Decreet tot wijziging van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012 en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
119 artikels gewijzigd
| 1 | § 1. Als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen gemeenteraadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste veertien dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de gemeenteraad vindt plaats op een van de eerste vijf werkdagen van januari. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de eerste werkdag van januari in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad de nieuw verkozen gemeenteraadsleden daarvan op de hoogte. | 1 | § 1. Als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen gemeenteraadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de gemeenteraad vindt plaats op een van de eerste vijf werkdagen van december. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de vijfde werkdag van december in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde de nieuw verkozen gemeenteraadsleden daarvan op de hoogte. |
| 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder werkdag: elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen. | 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder werkdag: elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen. |
| 3 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is , maar ten vroegste op een van de eerste vijf werkdagen van januari. | 3 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, maar op zijn vroegst op een van de eerste vijf werkdagen van december. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering. |
| 4 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is . | 4 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is met toepassing van artikel 203, derde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 of met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolle- ges. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering. |
| 5 | Als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid, worden ze volgens hun rangorde bijeengeroepen door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen. | 5 | Als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid, worden ze volgens hun rangorde bijeengeroepen door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen. |
| 6 | Als de gemeenteraad ten gevolge van een wijziging van de zetelverdeling niet van rechtswege geïnstalleerd kan worden overeenkomstig het eerste lid, worden de nieuw verkozen raadsleden bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid nadat de zetelverdeling definitief is. | 6 | Als de gemeenteraad ten gevolge van een wijziging van de zetelverdeling niet van rechtswege geïnstalleerd kan worden overeenkomstig het eerste lid, worden de nieuw verkozen raadsleden bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid nadat de zetelverdeling definitief is. |
| 7 | §1/1. Tot uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering kan er een verbeterende akte van voordracht of opvolging worden ingediend als door een uitspraak van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State de verkiezingsuitslag definitief is gewijzigd. In dat geval is de sanctie, vermeld in artikel 7, §2, niet van toepassing. | ||
| 8 | Onder een wijziging van de verkiezingsuitslag door een uitspraak van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State vallen volgende situaties: | ||
| 9 | 1° een wijziging in de zetelverdeling tussen de lijsten; | ||
| 10 | 2° een wijziging in de rangorde van de gekozen raadsleden of de opvolgers. | ||
| 11 | Als de verbeterende akte van voordracht of opvolging ontvankelijk is, is de eerdere akte van voordracht of opvolging voor hetzelfde mandaat zonder voorwerp. | ||
| 7 | § 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van hun rang. | 12 | § 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van hun rang. |
| 8 | § 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". | 13 | § 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". |
| 9 | De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van de burgemeester. Als de uittredende burgemeester de installatievergadering voorzit en herkozen is als gemeenteraadslid, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. Als iemand anders de eed heeft afgelegd als burgemeester, legt de uittredende burgemeester de eed af in handen van de nieuw benoemde burgemeester. | 14 | De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van de burgemeester. Als de uittredende burgemeester de installatievergadering voorzit en herkozen is als gemeenteraadslid, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. Als iemand anders de eed heeft afgelegd als burgemeester, legt de uittredende burgemeester de eed af in handen van de nieuw benoemde burgemeester. |
| 15 | Een raadslid dat zich in een situatie van verhindering bevindt als vermeld in artikel 12, 5°, kan worden verkozen als schepen of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst of aangeduid worden als aangewezen-burgemeester. In voorkomend geval en in afwijking van artikel 12, 5°, kan dat raadslid vervolgens de eed afleggen van het betreffende mandaat. | ||
| 10 | § 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering en die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. | 16 | § 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering en die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. |
| 11 | § 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering en die, nadat ze daarvoor uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. | 17 | § 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering en die, nadat ze daarvoor uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. |
| 1 | §1. Op de installatievergadering verkiest de gemeenteraad op basis van een akte van voordracht van kandidaat-voorzitter die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid, een voorzitter onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 2 | Een ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 4 | 3° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 1 | § 1. Op de installatievergadering verkiest de gemeenteraad onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit een voorzitter. De voorzitter wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ook ondertekend zijn door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. | 5 | 4° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; |
| 6 | 5° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 2 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig paragraaf 5. | 7 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 5. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaande beschouwd. |
| 3 | De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 4 | § 2. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Alle handtekeningen die in strijd met dat voorschrift zijn geplaatst, zijn ongeldig in alle akten van voordracht. | ||
| 8 | §2. Niemand kan meer dan één akte van voordracht, gedaan op het model, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, ondertekenen. | ||
| 9 | Alle handtekeningen die in strijd met het verbod, vermeld in het eerste lid, zijn geplaatst, zijn ongeldig. Deze handtekeningen worden niet in aanmerking genomen om de vereisten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3° en 4°, te bereiken. | ||
| 5 | Een verkozene die meer dan één akte van voordracht ondertekent, kan voor de duur van de zittingsperiode van de gemeenteraad niet worden benoemd of verkozen als burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van een gemeenteraadscommissie, voorzitter of lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, noch een dergelijk mandaat waarnemen. Hij kan de gemeente ook niet vertegenwoordigen of kan namens de gemeente geen mandaat bekleden of waarnemen in gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen of andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Hij kan evenmin het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vertegenwoordigen of namens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een mandaat bekleden of waarnemen in een vereniging of vennootschap als vermeld in deel 3, titel 4, of in andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Als de betrokkene al een dergelijk mandaat bekleedt of waarneemt, vervalt dat van rechtswege. | 10 | Een verkozene die het verbod, vermeld in het eerste lid, overtreedt, kan voor de duur van de zittingsperiode van de gemeenteraad niet worden benoemd of verkozen als burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van een gemeenteraadscommissie, voorzitter of lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, noch een dergelijk mandaat waarnemen. Een verkozene die het verbod, vermeld in het eerste lid, overtreedt, kan de gemeente ook niet vertegenwoordigen of kan namens de gemeente geen mandaat bekleden of waarnemen in gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen of andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Een verkozene die het verbod, vermeld in het eerste lid, overtreedt, kan evenmin het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vertegenwoordigen of namens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een mandaat bekleden of waarnemen in een vereniging of vennootschap als vermeld in deel 3, titel 4, of in andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Als de betrokkene al een dergelijk mandaat bekleedt of waarneemt, vervalt dat van rechtswege |
| 6 | §3. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering. | 11 | §3. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering. |
| 7 | De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter verkozen verklaard. | 12 | De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter verkozen verklaard. |
| 8 | §4. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, verkiest de gemeenteraad binnen veertien dagen een voorzitter . | 13 | §4. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, verkiest de gemeenteraad binnen veertien dagen een voorzitter onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit. |
| 14 | De gemeenteraadsleden kunnen voor de verkiezing van een voorzitter, vermeld in het eerste lid, een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het derde lid, bezorgen aan de algemeen directeur. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 15 | Een ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 16 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 17 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het | ||
| 18 | tweede lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 19 | 3° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 9 | De gemeenteraadsleden kunnen voor de verkiezing van een voorzitter, vermeld in het eerste lid, uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht bezorgen aan de algemeen directeur . | 20 | 4° ze is uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad na de installatievergadering aan de algemeen directeur bezorgd. |
| 10 | Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht, vermeld in het tweede lid, ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Elk gemeenteraadslid kan niet meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig paragraaf 2. De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. | 21 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat van de voorzitter eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 5. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 11 | Als het mandaat van de voorzitter eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als opvolger van de voorzitter zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig paragraaf 5. | ||
| 22 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht, gedaan op de modelakte, vermeld in het derde lid, 2°, ondertekenen. | ||
| 23 | Alle handtekeningen die in strijd met het verbod, vermeld in het vijfde lid, zijn geplaatst, zijn ongeldig. Deze handtekeningen worden niet in aanmerking genomen om de vereisten, vermeld in het derde lid, 3°, te bereiken. Overtredingen van het voormelde verbod worden bestraft conform paragraaf 2, derde lid. | ||
| 24 | De voorzitter van de vergadering gaat na of de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter ontvankelijk is conform het derde tot en met het zesde lid. | ||
| 12 | De verkiezing, vermeld in het eerste lid, gebeurt bij geheime stemming. | 25 | De verkiezing, vermeld in het eerste lid, vindt plaats bij geheime stemming. |
| 13 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van de gemeenteraad. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen behaalden. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald. | 26 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van de gemeenteraad. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald. |
| 14 | §5. In al de volgende gevallen wordt een nieuwe voorzitter verkozen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4, met dien verstande dat "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering, vermeld in paragraaf 5", "de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, vermeld in paragraaf 5", "verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "gemeenteraadsleden", "verkozene die" wordt gelezen als "gemeenteraadslid dat" en "Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd" wordt gelezen als "Na opening van de vergadering": | 27 | §5. In al de volgende gevallen wordt een nieuwe voorzitter verkozen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4, met dien verstande dat "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering, vermeld in paragraaf 5", "de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, vermeld in paragraaf 5", “drie dagen”, vermeld in paragraaf 1, wordt gelezen als “acht dagen”,"verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "gemeenteraadsleden", "verkozene die" wordt gelezen als "gemeenteraadslid dat" en "Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd" wordt gelezen als "Na opening van de vergadering": |
| 15 | 1° als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt; | 28 | 1° als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt; |
| 16 | 2° als de voorzitter van zijn mandaat van gemeenteraadslid vervallen wordt verklaard; | 29 | 2° als de voorzitter van zijn mandaat van gemeenteraadslid vervallen wordt verklaard; |
| 17 | 3° als de voorzitter als verhinderd wordt beschouwd, ontslag genomen heeft of overleden is. | 30 | 3° als de voorzitter als verhinderd wordt beschouwd, als hij afgezet of geschorst is, of als hij ontslag genomen heeft of overleden is. |
| 18 | Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het derde lid. | 31 | Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het derde lid. |
| 19 | Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wordt hij met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als volgt vervangen: | 32 | Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wordt hij met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als volgt vervangen: |
| 20 | 1° als de voorzitter zijn bevoegdheid schriftelijk heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid, neemt dat gemeenteraadslid het voorzitterschap waar; | 33 | 1° als de voorzitter zijn bevoegdheid schriftelijk heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid, neemt dat gemeenteraadslid het voorzitterschap waar; |
| 21 | 2° als de voorzitter zijn bevoegdheid niet heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid overeenkomstig punt 1°, neemt het gemeenteraadslid met de hoogste rang het voorzitterschap waar. Als dat raadslid de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander gemeenteraadslid in volgorde van rang. | 34 | 2° als de voorzitter zijn bevoegdheid niet heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid overeenkomstig punt 1°, neemt het gemeenteraadslid met de hoogste rang het voorzitterschap waar. Als dat raadslid de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander gemeenteraadslid in volgorde van rang. |
| 22 | De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwdof tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderdof tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering , en van de beëindiging van de periode van verhindering . Als het niet gaat om een door het decreet opgelegde verhindering, richt de voorzitter zijn verzoek tot vervanging wegens verhindering aan de gemeenteraad. | 35 | De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering of schorsing, en van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. Als het niet gaat om een door het decreet opgelegde verhindering, richt de voorzitter zijn verzoek tot vervanging wegens verhindering aan de gemeenteraad. |
| 23 | § 6. De verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn houden van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad in. | 36 | § 6. De verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn houden van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad in. |
| 6 | 5° de leden van een districtsraad; | 6 | 5° de leden van een districtsraad; |
| 7 | 6° de personen die in een lokale decentrale overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad, schepen of burgemeester; | 7 | 6° de personen die in een lokale decentrale overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad, schepen of burgemeester; |
| 8 | 7° de bloedverwanten tot en met de tweede graad, de aanverwanten in de eerste graad of de echtgenoten in de gemeenteraad van dezelfde gemeente. | 8 | 7° de bloedverwanten tot en met de tweede graad, de aanverwanten in de eerste graad of de echtgenoten in de gemeenteraad van dezelfde gemeente; |
| 9 | 8° de directeur van een woonmaatschappij tot wiens werkgebied de gemeente behoort; | ||
| 10 | 9° de leidend ambtenaar van een intergemeentelijk samenwerkingsverband waaraan de gemeente deelneemt. | ||
| 9 | Als bloed- of aanverwanten in een graad als vermeld in het eerste lid, 7°, of twee echtgenoten worden verkozen bij dezelfde verkiezing, wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de zetels die kandidaten hebben verkregen aan hun lijst zijn toegekend. | 11 | Als bloed- of aanverwanten in een graad als vermeld in het eerste lid, 7°, of twee echtgenoten worden verkozen bij dezelfde verkiezing, wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de zetels die kandidaten hebben verkregen aan hun lijst zijn toegekend. |
| 10 | Als twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten worden verkozen, de ene tot raadslid, de andere tot opvolger, geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen voor de verkiezing van zijn bloed- of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald volgens de tijdsorde van de vacatures. | 12 | Als twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten worden verkozen, de ene tot raadslid, de andere tot opvolger, geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen voor de verkiezing van zijn bloed- of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald volgens de tijdsorde van de vacatures. |
| 1 | §1. Behalve de schepenen die benoemd zijn overeenkomstig artikel 42, §1, derde lid, en §3, tweede en derde lid, verkiest de gemeenteraad de schepenen onder de gemeenteraadsleden op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet die gezamenlijke akte van voordracht voor elk van de kandidaat-schepenen ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaten. Als de lijst waarop een kandidaat-schepen voorkomt, maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één gezamenlijke akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dit verbod wordt gesanctioneerd overeenkomstig artikel 7, § 2. | 1 | §1. Behalve de schepenen die benoemd zijn conform artikel 42, §1, derde lid, en §3, tweede en derde lid, verkiest de gemeenteraad de schepenen onder de gemeenteraadsleden op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen wordt ingediend bij de algemeen directeur. |
| 2 | Een ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van de kandi- daatschepenen voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 4 | 2° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 5 | 3° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaten zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 6 | 4° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 2 | De gezamenlijke akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht werd vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 49. | 7 | De gezamenlijke akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de gezamenlijke akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de gezamenlijke akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de gezamenlijke akte van voordracht, of als de persoon die in de gezamenlijke akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 49. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaande beschouwd. |
| 8 | De gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen wordt ondertekend met naleving van het initiatiefrecht, vermeld in artikel 5, §3. De overtreding van het voormelde gebod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 9 | Niemand kan meer dan één gezamenlijke akte van voordracht ondertekenen. De overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 3 | Die akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte aan de burgemeester. | 10 | De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de gezamenlijke akte van voordracht aan de burgemeester. |
| 4 | §2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de gemeenteraad. | 11 | §2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de gemeenteraad. |
| 5 | De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de gezamenlijke akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de voordracht ontvankelijk is, worden de voorgedragen kandidaat-schepenen verkozen verklaard en is het aantal schepenen vastgelegd tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad. | 12 | De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de gezamenlijke akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de voordracht ontvankelijk is, worden de voorgedragen kandidaat-schepenen verkozen verklaard en is het aantal schepenen vastgelegd tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad. |
| 6 | §3. Als er geen ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, beslist de gemeenteraad op de installatievergadering over het aantal te verkiezen schepenen en wordt binnen veertien dagen overgegaan tot afzonderlijke verkiezing van de schepenen onder de gemeenteraadsleden. De gemeenteraadsleden kunnen daarvoor kandidaat-schepenen voordragen . | 13 | §3. Als er geen ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, beslist de gemeenteraad op de installatievergadering over het aantal te verkiezen schepenen en wordt binnen veertien dagen overgegaan tot afzonderlijke verkiezing van de schepenen onder de gemeenteraadsleden. De gemeenteraadsleden kunnen voor de voormelde verkiezing kandidaat-schepenen voordragen via een individuele akte van voordracht die voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de individuele akte van voordracht vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de individuele akte van voordracht wordt ingediend bij de algemeen directeur. |
| 14 | Een ontvankelijke individuele akte van voordracht voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 15 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 16 | 2° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 17 | 3° ze is uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad na de installatievergadering aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 7 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 49. | 18 | De individuele akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de individuele akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de individuele akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de individuele akte van voordracht, of als de persoon die in de individuele akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 49. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 8 | Per schepenmandaat wordt uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 9 | Om ontvankelijk te zijn, moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. Als de schriftelijk voorgedragen kandidaturen niet volstaan om het college volledig samen te stellen, kunnen kandidaten mondeling op de zitting worden voorgedragen. Voor een kandidaat die op de zitting wordt voorgedragen, moet tijdens de zitting en vóór de stemming blijken dat een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat, de voordracht van deze kandidaat steunt. Zo niet wordt de voordracht van deze kandidaat niet in aanmerking genomen. | 19 | Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. Als de schriftelijk voorgedragen kandidaten niet volstaan om het college volledig samen te stellen, kunnen onder de gemeenteraadsleden kandidaten mondeling op de zitting worden voorgedragen. Voor een kandidaat die op de zitting wordt voorgedragen, blijkt tijdens de zitting en vóór de stemming dat een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat, de voordracht van die kandidaat steunt. Als de voormelde steun niet wordt aangetoond, wordt de voordracht van deze kandidaat niet in aanmerking genomen. |
| 20 | De voorzitter van de vergadering gaat na of de individuele akte van voordracht of, in voorkomend geval, de kandidaat die met toepassing van het vierde lid mondeling wordt voorgedragen, aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet. | ||
| 10 | De verkiezing gebeurt bij geheime stemming, door evenveel afzonderlijke stemmingen als er schepenen te kiezen zijn. | 21 | De verkiezing vindt plaats bij geheime stemming door evenveel afzonderlijke stemmingen als er schepenen te kiezen zijn. |
| 11 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante schepenmandaat, vindt een tweede stemronde plaats. Daarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot schepen. | 22 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante schepenmandaat, vindt een tweede stemronde plaats. In de voormelde tweede stemronde wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stem- ronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot schepen. |
| 12 | Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaaldverkozen. | 23 | Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van de lijst die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald, verkozen. |
| 13 | §4. De rang van de schepenen wordt bepaald door de rangorde op de gezamenlijke akte van voordracht. In geval van afzonderlijke verkiezing van de schepenen wordt de rang van de schepenen bepaald door de volgorde van de stemmingen. De schepenen die op grond van paragraaf 1, tweede lid, paragraaf 3, tweede lid, of op grond van artikel 42, § 3, tweede en derde lid, een schepen opvolgen, nemen de rang in de volgorde van hun verkiezing of benoeming in. De gemeenteraad kan in elk geval de rangorde van de schepenen wijzigen. De schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, is altijd de laatste schepen in rang, tenzij de gemeenteraad de rangorde van die schepen wijzigt. De burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan de schepenen. | 24 | §4. De rang van de schepenen wordt bepaald door de rangorde op de gezamenlijke akte van voordracht. In geval van afzonderlijke verkiezing van de schepenen wordt de rang van de schepenen bepaald door de volgorde van de stemmingen. De schepenen die op grond van paragraaf 1, derde lid, paragraaf 3, derde lid, of op grond van artikel 42, § 3, tweede en derde lid, een schepen opvolgen, nemen de rang in de volgorde van hun verkiezing of benoeming in. De gemeenteraad kan in elk geval de rangorde van de schepenen wijzigen. De schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, is altijd de laatste schepen in rang, tenzij de gemeenteraad de rangorde van die schepen wijzigt. De burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan de schepenen. |
| 1 | De schepenen worden, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 43, §1, tweede lid, en §3, tweede lid, artikel 46, 48 en 49, verkozen voor een periode van zes jaar. De uittredende schepenen blijven na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad in functie tot het nieuwe college van burgemeester en schepenen geïnstalleerd is. | 1 | De schepenen worden, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 43, §1, derde lid, en §3, derde lid, artikel 46, 48 en 49, verkozen voor een periode van zes jaar. De uittredende schepenen blijven na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad in functie tot het nieuwe college van burgemeester en schepenen geïnstalleerd is. |
| 2 | Artikel 9, 10 en 11, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het college van burgemeester en schepenen, met uitzondering van artikel 10, tweede en derde lid. | 2 | Artikel 9, 10 en 11, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het college van burgemeester en schepenen, met uitzondering van artikel 10, tweede en derde lid. |
| 1 | §1. In al de volgende gevallen kan de gemeenteraad met behoud van de toepassing van artikel 42, §3, eerste lid, beslissen om een opengevallen schepenmandaat niet in te vullen: | ||
| 2 | 1° een schepen aanvaardt zijn schepenmandaat niet; | ||
| 3 | 2° een schepen wordt van zijn mandaat vervallen verklaard; | ||
| 4 | 3° een schepen wordt als verhinderd beschouwd; | ||
| 5 | 4° een schepen wordt afgezet of is geschorst; | ||
| 6 | 5° een schepen heeft ontslag genomen of is overleden. | ||
| 7 | De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, bestaat niet als er in de akte van voordracht een opvolger is vermeld conform artikel 43 en de opvolger geïnstalleerd wordt. | ||
| 1 | § 1. Als een schepen zijn schepenmandaat niet aanvaardt, van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst is, ontslag heeft genomen of overleden is, kan de gemeenteraad met behoud van de toepassing van artikel 42, §3, eerste lid, beslissen om het opengevallen schepenmandaat niet in te vullen. Deze mogelijkheid bestaat niet als er in de akte van voordracht een opvolger is vermeld overeenkomstig artikel 43 en de opvolger geïnstalleerd wordt. Als de gemeenteraad beslist heeft om het mandaat niet in te vullen, kan het mandaat voor de rest van de zittingsperiode niet meer ingevuld worden. Als de gemeenteraad beslist heeft om het mandaat in te vullen, wordt tot een nieuwe verkiezing van een schepen overgegaan binnen twee maanden na het openvallen van het schepenmandaat . De schepen wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-schepen, ondertekend door meer dan de helft van de verkozen gemeenteraadsleden. Om ontvankelijk te zijn moet die akte van voordracht voor de kandidaat-schepenen ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop een kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van artikel 43 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2. De voorzitter van de gemeenteraad gaat de ontvankelijkheid na van de akte van voordracht op de vergadering van de gemeenteraad waarop de akte geagendeerd is. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-schepen verkozen verklaard. | 8 | Als de gemeenteraad beslist om het mandaat niet in te vullen, kan het mandaat voor de rest van de zittingsperiode niet meer ingevuld worden. Als de gemeenteraad het mandaat wenst in te vullen, wordt tot een nieuwe verkiezing van een schepen overgegaan binnen twee maanden nadat het schepenmandaat is opengevallen. De schepen wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-schepen die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het vierde lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van de kandidaat-schepen vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van de kandidaat-schepen wordt ingediend bij de algemeen directeur. |
| 9 | Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-schepen voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 10 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het derde lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 11 | 2° ze is ondertekend door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden; | ||
| 12 | 3° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 13 | 4° ze is uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad waarop de vervanging geagendeerd is, aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 2 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen vermeld worden die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Indien het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of indien de persoon die in de akte van voordracht werd vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig dit artikel. | 14 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen vermeld worden die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform dit artikel. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 15 | Met behoud van de toepassing van artikel 43 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 16 | De voorzitter van de gemeenteraad gaat op de vergadering van de gemeenteraad waarop de akte van voordracht van de kandidaat-schepen geagendeerd is, na of de akte van voordracht ontvankelijk is. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-schepen verkozen verklaard. | ||
| 3 | Als binnen twee maanden na het openvallen van een schepenmandaat en voor de bezorging van de akte van voordracht, genomen met toepassing van het eerste lid, een bijkomend schepenmandaat openvalt, waarvan de gemeenteraad beslist heeft het ook in te vullen, kan voor de vervanging van al die mandaten overgegaan worden tot een verkiezing overeenkomstig artikel 43, §1 en §2. De oorspronkelijke termijn van twee maanden voor het mandaat dat het eerst opengevallen is, blijft in dat geval van toepassing. Als evenwel toepassing wordt gemaakt van het eerste lid, blijft voor het tweede opengevallen mandaat de termijn, vermeld in het eerste lid, van toepassing. | 17 | Als binnen twee maanden na het openvallen van een schepenmandaat en voor de bezorging van de akte van voordracht, die is genomen met toepassing van het eerste tot en met het vierde lid, een bijkomend schepenmandaat openvalt, waarvan de gemeenteraad het mandaat ook wenst in te vullen, kan voor de vervanging van al die mandaten overgegaan worden tot een verkiezing conform artikel 43, §1 en §2, met dien verstande dat “drie dagen” wordt gelezen als “acht dagen”. De oorspronkelijke termijn van twee maanden voor het mandaat dat het eerst opengevallen is, blijft in dat geval van toepassing. Als evenwel toepassing wordt gemaakt van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, blijft voor het tweede opengevallen mandaat de termijn, vermeld in het derde lid, van toepassing. |
| 4 | In de gevallen, vermeld in het eerste en het derde lid, kan op de akte van voordracht worden bepaald, in afwijking van artikel 43, §4, dat een of meer nieuw verkozen schepenen de rang innemen van degenen die ze vervangen. | 18 | In de gevallen, vermeld in het eerste en het achtste lid, kan in afwijking van artikel 43, §4, op de akte van voordracht van de kandidaat-schepen worden bepaald dat een of meer nieuw verkozen schepenen de rang innemen van degenen die ze vervangen. |
| 5 | Als twee maanden na het openvallen van het schepenmandaat nog geen nieuwe schepen is benoemd overeenkomstig het eerste en het derde lid, kan de schepen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad verkozen worden overeenkomstig artikel 43, §3. | 19 | Als twee maanden na het openvallen van het schepenmandaat nog geen nieuwe schepen is benoemd conform het eerste en het achtste lid, kan de schepen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad verkozen worden conform artikel 43, §3. |
| 6 | Tot aan de nieuwe verkiezing kan het mandaat worden waargenomen overeenkomstig paragraaf 2. | 20 | Tot aan de nieuwe verkiezing kan het mandaat worden waargenomen conform paragraaf 2. |
| 7 | § 2. Als de schepen om een andere reden dan de redenen, vermeld in paragraaf 1, afwezig is, kan hij worden vervangen door het op dezelfde lijst verkozen gemeenteraadslid met de hoogste rang. Als er geen gemeenteraadslid is dat op dezelfde lijst verkozen is, kan de schepen vervangen worden door het gemeenteraadslid van een andere lijst met de hoogste rang. Als dat raadslid de schepen niet kan vervangen, kan het schepenmandaat waargenomen worden door een van de andere gemeenteraadsleden in volgorde van hun rang. | 21 | § 2. Als de schepen om een andere reden dan de redenen, vermeld in paragraaf 1, afwezig is, kan hij worden vervangen door het op dezelfde lijst verkozen gemeenteraadslid met de hoogste rang. Als er geen gemeenteraadslid is dat op dezelfde lijst verkozen is, kan de schepen vervangen worden door het gemeenteraadslid van een andere lijst met de hoogste rang. Als dat raadslid de schepen niet kan vervangen, kan het schepenmandaat waargenomen worden door een van de andere gemeenteraadsleden in volgorde van hun rang. |
| 8 | Het gemeenteraadslid dat overeenkomstig het eerste lid de schepen vervangt, vervangt die schepen van rechtswege ook in zijn mandaat van lid van het vast bureau. | 22 | Het gemeenteraadslid dat overeenkomstig het eerste lid de schepen vervangt, vervangt die schepen van rechtswege ook in zijn mandaat van lid van het vast bureau. |
| 1 | § 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester door de Vlaamse Regering benoemd uit de verkozenen voor de gemeenteraad. Die verkozenen kunnen daarvoor kandidaten voordragen waarvoor een gedagtekende akte van voordracht wordt voorgelegd aan de provinciegouverneur. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ondertekend zijn door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen, alsook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Een akte van voordracht die wordt voorgelegd na de installatievergadering van de gemeenteraad is alleen ontvankelijk als ze ondertekend is door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden, alsook door een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester verkozen zijn. | ||
| 1 | § 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de gemeenteraad behoort, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst conform artikel 36, § 2, van dit decreet, en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de gemeenteraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als twee verkozenen van de grootste coalitiefractie een gelijk hoogste aantal naamstemmen hebben behaald, is de kandidaat die het hoogst gerangschikt stond op de lijst, de aangewezen burgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende benoeming van de burgemeester. | ||
| 2 | In het geval van verkiezing zonder stemming, is de hoogst gerangschikte kandidaat op de lijst met het hoogste aantal zetels de aangewezen burgemeester. | ||
| 3 | Vanaf de installatie van de schepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, aangewezen-burgemeester, draagt het de titel van `aangewezen-burgemeester' en oefent het alle functies uit die aan de burgemeester worden toever- trouwd. De aangewezen-burgemeester wordt niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd verkozen. | ||
| 4 | Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de aangewezen-burgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de aangewezenburgemeester zelf de voorzitter van de gemeenteraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. De aangewezen-burgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht zowel het ambt van aangewezen-burgemeester als het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming tot burgemeester nadat de aangewezen-burgemeester de eed heeft afgelegd en zij daarvan in kennis is gesteld door de gemeenteraad. In geval van benoeming tot burgemeester, kan hij als schepen worden vervangen conform artikel 49, § 1. | ||
| 6 | Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de benoemde burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: “Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.” De benoemde burgemeester die de eed na twee oproepingen niet heeft afgelegd, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. | ||
| 7 | In geval van een algehele vernieuwing van de gemeenteraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de gemeenteraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de gemeenteraad. | ||
| 8 | In geval van weigering van eedaflegging van de aangewezen-burgemeester of van de burgemeester of van weigering tot benoeming in afwijking van het eerste lid wordt de procedure, vermeld in het derde tot en met het vijfde lid, hernomen met toepassing van de regeling, vermeld in paragraaf 2. | ||
| 9 | De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester en de weigering tot eedaflegging als aangewezen-burgemeester of als burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer kan worden benoemd als burgemeester. | ||
| 10 | § 2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van aangewezen-burgemeester of het burgemeestersmandaat niet aanvaardt, als hij definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, of in het geval dat de Vlaamse Regering beslist de benoeming tot burgemeester te weigeren, wordt het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van aangewezen-burgemeester of het mandaat van burgemeester op te nemen, wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. | ||
| 11 | De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte. | ||
| 12 | §3. In afwijking van paragraaf 2 en artikel 59 kan de Vlaamse Regering een burgemeester benoemen voor minder dan zes jaar in geval van een ontvankelijke akte van opvolging die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van opvolging vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van opvolging wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 13 | Een ontvankelijke akte van opvolging voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 14 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 15 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 16 | 3° ze vermeldt de einddatum van het mandaat van burgemeester. De opvolging kan op zijn vroegst in werking treden op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode; | ||
| 17 | 4° ze vermeldt de naam van de persoon die de burgemeester opvolgt. De voormelde persoon behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt opgevolgd; | ||
| 18 | 5° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 19 | 6° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 20 | 7° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 21 | Bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van de burgemeester, vermeld in de akte van opvolging, is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend. | ||
| 22 | Als het mandaat van burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2. | ||
| 23 | Als het mandaat van burgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de opvolgakte, het mandaat vervroegd op. | ||
| 24 | Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, geen gemeenteraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp. | ||
| 25 | Een nieuwe akte van opvolging kan alleen worden ingediend in de volgende gevallen: | ||
| 26 | 1° de akte van opvolging is onontvankelijk; | ||
| 27 | 2° het mandaat van de burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2; | ||
| 28 | 3° voor de einddatum van het mandaat van de burgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, geen gemeenteraadslid meer. | ||
| 29 | Het tweede lid, met uitzondering van punt 7°, is van toepassing op de nieuwe akte van opvolging, vermeld in het zevende lid. De voormelde nieuwe akte van opvolging wordt uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 30 | Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van burgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van burgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de burgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tiende lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de voormelde akte van voordracht vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de voormelde akte van voordracht wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 31 | Een akte van voordracht als vermeld in het negende lid, is ontvankelijk als ze voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 32 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 33 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het negende lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 34 | 3° ze vermeldt de naam van de kandidaat-burgemeester. De kandidaat-burgemeester behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt vervangen; | ||
| 35 | 4° ze is ondertekend door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden; | ||
| 36 | 5° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 37 | 6° ze is uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad waarop de vervanging van de burgemeester is geagendeerd, aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 2 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. | 38 | Niemand kan meer dan één akte van opvolging of één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. |
| 3 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-burgemeester vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of, als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de burgemeester zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende opvolger, vermeld in de akte, vervroegd. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 62. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan evenwel altijd om een nieuwe voordracht verzoeken. | ||
| 5 | § 2. Een voorgedragen kandidaat-burgemeester die niet is benoemd, kan tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer opnieuw worden voorgedragen, tenzij op basis van nieuwe feiten of nieuwe gegevens. | ||
| 6 | § 3. Met behoud van de toepassing van artikel 13, derde lid, van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester buiten de verkozenen voor de gemeenteraad worden benoemd uit de gemeenteraadskiezers die minstens vijfentwintig jaar oud zijn. | ||
| 7 | De burgemeester die buiten de raad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen en beschikt over een raadgevende stem in de gemeenteraad. | ||
| 39 | De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte van opvolging of de akte van voordracht aan de burgemeester. | ||
| 40 | Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur in voorkomend geval de akte van opvolging aan de voorzitter van de gemeenteraad. In voorkomend geval bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht, vermeld in het negende lid, aan de voorzitter van de gemeenteraad. | ||
| 41 | De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van opvolging of de akte van voordracht voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de akte van opvolging of de akte van voordracht, vermeld in het eerste en het negende lid, ontvankelijk is, bezorgt de voorzitter de akte aan de Vlaamse Regering. | ||
| 42 | De Vlaamse Regering beslist of de opvolger of kandidaat-burgemeester al dan niet benoemd wordt. |
| 1 | In de volgende gevallen wordt een nieuwe burgemeester benoemd overeenkomstig artikel 58 en 59, waarbij "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, volgend op de benoeming van de nieuwe burgemeester": | ||
| 1 | In de volgende gevallen wordt een nieuwe burgemeester aangeduid overeenkomstig artikel 58: | ||
| 2 | 1° als de kandidaat-burgemeester het burgemeestersmandaat niet aanvaardt; | 2 | 1° als de kandidaat-burgemeester het burgemeestersmandaat niet aanvaardt; |
| 3 | 2° als de burgemeester: | 3 | 2° als de burgemeester: |
| 5 | b) als verhinderd wordt beschouwd; | 5 | b) als verhinderd wordt beschouwd; |
| 6 | c) afgezet of geschorst wordt; | 6 | c) afgezet of geschorst wordt; |
| 7 | d) ontslag genomen heeft of overleden is. | 7 | d) ontslag genomen heeft of overleden is; |
| 8 | e) het voorwerp uitmaakt van een constructieve motie van wantrouwen die de gemeenteraad heeft aangenomen conform artikel 46, en hij als gevolg daarvan ontslagen wordt. | ||
| 8 | In de gevallen waarin de burgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de nieuwe benoeming het burgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid. | 9 | In de gevallen waarin de burgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de eedaflegging van de aangewezen-burgemeester tijdens de gemeenteraad het burgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid. |
| 9 | Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester die om andere redenen dan de redenen, vermeld in het tweede lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een van de schepenen in volgorde van hun rang, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen heeft opgedragen. | 10 | Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester die om andere redenen dan de redenen, vermeld in het tweede lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een van de schepenen in volgorde van hun rang, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen heeft opgedragen. |
| 10 | De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet kan waarnemen. Hij kan daartoe noch door de gemeenteraad, noch door de burgemeester worden aangewezen. | 11 | De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet kan waarnemen. Hij kan daartoe noch door de gemeenteraad, noch door de burgemeester worden aangewezen. |
| 1 | §1. Op de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad verkiest de raad voor maatschappelijk welzijnhetzij onder de voorzitter of de leden van het vast bureau, hetzij onder de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt verkozen op basis van een akte van voordracht, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn, moet de akte van voordracht ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. | 1 | §1. Op de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad verkiest de raad voor maatschappelijk welzijn, hetzij onder de voorzitter of de leden van het vast bureau, hetzij onder de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt verkozen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur. |
| 2 | Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 4 | 2° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 5 | 3° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 6 | 4° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 2 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. | 7 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. |
| 3 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat, vermeld worden. In voorkomend geval is de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. | 8 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat, vermeld worden. In voorkomend geval is de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 4 | Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 106. | 9 | Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 106. |
| 5 | De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 6 | §2. De algemeen directeur bezorgt de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn. | 10 | §2. De algemeen directeur bezorgt de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn. |
| 7 | De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die lid zijn van de raad voor maatschappelijk welzijn. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst verkozen verklaard. | 11 | De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die lid zijn van de raad voor maatschappelijk welzijn. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst verkozen verklaard. |
| 12 | §3. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, gaat de raad voor maatschappelijk welzijn binnen veertien dagen over tot de verkiezing van een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voor- dracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 8 | § 3. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, gaat de raad voor maatschappelijk welzijn binnen veertien dagen over tot de verkiezing van een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. | 13 | Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden: |
| 14 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 15 | 2° ze is ondertekend door de meerderheid van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voor- komt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 9 | De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen daarvoor uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn een gedagtekende akte van voordracht bezorgen aan de algemeen directeur . | 16 | 3° ze is uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn na de installatievergadering aan de algemeen directeur bezorgd. |
| 10 | Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn maar één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2. | ||
| 17 | Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn maar één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 11 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. | 18 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. |
| 12 | Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 106. | 19 | Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 106. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 20 | De voorzitter van de vergadering gaat na of de akte van voordracht aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet. | ||
| 13 | De verkiezing gebeurt bij geheime stemming. | 21 | De verkiezing vindt plaats bij geheime stemming. |
| 14 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen behaalden. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de verkiezingen de meeste stemmen heeft behaald, verkozen. | 22 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzit- ter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de verkiezingen de meeste stemmen heeft behaald, verkozen. |
| 15 | §4. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij zijn verkiezing geen voorzitter of lid van het vast bureau is, legt hij, voor hij zijn mandaat aanvaardt, de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Die eedaflegging geldt ook als eedaflegging voor zijn mandaat als schepen als vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt hij geacht zijn mandaat als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst niet te aanvaarden. Als de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn de eed niet kan afnemen of nalaat de eed af te nemen, wordt de eed afgenomen door zijn vervanger. | 23 | §4. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij zijn verkiezing geen voorzitter of lid van het vast bureau is, legt hij, voor hij zijn mandaat aanvaardt, de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Die eedaflegging geldt ook als eedaflegging voor zijn mandaat als schepen als vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt hij geacht zijn mandaat als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst niet te aanvaarden. Als de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn de eed niet kan afnemen of nalaat de eed af te nemen, wordt de eed afgenomen door zijn vervanger. |
| 1 | De leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst worden schriftelijk voorgedragen door de verkozenen voor de gemeenteraad op basis van akten van voordracht die voldoen aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 1 | De leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst worden schriftelijk voorgedragen door de verkozenen voor de gemeenteraad. | 2 | Een ontvankelijke akte van voordracht van leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden: |
| 2 | Uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad bezorgen de verkozenen de voordrachtsakten voor de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in het eerste lid, aan de algemeen directeur. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akten aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. | ||
| 3 | De voordrachtsakte voldoet aan de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel | ||
| 4 | van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 4 | 1° de voordrachtsakte vermeldt de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van de kandidaat-leden; | 5 | 2° ze vermeldt de voornaam of voornamen, de achternaam, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van de kandidaat-leden; |
| 5 | 2° de voordrachtsakte vermeldt de naam, de voornaam en het rijksregisternummer van de verkozenen op de lijsten die de voordracht doen; | ||
| 6 | 3° de voordrachtsakte is voor akkoord ondertekend door de kandidaat-leden; | ||
| 7 | 4° de voordrachtsakte is ondertekend door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen, of, als de voorgedragen kandidaat deelgenomen heeft aan de lokale verkiezingen, door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen. Het aantal handtekeningen wordt berekend na de schrapping van de ongeldige handtekeningen, vermeld in het zevende lid. Als een lijst of groep van lijsten maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | 6 | 3° ze is ondertekend door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen, of, als de voorgedragen kandidaat deelgenomen heeft aan de lokale verkiezingen, door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen. Het aantal handtekeningen wordt berekend na de schrapping van de ongeldige handtekeningen, vermeld in het zevende lid. Als een lijst of groep van lijsten maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; |
| 8 | 5° tenzij het gaat om een lijst of groep van lijsten waaraan maar een zetel in het bijzonder comité voor de sociale dienst is toegewezen, vermeldt de voordrachtsakte kandidaat-leden van verschillend geslacht; | 7 | 4° ze vermeldt kandidaat-leden van verschillend geslacht, tenzij het gaat om een lijst of groep van lijsten waaraan maar één zetel in het bijzonder comité voor de sociale dienst is toegewezen; |
| 9 | 6° de voordrachtsakte vermeldt niet meer kandidaat-leden dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen overeenkomstig artikel 91. | 8 | 5° ze vermeldt niet meer kandidaat-leden dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen conform artikel 91, of dan het aantal vacante mandaten met toepassing van artikel 95; |
| 9 | 6° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 10 | Als een lijst of groep van lijsten die maar twee verkozenen telt, twee akten van voordracht indient terwijl er maar één kandidaat-lid aan de lijst of de groep van lijsten is toegewezen, zijn beide akten onontvankelijk. | ||
| 10 | De voordrachtsakte kan de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van een of meer opvolgers van een kandidaat-lid vermelden. In voorkomend geval ondertekenen de kandidaat-opvolgers voor akkoord hun voordracht. Dezelfde persoon kan opvolger zijn van twee of meer kandidaat-leden die op dezelfde akte zijn voorgedragen. Dezelfde persoon kan ook kandidaat-lid en kandidaat-opvolger zijn. | 11 | De akte van voordracht kan de voornaam of voornamen, de achternaam, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van een of meer opvolgers van een kandidaat-lid vermelden. Dezelfde persoon kan opvolger zijn van twee of meer kandidaat-leden die op dezelfde akte van voordracht zijn voorgedragen. Dezelfde persoon kan ook kandidaat-lid en kandidaat-opvolger zijn. |
| 11 | De voordrachtsakte vermeldt in voorkomend geval voor elk kandidaat-lid de kandidaat-opvolgers in de volgorde waarin die zijn voorbestemd om het lid te vervangen. | 12 | De akte van voordracht vermeldt in voorkomend geval voor elk kandidaat-lid de kandidaat-opvolgers in de volgorde waarin die zijn voorbestemd om het lid te vervangen. |
| 12 | De voordrachtsakte kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-lid of van een kandidaat-opvolger vermelden. De opvolger moet ook voldoen aan de voorwaarden voor de ondertekening, vermeld in het derde lid. In voorkomend geval is het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de voordrachtsakte als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. | 13 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-lid of van een kandidaat-opvolger vermelden. De opvolger voldoet ook aan de voorwaarden voor de ondertekening, vermeld in het tweede lid. In voorkomend geval is het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 13 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. | 14 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. |
| 15 | De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akten van voordracht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. | ||
| 16 | De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de akten van voordracht voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid. |
| 1 | Als een lid, voordat zijn mandaat verstreken is, ophoudt deel uit te maken van het bijzonder comité voor de sociale dienst of verhinderd is en als hij, met behoud van de toepassing van artikel 94, geen opvolger of opvolgers meer heeft, kunnen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst of groep van lijsten die het betreffende lid heeft voorgedragen, samen een kandidaat-lid en een of meer kandidaat-opvolgers voordragen. | 1 | Als een lid, voordat zijn mandaat verstreken is, ophoudt deel uit te maken van het bijzonder comité voor de sociale dienst of verhinderd is en als hij, met behoud van de toepassing van artikel 94, geen opvolger of opvolgers meer heeft, kunnen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst of groep van lijsten die het betreffende lid heeft voorgedragen, samen een kandidaat-lid en een of meer kandidaat-opvolgers voordragen. |
| 2 | Artikel 92, derde tot en met zevende lid, is van toepassing op die voordrachtsakte, met dien verstande dat "verkozenen" wordt gelezen als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn" . | 2 | Artikel 92, tweede tot en met zevende lid, is van toepassing op die voordrachtsakte, met dien verstande dat "verkozenen" wordt gelezen als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn" en “drie dagen voor de installatievergadering” wordt gelezen als “acht dagen voor de vergadering vermeld in artikel 95, derde lid”. |
| 3 | Die voordrachtsakte wordt uiterlijk acht dagen vóór de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn waarop de geloofsbrieven van het nieuwe lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de opvolger of opvolgers zullen worden onderzocht, aan de algemeen directeur bezorgd, die een afschrift van de akte aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgt. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de voordrachtsakte ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 92, derde tot en met zevende lid. In voorkomend geval wordt de kandidaat verkozen verklaard en worden de kandidaat-opvolgers aangesteld in de volgorde van hun voordracht. Een opvolger die op grond van zijn geslacht het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat ontslag genomen heeft, niet kon opvolgen, wordt geacht opvolger te zijn van het nieuw verkozen lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en neemt een rang in vóór de opvolgers, vermeld op de voordrachtsakte. | 3 | Die voordrachtsakte wordt uiterlijk acht dagen vóór de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn waarop de geloofsbrieven van het nieuwe lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de opvolger of opvolgers zullen worden onderzocht, aan de algemeen directeur bezorgd, die een afschrift van de akte aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgt. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de voordrachtsakte ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 92, tweede tot en met zevende lid. In voorkomend geval wordt de kandidaat verkozen verklaard en worden de kandidaat-opvolgers aangesteld in de volgorde van hun voordracht. Een opvolger die op grond van zijn geslacht het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat ontslag genomen heeft, niet kon opvolgen, wordt geacht opvolger te zijn van het nieuw verkozen lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en neemt een rang in vóór de opvolgers, vermeld op de voordrachtsakte. |
| 4 | Als een lijst of groep van lijsten geen ontvankelijke voordrachtsakte heeft ingediend voor de zetels die conform artikel 91 aan de lijst of groep van lijsten zijn toegewezen, kan die lijst een nieuwe akte van voordracht voor een kandidaat-lid of kandidaat-leden indienen, conform het eerste tot en met derde lid, voor de mandaten die nog niet zijn vervuld. | ||
| 4 | Als de vervanging, vermeld in het eerste lid, niet kan doorgaan of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, wordt met behoud van de toepassing van artikel 92, derde tot en met zevende lid, in de vervanging voorzien bij een geheime stemming in een stemronde waarbij elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn over een stem beschikt en waarbij de kandidaat die de meeste stemmen behaalt, als verkozen wordt verklaard. Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat verkozen. | 5 | Als de vervanging, vermeld in het eerste lid, niet kan doorgaan of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, gebeurt, met behoud van de toepassing van artikel 94, eerste lid, de vervanging bij een geheime stemming in een stemronde waarbij elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn over een stem beschikt en waarbij de kandidaat die de meeste stemmen behaalt, als verkozen wordt verklaard. Elke lijst of groep van lijsten kan daarvoor een akte van voordracht indienen conform artikel 92, tweede tot en met zevende lid, met dien verstande dat “drie dagen voor de installatievergadering” wordt gelezen als “acht dagen voor de vergadering als vermeld in artikel 95, vijfde lid” . Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat verkozen. |
| 1 | § 1. Als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt, als zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als hij als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, overleden is of ontslag genomen heeft, wordt op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn een nieuwe voorzitter verkozen, overeenkomstig artikel 90, met dien verstande dat "de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn", "verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn", "personen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn". Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap, behalve in geval van ontslag dat niet het gevolg is van een onverenigbaarheid, waargenomen overeenkomstig het tweede lid. | 1 | § 1. Als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt, als zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als hij als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, overleden is of ontslag genomen heeft, wordt op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn een nieuwe voorzitter verkozen, overeenkomstig artikel 90, met dien verstande dat "de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn", “drie dagen” vermeld in paragraaf 1 wordt gelezen als “acht dagen”, "verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn", "personen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn". Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap, behalve in geval van ontslag dat niet het gevolg is van een onverenigbaarheid, waargenomen overeenkomstig het tweede lid. |
| 2 | Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wijst hij de voorzitter of een lid van het vast bureau aan als zijn vervanger. Als hij geen vervanger heeft aangewezen of als de vervanger zelf tijdelijk afwezig is, dan wordt hij vervangen door de voorzitter of het lid van het vast bureau met de hoogste rang. Als de voorzitter of dat lid van het vast bureau de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander lid van het vast bureau, in volgorde van rang. | 2 | Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wijst hij de voorzitter of een lid van het vast bureau aan als zijn vervanger. Als hij geen vervanger heeft aangewezen of als de vervanger zelf tijdelijk afwezig is, dan wordt hij vervangen door de voorzitter of het lid van het vast bureau met de hoogste rang. Als de voorzitter of dat lid van het vast bureau de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander lid van het vast bureau, in volgorde van rang. |
| 3 | De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte van de verhindering of schorsing en van de beëindiging van de periode van de verhindering of schorsing. | 3 | De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte van de verhindering of schorsing en van de beëindiging van de periode van de verhindering of schorsing. |
| 1 | Artikel 5, 6, 8 tot en met 14, artikel 16 en 17, met uitzondering van artikel 6, § 3, tweede lid, artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, en artikel 10, eerste lid, 5°, zijn van toepassing op de districtsraden en hun leden, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "de gemeenteraadskiezer" wordt gelezen als "de districtsraadskiezer", "het college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "het districtscollege", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "het gemeentehuis" wordt gelezen als "het districtshuis" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris". | 1 | Artikel 5, 6, 8 tot en met 14, artikel 16 en 17, met uitzondering van artikel 6, § 3, tweede lid, artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, en artikel 10, eerste lid, 5°, 8° en 9°, zijn van toepassing op de districtsraden en hun leden, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "de gemeenteraadskiezer" wordt gelezen als "de districtsraadskiezer", "het college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "het districtscollege", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "het gemeentehuis" wordt gelezen als "het districtshuis" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris". |
| 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt bij de oprichting van een nieuw district als vermeld in artikel 115 de installatievergadering samengeroepen door de voorzitter van de gemeenteraad uiterlijk dertig dagen na de installatie van de gemeenteraad. De voorzitter van de gemeenteraad zit in dat geval de installatievergadering voor. | 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid vindt de installatievergadering van de districtsraad plaats op dezelfde dag als de installatievergadering van de gemeenteraad of uiterlijk 30 dagen na de installatie van de gemeenteraad. |
| 3 | De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als districtsraadslid, de eed af in handen van het oudste districtsraadslid. | 3 | De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als districtsraadslid, de eed af in handen van het oudste districtsraadslid. |
| 4 | Er bestaat een onverenigbaarheid tussen het mandaat van gemeenteraadslid en lid van de districtsraad. | 4 | Er bestaat een onverenigbaarheid tussen het mandaat van gemeenteraadslid en lid van de districtsraad. |
| 1 | In afwijking van artikel 119, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6, §1, gelden de volgende bepalingen bij de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115: | ||
| 2 | 1° als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen districtsraadsleden door de voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de districtsraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. Bij ontstentenis van oproeping door de voorzitter van de gemeenteraad, vindt de installatievergadering van rechtswege plaats dertig dagen na de installatie van de gemeenteraad, in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde de nieuw verkozen districtsraadsleden daarvan op de hoogte; | ||
| 3 | 2° als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, roept de voorzitter van de gemeenteraad de nieuw verkozen raadsleden samen op de installatievergadering binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is, maar op zijn vroegst na de installatievergadering van de gemeenteraad; | ||
| 4 | 3° als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, roept de voorzitter van de gemeenteraad de verkozen raadsleden samen op de installatievergadering binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is. | ||
| 5 | In afwijking van artikel 119, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6, §2, zit bij de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, de voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de districtsraad tot er een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, zit een lid van het college van burgemeester en schepenen in afnemende volgorde van rang ze voor. | ||
| 6 | In afwijking van artikel 119, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8, brengt een verkozen districtsraadslid dat voor zijn installatie afstand wil doen van zijn mandaat, de voorzitter van de gemeenteraad daarvan schriftelijk op de hoogte. De voormelde afstand wordt definitief zodra de districtsraad daarvan heeft kennisgenomen. |
| 1 | Artikel 7 is van toepassing op de verkiezing van de voorzitter van de districtsraad, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadscommissie" wordt gelezen als "districtsraadscommissie", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" , en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris". | 1 | Artikel 7 en 7/1 zijn van toepassing op de verkiezing van de voorzitter van de districtsraad, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadscommissie" wordt gelezen als "districtsraadscommissie", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" ““, gemeenteraadszitting” wordt gelezen als “zitting van de districtsraad”, en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris". |
| 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt bij de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, de akte van voordracht voor de verkiezing van een voorzitter van de districtsraad bezorgd aan de algemeen directeur van de gemeente. |
| 1 | Artikel 43 en 44 zijn van toepassing op de verkiezing van de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt gelezen als "districtsraadslid", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "algemeen directeur" wordt gelezen als "districtssecretaris" en met dien verstande dat de districtsschepenen de eed afleggen in handen van de voorzitter van de districtsraad. | 1 | Artikel 43 en 44 zijn van toepassing op de verkiezing van de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt gelezen als "districtsraadslid", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "algemeen directeur" wordt gelezen als "districtssecretaris". |
| 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt bij de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, de akte van voordracht voor de verkiezing van de districtsschepenen bezorgd aan de algemeen directeur van de gemeente. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte van voordracht voor de verkiezing van de districtsschepenen aan de burgemeester. | ||
| 2 | Artikel 45, 47, 48, 49, § § 1, 2 en 4, en artikel 148 tot en met 156 en 160 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeente" wordt gelezen als "district", "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt geleden als "districtsraadslid", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "districtscollege", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris", met dien verstande dat personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kunnen zetelen in het districtscollege en met dien verstande dat de wedde van de districtsschepenen wordt bepaald door de Vlaamse Regering, die daarbij rekening kan houden met de omvang van de bevoegdheden die aan de districten toegewezen worden, alsook met het inwonersaantal van het district, en dat de districtsraad de eretitel van de districtsburgemeester kan toekennen onder voorwaarden die hij bepaalt. | 3 | Artikel 45, 47, 48, 49, § § 1, 2 en 4, en artikel 148 tot en met 156 en 160 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeente" wordt gelezen als "district", "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt geleden als "districtsraadslid", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "districtscollege", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris", met dien verstande dat artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, 5°, 8° en 9°, niet van toepassing is op de districtsburgemeester en de districtsschepenen, en met dien verstande dat de wedde van de districtsschepenen wordt bepaald door de Vlaamse Regering, die daarbij rekening kan houden met de omvang van de bevoegdheden die aan de districten toegewezen worden, alsook met het inwonersaantal van het district, en dat de districtsraad de eretitel van de districtsburgemeester kan toekennen onder voorwaarden die hij bepaalt. |
| 3 | Artikel 157 tot en met 159 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen" en "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester". | 4 | Artikel 157 tot en met 159 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen" en "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester". |
| 1 | De districtsschepenen kiezen uit hun midden een voorzitter van Belgische nationaliteit. | ||
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 juncto artikel 332 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de districtsraad behoort, districtsburgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, districtsburgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de districtsraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen districtsburgemeester. Als twee verkozenen van de grootste coalitiefractie een gelijk hoogste aantal naamstemmen hebben behaald, is de kandidaat die het hoogst gerangschikt stond op de lijst, de districtsburgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de districtsraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende aanduiding van de districtsburgemeester. | ||
| 2 | Vanaf de installatie van de districtsschepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, districtsburgemeester. | ||
| 3 | Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de districtsburgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de districtsraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de districtsburgemeester zelf de voorzitter van de districtsraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste districtsraadslid. De districtsburgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht het districtsburgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. | ||
| 4 | In geval van een algehele vernieuwing van de districtsraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de districtsraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de districtsraad. | ||
| 5 | §2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van districtsburgemeester niet aanvaardt of definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, dan wordt, met herneming van de procedure in paragraaf 1, het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, districtsburgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van districtsburgemeester op te nemen, dan wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, districtsburgemeester. | ||
| 6 | De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte. | ||
| 7 | §3. In afwijking van paragraaf 2 kan een akte van opvolging van districtsburgemeester die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid, worden ingediend. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van opvolging van districtsburgemeester vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van opvolging van districtsburgemeester wordt ingediend bij de districtssecretaris. | ||
| 8 | Een ontvankelijke akte van opvolging van districtsburgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 9 | 1° ze draagt een districtsraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 10 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 11 | 3° ze vermeldt de einddatum van het mandaat van districtsburgemeester. De opvolging kan op zijn vroegst in werking treden op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode; | ||
| 12 | 4° ze vermeldt de naam van de persoon die de districtsburgemeester opvolgt. De voormelde persoon behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt opgevolgd; | ||
| 13 | 5° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 14 | 6° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 15 | 7° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de districtsraad aan de districtssecretaris bezorgd. | ||
| 16 | De akte van opvolging vermeldt de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester en de naam van de persoon die de districtsburgemeester opvolgt. Bij het bereiken van de voormelde einddatum is de districtsburgemeester van rechtswege ontslagnemend. | ||
| 17 | Als het mandaat van districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, is de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2. | ||
| 18 | Als het mandaat van districtsburgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de akte van opvolging, het mandaat vervroegd op. | ||
| 19 | Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen districtsraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp. | ||
| 20 | Een nieuwe akte van opvolging kan alleen ingediend worden in de volgende gevallen: | ||
| 21 | 1° de akte van opvolging is onontvankelijk; | ||
| 22 | 2° het mandaat van de districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2; | ||
| 23 | 3° voor de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, geen districtsraadslid meer. | ||
| 24 | Het tweede lid, met uitzondering van punt 7°, is van toepassing op de nieuwe akte van opvolging, vermeld in het zevende lid. De voormelde nieuwe akte van opvolging wordt uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de districtsraad aan de districtssecretaris bezorgd. | ||
| 25 | Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van districtsburgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van districtsburgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de districtsburgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tiende lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van kandidaat-districtsburgemeester vast en de wijze waarop die ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van kandidaat-districtsburgemeester wordt ingediend bij de districtssecretaris. | ||
| 26 | Een ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-districtsburgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 27 | 1° ze draagt een districtsraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 28 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het negende lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 29 | 3° ze vermeldt de naam van de kandidaat-districtsburgemeester. De kandidaat-districtsburgemeester behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt vervangen; | ||
| 30 | 4° ze is ondertekend door meer dan de helft van de districtsraadsleden; | ||
| 31 | 5° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, vol- staat de handtekening van een van hen; | ||
| 32 | 6° ze is uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de districtsraad waarop de vervanging van de burgemeester is geagendeerd, aan de districtssecretaris bezorgd. | ||
| 33 | Niemand kan meer dan één akte van opvolging of een akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. | ||
| 34 | De districtssecretaris bezorgt een afschrift van de akte van opvolging of de akte van voordracht aan de districtsburgemeester. | ||
| 35 | Nadat de districtsraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de districtssecretaris in voorkomend geval de akte van opvolging aan de voorzitter van de districtsraad. In voorkomend geval bezorgt de districtssecretaris de akte van voordracht aan de voorzitter van de districtsraad. | ||
| 36 | De voorzitter van de districtsraad gaat na of de akte van opvolging of de akte van voordracht voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Alleen de handtekeningen van de districtsraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als districtsraadslid de eed hebben afgelegd. | ||
| 37 | In geval van de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, wordt de akte van opvolging bezorgd aan de algemeen directeur van de gemeente. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte van opvolging aan de burgemeester. Nadat de districtsraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van opvolging aan de voorzitter van de districtsraad |
| 1 | In geval van verhindering of schorsing als vermeld in artikel 47, 60, 80, 122, tweede lid, of artikel 156, wordt de wedde die verbonden is aan het mandaat toegekend aan degene die de verhinderde of geschorste mandataris vervangt. De verhinderde of geschorste mandataris ontvangt geen wedde voor de periode van de verhindering of schorsing. | 1 | In geval van verhindering of schorsing als vermeld in artikel 47, 60, 80, 122, derde lid, of artikel 156, wordt de wedde die verbonden is aan het mandaat toegekend aan degene die de verhinderde of geschorste mandataris vervangt. De verhinderde of geschorste mandataris ontvangt geen wedde voor de periode van de verhindering of schorsing. |
| 2 | Als een schepen of een gemeenteraadslid de burgemeester vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen of als een gemeenteraadslid een schepen vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen, wordt aan hem, met behoud van de toepassing van het eerste lid, een wedde uitbetaald. Als een schepen of een gemeenteraadslid een burgemeesterswedde ontvangt, vervalt die van de burgemeester. Als een gemeenteraadslid een schepenwedde ontvangt, vervalt die van de schepen. | 2 | Als een schepen of een gemeenteraadslid de burgemeester vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen of als een gemeenteraadslid een schepen vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen, wordt aan hem, met behoud van de toepassing van het eerste lid, een wedde uitbetaald. Als een schepen of een gemeenteraadslid een burgemeesterswedde ontvangt, vervalt die van de burgemeester. Als een gemeenteraadslid een schepenwedde ontvangt, vervalt die van de schepen. |
| 3 | Als een lid van de raad voor maatschappelijk welzijn de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen, wordt hem een wedde uitbetaald. Als het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn een wedde ontvangt, vervalt die van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. | 3 | Als een lid van de raad voor maatschappelijk welzijn de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen, wordt hem een wedde uitbetaald. Als het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn een wedde ontvangt, vervalt die van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. |
| 6 | 3° mandataris van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, als lid van een bestuursorgaan van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap of een filiaal ervan; | 6 | 3° mandataris van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, als lid van een bestuursorgaan van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap of een filiaal ervan; |
| 7 | 4° lid van een bestuursorgaan van een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in deel 3, titel 3, of van een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van dit decreet; | 7 | 4° lid van een bestuursorgaan van een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in deel 3, titel 3, of van een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van dit decreet; |
| 8 | 5° lid van een bestuursorgaan van een sociale huisvestingsmaatschappij als vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021; | 8 | 5° lid van een bestuursorgaan van een woonmaatschappij als vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021; |
| 9 | 6° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 386 van dit decreet; | 9 | 6° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 386 van dit decreet; |
| 10 | 7° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 188 van het Provinciedecreet van 9 december 2005; | 10 | 7° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 188 van het Provinciedecreet van 9 december 2005; |
| 6 | 4° wordt in artikel 68, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet de zinsnede "het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente" gelezen als de zinsnede "de gemeentehuizen, in de gemeentelijke informatiebladen of op de websites van de samengevoegde gemeenten."; | 6 | 4° wordt in artikel 68, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet de zinsnede "het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente" gelezen als de zinsnede "de gemeentehuizen, in de gemeentelijke informatiebladen of op de websites van de samengevoegde gemeenten."; |
| 7 | 5° wordt in artikel 69 van hetzelfde decreet het eerste lid gelezen als volgt: "De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraad van de nieuwe gemeente moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid van een van de samengevoegde gemeenten, hetzij door ten minste 100 gemeenteraadskiezers van de samengevoegde gemeenten."; | 7 | 5° wordt in artikel 69 van hetzelfde decreet het eerste lid gelezen als volgt: "De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraad van de nieuwe gemeente moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid van een van de samengevoegde gemeenten, hetzij door ten minste 100 gemeenteraadskiezers van de samengevoegde gemeenten."; |
| 8 | 5°/1 worden in artikel 92, zevende lid, van hetzelfde decreet de woorden “de algemeen directeur” gelezen als de woorden “de algemeen directeur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017”; | ||
| 8 | 6° worden in artikel 98 van hetzelfde decreet de woorden "het gemeentesecretariaat" gelezen als de woorden "de gemeentesecretariaten van de samengevoegde gemeenten"; | 9 | 6° worden in artikel 98 van hetzelfde decreet de woorden "het gemeentesecretariaat" gelezen als de woorden "de gemeentesecretariaten van de samengevoegde gemeenten"; |
| 9 | 7° worden in artikel 173, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "De gemeentesecretaris legt" gelezen als de woorden "De algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten leggen"; | 10 | 7° worden in artikel 173, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "De gemeentesecretaris legt" gelezen als de woorden "De algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten leggen"; |
| 4 | 2° wordt in artikel 37, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet de zin "In elke gemeente wordt een gemeentelijk hoofdbureau samengesteld." gelezen als de zin "Voor de samengevoegde gemeenten wordt een gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau samengesteld."; | 4 | 2° wordt in artikel 37, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet de zin "In elke gemeente wordt een gemeentelijk hoofdbureau samengesteld." gelezen als de zin "Voor de samengevoegde gemeenten wordt een gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau samengesteld."; |
| 5 | 3° worden in artikel 58, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "moet men kiezer zijn" gelezen als de woorden "moet men kiezer zijn in een van de samengevoegde gemeenten"; | 5 | 3° worden in artikel 58, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "moet men kiezer zijn" gelezen als de woorden "moet men kiezer zijn in een van de samengevoegde gemeenten"; |
| 6 | 4° wordt in artikel 68, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet de zinsnede "het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente" gelezen als de zinsnede "de gemeentehuizen, in de gemeentelijke informatiebladen of op de websites van de samengevoegde gemeenten."; | 6 | 4° wordt in artikel 68, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet de zinsnede "het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente" gelezen als de zinsnede "de gemeentehuizen, in de gemeentelijke informatiebladen of op de websites van de samengevoegde gemeenten."; |
| 7 | 5° wordt in artikel 69 van hetzelfde decreet het eerste lid gelezen als volgt: "De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraad van de nieuwe gemeente moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid van een van de samengevoegde gemeenten, hetzij door ten minste 100 gemeenteraadskiezers van de samengevoegde gemeenten."; | 7 | 5° wordt in artikel 69 van hetzelfde decreet het eerste lid gelezen als volgt: "De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraad van de nieuwe gemeente moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid van een van de samengevoegde gemeenten, hetzij door ten minste 100 gemeenteraadskiezers van de samengevoegde gemeenten."; |
| 8 | 6° worden in artikel 98 van hetzelfde decreet de woorden "het gemeentesecretariaat" gelezen als de woorden "de gemeentesecretariaten van de samengevoegde gemeenten"; | 8 | 6° worden in artikel 98 van hetzelfde decreet de woorden "het gemeentesecretariaat" gelezen als de woorden "de gemeentesecretariaten van de samengevoegde gemeenten"; |
| 9 | 7° worden in artikel 173, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "De gemeentesecretaris legt" gelezen als de woorden "De algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten leggen"; | 9 | 7° worden in artikel 173, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "De gemeentesecretaris legt" gelezen als de woorden "De algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten leggen"; |
| 10 | 8° worden in artikel 173, tweede lid, van hetzelfde decreet de woorden "Het gemeentebestuur bezorgt" gelezen als de woorden "De gemeentebesturen van de samengevoegde gemeenten bezorgen"; | 10 | 8° worden in artikel 173, tweede lid, van hetzelfde decreet de woorden "Het gemeentebestuur bezorgt" gelezen als de woorden "De gemeentebesturen van de samengevoegde gemeenten bezorgen"; |
| 11 | 9° wordt in artikel 191, §4, van hetzelfde decreet de zinsnede "vastgesteld overeenkomstig artikel 16" gelezen als de zinsnede "vastgesteld door optelling van de aantallen kiezers in de samengevoegde gemeenten, vastgesteld overeenkomstig artikel 16"; | 11 | 9° wordt in artikel 191, §4, van hetzelfde decreet de zinsnede “vastgesteld op basis van een extractie uit het Rijksregister” gelezen als de zinsnede “vastgesteld door optelling van de aantallen kiezers in de samengevoegde gemeenten, vastgesteld op basis van een extractie uit het Rijksregister”; |
| 12 | 10° wordt in artikel 8 van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012 de zin "Het gemeentebestuur en het stadsdistrictsbestuur voorzien respectievelijk de gemeentelijke hoofdbureaus en de stadsdistrictshoofdbureaus van de apparatuur voor het kandidatenbeheer en het resultatenbeheer." gelezen als de zin "Het gemeentebestuur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, voorziet het gemeentelijk hoofdbureau van de apparatuur voor het kandidatenbeheer en het resultatenbeheer.". | 12 | 10° wordt in artikel 8 van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012 de zin "Het gemeentebestuur en het stadsdistrictsbestuur voorzien respectievelijk de gemeentelijke hoofdbureaus en de stadsdistrictshoofdbureaus van de apparatuur voor het kandidatenbeheer en het resultatenbeheer." gelezen als de zin "Het gemeentebestuur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, voorziet het gemeentelijk hoofdbureau van de apparatuur voor het kandidatenbeheer en het resultatenbeheer.". |
| 13 | Als een gemeente waar gestemd wordt met een digitaal stemsysteem, en een gemeente waar gestemd wordt zonder een digitaal stemsysteem, samengevoegd worden: | ||
| 14 | 1° zijn artikel 121 en 122 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, voor de verkiezing in de gemeente met stemming op papier, en artikel 9, §2 en §3, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012, voor de verkiezing in de gemeente met digitale stemming, van toepassing op het gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau, in afwijking van artikel 3 en 28, 5°, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012; | ||
| 15 | 2° zijn artikel 157, 158 en 159, eerste lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, voor de verkiezing in de gemeente met stemming op papier, en artikel 23 van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012, voor de verkiezing in de gemeente met digitale stemming, van toepassing op het gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau, in afwijking van artikel 3 en 28, 6°, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012; | ||
| 16 | 3° zijn artikel 160 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, voor de verkiezing in de gemeente met stemming op papier, en artikel 24 van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012, voor de verkiezing in de gemeente met digitale stemming, van toepassing op het gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau, in afwijking van artikel 3 en 28, 6°, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012; | ||
| 17 | 4° zijn artikel 172 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, voor de verkiezing in de gemeente met stemming op papier, en artikel 26, | ||
| 18 | §1, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012, voor de verkiezing in de gemeente met digitale stemming, van toepassing op het gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau, in afwijking van artikel 3 en 26, §1, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012. | ||
| 15 | In afwijking van artikel 91, § 2, derde lid, gaat de algemeen directeur- coördinator, vermeld in artikel 346, uiterlijk de dag na de uiterste datum om een verklaring van lijstenverbinding in te dienen, na hoeveel zetels in het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de verschillende lijsten toekomen, met toepassing van artikel 91, § 2, eerste en tweede lid. Hij maakt op dezelfde dag die zetelverdeling bekend op de webtoepassing van de samengevoegde gemeenten en de eventuele webtoepassing van de nieuwe gemeente. | 15 | In afwijking van artikel 91, § 2, derde lid, gaat de algemeen directeur- coördinator, vermeld in artikel 346, uiterlijk de dag na de uiterste datum om een verklaring van lijstenverbinding in te dienen, na hoeveel zetels in het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de verschillende lijsten toekomen, met toepassing van artikel 91, § 2, eerste en tweede lid. Hij maakt op dezelfde dag die zetelverdeling bekend op de webtoepassing van de samengevoegde gemeenten en de eventuele webtoepassing van de nieuwe gemeente. |
| 16 | § 4. Behalve als er tussen de samengevoegde gemeenten een andere afspraak is gemaakt, doet het gemeentehuis van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator conform artikel 346, dienst als gemeentehuis van de nieuwe gemeente zolang de gemeenteraad geen ander gebouw als gemeentehuis heeft gekozen. | 16 | § 4. Behalve als er tussen de samengevoegde gemeenten een andere afspraak is gemaakt, doet het gemeentehuis van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator conform artikel 346, dienst als gemeentehuis van de nieuwe gemeente zolang de gemeenteraad geen ander gebouw als gemeentehuis heeft gekozen. |
| 17 | § 5. In afwijking van artikel 36, § 2, eerste lid, 8°, kunnen de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen, twee fracties vormen, als aan de algemeen directeur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, tegen ontvangstbewijs een afschrift van de akte inzake fractievorming bezorgd wordt uiterlijk de eerste werkdag na de dag waarop de voordrachtsakte of de verbeteringsakte bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau is ingediend. | ||
| 17 | § 5. ... | ||
| 1 | In voorkomend geval is voor de installatievergadering van de districtsraad van een nieuw district artikel 119, tweede lid, van toepassing. | 1 | In voorkomend geval is voor de installatievergadering van de districtsraad van een nieuw district artikel 119/1, van toepassing. |
| 1 | §1. In afwijking van artikel 58, §2 en §3, en artikel 59, eerste lid, kan de Vlaamse Regering in een nieuwe gemeente in de eerste bestuursperiode een burgemeester benoemen voor minder dan zes jaar in geval van een akte van opvolging van burgemeester die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van opvolging van burgemeester vast en de wijze waarop die ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van opvolging van burgemeester wordt ingediend bij de algemeen directeur-coördinator. | ||
| 2 | Een ontvankelijke akte van opvolging van burgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 4 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 5 | 3° ze vermeldt de einddatum van het mandaat van burgemeester; | ||
| 6 | 4° ze vermeldt de voor- en achternaam van de persoon die de burgemeester opvolgt; | ||
| 7 | 5° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 8 | 6° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 9 | 7° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur-coördinator bezorgd. | ||
| 10 | De akte van opvolging kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-opvolger vermelden. In dat geval kan op de akte van opvolging de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend. | ||
| 11 | Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van opvolging, of, als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld als de persoon die de burgemeester zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende kandidaat-opvolger, vermeld in de akte van opvolging, vervroegd. Als de persoon die als laatste kandidaat-opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger van de kandidaat-opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 58, §1. | ||
| 12 | Niemand kan meer dan één akte van opvolging ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 13 | De algemeen directeur-coördinator bezorgt een afschrift van de akte van opvolging aan de burgemeester van de gemeente waarvan hij algemeen directeur is. | ||
| 14 | §2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur-coördinator de akte van opvolging aan de voorzitter van de gemeenteraad. | ||
| 15 | De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van opvolging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in de eerste paragraaf. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de akte van opvolging ontvankelijk is, bezorgt de voorzitter de akte van opvolging aan de Vlaamse Regering. | ||
| 16 | De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming van de opvolgers bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van de titularis. |
| 1 | In afwijking van artikel 122 en 149, vierde lid, 1°, worden aaneensluitende prestaties, geleverd van 1 januari tot en met 30 november in het laatste jaar van de eerste bestuursperiode van een district van een nieuwe gemeente, voor de berekening van de uittredingsvergoeding beschouwd als een gepresteerd jaar. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, zijn artikel 58, 59, 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, met uitzondering van het eerste lid, 2°, e), van toepassing op de gemeente Voeren. | ||
| 1 | Artikel 58, § 1, § 2 en § 3, eerste lid en tweede lid, eerste zin, artikel 59, 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, van dit decreet zijn van toepassing op de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966. | 2 | Artikel 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, met uitzondering van het eerste lid, 2°, e), zijn van toepassing op de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, met dien verstande dat het woord “aangeduid” wordt gelezen als “benoemd”, de zinsnede “artikel 58” wordt gelezen als “artikel 524/1” en de woorden “eedaflegging van de aangewezen-burgemeester tijdens de gemeenteraad” worden gelezen als “nieuwe benoeming”. |
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, door de Vlaamse Regering benoemd uit de verkozenen voor de gemeenteraad. De voormelde verkozenen kunnen daarvoor kandidaten voordragen voor wie een gedagtekende akte van voordracht van burgemeester die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid, wordt voorgelegd aan de provinciegouverneur. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van burgemeester vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van burgemeester wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 2 | Een ontvankelijke akte van voordracht van burgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 4 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 5 | 3° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 6 | 4° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 7 | 5° ze is bezorgd aan de provinciegouverneur. | ||
| 8 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 9 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-burgemeester vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend als de einddatum van het mandaat is bereikt. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de burgemeester opvolgt, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende opvolger, vermeld in de akte van voordracht, vervroegd. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 62. Als de voor- dracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is conform het tweede lid. | ||
| 11 | De Vlaamse Regering kan altijd om een nieuwe voordracht verzoeken. | ||
| 12 | § 2. Een voorgedragen kandidaat-burgemeester als vermeld in paragraaf 1, die niet is benoemd, kan tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer opnieuw worden voorgedragen, tenzij op basis van nieuwe feiten of nieuwe gegevens. | ||
| 13 | § 3. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, vermeld in paragraaf 1, buiten de verkozenen voor de gemeenteraad worden benoemd uit de gemeenteraadskiezers die minstens vijfentwintig jaar oud zijn. | ||
| 14 | De burgemeester die buiten de raad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen en beschikt over een raadgevende stem in de gemeenteraad. |
| 1 | De burgemeester in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, wordt benoemd voor een periode van zes jaar, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 61, 62 en 524/1, § 1, vierde lid. | ||
| 2 | Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Behalve als de burgemeester wordt benoemd buiten de raad, geldt die eedaflegging ook als eedaflegging als gemeenteraadslid als vermeld in artikel 6. De burgemeester die de eed na twee oproepingen niet aflegt, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. | ||
| 3 | Na de gemeenteraadsverkiezingen blijft de aftredende burgemeester in functie tot de nieuwe burgemeester is geïnstalleerd. |
| 4 | 3° stadsdistricten : de binnengemeentelijke territoriale organen, vermeld in artikel 41 van de Grondwet en deel 2, titel 1, hoofdstuk 7, van het decreet over het lokaal bestuur; | 4 | 3° stadsdistricten : de binnengemeentelijke territoriale organen, vermeld in artikel 41 van de Grondwet en deel 2, titel 1, hoofdstuk 7, van het decreet over het lokaal bestuur; |
| 5 | 4° Controlecommissie Verkiezingsuitgaven: de Vlaamse Controlecommissie voor de Verkiezingsuitgaven zoals opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, aangevuld met de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen die zetelt zonder stemrecht; | 5 | 4° Controlecommissie Verkiezingsuitgaven: de Vlaamse Controlecommissie voor de Verkiezingsuitgaven zoals opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, aangevuld met de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen die zetelt zonder stemrecht; |
| 6 | 5° sperperiode: de periode van 1 juli van een verkiezingsjaar tot en met de dag van de verkiezingen of, in geval van buitengewone verkiezingen, van de dag van de oproeping van de kiezers tot en met de dag van de verkiezingen. | 6 | 5° sperperiode: de periode van 1 juli van een verkiezingsjaar tot en met de dag van de verkiezingen of, in geval van buitengewone verkiezingen, van de dag van de uitnodiging van de kiezers tot en met de dag van de verkiezingen; |
| 7 | 6° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | ||
| 8 | 7° het Agentschap Binnenlands Bestuur: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap “Agentschap Binnenlands Bestuur”. | ||
| 1 | § 1. Personen die levenslang ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling zijn definitief uitgesloten van het kiesrecht en mogen niet worden toegelaten tot de stemming, overeenkomstig artikel 6 van het Algemeen Kieswetboek. | 1 | § 1. Personen die levenslang ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling zijn definitief uitgesloten van het kiesrecht en mogen niet worden toegelaten tot de stemming, overeenkomstig artikel 6 van het Algemeen Kieswetboek. |
| 2 | § 2. Overeenkomstig artikel 7 van het Algemeen Kieswetboek worden de volgende personen in de uitoefening van het kiesrecht geschorst en mogen niet tot de stemming worden toegelaten zolang die onbekwaamheid duurt: | 2 | § 2. Overeenkomstig artikel 7 van het Algemeen Kieswetboek worden de volgende personen bij de uitoefening van het kiesrecht geschorst en mogen ze niet tot de stemming worden toegelaten zolang de kiesonbekwaamheid duurt: |
| 3 | 1° de gerechtelijk onbekwaamverklaarden, de personen met het statuut van verlengde minderjarigheid met toepassing van artikel 487bis van het Burgerlijk Wetboek, en de personen die geïnterneerd zijn met toepassing van de bepalingen hoofdstukken I tot en met VI van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964. | ||
| 4 | De kiesonbekwaamheid houdt op tezelfdertijd als de gerechtelijke onbekwaamheid, de verlengde minderjarigheid of de definitieve invrijheidsstelling van de geïnterneerde; | ||
| 3 | 1° de beschermde personen die met toepassing van artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek uitdrukkelijk onbekwaam zijn verklaard om hun politieke rechten uit te oefenen, en de geïnterneerden die krachtens artikel 9, §3, van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering uitdrukkelijk onbekwaam zijn verklaard om hun politieke rechten uit te oefenen. De kiesonbekwaamheid houdt op tegelijk met de beëindiging van de onbekwaamheid, vermeld in artikel 492/4 van het oud Burgerlijk Wetboek of met de definitieve invrijheidstelling van de geïnterneerde; | ||
| 5 | 2° de personen die voor een bepaalde duur ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling; | 4 | 2° de personen die voor een bepaalde duur ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling. |
| 6 | 3° de personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld met toepassing van artikel 380bis, 3°, van het Strafwetboek of met toepassing van artikel 22 en 23 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964. | ||
| 7 | De kiesonbekwaamheid van de personen, vermeld in het eerste lid, 3°, houdt op zodra de terbeschikkingstelling van de regering een einde neemt. | ||
| 8 | § 3. De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of van wie het kiesrecht geschorst is, worden alfabetisch in een bestand ingeschreven. Dat bestand wordt doorlopend bijgehouden door het college van burgemeester en schepenen. Het bevat voor elk van die personen uitsluitend de vermeldingen, vermeld in paragraaf 5, tweede lid. De gegevens van de personen van wie het kiesrecht geschorst is, worden vernietigd zodra de onbekwaamheid een einde neemt. De inhoud van het bestand mag niet aan derden worden meegedeeld. | 5 | § 3. De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of van wie het kiesrecht geschorst is, worden alfabetisch in een bestand ingeschreven. Dat bestand wordt doorlopend bijgehouden door het college van burgemeester en schepenen. Het bevat voor elk van die personen uitsluitend de vermeldingen, vermeld in paragraaf 5, tweede lid. De gegevens van de personen van wie het kiesrecht geschorst is, worden vernietigd zodra de onbekwaamheid een einde neemt. De inhoud van het bestand mag niet aan derden worden meegedeeld. |
| 9 | § 4. Overeenkomstig artikel 8 van het Algemeen Kieswetboek is artikel 87 van het Strafwetboek niet toepasselijk op de gevallen van onbekwaamheid, vermeld in paragraaf 1 en 2. | 6 | § 4. Overeenkomstig artikel 8 van het Algemeen Kieswetboek is artikel 87 van het Strafwetboek niet toepasselijk op de gevallen van onbekwaamheid, vermeld in paragraaf 1 en 2. |
| 1 | § 1. Uiterlijk op 31 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaatsheeft, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst van de gemeenteraadskiezers op die de toestand op 1 augustus van dat jaar weergeeft. | 1 | § 1. Uiterlijk op 31 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaatsheeft, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst van de gemeenteraadskiezers op die de toestand op 1 augustus van dat jaar weergeeft. De voormelde lijst wordt gemaakt op basis van een lijst die de federale overheidsdienst die bevoegd is voor het Rijksregister van de natuurlijke personen, op verzoek van de Vlaamse Regering aan de gemeente ter beschikking stelt. |
| 2 | De lijst van de gemeenteraadskiezers vermeldt de personen die voldoen aan de kiesvoorwaarden. | 2 | De lijst van de gemeenteraadskiezers vermeldt de personen die voldoen aan de kiesvoorwaarden. |
| 3 | De lijst van de gemeenteraadskiezers wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de gemeenteraden. | 3 | De lijst van de gemeenteraadskiezers wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de gemeenteraden. |
| 4 | § 2. Voor de gewone vernieuwing van de stadsdistrictsraden wordt de lijst van de gemeenteraadskiezers opgedeeld volgens de stadsdistricten. Een exemplaar van die lijst wordt onmiddellijk aan het stadsdistrictscollege bezorgd. | 4 | § 2. Voor de gewone vernieuwing van de stadsdistrictsraden wordt de lijst van de gemeenteraadskiezers opgedeeld volgens de stadsdistricten. Een exemplaar van die lijst wordt onmiddellijk aan het stadsdistrictscollege bezorgd. |
| 5 | § 3. De lijst van de Belgische gemeenteraadskiezers die voorkomen op de lijst van de gemeenteraadskiezers, wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de provincieraden. | 5 | § 3. De lijst van de Belgische gemeenteraadskiezers die voorkomen op de lijst van de gemeenteraadskiezers, wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de provincieraden. |
| 6 | § 4. Voor elke persoon die aan de kiesvoorwaarden voldoet, vermeldt de kiezerslijst de voornaam of voornamen en achternaam, de geboortedatum, het geslacht, de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer, vermeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van natuurlijke personen. | 6 | § 4. Voor elke persoon die aan de kiesvoorwaarden voldoet, vermeldt de kiezerslijst de voornaam of voornamen en achternaam, de geboortedatum, de hoofdverblijfplaats en het rijksregisternummer, zodat het stembureau een correcte authenticatie kan doen van de kiezers die zich aanmelden om te stemmen. |
| 7 | Voor de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 tot en met 14, wordt hun nationaliteit op de kiezerslijst vermeld. Bovendien staat naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 en 12, de letter "G" en naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn met toepassing van artikel 13 en 14, de letter "V". | 7 | Naast de naam van de kiezers die met toepassing van artikel 11 tot en met 14 in die hoedanigheid erkend zijn, wordt de letter “V” geplaatst. |
| 8 | De lijst wordt doorlopend genummerd en eventueel per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten. | 8 | De lijst wordt doorlopend genummerd en eventueel per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten. |
| 9 | De exemplaren van de kiezerslijst die conform artikel 20 aan de indieners van een lijst of aan de kandidaten worden afgegeven, mogen het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen van de kiezers niet vermelden. | 9 | De exemplaren van de kiezerslijst die conform artikel 20 aan de indieners van een lijst of aan de kandidaten worden afgegeven, worden niet ingedeeld in stemafdelingen en mogen het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen van de kiezers niet vermelden. |
| 10 | De kiezerslijst wordt bewaard tot de verkiezing geldig verklaard is conform artikel 203, derde lid, van dit decreet, of conform artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges of, in geval van beroep, conform artikel 28, tweede lid, van het voormelde decreet. | ||
| 11 | Het college van burgemeester en schepenen treedt op als verwerkings- verantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van de persoonsgegevens in de lijst van gemeenteraadskiezers, vermeld in paragraaf 1. |
| 1 | Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen door middel van een aanplakbrief algemeen bekend dat iedereen zich tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing tijdens de diensturen tot het gemeentesecretariaat kan wenden om na te gaan of hijzelf of iemand anders op de lijst staat, en of de vermelding op de lijst correct is. Dat bericht maakt melding van de procedure van bezwaar en beroep, vermeld in titel 6 en 7 van deel 2. De aanplakbrief wordt opgehangen op een aanplakbord aan het gemeentehuis. | 1 | Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen algemeen bekend dat iedereen zich tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing tijdens de diensturen tot het gemeentesecretariaat kan wenden om na te gaan of hijzelf op de lijst staat, en of de vermelding op de lijst correct is. Dat bericht maakt melding van de procedure van bezwaar en beroep, vermeld in titel 6 en 7 van deel 2. Het bericht wordt bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente en op een fysieke gegevensdrager. |
| 1 | § 1. Zodra de kiezerslijst opgemaakt is, stelt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst gratis op digitale wijze ter beschikking aan de personen die de burgemeester daar schriftelijk om verzoeken en die zich er schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor te dragen voor de verkiezingen in de gemeente of voor de verkiezingen in het provinciedistrict waarin de gemeente ligt. Als de kiezerslijst op een digitale gegevensdrager gegeven wordt, geeft het college van burgemeester en schepenen daarvan één gratis exemplaar aan de voormelde personen. | 1 | § 1. Zodra de kiezerslijst opgemaakt is, stelt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst gratis op digitale wijze ter beschikking aan de personen die de burgemeester daar schriftelijk om verzoeken en die zich er schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor te dragen voor de verkiezingen in de gemeente of voor de verkiezingen in het provinciedistrict waarin de gemeente ligt. Als de kiezerslijst op een digitale gegevensdrager gegeven wordt, geeft het college van burgemeester en schepenen daarvan één gratis exemplaar aan de voormelde personen. |
| 2 | Het college van burgemeester en schepenen stelt de kiezerslijst ter beschikking binnen een termijn van drie werkdagen na het schriftelijke verzoek, vermeld in het eerste lid. | ||
| 2 | § 2. Iedere persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht die wordt ingediend met het oog op de verkiezing, kan na schriftelijk verzoek aan de burgemeester en tegen betaling van de kostprijs op digitale wijze de kiezerslijst ter beschikking krijgen. | 3 | § 2. Iedere persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht die wordt ingediend met het oog op de verkiezing, kan na schriftelijk verzoek aan de burgemeester en tegen betaling van de kostprijs op digitale wijze de kiezerslijst ter beschikking krijgen. |
| 3 | Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt op het ogenblik van de afgifte van het verzoek om een digitaal exemplaar van de kiezerslijst, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen. | 4 | Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt op het ogenblik van de afgifte van het verzoek om een digitaal exemplaar van de kiezerslijst, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen. |
| 4 | Als de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden. | 5 | Als de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden. |
| 5 | § 3. Het college van burgemeester en schepenen mag geen kiezerslijsten ter beschikking stellen aan andere personen dan de personen die conform paragraaf 1 of paragraaf 2, eerste lid, om de lijst verzocht hebben. De personen die een kiezerslijst ter beschikking hebben, mogen die lijst alleen voor verkiezingsdoeleinden gebruiken en alleen in de periode die valt tussen de datum van de terbeschikkingstelling van de lijst en de datum van de verkiezing. | 6 | § 3. Het college van burgemeester en schepenen mag geen kiezerslijsten ter beschikking stellen aan andere personen dan de personen die conform paragraaf 1 of paragraaf 2, eerste lid, om de lijst verzocht hebben. De personen die een kiezerslijst ter beschikking hebben, mogen die lijst alleen gebruiken voor acties met papieren verkiezingspropaganda en alleen in de periode die valt tussen de datum van de terbeschikkingstelling van de lijst en de datum van de verkiezing. |
| 6 | Wie geen kandidatenlijst voordraagt en zich ook niet kandidaat stelt, kan geen gebruik maken van de kiezerslijst, ook niet voor verkiezingsdoeleinden. | 7 | Wie geen kandidatenlijst voordraagt en zich ook niet kandidaat stelt, kan geen gebruik maken van de kiezerslijst, ook niet voor verkiezingsdoeleinden. |
| 7 | § 4. Paragraaf 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezingen van de stadsdistrictsraden, met dien verstande dat : | 8 | § 4. Paragraaf 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezingen van de stadsdistrictsraden, met dien verstande dat : |
| 1 | Uiterlijk op 31 augustus van het jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden, zendt het college van burgemeester en schepenen één digitaal exemplaar van de lijst van gemeenteraadskiezers, de lijst van provincieraadskiezers en de lijst van stadsdistrictraadskiezers aan de provinciegouverneur of zijn gemachtigde. Die lijsten zijn ingedeeld in stemafdelingen overeenkomstig artikel 23. | 1 | Uiterlijk op 31 augustus van het jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden, zendt het college van burgemeester en schepenen één digitaal exemplaar van de lijst van gemeenteraadskiezers, de lijst van provincieraadskiezers en de lijst van stadsdistrictraadskiezers aan de provinciegouverneur of zijn gemachtigde. Die lijsten zijn ingedeeld in stemafdelingen overeenkomstig artikel 23. |
| 2 | De provinciegouverneur of zijn gemachtigde bewaart de lijsten, vermeld in het eerste lid, tot de verkiezing geldig verklaard is conform artikel 203, derde lid, van dit decreet, of conform artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges of, in geval van beroep, conform artikel 28, tweede lid, van het voormelde decreet. | ||
| 3 | Het Agentschap Binnenlands Bestuur treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de verwerking van de persoonsgegevens die de provinciegouverneur of zijn gemachtigde ontvangt conform het eerste lid. |
| 1 | Wie als dader, mededader of medeplichtige met schending van artikel 20 één van de volgende handelingen heeft gesteld, wordt gestraft overeenkomstig artikel 238 : | 1 | Wie als dader, mededader of medeplichtige met schending van artikel 20 één van de volgende handelingen heeft gesteld, wordt gestraft overeenkomstig artikel 238 : |
| 2 | 1° exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen; | 2 | 1° exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen; |
| 3 | 2° van gegevens uit de kiezerslijst gebruikmaken voor andere doeleinden dan verkiezingsdoeleinden. | 3 | 2° van gegevens uit de kiezerslijst gebruikmaken voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in artikel 20, §3, eerste lid, of buiten de periode, vermeld in artikel 20, §3, eerste lid. |
| 1 | § 1. Het college van burgemeester en schepenen deelt de kiezers in stemafdelingen in . | 1 | § 1. Het college van burgemeester en schepenen deelt de kiezers in stemafdelingen in op basis van geografische deelgebieden. |
| 2 | § 2. Voor de provincieraadsverkiezingen en de stadsdistrictsraadsverkiezingen is de indeling in stemafdelingen gelijk aan de indeling voor de gemeenteraadsverkiezingen. | 2 | § 2. Voor de provincieraadsverkiezingen en de stadsdistrictsraadsverkiezingen is de indeling in stemafdelingen gelijk aan de indeling voor de gemeenteraadsverkiezingen. |
| 3 | § 3. Het college van burgemeester en schepenen kent aan iedere stemafdeling een naam toe. De naam bestaat uit de naam van de gemeente, gevolgd door een volgnummer, te beginnen met het cijfer 1. Die indeling in stemafdelingen, met hun benamingen, wordt aan de provinciegouverneur bezorgd. | 3 | § 3. Het college van burgemeester en schepenen kent aan iedere stemafdeling een naam toe. De naam bestaat uit de naam van de gemeente, gevolgd door een volgnummer, te beginnen met het cijfer 1, en een herkenbare naam van het deelgebied, gevolgd door een volgnummer. Die indeling in stemafdelingen, met hun benamingen, wordt aan de provinciegouverneur bezorgd. |
| 4 | Het college van burgemeester en schepenen wijst voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan. In één gebouw kunnen verschillende stemlokalen worden ingericht. | 4 | Het college van burgemeester en schepenen wijst voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan. In één gebouw kunnen verschillende stemlokalen worden ingericht. |
| 1 | Op de dag van de verkiezingen of een dag ervoor bezorgt het college van burgemeester en schepenen aan elke voorzitter van een stembureau de lijst van de kiezers van zijn stemafdeling. Die lijst bevat de wijzigingen die zijn aangebracht conform artikel 17, artikel 31, vierde lid, en artikel 33, § 7. | ||
| 1 | De voormelde lijst bevat de wijzigingen die zijn aangebracht conform artikel 17, 18, 31, vierde lid, en artikel 33, §7, en bevat al de volgende persoonsgegevens: | ||
| 2 | 1° de achternaam; | ||
| 3 | 2° de voornaam of voornamen; | ||
| 4 | 3° het adres van de hoofdverblijfplaats; | ||
| 5 | 4° het rijksregisternummer; | ||
| 6 | 5° het volgnummer op de kiezerslijst. |
| 1 | § 1. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie op die lijst de voorgeschreven vermeldingen onjuist zijn, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. | 1 | § 1. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie op die lijst de voorgeschreven vermeldingen onjuist zijn, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. |
| 2 | § 2. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die de kiesvoorwaarden vervult, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen tegen de inschrijving, schrapping of weglating van namen van die lijst, of tegen een onjuistheid in de voorgeschreven vermeldingen. | ||
| 2 | § 2. .... |
| 1 | § 1. De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens welke de zaak of zaken zullen worden behandeld. | 1 | § 1. De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens welke de zaak of zaken zullen worden behandeld. |
| 2 | Die rol van de bezwaren wordt ten minste vierentwintig uur voor de vergadering aangeplakt aan het gemeentehuis, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen. | 2 | Die rol van de bezwaren wordt ten minste vierentwintig uur voor de vergadering aangeplakt aan het gemeentehuis, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen. |
| 3 | Het gemeentebestuur brengt onverwijld en met alle middelen de verzoeker alsook, in voorkomend geval, de betrokken partijen, op de hoogte van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden. Die kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend, zoals bepaald in artikel 31, tweede lid. | 3 | Het gemeentebestuur brengt onverwijld en met alle middelen de verzoeker op de hoogte van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden. Die kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend, zoals bepaald in artikel 31, tweede lid. |
| 4 | § 2. Gedurende de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, worden het dossier van de bezwaren en het verslag, vermeld in artikel 30, tweede lid, op het secretariaat ter beschikking gehouden van de partijen, hun advocaten of hun gemachtigden. | 4 | § 2. Gedurende de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, worden het dossier van de bezwaren en het verslag, vermeld in artikel 30, tweede lid, op het secretariaat ter beschikking gehouden van de eiser, zijn advocaat of zijn gemachtigde. |
| 1 | Het college van burgemeester en schepenen doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van vier dagen, te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of vanaf het proces-verbaal, vermeld in artikel 28, § 2, en in elk geval voor de zevende dag voor de dag van de verkiezingen. | 1 | Het college van burgemeester en schepenen doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van vier dagen, te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of vanaf het proces-verbaal, vermeld in artikel 28, § 2, en in elk geval voor de zevende dag voor de dag van de verkiezingen. |
| 2 | Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de partijen, hun advocaten of gemachtigden te hebben gehoord, als zij verschijnen. | 2 | Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de eiser, zijn advocaat of zijn gemachtigde te hebben gehoord, als die verschijnt. |
| 1 | Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven. | 1 | Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven. |
| 2 | De voorzitter van het college verzoekt de partijen, hun advocaten of gemachtigden, als zij dat wensen, in het bijzondere register, vermeld in het eerste lid, een verklaring van beroep te ondertekenen. | 2 | De voorzitter van het college verzoekt de eiser, zijn advocaat of zijn gemachtigde, als die dat wil, in het bijzondere register, vermeld in het eerste lid, een verklaring van beroep te ondertekenen. |
| 3 | De partijen die niet verschijnen, worden geacht de beslissing van het college te aanvaarden. | 3 | De partij die niet verschijnt, wordt geacht de beslissing van het college te aanvaarden. |
| 4 | Als de aanwezige of vertegenwoordigde partijen geen verklaring van beroep ondertekenen, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register, vermeld in het eerste lid, en de beslissing tot wijziging van de kiezerslijst wordt onverwijld ten uitvoer gebracht. | 4 | Als de aanwezige of vertegenwoordigde partij geen verklaring van beroep ondertekent, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register, vermeld in het eerste lid, en de beslissing tot wijziging van de kiezerslijst wordt onverwijld ten uitvoer gebracht. |
| 5 | De beslissing van het college wordt neergelegd op het gemeentesecretariaat, waar iedereen er inzage van kan nemen en er gratis een afschrift van kan krijgen. | ||
| 6 | Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in de kiezerslijst. | 5 | Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in de kiezerslijst. |
| 8 | § 7. Bij de openbare terechtzitting geeft de voorzitter van de kamer overeenkomstig artikel 33 van het Algemeen Kieswetboek het woord aan de partijen, die zich mogen laten vertegenwoordigen en bijstaan door een advocaat. | 8 | § 7. Bij de openbare terechtzitting geeft de voorzitter van de kamer overeenkomstig artikel 33 van het Algemeen Kieswetboek het woord aan de partijen, die zich mogen laten vertegenwoordigen en bijstaan door een advocaat. |
| 9 | Na het advies van de procureur-generaal gehoord te hebben, doet het hof staande de vergadering uitspraak door middel van een arrest dat in openbare zitting wordt voorgelezen. Dat arrest wordt ter griffie van het hof neergelegd, waar de partijen er gratis inzage van kunnen nemen. | 9 | Na het advies van de procureur-generaal gehoord te hebben, doet het hof staande de vergadering uitspraak door middel van een arrest dat in openbare zitting wordt voorgelezen. Dat arrest wordt ter griffie van het hof neergelegd, waar de partijen er gratis inzage van kunnen nemen. |
| 10 | Het openbaar ministerie brengt het college van burgemeester en schepenen, dat de beslissing waartegen beroep is ingesteld heeft genomen, en alle andere partijen, onverwijld en met alle beschikbare middelen op de hoogte van het beschikkend gedeelte van het arrest. | 10 | Het openbaar ministerie brengt het college van burgemeester en schepenen, dat de beslissing waartegen beroep is ingesteld heeft genomen, en de eiser, onverwijld en met alle beschikbare middelen op de hoogte van het beschikkend gedeelte van het arrest. |
| 11 | Het arrest wordt onverwijld ten uitvoer gelegd als het een wijziging van de kiezerslijst inhoudt. | 11 | Het arrest wordt onverwijld ten uitvoer gelegd als het een wijziging van de kiezerslijst inhoudt. |
| 12 | § 8. Overeenkomstig artikel 34 van het Algemeen Kieswetboek wordt over het beroep zowel in afwezigheid als in aanwezigheid van de partijen uitspraak gedaan. Alle arresten van het hof worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen. Ze zijn niet vatbaar voor beroep. | 12 | § 8. Overeenkomstig artikel 34 van het Algemeen Kieswetboek wordt over het beroep zowel in afwezigheid als in aanwezigheid van de partijen uitspraak gedaan. Alle arresten van het hof worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen. Ze zijn niet vatbaar voor beroep. |
| 1 | § 1. Als het verzoekschrift door meer dan één verzoeker wordt ingediend, wordt overeenkomstig artikel 35 van het Algemeen Kieswetboek één enkele woonplaats gekozen. Bij gebreke daarvan worden de verzoekers geacht bij de eerste verzoeker woonplaats te hebben gekozen. | ||
| 1 | § 1. .... | ||
| 2 | § 2. Overeenkomstig artikel 36 van het Algemeen Kieswetboek wordt het getuigengeld geregeld zoals in strafzaken. | 2 | § 2. Overeenkomstig artikel 36 van het Algemeen Kieswetboek wordt het getuigengeld geregeld zoals in strafzaken. |
| 3 | § 3. Overeenkomstig artikel 37 van het Algemeen Kieswetboek schieten de partijen de kosten voor. | 3 | § 3. Overeenkomstig artikel 37 van het Algemeen Kieswetboek schieten de partijen de kosten voor. |
| 6 | Als in een gemeente meer dan een vrederechter bevoegd is, beslist de korpsoverste van de vrederechters welke vrederechter de benoemingen, vermeld in het derde lid, doet. | 6 | Als in een gemeente meer dan een vrederechter bevoegd is, beslist de korpsoverste van de vrederechters welke vrederechter de benoemingen, vermeld in het derde lid, doet. |
| 7 | Als dat nodig is, kunnen ook andere gemeenteraadskiezers worden aangewezen. | 7 | Als dat nodig is, kunnen ook andere gemeenteraadskiezers worden aangewezen. |
| 8 | De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau delen uiterlijk zes maanden voor de dag van de verkiezingen aan het Agentschap Binnenlands Bestuur hun voor- en achternaam, rijksregisternummer, functie, e-mailadres en telefoonnummer mee, zodat het agentschap met hen contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie en zodat een authenticatie van deze personen mogelijk is om hen toegang te verlenen tot de digitale verkiezingsapplicaties die hen ter beschikking worden gesteld voor de uitoefening van hun functie. De voormelde gegevens worden bewaard tot de dag waarop het gemeentelijk hoofdbureau zijn proces-verbaal heeft ondertekend, vermeld in artikel 160, tweede lid. | ||
| 8 | § 3. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. | 9 | § 3. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. |
| 9 | § 4. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd bij de besluitneming van het bureau. | ||
| 10 | § 4. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd bij de besluitneming van het bureau. De secretaris deelt aan het Agentschap Binnenlands Bestuur zijn voor- en achternaam, rijksregisternummer, functie, e-mailadres en telefoonnummer mee, zodat het agentschap met hem contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie en zodat een authenticatie van deze persoon mogelijk is om hem toegang te verlenen tot de digitale verkiezingsapplicaties die hem ter beschikking worden gesteld voor de uitoefening van zijn functie. De voormelde gegevens worden bewaard tot de dag waarop het gemeentelijk hoofdbureau zijn proces-verbaal heeft ondertekend, vermeld in artikel 160, tweede lid. | ||
| 10 | § 5. Het gemeentelijk hoofdbureau moet ten minste 34 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. | 11 | § 5. Het gemeentelijk hoofdbureau moet ten minste 34 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. |
| 11 | § 6. De voorzitter, de leden en de getuigen van het gemeentelijk hoofdbureau, leggen de volgende eed af : « Ik zweer de verplichtingen van de kieswetgeving na te leven. ». | 12 | § 6. De voorzitter, de leden en de getuigen van het gemeentelijk hoofdbureau, leggen de volgende eed af : « Ik zweer de verplichtingen van de kieswetgeving na te leven. ». |
| 15 | § 7. De leden van het gemeentelijk hoofdbureau hebben recht op een vergoeding waarvan het bedrag en de voorwaarden door de Vlaamse Regering bepaald worden. | 16 | § 7. De leden van het gemeentelijk hoofdbureau hebben recht op een vergoeding waarvan het bedrag en de voorwaarden door de Vlaamse Regering bepaald worden. |
| 16 | § 8. Het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente wijst een gemeentelijk personeelslid aan dat belast wordt met de coördinatie van de taken voor de organisatie van de verkiezingen, vermeld in artikel 3, die aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd. Dat personeelslid fungeert ook als contactpersoon voor het gemeentelijk hoofdbureau, de Vlaamse overheid en de opgeroepen burgers. Hij heeft het recht de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau bij te wonen met adviserende stem. | 17 | § 8. Het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente wijst een gemeentelijk personeelslid aan dat belast wordt met de coördinatie van de taken voor de organisatie van de verkiezingen, vermeld in artikel 3, die aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd. Dat personeelslid fungeert ook als contactpersoon voor het gemeentelijk hoofdbureau, de Vlaamse overheid en de opgeroepen burgers. Hij heeft het recht de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau bij te wonen met adviserende stem. |
| 18 | Het gemeentelijk personeelslid, vermeld in het eerste lid, deelt binnen vierentwintig uur na zijn aanwijzing aan het Agentschap Binnenlands Bestuur zijn voor- en achternaam, rijksregisternummer, e-mailadres en telefoonnummer mee, zodat het agentschap met hem contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie en zodat een authenticatie van deze persoon mogelijk is om hem toegang te verlenen tot de digitale verkiezingsapplicaties die hem ter beschikking worden gesteld voor de uitoefening van zijn functie. De voormelde gegevens worden bewaard tot de dag van de verkiezingen. | ||
| 2 | Het stadsdistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter, drie bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Als de voorzitter niet vervangen wordt door de plaatsvervangende voorzitter, dan functioneert die als vierde bijzitter. Als de voorzitter wel vervangen wordt door de plaatsvervangende voorzitter, dan wordt die als vierde bijzitter vervangen door een plaatsvervangende bijzitter. Kandidaten mogen geen lid zijn van het hoofdbureau. | 2 | Het stadsdistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter, drie bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Als de voorzitter niet vervangen wordt door de plaatsvervangende voorzitter, dan functioneert die als vierde bijzitter. Als de voorzitter wel vervangen wordt door de plaatsvervangende voorzitter, dan wordt die als vierde bijzitter vervangen door een plaatsvervangende bijzitter. Kandidaten mogen geen lid zijn van het hoofdbureau. |
| 3 | § 2. De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau worden uiterlijk zes maanden voor de dag van de verkiezingen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest benoemd. | 3 | § 2. De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau worden uiterlijk zes maanden voor de dag van de verkiezingen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest benoemd. |
| 4 | De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau delen uiterlijk zes maanden voor de dag van de verkiezingen aan het Agentschap Binnenlands Bestuur hun voor- en achternaam, rijksregisternummer, functie, e-mailadres en telefoonnummer mee, zodat het agentschap met hen contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie en zodat een authenticatie van deze personen mogelijk is om hen toegang te verlenen tot de digitale verkiezingsapplicaties die hen ter beschikking worden gesteld voor de uitoefening van hun functie. De voormelde gegevens worden bewaard tot de dag waarop het stadsdistrictshoofdbureau zijn proces-verbaal heeft ondertekend, vermeld in artikel 160, tweede lid. | ||
| 4 | § 3. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. | 5 | § 3. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. |
| 5 | § 4. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd bij de besluitneming van het bureau. | ||
| 6 | § 4. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd bij de besluitneming van het bureau. De secretaris deelt aan het Agentschap Binnenlands Bestuur zijn voor- en achternaam, rijksregisternummer, functie, e-mailadres en telefoonnummer mee, zodat het agentschap met hem contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie en zodat een authenticatie van deze persoon mogelijk is om hem toegang te verlenen tot de digitale verkiezingsapplicaties die hem ter beschikking worden gesteld voor de uitoefening van zijn functie. De voormelde gegevens worden bewaard tot de dag waarop het stadsdistrictshoofdbureau zijn proces-verbaal heeft ondertekend, vermeld in artikel 160, tweede lid. | ||
| 6 | § 5. Het stadsdistrictshoofdbureau moet ten minste 34 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. | 7 | § 5. Het stadsdistrictshoofdbureau moet ten minste 34 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. |
| 7 | § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het stadsdistrictshoofdbureau. | 8 | § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het stadsdistrictshoofdbureau. |
| 4 | In alle andere gevallen wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. | 4 | In alle andere gevallen wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. |
| 5 | De voorzitter houdt toezicht over het geheel van de verrichtingen in het provinciedistrict en schrijft zo nodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen. | 5 | De voorzitter houdt toezicht over het geheel van de verrichtingen in het provinciedistrict en schrijft zo nodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen. |
| 6 | De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau deelt uiterlijk zes maanden voor de dag van de verkiezingen aan het Agentschap Binnenlands Bestuur zijn voor- en achternaam, rijksregisternummer, e-mailadres en telefoonnummer mee, zodat het agentschap met hem contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie en zodat een authenticatie van deze persoon mogelijk is om hem toegang te verlenen tot de digitale verkiezingsapplicaties die hem ter beschikking worden gesteld voor de uitoefening van zijn functie. De voormelde gegevens worden bewaard tot de dag waarop het provinciaal hoofdbureau zijn proces-verbaal heeft ondertekend, vermeld in artikel 185. | ||
| 6 | § 3. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. | 7 | § 3. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest uit de Belgische gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. |
| 7 | § 4. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd bij de besluitneming van het bureau. | ||
| 8 | § 4. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de Belgische gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd bij de besluitneming van het bureau. De secretaris deelt aan het Agentschap Binnenlands Bestuur zijn voor- en achternaam, rijksregisternummer, functie, e-mailadres en telefoonnummer mee, zodat het agentschap met hem contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie en zodat een authenticatie van deze persoon mogelijk is om hem toegang te verlenen tot de digitale verkiezingsapplicaties die hem ter beschikking worden gesteld voor de uitoefening van zijn functie. De voormelde gegevens worden bewaard tot de dag waarop het provinciaal hoofdbureau zijn proces-verbaal heeft ondertekend, vermeld in artikel 185. | ||
| 8 | § 5. Het provinciedistrictshoofdbureau moet ten minste 34 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. | 9 | § 5. Het provinciedistrictshoofdbureau moet ten minste 34 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. |
| 9 | § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het provinciedistrictshoofdbureau. | 10 | § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het provinciedistrictshoofdbureau. |
| 1 | De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau gaat uiterlijk vijf dagen vóór de stemming, nadat de formaliteiten voor de aanwijzing van de getuigen van de stembureaus en van de telbureaus zijn vervuld, bij loting over tot de aanwijzing van de stembureaus waarvan de stembiljetten door elk telbureau onderzocht worden. De getuigen die aangewezen zijn om de vergadering van het gemeentelijk hoofdbureau bij te wonen, worden door de voorzitter uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn. | ||
| 1 | Uiterlijk vijf dagen vóór de stemming wijst het college van burgemeester en schepenen voor elk telbureau aan van welke stembureaus dat telbureau de stembiljetten onderzoekt. Het college brengt de voorzitter van het gemeentelijke hoofdbureau onmiddellijk op de hoogte van de voormelde aanwijzing. | ||
| 2 | Bij de aanwijzing, vermeld in het eerste lid, wijst het college voor elk telbureau stembureaus aan waarvan de stemafdelingen geografisch aan elkaar grenzen. | ||
| 3 | Het college kan met een gemotiveerde beslissing afwijken van de bepaling, vermeld in het tweede lid. | ||
| 2 | De telbureaus zijn gevestigd in de lokalen die het college van burgemeester en schepenen heeft aangewezen. Het college van burgemeester en schepenen deelt aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau de adressen van de telbureaus mee. De voorzitter geeft met een aangetekende brief aan de voorzitters en de bijzitters van de telbureaus onmiddellijk kennis van de plaats van de vergadering van het telbureau waar zij hun taak moeten vervullen en wijst het lokaal aan waar hij zitting zal houden om de resultatentabel te ontvangen, overeenkomstig artikel 158, § 1. | 4 | De telbureaus zijn gevestigd in de lokalen die het college van burgemeester en schepenen heeft aangewezen. Het college van burgemeester en schepenen deelt aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau de adressen van de telbureaus mee. De voorzitter geeft schriftelijk aan de voorzitters en de bijzitters van de telbureaus onmiddellijk kennis van de plaats van de vergadering van het telbureau waar zij hun taak moeten vervullen en wijst het lokaal aan waar hij zitting zal houden om de resultatentabel te ontvangen, overeenkomstig artikel 158, § 1. |
| 3 | Hij geeft onmiddellijk met een aangetekende brief aan de voorzitters van de stembureaus kennis van de plaats waar het telbureau dat de stembiljetten van hun bureau moet ontvangen, vergadert. | 5 | Hij geeft onmiddellijk schriftelijk aan de voorzitters van de stembureaus kennis van de plaats waar het telbureau dat de stembiljetten van hun bureau moet ontvangen, vergadert. Aan de voorzitters van de telbureaus deelt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau onmiddellijk schriftelijk mee welke stembureaus hun stembiljetten aan het telbureau moeten bezorgen. |
| 14 | De overheden die de personen, vermeld in het tweede lid, 6°, tewerkstellen, delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar die personen hun hoofdverblijfplaats hebben. | 14 | De overheden die de personen, vermeld in het tweede lid, 6°, tewerkstellen, delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar die personen hun hoofdverblijfplaats hebben. |
| 15 | De gemeentelijke overheden delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van de personen die tot het onderwijzend personeel in hun gemeente behoren, mee aan de gemeentebesturen waar die personen hun hoofdverblijfplaats hebben. | 15 | De gemeentelijke overheden delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van de personen die tot het onderwijzend personeel in hun gemeente behoren, mee aan de gemeentebesturen waar die personen hun hoofdverblijfplaats hebben. |
| 16 | Een tweede lijst bevat de kiezers van de stemafdeling naar rata van twaalf personen per stembureau. Die lijst dient om de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus aan te wijzen. Die lijst mag geen personen bevatten die al zijn opgenomen in de lijst, vermeld in het derde lid | 16 | Een tweede lijst bevat de kiezers van de stemafdeling naar rata van twaalf personen per stembureau. Die lijst dient om de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus aan te wijzen. Die lijst mag geen personen bevatten die al zijn opgenomen in de lijst, vermeld in het derde lid. |
| 17 | De twee lijsten, vermeld in het eerste lid, vermelden voor elke kiezer de voornaam of voornamen en de achternaam, de geboortedatum en de hoofdverblijfplaats. De lijst, vermeld in het tweede lid, vermeldt naast de voormelde gegevens voor elke kiezer ook het beroep. | ||
| 17 | § 2. De lijsten, vermeld in paragraaf 1, worden uiterlijk op 31 augustus van het jaar van de verkiezing naar de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, gezonden. | 18 | § 2. De lijsten, vermeld in paragraaf 1, worden uiterlijk op 31 augustus van het jaar van de verkiezing naar de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, gezonden. |
| 1 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, brengt de betrokkenen op de hoogte van hun aanwijzing. Hij verzoekt hen tevens hun ambt op de gestelde dagen te komen waarnemen. In geval van verhindering moeten zij de magistraat daarvan bericht geven binnen drie dagen na de kennisgeving. | 1 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, brengt de betrokkenen op de hoogte van hun aanwijzing. Hij verzoekt hen tevens hun ambt op de gestelde dagen te komen waarnemen. In geval van verhindering moeten zij de magistraat daarvan bericht geven binnen drie dagen na de kennisgeving. |
| 2 | Met uitzondering van de personen, vermeld in artikel 44, §1, tweede lid, 6°, wordt de persoon die minstens twee keer als lid van een stem- of telbureau gezeteld heeft, op basis van de registratie in de bevolkingsregisters van de daadwerkelijke uitoefening van die functie, op zijn verzoek vrijgesteld van de verplichting om de functie van bijzitter uit te oefenen. Dat verzoek wordt minstens vijftig dagen voor de dag van de verkiezing gericht aan de gemeente waar de verzoeker zijn verblijfplaats heeft, opdat die gemeente de vrijstelling in de bevolkingsregisters kan registreren. Dat verzoek ontslaat de betrokken persoon niet van een eventuele ambtshalve aanwijzing als bijzitter conform artikel 126, eerste lid, of conform artikel 150, tweede lid. | ||
| 2 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, voorziet onmiddellijk in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht, een reden van verhindering laten weten, conform artikel 44, § 1, derde lid. | 3 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, voorziet onmiddellijk in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht, een reden van verhindering laten weten, conform artikel 44, § 1, derde lid. |
| 3 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt de lijst die de samenstelling van de telbureaus aangeeft, aan het gemeentesecretariaat. Die lijst wordt voor iedereen ter inzage gelegd op het gemeentesecretariaat , waar iedereen die daarom verzoekt, een gratis kopie van de lijst kan krijgen. | 4 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger bezorgt de lijst die de samenstelling van de telbureaus aangeeft, aan het gemeentesecretariaat, zodat het gemeentesecretariaat met de leden van de telbureaus contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie. De voormelde lijst vermeldt de voornaam of voornamen, de achternaam en het adres van de voorzitters en bijzitters van de telbureaus. Het gemeente- secretariaat bewaart de voormelde lijst tot de dag na de verkiezing. |
| 4 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt de lijst die de samenstelling van de telbureaus aangeeft, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau en, in voorkomend geval, aan de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus. | 5 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger bezorgt de lijst die de samenstelling van de telbureaus aangeeft, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau en, in voorkomend geval, aan de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus, zodat die voorzitter met de leden van de telbureaus contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie. De voormelde voorzitter bewaart de voormelde lijst tot de dag na de verkiezing. |
| 5 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt aan de voorzitters van de telbureaus de samenstelling van hun eigen telbureau. | 6 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt aan de voorzitters van de telbureaus de samenstelling van hun eigen telbureau. |
| 1 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, brengt de betrokkenen op de hoogte van hun aanwijzing. Hij verzoekt hen tevens hun ambt op de gestelde dagen te komen waarnemen. In geval van verhindering moeten zij de magistraat daarvan bericht geven binnen drie dagen na de kennisgeving. | 1 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, brengt de betrokkenen op de hoogte van hun aanwijzing. Hij verzoekt hen tevens hun ambt op de gestelde dagen te komen waarnemen. In geval van verhindering moeten zij de magistraat daarvan bericht geven binnen drie dagen na de kennisgeving. |
| 2 | Met uitzondering van de personen, vermeld in artikel 44, §1, tweede lid, 6°, wordt de persoon die minstens twee keer als lid van een stem- of telbureau gezeteld heeft, op basis van de registratie in de bevolkingsregisters van de daadwerkelijke uitoefening van die functie, op zijn verzoek vrijgesteld van de verplichting om de functie van bijzitter uit te oefenen. Dat verzoek wordt minstens vijftig dagen voor de dag van de verkiezing gericht aan de gemeente waar de verzoeker zijn verblijfplaats heeft, opdat die gemeente de vrijstelling in de bevolkingsregisters kan registreren. Dat verzoek ontslaat de betrokken persoon niet van een eventuele ambtshalve aanwijzing als bijzitter conform artikel 126, eerste lid, of conform artikel 150, tweede lid. | ||
| 2 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, voorziet onmiddellijk in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht, een reden van verhindering laten weten, conform artikel 49, derde lid. | 3 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, voorziet onmiddellijk in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht, een reden van verhindering laten weten, conform artikel 49, derde lid. |
| 3 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt de lijst die de samenstelling van de stembureaus aangeeft, aan het gemeentesecretariaat. De lijst wordt voor iedereen ter inzage gelegd op het gemeentesecretariaat, waar iedereen die daarom verzoekt, een gratis kopie van de lijst kan krijgen. | 4 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger bezorgt de lijst die de samenstelling van de stembureaus aangeeft, aan het gemeentesecretariaat, zodat het gemeentesecretariaat met de leden van de stembureaus contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie. De voormelde lijst vermeldt de voornaam of voornamen, de achternaam en het adres van de voorzitters en bijzitters van de stembureaus. Het gemeentesecretariaat bewaart de voormelde lijst tot de dag na de verkiezing. |
| 4 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt de lijst die de samenstelling van de stembureaus aangeeft, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau en, in voorkomend geval, aan de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau. | 5 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger bezorgt de lijst die de samenstelling van de stembureaus aangeeft, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau en, in voorkomend geval, aan de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus, zodat die voorzitter met de leden van de stembureaus contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie. De voormelde voorzitter bewaart de voormelde lijst tot de dag na de verkiezing. |
| 5 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt aan de voorzitters van de stembureaus de samenstelling van hun eigen stembureau. | 6 | De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt aan de voorzitters van de stembureaus de samenstelling van hun eigen stembureau. |
| 1 | De provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar zorgt ervoor dat het college van burgemeester en schepenen ten minste vijftien dagen voor de verkiezing aan alle kiezers een oproepingsbrief zendt op de verblijfplaats die ze op dat tijdstip hebben. | 1 | De provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar zorgt ervoor dat het college van burgemeester en schepenen ten minste vijftien dagen voor de verkiezing aan alle kiezers een uitnodigingsbrief zendt op de verblijfplaats die ze op dat tijdstip hebben. |
| 1 | Kiezers die hun oproepingsbrief niet hebben ontvangen of niet meer in bezit hebben, kunnen op het gemeentesecretariaat een duplicaat afhalen tot 12 uur 's middags op de dag van de stemming. Van dat recht wordt melding gemaakt in het bericht, vermeld in artikel 51. | 1 | Kiezers die hun uitnodigingsbrief niet hebben ontvangen of niet meer in bezit hebben, kunnen op het gemeentesecretariaat een duplicaat afhalen tot 12 uur 's middags op de dag van de stemming. Van dat recht wordt melding gemaakt in het bericht, vermeld in artikel 51. |
| 1 | De oproepingsbrief vermeldt de volgende gegevens : | 1 | De uitnodigingsbrief vermeldt de volgende gegevens : |
| 2 | 1° de dag waarop en het stemlokaal waarin de kiezer kan stemmen; | 2 | 1° de dag waarop en het stemlokaal waarin de kiezer kan stemmen; |
| 3 | 2° de te verkiezen mandatarissen; | 3 | 2° de te verkiezen mandatarissen; |
| 4 | 3° de uren van opening en sluiting van het stemlokaal; | 4 | 3° de uren van opening en sluiting van het stemlokaal; |
| 5 | 4° de voorwaarden voor terugbetaling van de reiskosten van kiezers die niet meer in de gemeente wonen waar ze op de kiezerslijst staan; | 5 | 4° de voorwaarden voor terugbetaling van de reiskosten van kiezers die niet meer in de gemeente wonen waar ze op de kiezerslijst staan; |
| 6 | 5° de achternaam, de voornaam of voornamen, het geslacht en de hoofdverblijfplaats van de kiezer, alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat; | 6 | 5° de achternaam, de voornaam of voornamen en de hoofdverblijfplaats van de kiezer, alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat; |
| 7 | 6° de integrale tekst van artikel 56, artikel 135, § 2, en artikel 138, §3, derde lid. | 7 | 6° de integrale tekst van artikel 56, artikel 135, § 2, en artikel 138, §2 en §3, derde lid. |
| 8 | De Vlaamse Regering stelt het model van de oproepingsbrief vast. | 8 | De Vlaamse Regering stelt het model van de uitnodigingsbrief vast. |
| 1 | Een bericht van oproeping wordt ten minste twintig dagen voor de stemming in de gemeente openbaar bekendgemaakt met een aanplakking aan het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente. | 1 | Een bericht van uitnodiging wordt ten minste twintig dagen voor de stemming in de gemeente openbaar bekendgemaakt met een aanplakking aan het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente. |
| 2 | De publicatie vermeldt de gegevens, vermeld in artikel 54, eerste lid, 1° tot en met 4°. De publicatie herinnert er ook aan dat de kiezer die zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen of niet meer in bezit heeft, een duplicaat op het gemeentesecretariaat kan afhalen tot 12 uur 's middags op de dag van de stemming. | 2 | De publicatie vermeldt de gegevens, vermeld in artikel 54, eerste lid, 1° tot en met 4°. De publicatie herinnert er ook aan dat de kiezer die zijn uitnodigingsbrief niet heeft ontvangen of niet meer in bezit heeft, een duplicaat op het gemeentesecretariaat kan afhalen tot 12 uur 's middags op de dag van de stemming. |
| 1 | § 1. Ten minste vierendertig dagen vóór de verkiezing van de gemeenteraden maakt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bekend: | ||
| 2 | 1° dat hij op zaterdag, de negenentwintigste dag voor de stemming, tussen 9 en 12 uur en tussen 13 en 16 uur de voordrachtsakten van kandidaten in ontvangst neemt op de zetel van het gemeentelijk hoofdbureau. Hij vermeldt daarbij ook de plaats waar het gemeentelijk hoofdbureau zetelt; | 1 | §1. Uiterlijk op zaterdag, de negenentwintigste dag vóór de verkiezing van de gemeenteraden, om 16 uur, worden de voordrachtsakten van kandidaten ingediend bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau. Op zaterdag, de negenentwintigste dag vóór de verkiezing van de gemeenteraden, tussen 9 en 12 uur en tussen 13 en 16 uur, kunnen voorgedragen kandidaten de voordrachtsakte vervolledigen met bijlagen. |
| 3 | 2° dat hij op dinsdag, de vijfde dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur, de aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus en voor de telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S in ontvangst neemt. | ||
| 4 | De bekendmaking, vermeld in het eerste lid, gebeurt met een aanplakking aan het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente. | ||
| 2 | Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden de uiterste datum voor de indiening van de voordrachtsakten en de periode waarin de bijlagen worden ingediend, vermeld in het eerste lid, achtenveertig uur vervroegd. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop en de periode waarin die voordrachtsakten ingediend worden, en door wie, en ook de wijze waarop de bijlagen, vermeld in het eerste lid, ingediend kunnen worden. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering regelt de bekendmaking van de wijze waarop en de periode waarin die voordrachtsakten ingediend worden, en door wie, en ook de wijze waarop de bijlagen, vermeld in het eerste lid, ingediend kunnen worden, door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau. | ||
| 5 | Ten minste vierendertig dagen vóór de verkiezing van de gemeenteraden bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau het adres van de zetel van het gemeentelijk hoofdbureau aan de Vlaamse Regering. | 5 | Ten minste vierendertig dagen vóór de verkiezing van de gemeenteraden bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau het adres van de zetel van het gemeentelijk hoofdbureau aan de Vlaamse Regering. |
| 6 | § 2. Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen op de dagen, vermeld in paragraaf 1, achtenveertig uur vervroegd. | ||
| 6 | §2. Op dinsdag, de twaalfde dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur, neemt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau de aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus en voor de telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S, vermeld in artikel 42, vijfde lid, in ontvangst. | ||
| 7 | Ten minste vierendertig dagen vóór de verkiezing van de gemeenteraden maakt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau de bepalingen van het eerste lid bekend, met vermelding van de plaats waar hij de aanwijzingen van getuigen in ontvangst zal nemen. | ||
| 8 | De bekendmaking, vermeld in het tweede lid, wordt gedaan met een aanplakking aan het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente. |
| 1 | De eerste kandidaat van de lijst of de kandidaat die door de eerste kandidaat van de lijst daartoe gemandateerd is, bezorgt tegen ontvangstmelding de voordrachtsakte van kandidaten aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de kandidatenlijsten moeten worden ingediend. |
| 3 | De kandidaat die op het stembiljet wil vermeld worden met zijn roepnaam, voegt een akte van bekendheid bij de voordrachtsakte als de roepnaam geen van zijn voornamen is of geen afgeleide is van een van zijn voornamen. De akte van bekendheid kan afgeleverd worden door een vrederechter, een notaris of de burgemeester van de woonplaats van de kandidaat. | 3 | De kandidaat die op het stembiljet wil vermeld worden met zijn roepnaam, voegt een akte van bekendheid bij de voordrachtsakte als de roepnaam geen van zijn voornamen is of geen afgeleide is van een van zijn voornamen. De akte van bekendheid kan afgeleverd worden door een vrederechter, een notaris of de burgemeester van de woonplaats van de kandidaat. |
| 4 | De voordrachtsakte vermeldt ook de voor- en achternaam, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kiezers die de kandidaten voordragen, of van het aftredende raadslid dat de kandidaten voordraagt. | 4 | De voordrachtsakte vermeldt ook de voor- en achternaam, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kiezers die de kandidaten voordragen, of van het aftredende raadslid dat de kandidaten voordraagt. |
| 5 | In voorkomend geval vermeldt de voordrachtsakte dat de kandidaten beslissen dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, conform artikel 36, § 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. Met behoud van de bepalingen van artikel 60 tot en met 63, bestaat de naam van de lijst uit verschillende woorden of afkortingen die minstens de namen van de twee fracties bevatten. De voordrachtsakte vermeldt voor alle kandidaten tot welke fractie ze zullen behoren in geval van verkiezing. | ||
| 6 | De persoonsgegevens van de kandidaten, met uitzondering van het rijksregisternummer, kunnen voor wetenschappelijke doeleinden ter beschikking gesteld worden aan universiteiten, hogescholen of erkende onderzoeksinstellingen die daarvoor een aanvraag indienen. Bij de voormelde aanvraag wordt een nauwkeurig omschreven onderzoeksproject gevoegd dat aan al de volgende voorwaarden voldoet: | ||
| 7 | 1° het beantwoordt aan de geldende wetenschappelijke normen; | ||
| 8 | 2° het bevat een gedetailleerde opsomming van de te raadplegen reeks gegevens; | ||
| 9 | 3° het beschrijft de analysemethoden; | ||
| 10 | 4° het bevat een motivering waarom het onderzoek niet kan gebeuren aan de hand van, in eerste orde, geanonimiseerde of, in tweede orde, gepseudonimiseerde gegevens. | ||
| 1 | De voordrachtsakte vermeldt de voornaam, eventueel de roepnaam, de achternaam, de geboortedatum, het geslacht, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kandidaten, alsook de lijstnaam die boven de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan. De naam van een gehuwde kandidaat mag voorafgegaan of gevolgd worden door de naam van de echtgenoot of echtgenote van de kandidaat. De naam van een kandidaat die weduwnaar of weduwe is, mag voorafgegaan of gevolgd worden door de naam van de overleden echtgenoot of echtgenote van de kandidaat. Voor de toepassing van deze bepaling worden de personen die een wettelijk samenlevingscontract hebben afgesloten, met echtgenoten gelijkgesteld. | 1 | De voordrachtsakte vermeldt de voornaam, eventueel de roepnaam, de achternaam, de geboortedatum, het geslacht, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kandidaten, alsook de lijstnaam die boven de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan. De naam van een gehuwde kandidaat mag voorafgegaan of gevolgd worden door de naam van de echtgenoot of echtgenote van de kandidaat. De naam van een kandidaat die weduwnaar of weduwe is, mag voorafgegaan of gevolgd worden door de naam van de overleden echtgenoot of echtgenote van de kandidaat. Voor de toepassing van deze bepaling worden de personen die een wettelijk samenlevingscontract hebben afgesloten, met echtgenoten gelijkgesteld. |
| 2 | De kandidaat van wie de achternaam samengesteld is uit twee of meer afzonderlijke namen, mag op de voordrachtsakte invullen met welke van die namen hij op het stembiljet vermeld wil worden. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau weigert het gebruik van een naam die geen deel is van de samengestelde achternaam. Als de voorzitter de voormelde keuze van de kandidaat weigert om een andere reden, vermeldt hij de motivatie in het proces-verbaal van het hoofdbureau. | ||
| 2 | De kandidaat die op het stembiljet wil vermeld worden met zijn roepnaam, voegt een akte van bekendheid bij de voordrachtsakte als de roepnaam geen van zijn voornamen is of geen afgeleide is van een van zijn voornamen. De akte van bekendheid kan afgeleverd worden door een vrederechter, een notaris of de burgemeester van de woonplaats van de kandidaat. | 3 | De kandidaat die op het stembiljet wil vermeld worden met zijn roepnaam, voegt een akte van bekendheid bij de voordrachtsakte als de roepnaam geen van zijn voornamen is of geen afgeleide is van een van zijn voornamen. De akte van bekendheid kan afgeleverd worden door een vrederechter, een notaris of de burgemeester van de woonplaats van de kandidaat. |
| 3 | In voorkomend geval vermeldt de voordrachtsakte ook de voornaam, de achternaam, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kiezers die de kandidaten voordragen. | 4 | De voordrachtsakte vermeldt ook de voor- en achternaam, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kiezers die de kandidaten voordragen, of van het aftredende raadslid dat de kandidaten voordraagt. |
| 1 | Op de voordrachtsakte kunnen een getuige en een plaatsvervangende getuige aangewezen worden die de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau bijwonen. | 1 | Op de voordrachtsakte kunnen een getuige en een plaatsvervangende getuige aangewezen worden die de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau bijwonen. In het voormelde geval vermeldt de voordrachtsakte de voor- en achternaam en de hoofdverblijfplaats van de voormelde getuigen. |
| 1 | Als er niet meer kandidaat-raadsleden regelmatig voorgedragen zijn dan er mandaten toe te kennen zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau hen zonder meer verkozen. | 1 | Als er niet meer kandidaat-raadsleden regelmatig voorgedragen zijn dan er mandaten toe te kennen zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau hen zonder meer verkozen. |
| 2 | Het proces-verbaal van de verkiezing, dat tijdens de vergadering is opgemaakt en door de leden van het bureau werd ondertekend, wordt onmiddellijk aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen gezonden, tegelijk met de voordrachten. Uittreksels uit het proces-verbaal worden aan de gekozenen gezonden en in de gemeente door aanplakking bekendgemaakt. | 2 | Het proces-verbaal van de verkiezing, dat tijdens de vergadering is opgemaakt en door de leden van het bureau werd ondertekend, wordt onmiddellijk aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen gezonden, tegelijk met de voordrachten. Uittreksels uit het proces-verbaal worden aan de gekozenen gezonden en in de gemeente bekendgemaakt. De voormelde uittreksels worden bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente en op een fysieke gegevensdrager. |
| 1 | Voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden zijn de volgende artikelen van dit hoofdstuk van toepassing : | 1 | Voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden zijn de volgende artikelen van dit hoofdstuk van toepassing : |
| 2 | 1° artikel 68, met dien verstande dat : | 2 | 1° artikel 68, §1, met dien verstande dat : |
| 3 | a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden"; | 3 | a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden"; |
| 4 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | 4 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; |
| 5 | c) "gemeentehuis" wordt gelezen als "de zetel van het "stadsdistrictshoofdbureau"; | ||
| 6 | d) paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt geschrapt; | ||
| 5 | c) ...; | ||
| 6 | d) ...; | ||
| 7 | 2° artikel 69, met dien verstande dat : | 7 | 2° artikel 69, met dien verstande dat : |
| 8 | a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden"; | 8 | a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden"; |
| 10 | c) "gemeenten" wordt gelezen als "stadsdistricten"; | 10 | c) "gemeenten" wordt gelezen als "stadsdistricten"; |
| 11 | d) "gemeenteraadskiezers" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadskiezers"; | 11 | d) "gemeenteraadskiezers" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadskiezers"; |
| 12 | 3° artikel 70, met dien verstande dat : | ||
| 13 | a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | ||
| 14 | b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden"; | ||
| 12 | 3° ...; | ||
| 15 | 4° artikel 71, met dien verstande dat : | 13 | 4° artikel 71, met dien verstande dat : |
| 16 | a) "gemeente" wordt gelezen als "stadsdistrict"; | 14 | a) "gemeente" wordt gelezen als "stadsdistrict"; |
| 4 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 4 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 5 | c) ...; | 5 | c) ...; |
| 6 | d) paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt geschrapt; | ||
| 6 | d) “telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S” gelezen wordt als “telbureaus P”;”; | ||
| 7 | 2° artikel 69, dat vervangen wordt door wat volgt : | 7 | 2° artikel 69, dat vervangen wordt door wat volgt : |
| 8 | « De voordrachtsakten voor de provincieraadsverkiezingen moeten ondertekend zijn door ten minste vijftig kiezers van de provincie of door een aftredend provincieraadslid. »; | 8 | « De voordrachtsakten voor de provincieraadsverkiezingen moeten ondertekend zijn door ten minste vijftig kiezers van de provincie of door een aftredend provincieraadslid. »; |
| 9 | 3° artikel 70, met dien verstande dat : | ||
| 10 | a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | ||
| 11 | b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "provincieraadsleden"; | ||
| 9 | 3° ...; | ||
| 12 | 4° artikel 71, met dien verstande dat : | 10 | 4° artikel 71, met dien verstande dat : |
| 13 | a) "de gemeente" wordt gelezen als "een gemeente van de provincie"; | 11 | a) "de gemeente" wordt gelezen als "een gemeente van de provincie"; |
| 4 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 4 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 5 | c) ...; | 5 | c) ...; |
| 6 | d) “telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S” gelezen wordt als “telbureaus P”;”; | 6 | d) “telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S” gelezen wordt als “telbureaus P”; |
| 7 | 2° artikel 69, dat vervangen wordt door wat volgt : | 7 | 2° artikel 69, dat vervangen wordt door wat volgt : |
| 8 | « De voordrachtsakten voor de provincieraadsverkiezingen moeten ondertekend zijn door ten minste vijftig kiezers van de provincie of door een aftredend provincieraadslid. »; | 8 | « De voordrachtsakten voor de provincieraadsverkiezingen moeten ondertekend zijn door ten minste vijftig kiezers van de provincie of door een aftredend provincieraadslid. »; |
| 9 | 3°...; | 9 | 3°... |
| 10 | 4° artikel 71, met dien verstande dat : | 10 | 4° artikel 71, met uitzondering van het vijfde lid, met dien verstande dat : |
| 11 | a) "de gemeente" wordt gelezen als "een gemeente van de provincie"; | 11 | a) "de gemeente" wordt gelezen als "een gemeente van de provincie"; |
| 12 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 12 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 1 | De kandidaten en de kiezers die de voordrachten van kandidaten hebben ingeleverd, mogen ter plaatse inzage nemen van alle ingediende voordrachten en schriftelijk hun opmerkingen aan het gemeentelijk hoofdbureau meedelen. | 1 | De kandidaten die de voordrachten van kandidaten hebben ingediend, kunnen op de plaats waar de bijlagen, vermeld in artikel 68, §1, eerste lid, worden ingediend, inzage nemen van alle ingediende voordrachten en schriftelijk hun opmerkingen aan het gemeentelijk hoofdbureau meedelen. |
| 2 | Ze kunnen dat recht uitoefenen gedurende de termijn, bepaald voor de inlevering van de voordrachten, en tot twee uur na het verstrijken van die termijn. | 2 | Ze kunnen dat recht uitoefenen gedurende de termijn, bepaald voor de indiening van de bijlagen, vermeld in artikel 68, §1, eerste lid, en tot twee uur na het verstrijken van die termijn. |
| 3 | Ze kunnen dat recht, vermeld in het eerste lid, ook nog uitoefenen op de zevenentwintigste dag voor de stemming, van 13 tot 16 uur. | 3 | Ze kunnen dat recht, vermeld in het eerste lid, ook nog uitoefenen op de zevenentwintigste dag voor de stemming, van 13 tot 16 uur. |
| 4 | Ze kunnen een andere kandidaat mandateren om het recht, vermeld in het eerste lid, uit te oefenen. | ||
| 4 | Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen die op die dag moeten plaatshebben, achtenveertig uur vervroegd. | 5 | Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen die op die dag moeten plaatshebben, achtenveertig uur vervroegd. |
| 1 | Als het gemeentelijk hoofdbureau de voordracht van bepaalde kandidaten onregelmatig verklaart, worden de redenen van die beslissing in het proces-verbaal opgenomen. Onmiddellijk wordt een uittreksel uit het proces-verbaal, met de woordelijke opgave van de aangevoerde redenen, met een aangetekende brief gestuurd aan de kiezer of de kandidaat die de akte waarop de afgewezen kandidaten voorkomen, heeft ingeleverd. | 1 | Als het gemeentelijk hoofdbureau de voordracht van bepaalde kandidaten onregelmatig verklaart, worden de redenen van die beslissing in het proces-verbaal opgenomen. Onmiddellijk wordt een uittreksel uit het proces-verbaal, met de woordelijke opgave van de aangevoerde redenen, met een aangetekende brief gestuurd aan de kandidaat die de akte waarop de afgewezen kandidaten voorkomen, heeft ingediend. |
| 2 | Als meerdere ondertekenaars de voordrachtsakte hebben ingediend, dan wordt de brief, vermeld in het eerste lid, gericht aan de indiener die als eerste in de voordrachtsakte werd aangewezen. | ||
| 3 | Als de onverkiesbaarheid van een kandidaat als reden is aangevoerd, wordt het uittreksel uit het proces-verbaal, vermeld in het eerste lid, op dezelfde wijze ook aan die kandidaat gestuurd. | 2 | Als de onverkiesbaarheid van een kandidaat als reden is aangevoerd, wordt het uittreksel uit het proces-verbaal, vermeld in het eerste lid, op dezelfde wijze ook aan die kandidaat gestuurd. |
| 1 | Personen die de aanvaarde of afgewezen kandidatenlijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die kandidatenlijsten voorkomen, kunnen de zesentwintigste dag voor de stemming, tussen 13 en 16 uur, op de plaats die werd aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau, tegen ontvangstbewijs een met redenen omkleed bezwaarschrift tegen de aanvaarding van bepaalde kandidaturen indienen. | 1 | Personen die de aanvaarde of afgewezen kandidatenlijsten hebben ingediend of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die kandidatenlijsten voorkomen, kunnen de zesentwintigste dag voor de stemming, tussen 13 en 16 uur, op de plaats die werd aangewezen voor het indienen van de bijlagen, vermeld in artikel 68, §1, eerste lid, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau, tegen ontvangstbewijs een met redenen omkleed bezwaarschrift tegen de aanvaarding van bepaalde kandidaturen indienen. |
| 2 | De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau geeft aan de kiezer of de kandidaat die de betwiste voordracht heeft ingeleverd, onmiddellijk met een aangetekende brief kennis van het bezwaar, onder vermelding van de aangevoerde redenen. Als meerdere ondertekenaars de voordrachtsakte hebben ingediend, dan wordt de brief gericht aan de indiener die de kandidaten in de voordracht als eerste hebben aangewezen. | 2 | De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau geeft aan de kandidaat die de betwiste voordracht heeft ingediend, onmiddellijk met een aangetekende brief kennis van het bezwaar, onder vermelding van de aangevoerde redenen. |
| 3 | Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, wordt ook die kandidaat op de wijze, vermeld in het tweede lid, daarover rechtstreeks ingelicht. | 3 | Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, wordt ook die kandidaat op de wijze, vermeld in het tweede lid, daarover rechtstreeks ingelicht. |
| 1 | Personen die aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingediend, of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die lijsten voorkomt, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur op de plaats, aangewezen voor het indienen van de bijlagen, vermeld in artikel 68, §1, eerste lid, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau tegen ontvangstbewijs, een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopige afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Als de onregelmatigheid te maken heeft met de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels. | 1 | Personen die aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingediend, of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die lijsten voorkomt, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur op de plaats, aangewezen voor het indienen van de bijlagen, vermeld in artikel 68, §1, eerste lid, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau tegen ontvangstbewijs, een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopige afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Als de onregelmatigheid te maken heeft met de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels. |
| 2 | De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen in voorkomend geval bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een verbeteringsakte indienen tot 16 uur op de vierentwintigste dag voor de stemming. Die verbeteringsakte is alleen ontvankelijk als een kandidaat zich vrijwillig wil terugtrekken of overleden is na de voorlopige afsluiting, of als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om een van de volgende redenen: | 2 | De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen in voorkomend geval bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een verbeteringsakte indienen tot 16 uur op de vierentwintigste dag voor de stemming. Die verbeteringsakte is alleen ontvankelijk als een kandidaat zich vrijwillig wil terugtrekken of overleden is na de voorlopige afsluiting, of als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om een van de volgende redenen: |
| 3 | 1° de gegevens zijn foutief of onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid; | 3 | 1° de gegevens zijn foutief of onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71; |
| 4 | 2° er staan te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte; | 4 | 2° er staan te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte; |
| 5 | 3° de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, 1°, werden niet nageleefd; | 5 | 3° de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, 1°, werden niet nageleefd; |
| 7 | 5° de regels voor de lijstnaam, vermeld in artikel 60 en 62, werden niet nageleefd; | 7 | 5° de regels voor de lijstnaam, vermeld in artikel 60 en 62, werden niet nageleefd; |
| 8 | 6° een kandidaat is niet verkiesbaar of een niet-Belgische kandidaat van de Europese Unie heeft de verklaring, vermeld in artikel 73, niet afgelegd. | 8 | 6° een kandidaat is niet verkiesbaar of een niet-Belgische kandidaat van de Europese Unie heeft de verklaring, vermeld in artikel 73, niet afgelegd. |
| 9 | De verbeteringsakte mag geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 6°, en in het geval dat een kandidaat zich vrijwillig terugtrekt of overleden is. Ze mag de volgorde van voordracht die in de afgewezen akte werd aangenomen, niet wijzigen, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 4°. | 9 | De verbeteringsakte mag geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 6°, en in het geval dat een kandidaat zich vrijwillig terugtrekt of overleden is. Ze mag de volgorde van voordracht die in de afgewezen akte werd aangenomen, niet wijzigen, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 4°. Een kandidaat op een lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vijfde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, mag zijn keuze voor de fractie waartoe hij behoort, niet wijzigen. |
| 10 | De nieuw voorgedragen kandidaat neemt de plaats in van de geschrapte kandidaat of van diegene die zich terugtrekt of overleden is. | 10 | De nieuw voorgedragen kandidaat neemt de plaats in van de geschrapte kandidaat of van diegene die zich terugtrekt of overleden is. |
| 11 | Vermindering van een te groot aantal kandidaat-titularissen of -opvolgers is alleen mogelijk als uit de verbeteringsakte blijkt dat een kandidaat zijn kandidatuur intrekt."; | 11 | Vermindering van een te groot aantal kandidaat-titularissen of -opvolgers is alleen mogelijk als uit de verbeteringsakte blijkt dat een kandidaat zijn kandidatuur intrekt."; |
| 1 | Personen die aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingeleverd, of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die lijsten voorkomt, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur op de plaats, aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau tegen ontvangstbewijs, een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopige afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Als de onregelmatigheid te maken heeft met de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels. | 1 | Personen die aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingediend, of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die lijsten voorkomt, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur op de plaats, aangewezen voor het indienen van de bijlagen, vermeld in artikel 68, §1, eerste lid, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau tegen ontvangstbewijs, een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopige afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Als de onregelmatigheid te maken heeft met de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels. |
| 2 | De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen in voorkomend geval bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een verbeteringsakte indienen tot 16 uur op de vierentwintigste dag voor de stemming. Die verbeteringsakte is alleen ontvankelijk als een kandidaat zich vrijwillig wil terugtrekken of overleden is na de voorlopige afsluiting, of als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om een van de volgende redenen: | 2 | De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen in voorkomend geval bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een verbeteringsakte indienen tot 16 uur op de vierentwintigste dag voor de stemming. Die verbeteringsakte is alleen ontvankelijk als een kandidaat zich vrijwillig wil terugtrekken of overleden is na de voorlopige afsluiting, of als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om een van de volgende redenen: |
| 3 | 1° de gegevens zijn foutief of onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid; | 3 | 1° de gegevens zijn foutief of onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid; |
| 1 | Het gemeentelijk hoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. | 1 | Het gemeentelijk hoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. |
| 2 | Tot de vergadering worden alleen de personen toegelaten die de lijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als vermeld in artikel 89 en 91 hebben overhandigd, toegelaten, alsmede de getuigen van die lijsten die met toepassing van artikel 77 zijn aangewezen. | 2 | Tot de vergadering worden alleen de personen toegelaten die de lijsten hebben ingediend of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als vermeld in artikel 89 en 91 hebben overhandigd, toegelaten, alsmede de getuigen van die lijsten die met toepassing van artikel 77 zijn aangewezen. |
| 3 | Als in de verbeteringsakte de pariteitsregels niet gerespecteerd worden, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. Als er geen verbeteringsakte wordt ingediend, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie eveneens af, tenzij de pariteit behouden blijft. In dat laatste geval hernummert het de kandidaten op de lijst door de opengevallen plaatsen op te vullen, maar zonder de onderlinge volgorde van de kandidaten te wijzigen. Als het gemeentelijk hoofdbureau overgaat tot het schrappen van kandidaten van een lijst en de pariteit daarbij niet wordt behouden of hersteld, wijst het de lijst in kwestie af. Als een lijst na schrapping van kandidaten niet wordt afgewezen, verliest de lijst in kwestie in voorkomend geval haar gemeenschappelijke volgnummer en komt de lijst onderaan in de nummering. | 3 | Als in de verbeteringsakte de pariteitsregels niet gerespecteerd worden, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. Als er geen verbeteringsakte wordt ingediend, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie eveneens af, tenzij de pariteit behouden blijft. In dat laatste geval hernummert het de kandidaten op de lijst door de opengevallen plaatsen op te vullen, maar zonder de onderlinge volgorde van de kandidaten te wijzigen. Als het gemeentelijk hoofdbureau overgaat tot het schrappen van kandidaten van een lijst en de pariteit daarbij niet wordt behouden of hersteld, wijst het de lijst in kwestie af. Als een lijst na schrapping van kandidaten niet wordt afgewezen, verliest de lijst in kwestie in voorkomend geval haar gemeenschappelijke volgnummer en komt de lijst onderaan in de nummering. |
| 4 | Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 93. | 4 | Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 93. |
| 1 | Het gemeentelijk hoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. | 1 | Het gemeentelijk hoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. |
| 2 | Tot de vergadering worden alleen de personen toegelaten die de lijsten hebben ingediend of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als vermeld in artikel 89 en 91 hebben overhandigd, toegelaten, alsmede de getuigen van die lijsten die met toepassing van artikel 77 zijn aangewezen. | 2 | Tot de vergadering worden alleen de personen toegelaten die de lijsten hebben ingediend of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als vermeld in artikel 89 en 91 hebben overhandigd, toegelaten, alsmede de getuigen van die lijsten die met toepassing van artikel 77 zijn aangewezen. |
| 3 | Als de lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vijfde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, niet voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 71, vijfde lid, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. | ||
| 3 | Als in de verbeteringsakte de pariteitsregels niet gerespecteerd worden, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. Als er geen verbeteringsakte wordt ingediend, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie eveneens af, tenzij de pariteit behouden blijft. In dat laatste geval hernummert het de kandidaten op de lijst door de opengevallen plaatsen op te vullen, maar zonder de onderlinge volgorde van de kandidaten te wijzigen. Als het gemeentelijk hoofdbureau overgaat tot het schrappen van kandidaten van een lijst en de pariteit daarbij niet wordt behouden of hersteld, wijst het de lijst in kwestie af. Als een lijst na schrapping van kandidaten niet wordt afgewezen, verliest de lijst in kwestie in voorkomend geval haar gemeenschappelijke volgnummer en komt de lijst onderaan in de nummering. | 4 | Als in de verbeteringsakte de pariteitsregels niet gerespecteerd worden, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. Als er geen verbeteringsakte wordt ingediend, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie eveneens af, tenzij de pariteit behouden blijft. In dat laatste geval hernummert het de kandidaten op de lijst door de opengevallen plaatsen op te vullen, maar zonder de onderlinge volgorde van de kandidaten te wijzigen. Als het gemeentelijk hoofdbureau overgaat tot het schrappen van kandidaten van een lijst en de pariteit daarbij niet wordt behouden of hersteld, wijst het de lijst in kwestie af. Als een lijst na schrapping van kandidaten niet wordt afgewezen, verliest de lijst in kwestie in voorkomend geval haar gemeenschappelijke volgnummer en komt de lijst onderaan in de nummering. |
| 4 | Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 93. | 5 | Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 93. |
| 5 | In voorkomend geval, onderzoekt het hoofdbureau de stukken die de voorzitter overeenkomstig artikel 89 tot en met 91, ontvangen heeft, en beslist het erover na de betrokkenen te hebben gehoord, als zij dat verlangen. Het gemeentelijk hoofdbureau verbetert de kandidatenlijst, als daartoe grond bestaat, en sluit ze daarna definitief af. | 6 | In voorkomend geval, onderzoekt het hoofdbureau de stukken die de voorzitter overeenkomstig artikel 89 tot en met 91, ontvangen heeft, en beslist het erover na de betrokkenen te hebben gehoord, als zij dat verlangen. Het gemeentelijk hoofdbureau verbetert de kandidatenlijst, als daartoe grond bestaat, en sluit ze daarna definitief af. |
| 7 | Na de definitieve afsluiting bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau aan de algemeen directeur een exemplaar van de voordrachtsakte en, in voorkomend geval, een exemplaar van de verbeteringsakte, van de lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vijfde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen. |
| 5 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 5 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 6 | c) in het tweede lid, 1°, de tweede zin wordt geschrapt; | 6 | c) in het tweede lid, 1°, de tweede zin wordt geschrapt; |
| 7 | d) in het tweede lid, 2°, "artikel 58", wordt gelezen als "artikel 59"; | ||
| 7 | d) in het tweede lid, 6°, wordt de zinsnede “en of de niet-Belgische kandidaten van de Europese Unie de verklaring, vermeld in artikel 73, hebben afgelegd” geschrapt; | ||
| 8 | 3° ...; | 8 | 3° ...; |
| 9 | 4° artikel 88, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 9 | 4° artikel 88, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 4 | a) "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden" wordt gelezen als "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de provincieraden"; | 4 | a) "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden" wordt gelezen als "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de provincieraden"; |
| 5 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 5 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 6 | c) in het tweede lid, 1°, de tweede zin wordt geschrapt; | ||
| 6 | c) in het tweede lid, 1°, wordt "artikel 71" gelezen als "artikel 71, eerste tot en met vierde lid"; | ||
| 7 | d) in het tweede lid, 6°, wordt de zinsnede “en of de niet-Belgische kandidaten van de Europese Unie de verklaring, vermeld in artikel 73, hebben afgelegd” geschrapt; | 7 | d) in het tweede lid, 6°, wordt de zinsnede “en of de niet-Belgische kandidaten van de Europese Unie de verklaring, vermeld in artikel 73, hebben afgelegd” geschrapt; |
| 8 | 3° ...; | 8 | 3° ...; |
| 10 | 5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 10 | 5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 11 | 6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 11 | 6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 12 | 7° artikel 91, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 12 | 7° artikel 91, met dien verstande dat: |
| 13 | 8° artikel 92, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau" en met dien verstande dat een zesde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt: | ||
| 13 | a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | ||
| 14 | b) in het tweede lid, 1°, “artikel 71” wordt gelezen als “artikel 71, eerste tot en met vierde lid” en in het tweede lid, 6°, de zinsnede “of de niet-Belgische kandidaat van de Europese Unie heeft de verklaring, vermeld in artikel 73, niet afgelegd” wordt geschrapt; | ||
| 15 | c) in het derde lid de laatste zin wordt geschrapt; | ||
| 16 | 8° artikel 92, met dien verstande dat: | ||
| 17 | a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | ||
| 18 | b) het derde lid wordt geschrapt; | ||
| 19 | c) het zevende lid wordt gelezen als volgt: | ||
| 14 | "De voorzitter zendt onmiddellijk een exemplaar van alle voordrachtsakten van kandidaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau."; | 20 | "De voorzitter zendt onmiddellijk een exemplaar van alle voordrachtsakten van kandidaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau."; |
| 15 | 9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 21 | 9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 1 | Vijf dagen voor de verkiezing mag de indiener van een voordrachtsakte als vermeld in artikel 70, één getuige en één plaatsvervangende getuige per stembureau en per telbureau aanwijzen. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau neemt de aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus en voor de telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S in ontvangst, conform artikel 68, § 1, eerste lid, 2°. | 1 | Twaalf dagen voor de verkiezing mag de lijsttrekker of de kandidaat die de lijsttrekker daarvoor mandateert, één getuige en één plaatsvervangende getuige per stembureau en per telbureau aanwijzen. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau neemt de aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus en voor de telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S in ontvangst, conform artikel 68, §2. |
| 1 | De indiener van een voordrachtsakte als vermeld in artikel 70, beslist voor iedere getuige in welk stembureau of telbureau hij tijdens de duur van de verrichtingen zijn opdracht zal vervullen. De getuigen worden daarvan op de hoogte gebracht door de indiener zelf. Die kennisgeving wordt mee ondertekend door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau. | 1 | De lijsttrekker of de kandidaat die de lijsttrekker mandateert, vermeld in artikel 114, beslist voor iedere getuige in welk stembureau of telbureau hij tijdens de duur van de verrichtingen zijn opdracht moet vervullen, en brengt de getuigen daarvan op de hoogte. De voormelde kennisgeving wordt mee ondertekend door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau. |
| 1 | De getuigen voor een telbureau P die in een andere gemeente kiezer zijn, moeten hun hoedanigheid van provincieraadskiezer kunnen aantonen, hetzij via de oproepingsbrief voor de verkiezingen in hun gemeente, hetzij via een uittreksel uit de kiezerslijst. | 1 | De getuigen voor een telbureau P die in een andere gemeente kiezer zijn, moeten hun hoedanigheid van provincieraadskiezer kunnen aantonen, hetzij via de uitnodigingsbrief voor de verkiezingen in hun gemeente, hetzij via een uittreksel uit de kiezerslijst. |
| 2 | In voorkomend geval moeten de getuigen voor een telbureau G of P die in een ander stadsdistrict kiezer zijn, hun hoedanigheid van gemeenteraadskiezer kunnen aantonen, hetzij via de oproepingsbrief voor de verkiezingen in hun stadsdistrict, hetzij via een uittreksel uit de kiezerslijst. | 2 | In voorkomend geval moeten de getuigen voor een telbureau G of P die in een ander stadsdistrict kiezer zijn, hun hoedanigheid van gemeenteraadskiezer kunnen aantonen, hetzij via de uitnodigingsbrieff voor de verkiezingen in hun stadsdistrict, hetzij via een uittreksel uit de kiezerslijst. |
| 1 | Twaalf dagen voor de verkiezing mag de lijsttrekker of de kandidaat die de lijsttrekker daarvoor mandateert, één getuige en één plaatsvervangende getuige per stembureau en per telbureau P, vermeld in artikel 42, vijfde lid, aanwijzen voor de gemeenten waarin geen lijst wordt ingediend voor de gemeenteraadsverkiezing met gebruik van dezelfde lijstnaam. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau neemt de aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus en voor de telbureaus P in ontvangst conform artikel 84, 1°, d). | ||
| 2 | De lijsttrekker of de kandidaat, vermeld in het eerste lid, beslist voor iedere getuige in welk stembureau of telbureau P hij tijdens de duur van de verrichtingen zijn opdracht moet vervullen, en brengt de getuigen daarvan op de hoogte. De voormelde kennisgeving wordt mee ondertekend door de voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau. | ||
| 3 | De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau deelt de namen van de getuigen van de stembureaus en telbureaus P van de gemeente waarvoor ze zijn aangewezen, mee aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau van die gemeente. |
| 1 | Als twee getuigen zich bij hetzelfde stembureau of telbureau P aanmelden voor lijsten met dezelfde lijstnaam, heeft de getuige voorrang die aangewezen is door de lijsttrekker van de lijst voor de gemeenteraadsverkiezing. De getuige die aangewezen is door de lijsttrekker van de lijst voor de provincieraadsverkiezing, verlaat het stemlokaal of het tellokaal. In het proces-verbaal wordt vermeld dat die getuige het stemlokaal of het tellokaal verlaten heeft. |
| 1 | Twee dagen voor of daags voor de dag van de verkiezing zendt de voorzitter van het hoofdbureau dat de stembiljetten heeft vastgesteld, de voor de verkiezing nodige stembiljetten in verzegelde enveloppes aan de voorzitter van elk stembureau. Op de enveloppes worden het adres en het aantal ingesloten stembiljetten vermeld. | 1 | Uiterlijk op de dag van de verkiezing zendt de voorzitter van het hoofdbureau dat de stembiljetten heeft vastgesteld, de voor de verkiezing nodige stembiljetten in verzegelde enveloppes aan de voorzitter van elk stembureau. Op de enveloppes worden het adres en het aantal ingesloten stembiljetten vermeld. |
| 2 | De voorzitter van het hoofdbureau zendt tezelfdertijd aan de voorzitter van elk telbureau de modeltabel die hij heeft opgemaakt en die de voorzitters van de telbureaus na de telling moeten invullen, als vermeld in artikel 156, tweede tot en met vierde lid. | 2 | De voorzitter van het hoofdbureau zendt tezelfdertijd aan de voorzitter van elk telbureau de modeltabel die hij heeft opgemaakt en die de voorzitters van de telbureaus na de telling moeten invullen, als vermeld in artikel 156, tweede tot en met vierde lid. |
| 1 | § 1. Het stemlokaal en de stemhokjes worden ingericht door het college van burgemeester en schepenen volgens het model dat door de Vlaamse Regering wordt bepaald. | 1 | § 1. Het stemlokaal en de stemhokjes worden ingericht door het college van burgemeester en schepenen volgens het model dat door de Vlaamse Regering wordt bepaald. |
| 2 | Afmetingen en schikking mogen worden gewijzigd volgens de vereisten van de lokalen. | 2 | Afmetingen en schikking mogen worden gewijzigd volgens de vereisten van de lokalen. |
| 3 | § 2. Er is ten minste één stemhokje per honderdvijftig kiezers. | ||
| 3 | § 2. ... | ||
| 4 | § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de onderrichtingen voor de kiezers. Die worden in het stemlokaal aangebracht. | 4 | § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de onderrichtingen voor de kiezers. Die worden in het stemlokaal aangebracht. |
| 1 | De kiezer kan alleen zijn stem uitbrengen voor een verkiezing waarvoor hij is opgeroepen. Hij stemt in de gemeente en, in voorkomend geval, in het stadsdistrict waar hij op de kiezerslijst is ingeschreven. | 1 | De kiezer kan alleen zijn stem uitbrengen voor een verkiezing waarvoor hij is uitgenodigd. Hij stemt in de gemeente en, in voorkomend geval, in het stadsdistrict waar hij op de kiezerslijst is ingeschreven. |
| 1 | § 1. De kiezers melden zich in het stemlokaal met hun identiteitskaart en oproepingsbrief. | 1 | § 1. De kiezers melden zich in het stemlokaal met hun identiteitskaart en uitnodigingsbrief. |
| 2 | § 2. De gevolmachtigde meldt zich aan in het stemlokaal waar de volmachtgever had moeten stemmen. Hij overhandigt aan de voorzitter van het stembureau : | 2 | § 2. De gevolmachtigde meldt zich aan in het stemlokaal waar de volmachtgever had moeten stemmen. Hij overhandigt aan de voorzitter van het stembureau : |
| 3 | 1° de volmacht; | 3 | 1° de volmacht; |
| 4 | 2° één van de attesten, vermeld in artikel 56, § 2; | 4 | 2° één van de attesten, vermeld in artikel 56, § 2; |
| 5 | 3° zijn identiteitskaart; | 5 | 3° zijn identiteitskaart; |
| 6 | 4° zijn oproepingsbrief; | 6 | 4° zijn uitnodigingsbrief; |
| 7 | 5° de oproepingsbrief van de volmachtgever. | 7 | 5° de uitnodigingsbrief van de volmachtgever. |
| 1 | De secretaris stipt de naam van de kiezers aan op de aanstiplijst. De voorzitter of een door hem aangewezen lid doet hetzelfde op het tweede exemplaar van de aanstiplijst, na te hebben gecontroleerd of de gegevens op de aanstiplijst overeenstemmen met de vermeldingen op de oproepingsbrief en op de identiteitskaart. | 1 | De secretaris stipt de naam van de kiezers aan op de aanstiplijst. De voorzitter of een door hem aangewezen lid doet hetzelfde op het tweede exemplaar van de aanstiplijst, na te hebben gecontroleerd of de gegevens op de aanstiplijst overeenstemmen met de vermeldingen op de uitnodigingsbrief en op de identiteitskaart. |
| 1 | § 1. Wie als kiezer vermeld staat op de aanstiplijst, maar zijn oproepingsbrief niet kan voorleggen, kan tot de stemming toegelaten worden als zijn identiteit door het bureau wordt erkend. | 1 | § 1. Wie als kiezer vermeld staat op de aanstiplijst, maar zijn uitnodigingsbrief niet kan voorleggen, kan tot de stemming toegelaten worden als zijn identiteit door het bureau wordt erkend. |
| 2 | § 2. Het stembureau mag de volgende personen die vermeld staan op de aanstiplijst, niet tot de stemming toelaten : | 2 | § 2. Het stembureau mag de volgende personen die vermeld staan op de aanstiplijst, niet tot de stemming toelaten : |
| 3 | 1° personen van wie het college van burgemeester en schepenen of het hof van beroep de schrapping heeft uitgesproken bij een beslissing of een arrest waarvan een uittreksel is overgelegd; | 3 | 1° personen van wie het college van burgemeester en schepenen of het hof van beroep de schrapping heeft uitgesproken bij een beslissing of een arrest waarvan een uittreksel is overgelegd; |
| 9 | 2° een uittreksel uit een arrest van het hof van beroep waarin zijn inschrijving in de kiezerslijst wordt bevolen; | 9 | 2° een uittreksel uit een arrest van het hof van beroep waarin zijn inschrijving in de kiezerslijst wordt bevolen; |
| 10 | 3° een getuigschrift van het college van burgemeester en schepenen dat bevestigt dat de betrokkene de hoedanigheid van kiezer bezit. | 10 | 3° een getuigschrift van het college van burgemeester en schepenen dat bevestigt dat de betrokkene de hoedanigheid van kiezer bezit. |
| 11 | De kiezer die gebruikmaakt van een stemhokje voor personen met een lichamelijke beperking dat zich in een ander stemlokaal bevindt dan datgene dat op zijn oproepingsbrief staat, wordt toegelaten tot de stemming in dat stemlokaal. | 11 | De kiezer die gebruikmaakt van een stemhokje voor personen met een handicap dat zich in een ander stemlokaal bevindt dan datgene dat op zijn uitnodigingsbrief staat, wordt toegelaten tot de stemming in dat stemlokaal. |
| 12 | Als een kiezer niet kan stemmen in het stemlokaal dat op zijn oproepingsbrief staat omdat het door omstandigheden gesloten of buiten werking is, wordt hij toegelaten tot de stemming in een ander stemlokaal. | 12 | Als een kiezer niet kan stemmen in het stemlokaal dat op zijn uitnodigingsbrief staat omdat het door omstandigheden gesloten of buiten werking is, wordt hij toegelaten tot de stemming in een ander stemlokaal. |
| 13 | § 4. De namen van de kiezers die niet vermeld staan op de aanstiplijst maar die door het stembureau tot de stemming zijn toegelaten, worden op beide aanstiplijsten ingeschreven. | 13 | § 4. De namen van de kiezers die niet vermeld staan op de aanstiplijst maar die door het stembureau tot de stemming zijn toegelaten, worden op beide aanstiplijsten ingeschreven. |
| 1 | § 1. Voor elke verkiezing waarvoor hij kiesgerechtigd is, ontvangt de kiezer een in vieren dichtgevouwen stembiljet dat aan de keerzijde gemerkt is door een stempel. De plaats van de stempel wordt door de voorzitter bepaald op de dag van de verkiezingen en wordt aangebracht op een modelstembiljet. Dat modelstembiljet wordt geparafeerd en op het einde van de stemming in een aparte verzegelde enveloppe gestopt. | 1 | § 1. Voor elke verkiezing waarvoor hij kiesgerechtigd is, ontvangt de kiezer een in vieren dichtgevouwen stembiljet dat aan de keerzijde gemerkt is door een stempel. De plaats van de stempel wordt door de voorzitter bepaald op de dag van de verkiezingen en wordt aangebracht op een modelstembiljet. Dat modelstembiljet wordt geparafeerd en op het einde van de stemming in een aparte verzegelde enveloppe gestopt. |
| 2 | De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een stemhokje. Hij brengt er zijn stem uit. | 2 | De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een stemhokje. Hij brengt er zijn stem uit. |
| 3 | § 2. Een kiezer die wegens lichamelijke beperkingen niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, mag zich met toestemming van de voorzitter door iemand laten geleiden of bijstaan. De naam van beide personen wordt in het proces-verbaal vermeld. | 3 | § 2. Een kiezer die wegens een handicap niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, mag zich met toestemming van de voorzitter door een persoon van zijn keuze laten bijstaan. De naam van beide personen wordt in het proces-verbaal vermeld. |
| 4 | Als een lid van het stembureau of een getuige de echtheid of de ernst van de aangevoerde lichamelijke beperking betwist, dan beslist het stembureau. De met redenen omklede beslissing van het stembureau wordt in het proces-verbaal opgenomen. | 4 | Als een lid van het stembureau of een getuige de echtheid of de ernst van de aangevoerde handicap betwist, dan beslist het stembureau. De met redenen omklede beslissing van het stembureau wordt in het proces-verbaal opgenomen. |
| 5 | § 3. De kiezer toont aan de voorzitter het behoorlijk opnieuw in vieren dichtgevouwen stembiljet met de stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus. | 5 | § 3. De kiezer toont aan de voorzitter het behoorlijk opnieuw in vieren dichtgevouwen stembiljet met de stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus. |
| 6 | De voorzitter of een door hem aangesteld lid stempelt de oproepingsbrief af en geeft de oproepingsbrief terug aan de kiezer. | 6 | De voorzitter of een door hem aangesteld lid stempelt de oproepingsbrief af en geeft de uitnodigingsbrief terug aan de kiezer. |
| 7 | Als de kiezer bij volmacht heeft gestemd, vermeldt de voorzitter na de stemming op de oproepingsbrief van de gevolmachtigde : "heeft bij volmacht gestemd". De oproepingsbrief van de volmachtgever wordt afgestempeld. De voorzitter houdt de volmacht en het daarbij horende attest bij en voegt beide documenten bij het proces-verbaal. | 7 | Als de kiezer bij volmacht heeft gestemd, vermeldt de voorzitter na de stemming op de uitnodigingsbrief van de gevolmachtigde : "heeft volmacht gekregen". De uitnodigingsbrief van de volmachtgever wordt afgestempeld. De voorzitter houdt de volmacht en het daarbij horende attest bij en voegt beide documenten bij het proces-verbaal. |
| 1 | Het is voor een kiezer verboden om het stembiljet na het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Als de kiezer het stembiljet na het verlaten van het stemhokje geopend heeft, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, maakt het onmiddellijk onbruikbaar en verplicht de kiezer opnieuw te stemmen. | 1 | Het is voor een kiezer verboden om het stembiljet na het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Als de kiezer het stembiljet na het verlaten van het stemhokje geopend heeft, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, maakt het onmiddellijk onbruikbaar en laat de kiezer opnieuw toe tot de stemming als die dat wil. |
| 2 | De voorzitter kan op vraag van een kiezer een ander stembiljet geven, tegen teruggave van het eerste. Het eerste stembiljet wordt in dat geval onmiddellijk onbruikbaar gemaakt. | 2 | De voorzitter kan op vraag van een kiezer een ander stembiljet geven, tegen teruggave van het eerste. Het eerste stembiljet wordt in dat geval onmiddellijk onbruikbaar gemaakt. |
| 3 | De voorzitter schrijft op de stembiljetten die zijn teruggenomen, de vermelding : "Teruggenomen stembiljet" en parafeert ze. | 3 | De voorzitter schrijft op de stembiljetten die zijn teruggenomen, de vermelding : "Teruggenomen stembiljet" en parafeert ze. |
| 3 | § 3. De voorzitter opent de stembussen. | 3 | § 3. De voorzitter opent de stembussen. |
| 4 | Het stembureau telt per verkiezing het aantal stembiljetten. De voorzitter vermeldt het aantal ervan in het proces-verbaal en, per verkiezing, in het daartoe bestemde formulier. Hij stopt die formulieren in de daartoe bestemde enveloppen en verzegelt die enveloppen. | 4 | Het stembureau telt per verkiezing het aantal stembiljetten. De voorzitter vermeldt het aantal ervan in het proces-verbaal en, per verkiezing, in het daartoe bestemde formulier. Hij stopt die formulieren in de daartoe bestemde enveloppen en verzegelt die enveloppen. |
| 5 | De stembiljetten worden per verkiezing opnieuw in de stembus of in een harmonica-enveloppe gestopt. De stembus of de harmonica-enveloppe worden verzegeld. Ook de getuigen mogen er hun zegel op zetten. Bij de stembussen bedekt de verzegeling in het bijzonder de sleuf van de stembus. | 5 | De stembiljetten worden per verkiezing opnieuw in de stembus of in een verzegelbare verpakking gestopt. De stembus of de verzegelbare verpakking worden verzegeld. Ook de getuigen mogen er hun zegel op zetten. Bij de stembussen bedekt de verzegeling in het bijzonder de sleuf van de stembus. |
| 1 | De voorzitter stelt de volgende lijsten op : | 1 | De voorzitter stelt de volgende lijsten op : |
| 2 | 1° ...; | ||
| 2 | 1° op basis van de volmachten, vermeld in artikel 135, §2, 1°, een lijst van de kiezers die een volmacht hebben uitgeoefend voor een andere kiezer; | ||
| 3 | 2° een lijst van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd; | 3 | 2° een lijst van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd; |
| 4 | 3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering; | 4 | 3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering; |
| 5 | 4° de aanstellingsbrieven van de getuigen, vermeld in artikel 116; | 5 | 4° de aanstellingsbrieven van de getuigen, vermeld in artikel 116; |
| 6 | 5° de volmachten en de daarbij horende attesten, vermeld in artikel 56, § 2; | 6 | 5° de volmachten en de daarbij horende attesten, vermeld in artikel 56, § 2; |
| 7 | 6° de documenten die de voorzitter ontving van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd, overeenkomstig artikel 137, § 3. | 7 | 6° de documenten die de voorzitter ontving van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd, overeenkomstig artikel 137, § 3; |
| 8 | 7° de lijst van de kiezers die een volmacht hebben uitgeoefend voor een andere kiezer, vermeld in artikel 143, eerste lid, 1°; | ||
| 9 | 8° de lijst met de samenstelling van het stembureau die is bezorgd conform artikel 50, zesde lid. | ||
| 8 | De voorzitter van het stembureau bezorgt tegen ontvangstbewijs, eventueel vergezeld van getuigen, per verkiezing de verzegelde harmonica-enveloppe of de verzegelde stembus met de sleutels aan de voorzitters van de aangewezen telbureaus, samen met : | 10 | De voorzitter van het stembureau bezorgt tegen ontvangstbewijs, eventueel vergezeld van getuigen, per verkiezing de verzegelde verpakking of de verzegelde stembus met de sleutels aan de voorzitters van de aangewezen telbureaus, samen met : |
| 9 | 1° de verzegelde enveloppe met het formulier, vermeld in artikel 142, § 3; | 11 | 1° de verzegelde enveloppe met het formulier, vermeld in artikel 142, § 3; |
| 10 | 2° het geparafeerde modelstembiljet, vermeld in artikel 138, § 1; | 12 | 2° het geparafeerde modelstembiljet, vermeld in artikel 138, § 1; |
| 11 | 3° de verzegelde enveloppe met de stembiljetten die hij onbruikbaar gemaakt heeft omdat ze beschadigd of openbaar gemaakt zijn, vermeld in artikel 142, § 1; | 13 | 3° de verzegelde enveloppe met de stembiljetten die hij onbruikbaar gemaakt heeft omdat ze beschadigd of openbaar gemaakt zijn, vermeld in artikel 142, § 1; |
| 12 | 4° de verzegelde enveloppe met de niet-gebruikte stembiljetten, vermeld in artikel 142, § 2. | 14 | 4° de verzegelde enveloppe met de niet-gebruikte stembiljetten, vermeld in artikel 142, § 2. |
| 13 | Indien nodig, stelt het gemeentebestuur een voertuig ter beschikking van de voorzitter om de voormelde enveloppen en/of stembussen te vervoeren. | ||
| 15 | Als dat nodig is, kan het gemeentebestuur het vervoer organiseren van de enveloppen, verpakkingen of stembussen, vermeld in deze titel, onder het toezicht van de voorzitter van het stembureau. | ||
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waaraan de processen-verbaal, vermeld in dit hoofdstuk, alsook de lijsten, harmonica-enveloppen, enveloppen, formulieren, verzegelingen en stembussen moeten voldoen. | 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waaraan de processen-verbaal, vermeld in dit hoofdstuk, alsook de lijsten, verzegelbare verpakkingen, enveloppen, formulieren, verzegelingen en stembussen moeten voldoen. |
| 1 | Als de voorzitter van het telbureau verhinderd of afwezig is, wijst het telbureau onder zijn leden een plaatsvervangend voorzitter aan. Bij staking van stemmen beslist het oudste lid. Het proces-verbaal van het telbureau maakt hier melding van. | ||
| 1 | Als de voorzitter voor of na de installatie van het telbureau verhinderd of afwezig is, wordt hij vervangen door de plaatsvervangende voorzitter conform artikel 46, tweede lid. Het proces-verbaal van het telbureau vermeldt de voormelde vervanging. |
| 1 | § 1. Het telbureau vat de telverrichtingen aan zodra het een harmonica-enveloppe of stembus met de sleutels en de enveloppen met de bijbehorende documenten die bestemd zijn voor het telbureau, ontvangen heeft. | 1 | § 1. Het telbureau vat de telverrichtingen aan zodra het een verpakking of stembus met de sleutels en de enveloppen met de bijbehorende documenten die bestemd zijn voor het telbureau, ontvangen heeft. |
| 2 | § 2. De voorzitter opent de harmonica-enveloppen of stembussen in aanwezigheid van de leden van het telbureau en van de getuigen. Hij of zijn gemachtigde tellen de stembiljetten die ze bevatten, zonder ze open te vouwen. | 2 | § 2. De voorzitter opent de verpakkingen of stembussen in aanwezigheid van de leden van het telbureau en van de getuigen. Hij of zijn gemachtigde tellen de stembiljetten die ze bevatten, zonder ze open te vouwen. |
| 3 | Het aantal stembiljetten dat gevonden wordt in elke harmonica-enveloppe of stembus, wordt vermeld in het proces-verbaal. | 3 | Het aantal stembiljetten dat gevonden wordt in elke verpakking of stembus, wordt vermeld in het proces-verbaal. |
| 4 | De enveloppen met de stembiljetten die de voorzitter van het stembureau onbruikbaar heeft gemaakt omdat ze beschadigd of openbaar werden gemaakt, en de enveloppen met de ongebruikte stembiljetten worden niet geopend. | 4 | De enveloppen met de stembiljetten die de voorzitter van het stembureau onbruikbaar heeft gemaakt omdat ze beschadigd of openbaar werden gemaakt, en de enveloppen met de ongebruikte stembiljetten worden niet geopend. |
| 5 | § 3. Het telbureau vouwt de stembiljetten open en deelt ze in de volgende categorieën in : | 5 | § 3. Het telbureau vouwt de stembiljetten open en deelt ze in de volgende categorieën in : |
| 28 | § 7. Het telbureau stelt per lijst het aantal geldige stembiljetten vast, alsook het aantal blanco en ongeldige stembiljetten. | 28 | § 7. Het telbureau stelt per lijst het aantal geldige stembiljetten vast, alsook het aantal blanco en ongeldige stembiljetten. |
| 29 | De aantallen, vermeld in het eerste lid, worden in het proces-verbaal vermeld. | 29 | De aantallen, vermeld in het eerste lid, worden in het proces-verbaal vermeld. |
| 30 | § 8. De stembiljetten, ingedeeld per lijst in categorie 1 en 2, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, en de ongeldige en blanco stembiljetten, zijnde categorie 3, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, worden na telling in afzonderlijke verzegelde enveloppen gestoken, net als de stembiljetten waarover een lid van het stembureau of een getuige een opmerking heeft gemaakt als vermeld in paragraaf 5. | 30 | § 8. De stembiljetten, ingedeeld per lijst in categorie 1 en 2, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, en de ongeldige en blanco stembiljetten, zijnde categorie 3, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, worden na telling in afzonderlijke verzegelde enveloppen gestoken, net als de stembiljetten waarover een lid van het telbureau of een getuige een opmerking heeft gemaakt als vermeld in paragraaf 5. |
| 31 | § 9. De getuigen hebben het recht de enveloppen te verzegelen en hun opmerkingen in het proces-verbaal te laten opnemen. | 31 | § 9. De getuigen hebben het recht de enveloppen te verzegelen en hun opmerkingen in het proces-verbaal te laten opnemen. |
| 6 | 4° in een pak : de aanstellingsbrieven van de getuigen; | 6 | 4° in een pak : de aanstellingsbrieven van de getuigen; |
| 7 | 5° in een pak : de enveloppen die hij ontvangen heeft van de voorzitters van de stembureaus, vermeld in artikel 145; | 7 | 5° in een pak : de enveloppen die hij ontvangen heeft van de voorzitters van de stembureaus, vermeld in artikel 145; |
| 8 | 6° in een pak : het modelstembiljet, vermeld in artikel 138, § 1, en het formulier, vermeld in artikel 142, § 3. | 8 | 6° in een pak : het modelstembiljet, vermeld in artikel 138, § 1, en het formulier, vermeld in artikel 142, § 3; |
| 9 | 7° de lijst met de samenstelling van het telbureau die conform artikel 47, zesde lid, is bezorgd. | ||
| 9 | § 3. Die stukken worden beveiligd bewaard in het hoofdbureau. | 10 | § 3. Die stukken worden beveiligd bewaard in het hoofdbureau. |
| 10 | De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waaraan de processen-verbaal, de tabel en de enveloppen vermeld in dit hoofdstuk moeten voldoen. | 11 | De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waaraan de processen-verbaal, de tabel en de enveloppen vermeld in dit hoofdstuk moeten voldoen. |
| 2 | Onmiddellijk na die afkondiging zendt de voorzitter van het hoofdbureau aan de Vlaamse Regering een staat waarin voor elke voorgedragen lijst het stemcijfer en het aantal verkregen zetels worden vermeld. | 2 | Onmiddellijk na die afkondiging zendt de voorzitter van het hoofdbureau aan de Vlaamse Regering een staat waarin voor elke voorgedragen lijst het stemcijfer en het aantal verkregen zetels worden vermeld. |
| 3 | De Vlaamse Regering maakt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot gemeenteraadslid of opvolger gekozen zijn, publiek bekend. | 3 | De Vlaamse Regering maakt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot gemeenteraadslid of opvolger gekozen zijn, publiek bekend. |
| 4 | Bij stemming op papier maakt de Vlaamse Regering de stemgegevens van de telbureaus publiek bekend. | ||
| 1 | § 1. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur de volgende stukken betreffende de gemeenteraadsverkiezingen : | 1 | § 1. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur de volgende stukken betreffende de gemeenteraadsverkiezingen : |
| 2 | 1° het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau, in voorkomend geval aangevuld met de processen-verbaal van de algemene telling van de gemeenteraadsverkiezingen ontvangen van de voorzitter van de stadsdistrictshoofdbureaus overeenkomstig artikel 162, tweede lid; | ||
| 2 | 1° het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau met de algemene telling en de zeteltoewijzing en de processen-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau over de voorlopige en de definitieve afsluiting, samen met de voordrachtsakten, vermeld in artikel 68, §1, en de stukken die aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau zijn bezorgd conform artikel 89, 90 en 91; | ||
| 3 | 2° de stukken die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en § 2. | 3 | 2° de stukken die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en § 2. |
| 4 | § 2. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur : | 4 | § 2. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur : |
| 5 | 1° het ondertekende proces-verbaal van de algemene telling van de provincieraadsverkiezingen, vermeld in artikel 160, tweede lid; | 5 | 1° het ondertekende proces-verbaal van de algemene telling van de provincieraadsverkiezingen, vermeld in artikel 160, tweede lid; |
| 6 | 2° de stukken betreffende de provincieraadsverkiezingen die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en § 2. | 6 | 2° de stukken betreffende de provincieraadsverkiezingen die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en § 2. |
| 7 | §3. De stukken, vermeld in paragraaf 1, 1°, en in paragraaf 2, 1°, worden bewaard tot zes jaar na de definitieve geldigverklaring van de verkiezingen. De stukken, vermeld in paragraaf 1, 2°, en in paragraaf 2, 2°, worden bewaard tot zes maanden na de definitieve geldigverklaring van de verkiezingen. |
| 1 | De gemeentesecretaris legt een afschrift van het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau voor iedereen ter inzage. | 1 | De algemeen directeur legt een afschrift van het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau voor iedereen ter inzage. |
| 2 | Het gemeentebestuur bezorgt aan iedere kandidaat die erom vraagt, een kopie van dat proces-verbaal. | 2 | Het gemeentebestuur bezorgt aan iedere kandidaat die erom vraagt, een kopie van dat proces-verbaal. |
| 3 | Aan de processen-verbaal van de stem- en telbureaus kan inzage verleend worden op schriftelijk verzoek, gericht aan de provinciegouverneur. | 3 | Aan de processen-verbaal van de stem- en telbureaus kan inzage verleend worden op schriftelijk verzoek, gericht aan de provinciegouverneur. |
| 4 | Nadat de verkiezing geldig verklaard is conform artikel 203 van dit decreet of conform artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, of, als een beroep wordt ingesteld, conform artikel 28, tweede lid, van het voormelde decreet, kunnen de stembiljetten voor wetenschappelijke doeleinden ter beschikking gesteld worden aan universiteiten, hogescholen of erkende onderzoeksinstellingen, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt. |
| 2 | Onmiddellijk na de afkondiging, vermeld in het eerste lid, zendt de voorzitter van het hoofdbureau aan de Vlaamse Regering een staat waarin voor elke voorgedragen lijst het stemcijfer en het aantal verkregen zetels worden vermeld. | 2 | Onmiddellijk na de afkondiging, vermeld in het eerste lid, zendt de voorzitter van het hoofdbureau aan de Vlaamse Regering een staat waarin voor elke voorgedragen lijst het stemcijfer en het aantal verkregen zetels worden vermeld. |
| 3 | De Vlaamse Regering maakt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot provincieraadslid of opvolger gekozen zijn, publiek bekend. | 3 | De Vlaamse Regering maakt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot provincieraadslid of opvolger gekozen zijn, publiek bekend. |
| 4 | Bij stemming op papier maakt de Vlaamse Regering de stemgegevens van de telbureaus publiek bekend. | ||
| 1 | De voorzitter van het provinciaal hoofdbureau bezorgt binnen vijf dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur het proces-verbaal van het provinciaal hoofdbureau, aangevuld met de processen-verbaal van de algemene telling van de provincieraadsverkiezingen, ontvangen van de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus overeenkomstig artikel 162, en, in voorkomend geval, van de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus. | 1 | De voorzitter van het provinciaal hoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur het proces-verbaal van het provinciaal hoofdbureau met de algemene telling en de zeteltoewijzing. |
| 2 | De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de definitieve afsluiting van de kandidatenlijsten conform artikel 100, 8° of 11°, aan de provinciegouverneur de processen-verbaal van het provinciedistrictshoofdbureau over de voorlopige en de definitieve afsluiting, samen met de voordrachtsakten, vermeld in artikel 84, 1°, en de stukken die aan de voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau zijn bezorgd conform artikel 100, 5°, 6° en 7°. | ||
| 3 | De stukken, vermeld in het eerste en tweede lid, worden bewaard tot zes jaar na de definitieve geldigverklaring van de verkiezingen. |
| 15 | § 3. Als een kandidaat op verschillende lijsten tegelijk kandideert, mogen de maximumbedragen, vermeld in paragraaf 2, niet samengeteld worden. Alleen het hoogste maximumbedrag wordt in aanmerking genomen. | 15 | § 3. Als een kandidaat op verschillende lijsten tegelijk kandideert, mogen de maximumbedragen, vermeld in paragraaf 2, niet samengeteld worden. Alleen het hoogste maximumbedrag wordt in aanmerking genomen. |
| 16 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid mag een kandidaat die tegelijk op een provincielijst en op een of twee andere lijsten kandideert, twee van de maximumbedragen, vermeld in paragraaf 2, waaronder dat voor de provincieraadsverkiezingen, samentellen, als hij zich voor die laatste verkiezingen kandidaat stelt in een provinciedistrict waartoe de gemeente waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven, niet behoort. | 16 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid mag een kandidaat die tegelijk op een provincielijst en op een of twee andere lijsten kandideert, twee van de maximumbedragen, vermeld in paragraaf 2, waaronder dat voor de provincieraadsverkiezingen, samentellen, als hij zich voor die laatste verkiezingen kandidaat stelt in een provinciedistrict waartoe de gemeente waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven, niet behoort. |
| 17 | § 4. Het aantal op de kiezerslijst ingeschreven kiezers, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 16. | ||
| 17 | § 4. Het aantal op de kiezerslijst ingeschreven kiezers, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, wordt vastgesteld op basis van een extractie uit het Rijksregister van de natuurlijke personen, dat de personen vermeldt die op 1 mei van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaatsheeft, voldoen aan de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 1° en 3°, en die op de dag van de verkiezing voldoen aan de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° en 4°. De voormelde extractie vermeldt ook de niet-Belgische personen die op 1 mei van het jaar van de verkiezingen in de hoedanigheid van kiezer erkend zijn conform artikel 12 en 14. De federale overheidsdienst die bevoegd is voor het Rijksregister van de natuurlijke personen, voert de voormelde extractie uit op verzoek van de Vlaamse Regering en bezorgt aan de Vlaamse Regering de aantallen kiezers per gemeente en, in voorkomend geval, per stadsdistrict. | ||
| 1 | Uiterlijk veertig dagen voor de verkiezingen of, in geval van buitengewone verkiezingen, uiterlijk de dag van de oproeping van de kiezers, deelt de Vlaamse Regering de maximumbedragen mee die werden berekend overeenkomstig de bepaling van artikel 191, en die mogen worden uitgegeven door de lijsten en de kandidaten voor de verkiezingen van de raden. | 1 | Uiterlijk de tiende dag voor het begin van de sperperiode deelt de Vlaamse Regering de maximumbedragen mee die werden berekend overeenkomstig de bepaling van artikel 191, en die mogen worden uitgegeven door de lijsten en de kandidaten voor de verkiezingen van de raden. |
| 1 | § 1. Uitgaven voor verkiezingspropaganda zijn alle uitgaven en financiële verbintenissen voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen die verricht worden tijdens de sperperiode en erop gericht zijn het resultaat van een politieke partij, een lijst en de kandidaten ervan gunstig te beïnvloeden. | 1 | § 1. Uitgaven voor verkiezingspropaganda zijn alle uitgaven en financiële verbintenissen voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen die verricht worden tijdens de sperperiode en erop gericht zijn het resultaat van een politieke partij, een lijst en de kandidaten ervan gunstig te beïnvloeden. |
| 2 | § 2. Als uitgaven voor de verkiezingspropaganda, vermeld in paragraaf 1, worden ook de uitgaven beschouwd die gedaan worden door derden voor politieke partijen, lijsten of kandidaten, tenzij die politieke partijen, lijsten of kandidaten de derden onmiddellijk na de kennisneming van de door hen gevoerde campagne, per aangetekende brief ertoe aanmanen de campagne te staken en een afschrift bezorgen van die aangetekende brief, al dan niet vergezeld van het akkoord van de derden tot staking, aan de voorzitter van het verkiezingshoofdbureau. Het afschrift wordt gevoegd bij de door de betrokken partijen, lijsten of kandidaten ingediende aangiften van hun verkiezingsuitgaven envan de herkomst van de geldmiddelen. | 2 | § 2. Als uitgaven voor de verkiezingspropaganda als vermeld in paragraaf 1, worden ook de uitgaven beschouwd die gedaan worden door derden voor politieke partijen, lijsten of kandidaten, tenzij die politieke partijen, lijsten of kandidaten de derden onmiddellijk na de kennisneming van de door hen gevoerde campagne, ertoe aanmanen de campagne te staken. De politieke partijen bewaren het bewijs van die aanmaning en, in voorkomend geval, het akkoord van de derden tot staking gedurende vijf jaar na de datum van de verkiezingen. De lijsttrekkers en kandidaten bewaren het bewijs van die aanmaning en, in voorkomend geval, het akkoord van de derden tot staking gedurende twee jaar na de datum van de verkiezingen. |
| 3 | § 3. Als uitgaven voor verkiezingspropaganda worden niet beschouwd : | 3 | § 3. Als uitgaven voor verkiezingspropaganda worden niet beschouwd : |
| 4 | 1° het verlenen van persoonlijke, niet-bezoldigde diensten, alsook het gebruik van een persoonlijk voertuig; | 4 | 1° het verlenen van persoonlijke, niet-bezoldigde diensten, alsook het gebruik van een persoonlijk voertuig; |
| 11 | 6° de kostprijs van niet-periodieke manifestaties die voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd en waarvoor een deelnameprijs wordt aangerekend, als de uitgaven worden gedekt door de inkomsten, met uitzondering van de inkomsten uit sponsoring, en als het niet om uitgaven voor reclame en uitnodigingen gaat. Als de inkomsten de uitgaven niet dekken, moet het verschil als een verkiezingsuitgave worden aangerekend; | 11 | 6° de kostprijs van niet-periodieke manifestaties die voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd en waarvoor een deelnameprijs wordt aangerekend, als de uitgaven worden gedekt door de inkomsten, met uitzondering van de inkomsten uit sponsoring, en als het niet om uitgaven voor reclame en uitnodigingen gaat. Als de inkomsten de uitgaven niet dekken, moet het verschil als een verkiezingsuitgave worden aangerekend; |
| 12 | 7° de uitgaven die tijdens de sperperiode worden verricht in het kader van een normale partijwerking op nationaal of lokaal niveau, meer bepaald voor de organisatie van congressen en partijbijeenkomsten. Als de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave worden aangerekend; | 12 | 7° de uitgaven die tijdens de sperperiode worden verricht in het kader van een normale partijwerking op nationaal of lokaal niveau, meer bepaald voor de organisatie van congressen en partijbijeenkomsten. Als de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave worden aangerekend; |
| 13 | 8° de uitgaven voor de aanmaak van internettoepassingen, op voorwaarde dat die aanmaak op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de sperperiode. | ||
| 13 | 8° ... | ||
| 14 | § 4. De uitgaven en financiële verbintenissen voor goederen, leveringen en diensten die onder de toepassing van paragraaf 1 vallen, moeten tegen de geldende marktprijzen worden verrekend. | 14 | § 4. De uitgaven en financiële verbintenissen voor goederen, leveringen en diensten die onder de toepassing van paragraaf 1 vallen, moeten tegen de geldende marktprijzen worden verrekend. |
| 2 | 1° geen geschenken of gadgets verkopen of verspreiden; | 2 | 1° geen geschenken of gadgets verkopen of verspreiden; |
| 3 | 2° geen commerciële telefooncampagnes voeren; | 3 | 2° geen commerciële telefooncampagnes voeren; |
| 4 | 3° niet gebruikmaken van commerciële reclameborden of affiches; | ||
| 5 | 4° niet gebruikmaken van niet-commerciële reclameborden of affiches die groter zijn dan 4m2; | ||
| 6 | 5° niet gebruikmaken van commerciële reclamespots op radio, televisie en in bioscopen. | ||
| 4 | 3° ...; | ||
| 5 | 4° ...; | ||
| 6 | 5° ... | ||
| 7 | Voor dezelfde periode bepaalt de Vlaamse Regering de algemene regels voor het aanbrengen van verkiezingsaffichesen de organisatie van gemotoriseerde optochten. | 7 | Voor dezelfde periode bepaalt de Vlaamse Regering de algemene regels voor het aanbrengen van verkiezingsaffichesen de organisatie van gemotoriseerde optochten. |
| 1 | §1. De politieke partijen die een gemeenschappelijk volgnummer en een beschermde lijstnaam hebben verkregen met toepassing van titel 13 van deel 2, geven binnen dertig dagen na de verkiezingen hun verkiezingsuitgaven aan bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin de nationale zetel van de partij gevestigd is. Bij de aangifte van de uitgaven wordt een aangifte over de herkomst van de geldmiddelen gevoegd. | 1 | §1. De politieke partijen die een gemeenschappelijk volgnummer en een beschermde lijstnaam hebben verkregen met toepassing van deel 2, titel 13, geven binnen dertig dagen na de verkiezingen hun uitgaven voor verkiezingspropaganda en de herkomst van hun geldmiddelen aan bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin de nationale zetel van de partij gevestigd is. |
| 2 | De politieke partijen die in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen giften vermelden, registreren de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan ter financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda . Deze gegevens worden vertrouwelijk behandeld en binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen meegedeeld aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven. | 2 | De politieke partijen die bij de herkomst van de geldmiddelen giften vermelden, registreren de voor- en achternaam, het adres van de hoofdverblijfplaats en de gift van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan om de uitgaven voor verkiezingspropaganda te financieren. De voormelde gegevens worden vertrouwelijk behandeld en binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen meegedeeld aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven. |
| 3 | De politieke partijen die in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen sponsoring vermelden, registreren de identiteit van de ondernemingen, de feitelijke verenigingen en de rechtspersonen die hen ter financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda gesponsord hebben voor een bedrag van 125 euro en meer, en delen deze gegevens binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen mee aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven. | 3 | De politieke partijen die bij de herkomst van de geldmiddelen sponsoring vermelden, registreren de naam, in voorkomend geval het ondernemingsnummer, de rechtsvorm, het adres van de zetel of hoofdverblijfplaats en het bedrag van de sponsoring van de ondernemingen, de feitelijke verenigingen en de rechtspersonen die de uitgaven voor verkiezingspropaganda gesponsord hebben voor een bedrag van 125 euro en meer. De voormelde gegevens worden vertrouwelijk behandeld en binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen meegedeeld aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven. |
| 4 | § 2. De aangiften worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden ondertekend door de politieke partij gemandateerde persoon. De formulieren worden door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld. | ||
| 4 | De meldingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, worden ondertekend door de persoon die de politieke partij daarvoor mandateert. Die persoon vermeldt daarbij zijn voor- en achternaam. | ||
| 5 | §2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de meldingen, vermeld in paragraaf 1, worden ingediend. | ||
| 6 | . | ||
| 5 | §3. De politieke partijen bewaren de bewijsstukken betreffende hun verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen gedurende vijf jaar na de datum van de verkiezingen. | 7 | §3. De politieke partijen bewaren de bewijsstukken betreffende hun verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen gedurende vijf jaar na de datum van de verkiezingen. |
| 1 | §1. De lijsttrekker geeft binnen dertig dagen na de verkiezingen de verkiezingsuitgaven van de lijst en van elke kandidaat aan bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin naargelang het geval de gemeente, het stadsdistrict of het provinciedistrict gelegen is. Bij de aangifte van de uitgaven wordt een aangifte over de herkomst van de geldmiddelen gevoegd. | 1 | “§1. De lijsttrekker geeft binnen dertig dagen na de verkiezingen de uitgaven voor verkiezingspropaganda en de herkomst van de geldmiddelen van de lijst en van elke kandidaat van de lijst aan bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen. |
| 2 | De lijsten en de kandidaten die in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen giften vermelden, registreren de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan ter financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda . De lijsttrekker behandelt deze gegevens vertrouwelijk en deelt ze binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen mee aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven. | 2 | De lijsttrekker die bij de herkomst van de geldmiddelen giften vermeldt, registreert de voor- en achternaam, het adres van de hoofdverblijfplaats en de gift van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan om de uitgaven voor verkiezingspropaganda van de lijst of van de kandidaat te financieren. De lijsttrekker behandelt de voormelde gegevens vertrouwelijk en deelt ze binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen mee aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven. |
| 3 | De lijsten en de kandidaten die in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen sponsoring vermelden, registreren de identiteit van de ondernemingen, de feitelijke verenigingen en de rechtspersonen die hen ter financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda gesponsord hebben voor een bedrag van 125 euro en meer. De lijsttrekker deelt deze gegevens binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen mee aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven. | 3 | De lijsttrekker die bij de herkomst van de geldmiddelen sponsoring vermeldt, registreert de naam, in voorkomend geval het ondernemingsnummer, de rechtsvorm, het adres van de zetel of hoofdverblijfplaats en het bedrag van de sponsoring van de ondernemingen, de feitelijke verenigingen en de rechtspersonen die de uitgaven voor verkiezingspropaganda van de lijst of van de kandidaat gesponsord hebben voor een bedrag van 125 euro en meer. De lijsttrekker behandelt de voormelde gegevens vertrouwelijk en deelt ze binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen mee aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven. |
| 4 | De lijsttrekker kan een ander persoon machtigen om de in deze paragraaf bedoelde aangiften in te dienen. | 4 | De lijsttrekker kan een andere persoon machtigen om de meldingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, in te dienen. |
| 5 | § 2. De aangiften worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden ondertekend door de lijsttrekker of door de daartoe door de lijsttrekker gemandateerde persoon. De formulieren worden door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld. | ||
| 6 | § 3. De aangiften worden vanaf de eenendertigste dag na de verkiezingen gedurende tien dagen op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, ter inzage gelegd. | ||
| 7 | § 4. De griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, bewaart de aangiften gedurende honderdtwintig dagen na de verkiezingen en bezorgt ze of een kopie ervan aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen als ze daarom verzoekt. | ||
| 8 | Als geen enkele klacht of bezwaar werd ingediend als vermeld in artikel 201 en 203, kunnen de aangiften door de kandidaten afgehaald worden gedurende drie maanden na de periode, vermeld in het eerste lid. | ||
| 5 | Elke kandidaat ondertekent zijn melding, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, en vermeldt daarbij zijn voor- en achternaam en zijn hoofdverblijfplaats. De lijsttrekker of zijn gemandateerde ondertekent de aangiften van de lijst en ondertekent mee de aangiften van elke kandidaat van de lijst. Op de voormelde aangiften worden de voor- en achternaam en de hoofdverblijfplaats van de lijsttrekker en, in voorkomend geval, van zijn gemandateerde, vermeld. | ||
| 6 | §2. De aangiften, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, worden vanaf de eenendertigste dag na de verkiezingen gedurende tien dagen ter inzage gelegd, zodat iedereen kan nagaan of elke lijst en elke kandidaat de regels inzake uitgaven voor verkiezingspropaganda en verboden propagandamiddelen heeft nageleefd, kandidaten in staat worden gesteld om op basis van deze gegevens een bezwaar in te dienen conform artikel 22 en 23 van het decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, en eenieder in staat wordt gesteld om op basis van deze gegevens een klacht in te dienen conform artikel 201 van dit decreet. | ||
| 7 | Het inzagerecht wordt alleen gebruikt voor de doeleinden, vermeld in het eerste lid. | ||
| 8 | De registraties van schenkers en sponsors, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, worden niet ter inzage gelegd. | ||
| 9 | §3. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de meldingen, vermeld in paragraaf 1, worden ingediend bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of bij de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven, en de wijze waarop de voormelde aangiften ter inzage worden gelegd conform paragraaf 2. | ||
| 10 | §4. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen stelt de aangiften ter beschikking van de Raad van State en van de procureur des Konings, als die daarom verzoeken. | ||
| 9 | § 5. De lijsttrekker bewaart de bewijsstukken betreffende de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen van de lijst gedurende twee jaar na de datum van de verkiezingen. | 11 | § 5. De lijsttrekker bewaart de bewijsstukken betreffende de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen van de lijst gedurende twee jaar na de datum van de verkiezingen. |
| 10 | De kandidaten bewaren hun bewijsstukken betreffende de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen gedurende twee jaar na de datum van de verkiezingen. | 12 | De kandidaten bewaren hun bewijsstukken betreffende de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen gedurende twee jaar na de datum van de verkiezingen. |
| 1 | § 1. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet, met inachtneming van de rechten van de verdediging, uitspraak over de bezwaren, bedoeld in artikel 203, eerste lid, 2°, en spreekt in voorkomend geval de hierna bepaalde sancties uit. | 1 | § 1. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet, met inachtneming van de rechten van de verdediging, uitspraak over de bezwaren, bedoeld in artikel 203, eerste lid, 2°, en spreekt in voorkomend geval de hierna bepaalde sancties uit. |
| 2 | § 2. De lijst die binnen dertig dagen na de verkiezingen geen aangifte van haar verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen indient, wordt gestraft met een administratieve boete van 100 euro per dag vertraging, met een maximum van 3.000 euro. | 2 | § 2. De lijst die binnen dertig dagen na de verkiezingen geen aangifte van haar uitgaven voor verkiezingspropaganda en de herkomst van de geldmiddelen indient, wordt gestraft met een administratieve boete van 100 euro per dag vertraging, met een maximum van 3.000 euro. |
| 3 | Wanneer de Raad voor Verkiezingsbetwistingen uitspraak doet over een bezwaar betreffende de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen van een lijst die geen aangifte heeft ingediend, maant de Raad de betrokken lijst schriftelijk aan om de aangifte in te dienen. | 3 | Wanneer de Raad voor Verkiezingsbetwistingen uitspraak doet over een bezwaar betreffende de uitgaven voor verkiezingspropaganda en de herkomst van de geldmiddelen van een lijst die geen aangifte heeft ingediend, maant de Raad de betrokken lijst schriftelijk aan om de aangifte in te dienen. |
| 4 | Indien de lijst haar aangifte binnen vijftien dagen na de verzending van de aanmaning niet indient, wordt ze gestraft met een administratieve boete van 1.000 euro, vermeerderd met 1.000 euro per volledige maand vertraging, te rekenen vanaf de zestiende dag na de verzending van de aanmaning. | 4 | Indien de lijst haar aangifte binnen vijftien dagen na de verzending van de aanmaning niet indient, wordt ze gestraft met een administratieve boete van 1.000 euro, vermeerderd met 1.000 euro per volledige maand vertraging, te rekenen vanaf de zestiende dag na de verzending van de aanmaning. |
| 5 | § 3. De lijst die een onjuiste of onvolledige aangifte doet van haar verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen, wordt door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen schriftelijk aangemaand om de gegevens te corrigeren of aan te vullen. | 5 | § 3. De lijst die een onjuiste of onvolledige aangifte doet van haar uitgaven voor verkiezingspropaganda en de herkomst van de geldmiddelen, wordt door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen schriftelijk aangemaand om de gegevens te corrigeren of aan te vullen. |
| 6 | Indien de lijst de gevraagde aanvulling of correctie niet indient binnen vijftien dagen na de verzending van de aanmaning, wordt ze gestraft met een administratieve boete van 100 euro per dag bijkomende vertraging, met een maximum van 3.000 euro. | 6 | Indien de lijst de gevraagde aanvulling of correctie niet indient binnen vijftien dagen na de verzending van de aanmaning, wordt ze gestraft met een administratieve boete van 100 euro per dag bijkomende vertraging, met een maximum van 3.000 euro. |
| 7 | § 4. De lijst die het in artikel 191 vermelde maximumbedrag overschrijdt, wordt gestraft met een administratieve boete die gelijk is aan het bedrag van de overschrijding, met een minimum van 2.500 euro en een maximum van 25.000 euro. | 7 | § 4. De lijst die het in artikel 191 vermelde maximumbedrag overschrijdt, wordt gestraft met een administratieve boete die gelijk is aan het bedrag van de overschrijding, met een minimum van 2.500 euro en een maximum van 25.000 euro. |
| 16 | - de schorsing van de uitoefening van het mandaat gedurende een periode van minimum een maand en maximum zes maanden; | 16 | - de schorsing van de uitoefening van het mandaat gedurende een periode van minimum een maand en maximum zes maanden; |
| 17 | - de vervallenverklaring van het mandaat. | 17 | - de vervallenverklaring van het mandaat. |
| 18 | § 9. Onverminderd de sancties, vermeld in de paragrafen 2 tot 6, wordt een verkozen lijsttrekker van een lijst die de bepalingen van artikel 191, § 1, artikel 194 of artikel 199 niet naleeft, gestraft met een van de volgende sancties: | 18 | § 9. Onverminderd de sancties, vermeld in de paragrafen 2 tot 6, wordt een verkozen lijsttrekker van een lijst die de bepalingen van artikel 191, § 1, artikel 194 of artikel 197 niet naleeft, gestraft met een van de volgende sancties: |
| 19 | - een waarschuwing; | 19 | - een waarschuwing; |
| 20 | - de inhouding van de presentiegelden ten belope van 5% gedurende een periode van minimum een maand en maximum twaalf maanden; | 20 | - de inhouding van de presentiegelden ten belope van 5% gedurende een periode van minimum een maand en maximum twaalf maanden; |
| 1 | § 1. Gelijktijdig met het onderzoek van de verslagen, bedoeld in artikel 198, controleert de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven de registraties van de giften en de sponsoring van de politieke partijen, de lijsten en de kandidaten zoals bedoeld in artikel 196, § 1, tweede en derde lid, en artikel 197, § 1, tweede en derde lid. | 1 | § 1. Gelijktijdig met het onderzoek van de verslagen, bedoeld in artikel 198, controleert de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven de registraties van de giften en de sponsoring van de politieke partijen, de lijsten en de kandidaten zoals bedoeld in artikel 196, § 1, tweede en derde lid, en artikel 197, § 1, tweede en derde lid. |
| 2 | De registraties van de giften worden vertrouwelijk behandeld. | 2 | De registraties van de giften en van de sponsoring worden vertrouwelijk behandeld. |
| 3 | § 2. De politieke partij die de uitgaven voor haar verkiezingspropaganda financiert met een gift of sponsoring die in strijd is met de artikelen 195 en 195/1, wordt door de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven gestraft met een administratieve boete ten belope van het dubbele van de overschrijding van het toegelaten giften- of sponsorbedrag. | 3 | § 2. De politieke partij die de uitgaven voor haar verkiezingspropaganda financiert met een gift of sponsoring die in strijd is met de artikelen 195 en 195/1, wordt door de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven gestraft met een administratieve boete ten belope van het dubbele van de overschrijding van het toegelaten giften- of sponsorbedrag. |
| 4 | § 3. Wanneer de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven een andere schending van de artikelen 195 of 195/1 vaststelt dan bedoeld in paragraaf 2, beslist ze om daarover al dan niet een klacht neer te leggen bij de procureur des Konings. | 4 | § 3. Wanneer de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven een andere schending van de artikelen 195 of 195/1 vaststelt dan bedoeld in paragraaf 2, beslist ze om daarover al dan niet een klacht neer te leggen bij de procureur des Konings. |
| 2 | De mededeling van de beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie vermeldt de strafmaat en de beroepsmodaliteiten. | 2 | De mededeling van de beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie vermeldt de strafmaat en de beroepsmodaliteiten. |
| 3 | Tegen elke beslissing van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven tot het opleggen van een administratieve sanctie kan bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring worden ingesteld, overeenkomstig artikel 14, § 1, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. | 3 | Tegen elke beslissing van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven tot het opleggen van een administratieve sanctie kan bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring worden ingesteld, overeenkomstig artikel 14, § 1, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. |
| 4 | Tegen elke beslissing van de Raad van Verkiezingsbetwistingen tot het opleggen van een administratieve sanctie kan bij de Raad van State een beroep worden ingesteld zoals bedoeld in artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. | 4 | Tegen elke beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen tot het opleggen van een administratieve sanctie kan bij de Raad van State een beroep worden ingesteld zoals bedoeld in artikel 28 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. |
| 5 | § 2. De schorsing en de vervallenverklaring, bedoeld in artikel 199, § 8 en § 9, treden in werking zodra die beslissing kracht van gewijsde heeft. | 5 | § 2. De sancties, vermeld in artikel 199, treden in werking zodra die beslissing kracht van gewijsde heeft. |
| 6 | De schorsing treedt ten vroegste in werking na de eedaflegging als raadslid. Voor de duur van de schorsing verkeert het raadslid in een staat van verhindering als vermeld in artikel 12 van het decreet over het lokaal bestuur. | 6 | De schorsing treedt ten vroegste in werking na de eedaflegging als raadslid. Voor de duur van de schorsing verkeert het raadslid in een staat van verhindering als vermeld in artikel 12 van het decreet over het lokaal bestuur. |
| 7 | Het raadslid dat van zijn mandaat vervallen is verklaard, wordt in de gemeenteraad vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij werd verkozen. | 7 | Het raadslid dat van zijn mandaat vervallen is verklaard, wordt in de gemeenteraad vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij werd verkozen. |
| 1 | De rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin de nationale zetel van de partij gevestigd is, verwerkt als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, de persoonsgegevens die nodig zijn om haar opdrachten, vermeld in artikel 196 en 198 van dit decreet, te kunnen uitoefenen. | ||
| 2 | De Raad voor Verkiezingsbetwistingen verwerkt als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, de persoonsgegevens die nodig zijn om zijn opdrachten, vermeld in artikel 197 en 199 van dit decreet, te kunnen uitoefenen. | ||
| 3 | De Controlecommissie Verkiezingsuitgaven verwerkt als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, de persoonsgegevens die nodig zijn om haar opdrachten, vermeld in artikel 196, 197 en 200 van dit decreet, te kunnen uitoefenen. | ||
| 4 | De maximale bewaartermijn voor de persoonsgegevens, vermeld in het eerste tot en met derde lid, bedraagt 210 dagen na de verkiezingen. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering kan een entiteit aanwijzen als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens in de meldingen, vermeld in artikel 197, §1. |
| 2 | 1° bij gebrek aan één of meerdere opvolgers; | 2 | 1° bij gebrek aan één of meerdere opvolgers; |
| 3 | 2° in de gevallen van een vrijwillige samenvoeging met toepassing van deel 2, titel 8, van het decreet over het lokaal bestuur, en in de gevallen, vermeld in artikel 385, § 2, van het decreet over het lokaal bestuur; | 3 | 2° in de gevallen van een vrijwillige samenvoeging met toepassing van deel 2, titel 8, van het decreet over het lokaal bestuur, en in de gevallen, vermeld in artikel 385, § 2, van het decreet over het lokaal bestuur; |
| 4 | 2°/1 in de gevallen van de oprichting van een nieuw district met toepassing van artikel 115 van het decreet over het lokaal bestuur of met toepassing van artikel 347/1 van het voormelde decreet; | ||
| 4 | 3° bij gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring van de verkiezingen door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen overeenkomstig artikel 204, of door de Raad van State, overeenkomstig artikel 216. | 5 | 3° bij gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring van de verkiezingen door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen overeenkomstig artikel 204, of door de Raad van State, overeenkomstig artikel 28 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. |
| 5 | § 2. In het geval, vermeld in paragraaf 1,1°, kan krachtens een beslissing van de betrokken raad of krachtens een besluit van de Vlaamse Regering een buitengewone verkiezing gehouden worden om te voorzien in de opengevallen plaatsen binnen vijftig dagen na de beslissing van de betrokken raad of het besluit van de Vlaamse Regering. Die termijn loopt niet tijdens de maanden juli en augustus. De verkiezing heeft altijd plaats op een zondag. | 6 | § 2. In het geval, vermeld in paragraaf 1,1°, kan krachtens een beslissing van de betrokken raad of krachtens een besluit van de Vlaamse Regering een buitengewone verkiezing gehouden worden om te voorzien in de opengevallen plaatsen binnen vijftig dagen na de beslissing van de betrokken raad of het besluit van de Vlaamse Regering. Die termijn loopt niet tijdens de maanden juli en augustus. De verkiezing heeft altijd plaats op een zondag. |
| 6 | Het college van burgemeester en schepenen maakt de kiezerslijst op op de datum van de beslissing van de betrokken raad of van het besluit van de Vlaamse Regering. | 7 | Het college van burgemeester en schepenen maakt de kiezerslijst op op de datum van de beslissing van de betrokken raad of van het besluit van de Vlaamse Regering. |
| 7 | § 3. In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden bij besluit van de Vlaamse Regering de kiezers uit de samengevoegde gemeenten of uit het overblijvende gedeelte van de gemeente bijeengeroepen binnen de termijn die het Vlaams Parlement daartoe vermeldt in zijn beslissing tot samenvoeging of opsplitsing van de gemeente. | 8 | § 3. In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden bij besluit van de Vlaamse Regering de kiezers uit de samengevoegde gemeenten of uit het overblijvende gedeelte van de gemeente bijeengeroepen binnen de termijn die het Vlaams Parlement daartoe vermeldt in zijn beslissing tot samenvoeging of opsplitsing van de gemeente. |
| 8 | Als de datum waarop de kiezers hun stem moeten uitbrengen, samenvalt met de gewone verkiezingen, vermeld in artikel 6, dan wordt deze buitengewone verkiezing georganiseerd met toepassing van de bepalingen voor de gewone verkiezingen, vermeld in artikel 6. | 9 | Als de datum waarop de kiezers hun stem moeten uitbrengen, samenvalt met de gewone verkiezingen, vermeld in artikel 6, dan wordt deze buitengewone verkiezing georganiseerd met toepassing van de bepalingen voor de gewone verkiezingen, vermeld in artikel 6. |
| 10 | §3/1. In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 2°/1, wordt in afwijking van artikel 16, §2, geen exemplaar van de lijst van de gemeenteraadskiezers aan het stadsdistrictscollege bezorgd, en wordt artikel 20, §4, gelezen als volgt: | ||
| 11 | “§4. Paragraaf 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de buitengewone verkiezing van de eerste stadsdistrictsraad, met dien verstande dat “de gemeente” gelezen wordt als “het nieuwe stadsdistrict”. | ||
| 12 | De buitengewone verkiezing van de eerste stadsdistrictsraad van een nieuw stadsdistrict vindt plaats op dezelfde dag als de gewone verkiezing, vermeld in artikel 6, en wordt georganiseerd met toepassing van de bepalingen voor de gewone verkiezingen, vermeld in artikel 6.”. | ||
| 9 | § 4. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 3°, moet binnen vijftig dagen vanaf het versturen van de kennisgeving van de beslissing tot gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring aan de betrokken raad, zoals vermeld in artikel 204 of 216, een buitengewone verkiezing worden gehouden. De betrokken raad bepaalt de datum van de verkiezingen. | 13 | § 4. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 3°, moet binnen vijftig dagen vanaf het versturen van de kennisgeving van de beslissing tot gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring aan de betrokken raad, zoals vermeld in artikel 204 van dit decreet of artikel 28 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, een buitengewone verkiezing worden gehouden. De betrokken raad bepaalt de datum van de verkiezingen. |
| 10 | Op de datum van de verzending van de kennisgeving van de beslissing tot ongeldigverklaring aan de betrokken raad, zoals vermeld in artikel 204 of 216, maakt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst op, tenzij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State, op grond van een gedeeltelijke vernietiging van de verkiezing, oordeelt dat de kiezerslijst niet opnieuw moet worden opgemaakt. | 14 | Op de datum van de verzending van de kennisgeving van de beslissing tot ongeldigverklaring aan de betrokken raad, zoals vermeld in artikel 204 van dit decreet of artikel 28 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, maakt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst op, tenzij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State, op grond van een gedeeltelijke vernietiging van de verkiezing, oordeelt dat de kiezerslijst niet opnieuw moet worden opgemaakt. |
| 11 | § 5. Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst is opgemaakt, exemplaren of kopieën daarvan te overhandigen aan de personen, bedoeld in artikel 20, 21 en 24 tot en met 26. | 15 | § 5. Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst is opgemaakt, exemplaren of kopieën daarvan te overhandigen aan de personen, bedoeld in artikel 20, 21 en 24 tot en met 26. |
| 2 | 1° de voorzitters en de leden van de stem- en telbureaus door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of in voorkomend geval door de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau uit de gemeenteraadskiezers benoemd worden, zoals bepaald in artikel 46 en 49; | 2 | 1° de voorzitters en de leden van de stem- en telbureaus door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of in voorkomend geval door de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau uit de gemeenteraadskiezers benoemd worden, zoals bepaald in artikel 46 en 49; |
| 3 | 2° als er niet meer dan één raadslid te verkiezen is, de kandidaat die de meeste stemmen heeft verkregen, gekozen verklaard wordt. Bij gelijk stemmenaantal is de jongste gekozen; | 3 | 2° als er niet meer dan één raadslid te verkiezen is, de kandidaat die de meeste stemmen heeft verkregen, gekozen verklaard wordt. Bij gelijk stemmenaantal is de jongste gekozen; |
| 4 | 3° ...; | ||
| 4 | 3° het aantal kiezers dat op de kiezerslijst is ingeschreven, vermeld in artikel 191, §1 en §2, wordt vastgesteld conform artikel 218, §4, tweede lid; | ||
| 5 | 4° de handelingen die, conform artikel 24 en 25, uiterlijk op 31 augustus moeten worden verricht, moeten worden verricht uiterlijk vijfendertig dagen voor de verkiezing. De handelingen die, conform artikel 44, uiterlijk op 31 augustus moeten worden verricht, moeten worden verricht uiterlijk drieëndertig dagen voor de verkiezing. De handelingen die, conform artikel 46 en 49, uiterlijk op 3 september moeten worden verricht, moeten worden verricht uiterlijk dertig dagen voor de verkiezing. | 5 | 4° de handelingen die, conform artikel 24 en 25, uiterlijk op 31 augustus moeten worden verricht, moeten worden verricht uiterlijk vijfendertig dagen voor de verkiezing. De handelingen die, conform artikel 44, uiterlijk op 31 augustus moeten worden verricht, moeten worden verricht uiterlijk drieëndertig dagen voor de verkiezing. De handelingen die, conform artikel 46 en 49, uiterlijk op 3 september moeten worden verricht, moeten worden verricht uiterlijk dertig dagen voor de verkiezing. |
| 6 | De verklaringen tot lijstenverbinding, bij de eerste verkiezing op geldige wijze gedaan, blijven bij de nieuwe verkiezing gelden voor de lijsten waarvan de samenstelling niet veranderd is. Zij worden dus niet vernieuwd en er mogen geen nieuwe worden aanvaard. | 6 | De verklaringen tot lijstenverbinding, bij de eerste verkiezing op geldige wijze gedaan, blijven bij de nieuwe verkiezing gelden voor de lijsten waarvan de samenstelling niet veranderd is. Zij worden dus niet vernieuwd en er mogen geen nieuwe worden aanvaard. |
| 7 | 5° de vergoeding en de reisvergoeding waarop de leden van de gemeentelijke en provinciale hoofdbureaus en van de stads- en provinciedistrictshoofdbureaus aanspraak kunnen maken, onder de voorwaarden die door de Vlaamse Regering worden bepaald; | 7 | 5° de vergoeding en de reisvergoeding waarop de leden van de gemeentelijke en provinciale hoofdbureaus en van de stads- en provinciedistrictshoofdbureaus aanspraak kunnen maken, onder de voorwaarden die door de Vlaamse Regering worden bepaald; |
| 8 | 6° de vergoeding waarop de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, aanspraak kan maken, onder de voorwaarden die door de Vlaamse Regering worden bepaald. | 8 | 6° de vergoeding waarop de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, aanspraak kan maken, onder de voorwaarden die door de Vlaamse Regering worden bepaald. |
| 9 | Voor de betaling van de presentiegelden en vergoedingen, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°, is de provincie gemachtigd om de voor- en achternaam, het rijksregisternummer en het bankrekeningnummer van de aanvragers te registreren en de voormelde gegevens te bewaren tot twaalf maanden na de dag van de verkiezingen. De voormelde gegevens mogen aan een dienstverlener bezorgd worden met het oog op de voormelde uitbetaling. | ||
| 10 | Met uitzondering van het bankrekeningnummer bezorgt de provincie de gegevens, vermeld in het tweede lid, die betrekking hebben op een aanvrager van een presentiegeld, aan de gemeente waar de voormelde aanvrager zijn verblijfplaats heeft. De gemeente registreert in de bevolkingsregisters hoeveel keer de aanvrager in een stem- of telbureau gezeteld heeft. De voormelde informatie wordt door de gemeente bewaard tot de aanvrager overleden is. | ||
| 9 | § 3. Alle andere verkiezingsuitgaven dan de uitgaven, vermeld in paragraaf 1 en 2, komen ten laste van de gemeenten. | 11 | § 3. Alle andere verkiezingsuitgaven dan de uitgaven, vermeld in paragraaf 1 en 2, komen ten laste van de gemeenten. |
| 10 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels om uitgaven op het niveau van het gerechtelijk kanton, het provinciedistrict en de provincie, te verdelen over de gemeenten. De Vlaamse Regering kan de provincies en de gemeenten daarvoor instructies geven. | 12 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels om uitgaven op het niveau van het gerechtelijk kanton, het provinciedistrict en de provincie, te verdelen over de gemeenten. De Vlaamse Regering kan de provincies en de gemeenten daarvoor instructies geven. |
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van artikel 98 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet en zodra de kandidatenlijsten definitief zijn afgesloten of, in geval van beroep, zodra de hoofdbureaus hebben kennisgenomen van de beslissing van het hof van beroep, sturen de voorzitters van het gemeentelijk hoofdbureau, het stadsdistrictshoofdbureau en het provinciedistrictshoofdbureau die lijsten en het nummer dat eraan toegekend is, naar de Vlaamse Regering. | 1 | §1. Met behoud van de toepassing van artikel 98 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet en zodra de kandidatenlijsten definitief zijn afgesloten of, in geval van beroep, zodra de hoofdbureaus hebben kennisgenomen van de beslissing van het hof van beroep, sturen de voorzitters van het gemeentelijk hoofdbureau, het stadsdistrictshoofdbureau en het provinciedistrictshoofdbureau die lijsten en het nummer dat eraan toegekend is, naar de Vlaamse Regering. |
| 2 | De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden op digitale wijze en ondertekend verstuurd met de verkiezingssoftware, vermeld in artikel 4, § 2. | 2 | De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden op digitale wijze en ondertekend verstuurd met de verkiezingssoftware, vermeld in artikel 4, § 2. |
| 3 | §2. De Vlaamse Regering legt de afdrukken waarop de volgnummers en de lijstnamen van de voorgedragen lijsten voorkomen, en de afdrukken waarop de namen van de kandidaten voorkomen, zoals ze op het beeldscherm van de stemcomputers zullen verschijnen, ter goedkeuring voor aan de voorzitters van de hoofdbureaus, vermeld in paragraaf 1. Elke voorzitter brengt, indien nodig, de verbeteringen aan op de documenten, valideert de documenten door ze te ondertekenen en stuurt de gevalideerde documenten terug naar de Vlaamse Regering. | 3 | §2. De Vlaamse Regering legt de afdrukken waarop de volgnummers en de lijstnamen van de voorgedragen lijsten voorkomen, en de afdrukken waarop de namen van de kandidaten voorkomen, zoals ze op het beeldscherm van de stemcomputers zullen verschijnen, ter goedkeuring voor aan de voorzitters van de hoofdbureaus, vermeld in paragraaf 1. Elke voorzitter brengt, indien nodig, de verbeteringen aan op de documenten, valideert de documenten door ze te ondertekenen en stuurt de gevalideerde documenten terug naar de Vlaamse Regering. |
| 4 | Voor de gemeenten, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, legt de Vlaamse Regering de auditieve versie van de voorgedragen lijsten met de namen van de kandidaten zoals ze door de kiezer zullen gehoord worden, ter goedkeuring voor aan de voorzitters van de hoofdbureaus, vermeld in paragraaf 1. Elke voorzitter bezorgt zijn eventuele opmerkingen schriftelijk aan de Vlaamse Regering. | 4 | Voor de gemeenten, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, legt de Vlaamse Regering de auditieve versie van de voorgedragen lijsten met de namen van de kandidaten zoals ze door de kiezer zullen gehoord worden, ter goedkeuring voor aan de voorzitters van de hoofdbureaus, vermeld in paragraaf 1. Elke voorzitter bezorgt zijn eventuele opmerkingen schriftelijk aan de Vlaamse Regering. |
| 5 | §3. De Vlaamse Regering zorgt ervoor dat, uiterlijk de derde dag vóór de dag van de verkiezingen, de gegevensdragers met de software en met de kandidatenlijsten in verzegelde enveloppe, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus of, in voorkomend geval, de stadsdistrictshoofdbureaus. | 5 | §3. De Vlaamse Regering zorgt ervoor dat, uiterlijk de derde dag vóór de dag van de verkiezingen, de gegevensdragers met de software en met de kandidatenlijsten in verzegelde enveloppe, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus of, in voorkomend geval, de stadsdistrictshoofdbureaus. |
| 6 | Per stembureau worden de nodige veiligheidselementen voor het gebruik van de gegevensdragers in een aparte verzegelde enveloppe, tegen ontvangstbewijs, overhandigd aan de voorzitters van de hoofdbureaus, vermeld in het eerste lid. | 6 | Per stembureau worden de nodige veiligheidselementen voor het gebruik van de gegevensdragers in een aparte verzegelde enveloppe, tegen ontvangstbewijs, overhandigd aan de voorzitters van de hoofdbureaus, vermeld in het eerste lid. |
| 7 | Op zijn vroegst de dag vóór de dag van de verkiezingen overhandigt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, van het stadsdistrictshoofdbureau aan elke voorzitter van het stembureau, tegen ontvangstbewijs, de enveloppen, vermeld in het eerste en tweede lid, die voor hem bestemd zijn. | 7 | Op zijn vroegst de dag vóór de dag van de verkiezingen overhandigt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, van het stadsdistrictshoofdbureau aan elke voorzitter van het stembureau, tegen ontvangstbewijs, de enveloppen, vermeld in het eerste en tweede lid, die voor hem bestemd zijn. |
| 8 | §4. De Vlaamse Regering wijst de entiteit aan die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de verwerking van de persoonsgegevens die de Vlaamse Regering ontvangt conform paragraaf 1 tot en met 3. |
| 7 | Elk stemhokje van het stemlokaal is uitgerust met een stemcomputer. In elk stemlokaal van de gemeenten, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, is een stemhokje uitgerust met een audiomodule, waarvan de kiezer kan gebruikmaken tijdens het stemproces. | 7 | Elk stemhokje van het stemlokaal is uitgerust met een stemcomputer. In elk stemlokaal van de gemeenten, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, is een stemhokje uitgerust met een audiomodule, waarvan de kiezer kan gebruikmaken tijdens het stemproces. |
| 8 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels volgens dewelke de kandidaten van een kandidatenlijst op het beeldscherm van de stemcomputer worden getoond. | 8 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels volgens dewelke de kandidaten van een kandidatenlijst op het beeldscherm van de stemcomputer worden getoond. |
| 9 | In afwijking van artikel 123, § 2, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet is er ten minste één stemhokje per tweehonderd kiezers. | ||
| 10 | In elk stemlokaal worden alle kandidatenlijsten voor elk van de verkiezingen opgehangen op een daarvoor bestemd bord. Die lijsten worden ook opgehangen in elk stemhokje. | 9 | In elk stemlokaal worden alle kandidatenlijsten voor elk van de verkiezingen opgehangen op een daarvoor bestemd bord. |
| 11 | Met behoud van de toepassing van artikel 125 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet wordt een exemplaar van dit decreet in het stemlokaal ter inzage gelegd. | 10 | Met behoud van de toepassing van artikel 125 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet wordt een exemplaar van dit decreet in het stemlokaal ter inzage gelegd. |
| 11 | 5° hulp bij het gebruik van de apparatuur door de bureauleden; | 11 | 5° hulp bij het gebruik van de apparatuur door de bureauleden; |
| 12 | 6° de coördinatie van het melden en het oplossen van technische problemen vóór en op de verkiezingsdag. | 12 | 6° de coördinatie van het melden en het oplossen van technische problemen vóór en op de verkiezingsdag. |
| 13 | Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, deelt binnen 24 uur na zijn aanwijzing aan het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap “Agentschap Binnenlands Bestuur”, zijn voor- en achternaam, rijksregisternummer, e-mailadres en telefoonnummer mee, zodat het agentschap met hem contact kan opnemen als dat nodig is voor de verkiezingsorganisatie en zodat een authenticatie van deze persoon mogelijk is om hem toegang te verlenen tot de digitale verkiezingsapplicaties die hem ter beschikking worden gesteld voor de uitoefening van zijn functie. De voormelde gegevens worden bewaard tot de dag van de verkiezingen. | ||
| 1 | § 1. Het Vlaams Parlement kan een college van deskundigen aanwijzen dat bestaat uit ten minste twee effectieve en twee plaatsvervangende deskundigen. | ||
| 1 | §1. Het Vlaams Parlement stelt een college van ten minste vier deskundigen samen en wijst die deskundigen aan voor een periode van zes jaar, uiterlijk drie maanden vóór de dag van de verkiezingen. | ||
| 2 | Een van de deskundigen, vermeld in het eerste lid, heeft een licentiaatsdiploma in de rechten of een diploma van master in de rechten. De andere deskundigen zijn informaticaspecialisten. | ||
| 3 | Als er geen nieuwe deskundigen worden aangewezen conform het eerste lid, blijven de aangewezen deskundigen hun functies uitoefenen zolang er geen nieuwe aanwijzing plaatsvindt. De deskundigen die vervolgens aangewezen worden, oefenen hun functies alleen uit voor de resterende duur van de termijn van zes jaar, vermeld in het eerste lid. | ||
| 2 | § 2. Tijdens de verkiezingen zien de deskundigen toe op het gebruik, de goede werking en de integriteit van de digitale processen in verband met de kandidaten, de stemming en de zetelverdeling, alsook op de procedures voor de aanmaak, de verspreiding en het gebruik van de apparatuur, de software en de digitale gegevensdragers. De deskundigen ontvangen van de Vlaamse Regering het materiaal, alsook alle gegevens, inlichtingen en informatie die nodig zijn om die opdracht uit te voeren. | 4 | § 2. Tijdens de verkiezingen zien de deskundigen toe op het gebruik, de goede werking en de integriteit van de digitale processen in verband met de kandidaten, de stemming en de zetelverdeling, alsook op de procedures voor de aanmaak, de verspreiding en het gebruik van de apparatuur, de software en de digitale gegevensdragers. De deskundigen ontvangen van de Vlaamse Regering het materiaal, alsook alle gegevens, inlichtingen en informatie die nodig zijn om die opdracht uit te voeren, en hebben op de verkiezingsdag ook toegang tot de stemlokalen. |
| 3 | Ze verrichten de controle vóór de verkiezingsdag, op de verkiezingsdag zelf en na de verkiezingsdag tot de indiening van het verslag, vermeld in paragraaf 3. | 5 | Ze verrichten de controle vóór de verkiezingsdag, op de verkiezingsdag zelf en na de verkiezingsdag tot de indiening van het verslag, vermeld in paragraaf 3. |
| 4 | § 3. Uiterlijk tien dagen na de dag van de verkiezingen bezorgen ze een verslag aan de Vlaamse Regering en aan het Vlaams Parlement. Hun verslag kan aanbevelingen bevatten in verband met de apparatuur en de software die zijn gebruikt en de procedures die zijn toegepast. | 6 | § 3. Uiterlijk tien dagen na de dag van de verkiezingen bezorgen ze een verslag aan de Vlaamse Regering en aan het Vlaams Parlement. Hun verslag kan aanbevelingen bevatten in verband met de apparatuur en de software die zijn gebruikt en de procedures die zijn toegepast, en ook aanbevelingen over juridische aangelegenheden. |
| 5 | § 4. De deskundigen zijn tot geheimhouding verplicht. Elke schending van de geheimhoudingsplicht, buiten het geval van oproeping om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet verplicht die geheimen bekend te maken, wordt bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro. | 7 | § 4. De deskundigen zijn tot geheimhouding verplicht. Elke schending van de geheimhoudingsplicht, buiten het geval van oproeping om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet verplicht die geheimen bekend te maken, wordt bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro. |
| 1 | § 1. In afwijking van artikel 138, § 1, eerste lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet ontvangt de kiezer van de voorzitter van het stembureau of van een aangewezen bijzitter een chipkaart die de voorzitter of de bijzitter vooraf geïnitieerd heeft en die toelaat eenmaal te stemmen per verkiezing waarvoor de kiezer opgeroepen is. | 1 | § 1. In afwijking van artikel 138, § 1, eerste lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet ontvangt de kiezer van de voorzitter van het stembureau of van een aangewezen bijzitter een chipkaart die de voorzitter of de bijzitter vooraf geïnitieerd heeft en die toelaat eenmaal te stemmen per verkiezing waarvoor de kiezer uitgenodigd is. |
| 2 | § 2. Om zijn stem uit te brengen, steekt de kiezer eerst de chipkaart in de stemcomputer. | 2 | § 2. Om zijn stem uit te brengen, steekt de kiezer eerst de chipkaart in de stemcomputer. |
| 3 | Als verschillende verkiezingen tegelijk plaatsvinden, verschijnen ze in de volgende volgorde op de stemcomputer : | 3 | Als verschillende verkiezingen tegelijk plaatsvinden, verschijnen ze in de volgende volgorde op de stemcomputer : |
| 1 | § 1. Als de kiezer voor alle verkiezingen waarvoor hij opgeroepen is, zijn stem heeft uitgebracht, drukt de stemcomputer een papieren stembiljet af waarop de uitgebrachte stem (of de uitgebrachte stemmen) in tekst en in een tweedimensionale barcode is afgedrukt. De kiezer scheurt het stembiljet los van de stemcomputer en verwijdert de chipkaart. De kiezer kan zijn stem op het stembiljet visueel verifiëren en vouwt het biljet in twee gelijke delen met de bedrukte zijde naar binnen. Noch op de stemcomputer noch op de chipkaart worden gegevens over de stem bewaard. | 1 | § 1. Als de kiezer voor alle verkiezingen waarvoor hij uitgenodigd is, zijn stem heeft uitgebracht, drukt de stemcomputer een papieren stembiljet af waarop de uitgebrachte stem (of de uitgebrachte stemmen) in tekst en in een tweedimensionale barcode is afgedrukt. De kiezer scheurt het stembiljet los van de stemcomputer en verwijdert de chipkaart. De kiezer kan zijn stem op het stembiljet visueel verifiëren en vouwt het biljet in twee gelijke delen met de bedrukte zijde naar binnen. Noch op de stemcomputer noch op de chipkaart worden gegevens over de stem bewaard. |
| 2 | In afwijking van artikel 138, § 3, eerste en tweede lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet, overhandigt de kiezer de chipkaart aan de voorzitter van het stembureau of aan de door hem aangewezen bijzitter en scant de barcode van het stembiljet. Nadat de voorzitter of de door hem aangewezen bijzitter heeft vastgesteld dat de kiezer de barcode effectief heeft ingescand, vouwt de kiezer het stembiljet opnieuw dicht met de bedrukte zijde naar binnen en deponeert hij het stembiljet in de stembus. | 2 | In afwijking van artikel 138, § 3, eerste en tweede lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet, overhandigt de kiezer de chipkaart aan de voorzitter van het stembureau of aan de door hem aangewezen bijzitter en scant de barcode van het stembiljet. Nadat de voorzitter of de door hem aangewezen bijzitter heeft vastgesteld dat de kiezer de barcode effectief heeft ingescand, vouwt de kiezer het stembiljet opnieuw dicht met de bedrukte zijde naar binnen en deponeert hij het stembiljet in de stembus. |
| 3 | § 2. In afwijking van artikel 139 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet wordt het stembiljet geannuleerd : | 3 | § 2. In afwijking van artikel 139 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet wordt het stembiljet geannuleerd : |
| 1 | De stemgegevens van het stembureau zijn altijd op twee originele, met de computer verbonden gegevensdragers opgeslagen in een versleutelde en onvervalsbare vorm. De gegevens worden op geen enkel ander medium in de voorzitterscomputer opgeslagen dan op die twee gegevensdragers. | 1 | De stemgegevens van het stembureau zijn altijd op twee originele, met de computer verbonden gegevensdragers opgeslagen in een versleutelde en onvervalsbare vorm. De gegevens worden op geen enkel ander medium in de voorzitterscomputer opgeslagen dan op die twee gegevensdragers. |
| 2 | De twee gegevensdragers worden samen in een enveloppe gestoken met als opschrift de datum van de verkiezing en de identificatie van het stembureau en de bestemmeling. Die enveloppe wordt verzegeld en op de achterkant ondertekend door de voorzitter en de leden van het stembureau. Als de getuigen erom vragen, mogen zij ook hun handtekening plaatsen. | 2 | De twee gegevensdragers worden samen in een enveloppe gestoken met als opschrift de datum van de verkiezing en de identificatie van het stembureau en de bestemmeling. Die enveloppe wordt verzegeld en op de achterkant ondertekend door de voorzitter en de leden van het stembureau. Als de getuigen erom vragen, mogen zij ook hun handtekening plaatsen. |
| 3 | De stemgegevens van een individueel stembureau mogen niet bekendgemaakt worden. | ||
| 3 | Bij digitale stemming maakt de Vlaamse Regering de stemgegevens bekend van de individuele stembureaus waarbij minstens vijfhonderd kiezers hun stem hebben uitgebracht. | ||
| 4 | De stemgegevens van een individueel stembureau waarbij minder dan vijfhonderd kiezers hun stem uitgebracht hebben, worden niet bekendgemaakt. De bekendmaking van de stemgegevens wordt in dat geval beschouwd als het kenbaar maken van het geheim van de stemming, vermeld in artikel 241 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet. |
| 6 | 2° de aanstellingsbrieven van de getuigen, vermeld in artikel 116 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet; | 6 | 2° de aanstellingsbrieven van de getuigen, vermeld in artikel 116 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet; |
| 7 | 3° de volmachten en de bijbehorende attesten, vermeld in artikel 56, § 2, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet; | 7 | 3° de volmachten en de bijbehorende attesten, vermeld in artikel 56, § 2, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet; |
| 8 | 4° de documenten die de voorzitter heeft ontvangen van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd overeenkomstig artikel 137, § 3, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet. | 8 | 4° de lijst van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch gestemd hebben, vermeld in artikel 143, eerste lid, 2°, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet, en de documenten die de voorzitter van die kiezers heeft ontvangen conform artikel 137, §3, van het voormelde decreet; |
| 9 | 5° de lijst van de kiezers die volmacht hebben uitgeoefend voor een andere kiezer, vermeld in artikel 143, eerste lid, 1°, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet; | ||
| 10 | 6° de lijst met de samenstelling van het stembureau die is bezorgd conform artikel 50, zesde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet. | ||
| 1 | § 1. In afwijking van artikel 172 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur de volgende stukken : | 1 | § 1. In afwijking van artikel 172 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur de volgende stukken : |
| 2 | 1° de processen-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau, vermeld in artikel 25, eerste lid, in voorkomend geval aangevuld met de processen-verbaal van de algemene telling van de gemeenteraadsverkiezingen, ontvangen van de voorzitter van de stadsdistrictshoofdbureaus overeenkomstig artikel 162, tweede lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet; | 2 | 1° de processen-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau, vermeld in artikel 25, eerste lid, van dit decreet, de processen-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau over de voorlopige en de definitieve afsluiting, samen met de voordrachtsakten, vermeld in artikel 68, §1, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet, en de stukken die aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau werden bezorgd overeenkomstig artikel 89, 90 en 91 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet; |
| 3 | 2° de stukken die hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 23. | 3 | 2° de stukken die hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 23. |
| 4 | De voorzitter bezorgt de gegevensdragers, vermeld in artikel 22, tegen ontvangstbewijs. | 4 | De voorzitter bezorgt de gegevensdragers, vermeld in artikel 22, tegen ontvangstbewijs. |