Artikel 5
Als dat noodzakelijk is om de doelstelling van het betreffende casusoverleg te realiseren, kunnen de organisaties, vermeld in artikel 4, §1, de volgende persoonsgegevens verwerken:
- 1°de identificatiegegevens, met name de naam, de voornamen, het adres en de geboortedatum;
- 2°de contactgegevens;
- 3°de gegevens over beroep, beroepsbekwaamheid, opleiding en vorming;
- 4°de leeftijd, het geslacht, de nationaliteit, de burgerlijke staat en het verblijfsstatuut;
- 5°de gegevens over schulden en solvabiliteit;
- 6°de gegevens over de levensstijl, de vrijetijdsbesteding en de sociale context;
- 7°de gegevens over de gezinssamenstelling;
- 8°de gegevens over de woonomstandigheden;
- 9°de politionele en gerechtelijke gegevens;
- 10°de gegevens over de gezondheid;
- 11°de gegevens over risicosituaties en -gedragingen;
- 12°de gegevens waaruit herkomst of afkomst blijkt;
- 13°de gegevens waaruit politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken;
- 14°de gedragsgegevens;
- 15°andere gegevens die noodzakelijk zijn om de doelstelling van het casusoverleg te realiseren.
De personen van wie de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen worden verwerkt, zijn de betrokken personen en hun relaties en contacten.
De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen op de volgende wijzen worden verwerkt:
- 1°de organisaties, vermeld in artikel 4, §1, die deelnemen aan een casusoverleg, kunnen persoonsgegevens delen met en ontvangen van andere deelnemers aan casusoverleg op voorwaarde dat die deelnemers door een bepaalde expertise of door hun kennis van de betrokken persoon geacht worden een noodzakelijke bijdrage te kunnen leveren aan een geïndividualiseerde casusgerichte opvolging;
- 2°de organisaties, vermeld in artikel 4, §1, die deelnemen aan een casusoverleg, kunnen de persoonsgegevens opnemen in een gezamenlijke dossieromgeving als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het vierde lid;
- 3°de organisaties, vermeld in artikel 4, §1, die deelnemen aan een casusoverleg, kunnen persoonsgegevens delen met de organisator van het casusoverleg als dat noodzakelijk is om de aanmelding van een casus te realiseren;
- 4°de persoonsgegevens kunnen worden ontvangen door politiediensten als vermeld in artikel 2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, het openbaar ministerie, het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen en andere federale actoren indien zij door een bepaalde expertise of door hun kennis van de betrokken persoon geacht worden een noodzakelijke bijdrage te kunnen leveren aan een geïndividualiseerde casusgerichte opvolging.
Voor de dossieromgeving, vermeld in het derde lid, 2°, worden passende maatregelen voor de beveiliging genomen, waaronder het voorzien in een behoorlijk gebruikers- en toegangsbeheer, conform de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 353, §2, vierde lid, van het Strafwetboek, en conform de beveiliging van de verwerking, vermeld in artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming. In voorkomend geval worden de maatregelen toegepast, vermeld in artikel 9 en 10, §2, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
De persoonsgegevens die verkregen zijn in het kader van een casusoverleg, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking, vermeld in artikel 4, §1, 2°. De maximale bewaartermijn zal alleszins niet langer dan 30 jaar na afsluiting van het dossier zijn, tenzij bepaalde toepasselijke regelgeving een langere maximale bewaartermijn vooropstelt. Als persoonsgegevens conform artikel 5, derde lid, 2°, worden opgenomen in een gezamenlijke dossieromgeving, bepalen de deelnemers voor de start van het eerste casusoverleg een maximale bewaartermijn voor de persoonsgegevens die bewaard worden in de gezamenlijke dossieromgeving.