Artikel 2
In dit decreet wordt verstaan onder:
- 1°WAP: de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
- 2°IBP-wet: de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
- 3°decreet van 18 juli 2003: het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003;
- 4°inrichter: een openbare werkgever die een publieke pensioentoezegging doet;
- 5°werknemers: de personeelsleden die in dienst zijn genomen bij arbeidsovereenkomst en in voorkomend geval de kabinetsaangestelden;
- 6°aangeslotenen: de werknemers die behoren tot de categorie van het personeel voor wie de inrichter een publiek pensioenstelsel heeft ingevoerd, zoals bepaald in de respectieve rechtspositieregelingen en uitgevoerd door de pensioenreglementen;
- 7°lokale besturen:
- a)de provincies en de publiekrechtelijke agentschappen die ervan afhangen;
- b)de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare instellingen en de publiekrechtelijke agentschappen en verenigingen die ervan afhangen;
- c)de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
- 8°publiek pensioenstelsel: een publiek pensioenstelsel zoals omschreven in artikel 3, § 1, 3° en 29°, van de WAP;
- 9°publieke pensioentoezegging: een publieke pensioentoezegging zoals omschreven in artikel 3, § 1, 2° en 28°, van de WAP;
- 10°aanvullend pensioen: een aanvullend pensioen zoals omschreven in artikel 3, § 1, 1°, van de WAP;
- 11°Vlaams Pensioenfonds: het agentschap, vermeld in artikel 3;
- 12°bijdragende onderneming: een openbare werkgever die bijdragen betaalt aan het Vlaams Pensioenfonds;
- 13°decreet van 22 november 2013: het decreet van 22 november 2013 betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publieke sector.