Tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen #612
Gemerged Vlaamse Regering voegde 25 artikels samen in decreet-1995-04-05decreet-2011-12-23-1021295 · 20 januari 2021 Alle checks geslaagd
25 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 1 mrt 2021. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 2. Aan artikel 10.3.3, §2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden een punt 20°, 21° en 22° toegevoegd, die luiden als volgt:
“20° het uitvoeren van de taken in het kader van de bijzondere afvalstoffen, vermeld in artikel 22 en 32 van het Materialendecreet;
21° het uitvoeren van de taken in het kader van toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen als vermeld in titel XVI;
22° het aanduiden van een organisatie voor het overnemen van de taken van de certificatie-instelling asbest, vermeld in artikel 33/16 van het Materialendecreet.”.
Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van: | ||
| 1 | Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen. | 2 | 1° richtlijn (EU) 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen; |
| 3 | 2° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen; | ||
| 4 | 3° richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/ EG; | ||
| 5 | 4° richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu. |
| 13 | 5°/1 asbesthoudende materialen: de materialen die op basis van -voorkennis en een beoordeling met het blote oog of op basis van een geldige monstername en analyse asbest bevatten; | 13 | 5°/1 asbesthoudende materialen: de materialen die op basis van -voorkennis en een beoordeling met het blote oog of op basis van een geldige monstername en analyse asbest bevatten; |
| 14 | 6° bedrijfsafvalstoffen : afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een industriële, ambachtelijke of wetenschappelijke activiteit, en de afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering; | 14 | 6° bedrijfsafvalstoffen : afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een industriële, ambachtelijke of wetenschappelijke activiteit, en de afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering; |
| 15 | 7° beheren van afvalstoffen : het inzamelen, het tussentijds opslaan en overslaan, het vervoeren, het nuttig toepassenen het verwijderen van afvalstoffen, met inbegrip van het houden van toezicht op die handelingen en het uitvoeren van de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting, en met inbegrip van activiteiten van afvalstoffenhandelaars of -makelaars; | 15 | 7° beheren van afvalstoffen : het inzamelen, het tussentijds opslaan en overslaan, het vervoeren, het nuttig toepassen, met inbegrip van sortering, en het verwijderen van afvalstoffen, met inbegrip van het houden van toezicht op die handelingen en het uitvoeren van de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting, en met inbegrip van activiteiten van afvalstoffenhandelaars of -makelaars; |
| 16 | 8° beste beschikbare technieken: beste beschikbare technieken als vermeld bij of krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning; | 16 | 8° beste beschikbare technieken: beste beschikbare technieken als vermeld bij of krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning; |
| 17 | 9° bijzondere afvalstoffen : huishoudelijke, gevaarlijke, bedrijfsafvalstoffen of andere afvalstoffen die wegens hun aard, samenstelling, herkomst of verwerking een bijzondere regeling behoeven. De Vlaamse Regering kan bepalen welke afvalstoffen als bijzondere afvalstoffen worden beschouwd; | 17 | 9° bijzondere afvalstoffen : huishoudelijke, gevaarlijke, bedrijfsafvalstoffen of andere afvalstoffen die wegens hun aard, samenstelling, herkomst of verwerking een bijzondere regeling behoeven. De Vlaamse Regering kan bepalen welke afvalstoffen als bijzondere afvalstoffen worden beschouwd; |
| 18 | 9°/1 bioafval: biologisch afbreekbaar tuin- en plantsoenafval, levensmiddelen- en keukenafval van huishoudens, kantoren, restaurants en andere voedingsdiensten, groothandels, kantines, cateringfaciliteiten en winkels, en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie; | ||
| 18 | 10° de OVAM : de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, vermeld in artikel 10.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; | 19 | 10° de OVAM : de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, vermeld in artikel 10.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; |
| 19 | 11° gemengd stedelijk afval : huishoudelijk afval, alsmede bedrijfs-, industrieel en institutioneel afval dat qua aard en samenstelling te vergelijken is met huishoudelijk afval, behoudens de in bijlage van beschikking 2000/532/EG onder 20 01 genoemde fracties die afzonderlijk aan de bron worden ingezameld, en de onder 20 02 van die bijlage genoemde andere afvalstoffen; | 20 | 11° gemengd stedelijk afval : huishoudelijk afval, alsmede bedrijfs-, industrieel en institutioneel afval dat qua aard en samenstelling te vergelijken is met huishoudelijk afval, behoudens de in bijlage van beschikking 2000/532/EG onder 20 01 genoemde fracties die afzonderlijk aan de bron worden ingezameld, en de onder 20 02 van die bijlage genoemde andere afvalstoffen; |
| 26 | 18° inzameling : het verzamelen van afvalstoffen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie; | 27 | 18° inzameling : het verzamelen van afvalstoffen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie; |
| 27 | 19° levenscyclusdenken : een benadering waarbij wordt gekeken naar de effecten die optreden tijdens de hele levenscyclus van een materiaal; | 28 | 19° levenscyclusdenken : een benadering waarbij wordt gekeken naar de effecten die optreden tijdens de hele levenscyclus van een materiaal; |
| 29 | 19°/1 levensmiddelenafval: alle levensmiddelen als vermeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, die afvalstoffen zijn geworden; | ||
| 28 | 20° lokale besturen : provincies, provinciebedrijven, gemeenten, gemeentebedrijven en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden; | 30 | 20° lokale besturen : provincies, provinciebedrijven, gemeenten, gemeentebedrijven en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden; |
| 29 | 21° materiaal : elke stof die wordt of is ontgonnen, gewonnen, geteeld, verwerkt, geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw verwerkt, of elk voorwerp dat wordt geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw gebruikt, inclusief de daaruit ontstane afvalstoffen; | 31 | 21° materiaal : elke stof die wordt of is ontgonnen, gewonnen, geteeld, verwerkt, geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw verwerkt, of elk voorwerp dat wordt geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw gebruikt, inclusief de daaruit ontstane afvalstoffen; |
| 30 | 22° materiaalkringloop : het geheel van opeenvolgende handelingen in een levenscyclus of stofstroom, gaande van de ontginning of winning en teelt, over de verwerking, de productie, de distributie, de opslag of overslag, het transport, het gebruik en hergebruik, de afdanking, de verwijdering en het eventueel opnieuw inzetten waarbij een of meer materialen, bedoeld of onbedoeld, worden doorgegeven van de ene fase in de levenscyclus naar een andere; | 32 | 22° materiaalkringloop : het geheel van opeenvolgende handelingen in een levenscyclus of stofstroom, gaande van de ontginning of winning en teelt, over de verwerking, de productie, de distributie, de opslag of overslag, het transport, het gebruik en hergebruik, de afdanking, de verwijdering en het eventueel opnieuw inzetten waarbij een of meer materialen, bedoeld of onbedoeld, worden doorgegeven van de ene fase in de levenscyclus naar een andere; |
| 33 | 22°/1 niet-gevaarlijke afvalstof: een afvalstof die geen gevaarlijke afvalstof is; | ||
| 31 | 23° nuttige toepassing : elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering; | 34 | 23° nuttige toepassing : elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering; |
| 32 | 24° preventie : maatregelen die worden genomen voordat een stof of voorwerp afvalstof is geworden, ter vermindering van : | 35 | 24° preventie : maatregelen die worden genomen voordat een stof of voorwerp afvalstof is geworden, ter vermindering van : |
| 33 | a) de hoeveelheid afvalstoffen, inclusief via het hergebruik van voorwerpen of de verlenging van de levensduur van voorwerpen; | 36 | a) de hoeveelheid afvalstoffen, inclusief via het hergebruik van voorwerpen of de verlenging van de levensduur van voorwerpen; |
| 34 | b) de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid; | 37 | b) de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid; |
| 35 | c) het gehalte aan schadelijke stoffen in stoffen en voorwerpen; | 38 | c) het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen; |
| 39 | g) stoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen als vermeld in artikel 3, lid 2, g), van verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. | ||
| 40 | 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie, en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan; | ||
| 36 | 25° recyclage : elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dat omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal; | 41 | 25° recyclage : elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dat omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal; |
| 42 | 25°/1 regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid: een reeks maatregelen die de Vlaamse Regering conform artikel 21 vaststelt om ervoor te zorgen dat producenten van producten de financiële of financiële en organisatorische verantwoordelijkheid dragen voor het beheer van de afvalfase in de levenscyclus van een product; | ||
| 43 | 25°/2 stedelijk afval: gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van huishoudens, met inbegrip van papier en karton, glas, metaal, plastic, bioafval, hout, textiel, verpakkingen, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte batterijen en accu’s, grofvuil, met inbegrip van matrassen en meubels, en gemengd afval en gescheiden ingezameld afval uit andere bronnen dan de voormelde bronnen als de aard en samenstelling van dat afval vergelijkbaar zijn met de aard en samenstelling van afval van huishoudens. Stedelijk afval omvat geen afval van productie, landbouw, bosbouw, visserij, septische tanks en het riolerings- en zuiveringsstelsel, met inbegrip van zuiveringsslib, afgedankte voertuigen of bouw- en sloopafval; | ||
| 37 | 26° verwijdering : iedere handeling die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering; | 44 | 26° verwijdering : iedere handeling die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering; |
| 38 | 27° voorbereiding voor hergebruik : elke nuttige toepassing die bestaat uit het controleren, schoonmaken of repareren, waarbij voorwerpen of componenten van voorwerpen die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze kunnen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is. | 45 | 27° voorbereiding voor hergebruik : elke nuttige toepassing die bestaat uit het controleren, schoonmaken of repareren, waarbij voorwerpen of componenten van voorwerpen die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze kunnen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is. |
| 46 | De definitie, vermeld in het eerste lid, 25°/2, doet geen afbreuk aan de toewijzing van verantwoordelijkheden voor afvalbeheer aan publieke of private actoren. | ||
| 39 | § 2. Voor de toepassing van afdeling 6 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder: | 47 | § 2. Voor de toepassing van afdeling 6 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder: |
| 40 | 1° asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet, amosiet, anthofylliet, chrysotiel, crocidoliet en tremoliet; | 48 | 1° asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet, amosiet, anthofylliet, chrysotiel, crocidoliet en tremoliet; |
| 42 | 3° eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie of erfgoedkenmerken van een beschermd onroerend erfgoed aan te tasten binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand bij industriële installaties. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het te beschadigen; | 50 | 3° eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie of erfgoedkenmerken van een beschermd onroerend erfgoed aan te tasten binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand bij industriële installaties. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het te beschadigen; |
| 43 | 4° eigenaar: de volle of blote eigenaar. Wanneer het eigendomsrecht in onverdeeldheid is, wordt elk van de onverdeelde houders van dat recht hoofdelijk en ondeelbaar beschouwd als eigenaar; | 51 | 4° eigenaar: de volle of blote eigenaar. Wanneer het eigendomsrecht in onverdeeldheid is, wordt elk van de onverdeelde houders van dat recht hoofdelijk en ondeelbaar beschouwd als eigenaar; |
| 52 | 4°/1 gebouweenheid: een in functioneel opzicht zelfstandige eenheid binnen een gebouw; | ||
| 44 | 5° hechtgebonden asbesthoudende materialen: asbestcement, asbesthoudende vloertegels en vloerbekledingen, asbesthoudende bitumen en roofingproducten en asbesthoudende pakkingen en dichtingen waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, bitumen, kunststof of lijm; | 53 | 5° hechtgebonden asbesthoudende materialen: asbestcement, asbesthoudende vloertegels en vloerbekledingen, asbesthoudende bitumen en roofingproducten en asbesthoudende pakkingen en dichtingen waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, bitumen, kunststof of lijm; |
| 45 | 6° niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen: alle asbesthoudende materialen die niet hechtgebonden zijn; | 54 | 6° niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen: alle asbesthoudende materialen die niet hechtgebonden zijn; |
| 47 | 8° overdracht: het onder levenden overdragen van een eigendomsrecht, het onder levenden vestigen of overdragen van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht, een opstalrecht of een zakelijk recht van gebruik. Een onteigening en een erfenis worden niet beschouwd als een overdracht; | 56 | 8° overdracht: het onder levenden overdragen van een eigendomsrecht, het onder levenden vestigen of overdragen van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht, een opstalrecht of een zakelijk recht van gebruik. Een onteigening en een erfenis worden niet beschouwd als een overdracht; |
| 48 | 9° toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als ze minstens bestaat uit een dak dat gedragen wordt door constructie-elementen, en als een mens er normaal in kan staan of lopen; | 57 | 9° toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als ze minstens bestaat uit een dak dat gedragen wordt door constructie-elementen, en als een mens er normaal in kan staan of lopen; |
| 49 | 10° publieke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die een publieke organisatie huisvest die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken. Een publieke organisatie is een overheid, een parastatale, of een organisatie die publieke diensten aanbiedt die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd. | 58 | 10° publieke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die een publieke organisatie huisvest die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken. Een publieke organisatie is een overheid, een parastatale, of een organisatie die publieke diensten aanbiedt die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd; |
| 59 | 11° wooneenheid: een gebouweenheid die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren. | ||
| 1 | § 1. Dit decreet draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen met betrekking tot duurzame ontwikkeling, als vermeld in artikel 7bis van de gecoördineerde Grondwet. | 1 | § 1. Dit decreet draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen met betrekking tot duurzame ontwikkeling, als vermeld in artikel 7bis van de gecoördineerde Grondwet. |
| 2 | § 2. De doelstelling van dit decreet is het vaststellen van maatregelen voor het tot stand brengen van materiaalkringlopen waarbij: | 2 | § 2. De doelstelling van dit decreet is maatregelen vaststellen om een circulaire economie te bevorderen en om materiaalkringlopen tot stand te brengen waarbij: |
| 3 | 1° de gezondheid van de mens en het milieu gevrijwaard worden tegen de schadelijke invloed van de productie en het beheer van afvalstoffen; | 3 | 1° de gezondheid van de mens en het milieu beschermd worden door afvalproductie en de negatieve gevolgen van afvalproductie en -beheer te voorkomen of te verminderen; |
| 4 | 2° de uitputting van hernieuwbare en niet-hernieuwbare hulpbronnen, de verspilling van materialen en energie in het algemeen en de schadelijke gevolgen voor mens en milieu, verbonden aan materiaalgebruik en -verbruik, worden tegengegaan. | 4 | 2° de uitputting van hernieuwbare en niet-hernieuwbare hulpbronnen, de verspilling van materialen en energie in het algemeen en de schadelijke gevolgen voor mens en milieu, verbonden aan materiaalgebruik en -verbruik, worden tegengegaan. |
| 5 | § 3. In het bijzonder worden in dit decreet maatregelen vastgesteld : | 5 | § 3. In het bijzonder worden in dit decreet maatregelen vastgesteld : |
| 1 | § 1. De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, houden een chronologisch afvalstoffenregister bij waarin onder meer de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheid, aard, oorsprong en, als dat van toepassing is, bestemming, frequentie van de inzameling, wijze van vervoer en van behandeling van de ingezamelde, opgehaalde, vervoerde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen zijn vermeld. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de inhoud en de voorwaarden van dat afvalstoffenregister. De Vlaamse Regering kan groepen van natuurlijke personen en rechtspersonen van die plicht ontslaan. Met behoud van de bepalingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, kan de Vlaamse Regering toestaan dat bij de individuele beoordeling van vergunningsplichtige of meldingsplichtige activiteiten, vermeld in artikel 11, wordt afgeweken van de inhoud en de voorwaarden van het afvalstoffenregister. | 1 | § 1. De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, houden een chronologisch afvalstoffenregister bij waarin onder meer de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheid, aard, oorsprong , de hoeveelheid materialen die verkregen zijn door voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere handelingen van nuttige toepassing en, als dat van toepassing is, bestemming, frequentie van de inzameling, wijze van vervoer en van behandeling van de ingezamelde, opgehaalde, vervoerde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen zijn vermeld. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de inhoud en de voorwaarden van dat afvalstoffenregister. De Vlaamse Regering kan groepen van natuurlijke personen en rechtspersonen van die plicht ontslaan. Met behoud van de bepalingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, kan de Vlaamse Regering toestaan dat bij de individuele beoordeling van vergunningsplichtige of meldingsplichtige activiteiten, vermeld in artikel 11, wordt afgeweken van de inhoud en de voorwaarden van het afvalstoffenregister. |
| 2 | De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, melden bepaalde gegevens met betrekking tot de ingezamelde, opgehaalde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen aan de OVAM. De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt. | 2 | De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, melden bepaalde gegevens met betrekking tot de ingezamelde, opgehaalde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen aan de OVAM. De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt. |
| 3 | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat afvalstoffen bij hun vervoer vergezeld moeten gaan van een identificatieformulier, al dan niet in elektronische vorm. | 3 | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat afvalstoffen bij hun vervoer vergezeld moeten gaan van een identificatieformulier, al dan niet in elektronische vorm. |
| 9 | 3° voor bepaalde afvalstoffen afvalverwerkingshandelingen opleggen of verbieden. | 9 | 3° voor bepaalde afvalstoffen afvalverwerkingshandelingen opleggen of verbieden. |
| 10 | § 2. De natuurlijke personen of rechtspersonen die een kringloopcentrum uitbaten waar voorwerpen die in aanmerking komen voor producthergebruik worden ingezameld voor selectie met het oog op hergebruik, of worden opgeslagen, gesorteerd, gereinigd of hersteld en verkocht, moeten beschikken over een erkenning. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de erkenning vast. Ze bepaalt de voorwaarden en de procedure tot erkenning en de voorwaarden en de procedure tot opheffing, intrekking en schorsing ervan. | 10 | § 2. De natuurlijke personen of rechtspersonen die een kringloopcentrum uitbaten waar voorwerpen die in aanmerking komen voor producthergebruik worden ingezameld voor selectie met het oog op hergebruik, of worden opgeslagen, gesorteerd, gereinigd of hersteld en verkocht, moeten beschikken over een erkenning. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de erkenning vast. Ze bepaalt de voorwaarden en de procedure tot erkenning en de voorwaarden en de procedure tot opheffing, intrekking en schorsing ervan. |
| 11 | §3. De inzamelaar van afvalstoffen biedt aan de afvalstoffenproducent een inzamelformule aan die de afvalstoffenproducent stimuleert de afvalstoffen zo aan te bieden dat bij de verwerking van afvalstoffen de doelstellingen, vermeld in artikel 4, §2, en de hiërarchie, vermeld in artikel 4, §3, 1°, maximaal kunnen worden toegepast. De inzamelformule, gericht op de selectieve inzameling, slaat op de wijze waarop de afvalstoffen worden ingezameld, zoals de gebruikte recipiënten, de inzamelfrequentie, de tarieven en de tariferingsformule. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen. | ||
| 1 | Overeenkomstig het beginsel 'de vervuiler betaalt' worden de kosten van het afvalstoffenbeheergedragen door de eerste afvalstoffenproducent, de huidige of de vorige houders van afvalstoffen, de producent van het product waaruit het afval is voortgekomen, of de distributeurs of invoerders van een dergelijk product. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen. | 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 21 en overeenkomstig het beginsel ’de vervuiler betaalt’ worden de kosten van het afvalstoffenbeheer, met inbegrip van de kosten voor de noodzakelijke infrastructuur en de exploitatie ervan, gedragen door de oorspronkelijke afvalstoffenproducent, de huidige of de vorige houders van afvalstoffen, de producent van het product waaruit het afval is voortgekomen, of de distributeurs of invoerders van een dergelijk product. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen. |
Art. 9. In artikel 17 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
“§2. De preventieprogramma’s bestaan, voor zover van toepassing, minimaal uit maatregelen met de volgende doelstellingen:
1° duurzame productie- en consumptiemodellen bevorderen en ondersteunen;
2° het ontwerp, de fabricage en het gebruik van producten aanmoedigen die voldoen aan één of meer van de volgende voorwaarden:
a) ze zijn hulpbronnenefficiënt;
b) ze zijn duurzaam, ook wat betreft levensduur. Er is dus geen geplande veroudering;
c) ze zijn repareerbaar, zowel naar praktische mogelijkheden als naar betaalbaarheid ten opzichte van de aanschaf van een nieuw toestel;
d) ze zijn herbruikbaar;
e) ze zijn opwaardeerbaar;
3° de producten die kritieke grondstoffen bevatten, in kaart brengen om te voorkomen dat die materialen afval worden;
4° producten hergebruiken en systemen invoeren die reparatie- en hergebruikactiviteiten stimuleren, namelijk voor elektrische en elektronische apparatuur, textiel en meubelen, verpakkingen, bouwmaterialen en-producten;
5° in voorkomend geval en met behoud van de toepassing van de intellectueleeigendomsrechten de beschikbaarheid van losse onderdelen, handleidingen, technische informatie of andere instrumenten, apparatuur of software die de reparatie en het hergebruik van producten mogelijk maken, aanmoedigen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit en veiligheid ervan;
6° de afvalproductie verminderen in processen in verband met de industriële productie, de winning van mineralen, de verwerkende industrie en bouw- en sloopwerkzaamheden, rekening houdend met de beste beschikbare technieken;
7° de productie van levensmiddelenafval in de primaire productie, de verwerking en de industrie, in de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants, catering en huishoudens verminderen;
8° voedselschenkingen en andere herverdeling voor menselijke consumptie aanmoedigen, waarbij het menselijke gebruik voorrang heeft op diervoeding en op de herverwerking tot producten die niet voor de voeding bestemd zijn;
9° de vermindering van het gehalte aan gevaarlijke stoffen in materialen en producten bevorderen, onverminderd de geharmoniseerde wettelijke vereisten voor die materialen en producten;
10° de productie verminderen van afvalstoffen die niet geschikt zijn voor de voorbereiding voor hergebruik of recycling;
11° vaststellen welke producten de belangrijkste bronnen van zwerfafval vormen, namelijk in het natuurlijke en mariene milieu, en zwerfafval van die producten voorkomen en verminderen;
12° de productie van zwerfvuil in zee voorkomen;
13° voorlichtingscampagnes ontwikkelen en ondersteunen om de bewustwording over afvalpreventie en zwerfafval te bevorderen.
Een preventieprogramma omschrijft verder, indien relevant, het nut en de bijdrage aan de afvalpreventie van de hierna genoemde niet-limitatieve lijst van instrumenten en maatregelen, zoals:
1° planningsmaatregelen invoeren of andere economische instrumenten toepassen die een efficiënt gebruik van grondstoffen bevorderen;
2° onderzoek en ontwikkeling bevorderen met het oog op schonere technologieën en producten die minder verspilling veroorzaken, en de resultaten van onderzoek en ontwikkeling op dat gebied verspreiden en toepassen;
3° relevante en doeltreffende indicatoren ontwikkelen voor de milieudruk als gevolg van de productie van afvalstoffen. Die indicatoren helpen bij de preventie van afvalproductie op alle niveaus, van productvergelijkingen op communautair niveau tot acties die plaatselijke instanties ondernemen;
4° ecologische ontwerpen en de systematische integratie van milieuaspecten in het ontwerp van een product bevorderen om de milieuprestaties van het product gedurende de hele levenscyclus ervan te verbeteren;
5° informatie over afvalpreventietechnieken verstrekken om de toepassing van de beste beschikbare technieken door het bedrijfsleven te vergemakkelijken;
6° het personeel van de bevoegde instanties opleiden om afvalpreventie-eisen in vergunningen op te nemen;
7° afvalpreventiemaatregelen in installaties opnemen;
8° bewustmakingscampagnes voeren of financiële, besluitvormings- of andere steun aan bedrijven verlenen;
9° vrijwillige overeenkomsten, consumenten- of producentenpanels of sectoraal overleg gebruiken om ervoor te zorgen dat de betrokken bedrijven of industriële sectoren eigen afvalpreventieplannen of -doelstellingen vaststellen of maatregelen nemen om verspilling die door producten of verpakkingen veroorzaakt is, een halt toe te roepen;
10° geloofwaardige milieumanagementsystemen bevorderen, bijvoorbeeld EMAS en ISO 14001;
11° economische instrumenten inzetten, zoals de beloning van “schoon” aankoopgedrag of de instelling van een door de consument verplicht te betalen vergoeding voor een verpakkingsartikel of -element dat anders gratis ter beschikking zou worden gesteld;
12° bewustmakingscampagnes voeren en informatie verstrekken voor het brede publiek of specifieke categorieën van consumenten;
13° geloofwaardige milieukeurmerken bevorderen;
14° overeenkomsten met het bedrijfsleven of met de distributie sluiten over de beschikbaarheid van afvalpreventie-informatie en van producten met een minder groot milieueffect;
15° in het kader van aankopen door publieke organisaties en bedrijven: milieu-, recyclage- en afvalpreventiecriteria integreren in aanbestedingen en contracten;
16° hergebruik of herstelling bevorderen van afgedankte producten of componenten ervan die daarvoor in aanmerking komen, namelijk via educatieve, economische, logistieke of andere maatregelen, zoals het ondersteunen of opzetten van erkende herstellings- en kringloopcentra en -netwerken, in het bijzonder in dichtbevolkte gebieden;
17° de vervanging van producten bevorderen door alternatieven die een aantoonbare lagere ecologische voetafdruk hebben.
De Vlaamse Regering stelt een specifiek programma vast voor de preventie van levensmiddelenafval en bepaalt wie dit coördineert, opvolgt en welke overheidsinstanties daar buiten de OVAM bij worden betrokken.”.
Art. 26. Artikel 17 treedt in werking op dezelfde datum als artikel 33/10 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 10. In artikel 18, §6, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° en 3° worden vervangen door wat volgt:
“2° bestaande grote verwijderingsinstallaties en installaties voor nuttige toepassing inclusief speciale regelingen voor afgewerkte olie, gevaarlijke afvalstoffen, afvalstoffen die aanzienlijke hoeveelheden kritieke grondstoffen bevatten, of afvalstromen waarvoor specifieke Uniewetgeving bestaat;
3° een beoordeling van de noodzaak om bestaande afvalinstallaties te sluiten, van de behoefte aan extra afvalinstallatie-infrastructuur conform paragraaf 2, en van de investeringen en andere financiële middelen die nodig zijn, namelijk voor de lokale autoriteiten, om te voorzien in die behoeften. Die beoordeling wordt opgenomen in de relevante uitvoeringsplannen of andere strategische documenten die gelden;”;
2° er worden een punt 3°/1 en een punt 3°/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
“3°/1 informatie over de maatregelen om de hoeveelheid afvalstoffen te beperken die naar stortplaatsen gaan;
3°/2 een beoordeling van:
a) de bestaande regelingen voor afvalinzameling, inclusief voor de materialen en gebieden die door gescheiden inzameling worden bestreken, en van de maatregelen om de werking ervan te verbeteren;
b) de behoefte aan nieuwe inzamelingsregelingen;”;
3° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
“6° passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en doelstellingen, met name voor:
a) de hoeveelheid geproduceerd afval en de verwerking ervan;
b) stedelijk afval dat wordt verwijderd of energieterugwinning ondergaat;”;
4° er worden een punt 7° en een punt 8° toegevoegd, die luiden als volgt:
“7° maatregelen ter bestrijding en voorkoming van alle vormen van zwerfafvalproductie en voor het opruimen van alle soorten zwerfafval;
8° maatregelen en doelstellingen voor preventie, hergebruik, recyclage en ander beheer van stedelijk afval, waaronder verpakkingsafval, en zwerfvuil.”.
Art. 27. Artikel 18 treedt in werking op dezelfde datum als artikel 33/14 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 11. In artikel 21 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
“4° conform artikel 10 de financiële verantwoordelijkheid toewijzen voor het beheer van de afvalstoffen die voortkomen uit producten die ze op de markt gebracht hebben;”;
2° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Als de maatregelen, vermeld in het eerste lid, bestaan uit het opzetten van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, zijn de vereisten, vermeld in artikel 21/1, van toepassing. De Vlaamse Regering kan besluiten dat producenten die uit eigen beweging financiële of financiële en organisatorische verantwoordelijkheden voor het beheer van de afvalfase in de levenscyclus van een product op zich nemen, sommige of alle vereisten, vermeld in artikel 21/1, moeten toepassen.”;
3° in paragraaf 1 wordt in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, de zin “Dergelijke maatregelen kunnen onder meer aanmoedigen tot het ontwikkelen, vervaardigen en in de handel brengen van producten die geschikt zijn voor meervoudig gebruik, die technisch duurzaam zijn en die, zodra ze afval zijn geworden, geschikt zijn voor een passende en veilige recyclage, voor andere nuttige toepassing en voor milieuverantwoorde verwijdering.” vervangen door de zin “Dergelijke maatregelen kunnen onder meer het ontwikkelen, vervaardigen en in de handel brengen aanmoedigen van producten en componenten van producten die:
a) geschikt zijn voor meervoudig gebruik;
b) gerecycleerde materialen bevatten;
c) technisch duurzaam en gemakkelijk te repareren zijn, zowel naar praktische mogelijkheden als naar betaalbaarheid ten opzichte van de aanschaf van een nieuw toestel;
d) zodra ze afval zijn geworden, geschikt zijn voor de voorbereiding voor hergebruik en functionele hoogwaardige recycling om een juiste toepassing van de afvalstoffenhiërarchie mogelijk te maken.”;
4° aan paragraaf 1 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“Bij de maatregelen, vermeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de effecten van producten gedurende hun volledige levenscyclus, met de afvalhiërarchie en, in voorkomend geval, met het potentieel voor meervoudige recyclage, andere nuttige toepassingen en milieuverantwoorde verwijdering.”;
5° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
“§2/1. Als bepaalde producten of afvalstoffen een relevant aandeel van de zwerfvuilkosten en van de milieudruk ten gevolge van zwerfvuil veroorzaken, worden die kosten gedragen door de producenten. De Vlaamse Regering wijst de producten of afvalstoffen aan die een relevant aandeel van de totale zwerfvuilkosten en milieudruk uitmaken en kan nadere regels vaststellen om hun aandeel in de zwerfvuilkosten te bepalen. De zwerfvuilkosten omvatten de kosten voor:
1° bewustmakingsmaatregelen;
2° het inzamelen van afval van die producten, dat in openbare inzamelsystemen wordt afgedankt, inclusief de kosten voor de infrastructuur en de exploitatie ervan en voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking van dat afval;
3° het opruimen van het zwerfafval van de voormelde producten, en voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking van dat zwerfafval;
4° het verzamelen en rapporteren van gegevens over de hoeveelheden die op de markt gebracht zijn;
5° andere algemene kosten van het beleid tegen zwerfvuil.
De te dekken zwerfvuilkosten bedragen niet meer dan de kosten die noodzakelijk zijn om de diensten, vermeld in het eerste lid, op een kostenefficiënte manier aan te bieden, en kunnen door de Vlaamse Regering voor de betrokken actoren op transparante wijze worden vastgelegd. De kosten voor het opruimen, vervoeren en verwerken van zwerfafval blijven beperkt tot kosten voor werkzaamheden door of namens overheidsinstanties. De berekeningsmethode wordt zodanig ontwikkeld dat de kosten voor het opruimen, vervoeren en verwerken van zwerfafval proportioneel kunnen worden vastgesteld. Om de administratieve kosten zo laag mogelijk te houden, kan de Vlaamse Regering voor het opruimen, vervoeren en verwerken van zwerfafval een financiële bijdrage bepalen door passende meerjarige vaste bedragen vast te stellen.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | §1. Als de Vlaamse Regering conform artikel 21, §1, eerste lid, regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vaststelt, zorgt ze ervoor dat: | ||
| 2 | 1° een duidelijke omschrijving wordt gegeven van de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken actoren, waaronder: | ||
| 3 | a) de producenten die producten op het grondgebied op de markt brengen; | ||
| 4 | b) de organisaties die namens hen verplichtingen op grond van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomen; | ||
| 5 | c) de private of publieke inzamelaars en afvalverwerkers; | ||
| 6 | d) de lokale besturen; | ||
| 7 | e) de exploitanten van installaties voor hergebruik en voorbereiding voor hergebruik en de ondernemingen van de sociale economie, als dat van toepassing is; | ||
| 8 | 2° doelstellingen voor afvalbeheer worden vastgesteld, in overeenstemming met de afvalhiërarchie, om ten minste de kwantitatieve doelstellingen te behalen die relevant zijn voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en andere kwantitatieve en/of kwalitatieve doelstellingen die relevant worden geacht voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid; | ||
| 9 | 3° een rapportagesysteem wordt opgezet om gegevens te verzamelen over: | ||
| 10 | a) de producten die producenten op het grondgebied op de markt brengen; | ||
| 11 | b) de inzameling en verwerking van afval dat afkomstig is van die producten, met vermelding van de materiaalstromen als dat van toepassing is; | ||
| 12 | c) andere gegevens dan de gegevens, vermeld in punt a) en b), die relevant zijn voor de toepassing van punt 2°; | ||
| 13 | 4° een gelijke behandeling en non-discriminatie van producenten worden gewaarborgd, ongeacht hun oorsprong of grootte, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen en producenten van kleine hoeveelheden producten; | ||
| 14 | 5° de nodige maatregelen worden genomen om de houders van afvalstoffen te informeren over afvalpreventie, hergebruik en voorbereiding voor hergebruik, terugname- en inzamelingssystemen en het voorkomen van zwerfvuil; | ||
| 15 | 6° de nodige maatregelen worden genomen om de houders van afvalstoffen aan te sporen om hun afval af te leveren bij de bestaande systemen voor gescheiden inzameling. | ||
| 16 | §2. Als de Vlaamse Regering conform artikel 21, §1, eerste lid, regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vaststelt, neemt ze de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de financiële bijdragen die de producent betaalt om zijn verplichtingen voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen, aan de volgende voorwaarden voldoen: | ||
| 17 | 1° ze dekken minstens de volgende kosten voor de producten die de producent op de markt brengt: | ||
| 18 | a) de kosten van de gescheiden inzameling van afval en vervolgens het vervoer en de verwerking ervan, met inbegrip van de verwerking die nodig is om te voldoen aan de doelstellingen, rekening houdend met de inkomsten uit het gebruik en de verkoop van secundaire grondstoffen van hun producten en niet-opgeëist statiegeld; | ||
| 19 | b) de kosten van het verstrekken van passende informatie aan afvalstoffenhouders conform paragraaf 1, 5°; | ||
| 20 | c) de kosten van het verzamelen en rapporteren van gegevens conform paragraaf 1, 3°; | ||
| 21 | 2° in geval van collectieve uitvoering van de verplichtingen voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zijn ze, als dat mogelijk is, gedifferentieerd voor afzonderlijke producten of groepen van soortgelijke producten. Daarbij wordt uitgegaan van de gehele levenscyclus, in afstemming met de geldende Europese vereisten en, als die beschikbaar zijn, op basis van geharmoniseerde Europese criteria. Voor de differentiatie kan rekening worden gehouden met: | ||
| 22 | a) duurzaamheid; | ||
| 23 | b) repareerbaarheid; | ||
| 24 | c) herbruikbaarheid en recycleerbaarheid; | ||
| 25 | d) de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen; | ||
| 26 | 3° ze bedragen niet meer dan de kosten die nodig zijn om de afvalbeheersdiensten op kostenefficiënte wijze te verrichten. Die kosten worden op transparante wijze vastgesteld tussen de betrokken actoren. | ||
| 27 | De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, is niet van toepassing op regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die zijn vastgesteld voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte voertuigen of afgedankte batterijen en accu’s. | ||
| 28 | Als dat wordt gerechtvaardigd door de noodzaak om een adequaat afvalbeheer en de economische levensvatbaarheid van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te waarborgen, kan er afgeweken worden van de verdeling van financiële verantwoordelijkheid, vermeld in het eerste lid, 1°, a). | ||
| 29 | Die afwijking kan alleen op voorwaarde dat de producenten ten minste 80% van de noodzakelijke kosten dragen en mits de overige kosten worden gedragen door de afvalstoffenproducent of de distributeur van het product waaruit het afval is voortgekomen. |
| 6 | b) nuttig mag toepassen. | 6 | b) nuttig mag toepassen. |
| 7 | § 2. Iedere afgifte van bedrijfsafvalstoffen als vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, gebeurt tegen de ontvangst van een afgiftebewijs, al dan niet in elektronische vorm. Met behoud van de toepassing van artikel 23 moeten de houders van bedrijfsafvalstoffen dat afgiftebewijs op elk moment kunnen voorleggen tot minstens vijf jaar na de datum van de afgifte van de afvalstoffen. | 7 | § 2. Iedere afgifte van bedrijfsafvalstoffen als vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, gebeurt tegen de ontvangst van een afgiftebewijs, al dan niet in elektronische vorm. Met behoud van de toepassing van artikel 23 moeten de houders van bedrijfsafvalstoffen dat afgiftebewijs op elk moment kunnen voorleggen tot minstens vijf jaar na de datum van de afgifte van de afvalstoffen. |
| 8 | Het eerste lid is niet van toepassing als voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden: | ||
| 9 | 1° de aard, samenstelling en hoeveelheid van het bedrijfsafval van de afvalstoffenproducent zijn vergelijkbaar met de aard, samenstelling en hoeveelheid van huishoudelijke afvalstoffen. De Vlaamse Regering kan hiertoe nadere regels bepalen; | ||
| 10 | 2° het bedrijfsafval van de afvalstoffenproducent wordt samen met huishoudelijk afval in één ronde ingezameld. | ||
| 8 | § 3. Het afgiftebewijs vermeldt : | 11 | § 3. Het afgiftebewijs vermeldt : |
| 9 | 1° datum van afgifte; | 12 | 1° datum van afgifte; |