Artikel 64
§1. Met betrekking tot de zeevisserij en onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie houden het hoofd van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, en de door het hoofd aangewezen personeelsleden, toezicht op de naleving van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid en de andere Europese en internationale akten die vorm geven aan het zeevisserijbeleid, vermeld in artikel 6, §1, V, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen.. Ze stellen de inbreuken daarop vast in processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
De toezichthouders vermeld in het eerste lid, hebben daarvoor het recht om zich op elk moment aan boord van vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen, alsook zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuigen kunnen bevinden. Ze mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen. In de uitoefening van hun opdracht mogen zij op elk moment fabrieken, magazijnen, bergplaatsen, kantoren, vervoermiddelen, bedrijfsgebouwen, veilingen, markten, vismijnen en de in de open lucht gelegen bedrijven betreden. Zij mogen de plaatsen die tot woning dienen, slechts bezoeken met verlof van de rechter in de politierechtbank.
§2. Als een inbreuk als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt vastgesteld, kunnen het hoofd van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, en de door het hoofd aangewezen personeelsleden, een waarschuwing richten aan de overtreder en hem aanmanen een einde te maken aan de inbreuk.
Het origineel van de waarschuwing wordt naar de overtreder gestuurd binnen vijftien dagen na de vaststelling van de inbreuk.
De waarschuwing vermeldt :
- 1°de ten laste gelegde feiten en de overtreden wettelijke bepalingen;
- 2°in voorkomend geval, de termijn waarin een einde gemaakt moet worden aan de inbreuk;
- 3°dat, als geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing, een proces-verbaal opgesteld zal worden en naar de procureur des Konings gestuurd zal worden.
§3. Conform artikel 50 kan de toezichthouder vermeld in paragraaf 1, eerste lid, een vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, als dat nodig is, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
§4. Als een vissersvaartuig aan de ketting is gelegd ter uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid en de internationale akten, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor zijn rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie, die overeenkomt met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet hoger mag zijn dan de maximumgeldboete, vermeld in artikel 56, §3. De borgsom of de bankgarantie moet, tegen afgifte van ontvangstbewijs, aan de verbalisant worden bezorgd die ze in bewaring geeft volgens de voorwaarden en de procedure die de Vlaamse Regering kan bepalen.
De exclusieve bestuurlijke geldboete, vermeld in artikel 56, alsook alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
§ 5. Als een vreemd vissersvaartuig aan de ketting wordt gelegd, wordt de vlaggenstaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onmiddellijk op de hoogte gebracht van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.