§ flandrepo
18 regels · van kracht sinds 20 aug 2026

Artikel 174quinquies

§1. Deze bepaling regelt de verwerking van persoonsgegevens door de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

De organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, treden op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2.

De verwerkingen door de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, zijn noodzakelijk voor de vervulling van de taken van algemeen belang overeenkomstig artikel 6, eerste lid, e), van de algemene verordening gegevensbescherming.

§2. De organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, verwerken de persoonsgegevens voor het beheer van het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen en de doeleinden, vermeld in artikel 138, §1.

§3. De verwerkte persoonsgegevens hebben betrekking op de volgende gegevens:

  1. 1°identiteitsgegevens;
  2. 2°adresgegevens;
  3. 3°gegevens die verband houden met de grond.

§4. De verwerkte persoonsgegevens hebben betrekking op de volgende natuurlijke personen voor zover zij geïdentificeerd of identificeerbaar zijn:

  1. 1°de eigenaar en gebruiker van de grond;
  2. 2°de exploitant op de grond;
  3. 3°de bodemsaneringsdeskundige;
  4. 4°de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II;
  5. 5°de eindgebruiker, de initiatiefnemer, de ontvanger, de uitvoerder van de werken en de vervoerder van de bodemmaterialen, vermeld in de regeling, vastgesteld krachtens artikel 138, § 1.

§5. De organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, kunnen de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 3, verstrekken aan:

  1. 1°de OVAM;
  2. 2°derden als de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, een wettelijke of decretale verplichting hebben om de persoonsgegevens te verstrekken.

§6. De persoonsgegevens kunnen worden bewaard tot maximaal 10 jaar na de beëindiging van de werkzaamheden van de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, of tot maximaal 1 jaar na het verstrijken van de toepasselijke verjaringstermijnen als die termijnen langer zijn.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd