§ flandrepo
20 regels · van kracht sinds 23 mei 2024

Artikel 33

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2022, wordt in hetzelfde hoofdstuk 4/1 een artikel 41/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 41/2. §1. De volgende kernpartners organiseren een integrale en multidisciplinaire ketenaanpak jeugddelinquentie:

  1. 1°de lokale besturen;
  2. 2°de voorzieningen die erkend zijn voor delictgerichte contextbegeleiding, vermeld in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
  3. 3°de diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling, vermeld in artikel 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
  4. 4°de centra voor algemeen welzijnswerk, vermeld in artikel 6 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk;
  5. 5°de centra voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
  6. 6°het agentschap Opgroeien, opgericht bij artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Opgroeien;
  7. 7°de sociale dienst jeugdrechtbank, vermeld in artikel 56 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
  8. 8°de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 2, 4°, van dit decreet.

§2. De kernpartners, vermeld in paragraaf 1, kunnen een minderjarige verdachte of delictpleger aanmelden bij de coördinator van een integrale en multidisciplinaire ketenaanpak jeugddelinquentie, indien de volgende criteria cumulatief vervuld zijn:

  1. 1°de minderjarige heeft verschillende jeugddelicten gepleegd in escalerende vorm waarbij de fysieke of psychische integriteit van potentiële slachtoffers in het gedrang dreigt te komen;
  2. 2°de minderjarige ondervindt problemen op verschillende levensdomeinen;
  3. 3°een intensief traject met de minderjarige, zijn gezin en de betrokken personen uit de leefomgeving van de minderjarige is noodzakelijk om recidive te voorkomen en om perspectief te bieden binnen de verschillende leefdomeinen;
  4. 4°intersectorale infodeling en casusoverleg tussen actoren uit de domeinen welzijn, onderwijs, geestelijke gezondheidszorg, lokale besturen, politionele en gerechtelijke actoren zijn noodzakelijk om een afgestemd traject met aanklampende regie op verschillende levensdomeinen te waarborgen.

De functie van coördinator, vermeld in het eerste lid, wordt opgenomen door een kernpartner, vermeld in paragraaf 1.

Op basis van de aanmelding gaat de coördinator na of voldaan is aan de criteria, vermeld in het eerste lid.

Als de aanmelding voldoet aan de criteria, vermeld in het eerste lid, krijgen de kernpartners op uitnodiging van de coördinator de mogelijkheid om de aanmelding aan te vullen met objectieve informatie omtrent een eventueel reeds lopend traject binnen de eigen organisatie en een inschatting omtrent welke partners noodzakelijk kunnen zijn voor het aangewezen vervolgtraject en de haalbaarheid van een ketenaanpak.

Op basis van de aanmelding, vermeld in het eerste lid, en de aanvullende informatie, vermeld in het vierde lid, beslist de coördinator of een integrale en multidisciplinaire ketenaanpak jeugddelinquentie wordt opgestart.

De informatie die wordt uitgewisseld in het kader van een aanmelding als vermeld in het eerste lid, en de aanvulling van een aanmelding, vermeld in het vierde lid, betreft een voorbereiding op het casusoverleg en valt onder de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 458ter, §2, van het Strafwetboek. De organisaties, vermeld in artikel 41/2, §1, eerste lid, kunnen deze informatie in het kader van een aanmelding als vermeld in het eerste lid en de aanvulling van een aanmelding, vermeld in het vierde lid, uitwisselen zonder dat deze mededeling strafbaar wordt gesteld conform artikel 458 van het Strafwetboek.”.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd