Decreet tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs
5 artikels gewijzigd
| 14 | 11° deelcertificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie of het secundair volwassenenonderwijs met goed gevolg heeft beëindigd; | 14 | 11° deelcertificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie of het secundair volwassenenonderwijs met goed gevolg heeft beëindigd; |
| 15 | 12° diploma : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair onderwijs heeft beëindigd; | 15 | 12° diploma : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair onderwijs heeft beëindigd; |
| 16 | 12° bis duale opleiding: een beroepsopleiding van het secundair volwassenenonderwijs waarin cursisten de competenties die tot een beroepskwalificatie leiden, deels verwerven in het CVO als onderwijsinstellingscomponent en deels op de werkplek, vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs, als werkplekcomponent; | ||
| 16 | 13° eindtermen : minimumdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes die de Vlaamse Gemeenschap noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde cursistenpopulatie; | 17 | 13° eindtermen : minimumdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes die de Vlaamse Gemeenschap noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde cursistenpopulatie; |
| 17 | 14° evaluatiereglement : het onderdeel van het centrumreglement waarin de evaluatieprocedure en alle evaluatievoorwaarden vastgesteld worden; | 18 | 14° evaluatiereglement : het onderdeel van het centrumreglement waarin de evaluatieprocedure en alle evaluatievoorwaarden vastgesteld worden; |
| 1 | § 1. Op voordracht van de representatieve groepering van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten en na advies van de Vlaamse Onderwijsraad bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7. | 1 | § 1. Op voordracht van de representatieve groepering van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7. |
| 2 | Over de voorgedragen opleidingsprofielen die niet gebaseerd zijn op een erkende beroepskwalificatie, wordt voorafgaandelijk aan de beslissing van de Vlaamse Regering het advies van de Vlaamse Onderwijsraad gevraagd. | ||
| 2 | Een opleidingsprofiel omvat ten minste : | 3 | Een opleidingsprofiel omvat ten minste : |
| 3 | 1° het minimale aantal lestijden van een opleiding; | 4 | 1° het minimale aantal lestijden van een opleiding; |
| 6 | 4° de verdeling van de eindtermen, de specifieke eindtermen, erkende beroepskwalificaties of basiscompetenties over de modules binnen een opleiding. | 7 | 4° de verdeling van de eindtermen, de specifieke eindtermen, erkende beroepskwalificaties of basiscompetenties over de modules binnen een opleiding. |
| 7 | 5° als de modules in sequentieel verband dienen te staan, de volgorderelatie van de modules; | 8 | 5° als de modules in sequentieel verband dienen te staan, de volgorderelatie van de modules; |
| 8 | 6° als de opleiding naar een beroepskwalificatie leidt waarvoor een deelkwalificatie is afgebakend, de afbakening van de module of modules die het samenhangende geheel van de competenties van de deelkwalificatie bevatten. | 9 | 6° als de opleiding naar een beroepskwalificatie leidt waarvoor een deelkwalificatie is afgebakend, de afbakening van de module of modules die het samenhangende geheel van de competenties van de deelkwalificatie bevatten; |
| 10 | 7° de bepaling van het minimumaandeel van de werkplekcomponent dat 50% van de lestijden bedraagt als de opleiding duaal georganiseerd kan worden. | ||
| 9 | § 1bis. Een opleidingsprofiel, zoals bedoeld in § 1, kan geletterdheidsmodules of uitbreidingsmodules omvatten. Een uitbreidingsmodule is een module die inspeelt op een vraag naar een specifieke uitbreiding van competenties van een bepaalde beroepsopleiding. Een geletterdheidsmodule is een module die inspeelt op een specifieke vraag naar geletterdheidscompetenties in functie van een beroepssituatie of een inhoudelijk aansluitende opleiding. | 11 | § 1bis. Een opleidingsprofiel, zoals bedoeld in § 1, kan geletterdheidsmodules of uitbreidingsmodules omvatten. Een uitbreidingsmodule is een module die inspeelt op een vraag naar een specifieke uitbreiding van competenties van een bepaalde beroepsopleiding. Een geletterdheidsmodule is een module die inspeelt op een specifieke vraag naar geletterdheidscompetenties in functie van een beroepssituatie of een inhoudelijk aansluitende opleiding. |
| 10 | Een uitbreidingsmodule dient in sequentieel verband te staan met de aansluitende beroepsopleiding. | 12 | Een uitbreidingsmodule dient in sequentieel verband te staan met de aansluitende beroepsopleiding. |
| 11 | § 2. De Vlaamse Regering kan voor bijzondere doelgroepen afwijken van het in § 1, 1°, bedoelde minimale aantal lestijden van een opleiding. | 13 | § 2. De Vlaamse Regering kan voor bijzondere doelgroepen afwijken van het in § 1, 1°, bedoelde minimale aantal lestijden van een opleiding. |
