§ flandrepo
112 regels · van kracht sinds 1 jan 2024

Artikel 4.2.2.3.1

Voor de heffingsplichtigen waterverontreiniging die niet onder artikel 4.2.2.2.1 tot 4.2.2.2.3. vallen wordt de vuilvracht als volgt berekend:

N = N1 + N2 + N3 + Nk + Nv

waarin:

N = de vuilvracht uitgedrukt in vervuilingseenheden, de vuilvracht kan in geen geval negatief worden;

waarin:

N1: de vuilvracht veroorzaakt door de lozing van de zuurstofbindende stoffen en de zwevende stoffen uitgedrukt in vervuilingseenheden;

Qd: het volume, uitgedrukt in liter, van het afvalwater dat wordt geloosd in een etmaal tijdens het jaar vóór het heffingsjaar. Als de heffingsplichtige voor de meetinrichting van het geloosde afvalwater circulair afvalwater aanbiedt dat aanleiding geeft tot toekenning van de vrijstelling, vermeld in artikel 4.2.2.1.12, §1, en de Vlaamse Milieumaatschappij kan aantonen dat de Qd die tijdens de meetcampagne gemeten is, niet als representatief kan worden beschouwd voor het volume geloosd afvalwater in een etmaal tijdens de peri- ode van de grootste vervuiling, wordt Qd bepaald door het jaarvolume geloosd afvalwater Qj, dat wordt bepaald conform artikel 4.2.2.3.8, te delen door het aantal lozingsdagen tijdens het jaar vóór het heffingsjaar, tenzij dat aanleiding zou geven tot een lagere heffing. Als het circulair afvalwater dat aanleiding geeft tot toekenning van de vrijstelling, vermeld in artikel 4.2.2.1.12, §1, door de heffingsplichtige wordt aangeboden na de meetinrichting van het geloosde afvalwater, wordt Qd vermenigvuldigd met:

waarbij Qc: het gemeten volume aangeboden circulair afvalwater in het jaar vóór het heffingsjaar of het minimale volume circulair afvalwater, vermeld in de overeenkomst, vermeld in artikel 4.2.2.1.12, §2, als de aanbieder van het circulair afvalwater het aangeboden volume circulair afvalwater in het jaar vóór het heffingsjaar niet kan aantonen aan de hand van een verzegelde debietmeting, voorzien van registratie. Als het aangeboden circulair afvalwater maar wordt gemeten voor een gedeelte van het jaar vóór het heffingsjaar, wordt voor dat gedeelte rekening gehouden met het gemeten volume. Voor het gedeelte van het jaar vóór het heffingsjaar waarin het volume niet is gemeten, wordt rekening gehouden met het minimale volume, vermeld in de voormelde overeenkomst, berekend op dagbasis;

a:

  1. 1°deze term is gelijk aan nul voor de heffingsplichtigen waterverontreiniging:
  2. a)die op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het beschouwde heffingsjaar zijn aangesloten op het openbaar hydrografisch net, zoals bedoeld in artikel 4.1.1, en op dezelfde datum bovendien beschikken over een omgevings- respectievelijk lozingsvergunning voor lozing op het openbaar hydrografisch net;
  3. b)die op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het beschouwde heffingsjaar beschikken over een omgevings-, respectievelijk lozingsvergunning met normen voor lozen in de gewone oppervlaktewateren en die lozen in ofwel:
  4. -de openbare riolering die niet aangesloten is op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
  5. -een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
  6. -een openbare of privaatrechterlijke effluentleiding die uitmondt in oppervlaktewater.
  7. 2°indien in de loop van het jaar dat voorafgaat aan het heffingsjaar de lozingssituatie en/of vergunningstoestand bedoeld onder 1° verandert in deze bedoeld onder 3° of omgekeerd, wordt de berekening van de N1-component evenredig opgesplitst voor zover de vuilvracht berekend zonder de a- factor niet gevoelig wijzigt. De wijziging van de a- factor gaat in vanaf de maand volgend op deze waarin de lozingssituatie en/of vergunningstoestand volgens de vergunning van kracht wordt. Als de feitelijke lozingssituatie niet overeenstemt met de vergunningstoestand wordt de a- factor gewijzigd vanaf de maand die volgt op die waarin de feitelijke situatie aan de vergunning is aangepast. De heffingsplichtige dient minstens één maand voor de wijziging per aangetekend schrijven het Afdelingshoofd van de Vlaamse Milieumaatschappij bevoegd voor de vestiging, inning en invordering van de heffing of de door hem gedelegeerde ambtenaar hiervan op de hoogte te brengen. Bij gevoelige wijziging van de vuilvracht is overeenkomstig artikel 4.2.2.3.7 de situatie op het ogenblik van de monstername van toepassing.
  8. 3°deze term is in de overige gevallen gelijk aan 0,20.

ZS: het gehalte aan stoffen in suspensie, uitgedrukt in mg/l, van het afvalwater waarop Qd betrekking heeft;

BZV: de biochemische zuurstofbehoefte gedurende 5 dagen, uitgedrukt in mg/l, van het afvalwater waarop Qd betrekking heeft;

CZV: de chemische zuurstofbehoefte, uitgedrukt in mg/l, van het afvalwater waarop Qd betrekking heeft;

d: correctiefactor wanneer het gaat om seizoensgebonden of niet-continue activiteiten waarbij minder dan 225 kalenderdagen per jaar afvalwater wordt geloosd en hiervan het bewijs geleverd wordt; d is dan gelijk aan het quotiënt van het aantal dagen waarin afvalwater werd geloosd en 225.

Als er in het jaar vóór het beschouwde heffingsjaar verschillende metingen zijn gedaan van de samenstelling van het geloosde afvalwater en, in voorkomend geval, van het dagdebiet, wordt als N1 het rekenkundig gemiddelde genomen van de N1-componenten die op dagbasis berekend zijn.

N2 = Qjx [40 x (Hg) + 10 x (Ag + Cd) + 5 x (Zn + Cu) + 2 x (Ni) + 1 x (Pb + AS + Cr) ]

1000

waarin:

N2 = de vuilvracht veroorzaakt door de lozing van de beschouwde zware metalen uitgedrukt in vervuilingseenheden;

Qj = het volume afvalwater, uitgedrukt in kubieke meter, geloosd in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar;

Hg, Ag, Cd, Zn, Cu, Ni, Pb, As, Cr: de in het geloosde afvalwater gemeten gehaltes, van het afvalwater waarop Qd betrekking heeft, uitgedrukt in mg/l, van de respectievelijke stoffen: kwik, zilver, cadmium, zink, koper, nikkel, lood, arseen en chroom.

N3 = Qj x (N + P)

10000

waarin:

N3: de vuilvracht veroorzaakt door de lozing van de beschouwde nutriënten uitgedrukt in vervuilingseenheden;

Qj: het volume afvalwater, uitgedrukt in kubieke meter, geloosd in het jaar voorafgaand aan het beschouwde heffingsjaar;

N: het in het geloosde afvalwater gemeten gehalte aan totale stikstof uitgedrukt in mg N/l;

P: het in het geloosde afvalwater gemeten gehalte aan totale fosfor, uitgedrukt in mg P/l.

Nk = ak (K x 0,0004)

waarin:

Nk: de vuilvracht veroorzaakt door het lozen van koelwater;

K: het thermisch belast koelwater, uitgedrukt in kubieke meter per jaar, dat in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd geloosd. Met ingang van het heffingsjaar 1992 wordt de hoeveelheid geloosd koelwater geacht overeen te stemmen met:

  1. 1°hetzij, de in de lozings- of omgevingsvergunning toegelaten hoeveelheid;
  2. 2°hetzij, de hoeveelheid aangegeven in de vóór 1 september 1991 ingediende lozingsvergunningsaanvraag zolang over deze laatste nog geen uitspraak is gedaan;
  3. 3°tenzij het bewijs geleverd wordt dat de reëel geloosde hoeveelheid kleiner is.

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels hiervan vast.

ak: deze term is gelijk aan 0,550.

Nv= Ev - Kv

waarin:

Nv : de vuilvracht die gerelateerd is aan de verwerkbaarheid van het geloosde afvalwater uitgedrukt in negatieve of positieve vervuilingseenheden;

Onder goed verwerkbaar afvalwater wordt verstaan afvalwater waarbij de gemiddelde samenstelling voldoet aan alle volgende voorwaarden:

  1. 1°CZV/BZV kleiner dan of gelijk aan 4;
  2. 2°BZV/N groter of gelijk aan 4;
  3. 3°BZV/P groter of gelijk aan 25;
  4. 4°BZV concentratie hoger dan of gelijk aan 100 mg/l.

waarbij:

BZV: de in het geloosde afvalwater gemeten biochemische zuurstofbehoefte gedurende 5 dagen, uitgedrukt in mg BZV/l;

CZV: de in het geloosde afvalwater gemeten chemische zuurstofbehoefte, uitgedrukt in mg CZV/l;

N: het in het geloosde afvalwater gemeten gehalte aan totale stikstof uitgedrukt in mg N/l;

P: het in het geloosde afvalwater gemeten gehalte aan totale fosfor, uitgedrukt in mg P/l.

Onder complementair afvalwater wordt verstaan afvalwater waarbij de gemiddelde samenstelling voldoet aan alle volgende voorwaarden:

  1. 1°CZV/BZV kleiner dan 2;
  2. 2°BZV/N groter dan 8;
  3. 3°BZV/P groter dan 40;
  4. 4°BZV concentratie hoger dan 500 mg/l.

waarbij:

BZV: de in het geloosde afvalwater gemeten biochemische zuurstofbehoefte gedurende 5 dagen, uitgedrukt in mg BZV/l;

CZV: de in het geloosde afvalwater gemeten chemische zuurstofbehoefte, uitgedrukt in mg CZV/l;

N: het in het geloosde afvalwater gemeten gehalte aan totale stikstof uitgedrukt in mg N/l;

P: het in het geloosde afvalwater gemeten gehalte aan totale fosfor, uitgedrukt in mg P/l.

De gemiddelde samenstelling is het rekenkundig gemiddelde van alle meet- en bemonsteringsresultaten van de verschillende monsternemingen bekomen volgens de regels vastgesteld door de Vlaamse Regering in uitvoering van artikel 4.2.2.3.2., tweede lid.

Ev: de extra verwerkingskosten voor de sanering van afvalwater dat niet goed verwerkbaar is;

De term Ev is:

  1. 1°nul wanneer het afvalwater goed verwerkbaar of complementair is of voor de heffingsplichtigen waarvoor a = 0;
  2. 2°in alle andere gevallen gelijk aan:

Qdv x [0,45 x (4 x (BZVc – BZV) ) + 0,35 x ZSp] x (0,40 + 0,60 x d)

180 1.350 500

waarbij:

Qdv: het gemiddelde volume afvalwater, uitgedrukt in liter, geloosd in een etmaal in het jaar dat voorafgaat aan het heffingsjaar. Het gemiddelde volume is het rekenkundig gemiddelde van alle Qd. Indien enkel het volume afvalwater geloosd in het jaar voorafgaand aan het beschouwde heffingsjaar (Qj) beschikbaar is, wordt Qdv als volgt berekend:

Qdv = Qj x 1000

225*d

BZVc: de gecorrigeerde BZV concentratie, uitgedrukt in mg BZV/l, zodat het afvalwater voldoet aan de voorwaarden voor goed verwerkbaar afvalwater met uitzondering van de voorwaarde BZV/P groter of gelijk aan 25. BZVc is gelijk aan de maximale waarde uit de volgende reeks : 100, CZV/4, N × 4, BZV;

BZV: de gemiddelde concentratie van de in het geloosde afvalwater gemeten biochemische zuurstofbehoefte gedurende 5 dagen, uitgedrukt in mg BZV/l;

CZV: de gemiddelde concentratie van de in het geloosde afvalwater gemeten chemische zuurstofbehoefte, uitgedrukt in mg CZV/l;

N: de gemiddelde concentratie van de in het geloosde afvalwater gemeten gehalte aan totale stikstof uitgedrukt in mg N/l;

P: de gemiddelde concentratie van de in het geloosde afvalwater gemeten gehalte aan totale fosfor, uitgedrukt in mg P/l;

Hierbij is de gemiddelde concentratie het rekenkundig gemiddelde van alle meet- en bemonsteringsresultaten van de verschillende monsternemingen bekomen volgens de regels vastgesteld door de Vlaamse Regering in uitvoering van artikel 4.2.2.3.2., tweede lid.

ZSp: de slibproductie, uitgedrukt in mg/l, ontstaan door de chemische precipitatie van het toe te voegen ijzertrichloride wanneer de samenstelling van afvalwater niet voldoet aan de voorwaarde BZV/P groter of gelijk aan 25. ZSp kan niet negatief zijn en wordt berekend als :

6,6 x (P – BZV)

25

d: correctiefactor wanneer het gaat om seizoensgebonden of niet-continue activiteiten wanneer minder dan 225 kalenderdagen per jaar afvalwater wordt geloosd en hiervan het bewijs geleverd wordt; d dan gelijk is aan het quotiënt van het aantal dagen waarin afvalwater werd geloosd en 225;

Kv: de korting voor de sanering van complementair afvalwater

De term Kv:

  1. 1°is nul wanneer het afvalwater niet complementair is of voor de heffingsplichtigen waarvoor a = 0;
  2. 2°is in alle andere gevallen gelijk aan:

Qdv x 0,45 x BZV x (0,40 + 0,60 x d)

180 1350

waarbij:

Qdv: het gemiddelde volume afvalwater, uitgedrukt in liter, geloosd in een etmaal in het jaar dat voorafgaat aan het heffingsjaar. Het gemiddelde volume is het rekenkundig gemiddelde van alle Qd.. Indien enkel het volume afvalwater geloosd in het jaar voorafgaand aan het beschouwde heffingsjaar (Qj) beschikbaar is, wordt Qdv als volgt berekend:

Qdv = Qj x 1000

225*d

BZV: de gemiddelde concentratie van de in het geloosde afvalwater gemeten biochemische zuurstofbehoefte gedurende 5 dagen, uitgedrukt in mg BZV/l. De gemiddelde concentratie is het rekenkundig gemiddelde van alle meet- en bemonsteringsresultaten van de verschillende monsternemingen bekomen volgens de regels vastgesteld door de Vlaamse Regering in uitvoering van artikel 4.2.2.3.2., tweede lid;

d: correctiefactor wanneer het gaat om seizoensgebonden of niet-continue activiteiten waarbij minder dan 225 kalenderdagen per jaar afvalwater wordt geloosd en hiervan het bewijs geleverd wordt; d is dan gelijk aan het quotiënt van het aantal dagen waarin afvalwater werd geloosd en 225.

In afwijking van wat is bepaald in het eerste lid, worden, bij toepassing van de 30%-regel, vermeld in artikel 4.2.2.3.3, tweede lid, de resultaten van de heffingsplichtige van de berekening van de component Nv uitgesloten als dat resulteert in een hogere N-waarde.

Als een heffingsplichtige dit uitdrukkelijk vraagt, past de Vlaamse Milieumaat- schappij de bepalingen van het eerste lid, zoals gewijzigd bij het programmadecreet van 22 december 2023 bij de begroting 2024, ook toe op heffingsdossiers die betrekking hebben op het heffingsjaar 2020, 2021, 2022 of 2023, die voldoen aan al de volgende voorwaarden:

  1. 1°de heffing of aanvullende heffing, vermeld in artikel 4.2.4.5, §2, van dit decreet, is nog niet definitief vastgesteld op 1 januari 2024. Een heffing of aanvullende heffing is nog niet definitief vastgesteld als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden:
  2. a)de heffing is nog niet opgenomen in een kohier als vermeld in artikel 4.2.4.5, §4, van dit decreet;
  3. b)de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een heffing of aanvullende heffing als vermeld in artikel 4.2.4.6, §1, van dit decreet, is nog niet verstreken;
  4. c)de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij of de ambtenaar die door de leidend ambtenaar is gedelegeerd heeft nog geen beslissing genomen over het bezwaarschrift dat de heffingsplichtige conform artikel 4.2.4.6, §1, van dit decreet, tegen de heffing of aanvullende heffing heeft ingediend;
  5. d)de termijn voor het indienen van een fiscaal verzoekschrift op tegenspraak tegen de beslissing over het bezwaarschrift, vermeld in artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek, is nog niet verstreken;
  6. e)de heffing of aanvullende heffing is het voorwerp van een gerechtelijke procedure, waarin nog geen definitieve uitspraak werd gedaan;
  7. 2°er zijn voor het jaar voor het heffingsjaar meet- en bemonsteringsresultaten beschikbaar, afkomstig van meerdere meetcampagnes uitgevoerd in opdracht van de heffingsplichtige of de Vlaamse Milieumaatschappij;
  8. 3°tijdens de meetcampagne die bepalend is voor de N1-component, was er een eenmalige incidentele lozing van basisproducten of grondstoffen, die bij een normale productie niet samen met het bedrijfsafvalwater worden geloosd, maar in het eindproduct worden opgenomen. Het eenmalige incidentele karakter van de lozing wordt aangetoond door de meet- en bemonsteringsresultaten van de overige meetcampagnes.

De heffingsplichtige vraagt de toepassing van het eerste lid, zoals gewijzigd bij het programmadecreet van 22 december 2023 bij de begroting 2024, zoals vermeld in het derde lid, aan de Vlaamse Milieumaatschappij uiterlijk op 31 december 2024 met een per post aangetekende brief. Uit de inhoud van die brief en de bijgevoegde stukken blijkt dat aan de voorwaarden, vermeld in het derde lid, is voldaan.

Als de Vlaamse Milieumaatschappij de bepalingen van het eerste lid, zoals gewijzigd bij het programmadecreet van 22 december 2023 bij de begroting 2024, toepast, zoals vermeld in het derde en vierde lid, wordt in afwijking van artikel 418 van het WIB enkel het verschil tussen het oorspronkelijke heffingsbedrag, verhoogd met de eventuele heffingsverhoging, en het herrekende heffingsbedrag, verhoogd met de eventuele heffingsverhoging, terugbetaald aan de heffingsplichtige. De heffingsplichtige kan de eventuele kosten die verbonden zijn aan betwistingen over het oorspronkelijke heffingsbedrag, opgeworpen voor het indienen van de vraag, ver- meld in het derde en vierde lid, niet verhalen op de Vlaamse Milieumaatschappij.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd