, ereleden en buitenlandse leden en is ingedeeld in een aantal klassen die elk bevoegd zijn voor verschillende wetenschappen en kunsten of groepen hiervan. | 1 | De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten heeft gewone leden, ereleden en buitenlandse leden en is ingedeeld in een aantal klassen die elk bevoegd zijn voor verschillende wetenschappen en kunsten of groepen hiervan. |
| 2 | Gewone leden en buitenlandse leden worden door een van de klassen verkozen wegens hun belangrijke bijdrage op het gebied van wetenschap of kunsten. Zij worden door de Academie voor benoeming voorgedragen aan de Vlaamse Regering. | 2 | Gewone leden en buitenlandse leden worden door een van de klassen verkozen wegens hun belangrijke bijdrage op het gebied van wetenschap of kunsten. De raad van bestuur bekrachtigt de benoeming. Deze wordt door de Academie aan de secretaris-generaal van het bevoegde departement schriftelijk meege-deeld. |
| 3 | Om tot gewoon lid te worden verkozen, moet men zijn woonplaats in België hebben en het Nederlands beheersen. Om tot buitenlands lid te worden verkozen, moet men zijn woonplaats in het buitenland hebben. | 3 | Om tot gewoon lid te worden verkozen, moet men zijn woonplaats in België hebben en het Nederlands beheersen. Om tot buitenlands lid te worden verkozen, moet men zijn woonplaats in het buitenland hebben. |
| 4 | Gewone leden worden op hun verzoek tot erelid benoemd door de raad van bestuur, na gunstig advies van de klasse waartoe zij behoren. De benoeming tot erelid wordt ter kennis gebracht van de Vlaamse Regering. | 4 | Gewone leden worden op hun verzoek tot erelid benoemd door de raad van bestuur, na gunstig advies van de klasse waartoe zij behoren. De benoeming tot erelid wordt door de Academie aan de secretaris-generaal van het bevoegde departement schriftelijk meegedeeld. |
| 4 | § 3. Door een beheersovereenkomst te sluiten met de Vlaamse Regering ontstaat voor de initiërende instelling het recht op een subsidie voor de werking van het betrokken steunpunt. Voor die subsidie gelden de volgende bepalingen: | 4 | § 3. Door een beheersovereenkomst te sluiten met de Vlaamse Regering ontstaat voor de initiërende instelling het recht op een subsidie voor de werking van het betrokken steunpunt. Voor die subsidie gelden de volgende bepalingen: |
| 5 | 1° de Vlaamse Regering beslist, bij het bepalen van de lijst van thema's, over de subsidie die elk steunpunt tijdens de erkenningstermijn jaarlijks zal ontvangen. Die kredieten worden jaarlijks door het Vlaams Parlement goedgekeurd; | 5 | 1° de Vlaamse Regering beslist, bij het bepalen van de lijst van thema's, over de subsidie die elk steunpunt tijdens de erkenningstermijn jaarlijks zal ontvangen. Die kredieten worden jaarlijks door het Vlaams Parlement goedgekeurd; |
| 6 | 2° de subsidie bestaat jaarlijks uit een vaste werkingsenveloppe en cofinanciering. De vaste werkingsenveloppe wordt gefinancierd vanuit de begroting die vastgelegd is voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie. De vaste werkingsenveloppe bedraagt maximaal 60 procent van de subsidie. De cofinanciering wordt gefinancierd vanuit de begroting voor de beleidsdomeinen waarbij het thema aansluit; | 6 | 2° de subsidie bestaat jaarlijks uit een vaste werkingsenveloppe en cofinanciering. De vaste werkingsenveloppe wordt gefinancierd vanuit de begroting die vastgelegd is voor het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie. De vaste werkingsenveloppe bedraagt maximaal 60 procent van de subsidie. De cofinanciering wordt gefinancierd vanuit de begroting voor de beleidsdomeinen waarbij het thema aansluit; |
| 7 | 3° de subsidie, zowel de vaste werkingsenveloppe als de cofinanciering, wordt tijdens een erkenningstermijn jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex, zoals bepaald in de begrotingsinstructies met als referentiedatum 1 januari van het eerste werkingsjaar van de erkenningstermijn. De gezondheidsindex wordt berekend door tabaksproducten, alcoholhoudende dranken, benzine en diesel te schrappen uit de index van de consumptieprijzen; | 7 | 3° de subsidie, zowel de vaste werkingsenveloppe als de cofinanciering, wordt tijdens een erkenningstermijn jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex, zoals bepaald in de begrotingsinstructies met als referentiedatum 1 januari van het eerste werkingsjaar van de erkenningstermijn. De gezondheidsindex wordt berekend door tabaksproducten, alcoholhoudende dranken, benzine en diesel te schrappen uit de index van de consumptieprijzen; |
| 8 | 4° als de jaarlijkse kosten voor de werking van het steunpunt lager liggen dan de jaarlijkse subsidie, mag de resterende financiering door het steunpunt overgedragen worden naar het volgende werkingsjaar binnen de erkenningstermijn. | 8 | 4° als de jaarlijkse kosten voor de werking van het steunpunt lager liggen dan de jaarlijkse subsidie, mag de resterende financiering door het steunpunt overgedragen worden naar het volgende werkingsjaar binnen de erkenningstermijn. |
| 1 | Het schoolbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 83 en 84, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie, of ten laste van de eigen middelen, personeel aanwerven. | 1 | Het schoolbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 83 en 84, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, of ten laste van de eigen middelen, personeel aanwerven. |
| 2 | In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, van toepassing in het deeltijds kunstonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. | 2 | In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, van toepassing in het deeltijds kunstonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. |
| 3 | In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, van toepassing in het deeltijds kunstonderwijs. | 3 | In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, aanwenden voor de personeelscategorieën, vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, van toepassing in het deeltijds kunstonderwijs. |
| 4 | 1° ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 36 en 37; | 4 | 1° ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 36 en 37; |
| 5 | 2° ten laste van de eigen middelen om de ORE-norm, vermeld in artikel 23, §1, 3°, te behalen overeenkomstig artikel 23, §3; | 5 | 2° ten laste van de eigen middelen om de ORE-norm, vermeld in artikel 23, §1, 3°, te behalen overeenkomstig artikel 23, §3; |
| 6 | 3° ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door VDAB of ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie; | 6 | 3° ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door VDAB of ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; |
| 7 | 4° ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken; | 7 | 4° ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken; |
| 8 | 5° ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken. | 8 | 5° ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken. |
| 59 | 58° het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen; | 59 | 58° het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen; |
| 60 | 59° ... | 60 | 59° ... |
| 61 | 60° de opleidingscheques voor werknemers, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werken Sociale Economie; | 61 | 60° de opleidingscheques voor werknemers, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie; |
| 62 | 61° het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen; | 62 | 61° het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen; |
| 63 | 62° het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs; | 63 | 62° het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs; |
| 20 | 8° openbare en meewerkende instellingen: de instellingen die belast zijn met en erkend zijn om mee te werken aan de toepassing van de regelgeving bedoeld in artikel 2; | 20 | 8° openbare en meewerkende instellingen: de instellingen die belast zijn met en erkend zijn om mee te werken aan de toepassing van de regelgeving bedoeld in artikel 2; |
| 21 | 9° werkplaatsen: alle plaatsen waar werkzaamheden verricht worden die aan het toezicht van de sociaalrechtelijke inspec-teurs onderworpen zijn of waar personen tewerkgesteld zijn die onderworpen zijn aan de bepalingen van de regelgeving waarop de sociaalrechtelijke inspecteurs toezicht uitoefenen. Zij omvatten onder meer de ondernemingen, gedeelten van ondernemingen, inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, gebouwen, lokalen, plaatsen gelegen binnen het gebied van de ondernemingen, werven en werken buiten de ondernemingen. Daaronder wordt eveneens verstaan de plaatsen waar documenten worden bijgehouden met betrekking tot de gereglementeerde activiteiten; | 21 | 9° werkplaatsen: alle plaatsen waar werkzaamheden verricht worden die aan het toezicht van de sociaalrechtelijke inspec-teurs onderworpen zijn of waar personen tewerkgesteld zijn die onderworpen zijn aan de bepalingen van de regelgeving waarop de sociaalrechtelijke inspecteurs toezicht uitoefenen. Zij omvatten onder meer de ondernemingen, gedeelten van ondernemingen, inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, gebouwen, lokalen, plaatsen gelegen binnen het gebied van de ondernemingen, werven en werken buiten de ondernemingen. Daaronder wordt eveneens verstaan de plaatsen waar documenten worden bijgehouden met betrekking tot de gereglementeerde activiteiten; |
| 22 | 10° sociaalrechtelijke inspecteurs : de beëdigde ambtenaren van de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie; | 22 | 10° sociaalrechtelijke inspecteurs : de beëdigde ambtenaren van de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; |
| 23 | 11° Internationaal Verdrag nr. 81: het Internationaal Verdrag nr. 81 betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel, aangenomen te Genève op 11 juli 1947, goedgekeurd bij de wet van 29 maart 1957; | 23 | 11° Internationaal Verdrag nr. 81: het Internationaal Verdrag nr. 81 betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel, aangenomen te Genève op 11 juli 1947, goedgekeurd bij de wet van 29 maart 1957; |
| 24 | 12° informatiedragers : eender welke informatiedragers in welke vorm ook, zoals boeken, registers, documenten, numerieke of digitale informatiedragers, schijven, banden, met inbegrip van die welke bereikt kunnen worden door een informaticasysteem of door een ander apparaat. | 24 | 12° informatiedragers : eender welke informatiedragers in welke vorm ook, zoals boeken, registers, documenten, numerieke of digitale informatiedragers, schijven, banden, met inbegrip van die welke bereikt kunnen worden door een informaticasysteem of door een ander apparaat. |
| 5 | § 4. De sociaal rechtelijke inspecteurs kunnen met de inspecties van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lid-Staten van de Internationale Arbeidsorganisatie, waar het Internationaal Verdrag nr. 81 gelding heeft, alle informatie uitwisselen die nuttig is voor de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn. | 5 | § 4. De sociaal rechtelijke inspecteurs kunnen met de inspecties van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lid-Staten van de Internationale Arbeidsorganisatie, waar het Internationaal Verdrag nr. 81 gelding heeft, alle informatie uitwisselen die nuttig is voor de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn. |
| 6 | Van de informatie die van de arbeidsinspectie van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lidstaten wordt verkregen, wordt op dezelfde wijze gebruik gemaakt als van de gelijkaardige inlichtingen die de sociaalrechtelijke inspecteurs rechtstreeks inzamelen. De informatie ten behoeve van de arbeidsinspecties van die lid-Staten wordt eveneens op dezelfde wijze ingezameld door de sociaalrechtelijke inspecteurs als de gelijkaardige in-formatie die zij inzamelen voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee zij zelf belast zijn. | 6 | Van de informatie die van de arbeidsinspectie van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lidstaten wordt verkregen, wordt op dezelfde wijze gebruik gemaakt als van de gelijkaardige inlichtingen die de sociaalrechtelijke inspecteurs rechtstreeks inzamelen. De informatie ten behoeve van de arbeidsinspecties van die lid-Staten wordt eveneens op dezelfde wijze ingezameld door de sociaalrechtelijke inspecteurs als de gelijkaardige in-formatie die zij inzamelen voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee zij zelf belast zijn. |
| 7 | De afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie waaronder de sociaalrechtelijke inspecteurs ressorteren kan eveneens, ter uitvoering van een akkoord dat met de bevoegde autoriteiten van een ander gewest of andere gemeenschap of lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie wordt gesloten, op het grondgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap de aanwezigheid toestaan van ambtenaren van de arbeidsinspectie van dat gewest of die gemeenschap of die lidstaat om alle informatie te verzamelen die van nut kan zijn voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee deze laatsten belast zijn. | 7 | De afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie waaronder de sociaalrechtelijke inspecteurs ressorteren kan eveneens, ter uitvoering van een akkoord dat met de bevoegde autoriteiten van een ander gewest of andere gemeenschap of lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie wordt gesloten, op het grondgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap de aanwezigheid toestaan van ambtenaren van de arbeidsinspectie van dat gewest of die gemeenschap of die lidstaat om alle informatie te verzamelen die van nut kan zijn voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee deze laatsten belast zijn. |
| 8 | De informatie die door een sociaalrechtelijke inspecteur binnen het territoriale bevoegdheidsgebied van een andere gemeenschap of een ander gewest of in het buitenland werd ingezameld in het kader van een akkoord dat met een ander gewest, een andere gemeenschap, de federale overheid of met een lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie is gesloten, kan in dezelfde omstandigheden worden gebruikt als de informatie die op het territoriale bevoegdheidsgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, door de sociaalrechtelijke inspecteurs wordt ingezameld. | 8 | De informatie die door een sociaalrechtelijke inspecteur binnen het territoriale bevoegdheidsgebied van een andere gemeenschap of een ander gewest of in het buitenland werd ingezameld in het kader van een akkoord dat met een ander gewest, een andere gemeenschap, de federale overheid of met een lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie is gesloten, kan in dezelfde omstandigheden worden gebruikt als de informatie die op het territoriale bevoegdheidsgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, door de sociaalrechtelijke inspecteurs wordt ingezameld. |
| 1 | Overeenkomstig artikel 19 van het Internationaal Verdrag nr. 81 stelt de Vlaamse regering door middel van een besluit de wijze en de periodiciteit vast van de rapportering door de plaatselijke inspectiebureaus. Onverminderd de regels van het geheim van het gerechtelijk onderzoek, publiceert de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie voor 30 juni van elk jaar, een algemeen jaarverslag met betrekking tot haar werkzaamheden. Deze publicatie gebeurt hetzij op papier hetzij via elektronische wijze (internet). Het jaarverslag zal minstens over de volgende onderwerpen handelen: | 1 | Overeenkomstig artikel 19 van het Internationaal Verdrag nr. 81 stelt de Vlaamse regering door middel van een besluit de wijze en de periodiciteit vast van de rapportering door de plaatselijke inspectiebureaus. Onverminderd de regels van het geheim van het gerechtelijk onderzoek, publiceert de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie voor 30 juni van elk jaar, een algemeen jaarverslag met betrekking tot haar werkzaamheden. Deze publicatie gebeurt hetzij op papier hetzij via elektronische wijze (internet). Het jaarverslag zal minstens over de volgende onderwerpen handelen: |
| 2 | a) wetten en reglementen die van toepassing zijn op en relevant zijn voor de werking van de sociaalrechtelijke inspectie; | 2 | a) wetten en reglementen die van toepassing zijn op en relevant zijn voor de werking van de sociaalrechtelijke inspectie; |
| 3 | b) de bezetting van de sociaalrechtelijk inspectie; | 3 | b) de bezetting van de sociaalrechtelijk inspectie; |
| 1 | Met behoud van de toepassing van de geldende decretale en reglementaire bepalingen over het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van het toezicht op de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 6, en de uitvoeringsbesluiten van dit decreet, uitgeoefend door het Departement Werken Sociale Economie. | 1 | Met behoud van de toepassing van de geldende decretale en reglementaire bepalingen over het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van het toezicht op de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 6, en de uitvoeringsbesluiten van dit decreet, uitgeoefend door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten en verdere regels van het toezicht en de kwaliteit. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten en verdere regels van het toezicht en de kwaliteit. |
| 5 | 3° als maatschappelijke hoofdactiviteit werk en begeleiding op maat aan doelgroepwerknemers verschaffen; | 5 | 3° als maatschappelijke hoofdactiviteit werk en begeleiding op maat aan doelgroepwerknemers verschaffen; |
| 6 | 4° op jaarbasis een werknemersbestand hebben dat voor minstens 55 procent bestaat uit de doelgroepwerknemers, vermeld in artikel 3, 2°, a) en b); | 6 | 4° op jaarbasis een werknemersbestand hebben dat voor minstens 55 procent bestaat uit de doelgroepwerknemers, vermeld in artikel 3, 2°, a) en b); |
| 7 | 5° geregistreerd zijn als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werken Sociale Economie; | 7 | 5° geregistreerd zijn als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie; |
| 8 | 6° jaarlijks over zijn prestaties in het kader van dit decreet en op vlak van maatschappelijke inbedding en maatschappelijk verantwoord ondernemen rapporteren. | 8 | 6° jaarlijks over zijn prestaties in het kader van dit decreet en op vlak van maatschappelijke inbedding en maatschappelijk verantwoord ondernemen rapporteren. |
| 9 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 moet het startende maatwerkbedrijf binnen een redelijke termijn voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° en 4°. | 9 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 moet het startende maatwerkbedrijf binnen een redelijke termijn voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° en 4°. |