Artikel 3.12.3.0.1
§ 1. Al naargelang de situatie verklaren de partijen in de akte of het geschrift, of in een vermelding onderaan op de akte of het geschrift, dat :
- 1°de voorwaarden van het abattement, vermeld in artikel 2.8.3.0.4, vervuld zijn;
- 2°de voorwaarden van het verlaagde tarief dat ze willen verkrijgen, vervuld zijn;
- 3°de voorwaarden van hetzij de vermindering, hetzij de vrijstelling die ze willen verkrijgen, vervuld zijn of vervuld zullen worden;
- 4°ze de toepassing vragen van artikel 2.8.6.0.3, artikel 2.8.6.0.8, artikel 2.8.6.0.9, artikel 2.9.4.2.4, artikel 2.9.4.2.10, artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, artikel 2.9.4.2.11, § 1, tweede lid, artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, artikel 2.9.4.2.13, artikel 2.9.4.2.14, artikel 2.9.4.2.15, artikel 2.9.5.0.1, artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4°, artikel 2.9.6.0.2, artikel 2.9.6.0.7, artikel 2.10.4.0.1, tweede lid, artikel 2.10.6.0.1, eerste lid, 2°, of artikel 2.10.6.0.2;
- 5°het geschonken onroerend goed een beschermd monument is en dat het voornemen bestaat toepassing te vragen van artikel 2.8.4.4.1.
§ 2. Als partijen de toepassing vragen van het abattement, vermeld in artikel 2.10.3.0.2, maken ze ook melding van het aantal kinderen die recht geven op een verhoging van het bedrag, vermeld in dat artikel, met vermelding van hun naam, geboortedatum en afstammingsband.
§ 3. Als de partijen de toepassing van het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, § 1, van deze codex, inroepen, is vereist dat de volgende elementen in de verklaring, vermeld in paragraaf 1, worden vermeld:
- 1°het goedgekeurde beheersplan, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, § 1, eerste lid, 2°, van deze codex, met opgave van de referentie en ook de datum van de goedkeuring van het beheersplan door het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Als het beheersplan nog niet is opgemaakt en goedgekeurd op het moment waarop de authentieke akte van schenking wordt verleden, wordt in de verklaring vermeld dat er een beheersplan opgemaakt zal worden als vermeld in artikel 8.1.1 tot en met 8.1.3 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
- 2°het feit dat ze op de hoogte zijn van de bepalingen, vermeld in artikel 10.5.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.4, moet de verklaring, vermeld in paragraaf 1, vóór de registratie door de verkrijger of, in zijn naam, door de notaris zijn ondertekend.
Als partijen de toepassing vragen van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.8, is vereist dat :
- 1°de verkoopwaarde van elke kavel door de partijen wordt aangegeven, hetzij in de akte, hetzij onderaan op de akte, vóór de registratie;
- 2°de partijen vóór de registratie in een verklaring, opgenomen in de akte of onderaan op de akte, aanduiden of de geruilde onroerende goederen door henzelf of door derden worden geëxploiteerd en dat, in dat laatste geval, de akte of een document dat erbij gevoegd is vóór de registratie, de instemming inhoudt van alle exploitanten van de in de ruiling begrepen goederen.
Als de partijen de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 1, van dit decreet, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
- 1°melding wordt gemaakt van het goedgekeurde beheersplan, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, 2°, van dit decreet, met opgave van de referentie, alsook de datum van de goedkeuring van het beheersplan door het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Als het beheersplan nog niet is opgemaakt en goedgekeurd op het moment van het verlijden van de authentieke akte van verkrijging, bestaat de verklaring in de melding dat er een beheersplan opgemaakt zal worden als vermeld in artikel 8.1.1 tot en met 8.1.3 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
- 2°de partijen melding maken van hun kennis van artikel 10.5.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.11, § 1, tweede lid, de toepassing van artikel 2.9.4.2.11, § 3, 1°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
- 1°melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.11, § 1, tweede lid, verhinderen;
- 2°wordt gesteld dat de verkrijger de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen twee jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging volledig en onder bezwarende titel zal vervreemden;
- 3°wordt aangetoond door de verkrijger dat er een causaal verband bestaat tussen de vervreemding, vermeld in punt 2°, en de verkrijging tegen het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.11, § 1, tweede lid.
Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.11, § 1, tweede lid, de toepassing van artikel 2.9.4.2.11, § 3, 2°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
- 1°melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.11, § 1, tweede lid, verhinderen;
- 2°wordt gesteld dat de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen een jaar na de datum van de akte van verkrijging, al dan niet gedwongen, worden onteigend.
Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, de toepassing van artikel 2.9.4.2.12, § 1, derde lid, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1, wordt gesteld dat er in een periode van 5 jaar voorafgaand aan de datum van de authentieke aankoopakte een inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister op het adres van het aangekochte goed is geweest.
Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, de toepassing van artikel 2.9.4.2.12, § 2, 1°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
- 1°melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, verhinderen;
- 2°wordt gesteld dat de verkrijger de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen drie jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging volledig en onder bezwarende titel zal vervreemden;
- 3°wordt aangetoond door de verkrijger dat er een causaal verband bestaat tussen de vervreemding, vermeld in punt 2°, en de verkrijging tegen het verlaagde tarief, vermeld in artikel artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid.
Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, de toepassing van artikel 2.9.4.2.12, § 2, 2°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
- 1°melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, verhinderen;
- 2°wordt gesteld dat de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen een jaar na de datum van de akte van verkrijging, al dan niet gedwongen, worden onteigend.
Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, de toepassing van artikel 2.9.4.2.14, § 5, 1°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
- 1°melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, verhinderen;
- 2°wordt gesteld dat de verkrijger de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen drie jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging volledig en onder bezwarende titel zal vervreemden;
- 3°wordt aangetoond door de verkrijger dat er een causaal verband bestaat tussen de vervreemding, vermeld in punt 2°, en de verkrijging tegen het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1.
Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, de toepassing van artikel 2.9.4.2.14, § 5, 2°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
- 1°melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, verhinderen;
- 2°wordt gesteld dat de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen een jaar na de datum van de akte van verkrijging, al dan niet gedwongen, worden onteigend.
Als de partijen de toepassing van het verlaagd tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.15, § 1, van dit decreet, inroepen voor de aankoop van een onbebouwd onroerend goed, wordt bij de akte, vermeld in paragraaf 1, een afschrift van de beslissing tot goedkeuring van het natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16octies, § 1, eerste lid, 5°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu toegevoegd.
§ 4. Voor de toepassing van de vermindering, vermeld in artikel 2.8.5.0.1, moeten in de akte van schenking de voornamen, de achternaam, de woonplaats, de geboorteplaats en de geboortedatum van de kinderen van de belastingplichtige vermeld worden.
Als partijen de toepassing vragen van de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, bevat de akte of het geschrift, vermeld in paragraaf 1, ook het bedrag en de datum van betaling van de registratiebelasting, geheven op de aankoop van de verkochte of verdeelde woning of van de bouwgrond waarop die woning is opgericht, en vermeldt die akte of dat geschrift het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de belastingen, geheven op die vorige aankoop.
Bij een gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2.9.5.0.4, eerste lid, moeten het bedrag en de datum van betaling van de registratiebelasting en de vermelding van het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de rechten, vermeld in het vorige lid en in artikel 3.6.0.0.6, § 3, zesde lid, 2°, in de akte die of het geschrift dat de vraag tot toepassing van artikel 2.9.5.0.1 bevat of in de akte die of het geschrift dat het verzoek tot teruggave, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3, eerste lid, bevat, betrekking hebben op de aankoop voorafgaand aan de aankoop die is gedaan met toepassing van de vrijstelling, vermeld in artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4°.
Als de vermindering wordt gevraagd met toepassing van artikel 2.9.5.0.1, vierde lid, moet de akte of het geschrift, vermeld in paragraaf 1, 4°, bovendien het bedrag en de datum van betaling van de registratiebelasting bevatten inzake de akten of geschriften die betreffende de in aanmerking te nemen voorafgaande verrichtingen aanleiding hebben gegeven tot het heffen van het verkooprecht, en bij elk bedrag het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de in mindering gebrachte of teruggegeven belastingen vermelden.
Aan de toepassing van paragraaf 1, 3°, juncto artikel 2.9.5.0.2 kan ook voldaan zijn als het verzoek en de vermeldingen het voorwerp uitmaken van een verzoek, ondertekend door de natuurlijke persoon, dat gevoegd is bij de akte die of het geschrift dat ter registratie aangeboden is en dat aanleiding geeft tot de heffing van het verkooprecht.
§ 5. Als partijen de toepassing vragen van de vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, en als de schenking ook andere goederen omvat dan de goederen, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1, geven ze nauwkeurig aan voor welke van de geschonken goederen die deel uitmaken van de familiale onderneming of van het aandelenpakket van de familiale vennootschap, de toepassing van de vrijstelling gevraagd wordt, en voor welke van de geschonken goederen geen toepassing van de vrijstelling gevraagd wordt. Daarnaast moet melding gemaakt worden van :
- 1°de naam en het ondernemingsnummer van de familiale onderneming of familiale vennootschap waarvoor de vrijstelling gevraagd wordt;
- 2°in voorkomend geval, de voornaam en achternaam van de medeaandeelhouders van de schenker en hun graad van verwantschap met de schenker;
- 3°hetzij de activa van de familiale onderneming met een duidelijke omschrijving en verwijzing naar de boekhouding en, als het onroerende goederen betreft, de vermelding of ze al dan niet hoofdzakelijk voor bewoning worden aangewend of zijn bestemd, hetzij het aantal aandelen en de precieze aard van alle aandelen van een familiale vennootschap met enerzijds de vermelding van het aantal aandelen dat in het bezit was van de schenker en van andere bij naam te noemen mede-aandeelhouders, alsook met het percentage van de stemrechten dat zij vertegenwoordigen, en anderzijds de aard van het zakelijk recht dat de schenker en andere bij naam te noemen personen bezitten.
Als toepassing gemaakt wordt van het eerste lid, en om de vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, te kunnen verkrijgen, moeten de volgende bescheiden binnen zeven dagen vanaf de werkdag die volgt op de datum van registratie van de authentieke akte van de schenking bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie ingediend zijn :
- 1°kopieën van de goedgekeurde jaarrekeningen van de drie boekjaren die voorafgaan aan de authentieke akte van de schenking, opgemaakt overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving van de plaats waar de zetel gevestigd is als de zetel van de onderneming of vennootschap niet in België ligt;
- 2°kopieën van het rechtsgeldige aandelenregister of, bij gebrek daaraan, de door alle aandeelhouders ondertekende notulen van de laatste algemene vergadering die voorafgaat aan de authentieke akte van schenking, waaruit op ondubbelzinnige wijze de participaties blijken, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1;
- 3°een kopie van de laatste door de schenker ingediende fiscale aangifte voor de personenbelasting wat familiale ondernemingen betreft;
- 4°een kopie van de gecoördineerde statuten, zoals die van toepassing zijn op de datum van de authentieke akte van de schenking;
- 5°een verslag dat een bedrijfsrevisor, die niet de commissaris is, of een gecertificeerd accountant heeft uitgereikt. Het verslag is ondertekend en gedateerd voorafgaand aan de datum van de authentieke akte van de schenking voor elke familiale vennootschap. Het verslag vermeldt al de volgende gegevens:
- a)de voor- en achternaam van de bedrijfsrevisor of de gecertificeerde accountant, het registratienummer in het openbaar register, vermeld in artikel 10, §1, van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, en het inschrijvingsnummer in het openbaar register, vermeld in artikel 29 van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur;
- b)de voor- en achternaam, het rijksregisternummer en het adres van de aanvrager of, als er verschillende zijn, de aanvragers;
- c)de naam en het ondernemingsnummer van de familiale vennootschap waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd;
- d)de verkoopwaarde van de volle eigendom van de geschonken aandelen van de familiale vennootschap, zoals die is geraamd door de bedrijfsrevisor of de accountant;
- e)de verkoopwaarde en de opsomming van de onroerende goederen die tot bewoning worden aangewend of bestemd, met inbegrip van bouwgronden als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 1°/1, van deze codex, waarop de familiale vennootschap of haar dochtervennootschappen zakelijke rechten hebben en de aard van die zakelijke rechten. De vermelding bevat de kadastrale gegevens, namelijk de kadastrale afdeling, de sectie, het perceelnummer en het partitienummer, de kadastrale oppervlakte, het kadastraal inkomen en, in voorkomend geval, de kadastrale detailidentificatie van een privatieve eigendom;
- f)het gedeelte van de waarde, zoals die is geraamd door de bedrijfsrevisor of de accountant, vermeld in punt d), dat wordt bepaald door de verkoopwaarde van de onroerende goederen, vermeld in punt e), in de familiale vennootschap, of in participaties van minstens 10% van de familiale ven-nootschap in haar dochtervennootschappen;
- g)het verschil tussen de verkoopwaarde, vermeld in punt d), en de verkoopwaarde, vermeld in punt f);
- h)een motivering van de wijze waarop de bedrijfsrevisor of de accountant de verkoopwaarden, vermeld in punt d), f) en g), heeft bepaald, met vermelding van de gebruikte waarderingsmethode;
- i)de referentiedatum voor de waardebepaling, vermeld in punt d) en f), namelijk de datum waarop de waarde van de aandelen wordt bepaald.
Als de bescheiden, vermeld in het tweede lid, worden bezorgd met een aangetekende brief, geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
Als partijen de toepassing vragen van de vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.8, § 1, wordt bij de akte, vermeld in paragraaf 1, een afschrift van de beslissing tot goedkeuring van het natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16octies, § 1, eerste lid, 5°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu toegevoegd.
Als partijen de toepassing vragen van de vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.8, § 2, wordt bij de akte, vermeld in paragraaf 1, een afschrift van de overeenkomst, vermeld in artikel 2.8.6.0.8, § 2, tweede lid, toegevoegd.
De vrijstelling, vermeld in artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4°, en artikel 2.10.6.0.1, eerste lid, 2°, is alleen van toepassing als in de akte of in een vóór de registratie bij de akte te voegen geschrift de volgende gegevens worden vermeld :
- 1°de datum van de eerste ingebruikneming of inbezitneming van het gebouw waarop de overeenkomst betrekking heeft;
- 2°in voorkomend geval, een verklaring van de verkopers dat die hun medecontractanten op de hoogte hebben gebracht van hun bedoeling om de handeling te verrichten met toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 14 van 3 juni 1970 met betrekking tot de vervreemdingen van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein en de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van een zakelijk recht in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde op zulke goederen;
- 3°...;
- 4°als de vervreemding of de vestiging, overdracht of wederoverdracht van zakelijke rechten ook goederen betreft waarop de vrijstelling van het verkooprecht of verdeelrecht niet van toepassing is, de nauwkeurige aanduiding van die goederen op basis van hun kadastrale beschrijving.
Voor de toepassing van de vrijstelling, vermeld in artikel 2.9.6.0.4, is vereist dat :
- 1°de verkoopwaarde van elke kavel door de partijen wordt aangegeven, hetzij in de akte, hetzij onderaan op de akte, vóór de registratie;
- 2°de partijen vóór de registratie in een verklaring, opgenomen in de akte of onderaan op de akte, aanduiden of de geruilde onroerende goederen door henzelf of door derden worden geëxploiteerd en dat, in dat laatste geval, de akte of een document dat erbij gevoegd is vóór de registratie, de instemming inhoudt van alle exploitanten van de goederen die begrepen zijn in de ruiling.
Als de partijen de toepassing vragen van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
- 1°melding wordt gemaakt van het goedgekeurde beheersplan, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, 2°, met opgave van de referentie, alsook de datum van de goedkeuring van het beheersplan door het agentschap, vermeld in artikel 2.1, 2°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Als het beheersplan nog niet is opgemaakt en goedgekeurd op het moment van het verlijden van de authentieke akte van verkrijging, bestaat de verklaring in de melding dat er een beheersplan opgemaakt zal worden als vermeld in artikel 8.1.1 tot en met 8.1.3 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
- 2°de partijen melding maken van hun kennis van artikel 10.5.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Als partijen de toepassing vragen van de vrijstelling, vermeld in artikel 2.9.6.0.7, § 1, wordt bij de akte, vermeld in paragraaf 1, een afschrift van de beslissing tot goedkeuring van het natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16octies, § 1, eerste lid, 5°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu toegevoegd.
Als partijen de toepassing vragen van de vrijstelling, vermeld in artikel 2.9.6.0.7, § 2, wordt bij de akte, vermeld in paragraaf 1, een afschrift van de overeenkomst, vermeld in artikel 2.9.6.0.7, § 2, tweede lid, toegevoegd.