§ flandrepo

Decreet tot wijziging van de regelgeving met het oog op de toepassing van het begrip gezagsfunctie in de rechtspositieregeling van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid

Open VldN-VAcd&v Open Vld, N-VA, cd&v #2002 Staatsblad 17 april 2024 NUMAC 2024003510
3 artikels gewijzigd
+1 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.1.2
17b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;17b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
18c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;18c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
194° gewestelijke entiteit: de subentiteit van het Vlaams Ministerie van Omgeving, die de Vlaamse Regering aanwijst om de alternatieve bestuurlijke geldboete of de exclusieve bestuurlijke geldboete op te leggen;194° gewestelijke entiteit: de personeelsleden van het Departement Omgeving die de Vlaamse Regering of haar gemachtigde aanwijst om overeenkomstig artikel 16.4.25 een bestuurlijke geldboete op te leggen;
205° gemachtigde ambtenaar : de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar of ambtenaren;205° gemachtigde ambtenaar : de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar of ambtenaren;
216° referentiemeetmethode : geschreven en publiek toegankelijke werkwijze die voor een bepaalde meting dient te worden toegepast. Worden in elk geval beschouwd als referentiemeetmethode en worden in geval van onderlinge tegenstrijdigheden toegepast in de hierna voorziene volgorde :216° referentiemeetmethode : geschreven en publiek toegankelijke werkwijze die voor een bepaalde meting dient te worden toegepast. Worden in elk geval beschouwd als referentiemeetmethode en worden in geval van onderlinge tegenstrijdigheden toegepast in de hierna voorziene volgorde :
+2 −2 decreet-2012-04-20/art. 21
1Als de kinderopvanglocatie georganiseerd wordt zonder een vergunning van het agentschap als vermeld in artikel 4, of als de vergunning wordt opgeheven, geeft het agentschap een sluitingsbevel aan de organisatormet vermelding van de datum waarop de sluiting ingaat. In geval van een imminent en ernstig gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de kinderen kan de sluiting onmiddellijk worden opgelegd.1Als de kinderopvanglocatie georganiseerd wordt zonder een vergunning van het agentschap als vermeld in artikel 4, of als de vergunning wordt opgeheven, geeft het bevoegde personeelslid van het agentschap een sluitingsbevel aan de organisator, met vermelding van de datum waarop de sluiting ingaat. In geval van een imminent en ernstig gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de kinderen kan de sluiting onmiddellijk worden opgelegd.
2Als de uitoefening van de kinderopvang opgeschort moet worden of als een kinderopvanglocatie moet sluiten, licht het agentschap zo spoedig mogelijk de burgemeester van de gemeente van de kinderopvanglocatie daarover in.2Als de uitoefening van de kinderopvang opgeschort moet worden of als een kinderopvanglocatie moet sluiten, licht het agentschap zo spoedig mogelijk de burgemeester van de gemeente van de kinderopvanglocatie daarover in.
3De burgemeester gaat na of de opschorting of het sluitingsbevel wordt nageleefd. Als dat niet het geval is, gaat de burgemeester over tot sluiting van de kinderopvanglocatie. Die maatregel wordt op kosten en op risico van de organisator uitgevoerd. De burgemeester informeert het agentschap over zijn vaststellingen.3De burgemeester gaat na of de opschorting of het sluitingsbevel wordt nageleefd. Als dat niet het geval is, gaat de burgemeester over tot sluiting van de kinderopvanglocatie. Die maatregel wordt op kosten en op risico van de organisator uitgevoerd. De burgemeester informeert het agentschap over zijn vaststellingen.
4De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels.
4De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden van het agentschap aan die bevoegd zijn om de beslissingen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel te nemen en bepaalt de nadere regels.
+3 −3 decreet-2012-04-20/art. 22
1Het agentschap kan een bestuurlijke geldboete van 100 tot 100.000 euro opleggen als de organisator :1Het bevoegde personeelslid van het agentschap kan een bestuurlijke geldboete van 100 tot 100.000 euro opleggen als de organisator :
21° het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht door de private toezichthouder verhindert;21° het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht door de private toezichthouder verhindert;
32° kinderopvang organiseert zonder vergunning als vermeld in artikel 4;32° kinderopvang organiseert zonder vergunning als vermeld in artikel 4;
43° de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft.43° de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft.
5De bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag dat het agentschap het verslag van vaststelling van de toezichthouder ontvangt, en op voorwaarde dat de betrokken organisator de kans heeft gehad om gehoord te worden over de vermeende inbreuk en over de hoogte van de geldboete. De organisator mag zich daarbij laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of een derde. Als een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarin die moet worden betaald. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene vermeldt de wijze waarop en de termijn waarbinnen beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing.5De bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag dat het bevoegde personeelslid van het agentschap het verslag van vaststelling van de toezichthouder ontvangt, en op voorwaarde dat de betrokken organisator de kans heeft gehad om gehoord te worden over de vermeende inbreuk en over de hoogte van de geldboete. De organisator mag zich daarbij laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of een derde. Als een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarin die moet worden betaald. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene vermeldt de wijze waarop en de termijn waarbinnen beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing.
6De betrokkene kan, op straffe van verval van het recht tot het instellen van het beroep, binnen een termijn van een maand vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij hem een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd tegen die beslissing beroep aantekenen met een verzoekschrift bij de Raad van State. Dat beroep schorst de uitvoering van de beslissing.6De betrokkene kan, op straffe van verval van het recht tot het instellen van het beroep, binnen een termijn van een maand vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij hem een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd tegen die beslissing beroep aantekenen met een verzoekschrift bij de Raad van State. Dat beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
7Als de betrokkene weigert de bestuurlijke geldboete te betalen, wordt ze bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.7Als de betrokkene weigert de bestuurlijke geldboete te betalen, wordt ze bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.
8De vordering tot voldoening van de bestuurlijke geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de beslissing, vermeld in het tweede lid, of, in geval van beroep, vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.8De vordering tot voldoening van de bestuurlijke geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de beslissing, vermeld in het tweede lid, of, in geval van beroep, vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
9De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de bestuurlijke geldboete.9De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden van het agentschap aan die overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling bevoegd zijn om bestuurlijke geldboeten op te leggen, en bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de bestuurlijke geldboete.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd