Decreet tot wijziging van diverse decreten naar aanleiding van de oprichting van het Agentschap Justitie en Handhaving
15 artikels gewijzigd
| 1 | De personen die belast zijn met de coördinatie, de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren bezorgen aan de Vlaamse Regering anonieme en globale gegevens over de hulp- en dienstverlening met het oog op de evaluatie en de bijsturing van het hulp- en dienstverleningsaanbod. | 1 | De personen die belast zijn met de coördinatie, de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren bezorgen aan de Vlaamse Regering gepseudonimiseerde gegevens over de hulp- en dienstverlening met het oog op de evaluatie en de bijsturing van het hulp- en dienstverleningsaanbod. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit voor de verwerking van persoonsgegevens, de voorwaarden en modaliteiten van de gegevensverwerking, vermeld in het eerste lid, nader. |
| 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: | ||
| 2 | 1° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG; | ||
| 3 | 2° andere actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van een opdracht van de justitiehuizen: de personen of instanties die: | ||
| 4 | a) door of krachtens een wet met een eigen specifieke rol betrokken zijn bij een opdracht als vermeld in artikel 5, 1°, zonder in voorkomend geval zelf de opdrachtgever te zijn; | ||
| 5 | b) een begeleiding, omkadering of behandeling opnemen in het kader van de uitvoering van een opdracht als vermeld in artikel 5, 1° ; | ||
| 6 | c) deel uitmaken van een sectoroverschrijdend netwerk als vermeld in artikel 5, 2° ; | ||
| 7 | 3° bureau voor juridische bijstand: het bureau, vermeld in artikel 508/7 van het Gerechtelijk Wetboek; | ||
| 8 | 4° commissie voor juridische eerstelijnsbijstand: de commissie, vermeld in artikel 27; | ||
| 9 | 5° gecodeerde persoonsgegevens: gepseudonomiseerde persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 5), van de algemene verordening gegevensbescherming, die alleen door middel van een code in verband kunnen worden gebracht met een geïdentificeerde of identificeerbare persoon; | ||
| 10 | 6° geïntegreerd breed onthaal: onthaal als vermeld in artikel 9 en 10 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid; | ||
| 11 | 7° indicatiestelling: het proces van inschatting van de risico's, behoeften en sterktes van een justitiabele dat voorafgaat aan het plannen van een interventie of het opstellen van een sociaal voorlichtingsrapport; | ||
| 12 | 8° juridische eerstelijnsbijstand: de juridische bijstand die verstrekt wordt door advocaten in de vorm van praktische inlichtingen, juridische informatie, een eerste juridisch advies of de verwijzing naar een relevante, gespecialiseerde of meer aangewezen instantie of organisatie, gerealiseerd door de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand; | ||
| 13 | 9° justitiabele: | ||
| 14 | a) een verdachte, beschuldigde, beklaagde, inverdenkinggestelde, veroordeelde of geïnterneerde persoon; | ||
| 15 | b) een slachtoffer, naaste of nabestaande; | ||
| 16 | c) een minderjarige of een partij in het geding in het kader van een burgerrechtelijke opdracht; | ||
| 17 | d) een persoon die het voorwerp uitmaakt van een overleg in het kader van een sectoroverschrijdend netwerk als vermeld in artikel 5, 2° ; | ||
| 18 | 10° justitiehuizen: de dienst, met inbegrip van gedecentraliseerde diensten, die de Vlaamse Regering heeft aangewezen om de opdrachten, vermeld in artikel 5, uit te voeren; | ||
| 19 | 11° kleinstedelijke zorgregio: zorgregio op het niveau van een kleine stad als vermeld in de bijlage bij het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen, gewijzigd bij het decreet van 28 november 2008; | ||
| 20 | 12° lokale actoren: gemeentebesturen, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, particuliere organisaties en particuliere initiatieven die lokale sociale hulp- en dienstverlening aanbieden; | ||
| 21 | 13° naaste: de echtgenoot of echtgenote van het niet-overleden slachtoffer, de persoon die met hem samenleeft en met hem een duurzame affectieve relatie heeft, zijn bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn, zijn broers of zussen, alsook anderen die van hem afhankelijk zijn; | ||
| 22 | 14° nabestaande: de echtgenoot of echtgenote van het overleden slachtoffer, de persoon die met hem samenleefde en met hem een duurzame affectieve relatie had, zijn bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn, zijn broers of zussen, alsook anderen die van hem afhankelijk waren; | ||
| 23 | 15° opdrachtgever: een instantie die door of krachtens een wet, decreet of ordonnantie, of op grond van een samenwerkingsakkoord, gemachtigd is om de justitiehuizen te belasten met een opdracht; | ||
| 24 | 16° project: een bijzonder initiatief met een tijdelijk, vernieuwend en experimenteel karakter dat zich richt tot een specifieke doelgroep of op een bijzondere probleemsituatie met betrekking tot juridische eerstelijnsbijstand; | ||
| 25 | 17° samenwerkingsakkoord: een samenwerkingsakkoord als vermeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; | ||
| 26 | 18° slachtoffer: een natuurlijke persoon die als direct gevolg van een misdrijf schade heeft geleden; | ||
| 27 | 19° sociale context: het gezinssysteem en het sociale netwerk van een justitiabele; | ||
| 28 | 20° werkgebied: het geografische gebied waarbinnen de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand, of de gedecentraliseerde diensten van de justitiehuizen, hun opdrachten realiseren. |
| 1 | De justitiehuizen bestaan uit een centraal bestuur en gedecentraliseerde diensten. Minstens een van de gedecentraliseerde diensten verzekert de opvolging en de uitvoering van het elektronisch toezicht. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de organisatie van de gedecentraliseerde diensten van de justitiehuizen. |
| 1 | De justitiehuizen verwerken persoonsgegevens met het oog op: | ||
| 2 | 1° het uitvoeren van de opdrachten, vermeld in artikel 5, 1° en 2° ; | ||
| 3 | 2° het beleid en het beheer van de justitiehuizen; | ||
| 4 | 3° het afleggen van verantwoording aan de Vlaamse Regering; | ||
| 5 | 4° wetenschappelijk onderzoek en statistiek; | ||
| 6 | 5° de berekening, vermeld in artikel 47/10, derde lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. | ||
| 7 | Rechtmatig verkregen gegevens mogen worden verwerkt voor een ander doel dan dat waarvoor ze zijn verzameld, voor zover dat andere doel past in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, en voor zover die verwerking noodzakelijk is en in verhouding staat tot dat andere doel. | ||
| 8 | De justitiehuizen gebruiken ten behoeve van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 5°, geanonimiseerde gegevens of gecodeerde persoonsgegevens indien de beoogde doeleinden op die manier kunnen worden verwezenlijkt, tenzij decretale of wettelijke voorschriften anders bepalen. | ||
| 9 | Het Agentschap Justitie en Handhaving, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Justitie en Handhaving", treedt voor de verwerkingen, vermeld in het eerste lid, op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten initiatieven subsidiëren die bijdragen tot de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de subsidiëring. |
| 1 | De Vlaamse Regering organiseert het toezicht op de naleving van de bepalingen in titel 2 van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. |
| 7 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling van de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand en de voorwaarden waaronder afwijkingen op die minimale samenstelling kunnen worden toegestaan. | 7 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling van de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand en de voorwaarden waaronder afwijkingen op die minimale samenstelling kunnen worden toegestaan. |
| 8 | De commissies voor juridische eerstelijnsbijstand gebruiken de gepaste participatiemethodieken om hun aanbod aan juridische eerstelijnsbijstand op een zodanige wijze vorm te geven dat het beantwoordt aan de noden en behoeften van de meest kwetsbaren. | 8 | De commissies voor juridische eerstelijnsbijstand gebruiken de gepaste participatiemethodieken om hun aanbod aan juridische eerstelijnsbijstand op een zodanige wijze vorm te geven dat het beantwoordt aan de noden en behoeften van de meest kwetsbaren. |
| 9 | De kwetsbaarheid van de doelgroepen wordt bepaald aan de hand van criteria die rekening houden met de kenmerken van de personen of groepen, de levensen sociale omstandigheden van personen of groepen en van het hulpaanbod. Kwetsbare doelgroepen zijn groepen die conform die criteria als kwetsbaar worden beschouwd. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering kan de criteria voor het bepalen van de kwetsbaarheid van de doelgroepen nader bepalen. | ||
| 28 | 27° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding"; | 28 | 27° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding"; |
| 29 | 28° welzijns- en zorgvoorziening: elke organisatie die in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid belast is met de organisatie of uitvoering van zorg, met inbegrip van de OCMW's en de ziekenfondsen; | 29 | 28° welzijns- en zorgvoorziening: elke organisatie die in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid belast is met de organisatie of uitvoering van zorg, met inbegrip van de OCMW's en de ziekenfondsen; |
| 30 | 29° welzijnsbeleid: het beleid inzake de bijstand aan personen met betrekking tot het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden ; | 30 | 29° welzijnsbeleid: het beleid inzake de bijstand aan personen met betrekking tot het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden en van de juridische eerstelijnsbijstand; |
| 31 | 30° werkactoren: de natuurlijke personen of rechtspersonen die in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding taken uitvoeren op het vlak van arbeidsbemiddeling, trajectbegeleiding of competentieontwikkeling; | 31 | 30° werkactoren: de natuurlijke personen of rechtspersonen die in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding taken uitvoeren op het vlak van arbeidsbemiddeling, trajectbegeleiding of competentieontwikkeling; |
| 32 | 31° werk- en zorgtraject: het activeringstraject en het traject maatschappelijke oriëntatie; | 32 | 31° werk- en zorgtraject: het activeringstraject en het traject maatschappelijke oriëntatie; |
| 11 | 10° uitbetalingsactor: de publieke uitbetalingsactor of een private uitbetalingsactor als bedoeld in de regelgeving over de toelagen in het kader van het welzijns- en gezinsbeleid; | 11 | 10° uitbetalingsactor: de publieke uitbetalingsactor of een private uitbetalingsactor als bedoeld in de regelgeving over de toelagen in het kader van het welzijns- en gezinsbeleid; |
| 12 | 11° voorziening: een verzorgingsinstelling of elke andere organisatie die in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid instaat voor de organisatie of uitvoering van zorg of die instaat voor de toekenning van rechten, met inbegrip van de ziekenfondsen, de zorgkassen, de Zorgkassencommissie en de uitbetalingsactoren; | 12 | 11° voorziening: een verzorgingsinstelling of elke andere organisatie die in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid instaat voor de organisatie of uitvoering van zorg of die instaat voor de toekenning van rechten, met inbegrip van de ziekenfondsen, de zorgkassen, de Zorgkassencommissie en de uitbetalingsactoren; |
| 13 | 12° welzijns- en gezinsbeleid: het beleid over het geheel van de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II en IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het beleid op het vlak van het onthaal en de integratie van inwijkelingen ; | 13 | 12° welzijns- en gezinsbeleid: het beleid over het geheel van de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II en IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het beleid over het onthaal en de integratie van inwijkelingen en over de juridische eerstelijnsbijstand; |
| 14 | 13° zorg: één activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, waaronder hulp, dienstverlening, ondersteuning, Vlaamse sociale bescherming, zorgverzekering en gezinsbijslagen; | 14 | 13° zorg: één activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, waaronder hulp, dienstverlening, ondersteuning, Vlaamse sociale bescherming, zorgverzekering en gezinsbijslagen; |
| 15 | 14° zorggebruiker: de patiënt, namelijk de natuurlijke persoon aan wie gezondheidszorg wordt verstrekt, al dan niet op eigen verzoek, of elke andere natuurlijke persoon aan wie zorg wordt verleend, al dan niet op eigen verzoek; | 15 | 14° zorggebruiker: de patiënt, namelijk de natuurlijke persoon aan wie gezondheidszorg wordt verstrekt, al dan niet op eigen verzoek, of elke andere natuurlijke persoon aan wie zorg wordt verleend, al dan niet op eigen verzoek; |
| 11 | a) de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden; | 11 | a) de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden; |
| 12 | b) het vervoer van mindervaliden; | 12 | b) het vervoer van mindervaliden; |
| 13 | 6° beleid inzake welzijn en justitiehuizen: het beleid voor de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 2°, 7° en 8°, en III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van de organieke regels betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; | 13 | 6° beleid inzake welzijn: het beleid voor de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 2° en 7°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van de organieke regels betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; |
| 14 | 7° private uitbetalingsactor: een private rechtspersoon, vergund met het oog op de uitbetaling van toelagen in het kader van het gezinsbeleid als vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 7 juli 2017 tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid, tot vaststelling van vergunningsnormen voor private uitbetalingsactoren en tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 betreffende de oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin; | 14 | 7° private uitbetalingsactor: een private rechtspersoon, vergund met het oog op de uitbetaling van toelagen in het kader van het gezinsbeleid als vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 7 juli 2017 tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid, tot vaststelling van vergunningsnormen voor private uitbetalingsactoren en tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 betreffende de oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin; |
| 15 | 8° SERV: de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen; | 15 | 8° SERV: de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen; |
| 1 | § 1. De Vlaamse Raad WVG heeft de volgende opdrachten met betrekking tot het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid, het beleid inzake welzijn en justitiehuizen en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn: | 1 | § 1. De Vlaamse Raad WVG heeft de volgende opdrachten met betrekking tot het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid, het beleid inzake welzijn en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn: |
| 2 | 1° overleg plegen en akkoorden sluiten over strategische beleidsaangelegenheden; | 2 | 1° overleg plegen en akkoorden sluiten over strategische beleidsaangelegenheden; |
| 3 | 2° advies uitbrengen over de hoofdlijnen van dat beleid; | 3 | 2° advies uitbrengen over de hoofdlijnen van dat beleid; |
| 1 | De intersectorale kamer: | 1 | De intersectorale kamer: |
| 2 | 1° sluit akkoorden en levert adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, met betrekking tot het beleid van twee of drie sectorale kamers; | 2 | 1° sluit akkoorden en levert adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, met betrekking tot het beleid van twee of drie sectorale kamers; |
| 3 | 2° sluit akkoorden en levert adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, met betrekking tot het beleid inzake welzijn en justitiehuizen; | 3 | 2° sluit akkoorden en levert adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, met betrekking tot het beleid inzake welzijn; |
| 4 | 3° beslecht bevoegdheidsconflicten tussen de kamers van de Vlaamse Raad WVG. | 4 | 3° beslecht bevoegdheidsconflicten tussen de kamers van de Vlaamse Raad WVG. |
| 3 | 2° vier vertegenwoordigers van de werkgevers; | 3 | 2° vier vertegenwoordigers van de werkgevers; |
| 4 | 3° vier vertegenwoordigers van de werknemers; | 4 | 3° vier vertegenwoordigers van de werknemers; |
| 5 | 4° acht vertegenwoordigers van voorzieningen of zelfstandige zorgverstrekkers die actief zijn in het beleid inzake welzijn en justitiehuizen, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn; | 5 | 4° acht vertegenwoordigers van voorzieningen of zelfstandige zorgverstrekkers die actief zijn in het beleid inzake welzijn, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn; |
| 6 | 5° twee vertegenwoordigers van ziekenfondsen; | 6 | 5° twee vertegenwoordigers van ziekenfondsen; |
| 7 | 6° twee vertegenwoordigers van zorgkassen; | 7 | 6° twee vertegenwoordigers van zorgkassen; |
| 8 | 7° één vertegenwoordiger van een private uitbetalingsactor; | 8 | 7° één vertegenwoordiger van een private uitbetalingsactor; |
| 9 | 8° vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake welzijn en justitiehuizen, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn; | 9 | 8° vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake welzijn, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn; |
| 10 | 9° één onafhankelijke deskundige in het beleid inzake welzijn en justitiehuizen of het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap of het beleid inzake gezondheid of het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn, die zetelt met raadgevende stem. | 10 | 9° één onafhankelijke deskundige in het beleid inzake welzijn of het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap of het beleid inzake gezondheid of het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn, die zetelt met raadgevende stem. |
| 11 | De Vlaamse Regering bepaalt welke personeelsleden van de Vlaamse administratie het overleg in de intersectorale kamer met raadgevende stem kunnen bij wonen wanneer die beraadslaagt over uit te brengen akkoorden. | 11 | De Vlaamse Regering bepaalt welke personeelsleden van de Vlaamse administratie het overleg in de intersectorale kamer met raadgevende stem kunnen bij wonen wanneer die beraadslaagt over uit te brengen akkoorden. |
| 3 | 1° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 2°, artikel 11, eerste lid, 2°, artikel 12, eerste lid, 2°, en artikel 13, eerste lid, 2°, worden voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties; | 3 | 1° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 2°, artikel 11, eerste lid, 2°, artikel 12, eerste lid, 2°, en artikel 13, eerste lid, 2°, worden voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties; |
| 4 | 2° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 3°, artikel 11, eerste lid, 3°, artikel 12, eerste lid, 3°, en artikel 13, eerste lid, 3°, worden voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties; | 4 | 2° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 3°, artikel 11, eerste lid, 3°, artikel 12, eerste lid, 3°, en artikel 13, eerste lid, 3°, worden voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties; |
| 5 | 3° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake welzijn en justitiehuizen, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn; | 5 | 3° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake welzijn, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn; |
| 6 | 4° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 11, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap; | 6 | 4° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 11, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap; |
| 7 | 5° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 12, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake gezondheid; | 7 | 5° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 12, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake gezondheid; |
| 10 | 8° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 5°, en artikel 12, eerste lid, 5°, worden voorgedragen door de ziekenfondsen; | 10 | 8° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 5°, en artikel 12, eerste lid, 5°, worden voorgedragen door de ziekenfondsen; |
| 11 | 9° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 7°, en artikel 13, eerste lid, 5°, worden voorgedragen door de private uitbetalingsactor; | 11 | 9° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 7°, en artikel 13, eerste lid, 5°, worden voorgedragen door de private uitbetalingsactor; |
| 12 | 10° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 8°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake welzijn en justitiehuizen, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn; | 12 | 10° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 8°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake welzijn, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn; |
| 13 | 11° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 11, eerste lid, 6°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap; | 13 | 11° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 11, eerste lid, 6°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap; |
| 14 | 12° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 12, eerste lid, 6°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake gezondheid; | 14 | 12° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 12, eerste lid, 6°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake gezondheid; |
| 1 | § 1. Bij het Vlaams Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 opgericht voor de aanwending van de betaling van initiatieven die gespecialiseerde programma's ontwikkelen of samenwerkingsverbanden voor justitiabelen uitwerken, die zulke programma's of samenwerkingsverbanden ondersteunen, of die een vernieuwend project uitwerken. | 1 | § 1. Bij het Agentschap Justitie en Handhaving, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Justitie en Handhaving", wordt een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 opgericht voor de aanwending van de betaling van initiatieven die gespecialiseerde programma's ontwikkelen of samenwerkingsverbanden voor justitiabelen uitwerken, die zulke programma's of samenwerkingsverbanden ondersteunen, of die een vernieuwend project uitwerken. |
| 2 | § 2. Het fonds wordt gespijsd door de jaarlijkse ontvangsten uitgekeerd door de federale overheid die kaderen in de subsidiëring van organisaties, andere dan de Justitiehuizen, die opdrachten uitoefenen in het kader van de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen die door een gerechtelijke of federale administratieve overheid zijn opgelegd en waarvan de besteding gebeurt binnen de bevoegdheid van artikel 5, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Hiermee worden de federale middelen beoogd die in het voormalige veiligheidsfonds en verkeersveiligheidsfonds werden bestemd voor de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen opgelegd door een gerechtelijke of federale administratieve overheid. | 2 | § 2. Het fonds wordt gespijsd door de jaarlijkse ontvangsten uitgekeerd door de federale overheid die kaderen in de subsidiëring van organisaties, andere dan de Justitiehuizen, die opdrachten uitoefenen in het kader van de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen die door een gerechtelijke of federale administratieve overheid zijn opgelegd en waarvan de besteding gebeurt binnen de bevoegdheid van artikel 5, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Hiermee worden de federale middelen beoogd die in het voormalige veiligheidsfonds en verkeersveiligheidsfonds werden bestemd voor de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen opgelegd door een gerechtelijke of federale administratieve overheid. |
| 3 | § 3. Het fonds wordt aangewend ter financiering van uitgaven voor werking, subsidies en investeringen ten bate van organisaties die opdrachten uitoefenen in het kader van de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen die door een gerechtelijke of administratieve overheid zijn opgelegd. | 3 | § 3. Het fonds wordt aangewend ter financiering van uitgaven voor werking, subsidies en investeringen ten bate van organisaties die opdrachten uitoefenen in het kader van de uitvoering van alternatieve straffen en maatregelen die door een gerechtelijke of administratieve overheid zijn opgelegd. |