Bij de begroting 2026 #544
Gemerged Vlaamse Regering voegde 56 artikels samen in decreet-2023-06-30decreet-2011-07-15-1020509vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013 · 24 oktober 2025 23 checks vragen aandacht
86 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 24 okt 2025. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 1 | De Vlaamse Regering subsidieert de vzw Centrum voor de Bibliografie van de Neerlandistiek. Deze werkingssubsidie omvat de subsidiëring van een kern van personeelsleden, een basistoelage voor de werking en een subsidiëring op grond van werkelijk gepresteerde activiteiten. | ||
| 2 | De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend op voorwaarde dat de vereniging de strategische doelstelling vervult om de publicaties die verschijnen op het gebied van de neerlandistiek in de meest ruime zin te inventariseren en te ontsluiten. De vereniging is daarbij verantwoordelijk voor de beschrijving en de indexering van de Vlaamse publicaties in verband met de Nederlandse taal- en letterkunde en stelt deze informatie digitaal ter beschikking voor externe gebruikers. | ||
| 3 | De vereniging dient daartoe jaarlijks voor 1 december een actieplan in voor het komende jaar. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt op basis van dit actieplan en op basis van de beschikbare informatie over de werking van de vereniging in de voorbije werkingsjaren de hoogte van de subsidie. | ||
| 5 | De vereniging dient jaarlijks uiterlijk op 31 maart een verantwoording in over het voorbije jaar. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan voor de vereniging, vermeld in artikel 6, de nadere regels bepalen voor de volgende aspecten: | ||
| 2 | 1° de indiening van het actieplan; | ||
| 3 | 2° de beoordeling van het actieplan; | ||
| 4 | 3° de toekenning van de subsidie op basis van het actieplan; | ||
| 5 | 4° de uitbetaling van de subsidie in een voorschot en een saldo na toezicht; | ||
| 6 | 5° de verantwoording van de subsidie bestaande uit de volgende elementen: | ||
| 7 | a) een functionele verantwoording die bestaat uit een overzicht en evaluatie van de werking; | ||
| 8 | b) een financiële verantwoording die bestaat uit al de volgende elementen: | ||
| 9 | 1) de jaarrekening, die bestaat uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting; | ||
| 10 | 2) de specificatie van alle bezoldigingen; | ||
| 11 | 3) een verslag van een gecertificeerde accountant of bedrijfsrevisor die niet betrokken is bij de dagelijkse inhoudelijke, organisatorische en zakelijke werking van de organisatie; | ||
| 12 | c) eventuele bijkomende beleidsrelevante gegevens met het oog op monitoring; | ||
| 13 | 6° de categorieën van subsidiabele en niet-subsidiabele kosten; | ||
| 14 | 7° het toezicht op de aanwending van de subsidie door de bevoegde administratie; | ||
| 15 | 8° de eventuele remediëring en de maatregelen naar aanleiding van het toezicht; | ||
| 16 | 9° de indicatoren die toelaten om bij de beleidsevaluatie de subsidie inhoudelijk en financieel te evalueren; | ||
| 17 | 10° de openbaarmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten. |
| 1 | § 1. Met ingang van het begrotingsjaar 2011 schrijft de Vlaamse Regering jaarlijks een krediet van in totaal ten minste driehonderdtachtigduizend euro in in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor : | 1 | § 1. Met ingang van het begrotingsjaar 2026 schrijft de Vlaamse Regering jaarlijks een krediet van in totaal ten minste 202.000 euro in in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor : |
| 2 | 1° het ondersteunen van het museum van het Memoriaal, met focus op de Eerste Wereldoorlog en de Vlaamse emancipatiebeweging; | 2 | 1° het ondersteunen van het museum van het Memoriaal, met focus op de Eerste Wereldoorlog en de Vlaamse emancipatiebeweging; |
| 3 | 2° het ondersteunen van culturele, gemeenschapsvormende, educatieve, maatschappelijk activerende of sensibiliserende initiatieven die gekoppeld zijn aan de herinnerings- en herdenkingsfunctie en de vredesboodschap van het Memoriaal, met betrekking tot de thema's bewustwording, vrede, vrijheid en verdraagzaamheid. | 3 | 2° het ondersteunen van culturele, gemeenschapsvormende, educatieve, maatschappelijk activerende of sensibiliserende initiatieven die gekoppeld zijn aan de herinnerings- en herdenkingsfunctie en de vredesboodschap van het Memoriaal, met betrekking tot de thema's bewustwording, vrede, vrijheid en verdraagzaamheid. |
Art. 4. In artikel 2.7.4.2.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij de decreten van 17 juli 2015, 21 december 2018 en 2 april 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt het woord “hoofdzakelijk” opgeheven;
2° aan paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede “, met inbegrip van bouwgronden als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 1°/1” toegevoegd;
3° aan paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de volgende zin toegevoegd:
“Het verlaagde tarief is niet van toepassing op het gedeelte van de waarde van de aandelen dat de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, in de familiale vennootschap, of in participaties van minstens 10% van de familiale vennootschap in haar dochtervennootschappen, vertegenwoordigt.”;
4° in paragraaf 2, 2°, worden de zinnen “Een vennootschap wordt geacht geen reële economische activiteit te hebben als uit de balansposten van ofwel de goedgekeurde jaarrekening in geval van een vennootschap als vermeld in paragraaf 2, 2°, eerste lid, ofwel de goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening in geval van een vennootschap als vermeld in paragraaf 2, 2°, tweede lid, van minstens een van de drie boekjaren voorafgaand aan de datum van overlijden van de erflater cumulatief blijkt:
a) dat de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen een percentage gelijk of lager dan 1,50 % uitmaken van de totale activa;
b) de terreinen en gebouwen meer dan 50 % uitmaken van het totale actief. De verkrijger kan het tegenbewijs daarvan leveren.
Voor de toepassing van de hiervoor vermelde omschrijving moet worden begrepen onder :
a) bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen : de waarde, opgenomen onder de gelijknamige post van de resultatenrekening van de jaarrekening of onder een soortgelijke post van de geconsolideerde jaarrekening. Als een vennootschap geen jaarrekening volgens het standaardmodel naar Belgisch recht hoeft neer te leggen, wordt de waarde die opgenomen is onder de post waaruit alle kosten blijken die naar hun aard als kosten kunnen worden beschouwd voor de tewerkstelling van personeel in dienstverband;
b) terreinen en gebouwen : de waarde, opgenomen onder de gelijknamige balanspost van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening, of onder een soortgelijke post van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening.
Als een vennootschap geen jaarrekening volgens het standaardmodel naar Belgisch recht hoeft neer te leggen, wordt een soortgelijke post bedoeld die opgenomen is onder de post materiële vaste activa;
c) totaal actief : de waarde, opgenomen onder de balanspost totaal van de activa van de jaarrekening of onder een soortgelijke post van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening;” opgeheven.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 4 | § 2. Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel I van artikel 2.7.4.1.1, wordt het bedrag van het abattement eerst toegerekend op zijn overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn overeenkomstig artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto roerend aandeel en bij uitputting van dat aandeel tot slot op de belastbare grondslag waarop het verlaagde tarief voor familiale ondernemingen en vennootschappen, met toepassing van artikel 2.7.4.2.2, wordt berekend. | 4 | § 2. Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel I van artikel 2.7.4.1.1, wordt het bedrag van het abattement eerst toegerekend op zijn overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn overeenkomstig artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto roerend aandeel en bij uitputting van dat aandeel tot slot op de belastbare grondslag waarop het verlaagde tarief voor familiale ondernemingen en vennootschappen, met toepassing van artikel 2.7.4.2.2, wordt berekend. |
| 5 | Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, samen met personen op wie het tarief `tussen anderen' van toepassing is, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, wordt, in afwijking van artikel 2.7.4.1.1, de belasting voor de persoon met een handicap of het gehandicapte kind berekend alsof hij als enige voor de nettoverkrijging van de nalatenschap in aanmerking komt. Voor de andere verkrijgers wordt conform artikel 2.7.4.1.1 de belasting berekend alsof de persoon met een handicap of het gehandicapte kind die hoedanigheid niet heeft. | 5 | Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, samen met personen op wie het tarief `tussen anderen' van toepassing is, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, wordt, in afwijking van artikel 2.7.4.1.1, de belasting voor de persoon met een handicap of het gehandicapte kind berekend alsof hij als enige voor de nettoverkrijging van de nalatenschap in aanmerking komt. Voor de andere verkrijgers wordt conform artikel 2.7.4.1.1 de belasting berekend alsof de persoon met een handicap of het gehandicapte kind die hoedanigheid niet heeft. |
| 6 | §3. Als een persoon met een handicap als vermeld in paragraaf 1, volledig of gedeeltelijk onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, §1, wordt het bedrag van het abattement eerst toegerekend op het gedeelte van de verkrijging dat onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, §1, en bij uitputting van dat aandeel op de belastbare grondslag waarop het verlaagde tarief wordt berekend, met toepassing van artikel 2.7.4.2.5. | ||
| 4 | Als passief van de nalatenschap van een erflater die geen rijksinwoner is, maar die zijn domicilie of de zetel van zijn vermogen binnen de Europees Economische Ruimte had, worden alleen de schulden aanvaard waarvan de aangevers het bewijs leveren dat ze specifiek zijn aangegaan om de onroerende goederen te verwerven of te behouden. | 4 | Als passief van de nalatenschap van een erflater die geen rijksinwoner is, maar die zijn domicilie of de zetel van zijn vermogen binnen de Europees Economische Ruimte had, worden alleen de schulden aanvaard waarvan de aangevers het bewijs leveren dat ze specifiek zijn aangegaan om de onroerende goederen te verwerven of te behouden. |
| 5 | De regels voor de waardering van de goederen die het actief van de nalatenschap samenstellen, vermeld in artikel 2.7.3.3.1 tot en met artikel 2.7.3.3.7, zijn van toepassing op de waardering van het passief van de nalatenschap. | 5 | De regels voor de waardering van de goederen die het actief van de nalatenschap samenstellen, vermeld in artikel 2.7.3.3.1 tot en met artikel 2.7.3.3.7, zijn van toepassing op de waardering van het passief van de nalatenschap. |
| 6 | Het bedrag van de regularisatieheffing die is geheven en betaald conform titel 2, hoofdstuk 5, van de programmawet van 18 juli 2025, wordt gelijkgesteld met een schuld van de erflater als vermeld in het eerste lid, 1°. Die schuld wordt alleen als passief van de nalatenschap aanvaard als al de volgende voorwaarden zijn vervuld: | ||
| 7 | 1° de geregulariseerde inkomsten of kapitalen en de activa in kwestie die die inkomsten hebben gegenereerd, zijn aangegeven in een aangifte van nalatenschap; | ||
| 8 | 2° de inkomsten en bedragen die zijn aangegeven in de regularisatieaangifte en waarvoor de regularisatieheffing is betaald, zijn door de erflater behaald of verkregen. | ||
Art. 32. Artikel 31 is van toepassing op regularisatieheffingen die zijn geheven en betaald met toepassing van de bepalingen van titel 2, hoofdstuk 5, van de programmawet van 18 juli 2025, ongeacht de datum van het openvallen van de nalatenschap.
Afdeling 4. Wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 wat betreft de voorwaarden voor het gunsttarief van het verkooprecht voor de enige eigen woning
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | § 1. In afwijking van artikel 2.9.4.1.1 bedraagt het verkooprecht 2 % voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop , waarbij door een of meer natuurlijke personen samen en gelijktijdig de geheelheid volle eigendom van een woning wordt verkregen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen. | 1 | § 1. In afwijking van artikel 2.9.4.1.1 bedraagt het verkooprecht 2 % voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop van volle eigendom, waarbij uitsluitend door een of meer natuurlijke personen samen en gelijktijdig de geheelheid volle eigendom van een woning wordt verkregen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief 6% voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop waarvan de authentieke akte uiterlijk op 31 december 2023 is verleden, als de verkrijger opteert voor de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, of de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3. | 2 | In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief 6% voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop waarvan de authentieke akte uiterlijk op 31 december 2023 is verleden, als de verkrijger opteert voor de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, of de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3. |
| 3 | § 2. Om het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, te kunnen toepassen, moeten alle volgende voorwaarden vervuld zijn: | 3 | § 2. Om het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, te kunnen toepassen, moeten alle volgende voorwaarden vervuld zijn: |
| 4 | 1° de verkrijger is op de datum van de authentieke aankoopakte niet voor de geheelheid volle eigenaar van een andere woning of bouwgrond. Als er verschillende verkrijgers zijn, zijn ze op de vermelde datum niet samen voor de geheelheid volle eigenaar van een andere woning of bouwgrond; | 4 | 1° de verkrijger is op de datum van de authentieke aankoopakte niet voor de geheelheid volle eigenaar van een andere woning of bouwgrond. Als er verschillende verkrijgers zijn, zijn ze op de vermelde datum niet samen voor de geheelheid volle eigenaar van een andere woning of bouwgrond; |
| 5 | 2° de verkrijger verbindt zich ertoe zijn inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister te nemen op het adres van de aangekochte woning binnen drie jaar na de datum van de authentieke aankoopakte; | 5 | 2° de verkrijger verbindt zich ertoe zijn inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister te nemen op het adres van de aangekochte woning binnen drie jaar na de datum van de authentieke aankoopakte, en die inschrijving gedurende een ononderbroken periode van minstens een jaar te behouden; |
| 6 | 3° de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, is nageleefd. | 6 | 3° de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, is nageleefd. |
| 7 | De koper die de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd. | 7 | De koper die de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd. |
| 81 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. | 81 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. |
| 82 | Deze paragraaf is ook van toepassing op de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden ingeschreven bij een vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte of een andere staat, wanneer zij nadien worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid. | 82 | Deze paragraaf is ook van toepassing op de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden ingeschreven bij een vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte of een andere staat, wanneer zij nadien worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid. |
| 83 | §2/3. Voor de voertuigen die uitsluitend aangedreven worden door een elektrische motor of door waterstof en die na 31 december 2025 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, wordt de belasting berekend op basis van de tabel, vermeld in paragraaf 2. | ||
| 84 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. | ||
| 83 | § 3. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht 3 500 kilogram niet overschrijdt, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, andere dan die, vermeld in paragraaf 6, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegestane totaalgewicht. | 85 | § 3. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht 3 500 kilogram niet overschrijdt, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, andere dan die, vermeld in paragraaf 6, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegestane totaalgewicht. |
| 84 | § 3/1. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, als het andere voertuigen zijn dan de voertuigen, vermeld in paragraaf 6, die na 30 juni 2017 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en waarvan de maximaal toegelaten massa maximum 2500 kilogram bedraagt, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegelaten massa, met inachtneming van volgende elementen: | 86 | § 3/1. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, als het andere voertuigen zijn dan de voertuigen, vermeld in paragraaf 6, die na 30 juni 2017 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en waarvan de maximaal toegelaten massa maximum 2500 kilogram bedraagt, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegelaten massa, met inachtneming van volgende elementen: |
Art. 40. Aan artikel 1.1.0.0.2., vijfde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, vervangen bij het decreet van 3 juli 2015 en gewijzigd bij het decreet van 3 mei 2024, worden een punt 8° en 9° toegevoegd, die luiden als volgt:
“8° emissiearm voertuig: een voertuig dat beantwoordt aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, punt 12, van verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van verordeningen (EG) nr.
595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad;
9° CO2-emissieklasse: de CO2-emissieklasse, vermeld in bijlage III quater van Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van wegeninfrastructuur aan voertuigen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de volgende vijf CO2- emissieklassen:
a) CO2-emissieklasse 1: voertuigen die niet tot de CO2-emissieklassen 2 tot 5 behoren;
b) CO2-emissieklasse 2: voertuigen van de subgroep voertuigen sg die voor het eerst zijn geregistreerd in de rapporteringsperiode van jaar Y met CO2- emissies van meer dan 5 % lager dan het emissiereductietraject voor de rapporteringsperiode van jaar Y en de subgroep voertuigen sg, maar die niet onder CO2-emissieklassen 3 tot 5 vallen;
c) CO2-emissieklasse 3: voertuigen van de subgroep voertuigen sg die voor het eerst zijn geregistreerd in de rapporteringsperiode van jaar Y met CO2- emissies van meer dan 8 % lager dan het emissiereductietraject voor de rapporteringsperiode van jaar Y en de subgroep voertuigen sg, maar die niet onder CO2-emissieklassen 4 of 5 vallen;
d) CO2-emissieklasse 4: emissiearme voertuigen;
e) CO2-emissieklasse 5: emissievrije voertuigen.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 41. In artikel 2.4.4.0.2., van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 3 juli 2015 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 20 december 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt punt 8° vervangen door wat volgt:
“8° Ex = toeslag in functie van de door het voertuig veroorzaakte externe kosten, in functie van de hoogte van de CO2-emissieklasse en de EURO-emissieklasse, gedifferentieerd volgens de volgende tabel:
maximaal toegestane totaalgewicht hoger dan 3,5 ton en lager dan 12 ton hoger dan of gelijk aan 12 ton en niet hoger dan of gelijk aan 32 ton hoger dan 32 ton CO2- emissieklasse 1 Euro 0 12,2 14,2 15,7 Euro 1 11,7 13,5 14,9 Euro 2 11,7 13,5 14,9 Euro 3 9,7 11,5 12,9 Euro 4 6,5 8,1 9,6 Euro 5 5,3 6,9 8,4 Euro 6 4,3 5,9 7,4 CO2-emissieklasse 2 4,1 5,7 7,1 CO2-emissieklasse 3 4,0 5,4 6,8 CO2-emissieklasse 4 2,8 3,6 4,3 CO2-emissieklasse 5 1,2 1,2 1,2 ”;
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
“Het tarief Tz, vermeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 januari 2027 op 1 januari van elk jaar geïndexeerd met behulp van de coëfficiënt die wordt verkregen door het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, voor de maand augustus van het lopende jaar te delen door het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk voor de maand april van het jaar 2016. Daarbij worden de volgende afrondingen toegepast:
1° de coëfficiënt wordt afgerond op het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de honderdduizendsten al of niet vijf bereikt;
2° na de toepassing van de coëfficiënt wordt het verkregen bedrag afgerond op het hogere of lagere tiende van een eurocent naargelang het cijfer van het honderdste van de eurocent al dan niet vijf bereikt.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het te vervangen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | § 1. Tenzij het voertuig is vrijgesteld van de kilometerheffing, moet de houder van een voertuig als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, vijfde lid, 6°, voorafgaand aan het gebruik van elke weg, voor dat voertuig met een dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder naar keuze een dienstverleningsovereenkomst sluiten. | 1 | § 1. Tenzij het voertuig is vrijgesteld van de kilometerheffing, moet de houder van een voertuig als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, vijfde lid, 6°, voorafgaand aan het gebruik van elke weg, voor dat voertuig met een dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder naar keuze een dienstverleningsovereenkomst sluiten. |
| 2 | De houder van een voertuig die de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder verzoekt om een dienstverleningsovereenkomst te sluiten, moet aan de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder alle voertuigdocumenten voorleggen die nodig zijn om de voertuigclassificatieparameters, vermeld in artikel 3, 35°, van het decreet van 3 juni 2022 over elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer, waaronder het kenteken van het voertuig in kwestie, het maximaal toegestane totaalgewicht en de EURO-emissieklasse vast te stellen. | 2 | De houder van een voertuig die de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder verzoekt om een dienstverleningsovereenkomst te sluiten, moet aan de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder alle voertuigdocumenten voorleggen die nodig zijn om de voertuigclassificatieparameters, vermeld in artikel 3, 35°, van het decreet van 3 juni 2022 over elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer, waaronder het kenteken van het voertuig in kwestie, het maximaal toegestane totaalgewicht , de CO2-emissieklasse en de EURO-emissieklasse vast te stellen. |
| 3 | Bij gebreke aan afdoend bewijs van het maximaal toegestane totaalgewicht van het voertuig, wordt het voertuig geacht een maximaal toegestaan totaalgewicht van hoger dan 32 ton te hebben. | 3 | Bij gebreke aan afdoend bewijs van het maximaal toegestane totaalgewicht van het voertuig, wordt het voertuig geacht een maximaal toegestaan totaalgewicht van hoger dan 32 ton te hebben. |
| 4 | Bij gebreke aan afdoend bewijs van de EURO-emissieklasse van het voertuig, wordt het voertuig geacht te behoren tot de categorie `overige EURO-emissieklassen', vermeld in de tabellen, opgenomen in artikel 2.4.4.0.2, eerste lid, 5° en 7°. | 4 | Als er geen afdoend bewijs is van de EURO-emissieklasse van het voertuig, wordt het voertuig geacht te behoren tot de categorie `Euro 0’, vermeld in de tabellen, opgenomen in artikel 2.4.4.0.2, eerste lid, 5° en 8°. |
| 5 | Als er geen afdoend bewijs is van de CO2-emissieklasse van het voertuig, wordt het voertuig geacht te behoren tot de categorie ‘CO2-emissieklasse 1’, vermeld in de tabel die is opgenomen in artikel 2.4.4.0.2, eerste lid, 8°. | ||
| 5 | De vermoedens, vermeld in het derde en vierde lid, worden toegepast tot die met afdoend bewijs worden weerlegd. Dat bewijs heeft evenwel geen invloed op de heffingen die verschuldigd zijn voor kilometers die zijn afgelegd vóór de verificatie van de gegevens uit het voorgelegde bewijsstuk door de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder. | 6 | De vermoedens, vermeld in het derde, vierde en vijfde lid, worden toegepast tot die met afdoend bewijs worden weerlegd. Dat bewijs heeft evenwel geen invloed op de heffingen die verschuldigd zijn voor kilometers die zijn afgelegd vóór de verificatie van de gegevens uit het voorgelegde bewijsstuk door de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder. |
| 6 | De houder van het voertuig heeft het recht heeft om, voorafgaand aan het gebruik van een weg, de emissieklasse van het voertuig elektronisch mee te delen. | 7 | De houder van het voertuig heeft het recht heeft om, voorafgaand aan het gebruik van een weg, de emissieklasse van het voertuig elektronisch mee te delen. |
| 7 | §1/1. De dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder is ertoe gehouden om de juistheid van de door de houder van het voertuig voorgelegde voertuig- documenten, alsook de elektronisch meegedeelde emissieklasse, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, te controleren. | 8 | §1/1. De dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder is ertoe gehouden om de juistheid van de door de houder van het voertuig voorgelegde voertuig- documenten, alsook de elektronisch meegedeelde emissieklasse, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, te controleren. |