| 14 | § 2bis. De Vlaamse Regering kan voor bijzondere duale opleidingen afwijken van het minimumaandeel van de werkplekcomponent, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 7°. | ||
| 12 | § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de criteria om tot opleidingsprofielen te komen. | 15 | § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de criteria om tot opleidingsprofielen te komen. |
| 1 | Het kwaliteitstoezicht op duale opleidingen verloopt conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. | ||
| 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt voor duale opleidingen het kwaliteitstoezicht samen uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werk en Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op de duale opleiding en de onderwijsinstellingscomponent daarin. Het Departement Werk en Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als externe deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werk en Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht op de werkplekcomponent binnen de opleiding. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht. De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen. Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werk en Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten. | ||
| 3 | In het tweede lid wordt verstaan onder Departement Werk en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 10 | § 1ter. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor opleidingen van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 zijn ertoe gehouden om aantoonbaar voor elke cursist een individuele leertrajectbegeleiding te organiseren. | 10 | § 1ter. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor opleidingen van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 zijn ertoe gehouden om aantoonbaar voor elke cursist een individuele leertrajectbegeleiding te organiseren. |
| 11 | Het centrum voor volwassenenonderwijs legt hiertoe in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist en in voorkomend geval ook met de vragen van de doorverwijzende instantie. | 11 | Het centrum voor volwassenenonderwijs legt hiertoe in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist en in voorkomend geval ook met de vragen van de doorverwijzende instantie. |
| 12 | § 1quater. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor een opleiding die duaal kan worden georganiseerd, bieden bij de organisatie van de duale opleiding de volledige duale opleiding aan binnen drie opeenvolgende schooljaren. | ||
| 13 | § 1quater. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, zijn ertoe gehouden om de NT2-test te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de ontwikkeling en afname van de NT2-test en de verhouding tussen de test en de procesevaluatie voor de berekening van de eindresultaten per vaardigheid. | ||
| 12 | § 2. De onderwijsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt vanaf 1 september 2017 voor het secundair volwassenenonderwijs per vestigingsplaats toegekend in de vorm van een studiegebied als vermeld in artikel 7. | 14 | § 2. De onderwijsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt vanaf 1 september 2017 voor het secundair volwassenenonderwijs per vestigingsplaats toegekend in de vorm van een studiegebied als vermeld in artikel 7. |
| 13 | § 2bis. Op 1 september 2017 heeft een centrum voor volwassenenonderwijs per vestigingsplaats onderwijsbevoegdheid voor de studiegebieden, vermeld in artikel 7, waartoe de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs behoren die het centrum in die vestigingsplaats effectief heeft georganiseerd tijdens minstens één van de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016, met uitzondering van de onderwijsbevoegdheden die het tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2016 heeft overgeheveld naar een ander centrum. Als het centrum voor volwassenenonderwijs tussen 31 januari 2014 en 2 februari 2017 onderwijsbevoegdheid heeft verworven, maar nog geen opleidingen kon organiseren, wijst het centrumbestuur daarvoor per studiegebied waartoe deze opleidingen behoren, uiterlijk op 1 september 2017 één vestigingsplaats aan. Als het centrum voor volwassenenonderwijs op 1 september 2016 door overheveling een vestigingsplaats heeft verworven, heeft het centrum in die vestigingsplaats op 1 september 2017 de onderwijs|Upbevoegdheid die het overhevelende centrum daar effectief heeft georganiseerd tijdens de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016. Als de Vlaamse Regering tussen 31 januari 2016 en 2 september 2016 de bevoegdheid verleende aan een centrum voor volwassenenonderwijs om in een bijkomende vestigingsplaats leraarsuren en ambten opgericht op basis van de puntenenveloppe aan te wenden, heeft het centrum op 1 september 2017 in die vestigingsplaats de onderwijsbevoegdheid die het daar effectief heeft georganiseerd tussen 1 september 2016 en 31 december 2016. | 15 | § 2bis. Op 1 september 2017 heeft een centrum voor volwassenenonderwijs per vestigingsplaats onderwijsbevoegdheid voor de studiegebieden, vermeld in artikel 7, waartoe de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs behoren die het centrum in die vestigingsplaats effectief heeft georganiseerd tijdens minstens één van de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016, met uitzondering van de onderwijsbevoegdheden die het tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2016 heeft overgeheveld naar een ander centrum. Als het centrum voor volwassenenonderwijs tussen 31 januari 2014 en 2 februari 2017 onderwijsbevoegdheid heeft verworven, maar nog geen opleidingen kon organiseren, wijst het centrumbestuur daarvoor per studiegebied waartoe deze opleidingen behoren, uiterlijk op 1 september 2017 één vestigingsplaats aan. Als het centrum voor volwassenenonderwijs op 1 september 2016 door overheveling een vestigingsplaats heeft verworven, heeft het centrum in die vestigingsplaats op 1 september 2017 de onderwijs|Upbevoegdheid die het overhevelende centrum daar effectief heeft georganiseerd tijdens de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016. Als de Vlaamse Regering tussen 31 januari 2016 en 2 september 2016 de bevoegdheid verleende aan een centrum voor volwassenenonderwijs om in een bijkomende vestigingsplaats leraarsuren en ambten opgericht op basis van de puntenenveloppe aan te wenden, heeft het centrum op 1 september 2017 in die vestigingsplaats de onderwijsbevoegdheid die het daar effectief heeft georganiseerd tussen 1 september 2016 en 31 december 2016. |
| 1 | Het centrumbestuur draagt er zorg voor dat de cursist vanaf het ogenblik van inschrijving het centrumreglement gemakkelijk kan raadplegen. Als een cursist er uitdrukkelijk om vraagt, is het centrumbestuur ertoe gehouden een papieren kopie van het centrumreglement te overhandigen. | 1 | Het centrumbestuur draagt er zorg voor dat de cursist vanaf het ogenblik van inschrijving het centrumreglement gemakkelijk kan raadplegen. Als een cursist er uitdrukkelijk om vraagt, is het centrumbestuur ertoe gehouden een papieren kopie van het centrumreglement te overhandigen. |
| 2 | Het centrumreglement bevat ten minste de bijdrageregeling, het reglement van orde, het evaluatiereglement en informatie over de klachtenprocedure. | 2 | Het centrumreglement bevat ten minste de bijdrageregeling, de uitschrijvingsregeling, het reglement van orde, het evaluatiereglement en informatie over de klachtenprocedure. |
| 3 | Indien het centrum voor volwassenenonderwijs onderwijsbevoegdheid heeft voor opleidingen waarbij cursisten in aanraking komen met voedingswaren, vermeldt het centrumreglement dat de cursist die deelneemt aan een opleiding waarbij deze in aanraking komt met voedingswaren, in voorkomend geval, het centrum onmiddellijk op de hoogte brengt van het feit dat zijn medische toestand een risico inhoudt op (on)rechtstreekse verontreiniging van levensmiddelen, met als gevolg dat na beslissing van het centrum de cursist hetzij tijdelijk bepaalde programmaonderdelen niet mag volgen, hetzij de opleiding in zijn geheel niet langer mag volgen. Daarbij wordt eveneens vermeld dat de gegevens over de medische toestand worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de centrumdirecteur en dat de centrumdirecteur en de personeelsleden van het centrum die deze gegevens over de medische toestand verwerken, gehouden zijn tot geheimhouding over deze gegevens. | 3 | Indien het centrum voor volwassenenonderwijs onderwijsbevoegdheid heeft voor opleidingen waarbij cursisten in aanraking komen met voedingswaren, vermeldt het centrumreglement dat de cursist die deelneemt aan een opleiding waarbij deze in aanraking komt met voedingswaren, in voorkomend geval, het centrum onmiddellijk op de hoogte brengt van het feit dat zijn medische toestand een risico inhoudt op (on)rechtstreekse verontreiniging van levensmiddelen, met als gevolg dat na beslissing van het centrum de cursist hetzij tijdelijk bepaalde programmaonderdelen niet mag volgen, hetzij de opleiding in zijn geheel niet langer mag volgen. Daarbij wordt eveneens vermeld dat de gegevens over de medische toestand worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de centrumdirecteur en dat de centrumdirecteur en de personeelsleden van het centrum die deze gegevens over de medische toestand verwerken, gehouden zijn tot geheimhouding over deze gegevens. |
| 4 | Het centrumreglement bevat, naast de bepalingen die ook gelden voor modules in niet-duale opleidingen, de volgende specifieke bepaling voor modules in duale opleidingen: de cursist schikt zich naar alle mogelijke maatregelen die het CVO neemt om de werkplekcomponent ononderbroken invulling te geven, met inbegrip van het intakegesprek en de begeleiding van de cursist in een duale opleiding. |