Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft versterking van de lokale democratie
130 artikels gewijzigd
| 1 | De algemene werkingssubsidie wordt onder de gemeenten verdeeld op basis van de gegevens over de gekadastreerde oppervlakte bos, tuinen en parken, woeste gronden, wateren, akkerland, grasland, recreatiegebieden en boomgaarden, zoals gehanteerd voor de definitieve verdeling van het Gemeentefonds voor het voorgaande jaar. | 1 | De algemene werkingssubsidie wordt onder de gemeenten verdeeld op basis van de gegevens over de gekadastreerde oppervlakte bos, tuinen en parken, woeste gronden, wateren, akkerland, grasland, recreatiegebieden en boomgaarden, zoals gehanteerd voor de definitieve verdeling van het Gemeentefonds voor het voorgaande jaar. |
| 2 | De steden, vermeld in artikel 22, tweede lid, zijn uitgesloten van de subsidie. Het aandeel van de steden en gemeenten, vermeld in artikel 6, § 1, 1°, e) en f), van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, in de subsidie bedraagt maximaal 6 % van hun aandeel in de definitieve verdeling van het Gemeente-fonds voor het voorgaande jaar, verhoogd met 3,5 %. Voor de andere gemeenten bedraagt hun aandeel in de subsidie maximaal 13 % van hun aandeel in de definitieve verdeling van het Gemeentefonds voor het voorgaande jaar, verhoogd met 3,5 %. | 2 | De steden, vermeld in artikel 22, tweede lid, zijn uitgesloten van de subsidie. Het aandeel van de steden en gemeenten, vermeld in artikel 6, § 1, 1°, e) en f), van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, in de subsidie bedraagt maximaal 6 % van hun aandeel in de definitieve verdeling van het Gemeente-fonds voor het voorgaande jaar, verhoogd met 3,5 %. Voor de andere gemeenten bedraagt hun aandeel in de subsidie maximaal 13 % van hun aandeel in de definitieve verdeling van het Gemeentefonds voor het voorgaande jaar, verhoogd met 3,5 %. |
| 3 | Bij een samenvoeging van gemeenten worden de gegevens over de gekadastreerde oppervlakte open ruimte, vermeld in het eerste lid, en de aandelen in de definitieve verdeling van het Gemeentefonds voor het voorgaande jaar van de samen te voegen gemeenten opgeteld. Als de samenvoeging gepaard gaat met de opsplitsing van een of meer gemeenten, worden de gegevens over de gekadastreerde oppervlakte open ruimte en de aandelen in de definitieve verdeling van het Gemeentefonds van het voorgaande jaar van de op te splitsen gemeenten ook opgesplitst, in dezelfde verhouding als respectievelijk het aandeel gekadastreerde oppervlakte open ruimte en de inwonersaantallen van de opgesplitste delen. |
| 1 | Bij een samenvoeging van gemeenten mogen de nieuwe gemeenten niet minder ontvangen dan de som van de aandelen van de samen te voegen gemeenten of delen van gemeenten in het jaar dat voorafgaat aan de samenvoeging. Als de samenvoeging gepaard gaat met de opsplitsing van een of meer gemeenten wordt om de gewaarborgde ontvangst van de nieuwe gemeenten te berekenen, het aandeel van de op te splitsen gemeenten in het jaar dat voorafgaat aan de samenvoeging, ook opgesplitst, in dezelfde verhouding als de inwonersaantallen van de opgesplitste delen. | ||
| 2 | De gewaarborgde ontvangst voor de nieuwe gemeenten, vermeld in het eerste lid, wordt, met ingang van het jaar van de samenvoeging, elk jaar geïndexeerd met 3,5%. De indexatie is cumulatief. | ||
| 3 | In afwijking van artikel 23, tweede lid, zijn de bepalingen, vermeld in het eerste en tweede lid, ook van toepassing in geval van een samenvoeging met een stad zoals vermeld in artikel 6, § 1, 1°, a), b), c) of d), van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds. |
| 1 | Het bezwaar wordt binnen een termijn van vijfenveertig dagen ingediend, te rekenen vanaf de dagtekening van het proces-verbaal van de verkiezingen. | 1 | Het bezwaar wordt binnen een termijn van veertig dagen ingediend, te rekenen vanaf de dagtekening van het proces-verbaal van de verkiezingen. |
| 2 | Een nieuwe termijn van vijftien dagen wordt geopend met ingang van de datum van de uitspraak van de definitieve veroordeling, gesteund op een klacht die is ingediend met toepassing van artikel 201 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011. | 2 | Een nieuwe termijn van vijftien dagen wordt geopend met ingang van de datum van de uitspraak van de definitieve veroordeling, gesteund op een klacht die is ingediend met toepassing van artikel 201 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011. |
| 1 | De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over het bezwaar binnen veertig dagen na de indiening ervan. Als binnen die termijn geen uitspraak is gedaan, wordt het bezwaar als verworpen beschouwd en is de uitslag van de verkiezing, zoals die door het hoofdstembureau is afgekondigd, definitief, met behoud van de toepassing van artikel 23, tweede lid, en de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State. | 1 | De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over het bezwaar binnen vijfendertig dagen na de indiening ervan. Als binnen die termijn geen uitspraak is gedaan, wordt het bezwaar als verworpen beschouwd en is de uitslag van de verkiezing, zoals die door het hoofdstembureau is afgekondigd, definitief, met behoud van de toepassing van artikel 23, tweede lid, en de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State. |
| 25 | 24° 53 leden in de gemeenten met 250.000 tot en met 299.999 inwoners; | 25 | 24° 53 leden in de gemeenten met 250.000 tot en met 299.999 inwoners; |
| 26 | 25° 55 leden in de gemeenten met 300.000 of meer inwoners. | 26 | 25° 55 leden in de gemeenten met 300.000 of meer inwoners. |
| 27 | § 2. De schepenen en de burgemeester zijn gemeenteraadsleden behalve als ze niet als gemeenteraadslid zijn verkozen als vermeld in de gevallen, vermeld in artikel 42, § 4, artikel 58, § 3, en artikel 68, § 2. | 27 | § 2. De schepenen en de burgemeester zijn gemeenteraadsleden behalve als ze niet als gemeenteraadslid zijn verkozen als vermeld in de gevallen, vermeld in artikel 42, § 4, en artikel 68, § 2. |
| 28 | § 3. Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten. Het inwonertal dat in aanmerking wordt genomen, is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen en dat op 1 januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen zijn hoofdverblijfplaats in de desbetreffende gemeente had. Ingeval een gemeente een principiële beslissing tot samenvoeging aan de Vlaamse Regering heeft kenbaar gemaakt, vermeldt de Vlaamse Regering desgevallend in de lijst van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden ook het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden van de nieuwe gemeente, op basis van de som van de bevolkingsaantallen van de samen te voegen gemeenten. Vanaf de inwerkingtreding van het samenvoegingsdecreet wordt in deze lijst het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden, vermeld voor de samengevoegde gemeenten, opgeheven en is enkel het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden van de nieuwe gemeente geldig. | 28 | § 3. Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten. Het inwonertal dat in aanmerking wordt genomen, is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen en dat op 1 januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen zijn hoofdverblijfplaats in de desbetreffende gemeente had. Ingeval een gemeente een principiële beslissing tot samenvoeging aan de Vlaamse Regering heeft kenbaar gemaakt, vermeldt de Vlaamse Regering desgevallend in de lijst van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden ook het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden van de nieuwe gemeente, op basis van de som van de bevolkingsaantallen van de samen te voegen gemeenten. Vanaf de inwerkingtreding van het samenvoegingsdecreet wordt in deze lijst het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden, vermeld voor de samengevoegde gemeenten, opgeheven en is enkel het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden van de nieuwe gemeente geldig. |
| 29 | Het bevolkingsaantal op 1 januari, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, wordt, met behoud van de toepassing van het eerste lid, vanaf 1 januari na de bekendmaking ervan, in aanmerking genomen als bevolkingscijfer in dit decreet. | 29 | Het bevolkingsaantal op 1 januari, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, wordt, met behoud van de toepassing van het eerste lid, vanaf 1 januari na de bekendmaking ervan, in aanmerking genomen als bevolkingscijfer in dit decreet. |
| 3 | De leden van de gemeenteraad zijn herverkiesbaar. | 3 | De leden van de gemeenteraad zijn herverkiesbaar. |
| 4 | § 2. Na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad blijven de uittredende gemeenteraadsleden in functie tot de geloofsbrieven van de nieuw verkozen gemeenteraadsleden onderzocht zijn en tot de meerderheid van de gemeenteraadsleden geïnstalleerd is. | 4 | § 2. Na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad blijven de uittredende gemeenteraadsleden in functie tot de geloofsbrieven van de nieuw verkozen gemeenteraadsleden onderzocht zijn en tot de meerderheid van de gemeenteraadsleden geïnstalleerd is. |
| 5 | § 3. De verkozenen voor de gemeenteraad krijgen na de gemeenteraadsverkiezingen in afnemende volgorde van lijstgrootte het exclusieve initiatiefrecht om een meerderheidscoalitie te vormen. Het initiatiefrecht komt eerst toe aan de verkozene met de meeste naamstemmen van de grootste lijst en gaat vervolgens over naar de verkozenen met de meeste naamstemmen van de tweede grootste lijst en zo verder, in afnemende volgorde van lijstgrootte. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, komt het initiatiefrecht toe aan de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de fractie met de meeste zetels in de gemeenteraad behoort. Als twee fracties even groot zijn en tot dezelfde lijst behoren, komt het initiatiefrecht toe aan de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen behaald heeft. Het initiatiefrecht wordt telkens toegekend voor een periode van veertien dagen. De eerste periode van veertien dagen vangt aan de dag na de dagtekening van het proces-verbaal van de gemeenteraadsverkiezingen. De verkozene voor de gemeenteraad die het initiatiefrecht heeft, kan op elk moment daarvan afzien door een verklaring van afstand in te dienen bij de algemeen directeur. | ||
| 6 | De procedure van het initiatiefrecht neemt definitief een einde op een van de volgende momenten: | ||
| 7 | 1° als elke houder van het initiatiefrecht dit recht heeft uitgeput; | ||
| 8 | 2° als een gezamenlijke akte van voordracht is ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft; | ||
| 9 | 3° uiterlijk op de derde dag voor de installatievergadering van de gemeenteraad. | ||
| 10 | Het initiatiefrecht gaat in de volgende gevallen over naar de verkozene voor de gemeenteraad met het hoogste aantal naamstemmen van de volgende lijst in afnemende volgorde van lijstgrootte: | ||
| 11 | 1° als binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, geen gezamenlijke akte van voordracht is ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft; | ||
| 12 | 2° als een verklaring van afstand is ingediend. | ||
| 13 | De algemeen directeur maakt de volgende elementen, nadat ze zich voordoen, onmiddellijk bekend op de webtoepassing van de gemeente waarna het initiatiefrecht eindigt of overgaat: | ||
| 14 | 1° de indiening van een gezamenlijke akte van voordracht door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft; | ||
| 15 | 2° het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht op de derde dag voor de installatievergadering; | ||
| 16 | 3° de uitputting van het initiatiefrecht door alle houders van het initiatiefrecht; | ||
| 17 | 4° de indiening van een verklaring van afstand; | ||
| 18 | 5° het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht, ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft, na de periode van veertien dagen. | ||
| 1 | § 1. Als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen gemeenteraadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste veertien dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de gemeenteraad vindt plaats op een van de eerste vijf werkdagen van januari. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de eerste werkdag van januari in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad de nieuw verkozen gemeenteraadsleden daarvan op de hoogte. | 1 | § 1. Als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen gemeenteraadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de gemeenteraad vindt plaats op een van de eerste vijf werkdagen van december. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de vijfde werkdag van december in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde de nieuw verkozen gemeenteraadsleden daarvan op de hoogte. |
| 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder werkdag: elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen. | 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder werkdag: elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen. |
| 3 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is , maar ten vroegste op een van de eerste vijf werkdagen van januari. | 3 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, maar op zijn vroegst op een van de eerste vijf werkdagen van december. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering. |
| 4 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is . | 4 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is met toepassing van artikel 203, derde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 of met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolle- ges. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering. |
| 5 | Als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid, worden ze volgens hun rangorde bijeengeroepen door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen. | 5 | Als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid, worden ze volgens hun rangorde bijeengeroepen door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen. |
| 6 | Als de gemeenteraad ten gevolge van een wijziging van de zetelverdeling niet van rechtswege geïnstalleerd kan worden overeenkomstig het eerste lid, worden de nieuw verkozen raadsleden bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid nadat de zetelverdeling definitief is. | 6 | Als de gemeenteraad ten gevolge van een wijziging van de zetelverdeling niet van rechtswege geïnstalleerd kan worden overeenkomstig het eerste lid, worden de nieuw verkozen raadsleden bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid nadat de zetelverdeling definitief is. |
| 7 | §1/1. Tot uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering kan er een verbeterende akte van voordracht of opvolging worden ingediend als door een uitspraak van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State de verkiezingsuitslag definitief is gewijzigd. In dat geval is de sanctie, vermeld in artikel 7, §2, niet van toepassing. | ||
| 8 | Onder een wijziging van de verkiezingsuitslag door een uitspraak van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State vallen volgende situaties: | ||
| 9 | 1° een wijziging in de zetelverdeling tussen de lijsten; | ||
| 10 | 2° een wijziging in de rangorde van de gekozen raadsleden of de opvolgers. | ||
| 11 | Als de verbeterende akte van voordracht of opvolging ontvankelijk is, is de eerdere akte van voordracht of opvolging voor hetzelfde mandaat zonder voorwerp. | ||
| 7 | § 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van hun rang. | 12 | § 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van hun rang. |
| 8 | § 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". | 13 | § 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". |
| 9 | De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van de burgemeester. Als de uittredende burgemeester de installatievergadering voorzit en herkozen is als gemeenteraadslid, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. Als iemand anders de eed heeft afgelegd als burgemeester, legt de uittredende burgemeester de eed af in handen van de nieuw benoemde burgemeester. | 14 | De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van de burgemeester. Als de uittredende burgemeester de installatievergadering voorzit en herkozen is als gemeenteraadslid, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. Als iemand anders de eed heeft afgelegd als burgemeester, legt de uittredende burgemeester de eed af in handen van de nieuw benoemde burgemeester. |
| 15 | Een raadslid dat zich in een situatie van verhindering bevindt als vermeld in artikel 12, 5°, kan worden verkozen als schepen of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst of aangeduid worden als aangewezen-burgemeester. In voorkomend geval en in afwijking van artikel 12, 5°, kan dat raadslid vervolgens de eed afleggen van het betreffende mandaat. | ||
| 10 | § 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering en die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. | 16 | § 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering en die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. |
| 11 | § 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering en die, nadat ze daarvoor uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. | 17 | § 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering en die, nadat ze daarvoor uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. |
| 1 | §1. Op de installatievergadering verkiest de gemeenteraad op basis van een akte van voordracht van kandidaat-voorzitter die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid, een voorzitter onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 2 | Een ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 4 | 3° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 1 | § 1. Op de installatievergadering verkiest de gemeenteraad onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit een voorzitter. De voorzitter wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ook ondertekend zijn door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. | 5 | 4° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; |
| 6 | 5° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 2 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig paragraaf 5. | 7 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 5. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaande beschouwd. |
| 3 | De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 4 | § 2. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Alle handtekeningen die in strijd met dat voorschrift zijn geplaatst, zijn ongeldig in alle akten van voordracht. | ||
| 8 | §2. Niemand kan meer dan één akte van voordracht, gedaan op het model, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, ondertekenen. | ||
| 9 | Alle handtekeningen die in strijd met het verbod, vermeld in het eerste lid, zijn geplaatst, zijn ongeldig. Deze handtekeningen worden niet in aanmerking genomen om de vereisten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3° en 4°, te bereiken. | ||
| 5 | Een verkozene die meer dan één akte van voordracht ondertekent, kan voor de duur van de zittingsperiode van de gemeenteraad niet worden benoemd of verkozen als burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van een gemeenteraadscommissie, voorzitter of lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, noch een dergelijk mandaat waarnemen. Hij kan de gemeente ook niet vertegenwoordigen of kan namens de gemeente geen mandaat bekleden of waarnemen in gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen of andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Hij kan evenmin het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vertegenwoordigen of namens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een mandaat bekleden of waarnemen in een vereniging of vennootschap als vermeld in deel 3, titel 4, of in andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Als de betrokkene al een dergelijk mandaat bekleedt of waarneemt, vervalt dat van rechtswege. | 10 | Een verkozene die het verbod, vermeld in het eerste lid, overtreedt, kan voor de duur van de zittingsperiode van de gemeenteraad niet worden benoemd of verkozen als burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van een gemeenteraadscommissie, voorzitter of lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, noch een dergelijk mandaat waarnemen. Een verkozene die het verbod, vermeld in het eerste lid, overtreedt, kan de gemeente ook niet vertegenwoordigen of kan namens de gemeente geen mandaat bekleden of waarnemen in gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen of andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Een verkozene die het verbod, vermeld in het eerste lid, overtreedt, kan evenmin het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vertegenwoordigen of namens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een mandaat bekleden of waarnemen in een vereniging of vennootschap als vermeld in deel 3, titel 4, of in andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Als de betrokkene al een dergelijk mandaat bekleedt of waarneemt, vervalt dat van rechtswege |
| 6 | §3. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering. | 11 | §3. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering. |
| 7 | De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter verkozen verklaard. | 12 | De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter verkozen verklaard. |
| 8 | §4. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, verkiest de gemeenteraad binnen veertien dagen een voorzitter . | 13 | §4. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, verkiest de gemeenteraad binnen veertien dagen een voorzitter onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit. |
| 14 | De gemeenteraadsleden kunnen voor de verkiezing van een voorzitter, vermeld in het eerste lid, een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het derde lid, bezorgen aan de algemeen directeur. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 15 | Een ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 16 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 17 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het | ||
| 18 | tweede lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 19 | 3° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 9 | De gemeenteraadsleden kunnen voor de verkiezing van een voorzitter, vermeld in het eerste lid, uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht bezorgen aan de algemeen directeur . | 20 | 4° ze is uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad na de installatievergadering aan de algemeen directeur bezorgd. |
| 10 | Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht, vermeld in het tweede lid, ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Elk gemeenteraadslid kan niet meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig paragraaf 2. De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. | 21 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat van de voorzitter eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 5. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 11 | Als het mandaat van de voorzitter eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als opvolger van de voorzitter zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig paragraaf 5. | ||
| 22 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht, gedaan op de modelakte, vermeld in het derde lid, 2°, ondertekenen. | ||
| 23 | Alle handtekeningen die in strijd met het verbod, vermeld in het vijfde lid, zijn geplaatst, zijn ongeldig. Deze handtekeningen worden niet in aanmerking genomen om de vereisten, vermeld in het derde lid, 3°, te bereiken. Overtredingen van het voormelde verbod worden bestraft conform paragraaf 2, derde lid. | ||
| 24 | De voorzitter van de vergadering gaat na of de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter ontvankelijk is conform het derde tot en met het zesde lid. | ||
| 12 | De verkiezing, vermeld in het eerste lid, gebeurt bij geheime stemming. | 25 | De verkiezing, vermeld in het eerste lid, vindt plaats bij geheime stemming. |
| 13 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van de gemeenteraad. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen behaalden. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald. | 26 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van de gemeenteraad. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald. |
| 14 | §5. In al de volgende gevallen wordt een nieuwe voorzitter verkozen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4, met dien verstande dat "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering, vermeld in paragraaf 5", "de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, vermeld in paragraaf 5", "verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "gemeenteraadsleden", "verkozene die" wordt gelezen als "gemeenteraadslid dat" en "Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd" wordt gelezen als "Na opening van de vergadering": | 27 | §5. In al de volgende gevallen wordt een nieuwe voorzitter verkozen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4, met dien verstande dat "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering, vermeld in paragraaf 5", "de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, vermeld in paragraaf 5", “drie dagen”, vermeld in paragraaf 1, wordt gelezen als “acht dagen”,"verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "gemeenteraadsleden", "verkozene die" wordt gelezen als "gemeenteraadslid dat" en "Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd" wordt gelezen als "Na opening van de vergadering": |
| 15 | 1° als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt; | 28 | 1° als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt; |
| 16 | 2° als de voorzitter van zijn mandaat van gemeenteraadslid vervallen wordt verklaard; | 29 | 2° als de voorzitter van zijn mandaat van gemeenteraadslid vervallen wordt verklaard; |
| 17 | 3° als de voorzitter als verhinderd wordt beschouwd, ontslag genomen heeft of overleden is. | 30 | 3° als de voorzitter als verhinderd wordt beschouwd, als hij afgezet of geschorst is, of als hij ontslag genomen heeft of overleden is. |
| 18 | Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het derde lid. | 31 | Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het derde lid. |
| 19 | Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wordt hij met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als volgt vervangen: | 32 | Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wordt hij met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als volgt vervangen: |
| 20 | 1° als de voorzitter zijn bevoegdheid schriftelijk heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid, neemt dat gemeenteraadslid het voorzitterschap waar; | 33 | 1° als de voorzitter zijn bevoegdheid schriftelijk heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid, neemt dat gemeenteraadslid het voorzitterschap waar; |
| 21 | 2° als de voorzitter zijn bevoegdheid niet heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid overeenkomstig punt 1°, neemt het gemeenteraadslid met de hoogste rang het voorzitterschap waar. Als dat raadslid de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander gemeenteraadslid in volgorde van rang. | 34 | 2° als de voorzitter zijn bevoegdheid niet heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid overeenkomstig punt 1°, neemt het gemeenteraadslid met de hoogste rang het voorzitterschap waar. Als dat raadslid de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander gemeenteraadslid in volgorde van rang. |
| 22 | De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwdof tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderdof tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering , en van de beëindiging van de periode van verhindering . Als het niet gaat om een door het decreet opgelegde verhindering, richt de voorzitter zijn verzoek tot vervanging wegens verhindering aan de gemeenteraad. | 35 | De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering of schorsing, en van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. Als het niet gaat om een door het decreet opgelegde verhindering, richt de voorzitter zijn verzoek tot vervanging wegens verhindering aan de gemeenteraad. |
| 23 | § 6. De verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn houden van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad in. | 36 | § 6. De verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn houden van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad in. |
| 6 | 5° de leden van een districtsraad; | 6 | 5° de leden van een districtsraad; |
| 7 | 6° de personen die in een lokale decentrale overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad, schepen of burgemeester; | 7 | 6° de personen die in een lokale decentrale overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad, schepen of burgemeester; |
| 8 | 7° de bloedverwanten tot en met de tweede graad, de aanverwanten in de eerste graad of de echtgenoten in de gemeenteraad van dezelfde gemeente. | 8 | 7° de bloedverwanten tot en met de tweede graad, de aanverwanten in de eerste graad of de echtgenoten in de gemeenteraad van dezelfde gemeente; |
| 9 | 8° de directeur van een woonmaatschappij tot wiens werkgebied de gemeente behoort; | ||
| 10 | 9° de leidend ambtenaar van een intergemeentelijk samenwerkingsverband waaraan de gemeente deelneemt. | ||
| 9 | Als bloed- of aanverwanten in een graad als vermeld in het eerste lid, 7°, of twee echtgenoten worden verkozen bij dezelfde verkiezing, wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de zetels die kandidaten hebben verkregen aan hun lijst zijn toegekend. | 11 | Als bloed- of aanverwanten in een graad als vermeld in het eerste lid, 7°, of twee echtgenoten worden verkozen bij dezelfde verkiezing, wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de zetels die kandidaten hebben verkregen aan hun lijst zijn toegekend. |
| 10 | Als twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten worden verkozen, de ene tot raadslid, de andere tot opvolger, geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen voor de verkiezing van zijn bloed- of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald volgens de tijdsorde van de vacatures. | 12 | Als twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten worden verkozen, de ene tot raadslid, de andere tot opvolger, geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen voor de verkiezing van zijn bloed- of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald volgens de tijdsorde van de vacatures. |
| 1 | Behalve in spoedeisende gevallen en behalve in geval van toepassing van artikel 6, § 1, wordt de oproeping ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering aan het raadslid bezorgd. | 1 | Behalve in spoedeisende gevallen wordt de oproeping ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering aan het raadslid bezorgd. |
| 2 | De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toegelicht voorstel van beslissing. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de raadsleden gesteld vanaf de verzending van de agenda. Als een raadslid daarom verzoekt, wordt een dossier elektronisch ter beschikking gesteld. | 2 | De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toegelicht voorstel van beslissing. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de raadsleden gesteld vanaf de verzending van de agenda. Als een raadslid daarom verzoekt, wordt een dossier elektronisch ter beschikking gesteld. |
| 3 | Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de oproeping van de raadsleden wordt verzonden en de wijze waarop het dossier dat op de agenda betrekking heeft, ter beschikking wordt gesteld. Het huishoudelijk reglement kan ook de gezamenlijke oproeping van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn regelen. | 3 | Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de oproeping van de raadsleden wordt verzonden en de wijze waarop het dossier dat op de agenda betrekking heeft, ter beschikking wordt gesteld. Het huishoudelijk reglement kan ook de gezamenlijke oproeping van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn regelen. De vergadering van de gemeenteraad vindt plaats in het gemeentehuis of op de fysieke plaats door de gemeenteraad bepaald. Het huishoudelijk reglement bepaalt of de gemeenteraad of de gemeenteraadscommissies, vermeld in artikel 37, digitaal of hybride kunnen vergaderen en de wijze waarop. De gemeenteraad kan enkel digitaal vergaderen onder de uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in het huishoudelijk reglement. De gemeenteraad kan enkel hybride vergaderen onder de uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in het huishoudelijk reglement. De Vlaamse Regering kan de minimale voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen bepalen. |
| 4 | De algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden verstrekken aan de raadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen over stukken die in het dossier voorkomen. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop die inlichtingen worden verstrekt. | 4 | De algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden verstrekken aan de raadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen over stukken die in het dossier voorkomen. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop die inlichtingen worden verstrekt. |
| 1 | De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering. Hij kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal laten verwijderen. | 1 | De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering. Hij kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt, uit de vergadering laten verwijderen. |
| 2 | De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en dat proces-verbaal bezorgen aan het openbaar ministerie met het oog op de eventuele vervolging van de betrokkene. | 2 | De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en dat proces-verbaal bezorgen aan het openbaar ministerie met het oog op de eventuele vervolging van de betrokkene. |
| 1 | De burgemeester of de schepen die buiten de gemeenteraad is benoemd, is aanwezig op de vergaderingen van de gemeenteraad. De burgemeester of de schepen die buiten de gemeenteraad is benoemd beschikt in de gemeenteraad alleen over een raadgevende stem. | 1 | De schepen die buiten de gemeenteraad is benoemd, is aanwezig op de vergaderingen van de gemeenteraad en beschikt in de gemeenteraad alleen over een raadgevende stem. |
| 1 | § 1. Een of meer gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst verkozen zijn, vormen een fractie. | 1 | § 1. Een of meer gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst verkozen zijn, vormen een fractie. |
| 2 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen twee fracties vormen, mits aan volgende voorwaarden is voldaan: | 2 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen twee fracties vormen, mits aan de bepalingen van artikel 71, vijfde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 is voldaan. |
| 3 | 1° de naam van de lijst bestaat uit verschillende woorden of afkortingen die minstens de twee fractienamen omvatten; | ||
| 4 | 2° de kandidaat-gemeenteraadsleden beslissen bij de indiening van de voordrachtsakte of verbeteringsakte dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen of kunnen vormen. In dat laatste geval worden twee fracties gevormd als een meerderheid van de verkozen gemeenteraadsleden die potentieel een afzonderlijke fractie kunnen uitmaken daartoe op de installatievergadering van de gemeenteraad beslist; | ||
| 5 | 3° de beslissing, vermeld in punt 2°, wordt genomen in een afzonderlijke akte inzake fractievorming, ondertekend door alle kandidaat-gemeenteraadsleden op de lijst; | ||
| 6 | 4° de akte inzake fractievorming bevat alle kandidaat-gemeenteraadsleden van de lijst, in dezelfde volgorde als op de voordrachtsakte of de verbeteringsakte die bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau wordt ingediend; | ||
| 7 | 5° met behoud van de toepassing van het derde lid vermeldt de akte inzake fractievorming voor alle kandidaat-gemeenteraadsleden tot welke fractie ze zullen behoren in geval van verkiezing; | ||
| 8 | 6° er worden op de akte inzake fractievorming maar twee verschillende fracties vermeld; | ||
| 9 | 7° de akte inzake fractievorming is als bijlage gevoegd bij de voordrachtsakte of de verbeteringsakte die, overeenkomstig artikel 70 en 91 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau wordt bezorgd; | ||
| 10 | 8° aan de algemeen directeur wordt tegen ontvangstbewijs een afschrift van de akte inzake fractievorming bezorgd uiterlijk de eerste werkdag nadat de voordrachtsakte of de verbeteringsakte bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau is ingediend. | ||
| 11 | De indiening van de akte inzake fractievorming en de door de kandidaat- gemeenteraadsleden gemaakte keuze is niet herroepbaar. | 3 | De vermelding inzake fractievorming op de voordrachtsakte, vermeld in artikel 71, vijfde lid, van het voormelde decreet, en de door de kandidaat- gemeenteraadsleden gemaakte keuze zijn niet herroepbaar. |
| 12 | Als een kandidaat-gemeenteraadslid zich op de akte inzake fractievorming niet tot een fractie bekent, wordt het betrokken kandidaat-gemeenteraadslid geacht bij verkiezing te opteren voor de grootste fractie. Als beide fracties in de gemeenteraad even groot zijn, wordt hij geacht bij verkiezing te opteren voor de fractie waartoe de aanvoerder van de lijst behoort, behalve als de lijstaanvoerder op de akte van fractievorming zich niet tot een fractie heeft bekend. In dat laatste geval wordt het kandidaat-gemeenteraadslid geacht te opteren voor de fractie waartoe het kandidaat-gemeenteraadslid behoort dat de hoogste plaats op de lijst inneemt en dat zich tot een fractie heeft bekend. | ||
| 13 | Als de regeling, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, niet is toegepast, kunnen er geen aparte fracties worden gevormd. Als de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst verkozen zijn, beslissen om twee fracties te vormen overeenkomstig het eerste lid, spreekt de gemeenteraad zich op de installatievergadering bij besluit uit of aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan. | ||
| 14 | De Vlaamse Regering stelt het model van akte inzake fractievorming vast. | ||
| 15 | § 3. Een of meer gemeenteraadsleden die verkozen zijn op lijsten die zich uiterlijk op de installatievergadering onderling hebben verenigd, vormen een fractie. Tot onderlinge vereniging van de lijsten kan alleen beslist worden als de meerderheid van de verkozenen op elk van die lijsten daarmee instemt. | ||
| 16 | § 4. De onderlinge vereniging tot een fractie of de vorming van twee fracties overeenkomstig paragraaf 2, geldt tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad. | ||
| 4 | § 3. ... | ||
| 5 | § 4. ... | ||
| 17 | § 5. Het huishoudelijk reglement legt de nadere regels vast voor de samenstelling en de werking van de fracties, alsook, binnen de grenzen die de Vlaamse Regering bepaalt, voor de financiering ervan. | 6 | § 5. Het huishoudelijk reglement legt de nadere regels vast voor de samenstelling en de werking van de fracties, alsook, binnen de grenzen die de Vlaamse Regering bepaalt, voor de financiering ervan. |
| 9 | 8° de wijze waarop en de persoon door wie de stukken van de gemeente, vermeld in artikel 279, worden ondertekend; | 9 | 8° de wijze waarop en de persoon door wie de stukken van de gemeente, vermeld in artikel 279, worden ondertekend; |
| 10 | 9° de nadere voorwaarden waaronder het recht om verzoekschriften in te dienen, wordt uitgeoefend, en de wijze waarop de verzoekschriften worden behandeld; | 10 | 9° de nadere voorwaarden waaronder het recht om verzoekschriften in te dienen, wordt uitgeoefend, en de wijze waarop de verzoekschriften worden behandeld; |
| 11 | 10° de wijze van het ter kennis brengen van de beslissingen, vermeld in artikel 50, vijfde lid. | 11 | 10° de wijze van het ter kennis brengen van de beslissingen, vermeld in artikel 50, vijfde lid; |
| 12 | 11° de keuze om digitaal of hybride te vergaderen en de wijze waarop; | ||
| 13 | 12° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de gemeenteraad digitaal kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van digitaal vergaderen opneemt; | ||
| 14 | 13° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de gemeenteraad hybride kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van hybride vergaderen opneemt. | ||
| 12 | De gemeenteraad kan het huishoudelijk reglement op elk moment wijzigen. | 15 | De gemeenteraad kan het huishoudelijk reglement op elk moment wijzigen. |
| 1 | §1. Behalve de schepenen die benoemd zijn overeenkomstig artikel 42, §1, derde lid, en §3, tweede en derde lid, verkiest de gemeenteraad de schepenen onder de gemeenteraadsleden op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet die gezamenlijke akte van voordracht voor elk van de kandidaat-schepenen ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaten. Als de lijst waarop een kandidaat-schepen voorkomt, maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één gezamenlijke akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dit verbod wordt gesanctioneerd overeenkomstig artikel 7, § 2. | 1 | §1. Behalve de schepenen die benoemd zijn conform artikel 42, §1, derde lid, en §3, tweede en derde lid, verkiest de gemeenteraad de schepenen onder de gemeenteraadsleden op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen wordt ingediend bij de algemeen directeur. |
| 2 | Een ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van de kandi- daatschepenen voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 4 | 2° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 5 | 3° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaten zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 6 | 4° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 2 | De gezamenlijke akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht werd vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 49. | 7 | De gezamenlijke akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de gezamenlijke akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de gezamenlijke akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de gezamenlijke akte van voordracht, of als de persoon die in de gezamenlijke akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 49. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaande beschouwd. |
| 8 | De gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen wordt ondertekend met naleving van het initiatiefrecht, vermeld in artikel 5, §3. De overtreding van het voormelde gebod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 9 | Niemand kan meer dan één gezamenlijke akte van voordracht ondertekenen. De overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 3 | Die akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte aan de burgemeester. | 10 | De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de gezamenlijke akte van voordracht aan de burgemeester. |
| 4 | §2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de gemeenteraad. | 11 | §2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de gemeenteraad. |
| 5 | De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de gezamenlijke akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de voordracht ontvankelijk is, worden de voorgedragen kandidaat-schepenen verkozen verklaard en is het aantal schepenen vastgelegd tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad. | 12 | De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de gezamenlijke akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de voordracht ontvankelijk is, worden de voorgedragen kandidaat-schepenen verkozen verklaard en is het aantal schepenen vastgelegd tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad. |
| 6 | §3. Als er geen ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, beslist de gemeenteraad op de installatievergadering over het aantal te verkiezen schepenen en wordt binnen veertien dagen overgegaan tot afzonderlijke verkiezing van de schepenen onder de gemeenteraadsleden. De gemeenteraadsleden kunnen daarvoor kandidaat-schepenen voordragen . | 13 | §3. Als er geen ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, beslist de gemeenteraad op de installatievergadering over het aantal te verkiezen schepenen en wordt binnen veertien dagen overgegaan tot afzonderlijke verkiezing van de schepenen onder de gemeenteraadsleden. De gemeenteraadsleden kunnen voor de voormelde verkiezing kandidaat-schepenen voordragen via een individuele akte van voordracht die voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de individuele akte van voordracht vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de individuele akte van voordracht wordt ingediend bij de algemeen directeur. |
| 14 | Een ontvankelijke individuele akte van voordracht voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 15 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 16 | 2° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 17 | 3° ze is uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad na de installatievergadering aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 7 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 49. | 18 | De individuele akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de individuele akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de individuele akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de individuele akte van voordracht, of als de persoon die in de individuele akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 49. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 8 | Per schepenmandaat wordt uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 9 | Om ontvankelijk te zijn, moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. Als de schriftelijk voorgedragen kandidaturen niet volstaan om het college volledig samen te stellen, kunnen kandidaten mondeling op de zitting worden voorgedragen. Voor een kandidaat die op de zitting wordt voorgedragen, moet tijdens de zitting en vóór de stemming blijken dat een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat, de voordracht van deze kandidaat steunt. Zo niet wordt de voordracht van deze kandidaat niet in aanmerking genomen. | 19 | Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. Als de schriftelijk voorgedragen kandidaten niet volstaan om het college volledig samen te stellen, kunnen onder de gemeenteraadsleden kandidaten mondeling op de zitting worden voorgedragen. Voor een kandidaat die op de zitting wordt voorgedragen, blijkt tijdens de zitting en vóór de stemming dat een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat, de voordracht van die kandidaat steunt. Als de voormelde steun niet wordt aangetoond, wordt de voordracht van deze kandidaat niet in aanmerking genomen. |
| 20 | De voorzitter van de vergadering gaat na of de individuele akte van voordracht of, in voorkomend geval, de kandidaat die met toepassing van het vierde lid mondeling wordt voorgedragen, aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet. | ||
| 10 | De verkiezing gebeurt bij geheime stemming, door evenveel afzonderlijke stemmingen als er schepenen te kiezen zijn. | 21 | De verkiezing vindt plaats bij geheime stemming door evenveel afzonderlijke stemmingen als er schepenen te kiezen zijn. |
| 11 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante schepenmandaat, vindt een tweede stemronde plaats. Daarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot schepen. | 22 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante schepenmandaat, vindt een tweede stemronde plaats. In de voormelde tweede stemronde wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stem- ronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot schepen. |
| 12 | Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaaldverkozen. | 23 | Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van de lijst die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald, verkozen. |
| 13 | §4. De rang van de schepenen wordt bepaald door de rangorde op de gezamenlijke akte van voordracht. In geval van afzonderlijke verkiezing van de schepenen wordt de rang van de schepenen bepaald door de volgorde van de stemmingen. De schepenen die op grond van paragraaf 1, tweede lid, paragraaf 3, tweede lid, of op grond van artikel 42, § 3, tweede en derde lid, een schepen opvolgen, nemen de rang in de volgorde van hun verkiezing of benoeming in. De gemeenteraad kan in elk geval de rangorde van de schepenen wijzigen. De schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, is altijd de laatste schepen in rang, tenzij de gemeenteraad de rangorde van die schepen wijzigt. De burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan de schepenen. | 24 | §4. De rang van de schepenen wordt bepaald door de rangorde op de gezamenlijke akte van voordracht. In geval van afzonderlijke verkiezing van de schepenen wordt de rang van de schepenen bepaald door de volgorde van de stemmingen. De schepenen die op grond van paragraaf 1, derde lid, paragraaf 3, derde lid, of op grond van artikel 42, § 3, tweede en derde lid, een schepen opvolgen, nemen de rang in de volgorde van hun verkiezing of benoeming in. De gemeenteraad kan in elk geval de rangorde van de schepenen wijzigen. De schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, is altijd de laatste schepen in rang, tenzij de gemeenteraad de rangorde van die schepen wijzigt. De burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan de schepenen. |
| 1 | De gemeenteraad kan, bij volstrekte meerderheid van stemmen de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente vaststellen en brengt de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte. | ||
| 2 | Op grond van die kennisgeving geeft de Vlaamse Regering aan de provinciegouverneur een bemiddelingsopdracht. De provinciegouverneur brengt de Vlaamse Regering op de hoogte van het resultaat van de bemiddeling. | ||
| 3 | Als de Vlaamse Regering vaststelt dat de bemiddeling van de gouverneur mislukt is en er zich geen oplossing aandient, brengt ze de gemeenteraad daarvan op de hoogte. | ||
| 4 | In dat geval kan de gemeenteraad vervolgens de procedure starten voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen. De gemeenteraad brengt de Vlaamse Regering daarvan onmiddellijk op de hoogte, waarna de Vlaamse Regering de burgemeester ontslaat. De Vlaamse Regering stelt de gemeenteraad hiervan in kennis. De nieuwe burgemeester wordt benoemd overeenkomstig artikel 58 en 59. De aftredende burgemeester blijft in functie tot de installatie van de nieuwe burgemeester heeft plaatsgevonden. De verkiezing en installatie van de nieuwe schepenen, met uitzondering van de schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, gebeurt op basis van een gezamenlijke akte van voordracht, met toepassing van artikel 42 tot en met 44. De uittredende schepenen blijven in functie tot de installatie van de nieuwe schepenen heeft plaatsgevonden. In het geval er geen gezamenlijke akte van voordracht wordt ingediend, overeenkomstig artikel 43, § 1 en § 2, blijven de uittredende schepenen in functie. Het aantal schepenen, zoals bepaald bij de volledige vernieuwing van de gemeenteraad, blijft evenwel behouden. | ||
| 5 | De gemeenteraad stelt de raad voor maatschappelijk welzijn in kennis van het feit dat overgegaan wordt tot de installatie van de nieuwe schepenen en de benoeming van de nieuwe burgemeester. | ||
| 1 | § 1. De gemeenteraad kan een collectieve constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen alle leden van het college van burgemeester en schepenen, met uitzondering van de schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. | ||
| 2 | De gemeenteraad kan een individuele constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen een of meer schepenen, met uitzondering van de schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. | ||
| 3 | § 2. De constructieve motie van wantrouwen voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 4 | 1° ze is ondertekend door de meerderheid van de raadsleden; | ||
| 5 | 2° ze is ondertekend door ten minste twee derde van de raadsleden van elke fractie die de motie ondersteunt. Als een fractie slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van één van hen; | ||
| 6 | 3° in geval van een individuele motie, is ze ondertekend door twee derde van de raadsleden van de fractie waartoe de schepen tegen wie de individuele motie gericht is, behoort; | ||
| 7 | 4° ze vermeldt tegen welke leden van het college van burgemeester en schepenen ze gericht is; | ||
| 8 | 5° ze draagt voor elk van de schepenen een kandidaat-opvolger voor. Zetelende leden kunnen opnieuw voorgedragen worden; | ||
| 9 | 6° in geval van een individuele motie gericht tegen een of meer schepenen, zijn er een of meer ontvankelijke akten van voordracht bijgevoegd als vermeld in artikel 49. In geval van een collectieve motie is er een gezamenlijke akte van voordracht bijgevoegd als vermeld in artikel 43. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, wordt, in afwijking van artikel 43 of 49, de akte van voordracht van de kandidaat-schepen ondertekend door de meerderheid van de gemeenteraadsleden die deel uitmaken van de fractie van de kandidaat- schepen. Als de fractie van de kandidaat-schepen slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 10 | 7° ze is uiterlijk acht dagen voor de gemeenteraadszitting aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 11 | De constructieve motie van wantrouwen kan niet bij spoedeisendheid in bespreking worden gebracht als vermeld in artikel 23. | ||
| 12 | De constructieve motie van wantrouwen kan niet worden ingediend op de volgende momenten: | ||
| 13 | 1° in de periode van één jaar na de installatie van de gemeenteraad; | ||
| 6 | De vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid en de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen in toepassing daarvan, kan niet gebeuren in spoedeisende gevallen zoals vermeld in artikel 23 en evenmin in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de gemeenteraden. | 14 | 2° in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de gemeenteraden; |
| 7 | De aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen na vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid kan slechts eenmaal per bestuursperiode gebeuren. | ||
| 15 | 3° als een collectieve constructieve motie van wantrouwen door de gemeenteraad is aangenomen, voor een termijn van één jaar vervallen is. | ||
| 16 | De algemeen directeur bezorgt de constructieve motie van wantrouwen met bijgevoegde akte of akten van voordracht aan de voorzitter van de gemeenteraad. | ||
| 17 | § 3. Voor er kan worden gestemd, onderzoekt de voorzitter van de gemeenteraad of de constructieve motie van wantrouwen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Als hij vaststelt dat niet aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart hij de motie zonder voorwerp. | ||
| 18 | § 4. Als de gemeenteraad de motie van wantrouwen aanneemt, wordt het lid of worden de leden tegen wie de motie gericht is, ontslagen onder voorbehoud van de toepassing van paragraaf 6. De voorgedragen kandidaat-schepen, in voorkomend geval de voorgedragen kandidaat-schepenen worden verkozen verklaard. Vanaf de aanname van de collectieve motie draagt het raadslid, waarvan sprake in artikel 58, § 1 of § 2, de titel van `aangewezen-burgemeester' en oefent alle functies uit die aan de burgemeester worden toevertrouwd. Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de aangewezen-burgemeester de eed af, vermeld in artikel 58, § 1, derde lid. | ||
| 19 | De Vlaamse Regering benoemt de burgemeester overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 58. | ||
| 20 | § 5. Indien een collectieve motie wordt aangenomen, worden de ingediende collectieve motie en de beslissing van de gemeenteraad hierover ter kennis gebracht aan de Vlaamse Regering. | ||
| 21 | § 6. Een motie tegen een lid van het college van burgemeester en schepenen dat als lid van het vast bureau verkozen is tot voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, heeft alleen gevolgen als tegelijk een constructieve motie van wantrouwen als vermeld in artikel 104, ingediend is en aangenomen wordt. |
| 1 | Het college van burgemeester en schepenen neemt bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement aan waarin het nadere regels vaststelt over zijn werking. | 1 | Het college van burgemeester en schepenen neemt bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement aan waarin het nadere regels vaststelt over zijn werking. |
| 2 | Het huishoudelijk reglement regelt minstens of het college van burgemeester en schepenen digitaal of hybride kan vergaderen en de wijze waarop. De Vlaamse Regering kan de minimale voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen bepalen. |
| 1 | § 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester door de Vlaamse Regering benoemd uit de verkozenen voor de gemeenteraad. Die verkozenen kunnen daarvoor kandidaten voordragen waarvoor een gedagtekende akte van voordracht wordt voorgelegd aan de provinciegouverneur. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ondertekend zijn door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen, alsook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Een akte van voordracht die wordt voorgelegd na de installatievergadering van de gemeenteraad is alleen ontvankelijk als ze ondertekend is door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden, alsook door een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester verkozen zijn. | ||
| 1 | § 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de gemeenteraad behoort, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst conform artikel 36, § 2, van dit decreet, en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de gemeenteraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als twee verkozenen van de grootste coalitiefractie een gelijk hoogste aantal naamstemmen hebben behaald, is de kandidaat die het hoogst gerangschikt stond op de lijst, de aangewezen burgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende benoeming van de burgemeester. | ||
| 2 | In het geval van verkiezing zonder stemming, is de hoogst gerangschikte kandidaat op de lijst met het hoogste aantal zetels de aangewezen burgemeester. | ||
| 3 | Vanaf de installatie van de schepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, aangewezen-burgemeester, draagt het de titel van `aangewezen-burgemeester' en oefent het alle functies uit die aan de burgemeester worden toever- trouwd. De aangewezen-burgemeester wordt niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd verkozen. | ||
| 4 | Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de aangewezen-burgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de aangewezenburgemeester zelf de voorzitter van de gemeenteraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. De aangewezen-burgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht zowel het ambt van aangewezen-burgemeester als het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming tot burgemeester nadat de aangewezen-burgemeester de eed heeft afgelegd en zij daarvan in kennis is gesteld door de gemeenteraad. In geval van benoeming tot burgemeester, kan hij als schepen worden vervangen conform artikel 49, § 1. | ||
| 6 | Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de benoemde burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: “Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.” De benoemde burgemeester die de eed na twee oproepingen niet heeft afgelegd, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. | ||
| 7 | In geval van een algehele vernieuwing van de gemeenteraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de gemeenteraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de gemeenteraad. | ||
| 8 | In geval van weigering van eedaflegging van de aangewezen-burgemeester of van de burgemeester of van weigering tot benoeming in afwijking van het eerste lid wordt de procedure, vermeld in het derde tot en met het vijfde lid, hernomen met toepassing van de regeling, vermeld in paragraaf 2. | ||
| 9 | De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester en de weigering tot eedaflegging als aangewezen-burgemeester of als burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer kan worden benoemd als burgemeester. | ||
| 10 | § 2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van aangewezen-burgemeester of het burgemeestersmandaat niet aanvaardt, als hij definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, of in het geval dat de Vlaamse Regering beslist de benoeming tot burgemeester te weigeren, wordt het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van aangewezen-burgemeester of het mandaat van burgemeester op te nemen, wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. | ||
| 11 | De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte. | ||
| 12 | §3. In afwijking van paragraaf 2 en artikel 59 kan de Vlaamse Regering een burgemeester benoemen voor minder dan zes jaar in geval van een ontvankelijke akte van opvolging die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van opvolging vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van opvolging wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 13 | Een ontvankelijke akte van opvolging voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 14 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 15 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 16 | 3° ze vermeldt de einddatum van het mandaat van burgemeester. De opvolging kan op zijn vroegst in werking treden op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode; | ||
| 17 | 4° ze vermeldt de naam van de persoon die de burgemeester opvolgt. De voormelde persoon behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt opgevolgd; | ||
| 18 | 5° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 19 | 6° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 20 | 7° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 21 | Bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van de burgemeester, vermeld in de akte van opvolging, is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend. | ||
| 22 | Als het mandaat van burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2. | ||
| 23 | Als het mandaat van burgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de opvolgakte, het mandaat vervroegd op. | ||
| 24 | Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, geen gemeenteraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp. | ||
| 25 | Een nieuwe akte van opvolging kan alleen worden ingediend in de volgende gevallen: | ||
| 26 | 1° de akte van opvolging is onontvankelijk; | ||
| 27 | 2° het mandaat van de burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2; | ||
| 28 | 3° voor de einddatum van het mandaat van de burgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, geen gemeenteraadslid meer. | ||
| 29 | Het tweede lid, met uitzondering van punt 7°, is van toepassing op de nieuwe akte van opvolging, vermeld in het zevende lid. De voormelde nieuwe akte van opvolging wordt uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 30 | Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van burgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van burgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de burgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tiende lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de voormelde akte van voordracht vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de voormelde akte van voordracht wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 31 | Een akte van voordracht als vermeld in het negende lid, is ontvankelijk als ze voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 32 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 33 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het negende lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 34 | 3° ze vermeldt de naam van de kandidaat-burgemeester. De kandidaat-burgemeester behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt vervangen; | ||
| 35 | 4° ze is ondertekend door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden; | ||
| 36 | 5° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 37 | 6° ze is uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad waarop de vervanging van de burgemeester is geagendeerd, aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 2 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. | 38 | Niemand kan meer dan één akte van opvolging of één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. |
| 3 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-burgemeester vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of, als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de burgemeester zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende opvolger, vermeld in de akte, vervroegd. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 62. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan evenwel altijd om een nieuwe voordracht verzoeken. | ||
| 5 | § 2. Een voorgedragen kandidaat-burgemeester die niet is benoemd, kan tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer opnieuw worden voorgedragen, tenzij op basis van nieuwe feiten of nieuwe gegevens. | ||
| 6 | § 3. Met behoud van de toepassing van artikel 13, derde lid, van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester buiten de verkozenen voor de gemeenteraad worden benoemd uit de gemeenteraadskiezers die minstens vijfentwintig jaar oud zijn. | ||
| 7 | De burgemeester die buiten de raad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen en beschikt over een raadgevende stem in de gemeenteraad. | ||
| 39 | De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte van opvolging of de akte van voordracht aan de burgemeester. | ||
| 40 | Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur in voorkomend geval de akte van opvolging aan de voorzitter van de gemeenteraad. In voorkomend geval bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht, vermeld in het negende lid, aan de voorzitter van de gemeenteraad. | ||
| 41 | De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van opvolging of de akte van voordracht voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de akte van opvolging of de akte van voordracht, vermeld in het eerste en het negende lid, ontvankelijk is, bezorgt de voorzitter de akte aan de Vlaamse Regering. | ||
| 42 | De Vlaamse Regering beslist of de opvolger of kandidaat-burgemeester al dan niet benoemd wordt. |
| 1 | De burgemeester wordt, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 46, 58, § 1, derde lid, artikel 61 en 62 , benoemd voor een periode van zes jaar. | 1 | De burgemeester wordt, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 46, 58, § 3, artikel 61, 62 en 354/1, benoemd voor een periode van zes jaar. |
| 2 | Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te | ||
| 3 | komen.". Behalve in geval van benoeming van de burgemeester buiten de raad, geldt die eedaflegging ook als eedaflegging als gemeenteraadslid als vermeld in artikel 6. De burgemeester die de eed na twee oproepingen niet aflegt, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die hierover rijzen. | ||
| 4 | Na de gemeenteraadsverkiezingen blijft de aftredende burgemeester in functie tot de nieuwe burgemeester is geïnstalleerd. | 2 | Na de gemeenteraadsverkiezingen blijft de aftredende burgemeester in functie tot de nieuwe burgemeester is geïnstalleerd. |
| 1 | In de volgende gevallen wordt een nieuwe burgemeester benoemd overeenkomstig artikel 58 en 59: | 1 | In de volgende gevallen wordt een nieuwe burgemeester benoemd overeenkomstig artikel 58 en 59, waarbij "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, volgend op de benoeming van de nieuwe burgemeester": |
| 2 | 1° als de kandidaat-burgemeester het burgemeestersmandaat niet aanvaardt; | 2 | 1° als de kandidaat-burgemeester het burgemeestersmandaat niet aanvaardt; |
| 3 | 2° als de burgemeester: | 3 | 2° als de burgemeester: |
| 8 | In de gevallen waarin de burgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de nieuwe benoeming het burgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid. | 8 | In de gevallen waarin de burgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de nieuwe benoeming het burgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid. |
| 9 | Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester die om andere redenen dan de redenen, vermeld in het tweede lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een van de schepenen in volgorde van hun rang, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen heeft opgedragen. | 9 | Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester die om andere redenen dan de redenen, vermeld in het tweede lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een van de schepenen in volgorde van hun rang, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen heeft opgedragen. |
| 10 | Een voorgedragen kandidaat-burgemeester die niet is benoemd kan in dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet waarnemen. Hij kan noch door de gemeenteraad, overeenkomstig artikel 14, tweede lid, van de Nieuwe Gemeentewet, noch door de burgemeester, overeenkomstig het derde lid, worden aangewezen om het ambt van burgemeester waar te nemen. | 10 | De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet kan waarnemen. Hij kan daartoe noch door de gemeenteraad, noch door de burgemeester worden aangewezen. |
| 11 | De burgemeester die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering of schorsing, en van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. | 11 | De burgemeester die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering of schorsing, en van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. |
| 12 | De verhindering, het ontslag, het verval van mandaat, de afstand van mandaat, de afzetting en de schorsing als burgemeester houdt van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval van mandaat, de afstand van mandaat, de afzetting en de schorsing in als voorzitter van het vast bureau. | 12 | De verhindering, het ontslag, het verval van mandaat, de afstand van mandaat, de afzetting en de schorsing als burgemeester houdt van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval van mandaat, de afstand van mandaat, de afzetting en de schorsing in als voorzitter van het vast bureau. |
| 1 | In de volgende gevallen wordt een nieuwe burgemeester benoemd overeenkomstig artikel 58 en 59, waarbij "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, volgend op de benoeming van de nieuwe burgemeester": | ||
| 1 | In de volgende gevallen wordt een nieuwe burgemeester aangeduid overeenkomstig artikel 58: | ||
| 2 | 1° als de kandidaat-burgemeester het burgemeestersmandaat niet aanvaardt; | 2 | 1° als de kandidaat-burgemeester het burgemeestersmandaat niet aanvaardt; |
| 3 | 2° als de burgemeester: | 3 | 2° als de burgemeester: |
| 5 | b) als verhinderd wordt beschouwd; | 5 | b) als verhinderd wordt beschouwd; |
| 6 | c) afgezet of geschorst wordt; | 6 | c) afgezet of geschorst wordt; |
| 7 | d) ontslag genomen heeft of overleden is. | 7 | d) ontslag genomen heeft of overleden is; |
| 8 | e) het voorwerp uitmaakt van een constructieve motie van wantrouwen die de gemeenteraad heeft aangenomen conform artikel 46, en hij als gevolg daarvan ontslagen wordt. | ||
| 8 | In de gevallen waarin de burgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de nieuwe benoeming het burgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid. | 9 | In de gevallen waarin de burgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de eedaflegging van de aangewezen-burgemeester tijdens de gemeenteraad het burgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid. |
| 9 | Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester die om andere redenen dan de redenen, vermeld in het tweede lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een van de schepenen in volgorde van hun rang, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen heeft opgedragen. | 10 | Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester die om andere redenen dan de redenen, vermeld in het tweede lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een van de schepenen in volgorde van hun rang, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen heeft opgedragen. |
| 10 | De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet kan waarnemen. Hij kan daartoe noch door de gemeenteraad, noch door de burgemeester worden aangewezen. | 11 | De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet kan waarnemen. Hij kan daartoe noch door de gemeenteraad, noch door de burgemeester worden aangewezen. |
| 5 | Als de raad voor maatschappelijk welzijn niet rechtsgeldig blijkt te zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt het laatste gemeenteraadslid in rang van rechtswege vervangen in de raad voor maatschappelijk welzijn door de eerste opvolger van het andere geslacht op dezelfde lijst als die waarop hij als gemeenteraadslid is verkozen. Als op die lijst geen opvolger van het andere geslacht is verkozen, wordt hij van rechtswege vervangen door de eerste opvolger van het andere geslacht die is verkozen op de lijst met het hoogste stemcijfer. | 5 | Als de raad voor maatschappelijk welzijn niet rechtsgeldig blijkt te zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt het laatste gemeenteraadslid in rang van rechtswege vervangen in de raad voor maatschappelijk welzijn door de eerste opvolger van het andere geslacht op dezelfde lijst als die waarop hij als gemeenteraadslid is verkozen. Als op die lijst geen opvolger van het andere geslacht is verkozen, wordt hij van rechtswege vervangen door de eerste opvolger van het andere geslacht die is verkozen op de lijst met het hoogste stemcijfer. |
| 6 | § 3. De raad voor maatschappelijk welzijn onderzoekt de geloofsbrieven van het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, aangewezen overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid. Dit raadslid legt, voor hij zijn mandaat aanvaardt, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn : "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, aangeduid overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, dat de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt geacht zijn mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn niet te aanvaarden. | 6 | § 3. De raad voor maatschappelijk welzijn onderzoekt de geloofsbrieven van het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, aangewezen overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid. Dit raadslid legt, voor hij zijn mandaat aanvaardt, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn : "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, aangeduid overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, dat de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt geacht zijn mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn niet te aanvaarden. |
| 7 | § 4. De burgemeester die buiten de raad is benoemd, beschikt over een raadgevende stem in de raad voor maatschappelijk welzijn. | ||
| 7 | § 4.... | ||
| 19 | 15° het aangaan van andere dadingen dan dadingen met personeelsleden naar aanleiding van een beëindiging van het dienstverband, die de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband als voorwerp hebben; | 19 | 15° het aangaan van andere dadingen dan dadingen met personeelsleden naar aanleiding van een beëindiging van het dienstverband, die de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband als voorwerp hebben; |
| 20 | 16° de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 263 en artikel 273 juncto artikel 265, 266, 267 en 269; | 20 | 16° de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 263 en artikel 273 juncto artikel 265, 266, 267 en 269; |
| 21 | 17° het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies. | 21 | 17° het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies; |
| 22 | 18° de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 104. | ||
| 2 | De eedaflegging, vermeld in artikel 59, tweede lid, en artikel 44, geldt ook als de eedaflegging als voorzitter en als lid van het vast bureau. | 2 | De eedaflegging, vermeld in artikel 59, tweede lid, en artikel 44, geldt ook als de eedaflegging als voorzitter en als lid van het vast bureau. |
| 3 | De rang die de schepenen innemen overeenkomstig artikel 43, § 4, is van rechtswege de rang die ze innemen als lid van het vast bureau, waarbij de voorzitter van het vast bureau wordt geacht een hogere rang in te nemen dan een lid van het vast bureau. | 3 | De rang die de schepenen innemen overeenkomstig artikel 43, § 4, is van rechtswege de rang die ze innemen als lid van het vast bureau, waarbij de voorzitter van het vast bureau wordt geacht een hogere rang in te nemen dan een lid van het vast bureau. |
| 4 | De burgemeester die buiten de raad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het vast bureau. | ||
| 1 | Artikel 59, eerste en derde lid, en artikel 60 zijn van toepassing op de voorzitter van het vast bureau met dien verstande dat "burgemeester" wordt gelezen als "voorzitter van het vast bureau". | 1 | Artikel 59 en 60 zijn van toepassing op de voorzitter van het vast bureau met dien verstande dat "burgemeester" wordt gelezen als "voorzitter van het vast bureau". |
| 2 | Artikel 45, 47 en 48, eerste lid, zijn van toepassing op de leden van het vast bureau, met dien verstande dat "schepen" wordt gelezen als "lid van het vast bureau", "schepenen" wordt gelezen als "leden van het vast bureau", "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn", "college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "voorzitter en leden van het vast bureau" en "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn". | 2 | Artikel 45, 47 en 48, eerste lid, zijn van toepassing op de leden van het vast bureau, met dien verstande dat "schepen" wordt gelezen als "lid van het vast bureau", "schepenen" wordt gelezen als "leden van het vast bureau", "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn", "college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "voorzitter en leden van het vast bureau" en "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn". |
| 3 | Artikel 48, tweede lid, is van toepassing op de leden van het vast bureau, met dien verstande dat “schepen” wordt gelezen als “lid van het vast bureau”. | 3 | Artikel 48, tweede lid, is van toepassing op de leden van het vast bureau, met dien verstande dat “schepen” wordt gelezen als “lid van het vast bureau”. |
| 1 | §1. Op de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad verkiest de raad voor maatschappelijk welzijnhetzij onder de voorzitter of de leden van het vast bureau, hetzij onder de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt verkozen op basis van een akte van voordracht, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn, moet de akte van voordracht ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. | 1 | §1. Op de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad verkiest de raad voor maatschappelijk welzijn, hetzij onder de voorzitter of de leden van het vast bureau, hetzij onder de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt verkozen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur. |
| 2 | Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 4 | 2° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 5 | 3° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 6 | 4° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 2 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. | 7 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. |
| 3 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat, vermeld worden. In voorkomend geval is de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. | 8 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat, vermeld worden. In voorkomend geval is de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 4 | Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 106. | 9 | Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 106. |
| 5 | De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 6 | §2. De algemeen directeur bezorgt de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn. | 10 | §2. De algemeen directeur bezorgt de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn. |
| 7 | De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die lid zijn van de raad voor maatschappelijk welzijn. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst verkozen verklaard. | 11 | De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die lid zijn van de raad voor maatschappelijk welzijn. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst verkozen verklaard. |
| 12 | §3. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, gaat de raad voor maatschappelijk welzijn binnen veertien dagen over tot de verkiezing van een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voor- dracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 8 | § 3. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, gaat de raad voor maatschappelijk welzijn binnen veertien dagen over tot de verkiezing van een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. | 13 | Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden: |
| 14 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 15 | 2° ze is ondertekend door de meerderheid van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voor- komt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 9 | De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen daarvoor uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn een gedagtekende akte van voordracht bezorgen aan de algemeen directeur . | 16 | 3° ze is uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn na de installatievergadering aan de algemeen directeur bezorgd. |
| 10 | Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn maar één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2. | ||
| 17 | Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn maar één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 11 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. | 18 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. |
| 12 | Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 106. | 19 | Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 106. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 20 | De voorzitter van de vergadering gaat na of de akte van voordracht aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet. | ||
| 13 | De verkiezing gebeurt bij geheime stemming. | 21 | De verkiezing vindt plaats bij geheime stemming. |
| 14 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen behaalden. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de verkiezingen de meeste stemmen heeft behaald, verkozen. | 22 | De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzit- ter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de verkiezingen de meeste stemmen heeft behaald, verkozen. |
| 15 | §4. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij zijn verkiezing geen voorzitter of lid van het vast bureau is, legt hij, voor hij zijn mandaat aanvaardt, de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Die eedaflegging geldt ook als eedaflegging voor zijn mandaat als schepen als vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt hij geacht zijn mandaat als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst niet te aanvaarden. Als de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn de eed niet kan afnemen of nalaat de eed af te nemen, wordt de eed afgenomen door zijn vervanger. | 23 | §4. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij zijn verkiezing geen voorzitter of lid van het vast bureau is, legt hij, voor hij zijn mandaat aanvaardt, de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Die eedaflegging geldt ook als eedaflegging voor zijn mandaat als schepen als vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt hij geacht zijn mandaat als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst niet te aanvaarden. Als de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn de eed niet kan afnemen of nalaat de eed af te nemen, wordt de eed afgenomen door zijn vervanger. |
| 1 | § 1. Het aantal leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat wordt toegewezen aan de verschillende lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen, wordt bepaald naar verhouding van het aantal zetels waarover elke lijst binnen de raad voor maatschappelijk welzijn beschikt. De verkozenen van de lijsten kunnen verklaren dat zij zich met elkaar wensen te verbinden. De verklaring van lijstenverbinding wordt aan de algemeen directeur overhandigd uiterlijk de zestigste dag na de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Om ontvankelijk te zijn moet die verklaring ondertekend zijn door minstens een meerderheid van de verkozenen van iedere lijst die zich wenst te verbinden. | 1 | § 1. Het aantal leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat wordt toegewezen aan de verschillende lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen, wordt bepaald naar verhouding van het aantal zetels waarover elke lijst binnen de raad voor maatschappelijk welzijn beschikt. De verkozenen van de lijsten kunnen verklaren dat zij zich met elkaar wensen te verbinden. De verklaring van lijstenverbinding wordt aan de algemeen directeur bezorgd binnen twee werkdagen voor de uiterste dag van het indienen van de akten van voordracht. Om ontvankelijk te zijn moet die verklaring ondertekend zijn door minstens een meerderheid van de verkozenen van iedere lijst die zich wenst te verbinden. |
| 2 | § 2. De zetels worden verdeeld door het aantal zetels van het bijzonder comité voor de sociale dienst te delen door het aantal leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermenigvuldigd met het aantal zetels waarover elke lijst of groep van lijsten binnen de raad beschikt. Het aantal eenheden van het resultaat van die bewerking geeft het aantal rechtstreeks verworven zetels aan. | 2 | § 2. De zetels worden verdeeld door het aantal zetels van het bijzonder comité voor de sociale dienst te delen door het aantal leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermenigvuldigd met het aantal zetels waarover elke lijst of groep van lijsten binnen de raad beschikt. Het aantal eenheden van het resultaat van die bewerking geeft het aantal rechtstreeks verworven zetels aan. |
| 3 | De niet-rechtstreeks verworven zetels worden toegewezen in afnemende volgorde van de decimalen van het resultaat van de bewerking, vermeld in het eerste lid. Bij gelijkheid van decimalen van twee of meer lijsten of groepen van lijsten, wordt de zetel toegewezen aan de lijst of groep van lijsten met het hoogste stemcijfer, bepaald overeenkomstig artikel 165 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011. | 3 | De niet-rechtstreeks verworven zetels worden toegewezen in afnemende volgorde van de breuk als resultaat van de bewerking, vermeld in het eerste lid. Bij gelijkheid van die breuk van twee of meer lijsten of groepen van lijsten, wordt de zetel toegewezen aan de lijst of groep van lijsten met het hoogste stemcijfer, bepaald overeenkomstig artikel 165 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011. |
| 4 | Uiterlijk de eenenzestigste dag na de gemeenteraadsverkiezingen gaat de algemeen directeur na hoeveel zetels in het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de verschillende lijsten of groepen van lijsten toekomen, met toepassing van het eerste en tweede lid. Hij maakt op dezelfde dag die zetelverdeling bekend op de webtoepassing van de gemeente. | 4 | Uiterlijk de dag na de uiterste datum om een verklaring van lijstenverbinding in te dienen gaat de algemeen directeur na hoeveel zetels in het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de verschillende lijsten of groepen van lijsten toekomen, met toepassing van het eerste en tweede lid. Hij maakt op dezelfde dag die zetelverdeling bekend op de webtoepassing van de gemeente. |
| 1 | De leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst worden schriftelijk voorgedragen door de verkozenen voor de gemeenteraad op basis van akten van voordracht die voldoen aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 1 | De leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst worden schriftelijk voorgedragen door de verkozenen voor de gemeenteraad. | 2 | Een ontvankelijke akte van voordracht van leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden: |
| 2 | Uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad bezorgen de verkozenen de voordrachtsakten voor de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in het eerste lid, aan de algemeen directeur. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akten aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. | ||
| 3 | De voordrachtsakte voldoet aan de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel | ||
| 4 | van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 4 | 1° de voordrachtsakte vermeldt de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van de kandidaat-leden; | 5 | 2° ze vermeldt de voornaam of voornamen, de achternaam, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van de kandidaat-leden; |
| 5 | 2° de voordrachtsakte vermeldt de naam, de voornaam en het rijksregisternummer van de verkozenen op de lijsten die de voordracht doen; | ||
| 6 | 3° de voordrachtsakte is voor akkoord ondertekend door de kandidaat-leden; | ||
| 7 | 4° de voordrachtsakte is ondertekend door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen, of, als de voorgedragen kandidaat deelgenomen heeft aan de lokale verkiezingen, door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen. Het aantal handtekeningen wordt berekend na de schrapping van de ongeldige handtekeningen, vermeld in het zevende lid. Als een lijst of groep van lijsten maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | 6 | 3° ze is ondertekend door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen, of, als de voorgedragen kandidaat deelgenomen heeft aan de lokale verkiezingen, door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen. Het aantal handtekeningen wordt berekend na de schrapping van de ongeldige handtekeningen, vermeld in het zevende lid. Als een lijst of groep van lijsten maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; |
| 8 | 5° tenzij het gaat om een lijst of groep van lijsten waaraan maar een zetel in het bijzonder comité voor de sociale dienst is toegewezen, vermeldt de voordrachtsakte kandidaat-leden van verschillend geslacht; | 7 | 4° ze vermeldt kandidaat-leden van verschillend geslacht, tenzij het gaat om een lijst of groep van lijsten waaraan maar één zetel in het bijzonder comité voor de sociale dienst is toegewezen; |
| 9 | 6° de voordrachtsakte vermeldt niet meer kandidaat-leden dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen overeenkomstig artikel 91. | 8 | 5° ze vermeldt niet meer kandidaat-leden dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen conform artikel 91, of dan het aantal vacante mandaten met toepassing van artikel 95; |
| 9 | 6° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 10 | Als een lijst of groep van lijsten die maar twee verkozenen telt, twee akten van voordracht indient terwijl er maar één kandidaat-lid aan de lijst of de groep van lijsten is toegewezen, zijn beide akten onontvankelijk. | ||
| 10 | De voordrachtsakte kan de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van een of meer opvolgers van een kandidaat-lid vermelden. In voorkomend geval ondertekenen de kandidaat-opvolgers voor akkoord hun voordracht. Dezelfde persoon kan opvolger zijn van twee of meer kandidaat-leden die op dezelfde akte zijn voorgedragen. Dezelfde persoon kan ook kandidaat-lid en kandidaat-opvolger zijn. | 11 | De akte van voordracht kan de voornaam of voornamen, de achternaam, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van een of meer opvolgers van een kandidaat-lid vermelden. Dezelfde persoon kan opvolger zijn van twee of meer kandidaat-leden die op dezelfde akte van voordracht zijn voorgedragen. Dezelfde persoon kan ook kandidaat-lid en kandidaat-opvolger zijn. |
| 11 | De voordrachtsakte vermeldt in voorkomend geval voor elk kandidaat-lid de kandidaat-opvolgers in de volgorde waarin die zijn voorbestemd om het lid te vervangen. | 12 | De akte van voordracht vermeldt in voorkomend geval voor elk kandidaat-lid de kandidaat-opvolgers in de volgorde waarin die zijn voorbestemd om het lid te vervangen. |
| 12 | De voordrachtsakte kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-lid of van een kandidaat-opvolger vermelden. De opvolger moet ook voldoen aan de voorwaarden voor de ondertekening, vermeld in het derde lid. In voorkomend geval is het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de voordrachtsakte als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. | 13 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-lid of van een kandidaat-opvolger vermelden. De opvolger voldoet ook aan de voorwaarden voor de ondertekening, vermeld in het tweede lid. In voorkomend geval is het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. |
| 13 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. | 14 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. |
| 15 | De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akten van voordracht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. | ||
| 16 | De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de akten van voordracht voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid. |
| 1 | De verkiezing van de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst vindt plaats in openbare zitting, tijdens de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad. | 1 | De verkiezing van de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst vindt plaats in openbare zitting, tijdens de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad. |
| 2 | De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de voordrachtsakten ontvankelijk zijn overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 92, derde lid. In voorkomend geval worden de voorgedragen kandidaat-leden en hun opvolgers verkozen verklaard. | 2 | De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de voordrachtsakten ontvankelijk zijn overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 92, tweede tot en met zesde lid. In voorkomend geval worden de voorgedragen kandidaat-leden en hun opvolgers verkozen verklaard. |
| 3 | Als tijdens de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad, geen voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst is verkozen, functioneert de uittredende voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst als voorzitter tot de raad voor maatschappelijk welzijn een nieuwe voorzitter heeft verkozen overeenkomstig artikel 90, § 3. | 3 | Als tijdens de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad, geen voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst is verkozen, functioneert de uittredende voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst als voorzitter tot de raad voor maatschappelijk welzijn een nieuwe voorzitter heeft verkozen overeenkomstig artikel 90, § 3. |
| 4 | De kandidaten die als opvolgers van een verkozen lid werden voorgedragen, zijn, met behoud van de toepassing van artikel 94, de opvolgers van het voormelde lid. | 4 | De kandidaten die als opvolgers van een verkozen lid werden voorgedragen, zijn, met behoud van de toepassing van artikel 94, de opvolgers van het voormelde lid. |
| 5 | Voor de mandaten die nog niet zijn vervuld, is de procedure, vermeld in artikel 95, vierde lid, in de volgende gevallen van toepassing: | ||
| 5 | Als een lijst of groep van lijsten geen ontvankelijke voordrachtsakte heeft ingediend voor de zetels die overeenkomstig artikel 91 aan de lijst of groep van lijsten werden toegewezen, is de procedure, vermeld in artikel 95, vierde lid, van toepassing voor de mandaten die nog niet zijn ingevuld. | 6 | 1° een lijst of groep van lijsten heeft geen ontvankelijke voordrachtsakte ingediend voor de zetels die conform artikel 91 aan de lijst of groep van lijsten zijn toegewezen; |
| 7 | 2° een lijst of groep van lijsten heeft een ontvankelijke akte ingediend waarop minder kandidaat-leden staan dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen conform artikel 91; | ||
| 8 | 3° het bijzonder comité voor de sociale dienst is binnen zestig dagen na de dag van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in het eerste lid, nog niet volledig samengesteld, behalve als artikel 95 van toepassing is.. |
| 1 | Als een lid, voordat zijn mandaat verstreken is, ophoudt deel uit te maken van het bijzonder comité voor de sociale dienst of verhinderd is en als hij, met behoud van de toepassing van artikel 94, geen opvolger of opvolgers meer heeft, kunnen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst of groep van lijsten die het betreffende lid heeft voorgedragen, samen een kandidaat-lid en een of meer kandidaat-opvolgers voordragen. | 1 | Als een lid, voordat zijn mandaat verstreken is, ophoudt deel uit te maken van het bijzonder comité voor de sociale dienst of verhinderd is en als hij, met behoud van de toepassing van artikel 94, geen opvolger of opvolgers meer heeft, kunnen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst of groep van lijsten die het betreffende lid heeft voorgedragen, samen een kandidaat-lid en een of meer kandidaat-opvolgers voordragen. |
| 2 | Artikel 92, derde tot en met zevende lid, is van toepassing op die voordrachtsakte, met dien verstande dat "verkozenen" wordt gelezen als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn" . | 2 | Artikel 92, tweede tot en met zevende lid, is van toepassing op die voordrachtsakte, met dien verstande dat "verkozenen" wordt gelezen als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn" en “drie dagen voor de installatievergadering” wordt gelezen als “acht dagen voor de vergadering vermeld in artikel 95, derde lid”. |
| 3 | Die voordrachtsakte wordt uiterlijk acht dagen vóór de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn waarop de geloofsbrieven van het nieuwe lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de opvolger of opvolgers zullen worden onderzocht, aan de algemeen directeur bezorgd, die een afschrift van de akte aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgt. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de voordrachtsakte ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 92, derde tot en met zevende lid. In voorkomend geval wordt de kandidaat verkozen verklaard en worden de kandidaat-opvolgers aangesteld in de volgorde van hun voordracht. Een opvolger die op grond van zijn geslacht het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat ontslag genomen heeft, niet kon opvolgen, wordt geacht opvolger te zijn van het nieuw verkozen lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en neemt een rang in vóór de opvolgers, vermeld op de voordrachtsakte. | 3 | Die voordrachtsakte wordt uiterlijk acht dagen vóór de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn waarop de geloofsbrieven van het nieuwe lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de opvolger of opvolgers zullen worden onderzocht, aan de algemeen directeur bezorgd, die een afschrift van de akte aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgt. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de voordrachtsakte ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 92, tweede tot en met zevende lid. In voorkomend geval wordt de kandidaat verkozen verklaard en worden de kandidaat-opvolgers aangesteld in de volgorde van hun voordracht. Een opvolger die op grond van zijn geslacht het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat ontslag genomen heeft, niet kon opvolgen, wordt geacht opvolger te zijn van het nieuw verkozen lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en neemt een rang in vóór de opvolgers, vermeld op de voordrachtsakte. |
| 4 | Als een lijst of groep van lijsten geen ontvankelijke voordrachtsakte heeft ingediend voor de zetels die conform artikel 91 aan de lijst of groep van lijsten zijn toegewezen, kan die lijst een nieuwe akte van voordracht voor een kandidaat-lid of kandidaat-leden indienen, conform het eerste tot en met derde lid, voor de mandaten die nog niet zijn vervuld. | ||
| 4 | Als de vervanging, vermeld in het eerste lid, niet kan doorgaan of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, wordt met behoud van de toepassing van artikel 92, derde tot en met zevende lid, in de vervanging voorzien bij een geheime stemming in een stemronde waarbij elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn over een stem beschikt en waarbij de kandidaat die de meeste stemmen behaalt, als verkozen wordt verklaard. Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat verkozen. | 5 | Als de vervanging, vermeld in het eerste lid, niet kan doorgaan of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, gebeurt, met behoud van de toepassing van artikel 94, eerste lid, de vervanging bij een geheime stemming in een stemronde waarbij elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn over een stem beschikt en waarbij de kandidaat die de meeste stemmen behaalt, als verkozen wordt verklaard. Elke lijst of groep van lijsten kan daarvoor een akte van voordracht indienen conform artikel 92, tweede tot en met zevende lid, met dien verstande dat “drie dagen voor de installatievergadering” wordt gelezen als “acht dagen voor de vergadering als vermeld in artikel 95, vijfde lid” . Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat verkozen. |
| 1 | Artikel 10is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, met dien verstande dat het onderwijzend personeel van de gemeente, die door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt bediend, wel lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan zijn. | 1 | Artikel 10, met uitzondering van het eerste lid, 5°, is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, met dien verstande dat het onderwijzend personeel van de gemeente, die door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt bediend, wel lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan zijn. |
| 2 | De voorzitter of een lid van het vast bureau kan slechts deel uitmaken van het bijzonder comité voor de sociale dienst, als die met toepassing van artikel 90 verkozen is als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst of als die met toepassing van artikel 106 de verkozen voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vervangt. | 2 | De voorzitter of een lid van het vast bureau kan slechts deel uitmaken van het bijzonder comité voor de sociale dienst, als die met toepassing van artikel 90 verkozen is als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst of als die met toepassing van artikel 106 de verkozen voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vervangt. |
| 1 | Nadat de gemeenteraad de raad voor maatschappelijk welzijn in kennis gesteld heeft van het feit dat overgegaan wordt tot de installatie van de nieuwe schepenen en de benoeming van de nieuwe burgemeester, met toepassing van artikel 46, kan de raad voor maatschappelijk welzijn overgaan tot de verkiezing van een nieuwe voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, met toepassing van artikel 90. | ||
| 2 | Artikel 42, § 1, derde lid, is dan eveneens van toepassing. | ||
| 1 | § 1. De raad voor maatschappelijk welzijn kan een constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. | ||
| 2 | § 2. De constructieve motie van wantrouwen voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze is ondertekend door de meerderheid van de raadsleden; | ||
| 4 | 2° ze is ondertekend door ten minste twee derde van de raadsleden van elk van de fracties waartoe de raadsleden in de gemeenteraad behoren die de motie ondersteunen. Als een fractie maar uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 3 | De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst blijft dan in functie tot de installatie van de nieuwe voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst heeft plaatsgevonden. | 5 | 3° ze is ondertekend door twee derde van de raadsleden van de fractie waartoe de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst in de gemeenteraad behoort; |
| 6 | 4° ze draagt een kandidaat-opvolger voor; | ||
| 7 | 5° er is een ontvankelijke akte van voordracht bijgevoegd als vermeld in artikel 90. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, wordt, in afwijking van artikel 90, de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter ondertekend door de meerderheid van de raadsleden die deel uitmaken van de fractie van de kandidaat-voorzitter. Als de fractie van de kandidaat-voorzitter maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 8 | 6° ze is uiterlijk acht dagen voor de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn aan de algemeen directeur bezorgd. | ||
| 9 | De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 3°, is niet van toepassing in geval de gemeenteraad een collectieve motie heeft aangenomen. | ||
| 10 | De constructieve motie van wantrouwen kan niet bij spoedeisendheid in bespreking worden gebracht als vermeld in artikel 74 samen gelezen met artikel 23. | ||
| 11 | De constructieve motie van wantrouwen kan niet worden ingediend op de volgende momenten: | ||
| 12 | 1° in de periode van één jaar na de installatie van het bijzonder comité voor de sociale dienst; | ||
| 13 | 2° in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de gemeenteraden. | ||
| 14 | De algemeen directeur bezorgt de constructieve motie van wantrouwen met de bijgevoegde akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. | ||
| 15 | § 3. Voor er kan worden gestemd, onderzoekt de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn of de constructieve motie van wantrouwen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2. Als hij vaststelt dat niet aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart hij de motie zonder voorwerp. | ||
| 16 | § 4. Als de raad voor maatschappelijk welzijn de constructieve motie van wantrouwen aanneemt, is de voorzitter ontslagen. De voorgedragen kandidaat-voorzitter wordt verkozen verklaard. |
| 7 | 5° "de gemeente" als "het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn"; | 7 | 5° "de gemeente" als "het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn"; |
| 8 | 6° "een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4"; | 8 | 6° "een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4"; |
| 9 | 7° "artikel 16 en 155" als "artikel 108". | 9 | 7° "artikel 16 en 155" als "artikel 108"; |
| 10 | 8° "de gemeenteraadscommissies, vermeld in artikel 37" als "de subcomités, vermeld in artikel 89". | ||
| 10 | Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan in afwijking van artikel 20 in een huishoudelijk reglement bepalen dat de agenda van het bijzonder comité voor de sociale dienst pas vijf dagen voor de vergadering moet worden bezorgd. In dat geval bepaalt het bijzonder comité voor de sociale dienst in zijn huishoudelijk reglement binnen welke termijn de agendapunten, vermeld in artikel 21, kunnen worden toegevoegd. Het bijzonder comité voor de sociale dienst stelt de notulen van de vorige vergadering ter beschikking van zijn leden. De notulen die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van cliënten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of hun onderhoudsplichtigen, worden alleen ter beschikking gesteld van de leden volgens de regels, vastgesteld overeenkomstig artikel 20, derde lid. | 11 | Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan in afwijking van artikel 20 in een huishoudelijk reglement bepalen dat de agenda van het bijzonder comité voor de sociale dienst pas vijf dagen voor de vergadering moet worden bezorgd. In dat geval bepaalt het bijzonder comité voor de sociale dienst in zijn huishoudelijk reglement binnen welke termijn de agendapunten, vermeld in artikel 21, kunnen worden toegevoegd. Het bijzonder comité voor de sociale dienst stelt de notulen van de vorige vergadering ter beschikking van zijn leden. De notulen die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van cliënten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of hun onderhoudsplichtigen, worden alleen ter beschikking gesteld van de leden volgens de regels, vastgesteld overeenkomstig artikel 20, derde lid. |
| 11 | De vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst zijn niet openbaar. | 12 | De vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst zijn niet openbaar. |
| 4 | 3° de wijze waarop het bijzonder comité voor de sociale dienst stemt; | 4 | 3° de wijze waarop het bijzonder comité voor de sociale dienst stemt; |
| 5 | 4° de wijze van het ter kennis brengen van de beslissingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst; | 5 | 4° de wijze van het ter kennis brengen van de beslissingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst; |
| 6 | 5° de perken waarbinnen de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst zijn bevoegdheden als vermeld in artikel 114, kan uitoefenen. | 6 | 5° de perken waarbinnen de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst zijn bevoegdheden als vermeld in artikel 114, kan uitoefenen; |
| 7 | 6° de keuze om digitaal of hybride te vergaderen en de wijze waarop; | ||
| 8 | 7° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder het bijzonder comité voor de sociale dienst digitaal kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van digitaal vergaderen opneemt; | ||
| 9 | 8° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder het bijzonder comité voor de sociale dienst hybride kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van hybride vergaderen opneemt. | ||
| 7 | Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan het huishoudelijk reglement op elk moment wijzigen. | 10 | Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan het huishoudelijk reglement op elk moment wijzigen. |
| 1 | Artikel 5, 6, 8 tot en met 14, artikel 16 en 17, met uitzondering van artikel 6, § 3, tweede lid, artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, en artikel 10, eerste lid, 5°, zijn van toepassing op de districtsraden en hun leden, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "de gemeenteraadskiezer" wordt gelezen als "de districtsraadskiezer", "het college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "het districtscollege", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "het gemeentehuis" wordt gelezen als "het districtshuis" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris". | 1 | Artikel 5, 6, 8 tot en met 14, artikel 16 en 17, met uitzondering van artikel 6, § 3, tweede lid, artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, en artikel 10, eerste lid, 5°, 8° en 9°, zijn van toepassing op de districtsraden en hun leden, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "de gemeenteraadskiezer" wordt gelezen als "de districtsraadskiezer", "het college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "het districtscollege", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "het gemeentehuis" wordt gelezen als "het districtshuis" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris". |
| 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt bij de oprichting van een nieuw district als vermeld in artikel 115 de installatievergadering samengeroepen door de voorzitter van de gemeenteraad uiterlijk dertig dagen na de installatie van de gemeenteraad. De voorzitter van de gemeenteraad zit in dat geval de installatievergadering voor. | 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid vindt de installatievergadering van de districtsraad plaats op dezelfde dag als de installatievergadering van de gemeenteraad of uiterlijk 30 dagen na de installatie van de gemeenteraad. |
| 3 | De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als districtsraadslid, de eed af in handen van het oudste districtsraadslid. | 3 | De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als districtsraadslid, de eed af in handen van het oudste districtsraadslid. |
| 4 | Er bestaat een onverenigbaarheid tussen het mandaat van gemeenteraadslid en lid van de districtsraad. | 4 | Er bestaat een onverenigbaarheid tussen het mandaat van gemeenteraadslid en lid van de districtsraad. |
| 1 | Artikel 43 en 44 zijn van toepassing op de verkiezing van de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt gelezen als "districtsraadslid", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "algemeen directeur" wordt gelezen als "districtssecretaris" en met dien verstande dat de districtsschepenen de eed afleggen in handen van de voorzitter van de districtsraad. | 1 | Artikel 43 en 44 zijn van toepassing op de verkiezing van de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt gelezen als "districtsraadslid", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "algemeen directeur" wordt gelezen als "districtssecretaris". |
| 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt bij de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, de akte van voordracht voor de verkiezing van de districtsschepenen bezorgd aan de algemeen directeur van de gemeente. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte van voordracht voor de verkiezing van de districtsschepenen aan de burgemeester. | ||
| 2 | Artikel 45, 47, 48, 49, § § 1, 2 en 4, en artikel 148 tot en met 156 en 160 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeente" wordt gelezen als "district", "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt geleden als "districtsraadslid", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "districtscollege", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris", met dien verstande dat personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kunnen zetelen in het districtscollege en met dien verstande dat de wedde van de districtsschepenen wordt bepaald door de Vlaamse Regering, die daarbij rekening kan houden met de omvang van de bevoegdheden die aan de districten toegewezen worden, alsook met het inwonersaantal van het district, en dat de districtsraad de eretitel van de districtsburgemeester kan toekennen onder voorwaarden die hij bepaalt. | 3 | Artikel 45, 47, 48, 49, § § 1, 2 en 4, en artikel 148 tot en met 156 en 160 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeente" wordt gelezen als "district", "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt geleden als "districtsraadslid", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "districtscollege", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris", met dien verstande dat artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, 5°, 8° en 9°, niet van toepassing is op de districtsburgemeester en de districtsschepenen, en met dien verstande dat de wedde van de districtsschepenen wordt bepaald door de Vlaamse Regering, die daarbij rekening kan houden met de omvang van de bevoegdheden die aan de districten toegewezen worden, alsook met het inwonersaantal van het district, en dat de districtsraad de eretitel van de districtsburgemeester kan toekennen onder voorwaarden die hij bepaalt. |
| 3 | Artikel 157 tot en met 159 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen" en "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester". | 4 | Artikel 157 tot en met 159 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen" en "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester". |
| 1 | De districtsschepenen kiezen uit hun midden een voorzitter van Belgische nationaliteit. | ||
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 juncto artikel 332 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de districtsraad behoort, districtsburgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, districtsburgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de districtsraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen districtsburgemeester. Als twee verkozenen van de grootste coalitiefractie een gelijk hoogste aantal naamstemmen hebben behaald, is de kandidaat die het hoogst gerangschikt stond op de lijst, de districtsburgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de districtsraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende aanduiding van de districtsburgemeester. | ||
| 2 | Vanaf de installatie van de districtsschepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, districtsburgemeester. | ||
| 3 | Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de districtsburgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de districtsraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de districtsburgemeester zelf de voorzitter van de districtsraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste districtsraadslid. De districtsburgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht het districtsburgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. | ||
| 4 | In geval van een algehele vernieuwing van de districtsraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de districtsraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de districtsraad. | ||
| 5 | §2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van districtsburgemeester niet aanvaardt of definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, dan wordt, met herneming van de procedure in paragraaf 1, het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, districtsburgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van districtsburgemeester op te nemen, dan wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, districtsburgemeester. | ||
| 6 | De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte. | ||
| 7 | §3. In afwijking van paragraaf 2 kan een akte van opvolging van districtsburgemeester die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid, worden ingediend. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van opvolging van districtsburgemeester vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van opvolging van districtsburgemeester wordt ingediend bij de districtssecretaris. | ||
| 8 | Een ontvankelijke akte van opvolging van districtsburgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 9 | 1° ze draagt een districtsraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 10 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 11 | 3° ze vermeldt de einddatum van het mandaat van districtsburgemeester. De opvolging kan op zijn vroegst in werking treden op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode; | ||
| 12 | 4° ze vermeldt de naam van de persoon die de districtsburgemeester opvolgt. De voormelde persoon behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt opgevolgd; | ||
| 13 | 5° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 14 | 6° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 15 | 7° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de districtsraad aan de districtssecretaris bezorgd. | ||
| 16 | De akte van opvolging vermeldt de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester en de naam van de persoon die de districtsburgemeester opvolgt. Bij het bereiken van de voormelde einddatum is de districtsburgemeester van rechtswege ontslagnemend. | ||
| 17 | Als het mandaat van districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, is de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2. | ||
| 18 | Als het mandaat van districtsburgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de akte van opvolging, het mandaat vervroegd op. | ||
| 19 | Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen districtsraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp. | ||
| 20 | Een nieuwe akte van opvolging kan alleen ingediend worden in de volgende gevallen: | ||
| 21 | 1° de akte van opvolging is onontvankelijk; | ||
| 22 | 2° het mandaat van de districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2; | ||
| 23 | 3° voor de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, geen districtsraadslid meer. | ||
| 24 | Het tweede lid, met uitzondering van punt 7°, is van toepassing op de nieuwe akte van opvolging, vermeld in het zevende lid. De voormelde nieuwe akte van opvolging wordt uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de districtsraad aan de districtssecretaris bezorgd. | ||
| 25 | Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van districtsburgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van districtsburgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de districtsburgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tiende lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van kandidaat-districtsburgemeester vast en de wijze waarop die ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van kandidaat-districtsburgemeester wordt ingediend bij de districtssecretaris. | ||
| 26 | Een ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-districtsburgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 27 | 1° ze draagt een districtsraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 28 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het negende lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 29 | 3° ze vermeldt de naam van de kandidaat-districtsburgemeester. De kandidaat-districtsburgemeester behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt vervangen; | ||
| 30 | 4° ze is ondertekend door meer dan de helft van de districtsraadsleden; | ||
| 31 | 5° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, vol- staat de handtekening van een van hen; | ||
| 32 | 6° ze is uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de districtsraad waarop de vervanging van de burgemeester is geagendeerd, aan de districtssecretaris bezorgd. | ||
| 33 | Niemand kan meer dan één akte van opvolging of een akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. | ||
| 34 | De districtssecretaris bezorgt een afschrift van de akte van opvolging of de akte van voordracht aan de districtsburgemeester. | ||
| 35 | Nadat de districtsraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de districtssecretaris in voorkomend geval de akte van opvolging aan de voorzitter van de districtsraad. In voorkomend geval bezorgt de districtssecretaris de akte van voordracht aan de voorzitter van de districtsraad. | ||
| 36 | De voorzitter van de districtsraad gaat na of de akte van opvolging of de akte van voordracht voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Alleen de handtekeningen van de districtsraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als districtsraadslid de eed hebben afgelegd. | ||
| 37 | In geval van de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, wordt de akte van opvolging bezorgd aan de algemeen directeur van de gemeente. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte van opvolging aan de burgemeester. Nadat de districtsraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van opvolging aan de voorzitter van de districtsraad |
| 1 | Als de districtsburgemeester het mandaat niet aanvaardt, van zijn mandaat van districtsschepen vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, overleden is of ontslag genomen heeft, wordt een nieuwe districtsburgemeester verkozen op de eerstvolgende vergadering van het districtscollege, overeenkomstig artikel 123. | 1 | Als de districtsburgemeester het mandaat niet aanvaardt, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, overleden is of ontslag genomen heeft, wordt een nieuwe districtsburgemeester aangeduid overeenkomstig artikel 123, § 2. |
| 2 | In de gevallen dat de districtsburgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de nieuwe verkiezing, het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid. | 2 | In de gevallen dat de districtsburgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de eedaflegging van een nieuwe districtsburgemeester, het districtsburgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid. |
| 3 | Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 juncto 332 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de voorzitter, die om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een districtsschepen in volgorde van hun rang, tenzij de districts-burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere districtsschepen heeft opgedragen. | 3 | Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 juncto artikel 332 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de districtsburgemeester, die om een andere reden dan de redenen in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een districtsschepen in volgorde van hun rang, tenzij de districtsburgemeester zijn bevoegdheid aan een andere districtsschepen heeft opgedragen. |
| 4 | De districtsburgemeester die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De districtsraad neemt akte van de verhindering of schorsing, en van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. | 4 | De districtsburgemeester die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De districtsraad neemt akte van de verhindering of schorsing, en van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. |
| 1 | § 1. De districtsraad kan een collectieve constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen alle leden van het districtscollege. | ||
| 2 | De districtsraad kan een individuele constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen een of meer districtsschepenen. | ||
| 3 | § 2. De constructieve motie van wantrouwen voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 4 | 1° ze is ondertekend door de meerderheid van de districtsraadsleden; | ||
| 5 | 2° ze is ondertekend door ten minste twee derde van de districtsraadsleden van elke fractie die de motie ondersteunt. Als een fractie slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 6 | 3° in geval van een individuele motie, is ze ondertekend door twee derde van de districtsraadsleden van de fractie waartoe de districtsschepen tegen wie de individuele motie gericht is, behoort; | ||
| 7 | 4° ze vermeldt tegen welke leden van het districtscollege ze gericht is; | ||
| 8 | 5° ze draagt voor elk van de districtsschepenen tegen wie ze is gericht, een kandidaat-opvolger voor. Zetelende leden kunnen opnieuw voorgedragen worden; | ||
| 9 | 6° in geval van een individuele motie gericht tegen een of meer districtsschepenen, zijn er, met toepassing van in artikel 49 juncto artikel 122, een of meer ontvankelijke akten van voordracht bijgevoegd. In geval van een collectieve motie is er, met toepassing van artikel 43 juncto artikel 122, een gezamenlijke akte van voordracht bijgevoegd. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, wordt, in afwijking van artikel 43 juncto artikel 122 of artikel 49 juncto artikel 122, de akte van voordracht van de kandidaat-districtsschepen ondertekend door de meerderheid van de districtsraadsleden die deel uitmaken van de fractie van de kandidaat-districtsschepen. Als de fractie van de kandidaat- districtsschepen slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van één van hen; | ||
| 10 | 7° ze is uiterlijk acht dagen voor de districtsraadszitting aan de districtssecretaris bezorgd. | ||
| 11 | De constructieve motie van wantrouwen kan niet bij spoedeisendheid in bespreking worden gebracht als vermeld in artikel 23 juncto artikel 126. | ||
| 12 | De constructieve motie van wantrouwen kan niet worden ingediend op de volgende momenten: | ||
| 13 | 1° in de periode van één jaar na de installatie van de districtsraad; | ||
| 14 | 2° in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de districtsraden; | ||
| 15 | 3° als een collectieve constructieve motie van wantrouwen door de districtsraad is aangenomen, voor een termijn van één jaar vervallen is. | ||
| 16 | De districtssecretaris bezorgt de constructieve motie van wantrouwen met bijgevoegde akte of akten van voordracht aan de voorzitter van de districtsraad. | ||
| 17 | § 3. Voor er kan worden gestemd, onderzoekt de voorzitter van de districtsraad of de constructieve motie van wantrouwen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Als hij vaststelt dat niet aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart hij de motie zonder voorwerp. | ||
| 18 | § 4. Als de districtsraad de motie van wantrouwen aanneemt, wordt het lid of worden de leden tegen wie de motie gericht is, ontslagen. De voorgedragen kandidaat-districtsschepen, in voorkomend geval de voorgedragen kandidaat- districtsschepenen worden verkozen verklaard. Vanaf de aanname van de collectieve motie is het raadslid, waarvan sprake in artikel 123, § 1 of § 2, districtsburgemeester. Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de districtsburgemeester de eed af, vermeld in artikel 123, § 1, derde lid. | ||
| 19 | § 5. Indien een collectieve motie wordt aangenomen, wordt de ingediende collectieve motie en de beslissing van de districtsraad hierover ter kennis gebracht aan de Vlaamse Regering. |
| 1 | De burgemeester en de schepenen mogen, naast de vergoedingen, vermeld in artikel 149, 150, 151, 152 en 154, geen aanvullende vergoedingen, wedden en presentiegelden krijgen ten laste van de gemeente, de extern verzelfstandigde agentschappen van de gemeente en hun filialen, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient, en de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4, om welke reden of onder welke benaming ook. | 1 | De burgemeester en de schepenen mogen, naast de vergoedingen, vermeld in artikel 149, 150, 151, 152 en 154, geen aanvullende vergoedingen, wedden en presentiegelden krijgen ten laste van de gemeente, de extern verzelfstandigde agentschappen van de gemeente en hun filialen, en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient, om welke reden of onder welke benaming ook. |
| 2 | De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, mag, buiten de vergoedingen, vermeld in artikel 149, 150, 151, 152 en 154, geen aanvullende vergoedingen, wedden en presentiegelden krijgen ten laste van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4, en de gemeente die het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bedient, de extern verzelfstandigde agentschappen van de gemeente en hun filialen, om welke reden of onder welke benaming ook. | 2 | De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, mag, buiten de vergoedingen, vermeld in artikel 149, 150, 151, 152 en 154, geen aanvullende vergoedingen, wedden en presentiegelden krijgen ten laste van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, en de gemeente die het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bedient, de extern verzelfstandigde agentschappen van de gemeente en hun filialen, om welke reden of onder welke benaming ook. |
| 3 | In afwijking van het eerste en het tweede lid, worden de persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid en de pensioenen van de mandatarissen, vermeld in artikel 37quater van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gecompenseerd door de gemeente of het openbaar centrum waar zij hun mandaat bekleden. De Vlaamse Regering bepaalt de grenzen en nadere voorwaarden voor de toepassing van dit lid. | 3 | In afwijking van het eerste en het tweede lid, worden de persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid en de pensioenen van de mandatarissen, vermeld in artikel 37quater van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gecompenseerd door de gemeente of het openbaar centrum waar zij hun mandaat bekleden. De Vlaamse Regering bepaalt de grenzen en nadere voorwaarden voor de toepassing van dit lid. |
| 5 | 2° lid van een provincieraad of als lid van een bestuursorgaan van een provinciaal extern verzelfstandigd agentschap of een filiaal ervan; | 5 | 2° lid van een provincieraad of als lid van een bestuursorgaan van een provinciaal extern verzelfstandigd agentschap of een filiaal ervan; |
| 6 | 3° mandataris van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, als lid van een bestuursorgaan van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap of een filiaal ervan; | 6 | 3° mandataris van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, als lid van een bestuursorgaan van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap of een filiaal ervan; |
| 7 | 4° lid van een bestuursorgaan van een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in deel 3, titel 3, van dit decreet; | 7 | 4° lid van een bestuursorgaan van een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in deel 3, titel 3, of van een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van dit decreet; |
| 8 | 5° lid van een bestuursorgaan van een sociale huisvestingsmaatschappij als vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021; | 8 | 5° lid van een bestuursorgaan van een sociale huisvestingsmaatschappij als vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021; |
| 9 | 6° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 386 van dit decreet; | 9 | 6° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 386 van dit decreet; |
| 6 | De personeelsleden mogen geen vergoedingen, wedden, toelagen, presentiegelden of andere tegenprestaties ontvangen van de rechtspersonen waarin zij de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vertegenwoordigen. | 6 | De personeelsleden mogen geen vergoedingen, wedden, toelagen, presentiegelden of andere tegenprestaties ontvangen van de rechtspersonen waarin zij de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vertegenwoordigen. |
| 7 | § 2. De hoedanigheid van personeelslid, met inbegrip van de personen, vermeld in het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, die ingevolge een beslissing van een van de organen van de gemeente of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn hun werkzaamheden uitoefenen in een van de instellingen van de gemeente of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is onverenigbaar met het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, burgemeester of schepen, voorzitter van het vast bureau in de gemeente waar de instelling gevestigd is. | 7 | § 2. De hoedanigheid van personeelslid, met inbegrip van de personen, vermeld in het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, die ingevolge een beslissing van een van de organen van de gemeente of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn hun werkzaamheden uitoefenen in een van de instellingen van de gemeente of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is onverenigbaar met het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, burgemeester of schepen, voorzitter van het vast bureau in de gemeente waar de instelling gevestigd is. |
| 8 | § 3. Artikel 27, § 1 en § 2, met uitzondering van punt 4°, en artikel 29, § 4, zijn ook van toepassing op de personeelsleden van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. | 8 | § 3. Artikel 27, § 1 en § 2, met uitzondering van punt 4°, en artikel 29, § 4, zijn ook van toepassing op de personeelsleden van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in de voormelde bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt: |
| 9 | 1° "de gemeente" als "de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn"; | ||
| 10 | 2° "gemeenteraadslid" als "personeelslid van de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn"; | ||
| 11 | 3° "gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap of de verenigingen of de vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4". | ||
| 1 | Artikel 221 tot en met 223 en de bepalingen van titel 4 zijn van toepassing op de autonome gemeentebedrijven, met uitzondering van hoofdstuk 3 en artikel 249, § 3 , artikel 256, 260, derde lid, artikel 262, § 1, tweede lid, en artikel 264, tweede lid, en met dien verstande dat de volgende woorden worden gelezen als volgt: | 1 | Artikel 221 tot en met 223 en de bepalingen van titel 4 zijn van toepassing op de autonome gemeentebedrijven, met uitzondering van artikel 249, § 3 en § 4, artikel 256, artikel 260, derde lid, artikel 262, § 1, tweede lid, artikel 264, tweede lid, en hoofdstuk 3 en 4, en met dien verstande dat de volgende woorden worden gelezen als volgt: |
| 2 | 1° "de gemeente" als "het autonoom gemeentebedrijf"; | 2 | 1° "de gemeente" als "het autonoom gemeentebedrijf"; |
| 3 | 2° "de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "het autonoom gemeentebedrijf"; | 3 | 2° "de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "het autonoom gemeentebedrijf"; |
| 4 | 3° "elke gemeente en elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "elk autonoom gemeentebedrijf"; | 4 | 3° "elke gemeente en elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "elk autonoom gemeentebedrijf"; |
| 5 | 4° "in elke gemeente en in elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "in elk autonoom gemeentebedrijf"; | 5 | 4° "in elke gemeente en in elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "in elk autonoom gemeentebedrijf"; |
| 6 | 5° "de gemeenteraad" en " de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn" als "de raad van bestuur"; | 6 | 5° "de gemeenteraad" , "de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn" en "de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn" als "de raad van bestuur"; |
| 7 | 6° "raadsleden" als "leden van de raad van bestuur"; | 7 | 6° "raadsleden" als "leden van de raad van bestuur"; |
| 8 | 7° "het college van burgemeester en schepenen" als "de raad van bestuur". | 8 | 7° "het college van burgemeester en schepenen" als "de raad van bestuur". |
| 1 | De boekhouding wordt gevoerd onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de raad van bestuur. | 1 | De boekhouding wordt gevoerd onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de raad van bestuur. |
| 2 | De raad van bestuur stelt het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast en legt ze ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad. | 2 | De raad van bestuur stelt het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast en legt ze ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad. |
| 3 | De raad van bestuur stemt telkens over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan. | ||
| 4 | In afwijking van het derde lid kan elk lid van de raad van bestuur de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de raad van bestuur pas over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan stemmen na de afzonderlijke stemming. Als die afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van het meerjarenplan of de aanpassing ervan moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het hele meerjarenplan verdaagd tot een volgende vergadering van de raad van bestuur. | ||
| 3 | De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor dat boekjaar. | 5 | De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor dat boekjaar. |
| 1 | § 1. De raad van bestuur spreekt zich uit over de vaststelling van de jaarrekening voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft. | 1 | § 1. De raad van bestuur spreekt zich uit over de vaststelling van de jaarrekening voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft. |
| 2 | De raad van bestuur stemt telkens over de hele jaarrekening. | ||
| 3 | In afwijking van het tweede lid kan elk lid van de raad van bestuur de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de raad van bestuur pas over de hele jaarrekening stemmen na de afzonderlijke stemming. Als die afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat de jaarrekening moet worden gewijzigd, wordt de stemming over de hele jaarrekening verdaagd tot een volgende vergadering van de raad van bestuur. | ||
| 2 | § 2. De gemeenteraad brengt advies uit bij de jaarrekening van het autonoom gemeentebedrijf, tenzij de gemeenteraad ervoor gekozen heeft om alle leden van de gemeenteraad te benoemen als lid van de raad van bestuur. | 4 | § 2. De gemeenteraad brengt advies uit bij de jaarrekening van het autonoom gemeentebedrijf, tenzij de gemeenteraad ervoor gekozen heeft om alle leden van de gemeenteraad te benoemen als lid van de raad van bestuur. |
| 3 | Als de gemeenteraad geen advies heeft verstuurd aan de toezichthoudende overheid binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de jaarrekening door het gemeentebestuur, wordt de gemeenteraad geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht. | 5 | Als de gemeenteraad geen advies heeft verstuurd aan de toezichthoudende overheid binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de jaarrekening door het gemeentebestuur, wordt de gemeenteraad geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht. |
| 1 | § 1. De gemeente is gemachtigd om onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, een vennootschap als vermeld in het Wetboek van Vennootschappen, of een vereniging of stichting als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, op te richten en te belasten met welbepaalde beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang. Vanuit hun taak voor de beleidsuitvoering kunnen de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen in privaatrechtelijke vorm ook betrokken worden bij de beleidsvoorbereiding. | 1 | § 1. De gemeente is gemachtigd om onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, een vennootschap, een vereniging of een stichting als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op te richten en te belasten met welbepaalde beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang. Vanuit hun taak voor de beleidsuitvoering kunnen de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen in privaatrechtelijke vorm ook betrokken worden bij de beleidsvoorbereiding. |
| 2 | De gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in het eerste lid, worden opgericht in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel, de regelgeving over de mededinging en de staatssteun. | 2 | De gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in het eerste lid, worden opgericht in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel, de regelgeving over de mededinging en de staatssteun. |
| 3 | Naast de gemeente mogen in de oprichting van die gemeentelijke vennootschap, vereniging of stichting andere personen deelnemen, met uitzondering van andere gemeenten, gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen van andere gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, provincies, provinciale extern verzelfstandigde agentschappen, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest. | 3 | Naast de gemeente mogen in de oprichting van die gemeentelijke vennootschap, vereniging of stichting andere personen deelnemen, met uitzondering van andere gemeenten, gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen van andere gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, provincies, provinciale extern verzelfstandigde agentschappen, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest. |
| 4 | De gemeente is gemachtigd om onder dezelfde voorwaarden deel te nemen in een vennootschap als vermeld in het Wetboek van Vennootschappen, of in een vereniging als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen. | 4 | De gemeente is gemachtigd om onder dezelfde voorwaarden deel te nemen in een vennootschap of in een vereniging als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. |
| 5 | De openbare centra voor maatschappelijk welzijn mogen deelnemen in een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm van de gemeente die door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt bediend. Ze hoeven in dat geval niet te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in deel 3, titel 4. | 5 | De openbare centra voor maatschappelijk welzijn mogen deelnemen in een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm van de gemeente die door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt bediend. Ze hoeven in dat geval niet te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in deel 3, titel 4. |
| 6 | § 2. De gemeenteraad beslist over de oprichting of de deelname, vermeld in paragraaf 1, op grond van een door het college van burgemeester en schepenen opgemaakt verslag. In dat verslag worden de voor- en de nadelen van externe verzelfstandiging in de gekozen vorm afgewogen en wordt aangetoond dat het beheer binnen de rechtspersoonlijkheid van de gemeente of in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf niet de vereiste voordelen kan bieden. | 6 | § 2. De gemeenteraad beslist over de oprichting of de deelname, vermeld in paragraaf 1, op grond van een door het college van burgemeester en schepenen opgemaakt verslag. In dat verslag worden de voor- en de nadelen van externe verzelfstandiging in de gekozen vorm afgewogen en wordt aangetoond dat het beheer binnen de rechtspersoonlijkheid van de gemeente of in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf niet de vereiste voordelen kan bieden. |
| 6 | § 2. De voorzitter van het vast bureau maakt via de webtoepassing van de gemeente een lijst bekend met de besluiten van: | 6 | § 2. De voorzitter van het vast bureau maakt via de webtoepassing van de gemeente een lijst bekend met de besluiten van: |
| 7 | 1° de raad voor maatschappelijk welzijn; | 7 | 1° de raad voor maatschappelijk welzijn; |
| 8 | 2° de algemene vergadering en de raad van bestuur van de welzijnsvereniging waarvan de maatschappelijke zetel zich in de gemeente bevindt; | 8 | 2° de algemene vergadering en de raad van bestuur van de welzijnsvereniging en van de autonome verzorgingsinstelling waarvan de maatschappelijke zetel zich in de gemeente bevindt; |
| 9 | 3° het vast bureau; | 9 | 3° het vast bureau; |
| 10 | 4° de voorzitter van het vast bureau. | 10 | 4° de voorzitter van het vast bureau. |
| 15 | 2° de afwijkingen van de rechtspositieregeling van het personeel overeenkomstig artikel 186, § 2, en de wijzigingen ervan; | 15 | 2° de afwijkingen van de rechtspositieregeling van het personeel overeenkomstig artikel 186, § 2, en de wijzigingen ervan; |
| 16 | 3° de oprichtingsakte van de verenigingen en vennootschappen voor maatschappelijk welzijn die het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn heeft opgericht of mede opgericht; | 16 | 3° de oprichtingsakte van de verenigingen en vennootschappen voor maatschappelijk welzijn die het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn heeft opgericht of mede opgericht; |
| 17 | 4° de statuten van de verenigingen voor maatschappelijk welzijn waarvan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn deelgenoot is; | 17 | 4° de statuten van de verenigingen en vennootschappen voor maatschappelijk welzijn waarvan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn deelgenoot is; |
| 18 | 5° de beleidsrapporten van de welzijnsverenigingen waarvan de maatschappelijke zetel zich in de gemeente bevindt. | 18 | 5° de beleidsrapporten van de welzijnsverenigingen waarvan de maatschappelijke zetel zich in de gemeente bevindt. |
| 19 | § 3. Met behoud van de bepalingen van dit decreet, kan de Vlaamse Regering bepalen welke andere besluiten en andere stukken moeten worden bekendgemaakt, en voor alle besluiten en stukken, vermeld in dit artikel, hoe lang ze minimaal via de webtoepassing van de gemeente raadpleegbaar moeten blijven. | 19 | § 3. Met behoud van de bepalingen van dit decreet, kan de Vlaamse Regering bepalen welke andere besluiten en andere stukken moeten worden bekendgemaakt, en voor alle besluiten en stukken, vermeld in dit artikel, hoe lang ze minimaal via de webtoepassing van de gemeente raadpleegbaar moeten blijven. |
| 1 | De gemeenteraden kunnen in onderling overleg een transitiemanager aanwijzen die de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau begeleidt. | ||
| 2 | Indien geen transitiemanager wordt aangewezen, begeleidt de algemeen directeur-coördinator de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau en begeleidt de financieel directeur-coördinator de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau wat betreft de coördinatie van de financiële aspecten. De algemeen directeurs respectievelijk financieel directeurs van de andere betrokken gemeenten staan hen daarin bij. |
| 1 | De gemeenteraden wijzen in onderling overleg een van de algemeen directeurs aan die optreedt als algemeen directeur-coördinator van de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau en die ook de opdrachten uitvoert die hem worden toegewezen in dit decreet. De algemeen directeurs van de andere betrokken gemeenten staan hem daarin bij. | 1 | De gemeenteraden wijzen in onderling overleg een van de algemeen directeurs aan die optreedt als algemeen directeur-coördinator die de opdrachten uitvoert die hem worden toegewezen in dit decreet. De algemeen directeurs van de andere betrokken gemeenten staan hem daarin bij. |
| 2 | De gemeenteraden wijzen in onderling overleg een van de financieel directeurs of gewestelijke ontvangers aan die optreedt als financieel directeur-coördinator van de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau voor de coördinatie van de financiële aspecten van de samenvoeging en die ook de opdrachten uitvoert die hem worden toegewezen in dit decreet. De financieel directeurs van de andere betrokken gemeenten staan hem daarin bij. | 2 | De gemeenteraden wijzen in onderling overleg een van de financieel directeurs of gewestelijke ontvangers aan die optreedt als financieel directeur-coördinator die de opdrachten uitvoert die hem worden toegewezen in dit decreet. De financieel directeurs van de andere betrokken gemeenten staan hem daarin bij. |
| 3 | Bij een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, komt het aantal aan te wijzen algemeen directeurs-coördinatoren en financieel directeurs-coördinatoren overeen met het aantal nieuwe gemeenten. |
| 1 | Als er, in geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 1°, op de datum van de indiening van het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging bij de Vlaamse Regering geen algemeen directeur-coördinator is aangewezen als vermeld in artikel 346, eerste lid, wordt met ingang van de voormelde datum de algemeen directeur van de gemeente met het hoogste aantal inwoners van rechtswege aangewezen als algemeen directeur-coördinator. | ||
| 2 | Als er, in geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, op de datum van de indiening van het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging bij de Vlaamse Regering geen algemeen directeur-coördinator is aangewezen als vermeld in artikel 346, eerste lid, voor een of meer van de nieuw begrensde gemeenten, wordt met ingang van de voormelde datum voor elk van de voormelde gemeenten een algemeen directeur-coördinator van rechtswege aangewezen. Daarbij wordt telkens de algemeen directeur van de gemeente met het hoogste aantal inwoners, die nog niet eerder is aangewezen als algemeen directeur-coördinator in een van de andere nieuw begrensde gemeenten, van rechtswege aangewezen als algemeen directeur-coördinator. | ||
| 3 | Als er, in geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 1°, op de datum van de indiening van het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging bij de Vlaamse Regering geen financieel directeur-coördinator is aangewezen als vermeld in artikel 346, tweede lid, wordt met ingang van de voormelde datum de financieel directeur of gewestelijke ontvanger van de gemeente met het hoogste aantal inwoners van rechtswege aangewezen als financieel directeur-coördinator. | ||
| 4 | Als er, in geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, op de datum van indiening van het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging bij de Vlaamse Regering, geen financieel directeur-coördinator is aangewezen als vermeld in artikel 346, tweede lid, voor een of meer van de nieuw begrensde gemeenten, wordt met ingang van de voormelde datum voor elk van die gemeenten een financieel directeur-coördinator van rechtswege aangewezen. Daarbij wordt telkens de financieel directeur van de gemeente met het hoogste aantal inwoners, die nog niet eerder aangewezen is als financieel directeur-coördinator in een van de andere nieuw begrensde gemeenten, van rechtswege aangewezen als financieel directeur-coördinator |
| 1 | § 1. Alle roerende goederen van de samengevoegde gemeenten worden op de samenvoegingsdatum van rechtswege overgedragen aan de nieuwe gemeente. | ||
| 2 | De goederen worden overgedragen in de staat waarin ze zich bevinden, met inbegrip van de lasten en de verplichtingen die eigen zijn aan de goederen. | ||
| 1 | Bij een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 1°, gelden de volgende algemene principes: | ||
| 3 | De nieuwe gemeente treedt op de samenvoegingsdatum in de rechten en plichten van de samengevoegde gemeenten voor de roerende goederen die aan haar zijn overgedragen, met inbegrip van de rechten en plichten die voortvloeien uit de hangende en toekomstige gerechtelijke procedures. | 2 | 1° alle roerende goederen van de samengevoegde gemeenten worden op de samenvoegingsdatum van rechtswege overgedragen aan de nieuwe gemeente. De goederen worden overgedragen in de staat waarin ze zich bevinden, met inbegrip van de lasten en de verplichtingen die eigen zijn aan de goederen. De nieuwe gemeente treedt op de samenvoegingsdatum in de rechten en plichten van de samengevoegde gemeenten voor de roerende goederen die aan haar zijn overgedragen, met inbegrip van de rechten en plichten die voortvloeien uit de hangende en toekomstige gerechtelijke procedures; |
| 4 | § 2. De onroerende goederen van de samengevoegde gemeenten worden op de samenvoegingsdatum van rechtswege overgedragen aan de nieuwe gemeente. De nieuwe gemeente neemt de rechten, plichten en lasten over van de onroerende goederen die aan haar zijn overgedragen. | 3 | 2° de onroerende goederen van de samengevoegde gemeenten worden op de samenvoegingsdatum van rechtswege overgedragen aan de nieuwe gemeente. De nieuwe gemeente neemt de rechten, plichten en lasten over van de onroerende goederen die aan haar zijn overgedragen; |
| 5 | § 3. De nieuwe gemeente neemt op de samenvoegingsdatum van rechtswege de rechten, plichten en lasten over die voortvloeien uit overeenkomsten van de samengevoegde gemeenten. | 4 | 3° de nieuwe gemeente neemt op de samenvoegingsdatum van rechtswege de rechten, plichten en lasten over die voortvloeien uit overeenkomsten van de samengevoegde gemeenten; |
| 6 | § 4. Elke uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, gegund door een van de samengevoegde gemeenten, wordt van rechtswege voortgezet door de nieuwe gemeente vanaf de samenvoegingsdatum. | 5 | 4° elke overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen en diensten van een van de samengevoegde gemeenten wordt van rechtswege voortgezet door de nieuwe gemeente vanaf de samenvoegingsdatum; |
| 7 | § 5. In geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, wordt de overdracht, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, aan de nieuwe gemeente, en de voortzetting, vermeld in paragraaf 4, door de nieuwe gemeente, uitgevoerd op basis van een overeenkomst tussen de oorspronkelijke gemeenten, die door hun gemeenteraden wordt bekrachtigd. | ||
| 8 | § 6. De nieuwe gemeente is de rechtsopvolger van de samengevoegde gemeenten en neemt op de samenvoegingsdatum alle rechten, plichten en lasten over van de samengevoegde gemeenten. | 6 | 5° de nieuwe gemeente is de rechtsopvolger van de samengevoegde gemeenten en neemt op de samenvoegingsdatum alle rechten, plichten en lasten over van de samengevoegde gemeenten. |
| 7 | Bij een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, wordt de overdracht aan de nieuwe gemeente, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, en de voortzetting door de nieuwe gemeente, vermeld in het eerste lid, 4°, uitgevoerd op basis van een overeenkomst tussen de oorspronkelijke gemeenten, die door hun gemeenteraden wordt bekrachtigd. |
| 1 | De nieuwe gemeente is gemachtigd de titel van stad te voeren als aan een van de oorspronkelijke gemeenten de titel van stad is verleend. |
| 1 | In afwijking van artikel 5, § 3, gelden de volgende bepalingen: | ||
| 2 | 1° de verkozene voor de gemeenteraad die het initiatiefrecht heeft, kan afstand doen van dat recht door een verklaring van afstand in te dienen bij de algemeen directeur-coördinator; | ||
| 3 | 2° de algemeen directeur-coördinator maakt de volgende elementen, nadat ze zich voordoen, onmiddellijk bekend op de webtoepassing van de samengevoegde gemeenten en de eventuele webtoepassing van de nieuwe gemeente: | ||
| 4 | a) de indiening van een gezamenlijke akte van voordracht door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft; | ||
| 5 | b) het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht op de derde dag voor de installatievergadering; | ||
| 6 | c) de uitputting van het initiatiefrecht door alle houders van het initiatiefrecht; | ||
| 7 | d) de indiening van een verklaring van afstand; | ||
| 8 | e) het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht, ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft, na de periode van veertien dagen. |
| 2 | 1° worden de verkozen gemeenteraadsleden, voor de goede orde, door de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346, ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering; | 2 | 1° worden de verkozen gemeenteraadsleden, voor de goede orde, door de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346, ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering; |
| 3 | 2° vindt de installatievergadering van de gemeenteraad van rechtswege plaats om 20 uur, op de eerste werkdag van januari. Behalve als er een andere afspraak tussen de samengevoegde gemeenten is, vindt de installatievergadering plaats in het gemeentehuis van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346; | 3 | 2° vindt de installatievergadering van de gemeenteraad van rechtswege plaats om 20 uur, op de eerste werkdag van januari. Behalve als er een andere afspraak tussen de samengevoegde gemeenten is, vindt de installatievergadering plaats in het gemeentehuis van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346; |
| 4 | 3° worden, als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is; | 4 | 3° worden, als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, bijeengeroepen op de installatievergadering binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is, maar ten vroegste op de eerste werkdag van januari; |
| 5 | 4° worden, als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is; | 5 | 4° worden, als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, bijeengeroepen op de installatievergadering binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is; |
| 6 | 5° gebeurt, als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig de voormelde bepalingen, de bijeenroeping door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, volgens hun rangorde, waarbij de burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan een schepen. | 6 | 5° gebeurt, als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig de voormelde bepalingen, de bijeenroeping door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, volgens hun rangorde, waarbij de burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan een schepen. |
| 7 | § 2. In afwijking van artikel 6, § 2, zit de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346 de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, in volgorde van hun rang. | 7 | § 2. In afwijking van artikel 6, § 2, zit de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346 de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, in volgorde van hun rang. |
| 8 | In afwijking van het eerste lid kunnen de samengevoegde gemeenten in onderlinge afspraak een van de andere voorzitters van de gemeenteraden van de samengevoegde gemeenten aanwijzen om de installatievergadering voor te zitten. | 8 | In afwijking van het eerste lid kunnen de samengevoegde gemeenten in onderlinge afspraak een van de andere voorzitters van de gemeenteraden van de samengevoegde gemeenten aanwijzen om de installatievergadering voor te zitten. |
| 9 | § 2/1. In afwijking van artikel 8 brengt een verkozen gemeenteraadslid dat voor zijn installatie afstand wil doen van zijn mandaat, de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator conform artikel 346, daarvan schriftelijk op de hoogte. | ||
| 9 | § 3. In afwijking van artikel 7, § 1, derde lid, wordt de akte uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad overhandigd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346. | 10 | § 3. In afwijking van artikel 7, § 1, vierde lid, wordt de akte uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad bezorgd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346. |
| 10 | In afwijking van artikel 43, § 1, derde lid, wordt de akte uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad overhandigd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346. | 11 | In afwijking van artikel 43, § 1, vierde lid, wordt de akte uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad bezorgd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346. |
| 11 | In afwijking van artikel 90, § 1, vierde lid, wordt de akte uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad overhandigd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346. | 12 | In afwijking van artikel 90, § 1, zesde lid, wordt de akte uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad bezorgd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346. |
| 12 | In afwijking van artikel 92, tweede lid, wordt de akte uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad overhandigd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346. | 13 | In afwijking van artikel 92, tweede lid, wordt de akte uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad bezorgd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346. |
| 14 | In afwijking van artikel 91, § 1, eerste lid, wordt de verklaring van lijstenverbinding bezorgd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346, binnen twee werkdagen voor de uiterste dag van het indienen van de akten van voordracht. | ||
| 15 | In afwijking van artikel 91, § 2, derde lid, gaat de algemeen directeur- coördinator, vermeld in artikel 346, uiterlijk de dag na de uiterste datum om een verklaring van lijstenverbinding in te dienen, na hoeveel zetels in het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de verschillende lijsten toekomen, met toepassing van artikel 91, § 2, eerste en tweede lid. Hij maakt op dezelfde dag die zetelverdeling bekend op de webtoepassing van de samengevoegde gemeenten en de eventuele webtoepassing van de nieuwe gemeente. | ||
| 13 | § 4. Het gemeentehuis van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, doet dienst als gemeentehuis van de nieuwe gemeente zolang de gemeenteraad geen ander gebouw als gemeentehuis heeft gekozen. | 16 | § 4. Behalve als er tussen de samengevoegde gemeenten een andere afspraak is gemaakt, doet het gemeentehuis van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator conform artikel 346, dienst als gemeentehuis van de nieuwe gemeente zolang de gemeenteraad geen ander gebouw als gemeentehuis heeft gekozen. |
| 14 | § 5. In afwijking van artikel 36, § 2, eerste lid, 8°, kunnen de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen, twee fracties vormen, als aan de algemeen directeur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, tegen ontvangstbewijs een afschrift van de akte inzake fractievorming overhandigd wordt uiterlijk de eerste werkdag na de dag waarop de voordrachtsakte of de verbeteringsakte bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau is ingediend. | 17 | § 5. In afwijking van artikel 36, § 2, eerste lid, 8°, kunnen de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen, twee fracties vormen, als aan de algemeen directeur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, tegen ontvangstbewijs een afschrift van de akte inzake fractievorming bezorgd wordt uiterlijk de eerste werkdag na de dag waarop de voordrachtsakte of de verbeteringsakte bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau is ingediend. |
| 1 | §1. In afwijking van artikel 58, §2 en §3, en artikel 59, eerste lid, kan de Vlaamse Regering in een nieuwe gemeente in de eerste bestuursperiode een burgemeester benoemen voor minder dan zes jaar in geval van een akte van opvolging van burgemeester die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van opvolging van burgemeester vast en de wijze waarop die ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van opvolging van burgemeester wordt ingediend bij de algemeen directeur-coördinator. | ||
| 2 | Een ontvankelijke akte van opvolging van burgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 4 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 5 | 3° ze vermeldt de einddatum van het mandaat van burgemeester; | ||
| 6 | 4° ze vermeldt de voor- en achternaam van de persoon die de burgemeester opvolgt; | ||
| 7 | 5° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 8 | 6° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 9 | 7° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur-coördinator bezorgd. | ||
| 10 | De akte van opvolging kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-opvolger vermelden. In dat geval kan op de akte van opvolging de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend. | ||
| 11 | Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van opvolging, of, als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld als de persoon die de burgemeester zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende kandidaat-opvolger, vermeld in de akte van opvolging, vervroegd. Als de persoon die als laatste kandidaat-opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger van de kandidaat-opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 58, §1. | ||
| 12 | Niemand kan meer dan één akte van opvolging ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 13 | De algemeen directeur-coördinator bezorgt een afschrift van de akte van opvolging aan de burgemeester van de gemeente waarvan hij algemeen directeur is. | ||
| 14 | §2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur-coördinator de akte van opvolging aan de voorzitter van de gemeenteraad. | ||
| 15 | De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van opvolging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in de eerste paragraaf. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de akte van opvolging ontvankelijk is, bezorgt de voorzitter de akte van opvolging aan de Vlaamse Regering. | ||
| 16 | De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming van de opvolgers bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van de titularis. |
| 1 | Vanaf de datum van de principiële beslissing tot samenvoeging kan elk van de samen te voegen gemeenten een vacature vervullen op een van de volgende manieren: | ||
| 2 | 1° door te putten uit een bestaande wervings- of bevorderingsreserve; | ||
| 3 | 2° door een aanwervingsprocedure; | ||
| 4 | 3° door een bevorderingsprocedure; | ||
| 5 | 4° door een procedure van interne personeelsmobiliteit; | ||
| 6 | 5° door een procedure van externe mobiliteit; | ||
| 7 | 6° door een samenvoegingsmobiliteit als vermeld in artikel 356/2; | ||
| 8 | 7° door een combinatie van de procedures, vermeld in punt 2°, 3° en 4°. | ||
| 9 | Als de samen te voegen gemeente geen wervings- of bevorderingsreserve heeft aangelegd, kan ze voor de toepassing van het eerste lid putten uit de wervings- of bevorderingsreserve van de andere samen te voegen gemeente of gemeenten en van de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn die werd aangelegd voor een vergelijkbare functie. |
| 1 | § 1. Vanaf de datum van de principiële beslissing tot samenvoeging kunnen de bevoegde organen van de samen te voegen gemeenten elk in hun eigen rechtspositieregeling een samenvoegingsmobiliteit vaststellen die betrekking heeft op de personeelsmobiliteit tussen de gemeenten die worden samengevoegd en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die worden samengevoegd. Die samenvoegingsmobiliteit geldt tussen de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn in kwestie. | ||
| 2 | § 2. De samenvoegingsmobiliteit kan op een van de volgende wijzen verwezenlijkt worden: | ||
| 3 | 1° door deelname van personeelsleden van een samen te voegen gemeente of van een samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan de procedure voor interne personeelsmobiliteit bij een andere samen te voegen gemeente; | ||
| 4 | 2° door deelname van personeelsleden van een samen te voegen gemeente of van een samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan de bevorderingsprocedure bij een andere samen te voegen gemeente. | ||
| 5 | § 3. Bij de toepassing van de samenvoegingsmobiliteit worden de personeelsleden van alle samen te voegen gemeenten en alle samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn in kwestie uitgenodigd om zich kandidaat te stellen voor de vacante betrekking bij de samen te voegen gemeente. | ||
| 6 | § 4. De volgende personeelsleden kunnen zich, ongeacht hun administratieve toestand, kandidaat stellen om deel te nemen aan een procedure van samenvoegingsmobiliteit: | ||
| 7 | 1° de vast aangestelde statutaire personeelsleden van de samen te voegen gemeenten en de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn in kwestie; | ||
| 8 | 2° de contractuele personeelsleden van de samen te voegen gemeenten en de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn in kwestie, die aan de voorwaarden voldoen en die bij de eigen overheid zijn aangeworven na een externe bekendmaking van de vacature en een gelijkwaardige selectieprocedure als de procedure die van toepassing is op vacatures in statutaire betrekkingen hebben doorlopen. | ||
| 9 | De samenvoegingsmobiliteit tussen de samen te voegen gemeenten en de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn is niet van toepassing op de betrekkingen van algemeen directeur, adjunct-algemeen directeur, financieel directeur en adjunct-financieel directeur. | ||
| 10 | § 5. De bevoegde organen van de samen te voegen gemeenten stellen de nadere procedure en modaliteiten vast voor de toepassing van de samenvoegingsmobiliteit. |
| 1 | Binnen zes maanden na de samenvoegingsdatum stelt de gemeenteraad van de nieuwe gemeente een nieuwe algemeen directeur aan onder de algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten die zich na een oproep kandidaat hebben gesteld. | 1 | Onverminderd artikel 167 stelt de gemeenteraad van de nieuwe gemeente een nieuwe algemeen directeur aan binnen zes maanden na de samenvoegingsdatum. |
| 2 | De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan voorwaarden voor het ambt van algemeen directeur vaststellen. | ||
| 3 | De algemeen directeur van de nieuwe gemeente wordt gekozen op basis van een systematische vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en, in voorkomend geval, van de toetsing aan de voorwaarden. | 2 | De algemeen directeur van de nieuwe gemeente wordt gekozen op basis van een systematische vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en, in voorkomend geval, van de toetsing aan de voorwaarden. |
| 4 | De gewezen algemeen directeur, die als algemeen directeur van de nieuwe gemeente wordt aangesteld, wordt met de verworven geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal overeenkomstig de reglementaire bepalingen ter zake. |
| 1 | De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan de titularissen van het ambt van algemeen directeur van de samengevoegde gemeenten oproepen om zich binnen dertig dagen kandidaat te stellen voor het ambt van algemeen directeur van de nieuwe gemeente. Na het verstrijken van de termijn stelt het college van burgemeester en schepenen van de nieuwe gemeente vast wie zich tijdig en ontvankelijk kandidaat heeft gesteld. | ||
| 2 | De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan voorwaarden voor het ambt van algemeen directeur vaststellen. | ||
| 3 | De gemeenteraad van de nieuwe gemeente stelt een nieuwe algemeen directeur aan met behoud van zijn dienstverband onder de algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten die zich na vermelde oproep kandidaat hebben gesteld. | ||
| 4 | De gewezen algemeen directeur, die als algemeen directeur van de nieuwe gemeente wordt aangesteld, wordt met de verworven geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal overeenkomstig de reglementaire bepalingen ter zake. |
| 1 | Als er na de oproepgeen kandidaten zijn voor het ambt van algemeen directeur of, in voorkomend geval, als geen enkele kandidaat aan de gestelde voorwaarden voldoet, vervult de gemeenteraad van de nieuwe gemeente het ambt van algemeen directeur van de nieuwe gemeente door aanwerving en/of bevordering. | 1 | Als er na de oproep, vermeld in artikel 358/1, geen kandidaten zijn voor het ambt van algemeen directeur of, in voorkomend geval, als geen enkele kandidaat aan de gestelde voorwaarden voldoet of als de gemeenteraad van de nieuwe gemeente geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 358/1, vult de gemeenteraad van de nieuwe gemeente het ambt in door aanwerving en/of bevordering. De gemeenteraad van de nieuwe gemeente stelt de voorwaarden vast voor het ambt van algemeen directeur en stelt de selectieprocedure vast. |
| 1 | Binnen zes maanden na de samenvoegingsdatum stelt de gemeenteraad van de nieuwe gemeente een nieuwe financieel directeur aan onder de financieel directeurs van de samengevoegde gemeenten die zich na een oproep kandidaat hebben gesteld. | 1 | Onverminderd artikel 167 stelt de gemeenteraad van de nieuwe gemeente een nieuwe financieel directeur aan binnen zes maanden na de samenvoegingsdatum. |
| 2 | De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan voorwaarden voor het ambt van financieel directeur vaststellen. | ||
| 3 | De nieuwe financieel directeur wordt gekozen op basis van een systematische vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en, in voorkomend geval, van de toetsing aan de voorwaarden. | 2 | De financieel directeur van de nieuwe gemeente wordt gekozen op basis van een systematische vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en, in voorkomend geval, van de toetsing aan de voorwaarden. |
| 4 | De gewezen financieel directeur van de gemeente, die als financieel directeur van de nieuwe gemeente wordt aangesteld, wordt met de verworven geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal overeenkomstig de reglementaire bepalingen ter zake. |
| 1 | De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan de titularissen van het ambt van financieel directeur van de samengevoegde gemeenten oproepen om zich binnen dertig dagen kandidaat te stellen voor het ambt van financieel directeur van de nieuwe gemeente. Na het verstrijken van de termijn stelt het college van burgemeester en schepenen van de nieuwe gemeente vast wie zich tijdig en ontvankelijk kandidaat heeft gesteld. | ||
| 2 | De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan voorwaarden voor het ambt van financieel directeur vaststellen. | ||
| 3 | De gemeenteraad van de nieuwe gemeente stelt een nieuwe financieel directeur aan met behoud van zijn dienstverband onder de financieel directeurs van de samengevoegde gemeenten die zich na vermelde oproep kandidaat hebben gesteld. | ||
| 4 | De gewezen financieel directeur, die als financieel directeur van de nieuwe gemeente wordt aangesteld, wordt met de verworven geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal overeenkomstig de reglementaire bepalingen ter zake. |
| 1 | Als er na de oproepgeen kandidaatstellingen zijn voor het ambt van financieel directeur of, in voorkomend geval, als geen enkele kandidaat aan de gestelde voorwaarden voldoet, vervult de gemeenteraad van de nieuwe gemeente het ambt van financieel directeur van de nieuwe gemeente door aanwerving en/of bevordering. | 1 | Als er na de oproep, vermeld in artikel 361/1, geen kandidaten zijn voor het ambt van financieel directeur of, in voorkomend geval, als geen enkele kandidaat aan de gestelde voorwaarden voldoet of als de gemeenteraad van de nieuwe gemeente geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 361/1, vult de gemeenteraad van de nieuwe gemeente het ambt in door aanwerving en/of bevordering. De gemeenteraad van de nieuwe gemeente stelt de voorwaarden vast voor het ambt van financieel directeur en stelt de selectieprocedure vast. |
| 1 | De bepalingen, vermeld in titel 4, zijn vanaf de samenvoegingsdatum van toepassing op de nieuwe gemeente . | 1 | De bepalingen, vermeld in titel 4, zijn vanaf de samenvoegingsdatum van toepassing op de nieuwe gemeente en het nieuwe OCMW. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid is artikel 254 niet van toepassing gedurende de eerste bestuursperiode. Voor het einde van het eerste kwartaal van de eerste bestuursperiode wordt een eenjarig meerjarenplan vastgesteld voor het eerste jaar van die bestuursperiode. Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld dat start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en afloopt op het einde van het jaar na het jaar van de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen. Elk van die meerjarenplannen bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting die conform artikel 255 zijn opgemaakt. | ||
| 3 | In afwijking van het eerste lid is artikel 265 niet van toepassing gedurende het eerste kwartaal van het eerste jaar van de eerste bestuursperiode. Tot de definitieve vaststelling van het eenjarige meerjarenplan en uiterlijk tot en met 31 maart van het eerste jaar van de eerste bestuursperiode mogen, door middel van voorlopige kredieten, verbintenissen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering worden aangegaan tot maximaal drie twaalfde van de som van de kredieten van het vorige boekjaar. | ||
| 2 | In afwijking van artikel 260, tweede lid, is de beleidsevaluatie in die jaarrekeningen van de samengevoegde gemeenten over het boekjaar dat voorafgaat aan dat van de samenvoegingsdatum facultatief . | 4 | In afwijking van artikel 260, tweede lid, is de beleidsevaluatie over het boekjaar dat voorafgaat aan dat van de samenvoegingsdatum facultatief in de jaarrekeningen van de samengevoegde gemeenten en OCMW's en in de jaarrekening van de autonome gemeentebedrijven van de samengevoegde gemeenten. |
| 3 | In afwijking van het eerste lid is artikel 265 niet van toepassing gedurende het eerste kwartaal van de eerste bestuursperiode. | ||
| 4 | In afwijking van het eerste lid kan de nieuwe gemeente ervoor kiezen om een eenjarig meerjarenplan vast te stellen voor het eerste jaar van die eerste bestuursperiode. Ze doet dat dan in het eerste kwartaal van de eerste bestuursperiode. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting, opgemaakt overeenkomstig artikel 255. |
| 1 | Alle reglementen over de gemeentelijke belastingen of retributies, goedgekeurd door de gemeenteraden van de samengevoegde gemeenten, behouden hun rechtskracht voor het grondgebied van de samengevoegde gemeenten waarvoor de respectieve reglementen zijn goedgekeurd, tot op de dag dat ze door de gemeenteraad van de nieuwe gemeente worden opgeheven. In elk geval worden die reglementen van rechtswege opgeheven een jaar na de samenvoegingsdatum. | 1 | §1. Alle reglementen over de gemeentelijke belastingen en retributies, goedgekeurd door de gemeenteraden van de samengevoegde gemeenten, behouden hun rechtskracht voor het grondgebied van de samengevoegde gemeenten waarvoor de respectieve reglementen zijn goedgekeurd, tot op de dag dat ze door de gemeenteraad van de nieuwe gemeente worden opgeheven. In elk geval worden die reglementen van rechtswege opgeheven een jaar na de samenvoegingsdatum. |
| 2 | Alle besluiten van de colleges van burgemeester en schepenen over retributies, goedgekeurd ter uitvoering van een delegatiebesluit van de gemeenteraden van de samengevoegde gemeenten, behouden hun rechtskracht voor het grondgebied van de samengevoegde gemeenten waarvoor de respectieve besluiten zijn goedgekeurd, tot op de dag dat ze door het college van burgemeester en schepenen van de nieuwe gemeente worden opgeheven. In elk geval worden die besluiten van rechtswege opgeheven een jaar na de samenvoegingsdatum. | 2 | Alle besluiten van de colleges van burgemeester en schepenen over retributies, goedgekeurd ter uitvoering van een delegatiebesluit van de gemeenteraden van de samengevoegde gemeenten, behouden hun rechtskracht voor het grondgebied van de samengevoegde gemeenten waarvoor de respectieve besluiten zijn goedgekeurd, tot op de dag dat ze door het college van burgemeester en schepenen van de nieuwe gemeente worden opgeheven. In elk geval worden die besluiten van rechtswege opgeheven een jaar na de samenvoegingsdatum. |
| 3 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 stelt de gemeenteraad nieuwe reglementen vast voor de heffing van aanvullende belastingen op het grondgebied conform de toepasselijke federale en Vlaamse regelgeving. |
| 1 | Artikel 356/1 is van toepassing op de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "de samen te voegen gemeenten" wordt gelezen als "de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn", "de samen te voegen gemeente" wordt gelezen als "het samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn", "de andere samen te voegen gemeenten" wordt gelezen als "de andere samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn" en "de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn" wordt gelezen als "de samen te voegen gemeenten". | ||
| 2 | Artikel 356/2 is, met uitzondering van paragraaf 4, tweede lid, van toepassing op de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat: | ||
| 3 | 1° in paragraaf 1 "de bevoegde organen van de samen te voegen gemeenten" wordt gelezen als "de bevoegde organen van de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn"; | ||
| 4 | 2° in paragraaf 2, 1° en 2°, "bij een andere samen te voegen gemeente" wordt gelezen als "bij een ander samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn"; | ||
| 5 | 3° in paragraaf 3 "bij de samen te voegen gemeente" wordt gelezen als "bij het samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn"; | ||
| 6 | 4° in paragraaf 4, derde lid, "De bevoegde organen van de samen te voegen gemeenten" wordt gelezen als "De bevoegde organen van de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn". |
| 1 | Artikel 368 is van toepassing op het nieuwe OCMW, met dien verstande dat in het eerste en het vierde lid "de nieuwe gemeente" wordt gelezen als "het nieuwe OCMW" en in het tweede lid "de samengevoegde gemeenten" wordt gelezen als "de samengevoegde OCMW's". |
| 1 | Een gewezen algemeen directeur of een gewezen financieel directeur van een samengevoegde gemeente, die niet als algemeen directeur respectievelijk financieel directeur van de nieuwe gemeente is aangesteld, wordt met behoud van zijn geldelijke anciënniteit aangesteld hetzij als adjunct-algemeen directeur respectievelijk adjunct-financieel directeur bij de gemeente, hetzij in een passende functie van niveau A in de nieuwe gemeente. | 1 | Een gewezen algemeen directeur of een gewezen financieel directeur van een samengevoegde gemeente, die niet als algemeen directeur respectievelijk financieel directeur van de nieuwe gemeente is aangesteld, wordt met behoud van zijn geldelijke anciënniteit aangesteld hetzij als adjunct-algemeen directeur respectievelijk adjunct-financieel directeur bij de gemeente, hetzij in een passende functie van niveau A in: |
| 2 | 1° de nieuwe gemeente; | ||
| 3 | 2° het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de nieuwe gemeente bedient; | ||
| 4 | 3° een verzelfstandigde entiteit van de nieuwe gemeente; | ||
| 5 | 4° een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de nieuwe gemeente bedient; | ||
| 6 | 5° een intergemeentelijk samenwerkingsverband zoals bedoeld in deel 3, titel 3, waarvan de nieuwe gemeente een deelnemende gemeente is. | ||
| 2 | De gewezen algemeen directeur of gewezen financieel directeur wordt ingeschaald in de salarisschaal die verbonden is aan de passende functie. Hij behoudt de salarisschaal die hij genoot als algemeen directeur of financieel directeur in zijn oorspronkelijke gemeente, zolang het salaris op basis daarvan gunstiger is dan het salaris dat hij zou genieten na de inschaling. | 7 | De gewezen algemeen directeur of gewezen financieel directeur wordt ingeschaald in de salarisschaal die verbonden is aan de passende functie. Hij behoudt de salarisschaal die hij genoot als algemeen directeur of financieel directeur in zijn oorspronkelijke gemeente, zolang het salaris op basis daarvan gunstiger is dan het salaris dat hij zou genieten na de inschaling. |
| 3 | De adjunct-financieel directeur staat de financieel directeur bij in de vervulling van zijn ambt, overeenkomstig het organisatiebeheersingssysteem, vermeld in artikel 217 tot en met 220. In afwijking van artikel 166 vervangt de adjunct-financieel directeur de financieel directeur als hij afwezig of verhinderd is. De gemeenteraad regelt die vervanging. | 8 | De adjunct-financieel directeur staat de financieel directeur bij in de vervulling van zijn ambt, overeenkomstig het organisatiebeheersingssysteem, vermeld in artikel 217 tot en met 220. In afwijking van artikel 166 vervangt de adjunct-financieel directeur de financieel directeur als hij afwezig of verhinderd is. De gemeenteraad regelt die vervanging. |
| 1 | § 1. Met behoud van de toepassing van titel 3 van dit deel, kunnen de gemeenten verenigingen, stichtingen en vennootschappen met sociaal oogmerk oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen als die verenigingen, stichtingen en vennootschappen met sociaal oogmerk niet belast worden met de verwezenlijking van welbepaalde taken van gemeentelijk belang. | 1 | § 1. Met behoud van de toepassing van titel 3 van dit deel, kunnen de gemeenten verenigingen, stichtingen en sociale ondernemingen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen als die verenigingen, stichtingen en sociale ondernemingen niet belast worden met de verwezenlijking van welbepaalde taken van gemeentelijk belang. |
| 2 | Onder dezelfde voorwaarden kunnen de gemeenten een andere vennootschap als vermeld in het Wetboek van Vennootschappen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen als die vennootschap uitsluitend de realisatie van lokale pps-projecten als vermeld in het decreet van 18 juli 20013 betreffende publiek-private samenwerking als doelstelling heeft. | 2 | Onder dezelfde voorwaarden kunnen de gemeenten een andere vennootschap als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen als die vennootschap uitsluitend de realisatie van lokale pps-projecten als vermeld in het decreet van 18 juli 2003 betreffende publiek-private samenwerking als doelstelling heeft. |
| 3 | § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 185 mag deze oprichting, deelname of vertegenwoordiging, vermeld in paragraaf 1, niet gepaard gaan met de overdracht van gemeentelijke infrastructuur, noch met de overdracht of terbeschikkingstelling van personeel. | 3 | § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 185 mag deze oprichting, deelname of vertegenwoordiging, vermeld in paragraaf 1, niet gepaard gaan met de overdracht van gemeentelijke infrastructuur, noch met de overdracht of terbeschikkingstelling van personeel. |
| 4 | § 3. Gemeenten mogen niet rechtstreeks of onrechtstreeks rechtspersonen die niet belast zijn met welbepaalde taken van gemeentelijk belang oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen, tenzij die rechtspersonen voldoen aan de voorschriften, vermeld in deze titel, of er voor die oprichting, deelname of vertegenwoordiging een andere decretale of wettelijke rechtsgrond bestaat. | 4 | § 3. Gemeenten mogen niet rechtstreeks of onrechtstreeks rechtspersonen die niet belast zijn met welbepaalde taken van gemeentelijk belang oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen, tenzij die rechtspersonen voldoen aan de voorschriften, vermeld in deze titel, of er voor die oprichting, deelname of vertegenwoordiging een andere decretale of wettelijke rechtsgrond bestaat. |
| 1 | § 1. Twee of meer gemeenten kunnen een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tot stand brengen om doelstellingen te verwezenlijken die behoren tot een of meer beleidsdomeinen. | 1 | § 1. Twee of meer gemeenten kunnen een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tot stand brengen om doelstellingen te verwezenlijken die behoren tot een of meer beleidsdomeinen. |
| 2 | Met behoud van de toepassing van andersluidende decretale bepalingen kunnen, naast gemeenten, aan het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid uitsluitend autonome gemeentebedrijven, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de publiekrechtelijke verenigingen ervan, andere samenwerkingsverbanden, gevormd krachtens deze titel, politiezones en hulpverleningszones deelnemen. | 2 | Met behoud van de toepassing van andersluidende decretale bepalingen kunnen, naast gemeenten, aan het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid uitsluitend autonome gemeentebedrijven, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de publiekrechtelijke verenigingen ervan, andere samenwerkingsverbanden, gevormd krachtens deze titel, politiezones en hulpverleningszones deelnemen. Daarnaast kan een Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking, opgericht in toepassing van het Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking, gedaan te `s-Gravenhage op 20 februari 2014 deelnemen aan het voormelde samenwerkingsverband, indien die deelname strekt tot het mogelijk maken van een publieke dienstverlening en de deelname in overeenstemming is met het voormelde verdrag. |
| 3 | De zetel van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is altijd gevestigd op het grondgebied van een deelnemende gemeente in een gebouw dat toebehoort aan het samenwerkingsverband zelf of aan een deelnemende gemeente. | 3 | De zetel van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is altijd gevestigd op het grondgebied van een deelnemende gemeente in een gebouw dat toebehoort aan het samenwerkingsverband zelf of aan een deelnemende gemeente. |
| 4 | § 2. Privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen in de volgende gevallen deelnemen aan een samenwerkingsverband als vermeld in paragraaf 1: | 4 | § 2. Privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen in de volgende gevallen deelnemen aan een samenwerkingsverband als vermeld in paragraaf 1: |
| 1 | Het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is een publiekrechtelijke rechtspersoon met een rechtsvorm waarvan de kenmerken vastgesteld zijn krachtens de bepalingen van deze titel. | 1 | Het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is een publiekrechtelijke rechtspersoon met een rechtsvorm waarvan de kenmerken vastgesteld zijn krachtens de bepalingen van deze titel. |
| 2 | Ongeacht de doelstellingen van het samenwerkingsverband hebben zijn verbintenissen geen handelskarakter. | ||
| 3 | Voor alles wat niet uitdrukkelijk geregeld is in deze titel zijn op het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing die gelden voor de vennootschapsvorm van de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. | 2 | Voor alles wat niet uitdrukkelijk geregeld is in deze titel zijn op het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van toepassing die gelden voor de vennootschapsvorm van de coöperatieve vennootschap. |
| 3 | De projectvereniging kan opeenvolgende keren verlengd worden voor een termijn die telkens niet langer mag zijn dan zes jaar, overeenkomstig de beslissingen die de deelnemende gemeenten ten gunste van de verlenging hebben genomen voor het verstrijken van de termijn. Bij gebrek aan instemming van alle betrokken gemeenten of bij het uitblijven van een of meer beslissingen wordt de projectvereniging ontbonden. De statuten bepalen de wijze van vereffening. | 3 | De projectvereniging kan opeenvolgende keren verlengd worden voor een termijn die telkens niet langer mag zijn dan zes jaar, overeenkomstig de beslissingen die de deelnemende gemeenten ten gunste van de verlenging hebben genomen voor het verstrijken van de termijn. Bij gebrek aan instemming van alle betrokken gemeenten of bij het uitblijven van een of meer beslissingen wordt de projectvereniging ontbonden. De statuten bepalen de wijze van vereffening. |
| 4 | Projectverenigingen kunnen niet worden opgericht in de loop van het jaar waarin verkiezingen voor een algehele vernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd. | 4 | Projectverenigingen kunnen niet worden opgericht in de loop van het jaar waarin verkiezingen voor een algehele vernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd. |
| 5 | In afwijking van het tweede lid kan een samengevoegde gemeente waarin dezelfde activiteit van gemeentelijk belang als vermeld in artikel 389 aan verschillende projectverenigingen is toevertrouwd, beslissen om die activiteit, voor haar gehele grondgebied, toe te vertrouwen aan een daarvan, op voorwaarde dat een gewone meerderheid van de andere deelnemende gemeenten daarmee instemt. De gemeente die uittreedt, vergoedt de schade die haar uittreding berokkent aan de projectvereniging en aan de andere vennoten. | 5 | In afwijking van het tweede lid kan een nieuwe gemeente als vermeld in artikel 343, 2°, waarin dezelfde activiteit van gemeentelijk belang als vermeld in artikel 389 aan verschillende projectverenigingen is toevertrouwd, beslissen om die activiteit, voor haar gehele grondgebied, toe te vertrouwen aan een daarvan, op voorwaarde dat een gewone meerderheid van de andere deelnemende gemeenten daarmee instemt. De gemeente die uittreedt, vergoedt de schade die haar uittreding berokkent aan de projectvereniging en aan de andere vennoten. |
| 6 | Een nieuwe gemeente kan onder de voorwaarden, vermeld in het vijfde lid, beslissen om uit te treden om de activiteiten voor haar hele grondgebied in eigen beheer te nemen. | ||
| 1 | Het is niet verplicht om een maatschappelijk kapitaal te vormen. | 1 | Het is niet verplicht om een maatschappelijk kapitaal te vormen. |
| 2 | Als dat wel statutair is vastgelegd, wordt het vast kapitaal bij de oprichting door de deelnemers volledig in speciën volgestort. | ||
| 3 | Het kapitaal wordt niet geïndexeerd en wordt vertegenwoordigd door aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald. | ||
| 4 | Immateriële inbrengen ter vertegenwoordiging van vermogensbestanddelen die niet naar economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd, en inbrengen in natura, worden gewaardeerd op grond van een verslag van de accountant en worden vertegenwoordigd door respectievelijk winstbewijzen en aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald. | 2 | Immateriële inbrengen ter vertegenwoordiging van vermogensbestanddelen die niet naar economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd, en inbrengen in natura, worden gewaardeerd op grond van een verslag van de accountant en worden vertegenwoordigd door respectievelijk winstbewijzen en aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald. |
| 5 | De deelnemers kunnen uitsluitend worden vergoed voor hun inbreng en zijn alleen aansprakelijk voor hun inbreng. | 3 | De deelnemers kunnen uitsluitend worden vergoed voor hun inbreng en zijn alleen aansprakelijk voor hun inbreng. |
| 1 | Tijdens de bij de oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging vastgestelde duur die, onder voorbehoud van artikel 424, niet meer mag bedragen dan achttien jaar, is geen uittreding mogelijk. | ||
| 1 | Tijdens de duur die bij de oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is vastgesteld en die, onder voorbehoud van artikel 424, niet meer mag bedragen dan achttien jaar, is een beslissing tot uittreding van een deelnemer alleen mogelijk als drie vierde van het aantal deelnemende gemeenten vóór de algemene vergadering waarop over de uittreding wordt beslist, daarmee instemt. Voor die beslissing is een drievierdemeerderheid van het aantal stemmen vereist van het geheel van de geldig uitgebrachte stemmen en van de geldig uitgebrachte stemmen van de vertegenwoordigde gemeenten. De deelnemer die uittreedt, vergoedt de schade die zijn uittreding berokkent aan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en aan de andere deelnemers. | ||
| 2 | Binnen de opdrachthoudende verenigingen die overeenkomstig artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, zijn aangewezen als distributienetbeheerder of die een opdracht hebben verkregen die een onderdeel vormt van het beheer van de waterketen zoals bedoeld in het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, is uittreding ten gevolge van een gebiedsuitwisseling evenwel mogelijk als de gemeente en de betrokken opdrachthoudende verenigingen daarmee instemmen en afspraken hebben over de modaliteiten voor de uitvoering ervan. | 2 | Binnen de opdrachthoudende verenigingen die overeenkomstig artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, zijn aangewezen als distributienetbeheerder of die een opdracht hebben verkregen die een onderdeel vormt van het beheer van de waterketen zoals bedoeld in het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, is uittreding ten gevolge van een gebiedsuitwisseling evenwel mogelijk als de gemeente en de betrokken opdrachthoudende verenigingen daarmee instemmen en afspraken hebben over de modaliteiten voor de uitvoering ervan. |
| 3 | Een deelnemer kan door de algemene vergadering worden uitgesloten op de wijze die is bepaald in de statuten wegens behoorlijk vastgestelde niet-naleving van de verbintenissen ten opzichte van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging. | 3 | Een deelnemer kan door de algemene vergadering worden uitgesloten op de wijze die is bepaald in de statuten wegens behoorlijk vastgestelde niet-naleving van de verbintenissen ten opzichte van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging. |
| 4 | In afwijking van het eerste lid kan een samengevoegde gemeente waarin dezelfde activiteit van gemeentelijk belang als vermeld in artikel 389 aan verschillende dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen is toevertrouwd, beslissen om die activiteit, voor haar gehele grondgebied, toe te vertrouwen aan één daarvan, op voorwaarde dat een gewone meerderheid van de andere deelnemende gemeenten daarmee instemt. De gemeente die uittreedt, vergoedt de schade die haar uittreding berokkent aan de dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen en aan de andere vennoten. | 4 | In afwijking van het eerste lid kan een nieuwe gemeente als vermeld in artikel 343, 2°, waarin dezelfde activiteit van gemeentelijk belang als vermeld in artikel 389 aan verschillende dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen is toevertrouwd, beslissen om die activiteit, voor haar gehele grondgebied, toe te vertrouwen aan één daarvan, op voorwaarde dat een gewone meerderheid van de andere deelnemende gemeenten daarmee instemt. De gemeente die uittreedt, vergoedt de schade die haar uittreding berokkent aan de dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen en aan de andere vennoten. |
| 5 | Een nieuwe gemeente kan onder de voorwaarden, vermeld in het vierde lid, beslissen om volledig of gedeeltelijk uit te treden om de activiteiten voor haar hele grondgebied in eigen beheer te nemen. |
| 4 | 3° de maatschappelijke zetel; | 4 | 3° de maatschappelijke zetel; |
| 5 | 4° de duur en de wijze van de verlenging; | 5 | 4° de duur en de wijze van de verlenging; |
| 6 | 5° de nauwkeurige aanduiding van de deelnemers, hun inbreng en hun verbintenissen en eventueel het vast kapitaal; | 6 | 5° de nauwkeurige aanduiding van de deelnemers, hun inbreng en hun verbintenissen; |
| 7 | 6° de samenstelling, de vergaderwijze en de bevoegdheden van alle organen van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging; | 7 | 6° de samenstelling, de vergaderwijze en de bevoegdheden van alle organen van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging; |
| 8 | 7° de wijze waarop de rekeningen zijn opgemaakt en het resultaat is verdeeld; | 8 | 7° de wijze waarop de rekeningen zijn opgemaakt en het resultaat is verdeeld; |
| 1 | Er zijn geen andere organen mogelijk dan deze vermeld in dit decreet. | 1 | Er zijn geen andere organen mogelijk dan deze vermeld in deze titel. |
| 2 | De leden van de regionale bestuurscomités, het algemeen comité en de adviescomités van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen worden, bij geheime stemming, benoemd door de algemene vergadering op voordracht van de deelnemers. Zij ontvangen geen vergoeding onder welke vorm dan ook voor hun prestaties in dat comité. | 2 | De leden van de regionale bestuurscomités, het algemeen comité en de adviescomités van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen worden, bij geheime stemming, benoemd door de algemene vergadering op voordracht van de deelnemers. Zij ontvangen geen vergoeding onder welke vorm dan ook voor hun prestaties in dat comité. |
| 3 | Als de deelnemende gemeenten kandidaat-leden van de regionale bestuurscomités voordragen die geen lid zijn van een gemeenteraad of van een districtsraad van een van de deelnemende gemeenten, maar van wie de deskundigheid over de statutair bepaalde doelstellingen manifest aantoonbaar is, wordt die voordracht uitdrukkelijk gemotiveerd. | 3 | Als de deelnemende gemeenten kandidaat-leden van de regionale bestuurscomités voordragen die geen lid zijn van een gemeenteraad of van een districtsraad van een van de deelnemende gemeenten, maar van wie de deskundigheid over de statutair bepaalde doelstellingen manifest aantoonbaar is, wordt die voordracht uitdrukkelijk gemotiveerd. |
| 1 | De leden van de raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en de vertrouwenspersonen die hen bijstaan conform artikel 16 en 155, kunnen per bijgewoonde vergadering een presentiegeld ontvangen. | ||
| 2 | Het presentiegeld voor het bijwonen van de raad van bestuur is ten hoogste gelijk aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een gemeenteraadslid voor een gemeenteraadszitting in een van de deelnemende gemeenten. Aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan de voormelde vertrouwenspersonen kan maximaal een dubbel presentiegeld worden toegekend. Bij een cumulatie van mandaten, waaraan een dubbel presentiegeld verbonden is in meerdere dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen, bepaalt het lid van de raad van bestuur in welke vereniging het dubbel presentiegeld wordt toegekend. In elk van de andere verenigingen ontvangt dit lid een enkel presentiegeld. De toekenning van een dubbel presentiegeld is slechts mogelijk nadat de betrokkene een verklaring op erewoord heeft ingediend waaruit blijkt dat hij geen dubbel presentiegeld geniet in een andere dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging. | ||
| 1 | De leden van de bestuursorganen van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, kunnen per bijgewoonde vergadering een presentiegeld ontvangen dat ten hoogste gelijk is aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een gemeenteraadslid voor een gemeenteraadszitting in een van de deelnemende gemeenten. De algemene vergadering bepaalt het presentiegeld en, binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering , de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend. | 3 | De algemene vergadering bepaalt het presentiegeld en, binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt, de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend. |
| 2 | Jaarlijks wordt een per mandataris geïndividualiseerd overzicht van de vergoedingen en presentiegelden die in het in het voorbije boekjaar zijn ontvangen, bij de documenten gevoegd die aan de deelnemende gemeenten worden bezorgd, overeenkomstig artikel 454. Dat overzicht bevat, in voorkomend geval, ook de vergoedingen en presentiegelden die werden ontvangen vanwege de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen waarin de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging rechtstreeks of onrechtstreeks deelneemt, overeenkomstig artikel 472. | 4 | Jaarlijks wordt een per mandataris geïndividualiseerd overzicht van de vergoedingen en presentiegelden die in het in het voorbije boekjaar zijn ontvangen, bij de documenten gevoegd die aan de deelnemende gemeenten worden bezorgd, overeenkomstig artikel 454. Dat overzicht bevat, in voorkomend geval, ook de vergoedingen en presentiegelden die werden ontvangen vanwege de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen waarin de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging rechtstreeks of onrechtstreeks deelneemt, overeenkomstig artikel 472. |
| 3 | De overzichten, vermeld in het tweede lid, worden ook bezorgd aan de toezichthoudende overheid, vermeld in artikel 461. | 5 | De overzichten, vermeld in het vierde lid, worden ook bezorgd aan de toezichthoudende overheid, vermeld in artikel 461. |
| 1 | Het vaste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal mag niet lager zijn dan het bedrag dat daarvoor voorgeschreven is voor de coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, en wordt voor een derde volgestort. | ||
| 2 | Het kapitaal wordt niet geïndexeerd en wordt vertegenwoordigd door aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald. | ||
| 1 | De dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen zien erop toe dat ze over een eigen vermogen beschikken dat, mede gelet op andere financieringsbronnen, toereikend is in het licht van hun bedrijvigheid. | ||
| 3 | Immateriële inbrengen ter vertegenwoordiging van vermogensbestanddelen die niet volgens economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd, en inbrengen in natura worden gewaardeerd op grond van een verslag van de revisor en worden vertegenwoordigd door respectievelijk winstbewijzen en aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald. | 2 | Immateriële inbrengen ter vertegenwoordiging van vermogensbestanddelen die niet volgens economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd, en inbrengen in natura worden gewaardeerd op grond van een verslag van de revisor en worden vertegenwoordigd door respectievelijk winstbewijzen en aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald. |
| 4 | De deelnemers kunnen uitsluitend worden vergoed voor hun inbreng en zijn alleen aansprakelijk voor hun inbreng. | 3 | De deelnemers kunnen uitsluitend worden vergoed voor hun inbreng en zijn alleen aansprakelijk voor hun inbreng. |
| 5 | Bij de statuten wordt een register gevoegd waarop iedere deelnemer is vermeld, met aanduiding van de aandelen en de winstbewijzen die aan hem zijn toegekend. | 4 | Bij de statuten wordt een register gevoegd waarop iedere deelnemer is vermeld, met aanduiding van de aandelen en de winstbewijzen die aan hem zijn toegekend. |
| 5 | Tenzij het in de statuten anders is bepaald, worden alle inbrengen bij aanvang volledig gestort. |
| 1 | De jaarrekeningen worden, binnen een termijn van dertig dagen nadat de algemene vergadering ze heeft vastgesteld, door de bestuurders neergelegd bij de Nationale Bank van België, met de vermelding dat ze nog onderworpen zijn aan het bestuurlijk toezicht. | 1 | De jaarrekeningen worden, binnen een termijn van dertig dagen nadat de algemene vergadering ze heeft vastgesteld, door de bestuurders neergelegd bij de Nationale Bank van België. |
| 2 | Binnen een termijn van dertig dagen wordt de Nationale Bank van België op de hoogte gebracht van het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | Als ten gevolge van geleden verlies het nettoactief van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging gedaald is tot minder dan de helft van het vaste gedeelte van het kapitaal, komt de algemene vergadering bijeen binnen een termijn van ten hoogste zestig dagen nadat het verlies is vastgesteld, om te beraadslagen en te beslissen over een saneringsplan dat de raad van bestuur heeft opgesteld. | ||
| 1 | Behoudens strengere bepalingen in de statuten roept de raad van bestuur, als het netto actief van de vereniging negatief dreigt te worden of is geworden, de algemene vergadering op om te vergaderen. Die vergadering heeft plaats binnen ten hoogste zestig dagen na de datum waarop de voormelde toestand is vastgesteld of had moeten worden vastgesteld krachtens de wettelijke of statutaire bepalingen. De algemene vergadering neemt een van de volgende beslissingen: | ||
| 2 | 1° de ontbinding van de vereniging; | ||
| 3 | 2° de invoering van de maatregelen om de continuïteit van de vereniging te vrijwaren, die in de agenda zijn aangekondigd. | ||
| 4 | Tenzij de raad van bestuur de ontbinding van de vereniging voorstelt, zet hij in een bijzonder plan uiteen welke maatregelen hij voorstelt om de continuïteit van de vereniging te vrijwaren. | ||
| 2 | De raad van bestuur verantwoordt zijn voorstellen in dat saneringsplan dat uiterlijk drie weken voor de algemene vergadering aan alle deelnemers en aan de toezichthoudende overheid wordt voorgelegd, samen met de oproepingsbrief en alle bijbehorende documenten waaruit de noodzaak van het saneringsplan blijkt. | 5 | De raad van bestuur verantwoordt zijn voorstellen in dat plan dat uiterlijk drie weken voor de algemene vergadering aan alle deelnemers en aan de toezichthoudende overheid wordt voorgelegd, samen met de oproepingsbrief en alle bijbehorende documenten waaruit de noodzaak van het plan blijkt. |
| 3 | De algemene vergadering beslist onder de voorwaarden, vermeld in artikel 427. Als het saneringsplan niet of in onvoldoende mate wordt aanvaard, kan artikel 470 worden toegepast. | 6 | De algemene vergadering beslist onder de voorwaarden, vermeld in artikel 427. Als het plan niet of in onvoldoende mate wordt aanvaard, kan artikel 470 worden toegepast. |
| 6 | 3° de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid. | 6 | 3° de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid. |
| 7 | Als de toezichthoudende overheid een besluit heeft vernietigd, wordt ook van die vernietiging melding gemaakt. | 7 | Als de toezichthoudende overheid een besluit heeft vernietigd, wordt ook van die vernietiging melding gemaakt. |
| 8 | Op dezelfde dag als de dag waarop de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging de lijst, vermeld in het eerste lid, bekendmaakt op haar webtoepassing, brengt de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan. | ||
| 1 | De voorzitter van de raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging maakt de volgende besluiten en de inhoud ervan bekend via de webtoepassing van de vereniging: | 1 | De voorzitter van de raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging maakt de volgende besluiten en de inhoud ervan bekend via de webtoepassing van de vereniging: |
| 2 | 1° de besluiten van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen betreffende de rechtspositieregeling van het personeel, vermeld in artikel 458; | 2 | 1° de besluiten van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen betreffende de rechtspositieregeling van het personeel, vermeld in artikel 458; |
| 3 | 2° de voorstellen van de raad van bestuur van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen in verband met het saneringsplan overeenkomstig artikel 457; | 3 | 2° de voorstellen van de raad van bestuur van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen in verband met het plan overeenkomstig artikel 457; |
| 4 | 3° de code van goed bestuur, na goedkeuring door de algemene vergadering van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen. | 4 | 3° de code van goed bestuur, na goedkeuring door de algemene vergadering van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen. |
| 5 | De bekendmaking, vermeld in het eerste lid, vindt plaats binnen tien dagen nadat het besluit genomen is. | 5 | De bekendmaking, vermeld in het eerste lid, vindt plaats binnen tien dagen nadat het besluit genomen is. |
| 6 | Met behoud van de bepalingen van dit decreet, kan de Vlaamse Regering bepalen welke andere besluiten en stukken bekendgemaakt moeten worden en voor alle besluiten en stukken hoe lang ze minimaal via de webtoepassing van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging raadpleegbaar moeten blijven. | 6 | Met behoud van de bepalingen van dit decreet, kan de Vlaamse Regering bepalen welke andere besluiten en stukken bekendgemaakt moeten worden en voor alle besluiten en stukken hoe lang ze minimaal via de webtoepassing van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging raadpleegbaar moeten blijven. |
| 7 | Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging brengt de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking . | 7 | Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging brengt de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan. |
| 3 | Tot de deelneming kan pas worden overgegaan nadat de beslissing van de algemene vergadering, vermeld in het tweede lid, is goedgekeurd overeenkomstig paragraaf 2. | 3 | Tot de deelneming kan pas worden overgegaan nadat de beslissing van de algemene vergadering, vermeld in het tweede lid, is goedgekeurd overeenkomstig paragraaf 2. |
| 4 | De deelneming is onderworpen aan de voorwaarde dat aan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging minstens een mandaat van bestuurder wordt toegekend. Voor dat mandaat komt uitsluitend een bestuurder die benoemd is op voordracht van de gemeenten, in aanmerking. | 4 | De deelneming is onderworpen aan de voorwaarde dat aan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging minstens een mandaat van bestuurder wordt toegekend. Voor dat mandaat komt uitsluitend een bestuurder die benoemd is op voordracht van de gemeenten, in aanmerking. |
| 5 | § 2. De beslissing van de algemene vergadering tot deelneming wordt samen met het verslag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, binnen dertig dagen naar de Vlaamse Regering verstuurd. De Vlaamse Regering keurt de beslissing al dan niet goed. | 5 | § 2. De beslissing van de algemene vergadering tot deelneming wordt samen met het verslag, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, binnen een termijn van dertig dagen na de dagtekening ervan aan de toezichthoudende overheid voorgelegd. De Vlaamse Regering keurt de beslissing al dan niet goed. |
| 6 | Als de Vlaamse Regering binnen een termijn van honderd dagen hierover geen besluit heeft verstuurd naar de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, wordt ze geacht de beslissing tot deelneming goed te keuren. | 6 | Als de Vlaamse Regering binnen een termijn van negentig dagen hierover geen besluit heeft verstuurd naar de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, wordt ze geacht de beslissing tot deelneming goed te keuren. De voormelde termijn gaat in op de dag na de verzending, vermeld in het eerste lid. |
| 7 | § 3. De vertegenwoordigers van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging brengen verslag uit in hun raad van bestuur. | 7 | § 3. De vertegenwoordigers van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging brengen verslag uit in hun raad van bestuur. |
| 8 | De eventuele vergoedingen komen toe aan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging. Een uitzondering daarop vormen de presentiegelden die aan de bestuurder die door of namens een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is benoemd in die rechtspersonen worden toegekend. | 8 | De eventuele vergoedingen komen toe aan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging. Een uitzondering daarop vormen de presentiegelden die aan de bestuurder die door of namens een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is benoemd in die rechtspersonen worden toegekend. |
| 1 | § 1. Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan een samenwerkingsverband oprichten met een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met andere openbare besturen of met andere rechtspersonen dan rechtspersonen die winstoogmerk hebben. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan ook toetreden tot die samenwerkingsverbanden. | 1 | § 1. Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan een samenwerkingsverband oprichten met een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met andere openbare besturen, met andere rechtspersonen die zonder winstoogmerk een belangeloos doel nastreven of met rechtspersonen die erkend zijn als een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan ook toetreden tot die samenwerkingsverbanden. |
| 2 | De samenwerkingsverbanden, vermeld in het eerste lid, zijn verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn. | 2 | De samenwerkingsverbanden, vermeld in het eerste lid, zijn verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn. |
| 3 | Er bestaan vijf vormen van verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn, namelijk: | 3 | Er bestaan vijf vormen van verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn, namelijk: |
| 7 | 4° de vereniging voor sociale dienstverlening of de vennootschap voor sociale dienstverlening; | 7 | 4° de vereniging voor sociale dienstverlening of de vennootschap voor sociale dienstverlening; |
| 8 | 5° de woonzorgvereniging of de woonzorgvennootschap. | 8 | 5° de woonzorgvereniging of de woonzorgvennootschap. |
| 9 | § 2. De leden van de raad van bestuur en de algemene vergadering van de welzijnsverenigingen en de autonome verzorgingsinstellingen kunnen per bijgewoonde vergadering een presentiegeld ontvangen dat ten hoogste gelijk is aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een lid van de raad voor maatschappelijk welzijn voor een zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van een deelnemend openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. | 9 | § 2. De leden van de raad van bestuur en de algemene vergadering van de welzijnsverenigingen en de autonome verzorgingsinstellingen en de vertrouwenspersonen die hen bijstaan conform artikel 16 en artikel 155 kunnen per bijgewoonde vergadering een presentiegeld ontvangen dat ten hoogste gelijk is aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een lid van de raad voor maatschappelijk welzijn voor een zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van een deelnemend openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. Aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan de voormelde vertrouwenspersonen kan maximaal een dubbel presentiegeld worden toegekend. Bij een cumulatie van mandaten, waaraan een dubbel presentiegeld verbonden is in meerdere welzijnsverenigingen of autonome verzorgingsinstellingen, bepaalt het lid van de raad van bestuur in welke vereniging het dubbel presentiegeld wordt toegekend. In elk van de andere verenigingen ontvangt dit lid een enkel presentiegeld. De toekenning van een dubbel presentiegeld is slechts mogelijk nadat de betrokkene een verklaring op erewoord heeft ingediend waaruit blijkt dat hij geen dubbel presentiegeld geniet in een andere welzijnsvereniging of autonome verzorgingsinstelling. |
| 10 | De algemene vergadering bepaalt het presentiegeld en, binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering, de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de welzijnsverenigingen en de autonome verzorgingsinstellingen kunnen worden toegekend. | 10 | De algemene vergadering bepaalt het presentiegeld en, binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering, de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de welzijnsverenigingen en de autonome verzorgingsinstellingen kunnen worden toegekend. |
| 11 | De leden van eventuele andere statutair opgerichte organen van de welzijnsverenigingen en de autonome verzorgingsinstellingen ontvangen geen vergoeding onder welke vorm dan ook voor hun prestaties in die organen. | 11 | De leden van eventuele andere statutair opgerichte organen van de welzijnsverenigingen en de autonome verzorgingsinstellingen ontvangen geen vergoeding onder welke vorm dan ook voor hun prestaties in die organen. |
| 12 | De beperking van de presentiegelden en vergoedingen, vermeld in het eerste lid, en het verbod op vergoedingen, vermeld in het derde lid, zijn ook van toepassing op de vertegenwoordigers van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of de gemeenten in de bestuursorganen van de ziekenhuisverenigingen, de verenigingen voor sociale dienstverlening, de vennootschappen voor sociale dienstverlening, de woonzorgverenigingen en de woonzorgvennootschappen. | 12 | De beperking van de presentiegelden en vergoedingen, vermeld in het tweede lid, en het verbod op vergoedingen, vermeld in het derde lid, zijn ook van toepassing op de vertegenwoordigers van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of de gemeenten in de bestuursorganen van de ziekenhuisverenigingen, de verenigingen voor sociale dienstverlening, de vennootschappen voor sociale dienstverlening, de woonzorgverenigingen en de woonzorgvennootschappen. |
| 13 | § 3. Indien alle leden van een welzijnsvereniging of alle deelgenoten van een autonome verzorgingsinstelling openbare rechtspersonen zijn, bedraagt het aantal leden van de raad van bestuur van deze samenwerkingsverbanden maximaal vijftien. | 13 | § 3. Indien alle leden van een welzijnsvereniging of alle deelgenoten van een autonome verzorgingsinstelling openbare rechtspersonen zijn, bedraagt het aantal leden van de raad van bestuur van deze samenwerkingsverbanden maximaal vijftien. |
| 14 | Maximaal twee derden van de leden is van hetzelfde geslacht. | 14 | Maximaal twee derden van de leden is van hetzelfde geslacht. |
| 15 | § 4. De welzijnsvereniging als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°, en de autonome verzorgingsinstelling als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 2°, die een ziekenhuis uitbaten evenals de ziekenhuisvereniging als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 3°, zijn in het kader van of ter ondersteuning van hun wettelijke opdrachten, met instemming van hun leden, gerechtigd lid te worden van een andere vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn of van rechtspersonen andere dan die welke winstoogmerk hebben. Met behoud van andersluidende decretale of wettelijke bepalingen kan dit gepaard gaan met de overdracht of terbeschikkingstelling van infrastructuur en van personeel. | 15 | § 4. De autonome verzorgingsinstelling, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 2°, die een ziekenhuis uitbaat en de ziekenhuisvereniging als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 3°, zijn in het kader van of ter ondersteuning van hun wettelijke opdrachten, met instemming van hun leden, gerechtigd lid te worden van een andere vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn of van rechtspersonen andere dan die welke winstoogmerk hebben. Met behoud van andersluidende decretale of wettelijke bepalingen kan dit gepaard gaan met de overdracht of terbeschikkingstelling van infrastructuur en van personeel. |
| 16 | § 5. Voor de beslissingen die overeenkomstig deze titel aan de goedkeuring van de toezichthoudende overheid onderworpen zijn, geldt dat de toezichthoudende overheid geacht wordt een goedkeuring te hebben verleend als er uiterlijk op de laatste dag van de termijn, bepaald bij dit decreet, geen beslissing is verstuurd. | 16 | § 5. Voor de beslissingen die overeenkomstig deze titel aan de goedkeuring van de toezichthoudende overheid onderworpen zijn, geldt dat de toezichthoudende overheid geacht wordt een goedkeuring te hebben verleend als er uiterlijk op de laatste dag van de termijn, bepaald bij dit decreet, geen beslissing is verstuurd. |
| 1 | Elke beslissing tot wijziging van de statuten, tot verlenging van de duur van de welzijnsvereniging of tot vrijwillige ontbinding ervan, is onderworpen aan het goedkeuringstoezicht, vermeld in artikel 476. | 1 | Elke beslissing van de vereniging tot wijziging van de statuten, tot verlenging van de duur van de welzijnsvereniging of tot vrijwillige ontbinding ervan, is onderworpen aan het goedkeuringstoezicht, vermeld in artikel 476. |
| 2 | Die beslissingen, alsook de beslissing tot de toelating van deelgenoten, kunnen alleen genomen worden als alle deelgenoten daarmee vooraf instemmen. Bij een statutenwijziging is die instemming alleen vereist voor wijzigingen die een verzwaring van de verplichtingen of de vermindering van de rechten van de deelgenoten teweegbrengen. | 2 | Die beslissingen, alsook de beslissing tot de toelating van deelgenoten, kunnen alleen genomen worden als alle deelgenoten daarmee vooraf instemmen. Bij een statutenwijziging is die instemming alleen vereist voor wijzigingen die een verzwaring van de verplichtingen of een vermindering van de rechten van de deelgenoten teweegbrengen. |
| 1 | § 1. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn zijn in de organen van de welzijnsvereniging vertegenwoordigd door leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. | 1 | § 1. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn zijn in de organen van de welzijnsvereniging vertegenwoordigd door leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. |
| 2 | De leden, vermeld in het eerste lid, worden door de raad voor maatschappelijk welzijn aangewezen bij geheime stemming en in één enkele stemronde. Elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn beschikt daarbij over één stem. Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat in jaren verkozen. | 2 | De leden, vermeld in het eerste lid, worden door de raad voor maatschappelijk welzijn aangewezen bij geheime stemming en in één enkele stemronde. Elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn beschikt daarbij over één stem. Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat in jaren verkozen. |
| 3 | Als het mandaat van afgevaardigde in de bestuursorganen een einde neemt of bij een verhindering kunnen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst die het betreffende lid heeft voorgedragen, samen een kandidaat-lid aanwijzen, behalve als de vertegenwoordiger in de bestuursorganen van de vereniging was verkozen als jongste in jaren bij staking van stemmen. | 3 | Het mandaat van de vertegenwoordigende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn eindigt van rechtswege op de eerste algemene vergadering die plaatsvindt nadat de raden voor maatschappelijk welzijn van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die lid zijn van de vereniging, conform artikel 68, § 1, geïnstalleerd zijn. Als het mandaat van afgevaardigde in de bestuursorganen een einde neemt of bij een verhindering kunnen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst van de betrokken vertegenwoordiger, samen een vertegenwoordiger aanwijzen, behalve als de vertegenwoordiger in de bestuursorganen van de vereniging was verkozen als jongste in jaren bij staking van stemmen. |
| 4 | Als de vervanging, vermeld in het derde lid, niet kan plaatsvinden of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, wordt in de vervanging voorzien, overeenkomstig het tweede lid. | 4 | Als de vervanging, vermeld in het derde lid, niet kan plaatsvinden of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, wordt in de vervanging voorzien, overeenkomstig het tweede lid. |
| 5 | § 2. De algemene vergadering kan onafhankelijke bestuurders aanstellen als stemgerechtigde leden van de raad van bestuur. | 5 | § 2. De algemene vergadering kan onafhankelijke bestuurders aanstellen als stemgerechtigde leden van de raad van bestuur. |
| 10 | - onafhankelijkheid ten aanzien van de deelgenoten en het dagelijks bestuur van de welzijnsvereniging. | 10 | - onafhankelijkheid ten aanzien van de deelgenoten en het dagelijks bestuur van de welzijnsvereniging. |
| 11 | In geval van ernstige redenen kunnen de onafhankelijke bestuurders te allen tijde worden ontslagen door de algemene vergadering, op voordracht van de raad van bestuur. | 11 | In geval van ernstige redenen kunnen de onafhankelijke bestuurders te allen tijde worden ontslagen door de algemene vergadering, op voordracht van de raad van bestuur. |
| 12 | § 3. De raad van bestuur van de welzijnsverenging kan zich laten bijstaan door deskundigen die na gezamenlijk overleg worden voorgedragen door de raad van bestuur. De algemene vergadering benoemt deze deskundigen, die met raadgevende stem zetelen in de raad van bestuur. | 12 | § 3. De raad van bestuur van de welzijnsvereniging kan zich laten bijstaan door deskundigen die na gezamenlijk overleg worden voorgedragen door de raad van bestuur. De algemene vergadering benoemt deze deskundigen, die met raadgevende stem zetelen in de raad van bestuur. |
| 13 | § 4. Het huishoudelijk reglement van het bevoegde orgaan van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bepaalt op welke wijze het de beslissingen van de welzijnsvereniging bespreekt. | 13 | § 4. Het huishoudelijk reglement van het bevoegde orgaan van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bepaalt op welke wijze het de beslissingen van de welzijnsvereniging bespreekt. |
| 3 | Er kan niet afgeweken worden van de tuchtregeling, vermeld in deel 2, titel 2, hoofdstuk 4, afdeling 6. | 3 | Er kan niet afgeweken worden van de tuchtregeling, vermeld in deel 2, titel 2, hoofdstuk 4, afdeling 6. |
| 4 | Behalve in geval van gemotiveerde afwijking, kan aan geen enkel personeelslid van de welzijnsvereniging een jaarsalaris worden toegekend dat gelijk is aan of hoger is dan het jaarsalaris van de algemeen directeur van de gemeente met het hoogste aantal inwoners van de gemeenten die bediend worden door de deelnemende openbare centra voor maatschappelijk welzijn. | 4 | Behalve in geval van gemotiveerde afwijking, kan aan geen enkel personeelslid van de welzijnsvereniging een jaarsalaris worden toegekend dat gelijk is aan of hoger is dan het jaarsalaris van de algemeen directeur van de gemeente met het hoogste aantal inwoners van de gemeenten die bediend worden door de deelnemende openbare centra voor maatschappelijk welzijn. |
| 5 | § 2. Personeelsleden van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en personeelsleden van een welzijnsvereniging of van een autonome verzorgingsinstelling als vermeld in titel 4, hoofdstuk 2 en 3, die deelgenoot zijn van een vereniging als vermeld in titel 4, hoofdstuk 2 of 3, kunnen door die vereniging overgenomen worden. | 5 | § 2. Personeelsleden van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een gemeente en personeelsleden van een welzijnsvereniging of van een autonome verzorgingsinstelling als vermeld in titel 4, hoofdstuk 2 en 3, die deelgenoot zijn van een vereniging als vermeld in titel 4, hoofdstuk 2 of 3, kunnen door die vereniging overgenomen worden. |
| 6 | Ongeacht de regels die van toepassing zijn bij bevorderingen, worden die personeelsleden met hun graad of met een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid overgeplaatst. Ze behouden de bezoldiging en de geldelijke anciënniteit die zij hadden of verkregen zouden hebben op grond van de rechtspositieregeling die van toepassing is op het ogenblik van de overname als ze in hun dienst van herkomst het ambt dat ze bij hun overplaatsing bekleedden, verder hadden uitgeoefend. | 6 | Ongeacht de regels die van toepassing zijn bij bevorderingen, worden die personeelsleden met hun graad of met een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid overgeplaatst. Ze behouden de bezoldiging en de geldelijke anciënniteit die zij hadden of verkregen zouden hebben op grond van de rechtspositieregeling die van toepassing is op het ogenblik van de overname als ze in hun dienst van herkomst het ambt dat ze bij hun overplaatsing bekleedden, verder hadden uitgeoefend. |
| 7 | De Vlaamse Regering kan de algemene regels tot vaststelling van de administratieve anciënniteit van die personeelsleden bepalen. | 7 | De Vlaamse Regering kan de algemene regels tot vaststelling van de administratieve anciënniteit van die personeelsleden bepalen. |
| 8 | Op verzoek van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, van de welzijnsvereniging of van het betrokken personeelslid doet de provinciegouverneur die krachtens artikel 485 bevoegd is, uitspraak over elke betwisting betreffende de toepassing van deze paragraaf. | 8 | Op verzoek van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, van de welzijnsvereniging of van het betrokken personeelslid doet de provinciegouverneur die krachtens artikel 485 bevoegd is, uitspraak over elke betwisting betreffende de toepassing van deze paragraaf. |
| 9 | § 3. De personeelsleden van een welzijnsvereniging kunnen door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat deelgenoot is van die welzijnsvereniging als vermeld in dit hoofdstuk overgenomen worden. | 9 | § 3. Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een gemeente die deelgenoot is van een welzijnsvereniging als vermeld in dit hoofdstuk, kan de personeelsleden van die welzijnsvereniging overnemen. |
| 10 | Bij de overname van personeel dat in dienst is van een deelgenoot van de privésector, kan bedongen worden dat het personeel in dezelfde toestand behouden blijft wat betreft bezoldiging, anciënniteit, sociale zekerheid en verworven rechten. | 10 | Bij de overname van personeel dat in dienst is van een deelgenoot van de privésector, kan bedongen worden dat het personeel in dezelfde toestand behouden blijft wat betreft bezoldiging, anciënniteit, sociale zekerheid en verworven rechten. |
| 11 | De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden van overname van dit personeel en, in voorkomend geval, de modaliteiten van een eventuele regularisatie in statutair dienstverband, bepalen. | 11 | De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden van overname van dit personeel en, in voorkomend geval, de modaliteiten van een eventuele regularisatie in statutair dienstverband, bepalen. |
| 1 | De bepalingen van deel 2, titel 4, zijn van toepassing op de welzijnsverenigingen, met uitzondering van hoofdstuk 3 en artikel 249, § 2 en § 3 , artikel 256, 260, derde lid, artikel 262, § 1, tweede lid, artikel 263 en artikel 264, tweede lid, met dien verstande dat de volgende woorden worden gelezen als volgt: | 1 | Artikel 221 tot en met 223 en de bepalingen van deel 2, titel 4, zijn van toepassing op de welzijnsverenigingen, met uitzondering van artikel 249, § 2, § 3 en § 4, artikel 256, artikel 260, derde lid, artikel 262, § 1, tweede lid, artikel 263, artikel 264, tweede lid, en hoofdstuk 3 en 4, met dien verstande dat de volgende woorden worden gelezen als volgt: |
| 2 | 1° "gemeente" als "welzijnsvereniging"; | 2 | 1° "gemeente" als "welzijnsvereniging"; |
| 3 | 2° "gemeente en openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "welzijnsvereniging"; | 3 | 2° "gemeente en openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "welzijnsvereniging"; |
| 1 | § 1. De boekhouding wordt gevoerd onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de raad van bestuur. | 1 | § 1. De boekhouding wordt gevoerd onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de raad van bestuur. |
| 2 | De raad van bestuur stelt het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast en legt ze ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering van de welzijnsvereniging. De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor dat boekjaar. | 2 | De raad van bestuur stelt het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast en legt ze ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering van de welzijnsvereniging. De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor dat boekjaar. |
| 3 | De raad van bestuur stemt telkens over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan en over de hele jaarrekening. | ||
| 4 | In afwijking van het derde lid kan elk lid van de raad van bestuur de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de raad van bestuur pas over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan en over de hele jaarrekening stemmen na de afzonderlijke stemming. Als die afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van het meerjarenplan en de aanpassingen ervan of de jaarrekening gewijzigd moeten worden, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot de volgende vergadering van de raad van bestuur. | ||
| 3 | § 2. De algemene vergadering van de welzijnsvereniging spreekt zich uit over de vaststelling van de jaarrekening voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft. | 5 | § 2. De algemene vergadering van de welzijnsvereniging spreekt zich uit over de vaststelling van de jaarrekening voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft. |
| 4 | Een afschrift van de vastgestelde jaarrekening wordt binnen twintig dagen bezorgd aan de betrokken openbare centra voor maatschappelijk welzijn. | 6 | Een afschrift van de vastgestelde jaarrekening wordt binnen twintig dagen bezorgd aan de betrokken openbare centra voor maatschappelijk welzijn. |
| 1 | De bepalingen van hoofdstuk 2 van deze titel zijn van toepassing op de autonome verzorgingsinstelling, met uitzondering van artikel 485, tweede lid, voor de beleidsrapporten, en artikel 485, derde lid, artikel 489 en artikel 490, met dien verstande dat het woord "welzijnsvereniging" wordt gelezen als "autonome verzorgingsinstelling". | 1 | De bepalingen van dit decreet met betrekking tot de welzijnsvereniging zijn van toepassing op de autonome verzorgingsinstelling, met uitzondering van artikel 286, § 2, 5°, artikel 485, derde lid, artikel 489 en artikel 490, met dien verstande dat het woord "welzijnsvereniging" wordt gelezen als "autonome verzorgingsinstelling". |
| 1 | Om een ziekenhuis of ziekenhuisgebonden activiteiten geheel of gedeeltelijk te exploiteren, kan een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een vereniging zonder winstoogmerk als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, oprichten, al dan niet met een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gemeenten, of verenigingen, opgericht overeenkomstig hoofdstuk 2 of 3 van deze titel, of andere openbare besturen, samen met een of meer andere rechtspersonen dan rechtspersonen die een winstoogmerk hebben. | 1 | Om een ziekenhuis of ziekenhuisgebonden activiteiten geheel of gedeeltelijk te exploiteren, kan een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een vzw als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen oprichten, al dan niet met een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gemeenten, of verenigingen, opgericht overeenkomstig hoofdstuk 2 of 3 van deze titel, of andere openbare besturen, samen met een of meer andere rechtspersonen die zonder winstoogmerk een belangeloos doel nastreven of met rechtspersonen erkend als een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. |
| 2 | De oprichting van de vereniging om een ziekenhuis geheel te exploiteren, vermeld in het eerste lid, is alleen mogelijk als voldaan wordt aan een van de volgende voorwaarden: | 2 | De oprichting van de vereniging om een ziekenhuis geheel te exploiteren, vermeld in het eerste lid, is alleen mogelijk als voldaan wordt aan een van de volgende voorwaarden: |
| 3 | 1° het ziekenhuis dat uitgebaat wordt door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, voldoet niet meer aan de voorwaarden die gesteld zijn om erkend te kunnen blijven als ziekenhuis; | 3 | 1° het ziekenhuis dat uitgebaat wordt door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, voldoet niet meer aan de voorwaarden die gesteld zijn om erkend te kunnen blijven als ziekenhuis; |
| 7 | 2° een voldoende schaalgrootte te bereiken om de vereiste ervaring en deskundigheid te garanderen binnen een bedrijfseconomisch efficiënte omgeving en met een optimale inzet van personele middelen en van deskundig beheer; | 7 | 2° een voldoende schaalgrootte te bereiken om de vereiste ervaring en deskundigheid te garanderen binnen een bedrijfseconomisch efficiënte omgeving en met een optimale inzet van personele middelen en van deskundig beheer; |
| 8 | 3° een multidisciplinaire aanpak mogelijk te maken die aansluit bij de intensifiëring van de zorgverlening en inzonderheid het toenemende technologische karakter ervan. | 8 | 3° een multidisciplinaire aanpak mogelijk te maken die aansluit bij de intensifiëring van de zorgverlening en inzonderheid het toenemende technologische karakter ervan. |
| 9 | Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan om exploitatie van ziekenhuisdiensten of ziekenhuisgebonden activiteiten te exploiteren ook beslissen om lid te worden van een vereniging als vermeld in het eerste lid. In dat geval moet voldaan worden aan de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 502, § 1, eerste lid, artikel 503, 2° tot en met 11°, artikel 504, § 1, artikel 505 en 506. De statuten van de vereniging vermelden dat ze aan iedereen die zich aanmeldt, de haar opgedragen dienstverlening verstrekt met respect voor zijn ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging en ongeacht de inkomens-, verzekerbaarheids- of vermogenstoestand van de betrokkene, ofwel alleen goederen of diensten levert aan de deelgenoten. In dat geval wordt in artikel 503, 7°, "het ingebrachte ziekenhuis" gelezen als "de ziekenhuisdienst in kwestie of de ziekenhuisgebonden activiteit". | 9 | Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan voor de exploitatie van ziekenhuisdiensten of van ziekenhuisgebonden activiteiten ook beslissen om lid te worden van een vereniging als vermeld in het eerste lid. In dat geval moet voldaan worden aan de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 502, § 1, eerste lid, artikel 503, 2° tot en met 11°, artikel 504, § 1, artikel 505 en 506. De statuten van de vereniging vermelden dat ze aan iedereen die zich aanmeldt, de haar opgedragen dienstverlening verstrekt met respect voor zijn ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging en ongeacht de inkomens-, verzekerbaarheids- of vermogenstoestand van de betrokkene, ofwel alleen goederen of diensten levert aan de deelgenoten. In dat geval wordt in artikel 503, 7°, "het ingebrachte ziekenhuis" gelezen als "de ziekenhuisdienst in kwestie of de ziekenhuisgebonden activiteit". |
| 1 | Met behoud van de toepassing van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, vermelden de statuten: | 1 | Met behoud van de toepassing van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, vermelden de statuten: |
| 2 | 1° dat de vereniging tot doel heeft een ziekenhuis of een deel van een ziekenhuis te exploiteren of tot die exploitatie bij te dragen, waarin eenieder die zich aanmeldt, de nodige kwaliteitsverzorging tegen de beste kostprijs krijgt, met respect voor zijn ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging en ongeacht de inkomens-, verzekerbaarheids- of vermogenstoestand van de betrokkene; | 2 | 1° dat de vereniging tot doel heeft een ziekenhuis of een deel van een ziekenhuis te exploiteren of tot die exploitatie bij te dragen, waarin eenieder die zich aanmeldt, de nodige kwaliteitsverzorging tegen de beste kostprijs krijgt, met respect voor zijn ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging en ongeacht de inkomens-, verzekerbaarheids- of vermogenstoestand van de betrokkene; |
| 3 | 2° dat de vereniging wordt opgericht voor een periode die, behalve na een voorafgaande verlenging, niet langer mag zijn dan dertig jaar; | 3 | 2° dat de vereniging wordt opgericht voor een periode die, behalve na een voorafgaande verlenging, niet langer mag zijn dan dertig jaar; |
| 7 | 6° dat de personen die in de algemene vergadering zitting hebben of die als bestuurders zitting hebben in de raad van bestuur van de vereniging zonder winstoogmerk, geen persoonlijke, familiale of zakelijke belangen mogen hebben die ingaan tegen het belang van de vereniging zonder winstoogmerk; | 7 | 6° dat de personen die in de algemene vergadering zitting hebben of die als bestuurders zitting hebben in de raad van bestuur van de vereniging zonder winstoogmerk, geen persoonlijke, familiale of zakelijke belangen mogen hebben die ingaan tegen het belang van de vereniging zonder winstoogmerk; |
| 8 | 7° dat het stemmenaantal in de algemene vergadering en in de andere beheersorganen waarover elke deelgenoot beschikt, wordt bepaald in verhouding tot het aantal bedden of de omzet van het ingebrachte ziekenhuis in de vereniging en dat maximaal een derde van de door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan te wijzen stemgerechtigde bestuurders deskundigen kunnen zijn die geen lid zijn van de raad voor maatschappelijk welzijn. De verdeling van het stemmenaantal wordt in de statuten ingeschreven; | 8 | 7° dat het stemmenaantal in de algemene vergadering en in de andere beheersorganen waarover elke deelgenoot beschikt, wordt bepaald in verhouding tot het aantal bedden of de omzet van het ingebrachte ziekenhuis in de vereniging en dat maximaal een derde van de door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan te wijzen stemgerechtigde bestuurders deskundigen kunnen zijn die geen lid zijn van de raad voor maatschappelijk welzijn. De verdeling van het stemmenaantal wordt in de statuten ingeschreven; |
| 9 | 8° dat het mandaat van al de bestuurders beperkt is in duur en telkens van rechtswege eindigt op de eerste algemene vergadering van de vereniging die plaatsvindt nadat al de raden voor maatschappelijk welzijn van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die lid zijn van de vereniging, geïnstalleerd zijn; | 9 | 8° dat het mandaat van al de bestuurders beperkt is in duur en telkens van rechtswege eindigt op de eerste algemene vergadering van de vereniging die plaatsvindt nadat al de raden voor maatschappelijk welzijn van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die lid zijn van de vereniging, conform artikel 68, § 1, geïnstalleerd zijn; |
| 10 | 9° dat een mandaat van bestuurder altijd hernieuwbaar is; | 10 | 9° dat een mandaat van bestuurder altijd hernieuwbaar is; |
| 11 | 10° dat in geval van ontbinding van de vereniging of van ontslag van een of meer leden, de uittredende leden recht hebben op teruggave van wat er door elk van hen is ingebracht, in voorkomend geval in natura en in verhouding tot de inbreng; | 11 | 10° dat in geval van ontbinding van de vereniging of van ontslag van een of meer leden, de uittredende leden recht hebben op teruggave van wat er door elk van hen is ingebracht, in voorkomend geval in natura en in verhouding tot de inbreng; |
| 1 | § 1. Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan om sociale doeleinden te vervullen, met uitsluiting van de gehele of gedeeltelijke exploitatie van een ziekenhuis of van ziekenhuisgebonden activiteiten, lid worden van een vereniging zonder winstoogmerk als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen. | 1 | § 1. Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan om sociale doeleinden te vervullen, met uitsluiting van de gehele of gedeeltelijke exploitatie van een ziekenhuis of van ziekenhuisgebonden activiteiten, lid worden van een vzw als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. |
| 2 | Van die vereniging zijn minstens een of meer private rechtspersonen die geen winst nastreven , lid. Van de vereniging kunnen al dan niet een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gemeenten, verenigingen opgericht overeenkomstig hoofdstuk 2 of 3 van deze titel, of andere openbare besturen lid zijn. | 2 | Van die vereniging zijn minstens een of meer private rechtspersonen die zonder winstoogmerk een belangeloos doel nastreven of rechtspersonen erkend als een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, lid. Van de vereniging kunnen al dan niet een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gemeenten, verenigingen opgericht overeenkomstig hoofdstuk 2 of 3 van deze titel, of andere openbare besturen lid zijn. |
| 3 | Het lidmaatschap bij wijze van oprichting of toetreding van de vereniging, vermeld in het eerste lid, is alleen mogelijk als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: | 3 | Het lidmaatschap bij wijze van oprichting of toetreding van de vereniging, vermeld in het eerste lid, is alleen mogelijk als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: |
| 4 | 1° de rechtsvorm is een bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering opgelegde voorwaarde voor de gehele of gedeeltelijke erkenning, vergunning of subsidiëring. In dat geval kan afgeweken worden van de voorwaarde dat minstens een of meer private rechtspersonen lid moeten zijn; | 4 | 1° de rechtsvorm is een bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering opgelegde voorwaarde voor de gehele of gedeeltelijke erkenning, vergunning of subsidiëring. In dat geval kan afgeweken worden van de voorwaarde dat minstens een of meer private rechtspersonen lid moeten zijn; |
| 1 | § 1. De statuten van de vereniging bepalen op welke wijze het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte wordt gebracht van de agenda en de beslissingen van de beheersorganen van de vereniging en van het jaar-verslag, de begroting en de rekeningen van de vereniging. De raad voor maatschappelijk welzijn regelt, overeenkomstig de statuten van de vereniging, de eventuele overname of terbeschikkingstelling van het personeel met behoud van bezoldiging en geldelijke anciënniteit. | 1 | § 1. De statuten van de vereniging bepalen op welke wijze het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte wordt gebracht van de agenda en de beslissingen van de bestuursorganen van de vereniging en van het jaarverslag, de begroting en de rekeningen van de vereniging. De raad voor maatschappelijk welzijn regelt, overeenkomstig de statuten van de vereniging, de eventuele overname of terbeschikkingstelling van het personeel met behoud van bezoldiging en geldelijke anciënniteit. |
| 2 | § 2. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan in de organen van de vereniging alleen vertegenwoordigd zijn door leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, die handelen volgens de instructies van de raad voor maatschappelijk welzijn door wie ze zijn aangewezen, en door deskundigen. | 2 | § 2. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan in de organen van de vereniging alleen vertegenwoordigd zijn door leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, die handelen volgens de instructies van de raad voor maatschappelijk welzijn door wie ze zijn aangewezen, en door deskundigen. |
| 3 | De raad voor maatschappelijk welzijn wijst de vertegenwoordigers aan en bepaalt in voorkomend geval de verhouding tussen de leden en de deskundigen, waarbij het aandeel van de deskundigen maximaal een derde kan zijn. De vertegenwoordigende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden door de raad voor maatschappelijk welzijn aangewezen overeenkomstig artikel 506. | 3 | De raad voor maatschappelijk welzijn wijst de vertegenwoordigers aan en bepaalt in voorkomend geval de verhouding tussen de leden en de deskundigen, waarbij het aandeel van de deskundigen maximaal een derde kan zijn. De vertegenwoordigende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden door de raad voor maatschappelijk welzijn aangewezen overeenkomstig artikel 506. |
| 1 | Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden, vermeld in artikel 508 tot en met 511, ook lid worden van een vennootschap met sociaal oogmerk. | 1 | Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden, vermeld in artikel 508 tot en met 511, ook toetreden tot een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. |
| 1 | Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan met betrekking tot woon- en zorgcentra, in afwijking van hoofdstuk 5 van deze titel, en met uitsluiting van de gehele of gedeeltelijke exploitatie van een ziekenhuis of van ziekenhuisgebonden activiteiten, lid worden van een vereniging zonder winstoogmerk als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen. | 1 | Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan met betrekking tot woon- en zorgcentra, in afwijking van hoofdstuk 5 van deze titel, en met uitsluiting van de gehele of gedeeltelijke exploitatie van een ziekenhuis of van ziekenhuisgebonden activiteiten, lid worden van een vzw als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. |
| 2 | Van een vereniging zonder winstoogmerk, als vermeld in het eerste lid, moeten minstens een of meer private rechtspersonen die geen winst nastreven , lid zijn. Van die vereniging kunnen al dan niet één of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gemeenten, verenigingen opgericht overeenkomstig deel 3, titel 4, hoofdstuk 2 of 3, andere openbare besturen of private rechtspersonen die geen winst nastreven, lid zijn. | 2 | Van een vzw zoals vermeld in het eerste lid, moeten minstens een of meer private rechtspersonen die zonder winstoogmerk een belangeloos doel nastreven of erkend zijn als een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, lid zijn. Van die vereniging kunnen daarnaast al dan niet een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gemeenten, verenigingen opgericht overeenkomstig deel 3, titel 4, hoofdstuk 2 of 3, of andere openbare besturen, lid zijn. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, zijn artikel 58, 59, 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, met uitzondering van het eerste lid, 2°, e), van toepassing op de gemeente Voeren. | ||
| 1 | Artikel 58, § 1, § 2 en § 3, eerste lid en tweede lid, eerste zin, artikel 59, 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, van dit decreet zijn van toepassing op de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966. | 2 | Artikel 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, met uitzondering van het eerste lid, 2°, e), zijn van toepassing op de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, met dien verstande dat het woord “aangeduid” wordt gelezen als “benoemd”, de zinsnede “artikel 58” wordt gelezen als “artikel 524/1” en de woorden “eedaflegging van de aangewezen-burgemeester tijdens de gemeenteraad” worden gelezen als “nieuwe benoeming”. |
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, door de Vlaamse Regering benoemd uit de verkozenen voor de gemeenteraad. De voormelde verkozenen kunnen daarvoor kandidaten voordragen voor wie een gedagtekende akte van voordracht van burgemeester die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid, wordt voorgelegd aan de provinciegouverneur. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van burgemeester vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van burgemeester wordt ingediend bij de algemeen directeur. | ||
| 2 | Een ontvankelijke akte van voordracht van burgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; | ||
| 4 | 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld; | ||
| 5 | 3° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen; | ||
| 6 | 4° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; | ||
| 7 | 5° ze is bezorgd aan de provinciegouverneur. | ||
| 8 | Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. | ||
| 9 | De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-burgemeester vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend als de einddatum van het mandaat is bereikt. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de burgemeester opvolgt, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende opvolger, vermeld in de akte van voordracht, vervroegd. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 62. Als de voor- dracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is conform het tweede lid. | ||
| 11 | De Vlaamse Regering kan altijd om een nieuwe voordracht verzoeken. | ||
| 12 | § 2. Een voorgedragen kandidaat-burgemeester als vermeld in paragraaf 1, die niet is benoemd, kan tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer opnieuw worden voorgedragen, tenzij op basis van nieuwe feiten of nieuwe gegevens. | ||
| 13 | § 3. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, vermeld in paragraaf 1, buiten de verkozenen voor de gemeenteraad worden benoemd uit de gemeenteraadskiezers die minstens vijfentwintig jaar oud zijn. | ||
| 14 | De burgemeester die buiten de raad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen en beschikt over een raadgevende stem in de gemeenteraad. |
| 1 | De burgemeester in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, wordt benoemd voor een periode van zes jaar, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 61, 62 en 524/1, § 1, vierde lid. | ||
| 2 | Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Behalve als de burgemeester wordt benoemd buiten de raad, geldt die eedaflegging ook als eedaflegging als gemeenteraadslid als vermeld in artikel 6. De burgemeester die de eed na twee oproepingen niet aflegt, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. | ||
| 3 | Na de gemeenteraadsverkiezingen blijft de aftredende burgemeester in functie tot de nieuwe burgemeester is geïnstalleerd. |
| 1 | Artikel 79, vierde lid, en artikel 62, zesde en zevende lid, van dit decreet zijn niet van toepassing op de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966. | 1 | Artikel 62, eerste lid, 2°, e), zesde lid en zevende lid van dit decreet zijn niet van toepassing op de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 17bis van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, is artikel 5van dit decreet van overeenkomstige toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn van de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966. | 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 17bis van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, is artikel 5, §1 en §2 van dit decreet van overeenkomstige toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn van de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966. |
| 1 | § 1. De verkozen leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn ten minste veertien dagen voor de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn vindt plaats binnen de eerste vijf werkdagen van januari. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de eerste werkdag van januari in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt in dat geval voor de goede orde ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn de nieuw verkozen leden van de raad voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte. | 1 | § 1. De verkozen leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn vindt plaats binnen de eerste vijf werkdagen van december. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de vijfde werkdag van december in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt in dat geval voor de goede orde de nieuw verkozen leden van de raad voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte. |
| 2 | Elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen, is een werkdag. | 2 | Elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen, is een werkdag. |
| 3 | Als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens toch geldig is verklaard, worden de nieuw verkozen raadsleden door de benoemde voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn of, als die nog niet benoemd is, door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is. | 3 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is met toepassing van artikel 18bis van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, maar op zijn vroegst op een van de eerste vijf werkdagen van december. De verkozen raadsleden worden door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering. |
| 4 | Als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing gehouden moet worden , worden de nieuw verkozen raadsleden door de benoemde voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn of, als die nog niet benoemd is, door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is. | 4 | Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is met toepassing van artikel 18bis van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. De verkozen raadsleden worden door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering. |
| 5 | § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 25bis, tweede lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wordt de installatievergadering voorgezeten door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. | 5 | § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 25bis, tweede lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wordt de installatievergadering voorgezeten door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. |
| 6 | § 3. De raad voor maatschappelijk welzijn onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. De verkozen leden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de voorzitter van de installatievergadering niet de benoemde voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn is, legt die de eed af in handen van het oudste lid van de raad voor maatschappelijk welzijn. | 6 | § 3. De raad voor maatschappelijk welzijn onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. De verkozen leden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de voorzitter van de installatievergadering niet de benoemde voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn is, legt die de eed af in handen van het oudste lid van de raad voor maatschappelijk welzijn. |
| 1 | De oproepingsbrief vermeldt de volgende gegevens : | 1 | De oproepingsbrief vermeldt de volgende gegevens : |
| 2 | 1° de dag waarop en het stemlokaal waarin de kiezer moet stemmen; | 2 | 1° de dag waarop en het stemlokaal waarin de kiezer kan stemmen; |
| 3 | 2° de te verkiezen mandatarissen; | 3 | 2° de te verkiezen mandatarissen; |
| 4 | 3° de uren van opening en sluiting van het stemlokaal; | 4 | 3° de uren van opening en sluiting van het stemlokaal; |
| 10 | 5° de kiezer die om redenen in verband met zijn geloofsovertuiging in de onmogelijkheid verkeert zich op het stembureau te melden. Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest dat is afgegeven door de religieuze overheid; | 10 | 5° de kiezer die om redenen in verband met zijn geloofsovertuiging in de onmogelijkheid verkeert zich op het stembureau te melden. Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest dat is afgegeven door de religieuze overheid; |
| 11 | 6° de student die zich, om studieredenen, in de onmogelijkheid bevindt zich in het stembureau te melden, op voorwaarde dat hij een attest voorlegt van de directie van de instelling waar hij studeert; | 11 | 6° de student die zich, om studieredenen, in de onmogelijkheid bevindt zich in het stembureau te melden, op voorwaarde dat hij een attest voorlegt van de directie van de instelling waar hij studeert; |
| 12 | 7° de kiezer die om andere redenen dan die vermeld in punt 1° tot en met 6°, de dag van de stemming niet in zijn woonplaats is wegens een tijdelijk verblijf in het buitenland, en zich bijgevolg in de onmogelijkheid bevindt zich in het stemlokaal te melden, voor zover de onmogelijkheid door de burgemeester van zijn woonplaats of zijn gemachtigde vastgesteld is, na voorlegging van de nodige bewijsstukken, of, ingeval de kiezer zich in de onmogelijkheid bevindt een dergelijk bewijsstuk voor te leggen, op grond van een verklaring op eer. De Vlaamse Regering bepaalt het model van de verklaring op erewoord dat de kiezer moet indienen en het model van attest dat door de burgemeester moet worden afgegeven. De aanvraag moet worden ingediend bij de burgemeester van de woonplaats uiterlijk op de dag voor de dag van de verkiezing. | 12 | 7° de kiezer die om andere redenen dan die vermeld in punt 1° tot en met 6°, de dag van de stemming niet in zijn woonplaats is wegens een tijdelijk verblijf in het buitenland, en zich bijgevolg in de onmogelijkheid bevindt zich in het stemlokaal te melden, voor zover de onmogelijkheid door de burgemeester van zijn woonplaats of zijn gemachtigde vastgesteld is, na voorlegging van de nodige bewijsstukken. De Vlaamse Regering bepaalt het model van attest dat door de burgemeester moet worden afgegeven. De aanvraag moet worden ingediend bij de burgemeester van de woonplaats uiterlijk op de dag voor de dag van de verkiezing. |
| 13 | § 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van de volmacht. Het formulier voor de volmacht kan gratis worden verkregen bij het gemeentesecretariaat. | 13 | § 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van de volmacht. Het formulier voor de volmacht kan gratis worden verkregen bij het gemeentesecretariaat. |
| 14 | § 4. De volmachtgever en de gevolmachtigde ondertekenen beiden het volmachtformulier. | 14 | § 4. De volmachtgever en de gevolmachtigde ondertekenen beiden het volmachtformulier. |
| 3 | De kandidaat die op het stembiljet wil vermeld worden met zijn roepnaam, voegt een akte van bekendheid bij de voordrachtsakte als de roepnaam geen van zijn voornamen is of geen afgeleide is van een van zijn voornamen. De akte van bekendheid kan afgeleverd worden door een vrederechter, een notaris of de burgemeester van de woonplaats van de kandidaat. | 3 | De kandidaat die op het stembiljet wil vermeld worden met zijn roepnaam, voegt een akte van bekendheid bij de voordrachtsakte als de roepnaam geen van zijn voornamen is of geen afgeleide is van een van zijn voornamen. De akte van bekendheid kan afgeleverd worden door een vrederechter, een notaris of de burgemeester van de woonplaats van de kandidaat. |
| 4 | De voordrachtsakte vermeldt ook de voor- en achternaam, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kiezers die de kandidaten voordragen, of van het aftredende raadslid dat de kandidaten voordraagt. | 4 | De voordrachtsakte vermeldt ook de voor- en achternaam, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kiezers die de kandidaten voordragen, of van het aftredende raadslid dat de kandidaten voordraagt. |
| 5 | In voorkomend geval vermeldt de voordrachtsakte dat de kandidaten beslissen dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, conform artikel 36, § 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. Met behoud van de bepalingen van artikel 60 tot en met 63, bestaat de naam van de lijst uit verschillende woorden of afkortingen die minstens de namen van de twee fracties bevatten. De voordrachtsakte vermeldt voor alle kandidaten tot welke fractie ze zullen behoren in geval van verkiezing. | ||
| 6 | De persoonsgegevens van de kandidaten, met uitzondering van het rijksregisternummer, kunnen voor wetenschappelijke doeleinden ter beschikking gesteld worden aan universiteiten, hogescholen of erkende onderzoeksinstellingen die daarvoor een aanvraag indienen. Bij de voormelde aanvraag wordt een nauwkeurig omschreven onderzoeksproject gevoegd dat aan al de volgende voorwaarden voldoet: | ||
| 7 | 1° het beantwoordt aan de geldende wetenschappelijke normen; | ||
| 8 | 2° het bevat een gedetailleerde opsomming van de te raadplegen reeks gegevens; | ||
| 9 | 3° het beschrijft de analysemethoden; | ||
| 10 | 4° het bevat een motivering waarom het onderzoek niet kan gebeuren aan de hand van, in eerste orde, geanonimiseerde of, in tweede orde, gepseudonimiseerde gegevens. | ||
| 14 | a) "gemeente" wordt gelezen als "stadsdistrict"; | 14 | a) "gemeente" wordt gelezen als "stadsdistrict"; |
| 15 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | 15 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; |
| 16 | c) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden". | ||
| 16 | 5° artikel 72, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als « stadsdistrictshoofdbureau"; | 17 | 5° artikel 72, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als « stadsdistrictshoofdbureau"; |
| 17 | 6° artikel 73, met dien verstande dat : | 18 | 6° artikel 73, met dien verstande dat : |
| 4 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 4 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 5 | c) ...; | 5 | c) ...; |
| 6 | d) “telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S” gelezen wordt als “telbureaus P”;”; | 6 | d) “telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S” gelezen wordt als “telbureaus P”; |
| 7 | 2° artikel 69, dat vervangen wordt door wat volgt : | 7 | 2° artikel 69, dat vervangen wordt door wat volgt : |
| 8 | « De voordrachtsakten voor de provincieraadsverkiezingen moeten ondertekend zijn door ten minste vijftig kiezers van de provincie of door een aftredend provincieraadslid. »; | 8 | « De voordrachtsakten voor de provincieraadsverkiezingen moeten ondertekend zijn door ten minste vijftig kiezers van de provincie of door een aftredend provincieraadslid. »; |
| 9 | 3°...; | 9 | 3°... |
| 10 | 4° artikel 71, met dien verstande dat : | 10 | 4° artikel 71, met uitzondering van het vijfde lid, met dien verstande dat : |
| 11 | a) "de gemeente" wordt gelezen als "een gemeente van de provincie"; | 11 | a) "de gemeente" wordt gelezen als "een gemeente van de provincie"; |
| 12 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 12 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 1 | Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden vergadert het gemeentelijk hoofdbureau de zevenentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. | 1 | Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden vergadert het gemeentelijk hoofdbureau de zevenentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. |
| 2 | Het gemeentelijk hoofdbureau onderzoekt: | 2 | Het gemeentelijk hoofdbureau onderzoekt: |
| 3 | 1° of de gegevens correct en volledig ingevuld zijn op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid; | 3 | 1° of de gegevens correct en volledig ingevuld zijn op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71; |
| 4 | 2° of er niet te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte staan; | 4 | 2° of er niet te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte staan; |
| 5 | 3° of de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, 1°, werden nageleefd; | 5 | 3° of de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, 1°, werden nageleefd; |
| 1 | Personen die aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingediend, of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die lijsten voorkomt, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur op de plaats, aangewezen voor het indienen van de bijlagen, vermeld in artikel 68, §1, eerste lid, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau tegen ontvangstbewijs, een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopige afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Als de onregelmatigheid te maken heeft met de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels. | 1 | Personen die aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingediend, of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die lijsten voorkomt, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur op de plaats, aangewezen voor het indienen van de bijlagen, vermeld in artikel 68, §1, eerste lid, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau tegen ontvangstbewijs, een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopige afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Als de onregelmatigheid te maken heeft met de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels. |
| 2 | De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen in voorkomend geval bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een verbeteringsakte indienen tot 16 uur op de vierentwintigste dag voor de stemming. Die verbeteringsakte is alleen ontvankelijk als een kandidaat zich vrijwillig wil terugtrekken of overleden is na de voorlopige afsluiting, of als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om een van de volgende redenen: | 2 | De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen in voorkomend geval bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een verbeteringsakte indienen tot 16 uur op de vierentwintigste dag voor de stemming. Die verbeteringsakte is alleen ontvankelijk als een kandidaat zich vrijwillig wil terugtrekken of overleden is na de voorlopige afsluiting, of als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om een van de volgende redenen: |
| 3 | 1° de gegevens zijn foutief of onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid; | 3 | 1° de gegevens zijn foutief of onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71; |
| 4 | 2° er staan te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte; | 4 | 2° er staan te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte; |
| 5 | 3° de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, 1°, werden niet nageleefd; | 5 | 3° de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, 1°, werden niet nageleefd; |
| 7 | 5° de regels voor de lijstnaam, vermeld in artikel 60 en 62, werden niet nageleefd; | 7 | 5° de regels voor de lijstnaam, vermeld in artikel 60 en 62, werden niet nageleefd; |
| 8 | 6° een kandidaat is niet verkiesbaar of een niet-Belgische kandidaat van de Europese Unie heeft de verklaring, vermeld in artikel 73, niet afgelegd. | 8 | 6° een kandidaat is niet verkiesbaar of een niet-Belgische kandidaat van de Europese Unie heeft de verklaring, vermeld in artikel 73, niet afgelegd. |
| 9 | De verbeteringsakte mag geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 6°, en in het geval dat een kandidaat zich vrijwillig terugtrekt of overleden is. Ze mag de volgorde van voordracht die in de afgewezen akte werd aangenomen, niet wijzigen, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 4°. | 9 | De verbeteringsakte mag geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 6°, en in het geval dat een kandidaat zich vrijwillig terugtrekt of overleden is. Ze mag de volgorde van voordracht die in de afgewezen akte werd aangenomen, niet wijzigen, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 4°. Een kandidaat op een lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vijfde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, mag zijn keuze voor de fractie waartoe hij behoort, niet wijzigen. |
| 10 | De nieuw voorgedragen kandidaat neemt de plaats in van de geschrapte kandidaat of van diegene die zich terugtrekt of overleden is. | 10 | De nieuw voorgedragen kandidaat neemt de plaats in van de geschrapte kandidaat of van diegene die zich terugtrekt of overleden is. |
| 11 | Vermindering van een te groot aantal kandidaat-titularissen of -opvolgers is alleen mogelijk als uit de verbeteringsakte blijkt dat een kandidaat zijn kandidatuur intrekt."; | 11 | Vermindering van een te groot aantal kandidaat-titularissen of -opvolgers is alleen mogelijk als uit de verbeteringsakte blijkt dat een kandidaat zijn kandidatuur intrekt."; |
| 1 | Het gemeentelijk hoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. | 1 | Het gemeentelijk hoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. |
| 2 | Tot de vergadering worden alleen de personen toegelaten die de lijsten hebben ingediend of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als vermeld in artikel 89 en 91 hebben overhandigd, toegelaten, alsmede de getuigen van die lijsten die met toepassing van artikel 77 zijn aangewezen. | 2 | Tot de vergadering worden alleen de personen toegelaten die de lijsten hebben ingediend of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als vermeld in artikel 89 en 91 hebben overhandigd, toegelaten, alsmede de getuigen van die lijsten die met toepassing van artikel 77 zijn aangewezen. |
| 3 | Als de lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vijfde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, niet voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 71, vijfde lid, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. | ||
| 3 | Als in de verbeteringsakte de pariteitsregels niet gerespecteerd worden, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. Als er geen verbeteringsakte wordt ingediend, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie eveneens af, tenzij de pariteit behouden blijft. In dat laatste geval hernummert het de kandidaten op de lijst door de opengevallen plaatsen op te vullen, maar zonder de onderlinge volgorde van de kandidaten te wijzigen. Als het gemeentelijk hoofdbureau overgaat tot het schrappen van kandidaten van een lijst en de pariteit daarbij niet wordt behouden of hersteld, wijst het de lijst in kwestie af. Als een lijst na schrapping van kandidaten niet wordt afgewezen, verliest de lijst in kwestie in voorkomend geval haar gemeenschappelijke volgnummer en komt de lijst onderaan in de nummering. | 4 | Als in de verbeteringsakte de pariteitsregels niet gerespecteerd worden, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. Als er geen verbeteringsakte wordt ingediend, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie eveneens af, tenzij de pariteit behouden blijft. In dat laatste geval hernummert het de kandidaten op de lijst door de opengevallen plaatsen op te vullen, maar zonder de onderlinge volgorde van de kandidaten te wijzigen. Als het gemeentelijk hoofdbureau overgaat tot het schrappen van kandidaten van een lijst en de pariteit daarbij niet wordt behouden of hersteld, wijst het de lijst in kwestie af. Als een lijst na schrapping van kandidaten niet wordt afgewezen, verliest de lijst in kwestie in voorkomend geval haar gemeenschappelijke volgnummer en komt de lijst onderaan in de nummering. |
| 4 | Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 93. | 5 | Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 93. |
| 5 | In voorkomend geval, onderzoekt het hoofdbureau de stukken die de voorzitter overeenkomstig artikel 89 tot en met 91, ontvangen heeft, en beslist het erover na de betrokkenen te hebben gehoord, als zij dat verlangen. Het gemeentelijk hoofdbureau verbetert de kandidatenlijst, als daartoe grond bestaat, en sluit ze daarna definitief af. | 6 | In voorkomend geval, onderzoekt het hoofdbureau de stukken die de voorzitter overeenkomstig artikel 89 tot en met 91, ontvangen heeft, en beslist het erover na de betrokkenen te hebben gehoord, als zij dat verlangen. Het gemeentelijk hoofdbureau verbetert de kandidatenlijst, als daartoe grond bestaat, en sluit ze daarna definitief af. |
| 7 | Na de definitieve afsluiting bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau aan de algemeen directeur een exemplaar van de voordrachtsakte en, in voorkomend geval, een exemplaar van de verbeteringsakte, van de lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vijfde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen. |
| 8 | 5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | 8 | 5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; |
| 9 | 6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | 9 | 6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; |
| 10 | 7° artikel 91, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | 10 | 7° artikel 91, met dien verstande dat: |
| 11 | a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | ||
| 12 | b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden"; | ||
| 11 | 8° artikel 92, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | 13 | 8° artikel 92, met dien verstande dat: |
| 14 | a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | ||
| 15 | b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden"; | ||
| 16 | c) "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris"; | ||
| 12 | 9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | 17 | 9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; |
| 13 | 10° artikel 94, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; | 18 | 10° artikel 94, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; |
| 4 | a) "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden" wordt gelezen als "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de provincieraden"; | 4 | a) "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden" wordt gelezen als "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de provincieraden"; |
| 5 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 5 | b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 6 | c) in het tweede lid, 1°, de tweede zin wordt geschrapt; | ||
| 6 | c) in het tweede lid, 1°, wordt "artikel 71" gelezen als "artikel 71, eerste tot en met vierde lid"; | ||
| 7 | d) in het tweede lid, 6°, wordt de zinsnede “en of de niet-Belgische kandidaten van de Europese Unie de verklaring, vermeld in artikel 73, hebben afgelegd” geschrapt; | 7 | d) in het tweede lid, 6°, wordt de zinsnede “en of de niet-Belgische kandidaten van de Europese Unie de verklaring, vermeld in artikel 73, hebben afgelegd” geschrapt; |
| 8 | 3° ...; | 8 | 3° ...; |
| 10 | 5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 10 | 5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 11 | 6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 11 | 6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 12 | 7° artikel 91, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 12 | 7° artikel 91, met dien verstande dat: |
| 13 | 8° artikel 92, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau" en met dien verstande dat een zesde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt: | ||
| 13 | a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | ||
| 14 | b) in het tweede lid, 1°, “artikel 71” wordt gelezen als “artikel 71, eerste tot en met vierde lid” en in het tweede lid, 6°, de zinsnede “of de niet-Belgische kandidaat van de Europese Unie heeft de verklaring, vermeld in artikel 73, niet afgelegd” wordt geschrapt; | ||
| 15 | c) in het derde lid de laatste zin wordt geschrapt; | ||
| 16 | 8° artikel 92, met dien verstande dat: | ||
| 17 | a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | ||
| 18 | b) het derde lid wordt geschrapt; | ||
| 19 | c) het zevende lid wordt gelezen als volgt: | ||
| 14 | "De voorzitter zendt onmiddellijk een exemplaar van alle voordrachtsakten van kandidaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau."; | 20 | "De voorzitter zendt onmiddellijk een exemplaar van alle voordrachtsakten van kandidaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau."; |
| 15 | 9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; | 21 | 9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau"; |
| 1 | De kiezer kan geldig stemmen door het uitbrengen van : | 1 | De kiezer kan geldig stemmen door het uitbrengen van : |
| 2 | 1° een lijststem, als hij akkoord gaat met de volgorde waarin de kandidaten op de lijst voorkomen; | ||
| 2 | 1° een lijststem; | ||
| 3 | 2° een naamstem, meerdere naamstemmen op eenzelfde lijst of een lijststem in combinatie met een of meer naamstemmen binnen dezelfde lijst, als hij de volgorde waarin de kandidaten op die lijst voorkomen, wil wijzigen. | 3 | 2° een naamstem, meerdere naamstemmen op eenzelfde lijst of een lijststem in combinatie met een of meer naamstemmen binnen dezelfde lijst. |
| 4 | Het stemmerk, zelfs op onvolmaakte wijze aangebracht, is geldig, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken, duidelijk blijkt. | 4 | Het stemmerk, zelfs op onvolmaakte wijze aangebracht, is geldig, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken, duidelijk blijkt. |
| 1 | De voorzitter stelt de volgende lijsten op : | 1 | De voorzitter stelt de volgende lijsten op : |
| 2 | 1° op basis van de aanstiplijsten : een lijst van de kiezers die op de aanstiplijsten stonden, maar die niet hebben gestemd. Die lijst wordt ondertekend door de leden van het stembureau; | ||
| 2 | 1° ...; | ||
| 3 | 2° een lijst van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd; | 3 | 2° een lijst van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd; |
| 4 | 3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering; | 4 | 3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering; |
| 1 | De voorzitter van het stembureau bezorgt de volgende stukken in een verzegelde enveloppe binnen drie dagen aan de vrederechter van het gerechtelijk kanton : | 1 | De voorzitter van het stembureau bezorgt de volgende stukken in een verzegelde enveloppe binnen drie dagen aan de vrederechter van het gerechtelijk kanton : |
| 2 | 1° de lijst van de kiezers die op de aanstiplijst stonden, maar die niet hebben gestemd, vermeld in artikel 143, eerste lid, 1°; | ||
| 2 | 1° ...; | ||
| 3 | 2° eventueel de bewijsstukken van de afwezige kiezers en bijzitters; | 3 | 2° eventueel de bewijsstukken van de afwezige bijzitters; |
| 4 | 3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering, vermeld in artikel 143, eerste lid, 3°; | 4 | 3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering, vermeld in artikel 143, eerste lid, 3°; |
| 5 | 4° een lijst van de personen als vermeld in artikel 132, § 3 en § 4. | 5 | 4° een lijst van de personen als vermeld in artikel 132, § 3 en § 4. |
| 1 | § 1. Als het aantal kandidaten van een lijst groter is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, worden de verkozenen door het gemeentelijk hoofdbureau aangewezen op basis van de naamstemmen en een overdracht van de lijststemmen. | 1 | § 1. Als het aantal kandidaten van een lijst groter is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, worden de verkozenen door het gemeentelijk hoofdbureau aangewezen op basis van de naamstemmen. |
| 2 | § 2. De aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers gebeurt op de volgende manier : | 2 | § 2. De aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers gebeurt op de volgende manier : |
| 3 | 1° per lijst wordt het verkiesbaarheidscijfer op de volgende manier berekend : | ||
| 4 | De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken; | ||
| 5 | 2° het aantal over te dragen stemmen wordt op de volgende manier berekend : | ||
| 6 | De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken; | ||
| 7 | 3° het aantal stemmen vermeld in 2° wordt als volgt overgedragen : de toe te kennen stembiljetten worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat van de lijst heeft behaald, om het verkiesbaarheidscijfer van die lijst vermeld in 1°, te bereiken. Als er een overschot is, wordt dat op vergelijkbare wijze toegekend aan de tweede kandidaat, vervolgens aan de derde enzovoort, tot het aantal over te dragen stemmen, vermeld in 2°, uitgeput is; | ||
| 3 | 1°... | ||
| 4 | 2° ... | ||
| 5 | 3° ... | ||
| 8 | 4° de zetels worden toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3°. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend; | 6 | 4° de zetels worden toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend; |
| 9 | 5° de niet-verkozen kandidaten worden eerste, tweede, derde enzovoort opvolger verklaard in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben bekomen, na een nieuwe overdracht van de stemmen vermeld in 3°, te beginnen bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend. | 7 | 5° de niet-verkozen kandidaten worden eerste, tweede, derde enzovoort opvolger verklaard in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben bekomen. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend. |
| 1 | § 1. Als het aantal kandidaten van een lijst groter is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, worden de verkozenen door het provinciaal hoofdbureau aangewezen op basis van de naamstemmen en een overdracht van de lijststemmen. | 1 | § 1. Als het aantal kandidaten van een lijst groter is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, worden de verkozenen door het provinciaal hoofdbureau aangewezen op basis van de naamstemmen. |
| 2 | § 2. De aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers gebeurt op de volgende manier : | 2 | § 2. De aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers gebeurt op de volgende manier : |
| 3 | 1° per lijst wordt het verkiesbaarheidscijfer op de volgende manier berekend : | ||
| 4 | (stemcijfer van de lijst) X (aantal zetels aan die lijst toegekend) / aantal zetels aan die lijst toegekend +1 | ||
| 5 | De eventuele decimalen van het quotiënt dat daardoor verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken; | ||
| 6 | 2° het aantal over te dragen stemmen wordt op de volgende manier berekend : | ||
| 7 | (aantal stembiljetten met een lijststem, vermeld in artikel 155, § 3, eerste lid, 1°) X (aantal zetels aan die lijst toegekend) / 3 | ||
| 8 | De eventuele decimalen van het quotiënt dat daardoor verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken; | ||
| 9 | 3° het aantal stemmen vermeld in 2° wordt als volgt overgedragen : de toe te kennen stembiljetten worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat van de lijst heeft behaald, om het verkiesbaarheidscijfer van die lijst, vermeld in 1°, te bereiken. Als er een overschot is, wordt dat op vergelijkbare wijze toegekend aan de tweede kandidaat, vervolgens aan de derde enzovoort, totdat het aantal over te dragen stemmen, zoals vermeld in 2°, uitgeput is; | ||
| 3 | 1° ... | ||
| 4 | 2° ...; | ||
| 5 | 3° ... | ||
| 10 | 4° de zetels worden toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3°. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend; | 6 | 4° de zetels worden toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend; |
| 11 | 5° de niet-verkozen kandidaten worden eerste, tweede, derde enzovoort opvolger verklaard in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na een nieuwe overdracht van de stemmen als vermeld in 3°, beginnende bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend. | 7 | 5° de niet-verkozen kandidaten worden eerste, tweede, derde enzovoort opvolger verklaard in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend. |
| 4 | De lijsttrekker kan een ander persoon machtigen om de in deze paragraaf bedoelde aangiften in te dienen. | 4 | De lijsttrekker kan een ander persoon machtigen om de in deze paragraaf bedoelde aangiften in te dienen. |
| 5 | § 2. De aangiften worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden ondertekend door de lijsttrekker of door de daartoe door de lijsttrekker gemandateerde persoon. De formulieren worden door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld. | 5 | § 2. De aangiften worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden ondertekend door de lijsttrekker of door de daartoe door de lijsttrekker gemandateerde persoon. De formulieren worden door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld. |
| 6 | § 3. De aangiften worden vanaf de eenendertigste dag na de verkiezingen gedurende vijftien dagen op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, ter inzage gelegd. | 6 | § 3. De aangiften worden vanaf de eenendertigste dag na de verkiezingen gedurende tien dagen op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, ter inzage gelegd. |
| 7 | § 4. De griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, bewaart de aangiften gedurende honderdtwintig dagen na de verkiezingen en bezorgt ze of een kopie ervan aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen als ze daarom verzoekt. | 7 | § 4. De griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, bewaart de aangiften gedurende honderdtwintig dagen na de verkiezingen en bezorgt ze of een kopie ervan aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen als ze daarom verzoekt. |
| 8 | Als geen enkele klacht of bezwaar werd ingediend als vermeld in artikel 201 en 203, kunnen de aangiften door de kandidaten afgehaald worden gedurende drie maanden na de periode, vermeld in het eerste lid. | 8 | Als geen enkele klacht of bezwaar werd ingediend als vermeld in artikel 201 en 203, kunnen de aangiften door de kandidaten afgehaald worden gedurende drie maanden na de periode, vermeld in het eerste lid. |
| 2 | 1° de bezwaren tegen de verkiezing; | 2 | 1° de bezwaren tegen de verkiezing; |
| 3 | 2° de bezwaren op grond van de schending van de regelgeving inzake de verkiezingsuitgaven door kandidaten en lijsttrekkers. | 3 | 2° de bezwaren op grond van de schending van de regelgeving inzake de verkiezingsuitgaven door kandidaten en lijsttrekkers. |
| 4 | Bij ontstentenis van bezwaren gaat de Raad alleen de juistheid na van de zetelverdeling tussen de lijsten en van de rangorde waarin de raadsleden en opvolgers gekozen zijn verklaard. Hij wijzigt, in voorkomend geval, als administratief rechtscollege ambtshalve de zetelverdeling en de rangorde. | 4 | Tijdens de bezwaartermijn, vermeld in artikel 23, eerste lid, van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, kan de Raad de juistheid nagaan van de zetelverdeling tussen de lijsten en van de rangorde waarin de raadsleden en opvolgers gekozen zijn verklaard. Hij wijzigt, in voorkomend geval, als administratief rechtscollege ambtshalve de zetelverdeling en de rangorde, met behoud van zijn bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, en brengt de gemeente-, stadsdistricts- of provincieraad daarvan op de hoogte. De gewijzigde zetelverdeling en rangorde vervangen de zetelverdeling en rangorde die het hoofdbureau heeft afgekondigd. |
| 5 | Bij ontstentenis van bezwaren is de uitslag van de verkiezing die het hoofdbureau heeft afgekondigd of die de Raad heeft gecorrigeerd met toepassing van het tweede lid, definitief. | ||
| 2 | De gehele ongeldigverklaring van de verkiezing heeft tot gevolg dat de verkiezingen ab initio moeten hernomen worden met toepassing van de bepalingen opgenomen in dit decreet. Wanneer de Raad voor Verkiezingsbetwistingen oordeelt dat de verkiezingen gedeeltelijk worden vernietigd, duidt zij de bepalingen aan van dit decreet die bij de herverkiezing opnieuw moeten worden uitgevoerd. | 2 | De gehele ongeldigverklaring van de verkiezing heeft tot gevolg dat de verkiezingen ab initio moeten hernomen worden met toepassing van de bepalingen opgenomen in dit decreet. Wanneer de Raad voor Verkiezingsbetwistingen oordeelt dat de verkiezingen gedeeltelijk worden vernietigd, duidt zij de bepalingen aan van dit decreet die bij de herverkiezing opnieuw moeten worden uitgevoerd. |
| 3 | De stembiljetten mogen alleen worden onderzocht als de met toepassing van artikel 110 tot en met 113, aangewezen getuigen aanwezig of althans behoorlijk opgeroepen zijn. De enveloppen die de stembiljetten bevatten, worden na het onderzoek opnieuw verzegeld in hun bijzijn en door hun toedoen. | 3 | De stembiljetten mogen alleen worden onderzocht als de met toepassing van artikel 110 tot en met 113, aangewezen getuigen aanwezig of althans behoorlijk opgeroepen zijn. De enveloppen die de stembiljetten bevatten, worden na het onderzoek opnieuw verzegeld in hun bijzijn en door hun toedoen. |
| 4 | Met behoud van de toepassing van artikel 208, § 1, tweede lid, is de uitslag van de verkiezing, zoals hij door het hoofdbureau is afgekondigd, definitief vijfenzeventig dagen na de dag van de verkiezingen. | ||
| 1 | Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro, of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, rechtstreeks of onrechtstreeks, zelfs bij wijze van weddenschap, hetzij geld, waarden of enig voordeel, hetzij steun geeft, aanbiedt of belooft onder voorwaarde van stemverlening, stemonthouding of verlening van volmacht als vermeld in titel 11 van deel 2, dan wel op voorwaarde dat de verkiezing een bepaalde uitslag oplevert. | 1 | Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro, of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, rechtstreeks of onrechtstreeks, zelfs bij wijze van weddenschap, hetzij geld, waarden of enig voordeel, hetzij steun geeft, aanbiedt of belooft onder voorwaarde van stemverlening, stemonthouding of verlening van volmacht als vermeld in titel 11 van deel 2, dan wel op voorwaarde dat de verkiezing een bepaalde uitslag oplevert. |
| 2 | Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die het aanbod of de belofte aanneemt. | 2 | Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die het aanbod of de belofte aanneemt. |
| 3 | Iedereen die stelselmatig personen aanspreekt of op een andere manier persoonlijk benadert om hen ertoe te bewegen het formulier voor de volmacht, vermeld in artikel 56, § 3, te ondertekenen en af te geven, wordt met dezelfde straffen gestraft als de straffen, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | Deelneming aan de stemming is verplicht. |
| 1 | Kiezers die onmogelijk aan de stemming kunnen deelnemen, mogen de redenen van hun onthouding, met de nodige verantwoording, aan de vrederechter meedelen. | ||
| 2 | Zij die op de dag van de stemming krachtens een rechterlijke of administratieve beslissing van hun vrijheid beroofd zijn, worden geacht onmogelijk aan de stemming te kunnen deelnemen. |
| 1 | Er wordt geen vervolging ingesteld, als deze verschoning gegrond wordt geacht door de vrederechter, in overeenstemming met de procureur des Konings. |
| 1 | Binnen acht dagen na de afkondiging van de namen van de verkozenen maakt de procureur des Konings de lijst op van de kiezers die niet aan de stemming hebben deelgenomen en van wie de verschoning niet is aangenomen. Die kiezers verschijnen op een eenvoudige oproeping voor de politierechtbank, die, nadat ze het openbaar ministerie heeft gehoord, beslist zonder dat de mogelijkheid bestaat om hoger beroep in te dienen. |
| 1 | Een eerste, niet gewettigde onthouding wordt naargelang van de omstandigheden gestraft met een berisping of met een geldboete van vijf euro tot tien euro. | ||
| 2 | Bij herhaling is de geldboete tien euro tot vijfentwintig euro. Een vervangende gevangenisstraf wordt niet uitgesproken. | ||
| 3 | Met behoud van de toepassing van de voormelde strafbepalingen wordt de kiezer, als de niet-gewettigde onthouding ten minste viermaal voorkomt binnen vijftien jaar, voor tien jaar van de kiezerslijsten geschrapt en kan hij gedurende die tijd geen benoeming, bevordering of onderscheiding krijgen van een openbare overheid. | ||
| 4 | In de gevallen vermeld in dit artikel, kan geen uitstel van de ten uitvoering van de straf worden verleend. | ||
| 5 | Tegen een veroordeling bij verstek staat verzet open gedurende zes maanden na de betekening van het vonnis. Het verzet kan worden aangetekend bij eenvoudige verklaring, zonder kosten, op het gemeentehuis. |
| 1 | Hij die zijn stemplicht verzuimt bij een provincieraadsverkiezing, gemeenteraadsverkiezing, stadsdistrictsraadsverkiezing, na een zelfde verzuim te hebben begaan bij een andere verkiezing, en omgekeerd, is niet in staat van herhaling. | ||
| 2 | De bepalingen van dit artikel, als ze de herhaling van een niet-gewettigd verzuim van de stemplicht betreffen, vinden alleen toepassing als de verkiezingen van dezelfde aard zijn. |
| 1 | In afwijking van artikel 4 kunnen gemeenten die met toepassing van artikel 347 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur hebben beslist over het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging, de namen van wegen en pleinen wijzigen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: | ||
| 2 | 1° de naamswijziging is noodzakelijk omwille van de samenvoeging van gemeenten; | ||
| 3 | 2° de gemeenten volgen een participatief traject dat minimaal bestaat uit een persoonlijke brief naar de personen die hetzij aan de wegen en pleinen in kwestie wonen en kiesgerechtigd zijn in de gemeente, hetzij eigenaar zijn van erven naast de wegen en pleinen in kwestie en een in België bekende woonplaats hebben. | ||
| 4 | De brief, vermeld in het eerste lid, 2°, vermeldt minstens de mogelijkheid, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de personen, vermeld in het eerste lid, 2°, hun eventuele opmerkingen en bezwaren kunnen indienen bij het betrokken gemeentebestuur. |
| 10 | Nadat de kiezer een lijst heeft aangeduid, verschijnen voor die lijst het volgnummer, de naam en één voornaam of de roepnaam van de kandidaten op het beeldscherm. | 10 | Nadat de kiezer een lijst heeft aangeduid, verschijnen voor die lijst het volgnummer, de naam en één voornaam of de roepnaam van de kandidaten op het beeldscherm. |
| 11 | De kiezer brengt zijn stem uit door het aanraakscherm aan te raken : | 11 | De kiezer brengt zijn stem uit door het aanraakscherm aan te raken : |
| 12 | 1° op het stemvak bovenaan de lijst als hij zich kan verenigen met de volgorde van de voordracht van de kandidaten; | 12 | 1° op het stemvak bovenaan de lijst; |
| 13 | 2° op het stemvak met de naam van een of meer kandidaten van dezelfde lijst, of op het stemvak bovenaan de lijst in combinatie met het stemvak van een of meer kandidaten binnen dezelfde lijst als hij de volgorde waarin de kandidaten op die lijst voorkomen, wil wijzigen. | 13 | 2° op het stemvak met de naam van een of meer kandidaten van dezelfde lijst, of op het stemvak bovenaan de lijst in combinatie met het stemvak van een of meer kandidaten binnen dezelfde lijst. |
| 14 | § 4. Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht overeenkomstig paragraaf 3, wordt hij verzocht die te bevestigen. Zolang de stem niet is bevestigd, kan de kiezer de stemverrichting voor de verkiezing herbeginnen. | 14 | § 4. Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht overeenkomstig paragraaf 3, wordt hij verzocht die te bevestigen. Zolang de stem niet is bevestigd, kan de kiezer de stemverrichting voor de verkiezing herbeginnen. |
| 15 | § 5. In voorkomend geval wordt de kiezer vervolgens, door middel van een instructie die op het beeldscherm verschijnt, verzocht volgens dezelfde procedure te stemmen voor de volgende verkiezing. | 15 | § 5. In voorkomend geval wordt de kiezer vervolgens, door middel van een instructie die op het beeldscherm verschijnt, verzocht volgens dezelfde procedure te stemmen voor de volgende verkiezing. |