Artikel 233
Leden van een kiescollege die zich gedurende de vergadering schuldig maken aan smaad of geweld, hetzij tegen het stembureau, hetzij tegen een van de leden ervan of tegen een van de getuigen, of die door feitelijkheden of bedreigingen de kiesverrichtingen vertragen of verhinderen, worden gestraft met een straf van niveau 1 waarbij in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek het maximum van de geldboete 8.000 euro bedraagt.
Als de stemming geschonden wordt, wordt een straf van niveau 2 waarbij in afwijking van artikel 36, negende lid, 1° en artikel 52, §1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, het maximum van de geldboete altijd 16.000 euro bedraagt, uitgesproken.
Als de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft, in het eerste geval met een straf van niveau 2 waarbij in afwijking van artikel 36, negende lid, 1° en artikel 52, §1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, het maximum van de geldboete altijd 16.000 euro bedraagt, in het tweede geval met een straf van niveau 4 waarbij in afwijking van artikel 52, §1, tweede lid, 5°, van het Strafwetboek het maximum van de geldboete 40.000 euro bedraagt.