Bij de aanpassing van de begroting 2020 #290
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 3 jul 2020. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | In dit decreet wordt verstaan onder : | 1 | In dit decreet wordt verstaan onder : |
| 2 | 1° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap dat opgericht is bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen"; | 2 | 1° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap dat opgericht is bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen"; |
| 3 | 2° initiatief in de sportsector : een organisatie in de sportsector die vanaf 1 januari 2003 een loonsubsidie ontvangt voor een werknemer in een arbeidsplaats die aan de organisatie was toegekend in het kader van een project met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector; | 3 | 2° initiatief in de sportsector : een organisatie in de sportsector die vanaf 1 januari 2003 tot 1 oktober 2020 een loonsubsidie ontving voor een werknemer in een arbeidsplaats die aan de organisatie was toegekend in het kader van een project met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector; |
| 4 | 3° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke ontwikkeling, de sport en het openluchtleven; | 4 | 3° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke ontwikkeling, de sport en het openluchtleven; |
| 5 | 4° sportbegeleider : de werknemer met een sportgerelateerde functie. Daaronder worden verstaan : de lesgevers en de begeleiders bij een sportactiviteit, de juryleden en de scheidsrechters; | 5 | 4° sportbegeleider : de werknemer met een sportgerelateerde functie. Daaronder worden verstaan : de lesgevers en de begeleiders bij een sportactiviteit, de juryleden en de scheidsrechters; |
| 6 | 5° sportondersteuner : de werknemer met een administratieve of logistieke functie in de sport; | 6 | 5° sportondersteuner : de werknemer met een administratieve of logistieke functie in de sport; |
| 7 | 6° werknemer in een gewezen DAC-statuut : de werknemer tewerkgesteld in een arbeidsplaats die aan een organisatie was toegekend in het kader van een project met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector en waarvoor een loonsubsidie wordt ontvangen als initiatief in de sportsector; | 7 | 6° werknemer in een gewezen DAC-statuut : de werknemer tewerkgesteld in een arbeidsplaats die aan een organisatie was toegekend in het kader van een project met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector en waarvoor een subsidie wordt ontvangen als initiatief in de sportsector; |
| 8 | 7° werknemer met verworven rechten : de werknemer in een gewezen DAC-statuut, die al vóór 1 januari 2003 tewerkgesteld was in het kader van een project dat aan een organisatie werd toegekend met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector. | 8 | 7° werknemer met verworven rechten : de werknemer in een gewezen DAC-statuut, die al vóór 1 januari 2003 tewerkgesteld was in het kader van een project dat aan een organisatie werd toegekend met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector. |
| 3 | 1° in voorkomend geval, vanaf de subsidiëring van de organisatie, vermeld in artikel 7, § 1, met het budget dat werd toegekend aan die organisatie, als initiatief in de sportsector in het jaar dat aan de subsidiëring van de organisatie voorafgaat; | 3 | 1° in voorkomend geval, vanaf de subsidiëring van de organisatie, vermeld in artikel 7, § 1, met het budget dat werd toegekend aan die organisatie, als initiatief in de sportsector in het jaar dat aan de subsidiëring van de organisatie voorafgaat; |
| 4 | 2° in 2014 en vanaf 2015 met de budgetten die respectievelijk vrijkomen in 2014 en vanaf 2015 door de stopzetting van de subsidiëring aan de initiatieven in de sportsector, andere dan de organisatie, vermeld in punt 1°, met toepassing van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2012 houdende beëindiging van de subsidiëring van loonkosten aan bepaalde initiatieven in de sportsector, die werknemers tewerkstellen in een gewezen DAC- statuut; | 4 | 2° in 2014 en vanaf 2015 met de budgetten die respectievelijk vrijkomen in 2014 en vanaf 2015 door de stopzetting van de subsidiëring aan de initiatieven in de sportsector, andere dan de organisatie, vermeld in punt 1°, met toepassing van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2012 houdende beëindiging van de subsidiëring van loonkosten aan bepaalde initiatieven in de sportsector, die werknemers tewerkstellen in een gewezen DAC- statuut; |
| 5 | 3° vanaf de beëindiging van de subsidiëring van de loonkosten van een werknemer met verworven rechten bij zijn uitdiensttreding, pensionering of overlijden, met een bedrag per vte. | 5 | 3° vanaf de beëindiging van de subsidiëring van de loonkosten van een werknemer met verworven rechten bij zijn uitdiensttreding, pensionering of overlijden, uiterlijk op 31 mei 2020 met een bedrag per vte. |
| 6 | Voor de toepassing van het eerste lid, 3°, bepaalt de Vlaamse Regering een minimaal bedrag per vte. | 6 | Voor de toepassing van het eerste lid, 3°, bepaalt de Vlaamse Regering een minimaal bedrag per vte. |
| 7 | De middelen die met toepassing van het eerste lid, 1°, 2° en 3°, worden toegekend, kunnen uitsluitend worden aangewend voor tewerkstelling. | 7 | De middelen die met toepassing van het eerste lid, 1°, 2° en 3°, worden toegekend, kunnen uitsluitend worden aangewend voor tewerkstelling. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2012 houdende beëindiging van de subsidiëring van loonkosten aan bepaalde initiatieven in de sportsector, die werknemers tewerkstellen in een gewezen DAC-statuut, ontvangen de initiatieven in de sportsector een loonsubsidie voor de werknemers in een gewezen DAC-statuut. Die subsidie bedraagt maximaal de volledige verplichte loonkosten overeenkomstig het op 1 januari 2003 bepaalde barema. Dat recht op subsidies blijft behouden voor een werknemer met verworven rechten zolang hij in dienst is en tot aan de wettelijke pensioenleeftijd voor zover aan de subsidieregeling voldaan is. | ||
| 2 | In afwijking van het eerste lid wordt in voorkomend geval, tijdens de subsidiëring van de organisatie, vermeld in artikel 7, § 1, de subsidiëring als initiatief in de sportsector stopgezet. | ||
| 1 | De initiatieven in de sportsector ontvangen een subsidie voor de werknemer in een gewezen DACstatuut tot uiterlijk het einde van de berekende fictieve opzegtermijn van de werknemer in kwestie. Het einde van de fictieve opzegtermijn wordt berekend alsof die werknemer in een gewezen DAC-statuut in opzeg zou worden geplaatst met ingang van 1 oktober 2020, en enkel verlengd met 20 vakantiedagen op jaarbasis. | ||
| 2 | Het recht op subsidies, vermeld in het eerste lid, vervalt als de werknemer in een gewezen DAC-statuut uit dienst treedt. Het initiatief in de sportsector deelt binnen de maand na uitdiensttreding deze wijziging mee aan het agentschap Sport Vlaanderen. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de vorm, de termijnen en de te volgen procedure voor de subsidiëring als initiatief in de sportsector. | ||
| 2 | De subsidiëring als initiatief in de sportsector wordt verleend, geschorst of ingetrokken onder de voorwaarden, binnen de termijnen en volgens de vorm en de procedure die de Vlaamse Regering bepaalt. | ||
| 1 | Het subsidiebedrag, vermeld in artikel 19, wordt vastgesteld op basis van het barema en de anciënniteit van de werknemer in een gewezen DACstatuut, rekening houdend met het gesubsidieerde arbeidsvolume van de werknemer in een gewezen DAC-statuut. Het barema is de weddeschaal van de werknemer op 31 december 2002, zoals die is vastgesteld in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 tot vaststelling van de weddeschalen van de werknemers tewerkgesteld in het derde arbeidscircuit. | ||
| 2 | Als de werknemer in een gewezen DAC-statuut in opzeg is geplaatst uiterlijk op 31 december 2020 en wettelijk recht heeft op outplacementbegeleiding, wordt het subsidiebedrag verhoogd. Het subsidiebedrag wordt verhoogd met een bedrag dat overeenkomt met het subsidiebedrag voor de maand december 2020. |
| 1 | Het agentschap Sport Vlaanderen kent per kwartaal voorschotten toe die telkens 20% van het subsidiebedrag bedragen. | ||
| 2 | Na goedkeuring door de minister, wordt het verschil tussen de uitbetaalde voorschotten en het subsidiebedrag ofwel als saldo uitbetaald voor 1 augustus van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie is toegekend, ofwel teruggevorderd. Het saldo voor het werkingsjaar 2020 wordt verhoogd met het bedrag, vermeld in artikel 21, tweede lid. |
| 1 | Het initiatief in de sportsector bezorgt voor het verstrijken van elk kwartaal het bewijs dat de werknemer in een gewezen DAC-statuut nog in dienst is via de loonfiches. Het voorschot voor het volgende kwartaal wordt uitbetaald nadat deze loonfiches zijn bezorgd. |
| 1 | Toerisme Vlaanderen heeft als missie het toerisme, de toeristische recreatie en de vrijetijdsbesteding in het kader van het toerisme te bevorderen. Daartoe zal Toerisme Vlaanderen inzonderheid instaan voor de bevordering van de professionalisering van de toeristische sector en voor de ondersteuning van de ontwikkeling van het toeristisch productaanbod, alsmede voor de coördinatie van deze ondersteuning . | 1 | Toerisme Vlaanderen heeft als missie het verhogen van de aantrekkelijkheid van Vlaanderen als bestemming, en het bevorderen van het toerisme, de toeristische recreatie en de vrijetijdsbesteding in het kader van het toerisme. Daartoe zal Toerisme Vlaanderen inzonderheid instaan voor de bevordering van de professionalisering van de toeristische sector en voor de ondersteuning van de ontwikkeling van het toeristisch productaanbod, alsmede voor de coördinatie van deze ondersteuning , de uitbouw en coördinatie van het Vlaams topevenementenbeleid. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.