Tot wijziging van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen en het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004 #2054
Gemerged Vlaamse Regering voegde 3 artikels samen in decreet-houdende-sociaalrechtelijk-toezicht · 26 februari 2024 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendementen
verzendcode: ECO
ingediend op 28 maart 2024 (2023-2024)
Verslag
namens de Commissie voor Economie, Werk,
Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie
uitgebracht door Thijs Verbeurgt en Björn Rzoska
over het ontwerp van decreet
tot wijziging van de wet van 20 juli 2001
tot bevordering van buurtdiensten en -banen
en het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht
van 30 april 2004
Samenstelling van de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie:
Voorzitter: Robrecht Bothuyne.
Vaste leden:
Allessia Claes, Maaike De Vreese, Andries Gryffroy, Rita Moors, Axel Ronse;
Yves Buysse, Ilse Malfroot, Els Sterckx;
Robrecht Bothuyne, Kurt Vanryckeghem;
Maurits Vande Reyde, Bart Van Hulle;
Meyrem Almaci, Imade Annouri;
Thijs Verbeurgt.
Plaatsvervangers:
Annick De Ridder, Maarten De Veuster, Philippe Muyters, Elke Sleurs, Tine van der Vloet;
Kristof Slagmulder, Klaas Slootmans, Wim Verheyden;
Stijn De Roo, Loes Vandromme;
Steven Coenegrachts;
Johan Danen, Björn Rzoska;
Els Robeyns.
Toegevoegde leden:
Kim De Witte.
INHOUD
1. Toelichting .......................................................................................... 4
2. Algemene bespreking ........................................................................... 5
2.1. Tussenkomsten van de leden ......................................................... 5
2.2. Antwoord van de minister ............................................................. 9
2.3. Replieken .................................................................................. 10
3. Artikelsgewijze bespreking .................................................................. 12
4. Eindstemming ................................................................................... 12
De Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie
behandelde op 21 maart 2024 het ontwerp van decreet tot wijziging van de wet
van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen en het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.
1. Toelichting
Jo Brouns, Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en
Landbouw, licht toe dat het ontwerp van decreet drie punten wil regelen. Ten eerste wordt de regelgeving in lijn gebracht met de vigerende algemene verordening
gegevensbescherming.
Ten tweede zullen dienstenchequegebruikers transparant geïnformeerd worden
over de bijkomende administratiekosten die kunnen worden aangerekend wanneer
ze een beroep doen op een huishoudhulp.
Ten derde zullen de dienstenchequeondernemingen de dienstenchequegebruikers
moeten informeren over hoe ze een veilige werkplek kunnen creëren voor hun
huishoudhulp. De minister gaat dieper in op de twee laatste punten.
Transparantie administratieve kosten
De minister krijgt veel klachten van dienstenchequegebruikers over het gebrek aan
transparantie over het aanrekenen van bijkomende administratiekosten door de
dienstenchequeondernemingen.
Vandaag betaalt een dienstenchequegebruiker 9 euro per dienstencheque. Daarvan krijgt hij via de belastingen 1,8 euro terug. Uit de meest recente cijfers van
het Departement Werk en Sociale Economie blijkt evenwel dat in 2022 31 procent
van de bedrijven bijkomende administratiekosten aanrekende. 27 procent plande
om dat in 2023 voor het eerst te doen en 21 procent is van plan om dat op termijn
te doen. Vooral de grote ondernemingen rekenen bijkomende kosten aan. Ook de
bedragen die worden aangerekend, variëren. Het kan gaan om een forfaitair bedrag of om bijkomende kosten per cheque.
De meeste bedrijven geven de dalende rendabiliteit in de sector aan als reden voor
het aanrekenen van die extra kosten. Wat de minister betreft, moet een nieuw
financieringsmodel voor het dienstenchequesysteem deel uitmaken van het nieuwe
regeerakkoord, dat heeft hij al eerder duidelijk gemaakt in de commissie. Met dit
ontwerp van decreet wil de minister ervoor zorgen dat de dienstenchequebedrijven
nu al worden verplicht om in de overeenkomst die ze met hun klanten afsluiten
transparant te communiceren over bijkomende kosten die gepaard gaan met hun
contract.
Welzijn van de huishoudhulpen
Het tweede, heel belangrijke onderdeel van dit ontwerp van decreet betreft het
welzijn van de huishoudhulpen. In een onderzoek van de federale inspectiedienst
Toezicht op het Welzijn op het Werk werd onder meer vastgesteld dat er vaak een
gebrek aan toezicht is door de dienstenchequeondernemingen bij de gebruikers
thuis. Dat onderzoek kwam recent nog ter sprake in de commissie (Interpellaties
Vl.Parl. 2023-24, nr. 18). De federale inspectiedienst stelde vast dat werkgevers
vaak niet nagaan of het poetsmateriaal geschikt is voor en voldoende aangepast
is aan het uit te voeren werk om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers
tijdens het gebruik van het materiaal te kunnen waarborgen. Door het bijzondere
karakter van de werkplek kan de werkgever evenwel geen permanent toezicht uitoefenen.
Daarnaast stelt ook de Vlaamse Sociale Inspectie regelmatig vast dat elementaire
verplichtingen van de dienstenchequeregelgeving niet worden nageleefd bij de gebruikers. Er zijn bijvoorbeeld werknemers die gaan poetsen bij familieleden of die
in de praktijk de professionele ruimtes van een woning poetsen. Voor de minister
is het essentieel dat de dienstenchequeregelgeving wordt nageleefd en dat de erkende dienstenchequeondernemingen de gebruikers minstens wijzen op de wettelijke verplichtingen en duidelijk maken welke schoonmaakmaterialen en -producten
ter beschikking moeten zijn om het welzijn van de werknemers te garanderen.
Daarom zullen de dienstenchequeondernemingen de gebruikers moeten informeren over de geldende regels van de dienstenchequereglementering en de verplichtingen die voortvloeien uit de welzijnsreglementering, zodat de huishoudhulpen in
goede arbeidsomstandigheden kunnen werken en de blootstelling aan bepaalde
risico’s en onveilige situaties beperkt wordt. De …