§ flandrepo

Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft

Staatsblad 26 juli 2019 NUMAC 2019041360
7 artikels gewijzigd
+16 −16 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VIII.4
1§ 1. Een lokaal overlegplatform omvat alle ondergenoemde participanten die in het werkingsgebied aanwezig zijn en zich aanmelden:1§ 1. Een lokaal overlegplatform basisonderwijs omvat alle ondergenoemde stemgerechtigde participanten die in het werkingsgebied aanwezig zijn en zich aanmelden:
21° de directies en schoolbesturen van alle in het werkingsgebied gelegen scholen;21° de directies en schoolbesturen van alle in het werkingsgebied gelegen scholen;
32° directies en schoolbesturen van de niet in het werkingsgebied gelegen scholen voor buitengewoon onderwijs wanneer tussen deze scholen en de in het werkingsgebied gelegen scholen frequent leerlingenstromen bestaan;32° directies en schoolbesturen van de niet in het werkingsgebied gelegen scholen voor buitengewoon onderwijs wanneer tussen deze scholen en de in het werkingsgebied gelegen scholen frequent leerlingenstromen bestaan;
43° de directies en schoolbesturen van de centra voor leerlingenbegeleiding die de in het werkingsgebied gelegen scholen begeleiden;43° de directies en schoolbesturen van de centra voor leerlingenbegeleiding die de in het werkingsgebied gelegen scholen begeleiden;
54° een vertegenwoordiger van elke representatieve vakorganisatie die de beroepsbelangen van het personeel van de in het werkingsgebied gelegen scholen behartigt;54° een lokale vertegenwoordiger van elke representatieve vakorganisatie die de beroepsbelangen van het personeel van de in het werkingsgebied gelegen scholen behartigt;
65° twee vertegenwoordigers van erkende ouderverenigingen;65° twee lokale vertegenwoordigers van erkende ouderverenigingen;
76° twee vertegenwoordigers van leerlingenraden, indien het gaat om lokale overlegplatforms voor het secundair onderwijs;
76° in totaliteit ten hoogste tien vertegenwoordigers van:
87° ten hoogste tien vertegenwoordigers van lokale socio-culturele en/of -economische partners;8a) lokale socio-culturele en/of -economische partners;
98° twee vertegenwoordigers van organisaties van etnisch-culturele minderheden;9b) vertegenwoordigers van organisaties van etnisch-culturele minderheden;
109° twee vertegenwoordigers van een vereniging waar armen het woord nemen;10c) vereniging waar armen het woord nemen;
1110° een vertegenwoordiger van de integratiesector. Wanneer in het werkingsgebied zowel een integratiecentrum als een integratiedienst werkzaam zijn, wordt vanuit beide organisaties in een vertegenwoordiger voorzien;
1211° een vertegenwoordiger van elk van de in het werkingsgebied gelegen onthaalbureaus;
117° een vertegenwoordiger van het Agentschap Integratie en Inburgering;
128° een vertegenwoordiger van de integratiedienst;
1312° een vertegenwoordiger van het schoolopbouwwerk.139° een vertegenwoordiger van het schoolopbouwwerk;
14De Vlaamse Regering bepaalt welke organen worden belast met de coördinatie van het aanduiden van de in het eerste lid, 4°, 5°, 6°, 8°, 9° en 10°, bedoelde participanten.
1410° een vertegenwoordiger van het betrokken gemeentebestuur of de betrokken gemeentebesturen-in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Deze persoon treedt niet op in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gemeente, respectievelijk de Vlaamse Gemeenschapscommissie als schoolbestuur.
15De in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 8°, 9°, 10° en 11°, bedoelde participanten duiden bij een eerste samenkomst de in het eerste lid, 7°en 12°, bedoelde participanten aan. Zij worden daartoe samengeroepen door de in §3 bedoelde deskundige.15De Vlaamse Regering bepaalt welke organen worden belast met de coördinatie van het aanduiden van de in het eerste lid, 4°, 5°, 6°, b) en c), en 7°, bedoelde participanten. De in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 7°, 8° en 10°, bedoelde participanten duiden bij een eerste samenkomst de in het eerste lid, 6°, a), b) en c), en 9°, bedoelde participanten aan. Zij worden daartoe samengeroepen door de in paragraaf 3 bedoelde deskundige.
16Het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 10°, is steeds kleiner dan het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°.
16§ 2. De Vlaamse Regering stelt na overleg met het lokaal overlegplatform een voorzitter aan, die vertrouwd is met het ruime onderwijsveld. De voorzitter zetelt niet in een schoolbestuur en is geen personeelslid van één van de betrokken scholen, scholengroepen, scholengemeenschappen of centra voor leerlingenbegeleiding.17§ 2. De Vlaamse Regering stelt na overleg met het lokaal overlegplatform een voorzitter aan, die vertrouwd is met het ruime onderwijsveld. De voorzitter zetelt niet in een schoolbestuur en is geen personeelslid van één van de betrokken scholen, scholengroepen, scholengemeenschappen of centra voor leerlingenbegeleiding, met uitzondering van de vertegenwoordiger van het betrokken lokaal bestuur, of in voorkomend geval, de betrokken lokale besturen.
17De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de voorzitter wordt vergoed.18De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de voorzitter wordt vergoed.
18§ 3. De Vlaamse Regering voorziet, rekening houdend met artikel VIII.3, § 2, eerste lid, in de subsidiëring van een deskundige die de inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van het lokaal overlegplatform waarneemt. Zij bepaalt de nadere aanwervings- en functioneringsvoorwaarden van de deskundige.19§ 3. De Vlaamse Regering voorziet, rekening houdend met artikel VIII.3, § 2, eerste lid, in de subsidiëring van een deskundige die de inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van het lokaal overlegplatform waarneemt. Zij bepaalt de nadere aanwervings- en functioneringsvoorwaarden van de deskundige.
19De deskundige kan niet worden aangesteld als voorzitter.20De deskundige kan niet worden aangesteld als voorzitter.
20§4. Een vertegenwoordiger van het betrokken gemeentebestuur of de betrokken gemeentebesturen - in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: van de Vlaamse Gemeenschapscommissie - dient het lokaal overlegplatform van advies over gemeentelijke aangelegenheden die een nauwe band vertonen met de in artikel VIII.5, eerste lid, bedoelde bevoegdheden. Deze persoon treedt niet op in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gemeente, respectievelijk de Vlaamse Gemeenschapscommissie als schoolbestuur.
21§5. De schoolbesturen zoals bedoeld in artikel VIII.4, § 1, 1°, 2° en 3°, kunnen zich respectievelijk laten vertegenwoordigen door een directie van de school van het eigen schoolbestuur of door een directie van een centrum voor leerlingenbegeleiding van het eigen schoolbestuur.21§ 4. De schoolbesturen zoals bedoeld in artikel VIII.4, § 1, 1°, 2° en 3°, kunnen zich respectievelijk laten vertegenwoordigen door een directie van de school van het eigen schoolbestuur of door een directie van een centrum voor leerlingenbegelei ding van het eigen schoolbestuur
+23 −0 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VIII.4/1 nieuw
1§ 1. Een lokaal overlegplatform secundair onderwijs omvat alle ondergenoemde stemgerechtigde participanten die in het werkingsgebied aanwezig zijn en zich aanmelden:
21° de directies en schoolbesturen van alle in het werkingsgebied gelegen scholen;
32° directies en schoolbesturen van de niet in het werkingsgebied gelegen scholen voor buitengewoon onderwijs wanneer tussen deze scholen en de in het werkingsgebied gelegen scholen frequent leerlingenstromen bestaan;
43° de directies en schoolbesturen van de centra voor leerlingenbegeleiding die de in het werkingsgebied gelegen scholen begeleiden;
54° een lokale vertegenwoordiger van elke representatieve vakorganisatie die de beroepsbelangen van het personeel van de in het werkingsgebied gelegen scholen behartigt;
65° twee lokale vertegenwoordigers van erkende ouderverenigingen;
76° twee lokale vertegenwoordigers van leerlingenraden;
87° in totaliteit ten hoogste tien vertegenwoordigers van:
9a) lokale socio-culturele en/of -economische partners;
10b) vertegenwoordigers van organisaties van etnisch-culturele minderheden;
11c) vereniging waar armen het woord nemen;
128° een vertegenwoordiger van het Agentschap Integratie en Inburgering;
139° een vertegenwoordiger van de integratiedienst;
1410° een vertegenwoordiger van het schoolopbouwwerk;
1511° een vertegenwoordiger van het betrokken gemeentebestuur of de betrokken gemeentebesturen - in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Deze persoon treedt niet op in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gemeente, respectievelijk de Vlaamse Gemeenschapscommissie als schoolbestuur.
16De Vlaamse Regering bepaalt welke organen worden belast met de coördinatie van het aanduiden van de in het eerste lid, 4°, 5°, 6°, 7°, b) en c), en 8°, bedoelde participanten.
17De in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 8°, 9° en 11°, bedoelde participanten duiden bij een eerste samenkomst de in het eerste lid, 7°, a), b) en c), en 10°, bedoelde participanten aan. Zij worden daartoe samengeroepen door de in paragraaf 3 bedoelde deskundige.
18Het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 11°, is steeds kleiner dan het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°.
19§ 2. De Vlaamse Regering stelt na overleg met het lokaal overlegplatform een voorzitter aan, die vertrouwd is met het ruime onderwijsveld. De voorzitter zetelt niet in een schoolbestuur en is geen personeelslid van één van de betrokken scholen, scholengroepen, scholengemeenschappen of centra voor leerlingenbegeleiding, met uitzondering van de vertegenwoordiger van het betrokken lokaal bestuur, of in voorkomend geval, de betrokken lokale besturen.
20De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de voorzitter wordt vergoed.
21§ 3. De Vlaamse Regering voorziet, rekening houdend met artikel VIII.3, § 2, eerste lid, in de subsidiëring van een deskundige die de inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van het lokaal overlegplatform waarneemt. Zij bepaalt de nadere aanwervings- en functioneringsvoorwaarden van de deskundige.
22De deskundige kan niet worden aangesteld als voorzitter.
23§ 4. De schoolbesturen zoals bedoeld in artikel VIII.4/1, § 1, 1°, 2° en 3°, kunnen zich respectievelijk laten vertegenwoordigen door een directie van de school van het eigen schoolbestuur of door een directie van een centrum voor leerlingenbegeleiding van het eigen schoolbestuur.
+7 −10 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VIII.5
1Een lokaal overlegplatform heeft volgende opdrachten:1Een lokaal overlegplatform basisonderwijs heeft volgende opdrachten:
21° het opmaken van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. De participanten van het lokaal overleg leveren daartoe de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens;21° het opmaken van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. De participanten van het lokaal overleg leveren daartoe de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens;
32° het maken van afspraken inzake het nastreven van de doelstellingen inzake gelijke kansen;32° het maken van afspraken inzake het nastreven van de doelstellingen inzake gelijke kansen;
43° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van leerlingen naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs;43° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van leerlingen naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs;
54° het herberekenen van de relatieve aanwezigheid van leerlingen die beantwoorden aan ten minste één van de in artikel 37septies, §3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 110/7, §3, van de Codex Secundair Onderwijs, bedoelde gelijke kansenindicatoren in het werkingsgebied en het opdelen van het werkingsgebied in deelgebieden;
65° het maken van afspraken inzake de uitoefening van de bemiddelingsbevoegdheid;54° het maken van afspraken inzake de uitoefening van de bemiddelingsbevoegdheid;
76° het maken van afspraken over het hanteren van gezamenlijke inschrijvingsperiodes;
87° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrangsregels zoals bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 3, onderafdeling B, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en hoofdstuk 1/1, afdeling 2, van de Codex Secundair Onderwijs inzonderheid afspraken over het effectief voorzien in de scholen betrokken bij het lokaal overlegplatform van een voorrangsrecht voor leerlingen die beantwoorden aan de gelijke kansenindicatoren zoals bepaald in 37septies, §3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 110/7, §3, van de Codex Secundair Onderwijs;
65° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrang zoals bepaald in hoofdstuk IV/1 en hoofdstuk IV/3 van het decreet basisonderwijs;
98° het maken van afspraken over de communicatie over het inschrijvingsbeleid van de scholen ;76° het maken van afspraken over de communicatie over het inschrijvingsbeleid van de scholen en de afstemming ervan op de communicatie door de Vlaamse overheid;
109° het vastleggen van de criteria en de procedures volgens dewelke scholen voor secundair onderwijs de inschrijving van een elders definitief uitgesloten leerling kunnen weigeren zoals bepaald in artikel 110/10, §2, van de Codex Secundair Onderwijs;
1110° het ontwikkelen van instrumenten om dubbele inschrijvingen te voorkomen;
87° het maken van afspraken over de startdata van de inschrijvingen;
1211° maakt afspraken over het verhogen van de kleuterparticipatie;98° het maken van afspraken over het verhogen van de kleuterparticipatie;
1312° het uitwerken van aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal.109° het uitwerken van aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal.
14Een lokaal overlegplatform kan beslissen om bijkomende opdrachten op te nemen.11Een lokaal overlegplatform kan beslissen om bijkomende opdrachten op te nemen.
15De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toewijzen aan de lokale overlegplatforms.12De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toewijzen aan de lokale overlegplatforms.
+12 −0 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VIII.5/1 nieuw
1Een lokaal overlegplatform secundair onderwijs heeft volgende opdrachten:
21° het opmaken van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. De participanten van het lokaal overleg leveren daartoe de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens;
32° het maken van afspraken inzake het nastreven van de doelstellingen inzake gelijke kansen;
43° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van leerlingen naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs;
54° het maken van afspraken inzake de uitoefening van de bemiddelingsbevoegdheid;
65° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrang, vermeld in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1 en hoofdstuk 1/2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
76° het maken van afspraken over de communicatie over het inschrijvingsbeleid van de scholen en de afstemming ervan op de communicatie door de Vlaamse overheid;
87° het vastleggen van de criteria en de procedures volgens dewelke scholen voor secundair onderwijs de inschrijving van een elders definitief uitgesloten leerling kunnen weigeren zoals bepaald in artikel 253/25, § 4, en 253/56, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs;
98° het uitwerken van aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal;
109° tijdens de schooljaren 2023-2024, 2024-2025, 2025-2026 en 2026-2027 het monitoren van de effecten in het werkingsgebied van de mogelijkheid om maximaal 20% voorrang te verlenen aan ondervertegenwoordigde groepen, vermeld in artikel 253/15 en 253/46 van de Codex Secundair Onderwijs.
11Een lokaal overlegplatform kan beslissen om bijkomende opdrachten op te nemen.
12De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toewijzen aan de lokale overlegplatforms.
+2 −2 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VIII.8
158° lidmaatschap van de Vlaamse Bemiddelingscommissie.158° lidmaatschap van de Vlaamse Bemiddelingscommissie.
16§3. De Vlaamse Regering stelt de leden en hun plaatsvervangers aan en bepaalt de wijze waarop zij vergoed worden.16§3. De Vlaamse Regering stelt de leden en hun plaatsvervangers aan en bepaalt de wijze waarop zij vergoed worden.
17§ 4. Wanneer de Commissie ten gronde adviseert en oordeelt naar recht over klachten die betrekking hebben op de toepassing van artikel 37undecies, §2 en §3van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/11, §2 en §3van de Codex Secundair Onderwijs dan wordt de samenstelling van de Commissie, in afwijking van paragraaf 1 en paragraaf 2, uitgebreid met leden met expertise op het gebied van de praktische realisatie van redelijke aanpassingen. Daarbij wordt, in afwijking van paragraaf 1 en paragraaf 2, in elk geval de betrokkenheid verzekerd van personen met een handicap of een organisatie die hen vertegenwoordigt, van een personeelsvertegenwoordiging en een vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers. 17§ 4. Voor inschrijving of ontbinding van inschrijving voor schooljaar 2023-2024 en verder geldt dat wanneer de Commissie ten gronde adviseert en oordeelt naar recht over klachten die betrekking hebben op de toepassing van artikel 37/11, §§ 2 en 3, en artikel 37/48, §§ 2 en 3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 253/6, §§ 2 en 3, en artikel 253/37, §§ 2 en 3, van de Codex Secundair Onderwijs de samenstelling van de Commissie, in afwijking van paragraaf 1 en 2, wordt uitgebreid met leden met expertise op het gebied van de praktische realisatie van redelijke aanpassingen. Daarbij wordt, in afwijking van paragraaf 1 en paragraaf 2, in elk geval de betrokkenheid verzekerd van personen met een handicap of een organisatie die hen vertegenwoordigt, van een personeelsvertegenwoordiging en een vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers. Deze leden zetelen met een raadgevend mandaat.
18Deze leden zetelen met een raadgevend mandaat.
18De samenstelling, vermeld in het eerste lid, geldt ook als de Commissie voor het schooljaar 2023-2024 en verder adviseert en oordeelt naar recht over de klachten die betrekking hebben op het passende alternatief conform artikel 37/43/4 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 295/15 van de Codex Secundair Onderwijs.
+2 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VIII.9
1De Commissie adviseert en oordeelt naar recht inzake het recht op inschrijving, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37quater decies en artikel 37sedecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 110/14 en 110/16 van de Codex Secundair Onderwijs. Tegen een uitspraak van de Commissie staat geen beroep open bij de Vlaamse Regering.
1De Commissie adviseert en oordeelt naar recht over het recht op inschrijving voor inschrijvingen tot en met het schooljaar 2022-2023 in het gewoon onderwijs en tot en met het schooljaar 2024-2025 in het buitengewoon onderwijs conform artikel 37quater decies en 37sedecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 110/14 en 110/16 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. De Commissie adviseert en oordeelt naar recht over het recht op inschrijving voor inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024 en verder in het gewoon onderwijs en voor het schooljaar 2025-2026 en verder in het buitengewoon onderwijs conform artikel 37/14, 37/33, 37/34, 37/68, 37/69 en 37/70 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 253/10, 253/28, 253/30, 253/31, 235/59, 253/60 en 253/61 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en ook bij een weigering of een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school conform artikel 37/43/4 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 295/15 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
2Tegen een uitspraak van de Commissie staat geen beroep open bij de Vlaamse Regering.
+2 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VIII.10
1De Commissie toetst een voorstel van aanmeldingsprocedure voor het gewoon onderwijs aan de uitgangspunten van de bepalingen inzake gelijke onderwijskansen, en de bepalingen inzake de aanmeldingsprocedures en het inschrijvingsrecht, als vermeld in hoofdstuk IV/1 en IV/3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1 en 1/2, van de Codex Secundair Onderwijs.
1De Commissie toetst een voorstel van aanmeldingsprocedure aan de uitgangspunten van de bepalingen inzake gelijke onderwijskansen, en de bepalingen inzake de aanmeldingsprocedures en het inschrijvingsrecht, als vermeld in afdelingen 3 en 4 van hoofdstuk IV van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en deel III, titel 2, hoofdstukken 1/1 en 1/2, van de Codex Secundair Onderwijs.2De Commissie toetst een voorstel van aanmeldingsprocedure voor het buitengewoon onderwijs aan de uitgangspunten van de bepalingen inzake gelijke onderwijskansen, en de bepalingen inzake de aanmeldingsprocedures en het inschrijvingsrecht, als vermeld in afdeling 3 en 4 van hoofdstuk IV van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en deel III, titel 2, hoofdstuk 1/1 en 1/2, van de Codex Secundair Onderwijs.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd