Artikel 14/1
Recht op bezoek in de residentiële jeugdhulpverlening of een gemeenschapsinstelling
§1. Met behoud van de toepassing van artikel 14 heeft de minderjarige die in de residentiële jeugdhulpverlening of een gemeenschapsinstelling verblijft recht op regelmatig bezoek van personen naar keuze vanaf het moment van aankomst.
Bij verblijf in een residentiële jeugdhulpvoorziening bepaalt de jeugdhulpvoor ziening de bezoekregeling in het huishoudelijk reglement. De jeugdhulpvoorziening levert gepaste inspanningen om dat bezoek mogelijk te maken en zorgt ervoor dat het bezoek plaatsvindt in een huiselijke sfeer. De organisatie van het bezoek wordt afgestemd met het traject van de minderjarige.
§2. Het recht op bezoek kan alleen worden beperkt door:
- 1°een rechterlijke beslissing, gemotiveerd in het belang van de minderjarige;
- 2°een beslissing van de jeugdhulpvoorziening als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
- a)de gepaste inspanningen, vermeld in paragraaf 1, maken het recht op bezoek niet mogelijk;
- b)de beperking betreft alleen het bezoek van specifieke personen;
- c)de beslissing wordt genomen in afwachting van een rechterlijke beslissing, na een individuele beoordeling;
- d)de beslissing wordt genomen met het oog op de veiligheid van de minderjarige;
- 3°een beslissing van een gemeenschapsinstelling die in afwijking van het eerste lid, 2°, c), het bezoek met specifieke personen kunnen beperken, na een individuele beoordeling en met het oog op het handhaven van de orde of de veiligheid, zonder daarbij een rechterlijke beslissing af te wachten.
In het geval, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, kan, behoudens een noodsituatie, de beslissing niet ingaan, in voorkomend geval, tegen een rechterlijke beslissing. De noodzaak van de beslissing tot tijdelijke opschorting wordt bespro ken met de minderjarige, gekaderd in het begeleidingstraject van de minderjarige en gemotiveerd in het dossier van de minderjarige. De beperking is maximaal veertien dagen geldig. De voormelde periode kan maar één keer worden verlengd met dezelfde termijn. De beperking wordt ter kennis gebracht van de jeugdrechter en in het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, aan de jeugdrechter voorgelegd die ook kan beslissen om de beperking te verlengen tot na de termijn van 28 dagen.
§3. De organisatie van het bezoek kan worden beperkt door:
- 1°een rechterlijke beslissing, gemotiveerd in het belang van de minderjarige;
- 2°een beslissing van de jeugdhulpvoorziening, op voorwaarde dat de aard van de beperking wordt bepaald in het huishoudelijk reglement en alleen met het oog op het handhaven van de orde of de veiligheid.
In het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt de noodzaak van de beperking besproken met de minderjarige, gekaderd in het begeleidingstraject van de minderjarige en gemotiveerd in het dossier van de minderjarige. De beperking is maximaal veertien dagen geldig. De voormelde periode kan maar één keer worden verlengd met dezelfde termijn. In voorkomend geval wordt de jeugdrechter op de hoogte gebracht van de beperking.
§4. Het recht op bezoek, en de wijze van de organisatie ervan, van de volgende personen of instanties kan nooit beperkt worden binnen de bezoekuren die de jeugdhulpvoorziening heeft bepaald en met behoud van de toepassing van de re- gelgeving die geldt voor de volgende personen of instanties:
- 1°de advocaat van de minderjarige;
- 2°de bevoegde klachteninstantie;
- 3°de betrokken jeugdmagistraten;
- 4°de consulaire en diplomatieke ambtenaren van het land van herkomst van de minderjarige;
- 5°de maandcommissaris;
- 6°de kinderrechtencommissaris;
- 7°de Zorginspectie;
- 8°de consulent.
§5. Als toezicht op het bezoek noodzakelijk is voor de ordehandhaving en veiligheid, gebeurt dit met maximaal respect voor de privacy van de minderjarige en het bezoek. Dit toezicht wordt bij voorkeur uitsluitend visueel uitgeoefend.
Alleen als er geïndividualiseerde aanwijzingen zijn dat een andere vorm van toezicht in het belang van de orde of veiligheid noodzakelijk is, kan van het eer ste lid afgeweken worden. De minderjarige en de personen die op bezoek komen, worden vooraf geïnformeerd over de modaliteiten van het toezicht, de noodzaak daarvoor en de geïndividualiseerde afwijkingen van het visueel toezicht.
Bij het bezoek van personen die ten aanzien van de minderjarige door het beroepsgeheim gebonden zijn, kan er alleen visueel toezicht worden uitgeoefend.