Artikel 52
De herstelinstantie kan aan overtreders met een herstelplicht publieke herstelmaatregelen opleggen, zo nodig aangevuld met inperkende maatregelen en de betaling van kosten om de vereiste maatregelen te bepalen. Dat gebeurt via een bestuurlijke herstelbeslissing in de vorm van bestuursdwang of een bestuurlijk herstelbevel.
Bestuursdwang laat de herstelinstantie toe om onmiddellijk tot de ambtshalve uitvoering van de publieke herstelmaatregel over te gaan, in de plaats en op kosten van de overtreder. Tot bestuursdwang wordt buiten de context van een bestuurlijk herstelbevel alleen besloten als het herstel van de publieke schade, door de urgentie die er mee gepaard gaat of de specifieke aard daarvan, niet kan worden overgelaten aan de herstelplichtige, en alleen door de herstelinstantie zelf kan worden gerealiseerd.
In een bestuurlijk herstelbevel wordt aan de overtreder een hersteltermijn toegekend om de opgelegde publieke herstelmaatregel zelf uit te voeren en om daarvan het bewijs te leveren. De Vlaamse Regering kan een maximale hersteltermijn bepalen. De overschrijding van de voormelde termijn geeft aanleiding tot het verbeuren van een dwangsom of de toepassing van bestuursdwang.
Een bestuurlijk herstelbevel waarin tot een dwangsom wordt beslist als vermeld in het derde lid, vermeldt het bedrag van de dwangsom, en of de dwangsom hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding wordt vastgesteld. De dwangsom kan worden verbonden aan het geheel van de oplegde maatregelen of aan elke maatregel afzonderlijk, zonder dat ze betrekking kan hebben op de betaling van geldsommen.