§ flandrepo
Eén open voorstel wijzigt dit artikel: #909
16 regels · van kracht sinds 1 feb 2023

Artikel 3

De organisaties, vermeld in artikel 2 van dit decreet, controleren bij de aanstelling van elke nieuwe medewerker het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene, dat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen inhoudt, indien de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

  1. 1°de activiteit die de medewerker voor de organisatie zal uitvoeren, valt onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
  2. 2°de medewerker zal in het kader van de activiteit op structurele basis rechtstreeks contact hebben met minderjarigen;
  3. 3°de medewerker is een meerderjarige persoon op het ogenblik van de aanstelling;
  4. 4°de medewerker wordt op een van de volgende wijzen aangesteld:
  5. a)door middel van een overeenkomst, rechtstreeks met de betreffende natuurlijke persoon of onrechtstreeks via een rechtspersoon;
  6. b)door middel van een eenzijdige benoeming;
  7. c)conform de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers.

Met het oog op de controle, vermeld in het eerste lid, legt de betrokkene voor de aanstelling een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat op het ogenblik van het voorleggen maximaal één maand oud is, voor. Een document dat gelijkwaardig is aan het voormelde uittreksel uit het strafregister en dat is verleend door andere lidstaten van de Europese Unie of door staten die ermee gelijkgesteld zijn op het vlak van de toegang tot het uitoefenen van beroepswerkzaamheden wordt ook in aanmerking genomen.

Bij de controle, vermeld in het eerste lid, van het voorgelegde uittreksel uit het strafregister, vermeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de volgende elementen:

  1. 1°contextuele gegevens;
  2. 2°het tijdsverloop sinds een mogelijke veroordeling;
  3. 3°het feit of het gaat om een veroordeling wegens feiten gepleegd ten aanzien van een minderjarige;
  4. 4°andere elementen dan de elementen, vermeld in punt 1° tot en met 3°, die de organisatie, die de medewerker aanstelt, relevant acht.

De controle, vermeld in het eerste lid, wordt ook uitgevoerd voor elke medewerker die door een wijziging van de activiteit die de medewerker voor de organisatie zou uitvoeren, voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, terwijl dat voor de wijziging van de activiteit niet het geval was.

De controle, vermeld in het eerste lid, kan uitzonderlijk opnieuw worden uitgevoerd voor een medewerker indien daar een gegronde indicatie voor is. In dat geval verzoekt de organisatie de medewerker op gemotiveerde wijze om een nieuw uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 4, eerste lid, 1°, van dit decreet is in dat geval niet van toepassing.

Art. 3. In artikel 3 van het hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt tussen de woorden “elke nieuwe medewerker” en de woorden “het goed en zedelijk gedrag” de zinsnede “, en vervolgens om de drie jaar,” ingevoegd; 2° in het vijfde lid wordt het woord “opnieuw” vervangen door het woord “bijkomend”; 3° in het vijfde lid wordt de zinsnede “Artikel 4, eerste lid,” vervangen door de zinsnede “Artikel 4”; 4° er wordt een zesde lid toegevoegd dat luidt als volgt: “De controle, vermeld in het eerste lid, kan uitgevoerd worden door een onderwijsinstelling wanneer een medewerker in het kader van een leerprogramma, georganiseerd door die onderwijsinstelling, ingezet wordt in een organisatie door middel van een stageovereenkomst of door middel van een specifieke opleidingsovereenkomst tot uitvoering van een alternerende of duale opleiding. Als de onderwijsinstelling de controle doorvoert, doet ze die controle, in afwijking van het eerste lid, eenmaal per school- of academiejaar voor de start van de aanstelling van de individuele medewerker.”; 5° er wordt een zevende lid toegevoegd dat luidt als volgt: “Met het oog op de controle, vermeld in het eerste lid, heeft de aanstellende organisatie de mogelijkheid om advies in te winnen van een betrouwbare derde organisatie of de controle door een betrouwbare derde organisatie te laten uitvoeren. Deze betrouwbare derde organisatie beschikt eveneens over de mogelijkheid om advies in te winnen bij een andere betrouwbare derde organisatie. De Vlaamse Regering bepaalt de organisaties die deze taken kunnen uitoefenen en de nadere regels hieromtrent. Indien het uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, wordt overgemaakt aan een betrouwbare derde organisatie, wordt deze voorafgaand door de aanstellende organisatie geanonimiseerd.”.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd