Tot wijziging van het Mestdecreet, wat het invoeren van de mogelijkheid om adviescommissies op te richten en de afschaffing van de nutriëntenemissierechten-MVW betreft, en tot wijziging van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat het invoeren van overgangsmaatregelen voor vergunningen in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof betreft (opschrift gewijzigd door de plenaire vergadering: ... tot wijziging van het Mestdecreet, wat het invoeren van de mogelijkheid om adviescommissies op te richten en de afschaffing van de nutriëntenemissierechten-MVW betreft) #1296
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld voegde 3 artikels samen in mestdecreet · 18 mei 2022 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Amendementen
– Nr. 3: Advies van de Raad van State
13 juli 2022 (2021-2022)
Amendementen
op het voorstel van decreet
van Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts, Steven Coenegrachts,
Arnout Coel, Bart Dochy en Freya Perdaens
tot wijziging van het Mestdecreet,
wat het invoeren van de mogelijkheid
om adviescommissies op te richten
en de afschaffing van de
nutriëntenemissierechten-MVW betreft,
en tot wijziging van het decreet van 25 april 2014
betreffende de omgevingsvergunning,
wat het invoeren van overgangsmaatregelen voor vergunningen
in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof betreft
ingediend op
verzendcode: LEE
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts,
Steven Coenegrachts, Arnout Coel, Bart Dochy en Freya Perdaens
Opschrift
Het opschrift van het voorstel van decreet vervangen door wat volgt:
“VOORSTEL VAN DECREET
tot wijziging van het Mestdecreet, wat het invoeren van de mogelijkheid om adviescommissies op te richten en de afschaffing van de nutriëntenemissierechten-MVW
betreft”.
VERANTWOORDING
Voorliggend voorstel van decreet werd op 25 mei 2022 rechtstreeks geagendeerd in de plenaire
vergadering, waarna over het voorstel van decreet het advies van de Raad van State werd gevraagd.
Het advies van de Raad van State ter zake werd inmiddels ontvangen. De opmerkingen van de Raad van
State over de twee wijzigingen aan het Mestdecreet zijn relatief beperkt en kunnen onmiddellijk verwerkt worden. Het bestuderen van de opmerkingen van de Raad aangaande het luik met betrekking tot
het invoeren van overgangsmaatregelen voor vergunningen in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof zal echter meer tijd in beslag nemen, waardoor een stemming over het volledige voorstel
van decreet hoe dan ook niet meer mogelijk zou zijn voor het zomerreces. Aangezien de twee wijzigingen aan het Mestdecreet, en dan met name de wijziging wat betreft het invoeren van de mogelijkheid
om adviescommissies op te richten, dringend zijn, is ervoor gekozen om voorliggende amendementen
in te dienen, waardoor de inhoud van het voorstel van decreet beperkt wordt tot de twee wijzigingen
aan het Mestdecreet. Het opschrift van het voorstel van decreet wordt dan ook dienovereenkomstig
aangepast.
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts,
Steven Coenegrachts, Arnout Coel, Bart Dochy en Freya Perdaens
Artikel 4
In de voorgestelde tekst, in het tweede lid, op de eerste regel, de woorden
“onder meer” schrappen.
VERANTWOORDING
Artikel 4 van het voorstel van decreet bevat de machtiging voor de Vlaamse Regering om adviescommissies op te richten. In dat kader werd ook aan de Vlaamse Regering de delegatie gegeven om de
nadere regels op te stellen aangaande diverse aspecten ter zake. De oplijsting van de diverse aspecten
die de Vlaamse Regering ter zake kan regelen, werd voorafgegaan door de woorden “onder meer”,
waardoor de delegatie een te ruim toepassingsgebied kreeg. Gelet op de opmerkingen van de Raad
van State in dit verband worden met voorliggend amendement de woorden “onder meer” geschrapt,
waardoor de delegatie beperkt wordt tot de vermelde aspecten.
AMENDEMENT Nr. 5
voorgesteld door Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts,
Steven Coenegrachts, Arnout Coel, Bart Dochy en Freya Perdaens
Artikel 5
In de voorgestelde tekst van paragraaf 28, op de eerste regel, de datum
“1 mei” vervangen door de datum “2 maart”.
VERANTWOORDING
Artikel 5 van het voorstel van decreet bevat twee overgangsbepalingen rond de regeling van de
NER-MVW (NER: nutriëntenemissierechten; MVW: mestverwerking).
Meer bepaald worden er door artikel 5 van het voorstel van decreet een paragraaf 28 en 29 toegevoegd
aan artikel 84 van het Mestdecreet. Beide bepalingen hebben betrekking op de regeling van de NER-MVW.
De eerste paragraaf (paragraaf 28) bevat het algemene principe, zijnde in essentie dat de bestaande
voorwaarden en regels rond NER-MVW blijven doorlopen voor wie vandaag over NER-MVW beschikt.
Met de nieuwe paragraaf 29 wordt er echter een mogelijkheid gegeven aan landbouwers die door een
lagere veebezetting onvoldoende mest zouden kunnen verwerken om eenmaal per periode van 4 jaar
gebruik te maken van de regeling van paragraaf 29 (en onder de voorwaarden vermeld in paragraaf
29). De nieuwe paragraaf 28 bevat dus de algemeen van toepassing zijnde overgangsregeling, terwijl in
de nieuwe paragraaf 29 een bijkomende extra overgangsregeling wordt toegevoegd, die slechts onder
welbepaalde voorwaarden kan worden toegepast en die daarenboven ook slechts maximaal eenmaal
per vier jaar toegepast kan worden.
De extra overgangsregeling die met de nieuwe paragraaf 29 wordt ingevoerd, heeft betrekking op een
heel bijzondere situatie, met name de situatie waarbij een bedrijf de regeling van uitbreiding mits bewezen mestverwerking toepast (met andere woorden de NER-MVW-regeling) maar er ten gevolge van
een lagere veestapel niet in slaagt om voldoende mest te produceren (en vervolgens te verwerken) om
aan de verplichtingen in het kader van de NER-MVW-regeling te voldoen. Volgens de huidige geldende
regels zouden in dit geval de toegekende NER-MVW geannuleerd worden. Aangezien de regeling ook
opgeheven wordt, zou dit tevens betekenen dat er geen nieuwe NER-MVW meer aangevraagd zouden
kunnen worden. Het risico bestaat echter dat landbouwers, om de NER-MVW te behouden, extra dieren
zouden gaan houden, om zo toch te garanderen dat men voldoende mest heeft om te verwerken. Vandaar de voorgestelde extra overgangsregeling. Het is te verantwoorden dat, specifiek voor een tekort
aan mestverwerking ten gevolge van een te lage dierlijke mestproductie, een beperkte uitzondering
wordt gemaakt op de voorwaarden rond NER-MVW. Immers, in geval van een tekort aan mestverwerking door een lagere dierlijke mestproductie, zijn er dus de facto minder dieren en is er dus ook een
lagere milieukundige impact op het gebied van …