§ flandrepo

Decreet over de lerenden en de organisatie in het onderwijs

Vlaamse Regering #312 Staatsblad 8 augustus 2025 NUMAC 2025005931
23 artikels gewijzigd
+2 −0 codex-hoger-onderwijs/art. II.78
287° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;287° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;
298° Onderwijskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend.298° Onderwijskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend.
30Op het grondgebied van de stad Kortrijk kan de Katholieke Universiteit Leuven in het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde de opleiding master in de handelswetenschappen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen.
31Voor de erkenning door de Vlaamse Regering van de opleiding, vermeld in het eerste lid, zijn de regels, vermeld in artikel II.153, §2 tot en met §6, niet van toepassing. De Katholieke Universiteit Leuven dient voor de opleiding, vermeld in het eerste lid, onmiddellijk een dossier in bij de accreditatieorganisatie.
30§3. In de vestiging Brussel-Hoofdstad kan de Katholieke Universiteit Leuven academisch gerichte opleidingen aanbieden en de graden die daarop betrekking hebben, verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden:32§3. In de vestiging Brussel-Hoofdstad kan de Katholieke Universiteit Leuven academisch gerichte opleidingen aanbieden en de graden die daarop betrekking hebben, verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden:
311° Architectuur, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;331° Architectuur, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
+7 −4 codex-hoger-onderwijs/art. II.79
41° Toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;41° Toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
52° Wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;52° Wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;
63° Geneeskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;63° Geneeskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
74° Verkeerskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;74° Verkeerskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
85° Revalidatiewetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;85° Revalidatiewetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
12§ 3. De Universiteit Hasselt kan in het administratief arrondissement Hasselt de educatieve masteropleiding Wetenschappen en Technologie aanbieden en de desbetreffende graad van master uitreiken in het studiegebied Wetenschappen. Zij sluit hiertoe een samenwerkingsovereenkomst af met een andere Vlaamse universiteit die bevoegd is om deze masteropleiding te organiseren.12§ 3. De Universiteit Hasselt kan in het administratief arrondissement Hasselt de educatieve masteropleiding Wetenschappen en Technologie aanbieden en de desbetreffende graad van master uitreiken in het studiegebied Wetenschappen. Zij sluit hiertoe een samenwerkingsovereenkomst af met een andere Vlaamse universiteit die bevoegd is om deze masteropleiding te organiseren.
13§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 en 3 kan de Universiteit Hasselt in het administratief arrondissement Hasselt de volgende academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen:13§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 en 3 kan de Universiteit Hasselt in het administratief arrondissement Hasselt de volgende academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen:
141° in het studiegebied Geneeskunde de opleiding master in de verpleegen vroedkunde en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;
152° in het studiegebied Geneeskunde de opleiding master Systeemen procesinnovatie in de gezondheidszorg en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;
141° ...;
152° ...;
163° in het studiegebied Wetenschappen de opleiding master in Materiomics en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;163° in het studiegebied Wetenschappen de opleiding master in Materiomics en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;
174° in het studiegebied Politieke en Sociale Wetenschappen de opleiding bachelor in de sociale wetenschappen en de daarop betrekking hebbende graad van bachelor verlenen.174° in het studiegebied Politieke en Sociale Wetenschappen de opleiding bachelor in de sociale wetenschappen en de daarop betrekking hebbende graad van bachelor verlenen;
185° in het studiegebied Politieke en Sociale Wetenschappen de oplei-ding master in de Sociale Wetenschappen.
19Voor de erkenning door de Vlaamse Regering van de opleiding, vermeld in het eerste lid, 5°, zijn de regels, vermeld in artikel II.153, §2 tot en met §6, niet van toepassing. De Universiteit Hasselt dient voor de opleiding, vermeld in het eerste lid, onmiddellijk een dossier in bij de accreditatieor-ganisatie.
20Voor de opleiding master in de Geneeskunde in het studiegebied Ge-neeskunde sluit de Universiteit Hasselt een samenwerkingsovereenkomst af met een andere Vlaamse universiteit die bevoegd is om die masteroplei-ding te organiseren.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.114/1
6Deel 2, titel 3, hoofdstuk 5, is voor deze erkenning niet van toepassing.6Deel 2, titel 3, hoofdstuk 5, is voor deze erkenning niet van toepassing.
7De Vlaamse Regering kan een masteropleiding voor basisonderwijs erkennen na ontvangst van een positief toetsingsbesluit van de accreditatieorganisatie, vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 9, afdeling 3/1, onderafdeling 4. De Vlaamse Regering neemt het besluit tot erkenning van de nieuwe opleiding binnen een ordetermijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de dag van de ontvangst van het positief toetsingsbesluit en het onderliggende beoordelingsrapport van de accreditatieorganisatie. Het besluit treedt in werking met ingang van de bekendmaking ervan aan de instelling. De opleiding krijgt een erkenning als nieuwe opleiding tot en met het einde van het tweede academiejaar dat volgt op het einde van het academiejaar waarin de studieomvang van de masteropleiding voor basisonderwijs voor de eerste keer geheel doorlopen werd.7De Vlaamse Regering kan een masteropleiding voor basisonderwijs erkennen na ontvangst van een positief toetsingsbesluit van de accreditatieorganisatie, vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 9, afdeling 3/1, onderafdeling 4. De Vlaamse Regering neemt het besluit tot erkenning van de nieuwe opleiding binnen een ordetermijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de dag van de ontvangst van het positief toetsingsbesluit en het onderliggende beoordelingsrapport van de accreditatieorganisatie. Het besluit treedt in werking met ingang van de bekendmaking ervan aan de instelling. De opleiding krijgt een erkenning als nieuwe opleiding tot en met het einde van het tweede academiejaar dat volgt op het einde van het academiejaar waarin de studieomvang van de masteropleiding voor basisonderwijs voor de eerste keer geheel doorlopen werd.
8De hogescholen en de universiteiten die de gezamenlijk georganiseerde masteropleiding voor basisonderwijs aanbieden, sluiten een overeenkomst die afspraken bevat omtrent het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen. De financiering vanuit de werkingsenveloppe wordt als volgt verdeeld: de opgenomen studiepunten in een master basisonderwijs worden naar rato van de werklast verdeeld over de verschillende aanbieders, met minstens 30% voor de deelnemende hogescholen.8De universiteit en hogescholen die in de opleiding zijn betrokken sluiten een overeenkomst die afspraken bevat over het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen. De overeenkomst legt ook vast op welke wijze de gegenereerde middelen, op basis van de vastgestelde financieringspunten van de opleiding, worden verdeeld. Bij deze verdeling wordt rekening gehouden met de werklast van de verschillende betrokken partners, en wordt minstens 30 procent van de gegenereerde middelen door de universiteit overgedragen aan de deelnemende hogescholen.
+2 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.124/1
54° het tarief voor de opleidingsaccreditatie, vermeld in hoofdstuk 9/1, afdeling 4, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro.54° het tarief voor de opleidingsaccreditatie, vermeld in hoofdstuk 9/1, afdeling 4, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro.
65° het tarief voor de toets nieuwe opleiding, vermeld in artikel II.153/5, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro;65° het tarief voor de toets nieuwe opleiding, vermeld in artikel II.153/5, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro;
76° het tarief voor de opleidingsaccreditatie, vermeld in artikel II.170/12, vierde lid en II.170/17, § 3, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro.76° het tarief voor de opleidingsaccreditatie, vermeld in artikel II.170/12, vierde lid en II.170/17, § 3, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro;
87° het tarief voor de beperkte review, vermeld in artikel II.170/8, §1, 2°, bedraagt per instelling ten hoogste 80 procent van het tarief voor de instellingsreview.
8Vanaf 2020 worden de bedragen, vermeld in het eerste lid, en de bedragen die de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs bepaald heeft overeenkomstig dit lid, aangepast aan de jaarlijkse stijging van de index van de consumptieprijzen met als referentiedatum 1 september 2019. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal.9Vanaf 2020 worden de bedragen, vermeld in het eerste lid, en de bedragen die de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs bepaald heeft overeenkomstig dit lid, aangepast aan de jaarlijkse stijging van de index van de consumptieprijzen met als referentiedatum 1 september 2019. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal.
+2 −4 codex-hoger-onderwijs/art. II.124/2
1§ 1. De accreditatieorganisatie voert jaarlijkse systeembrede analyses uit in het hoger onderwijs. Deze analyses brengen goede praktijken inzake onderwijsbeleid en onderwijskwaliteit in beeld en bieden de mogelijkheid om van elkaar te leren.1§ 1. De accreditatieorganisatie voert systeembrede analyses uit in het hoger onderwijs. Deze analyses brengen goede praktijken inzake onderwijsbeleid en onderwijskwaliteit in beeld en bieden de mogelijkheid om van elkaar te leren.
2§ 2. De instellingen, vermeld in artikel II.2 en II.3, nemen tijdens een periode van zes jaar ten minste twee keer deel aan een systeembrede analyse.
3Voor de toepassing van het eerste lid worden de transnationale Universiteit Limburg en de Universiteit Hasselt als één instelling beschouwd.
4De VLUHR, de studentenkoepelverenigingen, de accreditatieorganisatie en de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering leggen samen de onderwerpen en de kalender vast. De eerste periode van zes jaar gaat van start in het academiejaar 2020-2021.
2§ 2. ...
+1 −0 codex-hoger-onderwijs/art. II.170/2
2De accreditatieorganisatie organiseert voor elke instelling als vermeld in artikel II.2 en II.3, een instellingsreview in de periode die loopt vanaf het begin van het academiejaar 2020-2021 tot en met het einde van het academiejaar 2024-2025. Vervolgens organiseert de accreditatieorganisatie voor elke instelling als vermeld in artikel II.2 en II.3, elke zes jaar een instellingsreview.2De accreditatieorganisatie organiseert voor elke instelling als vermeld in artikel II.2 en II.3, een instellingsreview in de periode die loopt vanaf het begin van het academiejaar 2020-2021 tot en met het einde van het academiejaar 2024-2025. Vervolgens organiseert de accreditatieorganisatie voor elke instelling als vermeld in artikel II.2 en II.3, elke zes jaar een instellingsreview.
3De accreditatieorganisatie legt in overleg met de VLUHR als koepelorganisatie de kalender van de instellingsreviews vast.3De accreditatieorganisatie legt in overleg met de VLUHR als koepelorganisatie de kalender van de instellingsreviews vast.
4In afwijking van het eerste lid kan een instelling die onderwijsbevoegdheid heeft voor één studiegebied, beslissen om niet te worden onderworpen aan een instellingsreview. De instelling meldt die beslissing aan de accreditatieorganisatie en aan de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs en vorming, uiterlijk twee jaar voor de geldigheidsduur van het besluit instellingsreview afloopt. Voor de accreditatie van de opleidingen van die instelling wordt de procedure, vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 9/1, afdeling 4, gevolgd en gelden de rechtsgevolgen, vermeld in artikel II.170/18, §4. In afwijking van artikel II.170/15, eerste lid, moet de instelling in het kader van de organisatie van de externe beoordelingen, vermeld in artikel II.170/17, §1, een beroep doen op de accreditatieorganisatie als evaluatieorgaan.
+1 −0 codex-hoger-onderwijs/art. II.170/9
10De accreditatie van gezamenlijk georganiseerde opleidingen die voltooid worden met een gezamenlijk diploma als vermeld in artikel II.171, wordt verleend op gezamenlijke aanvraag van de betrokken Vlaamse instellingsbesturen.10De accreditatie van gezamenlijk georganiseerde opleidingen die voltooid worden met een gezamenlijk diploma als vermeld in artikel II.171, wordt verleend op gezamenlijke aanvraag van de betrokken Vlaamse instellingsbesturen.
11De accreditatieaanvraag wordt ingediend uiterlijk acht maanden voor de lopende accreditatie of de erkenning als nieuwe opleiding verstrijkt. De termijnen worden berekend van maand tot maand en van dag tot dag. In die termijnen is de dag waarop de termijn verstrijkt inbegrepen.11De accreditatieaanvraag wordt ingediend uiterlijk acht maanden voor de lopende accreditatie of de erkenning als nieuwe opleiding verstrijkt. De termijnen worden berekend van maand tot maand en van dag tot dag. In die termijnen is de dag waarop de termijn verstrijkt inbegrepen.
12De toelating voor de organisatie van de opleidingen, vermeld in het eerste lid, 7°, vervalt op het einde van het tweede academiejaar dat volgt op het einde van het academiejaar waarin de studieomvang die bepaald is voor de nieuwe opleiding, voor de eerste keer geheel doorlopen werd. De accreditatieaanvraag voor die opleidingen wordt ingediend uiterlijk elf maanden voor de toelating verstrijkt. De termijnen worden berekend van maand tot maand en van dag tot dag. In die termijnen is de dag waarop de termijn verstrijkt inbegrepen.
12In afwijking van het tweede lid dient er voor het gezamenlijk organiseren door meerdere hogeronderwijsinstellingen van een verkort traject van opleidingen die geaccrediteerd zijn bij elk van de betrokken instellingen geen accreditatieaanvraag te worden ingediend.13In afwijking van het tweede lid dient er voor het gezamenlijk organiseren door meerdere hogeronderwijsinstellingen van een verkort traject van opleidingen die geaccrediteerd zijn bij elk van de betrokken instellingen geen accreditatieaanvraag te worden ingediend.
13§ 2. Als een instelling een negatief besluit instellingsreview heeft, dan kan de accreditatieorganisatie, in overleg met de betrokken instelling, de accreditatietermijn van de opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in de geldigheidsduur van het negatief besluit, aanpassen. In dat geval wordt ervoor gezorgd dat alle opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in deze geldigheidsduur van het negatieve besluit een nieuwe accreditatie aanvragen binnen de geldigheidsduur van dit negatief besluit.14§ 2. Als een instelling een negatief besluit instellingsreview heeft, dan kan de accreditatieorganisatie, in overleg met de betrokken instelling, de accreditatietermijn van de opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in de geldigheidsduur van het negatief besluit, aanpassen. In dat geval wordt ervoor gezorgd dat alle opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in deze geldigheidsduur van het negatieve besluit een nieuwe accreditatie aanvragen binnen de geldigheidsduur van dit negatief besluit.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.171
7§4. De hogescholen of de universiteiten die een gezamenlijk georganiseerde opleiding zoals bedoeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 aanbieden, sluiten een overeenkomst die afspraken bevat omtrent het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen.7§4. De hogescholen of de universiteiten die een gezamenlijk georganiseerde opleiding zoals bedoeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 aanbieden, sluiten een overeenkomst die afspraken bevat omtrent het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen.
8§5. Universiteiten of hogescholen kunnen voor de toepassing van dit artikel besluiten de uitreiking van gezamenlijke diploma’s te differentiëren per afstudeerrichting.8§5. Universiteiten of hogescholen kunnen voor de toepassing van dit artikel besluiten de uitreiking van gezamenlijke diploma’s te differentiëren per afstudeerrichting.
9§6. Als de aanvangsdatum van de erkenningen als nieuwe opleiding of van de accreditatie van de opleidingen die als een gezamenlijk verkort traject worden georganiseerd als vermeld in artikel II.170/9, §1, vierde lid, verschillend is, dan geldt als aanvangsdatum van de erkenning als nieuwe opleiding of van de accreditatie van dit gezamenlijk georganiseerd verkort traject de vroegste aanvangsdatum van de apart georganiseerde opleidingen van de betrokken instellingen.9§6. Als de aanvangsdatum van de erkenningen als nieuwe opleiding of van de accreditatie van de opleidingen die als een gezamenlijk verkort traject worden georganiseerd als vermeld in artikel II.170/9, §1, vijfde lid, verschillend is, dan geldt als aanvangsdatum van de erkenning als nieuwe opleiding of van de accreditatie van dit gezamenlijk georganiseerd verkort traject de vroegste aanvangsdatum van de apart georganiseerde opleidingen van de betrokken instellingen.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.210
62° voor het variabel gedeelte : 4 euro per opgenomen studiepunt.62° voor het variabel gedeelte : 4 euro per opgenomen studiepunt.
7De bepalingen in het eerste en tweede lid gelden niet voor een inschrijving in een bachelor-na-bacheloropleiding en een master-na-masteropleiding.7De bepalingen in het eerste en tweede lid gelden niet voor een inschrijving in een bachelor-na-bacheloropleiding en een master-na-masteropleiding.
8§2. Studenten die het laatste jaar secundair onderwijs volgen en die met een creditcontract voor maximaal 10 studiepunten ingeschreven zijn in het hoger onderwijs, betalen 52,5 euro8§2. Voor studenten van de derde graad secundair onderwijs die met een creditcontract voor maximaal twaalf studiepunten ingeschreven zijn in het hoger onderwijs, bedraagt het studiegeld 52,5 euro.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.378
3De Vlaamse Regering neemt de aanvullende maatregelen die nodig zijn voor de gelijkschakeling van de andere graden die in het hoger onderwijs werden verleend overeenkomstig de voorschriften zoals die op het ogenblik van de uitreiking luidden, met de graad van bachelor of master.3De Vlaamse Regering neemt de aanvullende maatregelen die nodig zijn voor de gelijkschakeling van de andere graden die in het hoger onderwijs werden verleend overeenkomstig de voorschriften zoals die op het ogenblik van de uitreiking luidden, met de graad van bachelor of master.
4§2. De graad van gegradueerde, die een Centrum voor Volwassenenonderwijs heeft uitgereikt ten aanzien van een op grond van artikel II.138 geaccrediteerde opleiding, in de periode voorafgaand aan de uitreiking van het nieuwe bachelordiploma door de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling of door het overdragende Centrum voor Volwassenenonderwijs en de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling gezamenlijk in toepassing van artikel II.138, § 4, is gelijkgesteld met de graad van bachelor. De houders van die graden zijn gerechtigd tot het voeren van de titel van bachelor.4§2. De graad van gegradueerde, die een Centrum voor Volwassenenonderwijs heeft uitgereikt ten aanzien van een op grond van artikel II.138 geaccrediteerde opleiding, in de periode voorafgaand aan de uitreiking van het nieuwe bachelordiploma door de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling of door het overdragende Centrum voor Volwassenenonderwijs en de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling gezamenlijk in toepassing van artikel II.138, § 4, is gelijkgesteld met de graad van bachelor. De houders van die graden zijn gerechtigd tot het voeren van de titel van bachelor.
5§3. De opleiding tot lijnpiloot georganiseerd door een door het Belgisch Bestuur van de Luchtvaart erkende privé-instelling wordt gelijkgesteld met een professionele bacheloropleiding.
5§3....
+1 −0 decreet-2007-06-15/art. 2
53° beroepsprofiel : een geordende opsomming van taken die door de ervaren beroepsbeoefenaar worden uitgeoefend en van de kwaliteitsnormen en beroepsvereisten die daarvoor gelden;53° beroepsprofiel : een geordende opsomming van taken die door de ervaren beroepsbeoefenaar worden uitgeoefend en van de kwaliteitsnormen en beroepsvereisten die daarvoor gelden;
63° bis bevolkingsdichtheid : het aantal inwoners per km² in de vestigingsplaats volgens de meest recente berekening van de federale instantie die bevoegd is voor de coördinatie van de openbare statistiek. Voor de vestigingsplaats tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad wordt de totale bevolking van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km². De in aanmerking te nemen bevolkingsdichtheid voor een centrum met meerdere vestigingsplaatsen wordt vastgesteld op grond van volgende berekening : de totale bevolking van deze gemeenten wordt gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km²;63° bis bevolkingsdichtheid : het aantal inwoners per km² in de vestigingsplaats volgens de meest recente berekening van de federale instantie die bevoegd is voor de coördinatie van de openbare statistiek. Voor de vestigingsplaats tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad wordt de totale bevolking van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km². De in aanmerking te nemen bevolkingsdichtheid voor een centrum met meerdere vestigingsplaatsen wordt vastgesteld op grond van volgende berekening : de totale bevolking van deze gemeenten wordt gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km²;
73° ter bewijs van deelkwalificatie: een studiebewijs dat van rechtswege is erkend. Het bewijs wordt door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg een deelkwalificatietraject heeft beëindigd of aan een voormalige cursist die in het centrum maximaal vijf schooljaren eerder een deelcertificaat van de deelkwalificatie behaald heeft en heeft aangetoond dat hij alle competenties bereikt heeft;
74° centrum : een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie;84° centrum : een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie;
85° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;95° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;
+3 −2 decreet-2007-06-15/art. 41
102° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat of een bewijs van een beroepskwalificatie van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5 of een diploma of graad van gegradueerde;102° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat of een bewijs van een beroepskwalificatie van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5 of een diploma of graad van gegradueerde;
112° bis de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een of meer deelattesten als bewijs van slagen voor het specifiek gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het TSO of BSO voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs voor zover de onderverdeling overeenkomt met een opleiding als vermeld in artikel 42;112° bis de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een of meer deelattesten als bewijs van slagen voor het specifiek gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het TSO of BSO voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs voor zover de onderverdeling overeenkomt met een opleiding als vermeld in artikel 42;
122° ter de opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 42, of de opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5, gecombineerd met een bewijs van slagen voor het algemeen gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het tso of bso voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs;122° ter de opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 42, of de opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5, gecombineerd met een bewijs van slagen voor het algemeen gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het tso of bso of een bewijs van slagen voor de basisvorming van de derde graad van de doorstroomfinaliteit of dubbele finaliteit, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs;
132° quater een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs als vermeld in artikel 42, of de opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5, gecombineerd met een bewijs van slagen voor de basisvorming van de derde graad van de doorstroomfinaliteit of dubbele finaliteit, uitgereikt door een school voor het voltijds secundair onderwijs;
133° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan aanvullende algemene vorming of algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs .143° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan aanvullende algemene vorming of algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs of een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4.
14§ 5. ....15§ 5. ....
15§ 6. ....16§ 6. ....
+0 −1 decreet-2007-06-15/art. 72bis opgeheven
1De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks over een volume aan middelen ten bedrage van maximum 4 ambten of vte voor het ondersteunen en het stimuleren van de centra die opleidingen als gecombineerd onderwijs willen organiseren.
+0 −8 decreet-2007-06-15/art. 72ter opgeheven
1§ 1. Het centrumbestuur dat tijdens het schooljaar n/n+1 in aanmerking wil komen voor een aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs via de middelen, vermeld in artikel 72bis, dient hiertoe uiterlijk op 31 maart van het voorafgaande schooljaar een aanvraag in bij de Vlaamse Regering.
2Deze aanvraag voldoet aan volgende criteria om ontvankelijk te zijn :
31° het heeft betrekking op modules van een erkende en gefinancierde of gesubsidieerde opleiding waarvoor het centrumbestuur nog geen aanvullende financiering of subsidiëring via de middelen, vermeld in artikel 72bis, heeft gekregen;
42° het omvat een luik afstandsonderwijs dat minimaal 50 percent van het totale aantal lestijden van de volledige opleiding bedraagt en minstens 200 lestijden omvat;
53° er is een openleercentrum voorzien;
64° het protocol van de onderhandeling over het gecombineerd onderwijs in het lokaal comité is bij de aanvraag bijgevoegd.
7§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de aanvraagprocedure.
8§ 3. De betrekking die met de middelen, vermeld in paragraaf 1, wordt ingericht, kan niet worden vacantverklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in deze betrekking.
+0 −22 decreet-2007-06-15/art. 72quater opgeheven
1§ 1. De ingediende aanvragen worden beoordeeld door een selectiecommissie die bestaat uit :
21° ...;
32° twee ambtenaren van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming;
43° twee externe experten met onderzoeks- of praktijkervaring inzake afstandsleren in volwasseneneducatie;
54° één extern expert in pedagogische aangelegenheden.
6Een ambtenaar van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming is voorzitter van de selectiecommissie. De Vlaamse Regering wijst de commissieleden aan.
7§ 2. Bij de beoordeling van de ingediende aanvragen zal de selectiecommissie rekening houden met de volgende criteria :
81° de inbedding van het gecombineerd onderwijs binnen de totale onderwijskundige organisatie en de innovatieve draagkracht van de betrokken centra, publieke opleidingsverstrekkers of organisaties;
92° de organisatie van het gecombineerd onderwijs en de afstemming van het gedeelte afstandsonderwijs op het gedeelte contactonderwijs;
103° de effectiviteit van het gecombineerd onderwijs inzake overdraagbaarheid, visie- en materiaalontwikkeling;
114° de mate van betrokkenheid van het personeel;
125° ...;
136° de flexibiliteit van het aanbod;
147° de samenwerkingsverbanden en netwerken met centra, publieke opleidingsverstrekkers of organisaties;
158° de kwaliteitszorg.
16De selectiecommissie draagt aan de Vlaamse Regering de aanvragen voor die op basis van de criteria, vermeld in het eerste lid, gunstig zijn beoordeeld en het aantal toe te kennen leraarsuren of VTE per gunstig beoordeelde aanvraag.
17§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke door de selectiecommissie gunstig beoordeelde aanvragen een aanvullende financiering of subsidiëring wordt toegekend voor het gecombineerd onderwijs via de middelen, vermeld in artikel 72bis. Hierbij wordt voorrang verleend aan aanvragen die aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoen :
181° aanvragen die betrekking hebben op opleidingen als vermeld in artikel 41, § 4, of onderwijs aan gedetineerden;
192° aanvragen die een integrale opleiding omvatten;
203° aanvragen die betrekking hebben op gecombineerd onderwijs dat minimaal 75 percent afstandsonderwijs omvat;
214° aanvragen die gegroeid zijn uit een samenwerking met andere centra, publieke opleidingsverstrekkers of andere organisaties.
22Per goedgekeurde aanvraag kan de Vlaamse Regering respectievelijk minimaal 400 en maximaal 1 000 leraarsuren of minimaal 2 en maximaal 1 VTE toekennen aan het centrumbestuur voor het schooljaar n/n+1.
+0 −10 decreet-2007-06-15/art. 72quinquies opgeheven
1§ 1. Het centrumbestuur gaat het engagement aan om het ontwikkelde gecombineerd onderwijs ook effectief te organiseren binnen een termijn van maximaal twee schooljaren.
2§ 2. Het centrumbestuur engageert er zich toe gedurende de looptijd van het gecombineerd onderwijs alle gegevens te verzamelen die de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen kunnen aantonen. Deze gegevens betreffen minimaal :
31° het aantal ingeschreven cursisten;
42° het aantal financierbare of subsidieerbare cursisten;
53° de scholingsgraad van de cursisten;
64° het aantal cursisten dat deelneemt aan de evaluaties;
75° het aantal geslaagde cursisten;
86° het aantal en de aard van de uitgereikte studiebewijzen.
9§ 3. Het centrumbestuur gaat het engagement aan om onderling samen te werken met andere centrumbesturen die tijdens het schooljaar n/n+1 een aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs ontvangen via de middelen, vermeld in artikel 72bis, zodat de uitwisselbaarheid van de knowhow inzake cursusmateriaal en begeleiding van afstandsonderwijs gegarandeerd wordt.
10§ 4. Het centrumbestuur gaat het engagement aan tevredenheidsmetingen uit te voeren bij de cursisten en de leraars. De resultaten van de tevredenheidsmeting bij de leraars worden ter beschikking gesteld van het bevoegde lokale comité.
+0 −6 decreet-2007-06-15/art. 72sexies opgeheven
1Het centrumbestuur informeert de representatieve groepering van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten op regelmatige tijdstippen over de voortgang van het gecombineerd onderwijs.
2Uiterlijk twee maanden na het schooljaar n+1/n+2 dient het centrumbestuur een eindrapport in bij de Vlaamse Regering. Het eindrapport bevat ten minste :
31° een evaluatie;
42° een verslag van de activiteiten;
53° de gegevens, als vermeld in artikel 72quinquies, § 2;
64° de resultaten van de tevredenheidsmetingen als vermeld in artikel 72quinquies, § 4.
+0 −1 decreet-2007-06-15/art. 72septies opgeheven
1In 2012 worden de bepalingen van deze afdeling, geëvalueerd. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de evaluatie.
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 189bis
1In afwijking van artikel 64, §4, kan een centrum voor volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor het studiegebied informatie- en communicatietechnologie tot en met schooljaar 2024-2025 na een melding aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, die onderwijsbevoegdheid uitoefenen in een vestigingsplaats waar onderwijsinstellingen liggen die middelen hebben ontvangen als vermeld in artikel 67/1, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 34/1, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 91, tweede lid, en artikel 101, tweede lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.1In afwijking van artikel 64, §4, kan een centrum voor volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor het studiegebied informatie- en communicatietechnologie tot en met schooljaar 2024-2025 na een melding aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, die onderwijsbevoegdheid uitoefenen in een vestigingsplaats waar onderwijsinstellingen liggen die middelen hebben ontvangen als vermeld in artikel 67/1, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 34/1, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 91, tweede lid, en artikel 101, tweede lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.
2Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid, vermeld in het eerste lid, tijdens een van de schooljaren 2021-2022 tot en met 2024-2025 hebben uitgeoefend , kunnen deze onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met schooljaar 2025-2026.2Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid voor het studiegebied informatie- en communicatietechnologie tijdens een van de schooljaren 2021-2022 tot en met 2024-2025 tijdelijk hebben uitgeoefend als vermeld in artikel 17, eerste lid, 1° of 2°, van het decreet van 4 februari 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX), kunnen die onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met het schooljaar 2025-2026.
3Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid, vermeld in artikel 17, 2°, van het decreet van 4 februari 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX), tijdens een van de schooljaren 2022-2023 of 2023-2024 hebben uitgeoefend, kunnen deze onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met schooljaar 2024-2025.3Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid, vermeld in artikel 17, 2°, van het decreet van 4 februari 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX), tijdens een van de schooljaren 2022-2023 of 2023-2024 hebben uitgeoefend, kunnen deze onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met schooljaar 2024-2025.
+1 −0 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.35/2
1De scholen die betrokken zijn bij de organisatie van het zonaal leerlingenvervoer georganiseerd krachtens de wet van 15 juli 1983 houdende oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer, verlenen hun medewerking aan de organisatie van het collectief zonaal leerlingenvervoer.1De scholen die betrokken zijn bij de organisatie van het zonaal leerlingenvervoer georganiseerd krachtens de wet van 15 juli 1983 houdende oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer, verlenen hun medewerking aan de organisatie van het collectief zonaal leerlingenvervoer.
2Zij stellen busbegeleiders aan en ontvangen hiervoor een toelage lastens de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van die toelage, de wijze van toekenning en de controlemaatregelen, en bepaalt de minimale loon­ en arbeidsvoorwaarden voor de busbegeleiders.2Zij stellen busbegeleiders aan en ontvangen hiervoor een toelage lastens de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van die toelage, de wijze van toekenning en de controlemaatregelen, en bepaalt de minimale loon­ en arbeidsvoorwaarden voor de busbegeleiders.
3Na voorafgaande goedkeuring door het Agentschap voor Onderwijsdiensten kunnen de scholen, vermeld in het eerste lid, parkingwachters aanstellen en daarvoor een toelage van de Vlaamse Gemeenschap ontvangen. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van die toelage, de wijze van toekenning en de controlemaatregelen, en bepaalt de minimale loon- en arbeidsvoorwaarden voor de parkingwachters.
+1 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.35/3
1Aan het personeel dat door middel van een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld is als busbegeleider bij een basisschool of een secundaire school kan tijdens de maanden juli en augustus een bestaanszekerheidsvergoeding worden toegekend. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de modaliteiten.1Aan het personeel dat door middel van een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld is als busbegeleider of als parkingwachter bij een basisschool of een secundaire school kan tijdens de maanden juli en augustus een bestaanszekerheidsvergoeding worden toegekend. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de modaliteiten.
+19 −0 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. X/3.1 nieuw
1§1. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, bevoegd voor de leerplichtcontrole en de financiële ondersteuning van instellingen, verwerken persoonsgegevens van leerplichtigen die vallen onder het stelsel van huisonderwijs en hun ouders.
2De voormelde gegevens worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
31° de controle op de leerplicht en op huisonderwijs;
42° het ondersteunen van het onderwijsbeleid;
53° de registratie van studiebewijzen en het opvolgen van de studievoortgang en onderwijsloopbaantrajecten;
64° het ondersteunen van de lokale overlegplatformen, vermeld in deel VIII, hoofdstuk 1.
7De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, zijn verwerkingen die noodzakelijk zijn voor het algemeen belang, vermeld in artikel 6.1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming. Uit de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, kan ook de verwerking van gegevens over gezondheid, ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen als de bijzondere categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming volgen. De voormelde verwerkingen zijn noodzakelijke verwerkingen om redenen van zwaarwegend algemeen belang als vermeld in artikel 9, tweede lid, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. De redenen van algemeen belang en zwaarwegend algemeen belang betreffen het garanderen van het recht op onderwijs van de leerplichtigen en de gezondheid en integriteit van de leerplichtigen.
8§2. Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap de volgende gegevens van leerplichtigen die vallen onder het stelsel van huisonderwijs:
91° de identificatiegegevens: de voor- en achternaam, het geslacht, de geboortedatum, de geboorteplaats, de nationaliteit, het identificatienum-mer van het Rijksregister of het identificatienummer van de Kruispunt-bank, vermeld in artikel 8, §1, 1° en 2°, van de Wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
102° woonplaats: domicilieadres, hoofdverblijfplaats en informatie betreffende tijdelijke afwezigheid;
113° onderwijsloopbaangegevens: voorafgaande onderwijsloopbaan en studiebewijzen, deelname en resultaten van deelname aan examencom-missie basis- en secundair onderwijs, vrijstelling van de examencommissie als vermeld in artikel 26bis/2, §2, eerste lid, 1°, van het decreet basison-derwijs van 25 februari 1997 en als vermeld in artikel 110/30, §2, eerste lid, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
124° gezondheid: gegevens over de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen als vermeld artikel 6, §4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
135° huisonderwijsgegevens: gegevens als vermeld in artikel 26bis/1, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
146° de voor- en achternaam, het opleidingsniveau en het vakgebied van de lesgevers en het adres waar huisonderwijs wordt gegeven als er gezamen-lijk huisonderwijs georganiseerd wordt, conform artikel 26bis/1, §1, derde lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
15Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap de volgende gegevens van ouders van leerplichtigen die huisonderwijs volgen: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, de contactgegevens, e-mailadres en telefoonnummer en, in zoverre de ouders ook optreden als lesgever als vermeld in artikel 26bis/1, §1, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 5°.
16Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap de volgende gegevens van de organisator van het gezamenlijk huisonderwijs en de lesgevers, vermeld in artikel 26bis/1, §1, derde lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en 110/29, §1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°, en de contactgegevens, e-mailadres en telefoonnummer.
17Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap de volgende gegevens van andere personen uit het sociale netwerk rond de leerplichtige die een rol opnemen in het voldoen aan de voorwaarden van huisonderwijs: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 5°.
18§3. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2. De personeelsleden van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap hebben toegang tot de verwerkte gegevens als dat noodzakelijk is voor de taken die zij uitvoeren.
19§4. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap verstrekken de gegevens, vermeld in dit artikel, aan andere overheidsdiensten bevoegd voor onderwijs, jeugdhulp, justitie, binnenlandse zaken en welzijn wanneer dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun opdrachten.
+19 −0 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. X/3.2 nieuw
1§1. De onderwijsinspectie verwerkt persoonsgegevens van leerplichtigen die vallen onder het stelsel van huisonderwijs en hun ouders.
2De voormelde gegevens worden verwerkt voor de controle op het huisonderwijs, vermeld in artikel 26ter van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in artikel 110/31 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
3De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, zijn verwerkingen die noodzakelijk zijn voor het algemeen belang, vermeld in artikel 6.1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming. Uit de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, kan ook de verwerking van gegevens over gezondheid, ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen als de bijzondere categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming volgen. De voormelde verwerkin-gen zijn noodzakelijke verwerkingen om redenen van zwaarwegend algemeen belang als vermeld in artikel 9, tweede lid, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. De redenen van algemeen belang en zwaarwegend algemeen belang betreffen het garanderen van het recht op onderwijs van de leerplichtigen en de gezondheid en integriteit van de leerplichtigen.
4§2. Voor het doeleinde, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerkt de onderwijsinspectie de volgende gegevens van leerplichtigen die vallen onder het stelsel van huisonderwijs:
51° de identificatiegegevens: de voor- en achternaam, het geslacht, de geboortedatum, de geboorteplaats, de nationaliteit, het identificatienum-mer van het Rijksregister of het identificatienummer van de Kruispunt-bank, vermeld in artikel 8, §1, 1° en 2°, van de Wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
62° woonplaats: domicilieadres, hoofdverblijfplaats en informatie betreffende tijdelijke afwezigheid;
73° onderwijsloopbaangegevens: voorafgaande onderwijsloopbaan en studiebewijzen, deelname en resultaten van deelname aan examencom-missie basis- en secundair onderwijs, vrijstelling van de examencommissie als vermeld in artikel 26bis/2, §2, eerste lid, 1°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en als vermeld in artikel 110/30, §2, eerste lid, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
84° gezondheid: gegevens over de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen als vermeld artikel 6, §4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
95° huisonderwijsgegevens: gegevens als vermeld in artikel 26bis/1, §1, van het decreet basisonderwijs en artikel 110/29, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
106° de voor- en achternaam, het opleidingsniveau en het vakgebied van de lesgevers en het adres waar huisonderwijs wordt gegeven als er gezamen-lijk huisonderwijs georganiseerd wordt, conform artikel 26bis/1, §1, derde lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
11Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, verwerkt de onderwijsinspectie de volgende gegevens van ouders van de leerplichtigen die huisonderwijs volgen: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, de contactgegevens, e-mailadres en telefoonnummer en in zoverre de ouders ook optreden als lesgever als vermeld in artikel 26bis/1, §1, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 5°.
12Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, verwerkt de onderwijsinspectie de volgende gegevens van de organisator van het gezamenlijk huisonderwijs en de lesgevers, vermeld in artikel 26bis/1, §1, derde lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en 110/29, §1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°, en de contactgegevens, e-mailadres en telefoonnummer.
13Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, verwerkt de onderwijsinspectie de volgende gegevens van andere personen uit het sociale netwerk rond de leerplichtige die een rol opnemen in het voldoen aan de voorwaarden van huisonderwijs: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 5°.
14§3. De onderwijsinspectie is verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2. De personeelsleden van onderwijsinspectie hebben toegang tot de verwerkte gegevens als dat noodzakelijk is voor de taken die zij uitvoeren.
15§4. De onderwijsinspectie verstrekt de gegevens, vermeld in dit artikel, aan andere overheidsdiensten bevoegd voor onderwijs, jeugdhulp, justitie, binnenlandse zaken en welzijn wanneer dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun opdrachten, in overeenstemming met artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.
16§5. De onderwijsinspectie verstrekt de gegevens over haar bevindingen bij de controle, vermeld in artikel 26ter van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in artikel 110/31 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, aan bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
17De onderwijsinspectie en bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn verwerkingsverantwoordelijke voor deze gegevens. De onderwijsinspectie zorgt ervoor dat de overgedragen persoonsgegevens correct zijn.
18§6. Als de onderwijsinspectie inschat dat de ontwikkelingskansen of de integriteit van een leerplichtige die onder het stelsel van huisonderwijs valt, niet gevrijwaard zijn, dan verstrekt de onderwijsinspectie de persoonsgege-vens, vermeld in paragraaf 2, aan de gemandateerde voorzieningen, vermeld in hoofdstuk 8, afdeling 2, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
19De onderwijsinspectie en de gemandateerde voorzieningen zijn verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens. De onderwijsinspectie zorgt ervoor dat de overgedragen persoonsgegevens correct zijn.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd