Artikel 48
§ 1. De jeugdrechtbank en de jeugdrechter kunnen, na een vordering als vermeld in artikel 47, 1° en 3°, één of een combinatie van alle volgende maatregelen opleggen :
- 1°de ouders van de minderjarige of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken een pedagogische richtlijn verstrekken;
- 2°voor ten hoogste één jaar de minderjarige onder toezicht stellen van de sociale dienst;
- 3°voor ten hoogste zes maanden de minderjarige een opvoedend project opleggen of de minderjarige, eventueel samen met zijn ouders of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken toevertrouwen aan een project;
- 4°voor ten hoogste één jaar de functie begeleiding opleggen;
- 5°voor ten hoogste één jaar de functie dagopvang opleggen;
- 6°voor ten hoogste één jaar de functie diagnostiek opleggen;
- 7°voor ten hoogste één jaar de functie behandeling opleggen;
- 8°voor ten hoogste één jaar de functie training opleggen;
- 9°voor ten hoogste één jaar de functie verblijf opleggen;
- 10°voor ten hoogste één jaar de functie veilig verblijf opleggen;
- 11°uitzonderlijk en voor ten hoogste één jaar de minderjarige toevertrouwen aan een geschikte open inrichting die niet behoort tot het toepassingsgebied zoals vermeld in artikel 3;
- 12°voor ten hoogste één jaar de minderjarige toevertrouwen aan een psychiatrische inrichting, als dat na een psychiatrische expertise noodzakelijk blijkt;
- 13°...;
- 14°...
De jeugdrechter en de jeugdrechtbank bepalen de jeugdhulpaanbieder bij wie de functie dient opgenomen te worden en, wanneer aangewezen, vermelden zij de bijhorende typemodules.
Voor wat pleegzorg als vermeld in artikel 2, 11°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, betreft, kunnen de jeugdrechtbank en de jeugdrechter een minderjarige toevertrouwen aan een kandidaat-pleegzorger of een pleegzorger als vermeld in artikel 14, § 1 of § 3, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg ten hoogste tot aan de leeftijd van twaalf jaar, al dan niet met toepassing van artikel 5 van voormeld decreet, en een minderjarige die ouder is dan twaalf jaar, toevertrouwen aan een kandidaat-pleegzorger of aan een pleegzorger als vermeld in artikel 14, § 1 of § 3, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg voor ten hoogste drie jaar, al dan niet met toepassing van artikel 5 van het voormelde decreet.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere invulling van de typemodules die onder de functies, vermeld in punt 4° tot en met 10°, vallen. De Vlaamse Regering kan in afwijking van de termijn bepaald in het eerste lid, 4° tot en met 10°, voor specifieke typemodules andere, kortere, termijnen voorzien.
Een opvoedend project als vermeld in het eerste lid, 3°, moet cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:
- 1°het is gericht tot een specifieke doelgroep of op een bijzondere probleemsituatie;
- 2°het is georganiseerd door een jeugdhulpaanbieder of door een organisatie die daarvoor een overeenkomst heeft gesloten met de Vlaamse Regering;
- 3°het is gericht op de versterking van de eigen zorg of op de versterking van de zorg in het eigen milieu.
§ 2. Als de jeugdrechtbank beslist tot een combinatie van verschillende van de functies, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, moet, in voorkomend geval, in de coördinatie van de maatregelen voorzien worden. De Vlaamse Regering bepaalt welke combinaties niet mogelijk zijn.
Binnen de toepassing van de maatregelen, vermeld in het eerste lid, moet steeds contextgericht gewerkt worden. De uitwerking van contextgericht werken wordt bepaald door de Vlaamse Regering.