§ flandrepo
  1. +0 −6 art. 3.44 opgeheven
    1§1. De vorderingen bedoeld in artikel 3.43, worden bij het parket ingeleid bij gewone brief in naam van het Vlaamse Gewest of het college van burgemeester en schepenen, door de wooninspecteurs en de aangestelden van het college van burgemeester en schepenen.
    2De wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen stuurt een afschrift van de vordering, vermeld in artikel 3.43, naar de overtreder en naar de houder van het zakelijk recht op de woning, het pand of het goed waarvoor de vordering werd ingeleid.
    3De wooninspecteur neemt de woningen, panden en goederen waarop een vordering als vermeld in artikel 3.43, rust, op in een register dat actief openbaar wordt gemaakt. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm, inhoud, beheer en gebruik van dat register. Als een vordering als vermeld in artikel 3.43, wordt ingeleid in naam van het college van burgemeester en schepenen, wordt daarvan een afschrift bezorgd aan de wooninspecteur met het oog op de opname van die vordering in het register, vermeld in het derde lid.
    4§2. De vordering wordt uitdrukkelijk gemotiveerd vanuit het oogpunt van de conformiteit van de woning en het beëindigen van de overbewoning.
    5§3. De vordering vermeldt minstens de gebreken op basis waarvan het herstel wordt gevorderd.
    6§4. De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen kunnen ook voor de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in burgerlijke aangelegenheden, in het gerechtelijk arrondissement waar de woning, het pand of het goed, vermeld in artikel 3.34, 3.35 en 3.36, zich bevindt, de uitvoering van herstelmaatregelen vorderen zoals omschreven in artikel 3.43.
  2. +1 −1 art. 3.44
    1§1. De vorderingen bedoeld in artikel 3.43, worden bij het parket ingeleid bij gewone brief in naam van het Vlaamse Gewest of het college van burgemeester en schepenen, door de wooninspecteurs en de aangestelden van het college van burgemeester en schepenen.1§1. De vorderingen bedoeld in artikel 3.43, worden bij het parket ingeleid bij gewone brief in naam van het Vlaamse Gewest of het college van burgemeester en schepenen, door de wooninspecteurs en de aangestelden van het college van burgemeester en schepenen.
    2De wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen stuurt een afschrift van de vordering, vermeld in artikel 3.43, naar de overtreder en naar de eigenaar van de woning, het pand of het goed waarvoor de vordering werd ingeleid.2De wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen stuurt een afschrift van de vordering, vermeld in artikel 3.43, naar de overtreder en naar de houder van het zakelijk recht op de woning, het pand of het goed waarvoor de vordering werd ingeleid.
    3De wooninspecteur neemt de woningen, panden en goederen waarop een vordering als vermeld in artikel 3.43, rust, op in een register dat actief openbaar wordt gemaakt. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm, inhoud, beheer en gebruik van dat register. Als een vordering als vermeld in artikel 3.43, wordt ingeleid in naam van het college van burgemeester en schepenen, wordt daarvan een afschrift bezorgd aan de wooninspecteur met het oog op de opname van die vordering in het register, vermeld in het derde lid.3De wooninspecteur neemt de woningen, panden en goederen waarop een vordering als vermeld in artikel 3.43, rust, op in een register dat actief openbaar wordt gemaakt. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm, inhoud, beheer en gebruik van dat register. Als een vordering als vermeld in artikel 3.43, wordt ingeleid in naam van het college van burgemeester en schepenen, wordt daarvan een afschrift bezorgd aan de wooninspecteur met het oog op de opname van die vordering in het register, vermeld in het derde lid.
    4§2. De vordering wordt uitdrukkelijk gemotiveerd vanuit het oogpunt van de conformiteit van de woning en het beëindigen van de overbewoning.4§2. De vordering wordt uitdrukkelijk gemotiveerd vanuit het oogpunt van de conformiteit van de woning en het beëindigen van de overbewoning.
  3. +6 −0 art. 3.44 nieuw
    1§1. De vorderingen bedoeld in artikel 3.43, worden bij het parket ingeleid bij gewone brief in naam van het Vlaamse Gewest of het college van burgemeester en schepenen, door de wooninspecteurs en de aangestelden van het college van burgemeester en schepenen.
    2De wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen stuurt een afschrift van de vordering, vermeld in artikel 3.43, naar de overtreder en naar de eigenaar van de woning, het pand of het goed waarvoor de vordering werd ingeleid.
    3De wooninspecteur neemt de woningen, panden en goederen waarop een vordering als vermeld in artikel 3.43, rust, op in een register dat actief openbaar wordt gemaakt. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm, inhoud, beheer en gebruik van dat register. Als een vordering als vermeld in artikel 3.43, wordt ingeleid in naam van het college van burgemeester en schepenen, wordt daarvan een afschrift bezorgd aan de wooninspecteur met het oog op de opname van die vordering in het register, vermeld in het derde lid.
    4§2. De vordering wordt uitdrukkelijk gemotiveerd vanuit het oogpunt van de conformiteit van de woning en het beëindigen van de overbewoning.
    5§3. De vordering vermeldt minstens de gebreken op basis waarvan het herstel wordt gevorderd.
    6§4. De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen kunnen ook voor de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in burgerlijke aangelegenheden, in het gerechtelijk arrondissement waar de woning, het pand of het goed, vermeld in artikel 3.34, 3.35 en 3.36, zich bevindt, de uitvoering van herstelmaatregelen vorderen zoals omschreven in artikel 3.43.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd