Artikel 5
§1. Het bestuurlijk opsporingsonderzoek is geheim zolang het niet is afgesloten door een beslissing als vermeld in artikel 38, §2, eerste lid, 2° en 3°, of tot aan het verval van de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie als de voormelde beslissing niet wordt genomen.
§2. In afwijking van paragraaf 1 kan de beboetingsinstantie de personen die er het voorwerp van vormen, op hun met redenen omkleed verzoek inzage verlenen in de stukken van het bestuurlijk opsporingsonderzoek, of een afschrift ervan ter beschikking stellen. Uiterlijk zestig dagen na de dag waarop de beboetingsinstantie het voormelde verzoek heeft ontvangen, bezorgt ze haar beslissing met een beveiligde zending aan de verzoeker.
Als de termijn, vermeld in het eerste lid, is overschreden of de inzage die wordt gevraagd volledig of gedeeltelijk wordt geweigerd, kan de verzoeker binnen vijftien dagen na de dag waarop de termijn, vermeld in het eerste lid, is verstreken of na de dag waarop de verzoeker de weigering van de inzage heeft ontvangen, met een gemotiveerd verzoekschrift beroep instellen bij de politierechter. De griffie stuurt onmiddellijk een kopie van het verzoekschrift naar de beboetingsinstantie.
De beboetingsinstantie kan een rapport richten aan de politierechter binnen dertig dagen na de dag waarop zij het verzoekschrift, vermeld in het tweede lid, heeft ontvangen. De politierechter kan beslissen om de verzoeker, de beboetingsinstantie of hun advocaten afzonderlijk te horen.
De politierechter doet uitspraak zonder debat binnen zestig dagen na de dag waarop het verzoekschrift, vermeld in het tweede lid, is neergelegd. Tegen de beslissing van de politierechter is geen beroep mogelijk.
§3. Met toepassing van artikel 23, lid 1, d), e), h) en i), van de algemene verordening gegevensbescherming kan de op grond van dit decreet daartoe bevoegde overheid beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het negende lid.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de daartoe bevoegde overheid, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening. De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere regels bepalen.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.
De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de daartoe bevoegde overheid zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het achtste lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.
De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid, bevat, naar het openbaar ministerie of de beboetingsinstantie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het openbaar ministerie, een onderzoeksrechter of een beboetingsinstantie, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het openbaar ministerie, een onderzoeksrechter of een beboetingsinstantie, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene conform artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat respectievelijk het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter of de beboetingsinstantie heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.