-
+1 −1 art. 39 25 §7. Voor het basisen secundair onderwijs zijn volgende evaluaties van het gelijkeonderwijskansenbeleid mogelijk: 25 §7. Voor het basisen secundair onderwijs zijn volgende evaluaties van het gelijkeonderwijskansenbeleid mogelijk: 26 1° een positieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken, alsook, naargelang het geval, de SES-lestijden, de aanvullende lestijden, de extra uren-leraar of de extra lesuren ontvangt tot de daaropvolgende schooldoorlichting, conform de berekeningen gebaseerd op, naargelang het geval, artikel 85, §2, 134 en 139ter decies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 227, 235, 249 of 319 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; 26 1° een positieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken, alsook, naargelang het geval, de SES-lestijden, de aanvullende lestijden, de extra uren-leraar of de extra lesuren ontvangt tot de daaropvolgende schooldoorlichting, conform de berekeningen gebaseerd op, naargelang het geval, artikel 85, §2, 134 en 139ter decies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 227, 235, 249 of 319 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; 27 2° een negatieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school een engagement tot remediëring met externe begeleiding en ondersteuning moet aangaan. Als de eerstvolgende evaluatie door de onderwijsinspectie opnieuw negatief is, dan ontvangt de school vanaf het daaropvolgend schooljaar, slechts de helft van het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken , alsook, naargelang het geval, de helft van het aantal SES-lestijden, aanvullende lestijden, extra uren-leraar of extra lesuren waarop ze normaliter recht heeft en dat tot en met het schooljaar waarin een evaluatie positief is. De onderwijsinspectie evalueert de school opnieuw binnen een termijn van 1 jaar. 27 2° een negatieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school zich verplicht engageert tot remediëring met externe begeleiding en ondersteuning. De onderwijsinspectie evalueert in dat geval opnieuw het gelijkeonderwijskansenbeleid na een termijn van minstens 180 kalenderdagen. Als die evaluatie opnieuw negatief is, ontvangt de school vanaf het daaropvolgend schooljaar, slechts de helft van het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken en, naargelang het geval, de helft van het aantal SES-lestijden, aanvullende lestijden, extra uren-leraar of extra lesuren waarop ze normaliter recht heeft en dat tot en met het schooljaar waarin een evaluatie positief is. Evaluaties ten gevolge van een negatieve evaluatie kunnen plaatsvinden buiten de schooldoorlichting, vermeld in artikel 38, §1, eerste lid. In het geval de omkadering en het werkingsbudget zijn gehal-veerd, wordt vanaf het daaropvolgend schooljaar de evaluatie jaarlijks herhaald totdat de evaluatie positief is. Hierbij kan de termijn tussen twee opeenvolgende evaluaties nooit minder dan 180 kalenderdagen bedragen. - 1 september 2025
Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat de vaststelling en inwerkingtreding van de minimumdoelen betreft #386 2025006216
+3 −1 art. 39 20 Een tekort op het vlak van de kwaliteit van de leersteun, vermeld in artikel 38, §1, derde lid, kan leiden tot de verplichting voor het leersteuncentrum om zich extern te laten begeleiden. 20 Een tekort op het vlak van de kwaliteit van de leersteun, vermeld in artikel 38, §1, derde lid, kan leiden tot de verplichting voor het leersteuncentrum om zich extern te laten begeleiden. 21 §6. Tijdens de eerste twee schooljaren van inwerkingtreding van bij decreet of besluit vastgelegde onderwijsdoelen, kan het niet of niet in voldoende mate bereiken of nastreven, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen, niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°. 21 §6. Tijdens de eerste twee schooljaren van inwerkingtreding van bij decreet of besluit vastgelegde onderwijsdoelen, kan het niet of niet in voldoende mate bereiken of nastreven, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen, niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°. 22 : 22 In afwijking van het eerste lid zijn de volgende gedoogperiodes van toepassing voor het basisonderwijs: 23 1 ° tijdens de eerste twee schooljaren van inwerkingtreding van de bij decreet of besluit vastgelegde onderwijsdoelen kan het niet of niet in voldoende mate implementeren, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°; 24 2° tot en met het schooljaar 2030-2031 kan het niet of niet in voldoende mate bereiken of nastreven, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°. 23 §7. Voor het basisen secundair onderwijs zijn volgende evaluaties van het gelijkeonderwijskansenbeleid mogelijk: 25 §7. Voor het basisen secundair onderwijs zijn volgende evaluaties van het gelijkeonderwijskansenbeleid mogelijk: 24 1° een positieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken, alsook, naargelang het geval, de SES-lestijden, de aanvullende lestijden, de extra uren-leraar of de extra lesuren ontvangt tot de daaropvolgende schooldoorlichting, conform de berekeningen gebaseerd op, naargelang het geval, artikel 85, §2, 134 en 139ter decies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 227, 235, 249 of 319 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; 26 1° een positieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken, alsook, naargelang het geval, de SES-lestijden, de aanvullende lestijden, de extra uren-leraar of de extra lesuren ontvangt tot de daaropvolgende schooldoorlichting, conform de berekeningen gebaseerd op, naargelang het geval, artikel 85, §2, 134 en 139ter decies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 227, 235, 249 of 319 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; -
+9 −5 art. 39 8 3° advies "erkenning" : dit houdt in dat de nieuwe instelling met ingang van 1 september van het volgende schooljaar erkend is; 8 3° advies "erkenning" : dit houdt in dat de nieuwe instelling met ingang van 1 september van het volgende schooljaar erkend is; 9 4° advies "geen erkenning" : dit houdt in dat de nieuwe instelling niet erkend wordt. 9 4° advies "geen erkenning" : dit houdt in dat de nieuwe instelling niet erkend wordt. 10 § 5. Voor de hele instelling of voor een afzonderlijk structuuronderdeel, en dit eventueel binnen een vestigingsplaats, zijn de volgende adviezen mogelijk: 10 § 5. Voor de hele instelling of voor een afzonderlijk structuuronderdeel, en dit eventueel binnen een vestigingsplaats, of voor een leersteuncentrum dat deel uit- maakt van een school voor buitengewoon onderwijs, zijn de volgende adviezen mogelijk: 11 1° gunstig advies: dit houdt in dat de erkenning van de instellingof van structuuronderdelenvoortgezet wordt. 11 1° gunstig advies: dit houdt in dat de erkenning van de instelling, of van structuuronderdelen, of van het leersteuncentrum dat deel uitmaakt van een school voor buitengewoon onderwijs, voortgezet wordt. Een gunstig advies kan het bestuur verplichten zich te engageren om aan de tekorten te werken; 12 Een gunstig advies kan het bestuur verplichten zich te engageren om aan de tekorten te werken. 13 2° ongunstig advies: dit houdt in dat de procedure tot intrekking van de erkenning van de instellingof van structuuronderdelenopgestart wordt, met daarbij de vermelding van: 12 2° ongunstig advies: dit houdt in dat de procedure tot intrekking van de erkenning van de instelling, of van structuuronderdelen, of van het leersteuncentrum dat deel uitmaakt van een school voor buitengewoon onderwijs, opgestart wordt, met daarbij de vermelding van: 14 a) de mogelijkheid tot opschorting : dit houdt in dat het bestuur kan verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt op voorwaarde dat het bestuur het engagement aangaat om zich bij het werken aan de tekorten extern te laten begeleiden; 13 a) de mogelijkheid tot opschorting: dit houdt in dat het bestuur kan verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt op voorwaarde dat het bestuur het engagement aangaat om zich bij het werken aan de tekorten extern te laten begeleiden; 15 b) de onmogelijkheid tot opschorting : dit houdt in dat het bestuur niet kan verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt. 14 b) de onmogelijkheid tot opschorting: dit houdt in dat het bestuur niet kan verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt. 16 Een ongunstig advies voor een structuuronderdeel binnen een vestigingsplaats , kan nooit automatisch leiden tot de intrekking van de erkenning van dat structuuronderdeel als datzelfde structuuronderdeel ook aangeboden wordt op andere vestigingsplaatsen. 15 Een ongunstig advies voor een structuuronderdeel binnen een vestigingsplaats of van het leersteuncentrum dat deel uitmaakt van een school voor buitengewoon onderwijs, kan nooit automatisch leiden tot de intrekking van de erkenning van dat structuuronderdeel als datzelfde structuuronderdeel ook aangeboden wordt op andere vestigingsplaatsen. 16 Een ongunstig advies voor een leersteuncentrum dat deel uitmaakt van een school voor buitengewoon onderwijs, heeft betrekking op het leersteuncentrum en kan nooit automatisch leiden tot de intrekking van de erkenning van de school voor buitengewoon onderwijs. 17 Een ongunstig advies voor een school voor buitengewoon onderwijs waar een leersteuncentrum deel van uitmaakt, heeft betrekking op de school voor buitengewoon onderwijs en kan nooit automatisch leiden tot de intrekking van de erkenning van het leersteuncentrum. 18 Een tekort op het vlak van het beleid op leerlingenbegeleiding, vermeld in artikel 38, §1, eerste lid, 3°, kan leiden tot de verplichting voor de school om zich extern te laten begeleiden. 19 Een tekort op het vlak van de signaalfunctie en consultatieve leerlingenbegeleiding, vermeld in artikel 38, §1, tweede lid, 3°, kan leiden tot de verplichting voor het CLB om zich extern te laten begeleiden. 20 Een tekort op het vlak van de kwaliteit van de leersteun, vermeld in artikel 38, §1, derde lid, kan leiden tot de verplichting voor het leersteuncentrum om zich extern te laten begeleiden. 17 §6. Tijdens de eerste twee schooljaren van inwerkingtreding van bij decreet of besluit vastgelegde onderwijsdoelen, kan het niet of niet in voldoende mate bereiken of nastreven, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen, niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°. 21 §6. Tijdens de eerste twee schooljaren van inwerkingtreding van bij decreet of besluit vastgelegde onderwijsdoelen, kan het niet of niet in voldoende mate bereiken of nastreven, naargelang van het geval, van die onderwijsdoelen, niet leiden tot een advies als vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°. 18 : 22 : -
+5 −0 art. 39 -
+2 −1 art. 39 - 1 september 2018 versie zonder gekoppeld decreet
+15 −0 art. 39 - 1 september 2009 Codificatie: Decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs 2009035790
+0 −0 art. 39 nieuw