§ flandrepo

Tot wijziging van artikel 37 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat de injunctie betreft #581

Gemerged Philippe MuytersKoen Van den HeuvelSteven CoenegrachtsLorin ParysTinne RomboutsMaaike De Vreese N-VA, cd&v, Open Vld voegde 1 artikel samen in decreet-2014-04-04 · 15 december 2020 Alle checks geslaagd
Verslag
16 februari 2021 · 9 blz.
581/4 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: FIN ingediend op 12 februari 2021 (2020-2021) Verslag namens de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie uitgebracht door Sarah Smeyers over het voorstel van decreet van Philippe Muyters, Koen Van den Heuvel, Steven Coenegrachts, Lorin Parys, Tinne Rombouts en Maaike De Vreese tot wijziging van artikel 37 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat de injunctie betreft Samenstelling van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie: Voorzitter: Steven Vandeput. Vaste leden: Arnout Coel, Maaike De Vreese, Philippe Muyters, Sarah Smeyers, Steven Vandeput; Adeline Blancquaert, Anke Van dermeersch, Wim Verheyden; Stijn De Roo, Peter Van Rompuy; Willem-Frederik Schiltz, Maurits Vande Reyde; Celia Groothedde, Björn Rzoska; Ludwig Vandenhove. Plaatsvervangers: Andries Gryffroy, Liesbeth Homans, Lorin Parys, Wilfried Vandaele, Paul Van Miert; Filip Brusselmans, Yves Buysse, Johan Deckmyn; Jo Brouns, Koen Van den Heuvel; Marino Keulen, Gwendolyn Rutten; Mieke Schauvliege, Jeremie Vaneeckhout; Bruno Tobback. Toegevoegde leden: Jos D'Haese. Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Raad van State – Nr. 3: Verslag van de hoorzitting INHOUD 1. Toelichting door Philippe Muyters namens de indieners van het voorstel van decreet ................................................................................................. 4 2. Tussenkomst van Eddy Storms, eerste voorzitter van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges ............................................................................ 5 3. Bespreking ............................................................................................ 6 4. Stemmingen .......................................................................................... 8 4.1. Artikelsgewijze stemming.................................................................. 8 4.2. Stemming over het geheel ................................................................ 9 In de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie werd op dinsdag 2 februari 2021 een voorstel van decreet behandeld, dat strekt tot wijziging van artikel 37 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat de injunctie betreft. Op vraag van de voorzitter van het Vlaams Parlement heeft de afdeling Wetgeving van de Raad van State op 22 januari 2021 een advies uitgebracht over dit voorstel van decreet (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 581/2). In de marge van dat advies werd opgemerkt dat het mogelijk ook aangewezen kon zijn om – mits inachtneming van het principe van de scheiding der machten – bij de Vlaamse bestuursrechtscolleges te peilen naar eventuele praktische problemen of bezwaren aangaande de in het voorstel van decreet vervatte regeling. Dienovereenkomstig werd aan de eerste voorzitter van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges (DBRC), de heer Eddy Storms, de gelegenheid geboden om zich tijdens de commissiebijeenkomst in het kader van een hoorzitting uit te spreken over deze kwestie (Parl.St. Vl.Parl. 2020- 21, nr. 581/3). (Deze vergadering werd als videoconferentie georganiseerd.) 1. Toelichting door Philippe Muyters namens de indieners van het voorstel van decreet Bij de aanvang van zijn uiteenzetting wijst Philippe Muyters op de omstandige juridisch-technische toelichting die vervat zit in het voorstel van decreet. Die was noodzakelijk omdat het hier over een bijzonder technische materie gaat, die zich niet goed leent tot een summiere mondelinge toelichting. Desalniettemin zal hij toch een poging wagen om een en ander uit te leggen in begrijpelijke termen. Het oorspronkelijke decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (DBRC-decreet) dateert van 4 april 2014. Hierin worden de basisbeginselen geregeld voor de werking van de bestuursrechtscolleges die onder de Vlaamse overheid ressorteren. Het is dan ook op basis van dit decreet dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen, na de vernietiging van een vergunningsbeslissing, een ordetermijn kán opleggen waarbinnen een nieuwe beslissing moet worden genomen door de vergunningsverlener. De spreker benadrukt dat het hier een mogelijkheid betreft. De Raad voor Vergunningsbetwistingen is hier dus niet toe verplicht. Die regeling zit vervat in artikel 37, §1, van het DBRC- decreet. De regeling in kwestie werd in 2016 ook al eens aangepast omdat men wilde verduidelijken dat het hier over een termijn van orde, en dus niet over een vervaltermijn gaat. Deze verduidelijking had tot doel een potentieel juridisch kluwen te vermijden. Tot nu toe legde de Raad voor Vergunningsbetwistingen dan ook telkens zo’n ordetermijn op. Recent kwam daar echter verandering in. Zo’n termijn wordt niet meer altijd of niet meer automatisch opgelegd. Daardoor is er opnieuw sprake van vervaltermijnen en dreigt men – net zoals dat het geval was voor de aanpassing van 2016 – opnieuw met ernstige juridische complicaties af te rekenen te krijgen. De spreker verduidelijkt dit aan de hand van een voorbeeld. Er is een uitspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen waartegen een partij in cassatieberoep gaat. Ondertussen loopt er een vervaltermijn, die niet geschorst wordt door dat cassatieberoep. Het betrokken bestuur kan ondertussen een nieuwe beslissing nemen, waarbij het risico bestaat dat – na het nemen van die nieuwe beslissing – het cassatieberoep succesvol is, waardoor het vernietigingsarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (op basis waarvan die nieuwe beslissing genomen is) vernietigd wordt. Zoiets dreigt een juridisch onoplosbare situatie op te leveren. Om dit te vermijden beoogt het voorliggende voorstel van decreet aan de bestuursrechtscolleges de verplichting op te leggen om bij de vernietiging van een beslissing steeds een termijn van orde op te …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd