§ flandrepo

Decreet tot wijziging van verschillende decreten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de werking van de Vlaamse onderwijsinspectie

Vlaamse Regering #469 Staatsblad 11 december 2025 NUMAC 2025009306
18 artikels gewijzigd
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 2
54° consortium : het consortium zoals vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenonderwijs;54° consortium : het consortium zoals vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenonderwijs;
65° competenties : de kennis, vaardigheden en attitudes die het personeelslid nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen;65° competenties : de kennis, vaardigheden en attitudes die het personeelslid nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen;
76° decretale en reglementaire bepalingen inzake minimumdoelen : de specifieke reglementering per onderwijsniveau inzake ontwikkelingsdoelen, eindtermen, basiscompetenties, leerplannen, individueel aangepaste curricula, minimumleerplannen en minimumlessenroosters;
76° ...;
87° deeltijds kunstonderwijs : het deeltijds kunstonderwijs;87° deeltijds kunstonderwijs : het deeltijds kunstonderwijs;
97°/1 doorlichting : elke vorm van kwaliteitstoezicht door de onderwijsinspectie die resulteert in een verslag en in een advies aan de Vlaamse Regering over de voorlopige erkenning of erkenning van de instelling of van afzonderlijke structuuronderdelen;97°/1 doorlichting : elke vorm van kwaliteitstoezicht door de onderwijsinspectie die resulteert in een verslag en in een advies aan de Vlaamse Regering over de voorlopige erkenning of erkenning van de instelling of van afzonderlijke structuuronderdelen;
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 36
1Iedere instelling komt binnen een periode van zes jaar minimum een keer aan bod om te worden doorgelicht.1Iedere instelling komt binnen een periode van zes jaar minimum een keer aan bod om te worden doorgelicht.
2De doorlichtingscyclus van zes jaar start op 1 september 2018. Met het oog op de organisatie van de doorlichtingen zal de verkorte doorlichtingscyclus in 2021 geëvalueerd worden. Het doel van de evaluatie is de haalbaarheid van de verkorte cyclus en het effect op de personeelsbezetting in relatie met de totaliteit van de opdrachten na te gaan. De gevolgen van de verkorte cyclus op de uitvoerbaarheid van de opdrachten door de inspecteurs zal deel uitmaken van deze evaluatie. Deze evaluatie wordt besproken in de bevoegde onderhandelingscomités voor de sector onderwijs bij de Vlaamse overheid.2De doorlichtingscyclus van zes jaar start op 1 september 2018. Met het oog op de organisatie van de doorlichtingen zal de verkorte doorlichtingscyclus in 2030 geëvalueerd worden. Het doel van de evaluatie is de haalbaarheid van de verkorte cyclus en het effect op de personeelsbezetting in relatie met de totaliteit van de opdrachten na te gaan. De gevolgen van de verkorte cyclus op de uitvoerbaarheid van de opdrachten door de inspecteurs zal deel uitmaken van deze evaluatie. Deze evaluatie wordt besproken in de bevoegde onderhandelingscomités voor de sector onderwijs bij de Vlaamse overheid.
+3 −2 decreet-2009-05-08/art. 38
21§ 2. ...21§ 2. ...
22§3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun en op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.22§3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun en op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.
23Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de minimumdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:23Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de onderwijsdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:
241° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;241° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;
252° het zorgbeleid, de leerlingenbegeleiding en de leersteun;252° het zorgbeleid, de leerlingenbegeleiding met inbegrip van het antipestbeleid en de leersteun;
263° het talenbeleid;263° het talenbeleid;
274° het beleid inzake de oriëntering van leerlingen;274° het beleid inzake de oriëntering van leerlingen;
342° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen.342° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen.
35In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren.35In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren.
36In afwijking van het eerste lid kan de onderwijsinspectie altijd een onaangekondigde doorlichting uitvoeren.
36De inspectie kan een doorlichting uitvoeren op grond van herhaaldelijk mindere prestaties op de Vlaamse toetsen of minder leerwinst.37De inspectie kan een doorlichting uitvoeren op grond van herhaaldelijk mindere prestaties op de Vlaamse toetsen of minder leerwinst.
37§ 5. Het toezicht op de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid van gebouwen en lokalen, vermeld in de reglementering, kan afzonderlijk van de doorlichting uitgevoerd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere procedure.38§ 5. Het toezicht op de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid van gebouwen en lokalen, vermeld in de reglementering, kan afzonderlijk van de doorlichting uitgevoerd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere procedure.
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 42
32° de manier waarop personeelsleden van de instelling, ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting.32° de manier waarop personeelsleden van de instelling, ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting.
4§ 2. Het bestuur en de personeelsleden van de instelling, de ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden als eersten geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting, vóór de verslagen openbaar worden, zoals bepaald door artikel 44 van dit decreet.4§ 2. Het bestuur en de personeelsleden van de instelling, de ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden als eersten geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting, vóór de verslagen openbaar worden, zoals bepaald door artikel 44 van dit decreet.
5§ 3. Bij het bepalen van de verdere procedureregels, vermeld in paragraaf 1, draagt de Vlaamse Regering er zorg voor dat de start van de doorlichting tijdig aangekondigd wordt door de onderwijsinspectie. In afwijking hiervan, kan de doorlichting of opvolgingsdoorlichting slechts zeven kalenderdagen op voorhand worden aangekondigd, indien de doorlichting beperkt is tot een controle van de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.5§ 3. Bij het bepalen van de verdere procedureregels, vermeld in paragraaf 1, draagt de Vlaamse Regering er zorg voor dat de start van de doorlichting tijdig aangekondigd wordt door de onderwijsinspectie. In afwijking hiervan kan de doorlichting ook onaangekondigd plaatsvinden.
+1 −0 decreet-2007-06-15/art. 2
1Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :1Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
21° afstandsonderwijs : onderwijs dat via media wordt verstrekt, waardoor de cursist niet aan een bepaald tijdstip of plaats van onderwijsverstrekking is gebonden;21° afstandsonderwijs : onderwijs dat via media wordt verstrekt, waardoor de cursist niet aan een bepaald tijdstip of plaats van onderwijsverstrekking is gebonden;
31° bis Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen: het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
32° basiscompetenties : doelen, afgeleid uit een referentiekader, met betrekking tot de kennis, vaardigheden en attitudes waarover een cursist beschikt om zich persoonlijk te ontwikkelen of maatschappelijk te functioneren of vervolgonderwijs aan te vatten of als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren. Voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs worden hiermee de competenties, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, bedoeld;42° basiscompetenties : doelen, afgeleid uit een referentiekader, met betrekking tot de kennis, vaardigheden en attitudes waarover een cursist beschikt om zich persoonlijk te ontwikkelen of maatschappelijk te functioneren of vervolgonderwijs aan te vatten of als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren. Voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs worden hiermee de competenties, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, bedoeld;
42° bis een beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan uitgeoefend worden als vermeld in artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;52° bis een beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan uitgeoefend worden als vermeld in artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;
+6 −3 decreet-2007-06-15/art. 14
1§1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikt elk centrumbestuur over de vrijheid om de leerplannen vast te stellen en kiest het vrij zijn agogische methodes.1§1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikt elk centrumbestuur over de vrijheid om de leerplannen vast te stellen en kiest het vrij zijn agogische methodes.
2§2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen.2§2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen.
3Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten.3Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten.
4Het leerplan bevat een concordantietabel met de overeenkomst tussen de eindtermen en de basiscompetenties vastgelegd bij decreet of besluit, en de leerplandoelen.
4§3. Met het oog op het waarborgen van het studie-peil keurt de Vlaamse Regering de leerplannen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7 of artikel 10, goed volgens de vooraf door haar bepaalde criteria.5§3. Om het studiepeil te waarborgen, ontwikkelt het centrumbestuur leerplannen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7 of 10, die beperkt zijn in omvang.
6Leerplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Voormeld agentschap toetst of de eindtermen en de basiscompetenties, zoals vermeld in artikel 24, volledig en correct zijn omgezet in het leerplan en dit plan geen elementen bevat die tegenstrijdig zijn met de vastgestelde eindtermen en basiscompetenties.
7De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen. Leerplannen zijn een aanvullend instrument voor de onderwijsinspectie om het kwaliteitsbeleid van een centrum te kaderen.
+2 −2 decreet-2007-06-15/art. 52
1Elk centrumbestuur ontwikkelt een kwaliteitszorgsysteem met betrekking tot :1Elk centrumbestuur voert een kwaliteitsbeleid met betrekking tot :
21° de organisatie van het onderwijsaanbod;21° de organisatie van het onderwijsaanbod;
32° de leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist;32° de leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist;
76° de uitvoering van de administratieve en organisatorische opdrachten en bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan de centra;76° de uitvoering van de administratieve en organisatorische opdrachten en bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan de centra;
87° de permanente vorming van het personeel.87° de permanente vorming van het personeel.
9De centra realiseren dit kwaliteitszorgsysteem door permanent en op eigen initiatief toe te zien op de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten.9De centra realiseren het kwaliteitsbeleid, vermeld in het eerste lid, door permanent en op eigen initiatief toe te zien op de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten.
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 53
1De bevoegde inspectie gaat tijdens de doorlichting van de centra na of ze de opdracht inzake kwaliteitszorg, vermeld in artikel 52, uitvoeren.1De bevoegde inspectie gaat tijdens de doorlichting van de centra na of ze de opdracht, vermeld in artikel 52, uitvoeren.
+2 −1 decreet-2007-06-15/art. 56
98° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen over eindtermen, specifieke eindtermen, basiscompetenties, opleidingsprofielen en leerplannen;98° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen over eindtermen, specifieke eindtermen, basiscompetenties, opleidingsprofielen en leerplannen;
109° ...109° ...
1110° zonder onderscheid elke cursist inschrijven voor de opleiding die hij wil volgen.1110° zonder onderscheid elke cursist inschrijven voor de opleiding die hij wil volgen;
1211° een kwaliteitsbeleid voeren conform artikel 52 van dit decreet, en als vermeld in artikel 4, §2, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, met het oog op het tegemoetkomen aan het referentiekader voor onderwijskwaliteit.
+0 −1 decreet-2007-06-15/art. 197ter opgeheven
1Tijdens de periode 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2008 kan het getuigschrift, vermeld in artikel 41, § 3, ook samen met het certificaat van de opleiding kantooradministratie en gegevensbeheer BSO 3 of het certificaat van de opleiding boekhouden-informatica TSO 3 van het studiegebied handel worden uitgereikt, in het geval het bestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor over een goedgekeurd leerplan beschikt.
+2 −1 decreet-2018-03-09/art. 3
43° academiereglement : een reglement dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de leerlingen en desgevallend de betrokken personen regelt;43° academiereglement : een reglement dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de leerlingen en desgevallend de betrokken personen regelt;
54° afstand : de afstand gemeten over de openbare weg;54° afstand : de afstand gemeten over de openbare weg;
64°/1 Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen: het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
65° Agentschap voor Onderwijsdiensten : het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Onderwijsdiensten;75° Agentschap voor Onderwijsdiensten : het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Onderwijsdiensten;
76° alternatieve leercontext : een vorm van opleiding complementair aan de leeractiviteiten van de academie. Dit is mogelijk in een reële arbeidscontext bij een werkgever, waarbij de leerling onder gelijkaardige omstandigheden als reguliere werknemers effectieve arbeid verricht, of in de context van een socio-culturele vereniging, waarbij de leerling deelneemt aan de werking van die vereniging, met de bedoeling bepaalde competenties te verwerven;86° alternatieve leercontext : een vorm van opleiding complementair aan de leeractiviteiten van de academie. Dit is mogelijk in een reële arbeidscontext bij een werkgever, waarbij de leerling onder gelijkaardige omstandigheden als reguliere werknemers effectieve arbeid verricht, of in de context van een socio-culturele vereniging, waarbij de leerling deelneemt aan de werking van die vereniging, met de bedoeling bepaalde competenties te verwerven;
1211° bewijs van competenties : een van rechtswege erkend studiebewijs dat de academie uitreikt aan een leerling die met goed gevolg een eerste, tweede of derde graad van een langlopende studierichting heeft beëindigd;1311° bewijs van competenties : een van rechtswege erkend studiebewijs dat de academie uitreikt aan een leerling die met goed gevolg een eerste, tweede of derde graad van een langlopende studierichting heeft beëindigd;
1312° bijdrage : een bedrag dat een schoolbestuur aan een leerling bij zijn inschrijving kan vragen bovenop het inschrijvingsgeld, vermeld in punt 30° ;1412° bijdrage : een bedrag dat een schoolbestuur aan een leerling bij zijn inschrijving kan vragen bovenop het inschrijvingsgeld, vermeld in punt 30° ;
1413° bijzondere vestigingsplaats: een gebouw of een gebouwencomplex waarin een orgel of beiaard tot het onroerend patrimonium behoort en waar uitsluitend orgel of beiaard gegeven worden of met moeilijk verplaatsbare slagwerkinstrumenten waar uitsluitend het vak slagwerk wordt gegeven die eigendom zijn van een socio-culturele vereniging, van een school voor secundair onderwijs of van een School of Arts en waar uitsluitend slagwerk gegeven wordt, of een gevangenis of een gesloten federaal centrum gelegen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of een vestigingsplaats die voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 118bis;1513° bijzondere vestigingsplaats: een gebouw of een gebouwencomplex waarin een orgel of beiaard tot het onroerend patrimonium behoort en waar uitsluitend orgel of beiaard gegeven worden of met moeilijk verplaatsbare slagwerkinstrumenten waar uitsluitend het vak slagwerk wordt gegeven die eigendom zijn van een socio-culturele vereniging, van een school voor secundair onderwijs of van een School of Arts en waar uitsluitend slagwerk gegeven wordt, of een gevangenis of een gesloten federaal centrum gelegen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
1514° capaciteit : het maximaal aantal leerlingen dat een schoolbestuur per opleiding vooropstelt om de onderwijskwaliteit te garanderen;1614° capaciteit : het maximaal aantal leerlingen dat een schoolbestuur per opleiding vooropstelt om de onderwijskwaliteit te garanderen;
1615° cluster : opsomming van opties of muziekinstrumenten waarvoor een schoolbestuur als geheel onderwijsbevoegdheid kan verwerven;1715° cluster : opsomming van opties of muziekinstrumenten waarvoor een schoolbestuur als geheel onderwijsbevoegdheid kan verwerven;
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 7
85° de vervangende specifieke eindtermen slaan op vaardigheden, specifieke kennis, inzichten en attitudes die de leerlingen toelaten vervolgonderwijs aan te vatten;85° de vervangende specifieke eindtermen slaan op vaardigheden, specifieke kennis, inzichten en attitudes die de leerlingen toelaten vervolgonderwijs aan te vatten;
96° de vervangende specifieke eindtermen of basiscompetenties zijn zo geformuleerd dat nagegaan kan worden in welke mate de leerlingen ze verwerven.96° de vervangende specifieke eindtermen of basiscompetenties zijn zo geformuleerd dat nagegaan kan worden in welke mate de leerlingen ze verwerven.
10De Vlaamse Regering vraagt voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid het advies van de onderwijsinspectie en van een commissie ad hoc van onafhankelijke deskundigen. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels van die procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt.10De Vlaamse Regering vraagt voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid het advies van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, en van een commissie ad hoc van onafhankelijke deskundigen. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels van die procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt.
11§ 3. De academie dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de specifieke eindtermen en basiscompetenties zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag.11§ 3. De academie dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de specifieke eindtermen en basiscompetenties zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag.
12Een besluit over een afwijkingsaanvraag in verband met specifieke eindtermen, wordt binnen een termijn van zes maanden bekrachtigd bij decreet. Als het besluit niet binnen de voormelde termijn decretaal bekrachtigd wordt, houdt het op rechtskracht te hebben.12Een besluit over een afwijkingsaanvraag in verband met specifieke eindtermen, wordt binnen een termijn van zes maanden bekrachtigd bij decreet. Als het besluit niet binnen de voormelde termijn decretaal bekrachtigd wordt, houdt het op rechtskracht te hebben.
+5 −2 decreet-2018-03-09/art. 8
1§1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering opgelegde of gelijkwaardig verklaarde basiscompetenties, beroepskwalificaties en specifieke eindtermen, beschikt elk schoolbestuur over een goedgekeurd leerplan en kiest het vrij zijn pedagogische methodes.1§1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering opgelegde of gelijkwaardig verklaarde basiscompetenties, beroepskwalificaties en specifieke eindtermen, beschikt elk schoolbestuur over een goedgekeurd leerplan en kiest het vrij zijn pedagogische methodes.
2De leerplannen bevatten desgewenst de doelen die het schoolbestuur uitdrukkelijk formuleert voor zijn leerlingen vanuit het eigen artistiek-pedagogisch project. In de leerplannen worden op een herkenbare wijze opgenomen :2De leerplannen bevatten desgewenst de doelen die het schoolbestuur uitdrukkelijk formuleert voor zijn leerlingen vanuit het eigen artistiek-pedagogisch project. In de leerplannen worden op een herkenbare wijze opgenomen :
31° de basiscompetenties;31° de basiscompetenties;
42° de beroepskwalificaties;42° de beroepskwalificaties;
53° de specifieke eindtermen.53° de specifieke eindtermen.
6§ 2. Om de kwaliteit van het deeltijds kunstonderwijs te waarborgen, keurt de Vlaamse Regering op basis van de criteria die de Vlaamse Regering bepaalt en op advies van de onderwijsinspectie de leerplannen goed. De Vlaamse Regering spreekt zich niet uit over de geformuleerde didactische werkvormen of pedagogische methodes.
6Het leerplan bevat een concordantietabel met de overeenkomst tussen de onderwijsdoelen vastgelegd bij decreet of besluit, en de leerplandoelen.
7§2. Om de kwaliteit van het deeltijds kunstonderwijs te waarborgen, ontwikkelt het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen die voldoende ruimte laten voor de inbreng van academies, leraren, lerarenteams of leerlingen.
8Leerplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Voormeld agentschap toetst of de basiscompetenties, de beroepskwalificaties en de specifieke eindtermen volledig en correct zijn omgezet in het leerplan en dit plan geen elementen bevat die tegenstrijdig zijn met de vastgestelde minimumdoelen.
9De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen. Leerplannen zijn een aanvullend instrument voor de onderwijsinspectie om het kwaliteitsbeleid van een academie te kaderen.
+3 −6 decreet-2018-03-09/art. 57
1§ 1. Een leerling kan na overleg met directeur en betrokken leerkrachten een vak waarin kennis, vaardigheden of attitudes geïntegreerd verworven worden, geheel of gedeeltelijk vervangen door leeractiviteiten in een alternatieve leer-context die relevant is voor het verwerven van de basiscompetenties, specifieke eindtermen of het behalen van de beroepskwalificatie, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan :1§ 1. Een leerling kan na overleg met directeur en betrokken leerkrachten een vak waarin kennis, vaardigheden of attitudes geïntegreerd verworven worden, geheel of gedeeltelijk vervangen door leeractiviteiten in een kwaliteitsvolle alternatieve leer-context die relevant is voor het verwerven van de basiscompetenties, specifieke eindtermen of het behalen van de beroepskwalificatie.
21° de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext biedt een kwaliteitsvolle leeromgeving aan;
32° de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext voorziet structurele inhoudelijke begeleiding van de leerling die het realiseren van de basiscompetenties, specifieke eindtermen of beroepskwalificatie mee garandeert;
43° de leeractiviteiten in de alternatieve leercontext vinden plaats in een gebouw dat voldoet aan de normen inzake bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.
5De academie beschikt over een toetsingsinstrument dat door de onderwijsinspectie is gevalideerd om de kwaliteit van de leeromgeving te beoordelen.
6De academie verzekert de opvolging van het leerproces en ontwikkelt daarvoor met toepassing van de reglementering inzake overleg en onderhandeling een afsprakenkader met alle betrokkenen.
2De Vlaamse Regering legt criteria op om de kwaliteit van de alternatieve leercontext, vermeld in het eerste lid, te waarborgen.
3De academie verzekert in samenspraak met alle betrokkenen de opvolging van het leerproces. Dit gebeurt met toepassing van de reglementering over overleg en onderhandeling zoals bepaald in het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 houdende oprichting en samenstelling van de lokale comités voor de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs.
7De academie evalueert de leerling en neemt daarvoor de nodige maatregelen.4De academie evalueert de leerling en neemt daarvoor de nodige maatregelen.
8Opleidings- en vormingsactiviteiten van andere private of publieke opleidingsverstrekkers komen niet in aanmerking.5Opleidings- en vormingsactiviteiten van andere private of publieke opleidingsverstrekkers komen niet in aanmerking.
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 58
1311° informatie over extramurosactiviteiten;1311° informatie over extramurosactiviteiten;
1412° de vermelding dat bij verandering van academie leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe academie tenzij daar door de leerling of de betrokken personen expliciet verzet tegen wordt gepleegd nadat ze op hun verzoek die gegevens hebben ingezien;1412° de vermelding dat bij verandering van academie leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe academie tenzij daar door de leerling of de betrokken personen expliciet verzet tegen wordt gepleegd nadat ze op hun verzoek die gegevens hebben ingezien;
1513° het toetsingsinstrument als vermeld in artikel 57 met betrekking tot de relevante alternatieve leercontext;1513° de procedure van de kwaliteitstoets met betrekking tot de relevante alternatieve leercontext;
1614° de uiterste datum waarop de leerling het inschrijvingsgeld betaalt conform artikel 90 en in voorkomend geval de mogelijkheden tot gespreide betaling, de uitschrijvingsregeling en de terugbetaling van het inschrijvingsgeld bij uitschrijving conform artikel 90 van dit decreet.1614° de uiterste datum waarop de leerling het inschrijvingsgeld betaalt conform artikel 90 en in voorkomend geval de mogelijkheden tot gespreide betaling, de uitschrijvingsregeling en de terugbetaling van het inschrijvingsgeld bij uitschrijving conform artikel 90 van dit decreet.
17Als na de toelichting, vermeld in het tweede lid, 10°, blijkt dat de leerling of de betrokken personen een kopie van de leerlingengegevens willen, hebben ze kopierecht.17Als na de toelichting, vermeld in het tweede lid, 10°, blijkt dat de leerling of de betrokken personen een kopie van de leerlingengegevens willen, hebben ze kopierecht.
+2 −1 decreet-2018-03-09/art. 100
109° ze leeft de reglementering betreffende de onderwijsdoelen en leerplannen na;109° ze leeft de reglementering betreffende de onderwijsdoelen en leerplannen na;
1110° ze eerbiedigt in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de Rechten van de Mens en van het Kind in het bijzonder;1110° ze eerbiedigt in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de Rechten van de Mens en van het Kind in het bijzonder;
1211° ze voert een doeltreffend beleid om het rookverbod, vermeld in artikel 4 van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, kenbaar te maken en te handhaven, en dat controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid, vermeld in het academie- of arbeidsreglement.1211° ze voert een doeltreffend beleid om het rookverbod, vermeld in artikel 4 van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, kenbaar te maken en te handhaven, en dat controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid, vermeld in het academie- of arbeidsreglement;
1312° ze voert een kwaliteitsbeleid als vermeld in artikel 4, §2, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, met het oog op het tegemoetkomen aan het referentiekader voor onderwijskwaliteit.
+2 −5 decreet-2018-03-09/art. 118bis
1De Vlaamse Regering kan een schoolbestuur toestaan een bijzondere vestigingsplaats zoals bedoeld in artikel 3, 13°, in gebruik te nemen, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
21° het schoolbestuur toont aan dat de infrastructuur van de vestigingsplaats, haar specifieke toerusting of de aard van de leerlingenpopulatie die er verblijft, verantwoordt dat de rationalisatie- en programmatienormen niet op de vestigingsplaats van toepassing zijn;
32° er is een protocol van de onderhandelingen in het bevoegde lokale comité over het in gebruik nemen van de vestigingsplaats .1De Vlaamse Regering kan een schoolbestuur toestaan een bijzondere vestigingsplaats in gebruik te nemen, op voorwaarde dat er een protocol van de onderhandelingen in het bevoegde lokale comité over het in gebruik nemen van de vestigingsplaats is.
4Een aanvraag kan op elk moment in het schooljaar worden ingediend.
5De Vlaamse Regering kan verdere modaliteiten vastleggen voor de manier waarop de aanvragen moeten worden ingediend en de wijze waarop ze worden beoordeeld.
2De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor de melding van de ingebruikname van een bijzondere vestigingsplaats aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten.
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 130
72° de mate waarin de academie beschikt over een aangepaste infrastructuur en leermiddelen;72° de mate waarin de academie beschikt over een aangepaste infrastructuur en leermiddelen;
83° de unieke opties en muziekinstrumenten en de rationele spreiding ervan.83° de unieke opties en muziekinstrumenten en de rationele spreiding ervan.
9De Vlaamse Regering vraagt, voordat ze een beslissing als vermeld in het derde lid neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad en de Onderwijsinspectie.9De Vlaamse Regering vraagt, voordat ze een beslissing als vermeld in het derde lid neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad.
10§ 3. Een academie die gedurende drie opeenvolgende schooljaren geen enkele optie uit de clusters van opties, geen enkel muziekinstrument uit de clusters van muziekinstrumenten georganiseerd heeft, een optie of een muziekinstrument niet georganiseerd heeft, verliest vanaf het daaropvolgende schooljaar de onderwijsbevoegdheid voor die cluster van opties, cluster van muziekinstrumenten, optie of dat muziekinstrument.10§ 3. Een academie die gedurende drie opeenvolgende schooljaren geen enkele optie uit de clusters van opties, geen enkel muziekinstrument uit de clusters van muziekinstrumenten georganiseerd heeft, een optie of een muziekinstrument niet georganiseerd heeft, verliest vanaf het daaropvolgende schooljaar de onderwijsbevoegdheid voor die cluster van opties, cluster van muziekinstrumenten, optie of dat muziekinstrument.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd