Artikel 11/1
Het erkend aanbod buitenschoolse activiteiten, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van dit decreet, voldoet minstens aan de voorwaarden met betrekking tot:
- 1°het organisatorisch beleid, inclusief het beleidsvoerend vermogen;
- 2°het pedagogisch beleid, inclusief:
- a)het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen;
- b)het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands;
- 3°het medewerkersbeleid, inclusief:
- a)dat medewerkers de nodige competenties hebben;
- b)dat medewerkers voldoende kennis van het Nederlands hebben;
- c)dat de organisator bij de aanstelling van elke persoon die werkt in de locatie buitenschoolse activiteiten, het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene controleert. Het goed en zedelijk gedrag omvat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen. Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, artikel 4, eerste lid, en artikel 5 van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, zijn daarbij van toepassing. Daarenboven beschikt de organisator over een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon die de locatie buitenschoolse activiteiten uitbaat;
- 4°de toegankelijkheid, minstens bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
- 5°de monitoring en evaluatie;
- 6°de verbondenheid.
Bij de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid.
Het lokaal bestuur behandelt klachten over het erkend aanbod buitenschoolse activiteiten en legt daarvoor een procedure vast.