Over de onderwijsdoelen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs #1759
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld wijzigt geen gevolgde wet · 21 juni 2023 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Raad van State
verzendcode: OND
ingediend op 4 juli 2023 (2022-2023)
Verslag
namens de Commissie voor Onderwijs
uitgebracht door Arnout Coel, Elisabeth Meuleman en Jan Laeremans
over het voorstel van decreet
van Koen Daniëls, Loes Vandromme, Jean-Jacques De Gucht,
Kathleen Krekels, Hilâl Yalçin en Karolien Grosemans
over de onderwijsdoelen
voor de tweede en derde graad
van het secundair onderwijs
Samenstelling van de Commissie voor Onderwijs:
Voorzitter: Karolien Grosemans.
Vaste leden:
Arnout Coel, Koen Daniëls, Karolien Grosemans, Kathleen Krekels, Annabel Tavernier;
Roosmarijn Beckers, Jan Laeremans, Kristof Slagmulder;
Loes Vandromme, Hilâl Yalçin;
Jean-Jacques De Gucht, Gwendolyn Rutten;
Johan Danen, Elisabeth Meuleman;
Hannelore Goeman.
Plaatsvervangers:
Marius Meremans, Axel Ronse, Nadia Sminate, Kris Van Dijck, Katja Verheyen;
Leo Pieters, Els Sterckx, Sam Van Rooy;
Katrien Schryvers, Brecht Warnez;
Els Ampe, Tom Ongena;
Stijn Bex;
Steve Vandenberghe.
Toegevoegde leden:
Kim De Witte.
INHOUD
1. Toelichting door de eerste indiener .......................................................... 4
2. Bespreking ........................................................................................... 7
2.1. Loes Vandromme .......................................................................... 7
2.2. Hannelore Goeman ........................................................................ 7
2.3. Elisabeth Meuleman ..................................................................... 10
2.4. Jan Laeremans............................................................................ 11
2.5. Jean-Jacques De Gucht ................................................................ 12
2.6. Antwoorden van de eerste indiener ............................................... 12
2.7. Replieken en bijkomende antwoorden ............................................ 14
2.8. Beschouwingen na het advies van de Raad van State ...................... 15
3. Stemming .......................................................................................... 16
3.1. Artikelsgewijze stemming ............................................................. 16
3.2. Stemming over het geheel ........................................................... 16
Gebruikte afkortingen ................................................................................ 17
Op 29 juni 2023 startte de Commissie voor Onderwijs met de behandeling van het
voorstel van decreet over de onderwijsdoelen voor de tweede en derde graad van
het secundair onderwijs.
Op 23 juni werd een adviesaanvraag verstuurd aan de afdeling Wetgeving van de
Raad van State. Deze adviesaanvraag schorst de stemming.
Op 29 juni werd het voorstel van decreet toegelicht en werd de bespreking gevoerd. Op 30 juni 2023 ontving het Vlaams Parlement het advies van de Raad van
State. De afronding van de bespreking en de stemming over het voorstel van decreet vonden plaats op 4 juli 2023.
1. Toelichting door de eerste indiener
Koen Daniëls blikt vooreerst terug op het begin van de besprekingen over de eindtermen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Het uitgangspunt daarbij was: wat moet een jongere die in het Vlaamse onderwijs een diploma
secundair onderwijs krijgt in het aso, bso, tso en kso zeker kennen en kunnen om
een diploma te behalen en hetzij naar de arbeidsmarkt, hetzij naar het hoger onderwijs te kunnen gaan? Voor de tweede en derde graad heeft dat zich vertaald in
algemene en specifieke eindtermen.
Na een lang traject kwam er een akkoord dat door alle onderwijsverstrekkers werd
getekend. Het ontwerp van decreet (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 594/4) werd
zonder één tegenstem goedgekeurd door het Vlaams Parlement. In juni 2022 trokken een aantal mensen naar het Grondwettelijk Hof om de eindtermen die ze zelf
hadden goedgekeurd, te laten vernietigen. De spreker geeft terzijde mee dat hij een
aantal van de vernietigde eindtermen heel goed vond.
In het belang van het onderwijsveld, de leerkrachten, de handboekenmakers en
ook de leerlingen van de eerste graad was het zaak om zo snel mogelijk een nieuw
traject op te starten en tot gedragen eindtermen te komen, benadrukt de spreker.
Namens de N-VA-fractie uit hij zijn waardering voor het werk van de onderwijsverstrekkers, de experten en alle leden van de valideringscommissie.
Mede op aansturen van de minister, het kabinet en de onderwijsadministratie hebben deze minimumdoelen vorm gekregen. De indieners hebben de informatie die in
alle commissies werd verzameld, gebruikt om tot het voorstel van decreet te komen.
Het uitgangspunt is dat het om minimumdoelen gaat en niet om een eindpunt.
Koen Daniëls benadrukt dat dit een minimum is en geen maximum. De ambitie is
excellentie.
In de nieuwe eindtermen is het uitdrukkelijk de bedoeling om de lat hoger te leggen, voornamelijk op het vlak van Nederlands, andere talen, wiskunde en wetenschappen. Dat doet geen afbreuk aan de zestien sleutelcompetenties, zegt Koen
Daniëls, omdat de ene niet ondergeschikt is aan de andere. Bepaalde sleutelcompetenties bevatten wel cruciale elementen om alle andere sleutelcompetenties mee
waar te maken, geeft hij mee. Bij historisch bewustzijn staat ‘teksten lezen’. Dat
zijn teksten in het Nederlands, misschien ook in het Frans of het Engels. Dan zijn
er tekstbegrip en taalkennis nodig om die vakken te realiseren.
Wiskunde blijft cruciaal, vindt Koen Daniëls, zowel in Humane Wetenschappen en
in Economie-Wiskunde als in opleidingen tso of bso, ook om andere praktijkvakken
of een stage op een goede manier te vervolmaken.
Er is een reductie van de eindtermen, om voldoende tijd over te houden voor praktische vakken, voor stage en voor kunstvakken. Dat was een belangrijke bekommernis.
Koen Daniëls betreurt, als indiener van het voorstel van decreet, dat men destijds
met diegenen die naar het Grondwettelijk Hof zijn gestapt, het debat niet heeft
kunnen voeren. Dan …