Decreet tot wijziging van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp
1 artikel gewijzigd
| 1 | Als de jeugdrechter met toepassing van artikel 53 een gerechtelijke maatregel heeft genomen, onderzoekt de sociale dienst samen met de betrokken partijen of jeugdhulpverlening op vrijwillige basis mogelijk is. Als die hulpverlening mogelijk blijkt, deelt de sociale dienst dat onverwijld mee aan het Openbaar Ministerie. | ||
| 2 | Het Openbaar Ministerie maakt de zaak onverwijld aanhangig bij de jeugdrechter. Na de sociale dienst, het Openbaar Ministerie, de minderjarige, de ouders of, in voorkomend geval, de opvoedingsverantwoordelijken gehoord te hebben, oordeelt de jeugdrechter of de jeugdhulpverlening op vrijwillige basis mogelijk is en of die jeugdhulpverlening in het belang van de minderjarige is. | ||
| 3 | Als de jeugdrechter oordeelt dat jeugdhulpverlening op vrijwillige basis mogelijk is en in het belang van de minderjarige is, trekt hij de gerechtelijke maatregel, vermeld in het eerste lid, in. | ||
| 1 | Als de jeugdrechter een gerechtelijke maatregel heeft genomen met toepassing van artikel 53, verkent de sociale dienst met de betrokken partijen de mogelijkheden om vrijwillige jeugdhulpverlening te organiseren. Als jeugdhulpverlening op vrijwillige basis is georganiseerd, deelt de sociale dienst de datum van overname door de jeugdhulp mee aan de jeugdrechter en het openbaar ministerie. De jeugdrechter trekt onverwijld en ten laatste de volgende werkdag na de mededeling van deze datum de door hem bevolen maatregel in. Als er geen vrijwillige jeugdhulpverlening kan worden georganiseerd, meldt de sociale dienst dat aan het openbaar ministerie en de jeugdrechter. In dat geval handelen het openbaar ministerie en de jeugdrechter alsof de maatregel, vermeld in het eerste lid, is opgelegd na een vordering als vermeld in artikel 47, 1°. | 4 | Als er geen jeugdhulpverlening op vrijwillige basis kan worden georganiseerd, meldt de sociale dienst dat onverwijld aan het Openbaar Ministerie en aan de jeugdrechter. In dat geval handelen het Openbaar Ministerie en de jeugdrechter alsof de gerechtelijke maatregel, vermeld in het eerste lid, is opgelegd na een vordering als vermeld in artikel 47, 1°. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor het verslag dat de sociale dienst ter uitvoering van zijn opdracht opmaakt. |