§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wat betreft de opheffing vande Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu ende overheveling van taken inzake omgevingshandhaving

Vlaamse Regering #628 Staatsblad 23 maart 2021 NUMAC 2021030463
18 artikels gewijzigd
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 6.1.1
8b) de subcategorie `gemengd openruimtegebied', voor zover het gebied geen onderdeel is van het Vlaams Ecologisch Netwerk;8b) de subcategorie `gemengd openruimtegebied', voor zover het gebied geen onderdeel is van het Vlaams Ecologisch Netwerk;
96° overtreder : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het stedenbouwkundige misdrijf of de stedenbouwkundige inbreuk heeft uitgevoerd, er opdracht toe heeft gegeven of er zijn medewerking aan heeft verleend;96° overtreder : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het stedenbouwkundige misdrijf of de stedenbouwkundige inbreuk heeft uitgevoerd, er opdracht toe heeft gegeven of er zijn medewerking aan heeft verleend;
107° Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu : de gewestelijke raad bedoeld in artikel 16.2.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
107° ....
118° verbalisant ruimtelijke ordening: het personeelslid, bedoeld in artikel 6.2.5/1, dat belast is met de uitvoering van de handhaving van de ruimtelijke ordening vermeld in deze titel.118° verbalisant ruimtelijke ordening: het personeelslid, bedoeld in artikel 6.2.5/1, dat belast is met de uitvoering van de handhaving van de ruimtelijke ordening vermeld in deze titel.
+1 −28 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 6.1.3
1§ 1. Met inachtneming van de prerogatieven van de bevoegde overheden is de Vlaamse Regering belast met de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake de ruimtelijke ordening.
2De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu coördineert de opmaak van een handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening. De raad verzoekt het departement om een ontwerp en wint vervolgens adviezen in bij de handhavingsinstanties die belast zijn met de handhaving van deze codex en van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. De raad bezorgt aan de bevoegde minister een voorstel opgesteld op basis van de door de raad ingewonnen adviezen over het ontwerp en voegt de adviezen in bijlage.
3De Vlaamse Regering stelt het handhavingsprogramma vast op grond van:
41° een ontwerp als vermeld in het vorige lid, opgemaakt door het departement;
52° een voorstel als vermeld in het vorige lid, van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.
6Het vastgestelde handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum na de goedkeuring door het Vlaams Parlement en blijft gelden zolang het niet geheel of gedeeltelijk wordt herzien.
7Het handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening omvat minstens de gewestelijke handhavingsprioriteiten en de gewestelijke beleidslijnen voor :
81° de vaststelling, aanmaning en vervolging van stedenbouwkundige misdrijven en inbreuken;
92° het bestuurlijk sepot bij de beboeting van misdrijven en inbreuken;
103° de keuze tussen het vorderen van gerechtelijk herstel en het opleggen van bestuurlijke maatregelen;
114° de keuze tussen bestuursdwang en last onder dwangsom;
125° de ambtshalve uitvoering van gerechtelijke uitspraken en bestuurlijke besluiten;
136° de invordering van verbeurde dwangsommen;
147° transparantie en communicatie;
158° de inschrijving van wettelijke hypotheken;
169° de prioriteiten in de ambtshalve uitvoering van gerechtelijke uitspraken waarvan de uitvoeringstermijn meer dan tien jaar is verstreken.
17Het kan ook aanbevelingen bevatten inzake de handhaving van de ruimtelijke ordening op gemeentelijk niveau en de samenwerking met en tussen de betrokken beleidsniveaus.
18De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling en verspreiding van het handhavingsprogramma.
19§ 2. Jaarlijks stelt de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening op. Alle instanties die belast zijn met de handhaving van de ruimtelijke ordening, stellen, hetzij op eenvoudige vraag van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, hetzij uit eigen beweging, alle informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, vrijwillig ter beschikking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.
20Het handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening omvat minstens de volgende onderdelen :
211° een algemene evaluatie van het gewestelijke handhavingsbeleid dat in het afgelopen kalenderjaar is gevoerd;
222° een specifieke evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten;
233° een overzicht van de gevallen waarin, binnen de gestelde termijn, geen uitspraak werd gedaan over de beroepen tegen besluiten houdende bestuurlijke maatregelen;
244° een evaluatie van de beslissingspraktijk van de parketten inzake het al dan niet strafrechtelijk behandelen van een vastgesteld stedenbouwkundig misdrijf;
255° een overzicht en vergelijking van het door de gemeenten gevoerde handhavingsbeleid;
266° een inventaris van de inzichten die tijdens de handhaving werden opgedaan en die kunnen worden aangewend voor de verbetering van de regelgeving, beleidsvisies en beleidsuitvoering;
277° aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid.
28De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling en verspreiding van het handhavingsrapport.
1Artikel 16.2.1 tot en met 16.2.4 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid zijn van overeenkomstige toepassing.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 7.7.3
1Het Handhavingsplan Ruimtelijke Ordening 2010, vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 juli 2010, blijft van kracht zolang het niet werd vervangen door een Gewestelijk Handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening als vermeld in artikel 6.1.3.
1Het handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening van 18 november 2015 en de gewestelijke en gezamenlijke handhavingsprioriteiten Ruimtelijke Ordening van 23 december 2016 blijven van toepassing tot en met de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van het omgevingshandhavingsprogramma, vermeld in artikel 16.2.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
+4 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.2.1 opgeheven
1De Vlaamse Regering is belast met de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake milieu en ruimtelijke ordening .1§ 1. Met inachtneming van de prerogatieven van de bevoegde overheden is de Vlaamse Regering belast met de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake milieu, ruimtelijke ordening en de integratie ervan in omgeving, omgevingshandhavingsbeleid genaamd.
2§ 2. Om de milieuwetgeving, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning doelmatig te handhaven, overlegt de Vlaamse Regering met de overheden die daarvoor bevoegd zijn.
3De afspraken die gemaakt worden op basis van het overleg, vermeld in het eerste lid, worden in protocollen vastgelegd.
4De Vlaamse Regering kan de procedure bepalen om protocollen als vermeld in het tweede lid, vast te leggen.
+4 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.2.1
1De Vlaamse Regering is belast met de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake milieu en ruimtelijke ordening .1§ 1. Met inachtneming van de prerogatieven van de bevoegde overheden is de Vlaamse Regering belast met de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake milieu, ruimtelijke ordening en de integratie ervan in omgeving, omgevingshandhavingsbeleid genaamd.
2§ 2. Om de milieuwetgeving, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning doelmatig te handhaven, overlegt de Vlaamse Regering met de overheden die daarvoor bevoegd zijn.
3De afspraken die gemaakt worden op basis van het overleg, vermeld in het eerste lid, worden in protocollen vastgelegd.
4De Vlaamse Regering kan de procedure bepalen om protocollen als vermeld in het tweede lid, vast te leggen.
+17 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.2.2
1Ter ondersteuning van het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering wordt een gewestelijke raad voor de handhaving van de milieuwetgeving en de handhaving van de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening opgericht, hierna de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu te noemen.
1§ 1. De Vlaamse Regering maakt een vijfjaarlijks omgevingshandhavingsprogramma op dat de overkoepelende strategische en operationele beleidsdoelstellingen en beleidsprioriteiten voor een gewestelijk geïntegreerd en afgestemd omgevingshandhavingsbeleid bevat en dat de vijfjaarlijkse individuele handhavingsprioriteiten van de handhavingsinstanties bundelt. De overkoepelende beleidsdoelstellingen omvatten de gewestelijke beleidsvisie en de gewestelijke beleidslijnen voor omgevingshandhaving. Dit schept rechten noch plichten voor de rechtsonderhorigen.
2Aanbevelingen over de handhaving op gemeentelijk en provinciaal niveau en over de samenwerking met en tussen al de betrokken beleidsniveaus kunnen toegevoegd worden aan het omgevingshandhavingsprogramma, vermeld in het eerste lid.
3Het omgevingshandhavingsprogramma wordt opgemaakt in overeenstemming met het recht, met inbegrip van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
4De Vlaamse Regering kan de beleidsprioriteiten, vermeld in het eerste lid, verfijnen of aanvullen.
5§ 2. De overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning bezorgen op eenvoudig verzoek hun vijfjaarlijkse individuele handhavingsprioriteiten.
6De Vlaamse Regering nodigt de overheden die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en waarvoor het Vlaamse Gewest niet bevoegd is, uit om hun vijfjaarlijkse individuele handhavingsprioriteiten te bezorgen.
7De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure om de individuele handhavingsprioriteiten te bezorgen.
8§ 3. De Vlaamse Regering kan voor het omgevingshandhavingsprogramma nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opmaak, de inwerkingtreding, de verspreiding en de actualisering ervan.
9Voor de actualisering van de beleidsprioriteiten, vermeld in paragraaf 1, derde lid, kan de Vlaamse Regering nadere regels vaststellen voor de inwerkintreding en verspreiding ervan.
10§ 4. Het definitieve omgevingshandhavingsprogramma wordt vastgesteld op grond van:
111° een ontwerp van omgevingshandhavingsprogramma;
122° de adviezen van de volgende instanties over het ontwerp, vermeld in punt 1° :
13a) de bevoegde strategische adviesraden over milieu, ruimtelijke ordening en omgeving;
14b) de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
15c) de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;
16d) de Vereniging van Vlaamse Streekontwikkelingsintercommunales.
17§ 5. Het Milieuhandhavingsprogramma 2015-2019 van 22 april 2016 blijft van kracht tot en met de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van het vijfjaarlijkse omgevingshandhavingsprogramma.
+17 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.2.2 opgeheven
1Ter ondersteuning van het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering wordt een gewestelijke raad voor de handhaving van de milieuwetgeving en de handhaving van de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening opgericht, hierna de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu te noemen.
1§ 1. De Vlaamse Regering maakt een vijfjaarlijks omgevingshandhavingsprogramma op dat de overkoepelende strategische en operationele beleidsdoelstellingen en beleidsprioriteiten voor een gewestelijk geïntegreerd en afgestemd omgevingshandhavingsbeleid bevat en dat de vijfjaarlijkse individuele handhavingsprioriteiten van de handhavingsinstanties bundelt. De overkoepelende beleidsdoelstellingen omvatten de gewestelijke beleidsvisie en de gewestelijke beleidslijnen voor omgevingshandhaving. Dit schept rechten noch plichten voor de rechtsonderhorigen.
2Aanbevelingen over de handhaving op gemeentelijk en provinciaal niveau en over de samenwerking met en tussen al de betrokken beleidsniveaus kunnen toegevoegd worden aan het omgevingshandhavingsprogramma, vermeld in het eerste lid.
3Het omgevingshandhavingsprogramma wordt opgemaakt in overeenstemming met het recht, met inbegrip van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
4De Vlaamse Regering kan de beleidsprioriteiten, vermeld in het eerste lid, verfijnen of aanvullen.
5§ 2. De overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning bezorgen op eenvoudig verzoek hun vijfjaarlijkse individuele handhavingsprioriteiten.
6De Vlaamse Regering nodigt de overheden die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en waarvoor het Vlaamse Gewest niet bevoegd is, uit om hun vijfjaarlijkse individuele handhavingsprioriteiten te bezorgen.
7De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure om de individuele handhavingsprioriteiten te bezorgen.
8§ 3. De Vlaamse Regering kan voor het omgevingshandhavingsprogramma nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opmaak, de inwerkingtreding, de verspreiding en de actualisering ervan.
9Voor de actualisering van de beleidsprioriteiten, vermeld in paragraaf 1, derde lid, kan de Vlaamse Regering nadere regels vaststellen voor de inwerkintreding en verspreiding ervan.
10§ 4. Het definitieve omgevingshandhavingsprogramma wordt vastgesteld op grond van:
111° een ontwerp van omgevingshandhavingsprogramma;
122° de adviezen van de volgende instanties over het ontwerp, vermeld in punt 1° :
13a) de bevoegde strategische adviesraden over milieu, ruimtelijke ordening en omgeving;
14b) de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
15c) de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;
16d) de Vereniging van Vlaamse Streekontwikkelingsintercommunales.
17§ 5. Het Milieuhandhavingsprogramma 2015-2019 van 22 april 2016 blijft van kracht tot en met de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van het vijfjaarlijkse omgevingshandhavingsprogramma.
+8 −3 decreet-1995-04-05/art. 16.2.3 opgeheven
1Met het oog op een doelmatige handhaving van de milieuwetgeving en de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 pleegt de Vlaamse Regering, daarin bijgestaan door de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, systematisch overleg met de daarvoor bevoegde overheden.
2De op basis van dat overleg gemaakte afspraken worden in protocollen vastgelegd.
3De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de protocollen worden vastgelegd.
1§ 1. De Vlaamse Regering rapporteert periodiek in het tweede en het vijfde jaar van de regeerperiode over het omgevingshandhavingsbeleid en de omgevingshandhavingsuitvoering.
2De rapportering omvat een beschrijving, analyse en evaluatie van de bestaande toestand van de omgevingshandhavingsuitvoering en van het gevoerde omgevingshandhavingsbeleid zoals opgenomen in de vastgestelde beleidsdoelstellingen en van de individuele handhavingsprioriteiten in het omgevingshandhavingsprogramma, vermeld in artikel 16.2.2.
3§ 2. Jaarlijks stellen alle overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, alle cijfermatige informatie ter beschikking waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de periodieke rapportering, vermeld in paragraaf 1. Ze doen dat op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging.
4Jaarlijks nodigt de Vlaamse Regering de overheden die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, waarvoor het Vlaamse Gewest niet bevoegd is, uit om de cijfermatige informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de periodieke rapportering, vrijwillig ter beschikking te stellen.
5Met het oog op de periodieke rapportering, vermeld in paragraaf 1, kan bijkomend aan de cijfermatige informatie, vermeld in het eerste en tweede lid, een bijbehorende toelichting gevraagd worden aan deze overheden.
6De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure om de cijfermatige informatie en de bijbehorende toelichting te bezorgen.
7§ 3. De rapportering, vermeld in paragraaf 1, wordt meegedeeld aan het Vlaams Parlement.
8§ 4. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opmaak en de verspreiding van de rapportering, vermeld in paragraaf 1, en ook voor de jaarlijkse publicatie van de cijfermatige informatie.
+8 −3 decreet-1995-04-05/art. 16.2.3
1Met het oog op een doelmatige handhaving van de milieuwetgeving en de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 pleegt de Vlaamse Regering, daarin bijgestaan door de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, systematisch overleg met de daarvoor bevoegde overheden.
2De op basis van dat overleg gemaakte afspraken worden in protocollen vastgelegd.
3De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de protocollen worden vastgelegd.
1§ 1. De Vlaamse Regering rapporteert periodiek in het tweede en het vijfde jaar van de regeerperiode over het omgevingshandhavingsbeleid en de omgevingshandhavingsuitvoering.
2De rapportering omvat een beschrijving, analyse en evaluatie van de bestaande toestand van de omgevingshandhavingsuitvoering en van het gevoerde omgevingshandhavingsbeleid zoals opgenomen in de vastgestelde beleidsdoelstellingen en van de individuele handhavingsprioriteiten in het omgevingshandhavingsprogramma, vermeld in artikel 16.2.2.
3§ 2. Jaarlijks stellen alle overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, alle cijfermatige informatie ter beschikking waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de periodieke rapportering, vermeld in paragraaf 1. Ze doen dat op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging.
4Jaarlijks nodigt de Vlaamse Regering de overheden die belast zijn met de handhaving van het milieurecht, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, waarvoor het Vlaamse Gewest niet bevoegd is, uit om de cijfermatige informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de periodieke rapportering, vrijwillig ter beschikking te stellen.
5Met het oog op de periodieke rapportering, vermeld in paragraaf 1, kan bijkomend aan de cijfermatige informatie, vermeld in het eerste en tweede lid, een bijbehorende toelichting gevraagd worden aan deze overheden.
6De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure om de cijfermatige informatie en de bijbehorende toelichting te bezorgen.
7§ 3. De rapportering, vermeld in paragraaf 1, wordt meegedeeld aan het Vlaams Parlement.
8§ 4. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opmaak en de verspreiding van de rapportering, vermeld in paragraaf 1, en ook voor de jaarlijkse publicatie van de cijfermatige informatie.
+1 −4 decreet-1995-04-05/art. 16.2.4
1De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu coördineert de opmaak van een vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma dat de handhavingsprioriteiten van de handhavingsinstanties, vermeld in dit decreet, bundelt. De handhavingsinstanties stellen daarvoor zelf een individueel vijfjaarlijks handhavingsprogramma op dat op eenvoudig verzoek wordt bezorgd aan de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.
2In het milieuhandhavingsprogramma worden ook de strategische en operationele doelstellingen van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu vermeld die jaarlijks worden geëvalueerd in het milieuhandhavingsrapport.
3De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu legt het milieuhandhavingsprogramma ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.
4De Vlaamse Regering kan de nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling, de verspreiding en de actualisering van het milieuhandhavingsprogramma. De Vlaamse Regering kan eveneens nadere regels vaststellen voor de afstemming van het milieuhandhavingsprogramma met andere beleidsdocumenten.
1De Vlaamse Regering organiseert een netwerk- en kennisplatform voor de handhavingspartners die betrokken zijn bij de handhaving van de milieuwetgeving, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Op dat forum wisselen ze informatie uit over hun taken en opdrachten en wordt de onderlinge kennisdeling gefaciliteerd om de stroomlijning van de handhaving te stimuleren.
+1 −4 decreet-1995-04-05/art. 16.2.4 opgeheven
1De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu coördineert de opmaak van een vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma dat de handhavingsprioriteiten van de handhavingsinstanties, vermeld in dit decreet, bundelt. De handhavingsinstanties stellen daarvoor zelf een individueel vijfjaarlijks handhavingsprogramma op dat op eenvoudig verzoek wordt bezorgd aan de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.
2In het milieuhandhavingsprogramma worden ook de strategische en operationele doelstellingen van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu vermeld die jaarlijks worden geëvalueerd in het milieuhandhavingsrapport.
3De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu legt het milieuhandhavingsprogramma ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.
4De Vlaamse Regering kan de nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling, de verspreiding en de actualisering van het milieuhandhavingsprogramma. De Vlaamse Regering kan eveneens nadere regels vaststellen voor de afstemming van het milieuhandhavingsprogramma met andere beleidsdocumenten.
1De Vlaamse Regering organiseert een netwerk- en kennisplatform voor de handhavingspartners die betrokken zijn bij de handhaving van de milieuwetgeving, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Op dat forum wisselen ze informatie uit over hun taken en opdrachten en wordt de onderlinge kennisdeling gefaciliteerd om de stroomlijning van de handhaving te stimuleren.
+0 −13 decreet-1995-04-05/art. 16.2.5 opgeheven
1Jaarlijks stelt de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een handhavingsrapport op. Alle overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van het milieurecht stellen, hetzij op eenvoudige vraag van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, hetzij uit eigen beweging, alle informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, ter beschikking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.
2De Vlaamse Regering zal de overheden die belast zijn met de handhaving van het milieurecht en waarvoor het Vlaamse Gewest niet bevoegd is, uitnodigen om de informatie waarover ze beschikken en die ook van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, vrijwillig ter beschikking te stellen van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.
3Het handhavingsrapport omvat minstens de volgende onderdelen :
41° een algemene evaluatie van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde gewestelijke handhavingsbeleid;
52° een specifieke evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten;
63° een overzicht van de gevallen waarin, binnen de gestelde termijn, geen uitspraak werd gedaan over de beroepen tegen besluiten houdende bestuurlijke maatregelen;
74° een evaluatie van de beslissingspraktijk van de parketten inzake het al dan niet strafrechtelijk behandelen van een vastgesteld misdrijf inzake milieu;
85° een overzicht en vergelijking van het door de gemeenten en provincies gevoerde handhavingsbeleid inzake milieu;
96° een inventaris van de inzichten die tijdens de handhaving werden opgedaan en die kunnen worden aangewend voor de verbetering van de milieuregelgeving, beleidsvisies en beleidsuitvoering;
107° aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid inzake milieu.
11Het handhavingsrapport van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu kan naast de rapportering over de milieuhandhaving ook rapportering over de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevatten. Alle overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, stellen daarvoor, hetzij op eenvoudige vraag van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, hetzij uit eigen beweging, alle informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, ter beschikking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu. De rapportering over de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omvat minstens de onderdelen opgesomd in het vorige lid.
12De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu deelt het handhavingsrapport mee aan de Vlaamse Regering. Die bezorgt het handhavingsrapport aan het Vlaams Parlement, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, de provincies en de gemeenten.
13De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling en de verspreiding van het handhavingsrapport.
+0 −2 decreet-1995-04-05/art. 16.2.6 opgeheven
1De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu stelt de krachtlijnen en de prioriteiten van het beleid inzake de handhaving van de milieuwetgeving voor. Hij doet dat op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering.
2De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu kan op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering voorstellen en adviezen formuleren in het kader van het handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening en ten aanzien van het gewestelijk handhavingsprogramma ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 6.1.3, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
+0 −23 decreet-1995-04-05/art. 16.2.7 opgeheven
1§ 1. De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu telt dertien leden, alsook een vaste secretaris. De Vlaamse Regering benoemt de leden na voordracht, en de voorzitter, de ondervoorzitter en de vaste secretaris onder de personen die deskundig zijn op het vlak van de handhaving van het milieurecht of op het vlak van de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
2§ 2. De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu wordt als volgt samengesteld :
31° een voorzitter;
42° een ondervoorzitter, deskundig op het vlak van de handhaving van de milieuwetgeving;
53° een ondervoorzitter, deskundig op het vlak van de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
64° zeven leden op voordracht van de beleidsraad van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie;
75° een lid op voordracht van de beleidsraad van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;
86° een lid op voordracht van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
97° een lid op voordracht van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed;
108° een lid op voordracht van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
119° een lid op voordracht van de Vereniging van de Vlaamse Provincies;
1210° een lid op voordracht van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.
13Voor de leden, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 10°, wordt telkens een plaatsvervanger aangewezen.
14De leden, vermeld in 4° tot en met 10°, worden voorgedragen op een dubbeltal dat in een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen voorziet.
15Een lid mag geen verkozen politiek mandaat uitoefenen.
16De samenstelling, vermeld in het eerste lid, kan verder worden uitgebreid met :
171° een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van het college van procureurs-generaal, ter vertegenwoordiging van de parketten-generaal bij de hoven van beroep;
182° een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van het college van procureurs-generaal, ter vertegenwoordiging van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg;
193° een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van de bevoegde minister van Binnenlandse Zaken, ter vertegenwoordiging van de federale politie;
204° een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van de bevoegde minister van Binnenlandse Zaken, ter vertegenwoordiging van de lokale politie.
21Voor de leden, vermeld in het vijfde lid, wordt ook telkens een plaatsvervanger aangewezen.
22Het niet aanwijzen van de vertegenwoordigers, vermeld in het vijfde lid, heeft geen gevolgen, noch voor de werking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, noch voor de geldigheid van de handelingen die de raad stelt.
23§ 3. De leden van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu worden benoemd voor vijf jaar. Hun benoeming is hernieuwbaar. Een lid van wie het mandaat vacant verklaard wordt, wordt binnen drie maanden vervangen.
+0 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.2.8 opgeheven
1De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu kan om bijzondere vraagstukken te onderzoeken een beroep doen op externe deskundigen en kan werkgroepen oprichten, onder de voorwaarden, bepaald in het huishoudelijk reglement.
+0 −6 decreet-1995-04-05/art. 16.2.9 opgeheven
1De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu stelt zijn huishoudelijk reglement op, dat minstens het volgende regelt :
21° de bevoegdheden van de voorzitter en de ondervoorzitters;
32° de wijze van bijeenroeping en beraadslaging;
43° de frequentie van de vergaderingen;
54° de voorwaarden waaronder de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een beroep kan doen op externe deskundigen of op permanente of tijdelijke werkgroepen.
6Het huishoudelijk reglement en de wijzigingen ervan worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.
+0 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.2.10 opgeheven
1De Vlaamse Regering stelt de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een permanent secretariaat en de nodige middelen ter beschikking. Ze stelt eveneens de vergoedingen vast die aan de leden van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu worden toegekend.
+0 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.2.11 opgeheven
1De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de organisatie en de werking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd