Tot bepaling van de specifieke regels over de pacht #1475
Gemerged 




cd&v, N-VA, Open Vld voegde 10 artikels samen in decreet-1976-07-12decreet-1997-10-21decreet-2006-06-16 · 10 november 2022 6 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Raad van State
5 juni 2023 (2022-2023)
Amendementen
op het voorstel van decreet
van Bart Dochy, Cathy Coudyser, Steven Coenegrachts,
Sofie Joosen, Joke Schauvliege en Arnout Coel
tot bepaling van de specifieke regels over de pacht
ingediend op
verzendcode: LAN
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — w w w .vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Bart Dochy, Cathy Coudyser, Steven Coenegrachts,
Sofie Joosen, Joke Schauvliege en Arnout Coel
Artikel 6
Dit artikel vervangen door wat volgt:
“Art. 6. §1. Van elke overeenkomst die onder de toepassing van dit decreet valt,
wordt een geschrift opgesteld dat, met behoud van de toepassing van alle andere
nadere regels, de volgende gegevens vermeldt:
1° de identiteit van alle contracterende partijen, namelijk:
a) voor natuurlijke personen: de eerste voornaam, de achternaam, de
woonplaats en het identificatienummer in het Rijksregister of in het
BIS-register van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Bij gebrek
aan een identificatienummer in het Rijksregister of in het BIS-register van
de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid worden de datum en plaats
van geboorte vermeld;
b) voor rechtspersonen:
1) de maatschappelijke naam;
2) de maatschappelijke zetel;
3) het ondernemingsnummer, vermeld in artikel III.17 van het
Wetboek van economisch recht; als er geen ondernemingsnummer is
toegekend, bevestigt die partij dat in de pachtovereenkomst of in een
ondertekende aanvullende verklaring onderaan op de akte;
4) de identiteit van de personen die gemachtigd zijn om de rechtspersoon
te vertegenwoordigen;
2° de begindatum van de pacht;
3° de duur van de pacht, indien een bepaalde duur is overeengekomen, of de
duur van de eerste pachtperiode;
4° de kadastrale aanduiding van de percelen, die is opgenomen in het uittreksel
uit de kadastrale legger, onder vermelding van minstens de gemeente waar
de percelen liggen, de afdeling, de sectie en het perceelnummer;
5° het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen van elk perceel, alsook de
landbouwstreek waarin elk perceel ligt;
6° de pachtprijs, waarvan het maximumbedrag overeenkomstig hoofdstuk 6 is
vastgesteld;
7° de wijze waarop de pachtprijs kan worden betaald en desgevallend rekeningnummer waarop de pachtprijs moet worden voldaan.
De door de Vlaamse Regering aan te wijzen bevoegde entiteit stelt een model
van pachtovereenkomst en van plaatsbeschrijving ter beschikking.
Elk van de partijen kan op ieder ogenblik, maar op zijn vroegst dertig dagen
na een per beveiligde zending betekende ingebrekestelling, de andere partij, in
voorkomend geval via gerechtelijke weg, dwingen om een schriftelijke overeenkomst als vermeld in het eerste lid op te stellen, aan te vullen of te ondertekenen.
Als de rechter de eis van de pachter inwilligt, ontstaat pachtvernieuwing ten
voordele van de pachter, op voorwaarde dat die sanctie in de ingebrekestelling is
vermeld. Die pachtvernieuwing heeft tot gevolg dat een nieuwe, eerste pachtperiode van negen jaar ingaat op de datum waarop de rechterlijke beslissing in kracht
van gewijsde is gegaan.
Als de rechter de eis van de verpachter inwilligt, kan de rechter de pacht
ontbinden, op voorwaarde dat die sanctie in de schriftelijke ingebrekestelling is
vermeld.
§2. Bij ontstentenis van een schriftelijke overeenkomst kan degene die een landeigendom exploiteert, het bewijs leveren van het bestaan van een pacht en van de
pachtvoorwaarden door alle middelen, met inbegrip van getuigen en vermoedens.
Daarnaast kan de exploitant het bewijs leveren van het bestaan van een pacht
door voorlegging van een bewijs van persoonlijk aanbod van betaling, verricht
overeenkomstig artikel 27, tweede lid, waarop de verpachter niet heeft gereageerd
door een oproeping in verzoening voor de bevoegde rechter binnen zes maanden
na het aanbod.
Het bestaan van een pacht, het jaar en het perceel waarop het persoonlijk
aanbod van betaling, vermeld in het tweede lid, betrekking heeft, worden binnen
de vijftien kalenderdagen door een beveiligde zending betekend. Die bevestigingsbrief vermeldt minstens de volgende gegevens:
1° het woord “pacht”;
2° het jaar waarop de betaling betrekking heeft;
3° de vermelding dat de betaling geldt als bewijs van een pacht, tenzij de
verpachter binnen zes maanden na de betekening van de bevestigingsbrief
reageert door een oproeping in verzoening voor de bevoegde rechter.
Als de verpachter niet binnen de zes maanden na de betekening van de bevestigingsbrief reageert door een oproeping in verzoening voor de bevoegde rechter,
geldt de betaling van de pacht als bewijs van een pacht.
Als de overeengekomen pachtprijs niet bewezen is, stelt de rechter de pachtprijs vast overeenkomstig hoofdstuk 6.
Als er een andersluidend geschrift is, kan degene die een landeigendom exploiteert, het bewijs leveren van het bestaan van een pacht en van de pachtvoorwaarden door alle middelen, met inbegrip van getuigen en vermoedens.
Bij ontstentenis van een nauwkeurige datum voor de aanvang van de overeenkomst wordt die geacht te zijn ingegaan op de vervaldag van het eerste pachtgeld.”.
VERANTWOORDING
Het toepassingsgebied van het voorstel van decreet strekt zich ook uit tot overeenkomsten van vruchtgebruik en erfpacht. Het is dan ook aangewezen om het woord pacht te vervangen door het woord
overeenkomst.
De verplichting om de tweede voornaam en ook het ondernemingsnummer voor natuurlijke personen
te vermelden is overdreven formalistisch. Bovendien heeft niet elke pachter een ondernemingsnummer,
bijvoorbeeld als het landbouwbedrijf in het kader van een maatschap wordt uitgebaat.
De pachtovereenkomst kan in bepaalde gevallen een vaste duur hebben. De eerste pachtperiode is niet
noodzakelijk altijd negen jaar.
Er wordt ook een materiële vergissing rechtgezet.
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Bart Dochy, Cathy Coudyser, Steven Coenegrachts,
Sofie Joosen, Joke Schauvliege en Arnout Coel
Artikel 7
Het eerste lid vervangen door wat volgt:
“Voor …