Tot wijziging van artikel 10.2.3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wat de sanering van afvalwater betreft #1349
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 20 okt 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | De rechten en verplichtingen, vermeld in artikel 9 tot en met 15 en artikel 16 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten, en andere door middel van leidingen, zijn van toepassing op de waterleverancier bij de aanleg en de wijziging van een openbaar waterdistributienetwerk. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan de rechten en verplichtingen, vermeld in het eerste lid, nader regelen. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | §1. De Vennootschap wordt uitsluitend beheerd door haar organen, in overeenstemming met de wetgeving van toepassing op de rechtsvorm, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §1, binnen de grenzen van het decreet. | ||
| 2 | §2. De organen van de Vennootschap zijn als enige bevoegd om alle nuttige of noodzakelijke handelingen te stellen om de doelstellingen bepaald overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3, te verwezenlijken, en de strategie te ontwikkelen om de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, te vervullen binnen de grenzen van het decreet. | ||
| 3 | §3. De Vennootschap kan alle bedrijvigheden ontwikkelen die verenigbaar zijn met haar voorwerp. De andere dan in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1, vermelde bedrijvigheden van de Vennootschap mogen de goede uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1, op geen enkele wijze in het gedrang brengen. | ||
| 4 | §4. De Vennootschap staat autonoom en in eigen naam en voor eigen rekening in voor de externe financiering van de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3. | ||
| 5 | §5. De Vennootschap voert een bedrijfseconomische boekhouding conform de regels van het dubbel boekhouden. | ||
| 6 | De activiteiten verbonden aan de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en | ||
| 7 | §2/1, worden afgescheiden van andere activiteiten, teneinde kruissubsidiëring tussen de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1, en andere activiteiten van de Vennootschap te vermijden. | ||
| 8 | §6. De Vlaamse Regering kan de Vennootschap machtigen, in voorkomend geval, onder de bijzondere voorwaarden die ze bepaalt, een dochteronderneming te betrekken bij de uitvoering van haar taken van algemeen belang voor zover het Vlaamse Gewest steeds rechtstreeks of onrechtstreeks minstens de meerderheid van de stemmen in de algemene vergadering en van de mandaten in het bestuursorgaan van de dochteronderneming in kwestie bezit. |
| 1 | §1. Tussen de Vennootschap en het Vlaamse Gewest wordt een langlopende samenwerkingsovereenkomst gesloten over de wijze waarop de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, worden uitgevoerd. | ||
| 2 | §2. De samenwerkingsovereenkomst bepaalt ten minste: | ||
| 3 | 1° de wijze waarop de Vennootschap wordt geëvalueerd aan de hand van een limitatief aantal kritische prestatie-indicatoren voor de toetsing van de goede uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, en de wijze waarop de Vennootschap daarover minstens jaarlijks rapporteert; | ||
| 4 | 2° de verplichte bestanddelen van het investeringsplan, vermeld in artikel 2.6.1.1.5, de wijze waarop het investeringsplan wordt vastgesteld, en de vaststelling van de wijze waarop de financiële grenzen die de Vennootschap in acht moet nemen, worden vastgelegd; | ||
| 5 | 3° de verplichte bestanddelen van het ondernemingsplan en de termijnen voor de mededeling; | ||
| 6 | 4° het gestructureerd en systematisch overlegsysteem; | ||
| 7 | 5° de informatie- en rapportageverplichtingen over de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2; | ||
| 8 | 6° de financiering van de Vennootschap; | ||
| 9 | 7° de vergoeding van de Vennootschap; | ||
| 10 | 8° de duur, opzeggings- en verlengingsmogelijkheden van de samenwerkingsovereenkomst; | ||
| 11 | 9° de sancties die bij het niet-naleven van de verbintenissen van de partijen van toepassing zijn; | ||
| 12 | 10° de door de Vennootschap toegepaste code van deugdelijk bestuur. | ||
| 13 | §3. Bij de onderhandeling en sluiting van de samenwerkingsovereenkomst wordt het Vlaamse Gewest vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering en de Vennootschap door haar raad van bestuur. | ||
| 14 | §4. Als bij het verstrijken van een samenwerkingsovereenkomst geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst in werking is getreden, wordt de duur van de verstreken samenwerkingsovereenkomst met een jaar verlengd. | ||
| 15 | Indien geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst in werking is getreden binnen de termijn van één jaar, vermeld in het eerste lid, worden de taken van de Vennootschap, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, die van rechtswege openbaredienstverplichtingen zijn, verder uitgevoerd volgens de modaliteiten van de beëindigde samenwerkingsovereenkomst tot op het ogenblik dat een nieuwe samenwerkingsovereenkomst in werking is getreden of tot op het ogenblik waarop de Vlaamse Regering regels vaststelt overeenkomstig het derde lid. | ||
| 16 | Aangezien de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, openbaredienstverplichtingen betreffen, kan de Vlaamse Regering voorlopige regels vaststellen over de aangelegenheden, vermeld in paragraaf 2. Die voorlopige regels zullen als nieuwe samenwerkingsovereenkomst gelden tot een nieuwe samenwerkingsovereenkomst, gesloten overeenkomstig paragraaf 3, in werking treedt. | ||
| 17 | §5. Elke uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde in de samenwerkingsovereenkomst wordt voor niet geschreven gehouden. Artikel 1184 van het Oud Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de samenwerkingsovereenkomst. De partij jegens wie een verbintenis in de samenwerkingsovereenkomst niet is uitgevoerd, kan alleen de uitvoering van de verbintenis vorderen en, in voorkomend geval, schadevergoeding, met behoud van de toepassing van eventuele bijzondere sancties als vermeld in de samenwerkingsovereenkomst. |
| 1 | §1. Het Vlaamse Gewest sluit met de Vennootschap een of meer bijzondere overeenkomsten om de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2/1, uit te voeren. | ||
| 2 | §2. Deze overeenkomsten regelen ten minste: | ||
| 3 | 1° de uitvoering van de betrokken taken van algemeen belang, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2/1, binnen de grenzen van de toepasselijke regelgeving; | ||
| 4 | 2° de wijze waarop de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2/1, meegenomen wordt in het ondernemingsplan en hoe daarover gerapporteerd wordt; | ||
| 5 | 3° de wijze waarop de Vennootschap wordt geëvalueerd aan de hand van kritische prestatie-indicatoren voor de toetsing van de goede uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2/1, en de wijze waarop de Vennootschap daarover minstens jaarlijks rapporteert; | ||
| 6 | 4° de sancties die bij het niet-naleven van de verbintenissen van de partijen van toepassing zijn; | ||
| 7 | 5° de duur van de bijzondere overeenkomst. |
| 1 | De Vennootschap maakt minstens jaarlijks een investeringsplan op voor de volgende vijf jaar. De Vennootschap deelt het investeringsplan mee aan de Vlaamse Milieumaatschappij. | ||
| 2 | Dit investeringsplan wordt ter informatie aan de Vlaamse Regering meegedeeld. |
| 1 | De Vennootschap stelt jaarlijks, naast het investeringsplan, een ondernemingsplan op dat de doelstellingen en de strategie, uitsluitend voor wat het uitvoeren van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1, betreft, op korte en middellange termijn van de Vennootschap vastlegt. | ||
| 2 | De onderdelen van het plan die de uitvoering van de taken van algemeen belang betreffen, worden voor toetsing aan de bepalingen van de overeenkomsten, vermeld in artikel 2.6.1.1.3 en 2.6.1.1.4, ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beslist over de goedkeuring na advies van de Vlaamse Milieumaatschappij. De overige onderdelen van het plan worden ter informatie aan de Vlaamse Regering en de Vlaamse Milieumaatschappij medegedeeld. |
| 1 | De Vennootschap rapporteert jaarlijks aan de Vlaamse Milieumaatschappij minstens over: | ||
| 2 | 1° de kritische prestatie-indicatoren die gelden voor de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2 en §2/1; | ||
| 3 | 2° de uitvoering van het investeringsplan, vermeld in artikel 2.6.1.1.5, en het ondernemingsplan, vermeld in artikel 2.6.1.1.6; | ||
| 4 | 3° een vergelijking van de effectieve kosten met de gefactureerde bedragen; | ||
| 5 | 4° de bijdrage aan en de inspanningen voor klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en de circulaire economie; | ||
| 6 | 5° de naleving van de code voor deugdelijk bestuur die in de samenwerkingsovereenkomst is vastgesteld; | ||
| 7 | 6° alle rechtstreekse of onrechtstreekse deelnemingen in rechtspersonen, met vermelding van het houderschapspercentage. |