Tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) #520
Gemerged 

N-VA, cd&v, Open Vld voegde 5 artikels samen in decreet-2020-05-08decreet-2020-05-29 · 28 oktober 2020 Alle checks geslaagd
5 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 30 okt 2020. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 1 | In aanvulling op artikel 37vicies quater van hetzelfde decreet garandeert het schoolbestuur het recht van inschrijving van een gunstig gerangschikte leerling minstens tot en met zeven dagen na de startdatum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID19 te beperken en uiterlijk tot en met 7 juli 2020, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken. |
| 1 | In aanvulling op artikel 110/24 van dezelfde codex garandeert het schoolbestuur het recht van inschrijving van een gunstig gerangschikte leerling minstens tot en met zeven dagen na de startdatum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vormig, heeft vastgesteld. Pas na die vastgestelde startdatum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, en uiterlijk tot en met 7 juli 2020. |
| 1 | In afwijking van artikel 215, § 2, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs geldt de termijn van negentig kalenderdagen in de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 december 2020 niet voor instellingen en CLB's die een nieuwe doorlichting zouden krijgen. De onderwijsinspectie bepaalt in overleg met de betrokken instelling of het betrokken CLB een datum voor de nieuwe doorlichting, die volgt na de periode van opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning die de Vlaamse Regering aan het bestuur heeft meegedeeld. De doorlichting vindt uiterlijk plaats op 31 december 2020. | 1 | In afwijking van artikel 215, § 2, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs geldt de termijn van negentig kalenderdagen in de periode van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2021 niet voor instellingen en CLB's die een nieuwe doorlichting zouden krijgen. De onderwijsinspectie bepaalt in overleg met de betrokken instelling of het betrokken CLB een datum voor de nieuwe doorlichting, die volgt na de periode van opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning die de Vlaamse Regering aan het bestuur heeft meegedeeld. De doorlichting vindt uiterlijk plaats op 30 juni 2021. |
| 1 | Er wordt voor het schooljaar 2020-2021 als volgt afgeweken van artikel 37vicies quater, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997: | ||
| 2 | 1° in afwijking van het vierde lid duurt de periode waarin de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven, minimaal veertien kalenderdagen; | ||
| 3 | 2° in afwijking van het negende lid duurt de periode waarin de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven, minimaal vijf kalenderdagen. |
| 1 | Er wordt voor het schooljaar 2020-2021 als volgt afgeweken van artikel 110/24, § 2, van dezelfde codex: | ||
| 2 | 1° in afwijking van het vierde lid duurt de periode waarin de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven, minimaal veertien kalenderdagen; | ||
| 3 | 2° in afwijking van het negende lid duurt de periode waarin de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven, minimaal veertien kalenderdagen. |