Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR
5 artikels gewijzigd
| 1 | Voor de toepassing van dit deel VIII wordt verstaan onder : | 1 | Voor de toepassing van dit deel VIII wordt verstaan onder : |
| 2 | 1° anderstalige nieuwkomer: de leerling bedoeld in artikel 2, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, respectievelijk artikel 4, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 betreffende de organisatie van een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers in het voltijds secundair onderwijs; | 2 | 1° anderstalige nieuwkomer: de leerling bedoeld in artikel 2, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, respectievelijk artikel 4, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 betreffende de organisatie van een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers in het voltijds secundair onderwijs; |
| 3 | 2° integratiesector: de centra en de diensten bedoeld in het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaams integratie- en inburgeringsbeleid; | ||
| 4 | 3° leefeenheid: leerlingen met ten minste één gemeenschappelijke ouder of ouders en leerlingen met eenzelfde hoofdverblijfplaats; | ||
| 3 | 2° ...; | ||
| 4 | 3° ...; | ||
| 5 | 4° leerling: elke onderwijszoekende die voldoet aan de bij of krachtens wet of decreet bepaalde toelatingsvoorwaarden of overeenkomstig artikel 252 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs als vrije leerling wordt beschouwd; | 5 | 4° leerling: elke onderwijszoekende die voldoet aan de bij of krachtens wet of decreet bepaalde toelatingsvoorwaarden of overeenkomstig artikel 252 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs als vrije leerling wordt beschouwd; |
| 6 | 5° onthaalbureau: de rechtspersoon die aangeduid wordt voor het realiseren van inburgeringstrajecten in het kader van het Vlaamse inburgeringsbeleid; | ||
| 6 | 5° ...; | ||
| 7 | 6° onthaaljaar: het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers bedoeld in artikel 135 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs; | 7 | 6° onthaaljaar: het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers bedoeld in artikel 135 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs; |
| 8 | 7° relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied: de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van deze gelijke kansenindicatoren zoals bepaald in artikel 139bis, §1, van het decreet basisonderwijs en artikel 225, §1, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen het werkingsgebied van een lokaal overlegplatform, binnen een deelgebied van het werkingsgebied of binnen een gemeente indien er geen lokaal overlegplatform is. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering berekent de procentuele verhouding op basis van de beschikbare cijfergegevens afkomstig van een driejaarlijkse centraal georganiseerde telling op de eerste schooldag van februari, tenzij het lokaal overlegplatform beslist om tussentijds op de eerste schooldag van februari te hertellen; | ||
| 8 | 7° ...; | ||
| 10 | 8° school: een pedagogisch geheel, waar onderwijs georganiseerd wordt en dat onder leiding staat van één directeur; Onder school en school voor gewoon secundair onderwijs wordt ook een autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat betreft de opleiding in de leertijd ook een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen. | 9 | 8° school: een pedagogisch geheel, waar onderwijs georganiseerd wordt en dat onder leiding staat van één directeur; Onder school en school voor gewoon secundair onderwijs wordt ook een autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat betreft de opleiding in de leertijd ook een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen. |
| 1 | § 1. Een lokaal overlegplatform omvat alle ondergenoemde participanten die in het werkingsgebied aanwezig zijn en zich aanmelden: | 1 | § 1. Een lokaal overlegplatform basisonderwijs omvat alle ondergenoemde stemgerechtigde participanten die in het werkingsgebied aanwezig zijn en zich aanmelden: |
| 2 | 1° de directies en schoolbesturen van alle in het werkingsgebied gelegen scholen; | 2 | 1° de directies en schoolbesturen van alle in het werkingsgebied gelegen scholen; |
| 3 | 2° directies en schoolbesturen van de niet in het werkingsgebied gelegen scholen voor buitengewoon onderwijs wanneer tussen deze scholen en de in het werkingsgebied gelegen scholen frequent leerlingenstromen bestaan; | 3 | 2° directies en schoolbesturen van de niet in het werkingsgebied gelegen scholen voor buitengewoon onderwijs wanneer tussen deze scholen en de in het werkingsgebied gelegen scholen frequent leerlingenstromen bestaan; |
| 4 | 3° de directies en schoolbesturen van de centra voor leerlingenbegeleiding die de in het werkingsgebied gelegen scholen begeleiden; | 4 | 3° de directies en schoolbesturen van de centra voor leerlingenbegeleiding die de in het werkingsgebied gelegen scholen begeleiden; |
| 5 | 4° een vertegenwoordiger van elke representatieve vakorganisatie die de beroepsbelangen van het personeel van de in het werkingsgebied gelegen scholen behartigt; | 5 | 4° een lokale vertegenwoordiger van elke representatieve vakorganisatie die de beroepsbelangen van het personeel van de in het werkingsgebied gelegen scholen behartigt; |
| 6 | 5° twee vertegenwoordigers van erkende ouderverenigingen; | 6 | 5° twee lokale vertegenwoordigers van erkende ouderverenigingen; |
| 7 | 6° twee vertegenwoordigers van leerlingenraden, indien het gaat om lokale overlegplatforms voor het secundair onderwijs; | ||
| 7 | 6° in totaliteit ten hoogste tien vertegenwoordigers van: | ||
| 8 | 7° ten hoogste tien vertegenwoordigers van lokale socio-culturele en/of -economische partners; | 8 | a) lokale socio-culturele en/of -economische partners; |
| 9 | 8° twee vertegenwoordigers van organisaties van etnisch-culturele minderheden; | 9 | b) vertegenwoordigers van organisaties van etnisch-culturele minderheden; |
| 10 | 9° twee vertegenwoordigers van een vereniging waar armen het woord nemen; | 10 | c) vereniging waar armen het woord nemen; |
| 11 | 10° een vertegenwoordiger van de integratiesector. Wanneer in het werkingsgebied zowel een integratiecentrum als een integratiedienst werkzaam zijn, wordt vanuit beide organisaties in een vertegenwoordiger voorzien; | ||
| 12 | 11° een vertegenwoordiger van elk van de in het werkingsgebied gelegen onthaalbureaus; | ||
| 11 | 7° een vertegenwoordiger van het Agentschap Integratie en Inburgering; | ||
| 12 | 8° een vertegenwoordiger van de integratiedienst; | ||
| 13 | 12° een vertegenwoordiger van het schoolopbouwwerk. | 13 | 9° een vertegenwoordiger van het schoolopbouwwerk; |
| 14 | De Vlaamse Regering bepaalt welke organen worden belast met de coördinatie van het aanduiden van de in het eerste lid, 4°, 5°, 6°, 8°, 9° en 10°, bedoelde participanten. | ||
| 14 | 10° een vertegenwoordiger van het betrokken gemeentebestuur of de betrokken gemeentebesturen-in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Deze persoon treedt niet op in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gemeente, respectievelijk de Vlaamse Gemeenschapscommissie als schoolbestuur. | ||
| 15 | De in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 8°, 9°, 10° en 11°, bedoelde participanten duiden bij een eerste samenkomst de in het eerste lid, 7°en 12°, bedoelde participanten aan. Zij worden daartoe samengeroepen door de in §3 bedoelde deskundige. | 15 | De Vlaamse Regering bepaalt welke organen worden belast met de coördinatie van het aanduiden van de in het eerste lid, 4°, 5°, 6°, b) en c), en 7°, bedoelde participanten. De in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 7°, 8° en 10°, bedoelde participanten duiden bij een eerste samenkomst de in het eerste lid, 6°, a), b) en c), en 9°, bedoelde participanten aan. Zij worden daartoe samengeroepen door de in paragraaf 3 bedoelde deskundige. |
| 16 | Het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 10°, is steeds kleiner dan het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°. | ||
| 16 | § 2. De Vlaamse Regering stelt na overleg met het lokaal overlegplatform een voorzitter aan, die vertrouwd is met het ruime onderwijsveld. De voorzitter zetelt niet in een schoolbestuur en is geen personeelslid van één van de betrokken scholen, scholengroepen, scholengemeenschappen of centra voor leerlingenbegeleiding. | 17 | § 2. De Vlaamse Regering stelt na overleg met het lokaal overlegplatform een voorzitter aan, die vertrouwd is met het ruime onderwijsveld. De voorzitter zetelt niet in een schoolbestuur en is geen personeelslid van één van de betrokken scholen, scholengroepen, scholengemeenschappen of centra voor leerlingenbegeleiding, met uitzondering van de vertegenwoordiger van het betrokken lokaal bestuur, of in voorkomend geval, de betrokken lokale besturen. |
| 17 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de voorzitter wordt vergoed. | 18 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de voorzitter wordt vergoed. |
| 18 | § 3. De Vlaamse Regering voorziet, rekening houdend met artikel VIII.3, § 2, eerste lid, in de subsidiëring van een deskundige die de inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van het lokaal overlegplatform waarneemt. Zij bepaalt de nadere aanwervings- en functioneringsvoorwaarden van de deskundige. | 19 | § 3. De Vlaamse Regering voorziet, rekening houdend met artikel VIII.3, § 2, eerste lid, in de subsidiëring van een deskundige die de inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van het lokaal overlegplatform waarneemt. Zij bepaalt de nadere aanwervings- en functioneringsvoorwaarden van de deskundige. |
| 19 | De deskundige kan niet worden aangesteld als voorzitter. | 20 | De deskundige kan niet worden aangesteld als voorzitter. |
| 20 | §4. Een vertegenwoordiger van het betrokken gemeentebestuur of de betrokken gemeentebesturen - in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: van de Vlaamse Gemeenschapscommissie - dient het lokaal overlegplatform van advies over gemeentelijke aangelegenheden die een nauwe band vertonen met de in artikel VIII.5, eerste lid, bedoelde bevoegdheden. Deze persoon treedt niet op in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gemeente, respectievelijk de Vlaamse Gemeenschapscommissie als schoolbestuur. | ||
| 21 | §5. De schoolbesturen zoals bedoeld in artikel VIII.4, § 1, 1°, 2° en 3°, kunnen zich respectievelijk laten vertegenwoordigen door een directie van de school van het eigen schoolbestuur of door een directie van een centrum voor leerlingenbegeleiding van het eigen schoolbestuur. | 21 | § 4. De schoolbesturen zoals bedoeld in artikel VIII.4, § 1, 1°, 2° en 3°, kunnen zich respectievelijk laten vertegenwoordigen door een directie van de school van het eigen schoolbestuur of door een directie van een centrum voor leerlingenbegelei ding van het eigen schoolbestuur |
| 1 | Een lokaal overlegplatform heeft volgende opdrachten: | 1 | Een lokaal overlegplatform basisonderwijs heeft volgende opdrachten: |
| 2 | 1° het opmaken van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. De participanten van het lokaal overleg leveren daartoe de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens; | 2 | 1° het opmaken van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. De participanten van het lokaal overleg leveren daartoe de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens; |
| 3 | 2° het maken van afspraken inzake het nastreven van de doelstellingen inzake gelijke kansen; | 3 | 2° het maken van afspraken inzake het nastreven van de doelstellingen inzake gelijke kansen; |
| 4 | 3° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van leerlingen naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs; | 4 | 3° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van leerlingen naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs; |
| 5 | 4° het herberekenen van de relatieve aanwezigheid van leerlingen die beantwoorden aan ten minste één van de in artikel 37septies, §3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 110/7, §3, van de Codex Secundair Onderwijs, bedoelde gelijke kansenindicatoren in het werkingsgebied en het opdelen van het werkingsgebied in deelgebieden; | ||
| 6 | 5° het maken van afspraken inzake de uitoefening van de bemiddelingsbevoegdheid; | 5 | 4° het maken van afspraken inzake de uitoefening van de bemiddelingsbevoegdheid; |
| 7 | 6° het maken van afspraken over het hanteren van gezamenlijke inschrijvingsperiodes; | ||
| 8 | 7° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrangsregels zoals bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 3, onderafdeling B, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en hoofdstuk 1/1, afdeling 2, van de Codex Secundair Onderwijs inzonderheid afspraken over het effectief voorzien in de scholen betrokken bij het lokaal overlegplatform van een voorrangsrecht voor leerlingen die beantwoorden aan de gelijke kansenindicatoren zoals bepaald in 37septies, §3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 110/7, §3, van de Codex Secundair Onderwijs; | ||
| 6 | 5° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrang zoals bepaald in hoofdstuk IV/1 en hoofdstuk IV/3 van het decreet basisonderwijs; | ||
| 9 | 8° het maken van afspraken over de communicatie over het inschrijvingsbeleid van de scholen ; | 7 | 6° het maken van afspraken over de communicatie over het inschrijvingsbeleid van de scholen en de afstemming ervan op de communicatie door de Vlaamse overheid; |
| 10 | 9° het vastleggen van de criteria en de procedures volgens dewelke scholen voor secundair onderwijs de inschrijving van een elders definitief uitgesloten leerling kunnen weigeren zoals bepaald in artikel 110/10, §2, van de Codex Secundair Onderwijs; | ||
| 11 | 10° het ontwikkelen van instrumenten om dubbele inschrijvingen te voorkomen; | ||
| 8 | 7° het maken van afspraken over de startdata van de inschrijvingen; | ||
| 12 | 11° maakt afspraken over het verhogen van de kleuterparticipatie; | 9 | 8° het maken van afspraken over het verhogen van de kleuterparticipatie; |
| 13 | 12° het uitwerken van aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal. | 10 | 9° het uitwerken van aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal. |
| 14 | Een lokaal overlegplatform kan beslissen om bijkomende opdrachten op te nemen. | 11 | Een lokaal overlegplatform kan beslissen om bijkomende opdrachten op te nemen. |
| 15 | De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toewijzen aan de lokale overlegplatforms. | 12 | De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toewijzen aan de lokale overlegplatforms. |
| 1 | Een lokaal overlegplatform secundair onderwijs heeft volgende opdrachten: | ||
| 2 | 1° het opmaken van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. De participanten van het lokaal overleg leveren daartoe de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens; | ||
| 3 | 2° het maken van afspraken inzake het nastreven van de doelstellingen inzake gelijke kansen; | ||
| 4 | 3° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van leerlingen naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs; | ||
| 5 | 4° het maken van afspraken inzake de uitoefening van de bemiddelingsbevoegdheid; | ||
| 6 | 5° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrang, vermeld in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1 en hoofdstuk 1/2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; | ||
| 7 | 6° het maken van afspraken over de communicatie over het inschrijvingsbeleid van de scholen en de afstemming ervan op de communicatie door de Vlaamse overheid; | ||
| 8 | 7° het vastleggen van de criteria en de procedures volgens dewelke scholen voor secundair onderwijs de inschrijving van een elders definitief uitgesloten leerling kunnen weigeren zoals bepaald in artikel 253/25, § 4, en 253/56, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs; | ||
| 9 | 8° het uitwerken van aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal; | ||
| 10 | 9° tijdens de schooljaren 2023-2024, 2024-2025, 2025-2026 en 2026-2027 het monitoren van de effecten in het werkingsgebied van de mogelijkheid om maximaal 20% voorrang te verlenen aan ondervertegenwoordigde groepen, vermeld in artikel 253/15 en 253/46 van de Codex Secundair Onderwijs. | ||
| 11 | Een lokaal overlegplatform kan beslissen om bijkomende opdrachten op te nemen. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toewijzen aan de lokale overlegplatforms. |
| 15 | 8° lidmaatschap van de Vlaamse Bemiddelingscommissie. | 15 | 8° lidmaatschap van de Vlaamse Bemiddelingscommissie. |
| 16 | §3. De Vlaamse Regering stelt de leden en hun plaatsvervangers aan en bepaalt de wijze waarop zij vergoed worden. | 16 | §3. De Vlaamse Regering stelt de leden en hun plaatsvervangers aan en bepaalt de wijze waarop zij vergoed worden. |
| 17 | § 4. Wanneer de Commissie ten gronde adviseert en oordeelt naar recht over klachten die betrekking hebben op de toepassing van artikel 37undecies, §2 en §3van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/11, §2 en §3van de Codex Secundair Onderwijs dan wordt de samenstelling van de Commissie, in afwijking van paragraaf 1 en paragraaf 2, uitgebreid met leden met expertise op het gebied van de praktische realisatie van redelijke aanpassingen. Daarbij wordt, in afwijking van paragraaf 1 en paragraaf 2, in elk geval de betrokkenheid verzekerd van personen met een handicap of een organisatie die hen vertegenwoordigt, van een personeelsvertegenwoordiging en een vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers. | 17 | § 4. Voor inschrijving of ontbinding van inschrijving voor schooljaar 2023-2024 en verder geldt dat wanneer de Commissie ten gronde adviseert en oordeelt naar recht over klachten die betrekking hebben op de toepassing van artikel 37/11, §§ 2 en 3, en artikel 37/48, §§ 2 en 3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 253/6, §§ 2 en 3, en artikel 253/37, §§ 2 en 3, van de Codex Secundair Onderwijs de samenstelling van de Commissie, in afwijking van paragraaf 1 en 2, wordt uitgebreid met leden met expertise op het gebied van de praktische realisatie van redelijke aanpassingen. Daarbij wordt, in afwijking van paragraaf 1 en paragraaf 2, in elk geval de betrokkenheid verzekerd van personen met een handicap of een organisatie die hen vertegenwoordigt, van een personeelsvertegenwoordiging en een vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers. Deze leden zetelen met een raadgevend mandaat. |
| 18 | Deze leden zetelen met een raadgevend mandaat. | ||
| 18 | De samenstelling, vermeld in het eerste lid, geldt ook als de Commissie voor het schooljaar 2023-2024 en verder adviseert en oordeelt naar recht over de klachten die betrekking hebben op het passende alternatief conform artikel 37/43/4 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 295/15 van de Codex Secundair Onderwijs. | ||