§ flandrepo

Decreet tot wijziging van diverse decreten naar aanleiding van de oprichting van het Agentschap Justitie en Handhaving

Vlaamse Regering #1114 Staatsblad 13 mei 2022 NUMAC 2022031490
8 artikels gewijzigd
+2 −1 decreet-2013-03-08/art. 15
1De personen die belast zijn met de coördinatie, de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren bezorgen aan de Vlaamse Regering anonieme en globale gegevens over de hulp- en dienstverlening met het oog op de evaluatie en de bijsturing van het hulp- en dienstverleningsaanbod.1De personen die belast zijn met de coördinatie, de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren bezorgen aan de Vlaamse Regering gepseudonimiseerde gegevens over de hulp- en dienstverlening met het oog op de evaluatie en de bijsturing van het hulp- en dienstverleningsaanbod.
2De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit voor de verwerking van persoonsgegevens, de voorwaarden en modaliteiten van de gegevensverwerking, vermeld in het eerste lid, nader.
+28 −0 decreet-2019-04-26-1031790/art. 2
1In dit decreet wordt verstaan onder:
21° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG;
32° andere actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van een opdracht van de justitiehuizen: de personen of instanties die:
4a) door of krachtens een wet met een eigen specifieke rol betrokken zijn bij een opdracht als vermeld in artikel 5, 1°, zonder in voorkomend geval zelf de opdrachtgever te zijn;
5b) een begeleiding, omkadering of behandeling opnemen in het kader van de uitvoering van een opdracht als vermeld in artikel 5, 1° ;
6c) deel uitmaken van een sectoroverschrijdend netwerk als vermeld in artikel 5, 2° ;
73° bureau voor juridische bijstand: het bureau, vermeld in artikel 508/7 van het Gerechtelijk Wetboek;
84° commissie voor juridische eerstelijnsbijstand: de commissie, vermeld in artikel 27;
95° gecodeerde persoonsgegevens: gepseudonomiseerde persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 5), van de algemene verordening gegevensbescherming, die alleen door middel van een code in verband kunnen worden gebracht met een geïdentificeerde of identificeerbare persoon;
106° geïntegreerd breed onthaal: onthaal als vermeld in artikel 9 en 10 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid;
117° indicatiestelling: het proces van inschatting van de risico's, behoeften en sterktes van een justitiabele dat voorafgaat aan het plannen van een interventie of het opstellen van een sociaal voorlichtingsrapport;
128° juridische eerstelijnsbijstand: de juridische bijstand die verstrekt wordt door advocaten in de vorm van praktische inlichtingen, juridische informatie, een eerste juridisch advies of de verwijzing naar een relevante, gespecialiseerde of meer aangewezen instantie of organisatie, gerealiseerd door de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand;
139° justitiabele:
14a) een verdachte, beschuldigde, beklaagde, inverdenkinggestelde, veroordeelde of geïnterneerde persoon;
15b) een slachtoffer, naaste of nabestaande;
16c) een minderjarige of een partij in het geding in het kader van een burgerrechtelijke opdracht;
17d) een persoon die het voorwerp uitmaakt van een overleg in het kader van een sectoroverschrijdend netwerk als vermeld in artikel 5, 2° ;
1810° justitiehuizen: de dienst, met inbegrip van gedecentraliseerde diensten, die de Vlaamse Regering heeft aangewezen om de opdrachten, vermeld in artikel 5, uit te voeren;
1911° kleinstedelijke zorgregio: zorgregio op het niveau van een kleine stad als vermeld in de bijlage bij het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen, gewijzigd bij het decreet van 28 november 2008;
2012° lokale actoren: gemeentebesturen, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, particuliere organisaties en particuliere initiatieven die lokale sociale hulp- en dienstverlening aanbieden;
2113° naaste: de echtgenoot of echtgenote van het niet-overleden slachtoffer, de persoon die met hem samenleeft en met hem een duurzame affectieve relatie heeft, zijn bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn, zijn broers of zussen, alsook anderen die van hem afhankelijk zijn;
2214° nabestaande: de echtgenoot of echtgenote van het overleden slachtoffer, de persoon die met hem samenleefde en met hem een duurzame affectieve relatie had, zijn bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn, zijn broers of zussen, alsook anderen die van hem afhankelijk waren;
2315° opdrachtgever: een instantie die door of krachtens een wet, decreet of ordonnantie, of op grond van een samenwerkingsakkoord, gemachtigd is om de justitiehuizen te belasten met een opdracht;
2416° project: een bijzonder initiatief met een tijdelijk, vernieuwend en experimenteel karakter dat zich richt tot een specifieke doelgroep of op een bijzondere probleemsituatie met betrekking tot juridische eerstelijnsbijstand;
2517° samenwerkingsakkoord: een samenwerkingsakkoord als vermeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
2618° slachtoffer: een natuurlijke persoon die als direct gevolg van een misdrijf schade heeft geleden;
2719° sociale context: het gezinssysteem en het sociale netwerk van een justitiabele;
2820° werkgebied: het geografische gebied waarbinnen de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand, of de gedecentraliseerde diensten van de justitiehuizen, hun opdrachten realiseren.
+2 −0 decreet-2019-04-26-1031790/art. 6
1De justitiehuizen bestaan uit een centraal bestuur en gedecentraliseerde diensten. Minstens een van de gedecentraliseerde diensten verzekert de opvolging en de uitvoering van het elektronisch toezicht.
2De Vlaamse Regering bepaalt de organisatie van de gedecentraliseerde diensten van de justitiehuizen.
+9 −0 decreet-2019-04-26-1031790/art. 7
1De justitiehuizen verwerken persoonsgegevens met het oog op:
21° het uitvoeren van de opdrachten, vermeld in artikel 5, 1° en 2° ;
32° het beleid en het beheer van de justitiehuizen;
43° het afleggen van verantwoording aan de Vlaamse Regering;
54° wetenschappelijk onderzoek en statistiek;
65° de berekening, vermeld in artikel 47/10, derde lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.
7Rechtmatig verkregen gegevens mogen worden verwerkt voor een ander doel dan dat waarvoor ze zijn verzameld, voor zover dat andere doel past in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, en voor zover die verwerking noodzakelijk is en in verhouding staat tot dat andere doel.
8De justitiehuizen gebruiken ten behoeve van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 5°, geanonimiseerde gegevens of gecodeerde persoonsgegevens indien de beoogde doeleinden op die manier kunnen worden verwezenlijkt, tenzij decretale of wettelijke voorschriften anders bepalen.
9Het Agentschap Justitie en Handhaving, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Justitie en Handhaving", treedt voor de verwerkingen, vermeld in het eerste lid, op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.
+1 −0 decreet-2019-04-26-1031790/art. 21
1De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten initiatieven subsidiëren die bijdragen tot de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de subsidiëring.
+1 −0 decreet-2019-04-26-1031790/art. 23
1De Vlaamse Regering organiseert het toezicht op de naleving van de bepalingen in titel 2 van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
+2 −0 decreet-2019-04-26-1031790/art. 27
7De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling van de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand en de voorwaarden waaronder afwijkingen op die minimale samenstelling kunnen worden toegestaan.7De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling van de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand en de voorwaarden waaronder afwijkingen op die minimale samenstelling kunnen worden toegestaan.
8De commissies voor juridische eerstelijnsbijstand gebruiken de gepaste participatiemethodieken om hun aanbod aan juridische eerstelijnsbijstand op een zodanige wijze vorm te geven dat het beantwoordt aan de noden en behoeften van de meest kwetsbaren.8De commissies voor juridische eerstelijnsbijstand gebruiken de gepaste participatiemethodieken om hun aanbod aan juridische eerstelijnsbijstand op een zodanige wijze vorm te geven dat het beantwoordt aan de noden en behoeften van de meest kwetsbaren.
9De kwetsbaarheid van de doelgroepen wordt bepaald aan de hand van criteria die rekening houden met de kenmerken van de personen of groepen, de levensen sociale omstandigheden van personen of groepen en van het hulpaanbod. Kwetsbare doelgroepen zijn groepen die conform die criteria als kwetsbaar worden beschouwd.
10De Vlaamse Regering kan de criteria voor het bepalen van de kwetsbaarheid van de doelgroepen nader bepalen.
+1 −1 decreet-2018-12-21-1030049/art. 31
1§ 1. Bij het Vlaams Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 opgericht voor de aanwending van de betaling van initiatieven die gespecialiseerde programma's ontwikkelen of samenwerkingsverbanden voor justitiabelen uitwerken, die zulke programma's of samenwerkingsverbanden ondersteunen, of die een vernieuwend project uitwerken.1§ 1. Bij het Agentschap Justitie en Handhaving, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Justitie en Handhaving", wordt een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 opgericht voor de aanwending van de betaling van initiatieven die gespecialiseerde programma's ontwikkelen of samenwerkingsverbanden voor justitiabelen uitwerken, die zulke programma's of samenwerkingsverbanden ondersteunen, of die een vernieuwend project uitwerken.
2§ 2. Het fonds wordt gespijsd door de jaarlijkse ontvangsten uitgekeerd door de federale overheid die kaderen in de subsidiëring van organisaties, andere dan de Justitiehuizen, die opdrachten uitoefenen in het kader van de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen die door een gerechtelijke of federale administratieve overheid zijn opgelegd en waarvan de besteding gebeurt binnen de bevoegdheid van artikel 5, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Hiermee worden de federale middelen beoogd die in het voormalige veiligheidsfonds en verkeersveiligheidsfonds werden bestemd voor de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen opgelegd door een gerechtelijke of federale administratieve overheid.2§ 2. Het fonds wordt gespijsd door de jaarlijkse ontvangsten uitgekeerd door de federale overheid die kaderen in de subsidiëring van organisaties, andere dan de Justitiehuizen, die opdrachten uitoefenen in het kader van de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen die door een gerechtelijke of federale administratieve overheid zijn opgelegd en waarvan de besteding gebeurt binnen de bevoegdheid van artikel 5, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Hiermee worden de federale middelen beoogd die in het voormalige veiligheidsfonds en verkeersveiligheidsfonds werden bestemd voor de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen opgelegd door een gerechtelijke of federale administratieve overheid.
3§ 3. Het fonds wordt aangewend ter financiering van uitgaven voor werking, subsidies en investeringen ten bate van organisaties die opdrachten uitoefenen in het kader van de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen die door een gerechtelijke of administratieve overheid zijn opgelegd.3§ 3. Het fonds wordt aangewend ter financiering van uitgaven voor werking, subsidies en investeringen ten bate van organisaties die opdrachten uitoefenen in het kader van de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen die door een gerechtelijke of administratieve overheid zijn opgelegd.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd