§ flandrepo
3 regels · van kracht sinds 1 jan 2024

Artikel 4.2.2.3.3

Heffingsplichtigen die de toepassing wensen van de in artikel 4.2.2.3.1. bedoelde berekeningsmethode moeten zelf zorgen voor meet- en bemonsteringsresultaten afkomstig van een op eigen initiatief uitgevoerde meetcampagne door een laboratorium vermeld in artikel 4.2.2.3.2, uitgevoerd minstens in de periode van de grootste vervuiling.

Als in het jaar vóór het heffingsjaar de heffingsplichtige en de Vlaamse Milieumaatschappij en, in voorkomend geval, de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, monsternemingen uitvoeren, en de N-waarde die conform artikel 4.2.2.3.1 is berekend op basis van het gemiddelde van alle resultaten van monsternemingen, met uitzondering van de resultaten die van de heffingsplichtige komen, 30% hoger ligt dan de N-waarde die is bepaald op grond van de resultaten van de meetcampagne van de heffingsplichtige met de hoogste vuilvracht, worden alle resultaten van de heffingsplichtige van de berekening van de componenten N1, N2, N3 en Nv, vermeld in artikel 4.2.2.3.1, uitgesloten.

In dit geval worden de door de Vlaamse Milieumaatschappij gedragen kosten voor monsterneming en analyses die als basis dienen voor bedoelde heffing ten laste gelegd van de heffingsplichtige, tenzij het verschil tussen de overeenkomstig artikel 4.2.2.3.1. vastgestelde N-waarde, berekend op basis van het gemiddelde van alle resultaten van monsternemingen, met uitzondering van de resultaten die van de heffingsplichtige komen, en de N-waarde, die wordt bepaald op grond van de resultaten van de meetcampagne van de heffingsplichtige met de hoogste vuilvracht, kleiner is dan 50 VE.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd