§ flandrepo

Houdende aanpassing van diverse decreten met betrekking tot de omvorming van het Vlaams Energieagentschap tot het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, tot integratie van opdrachten inzake klimaat van het Departement Omgeving in dit Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, tot integratie van opdrachten inzake lucht van het Departement Omgeving in de Vlaamse Milieumaatschappij en houdende rapportage door het Departement Omgeving #526

Gemerged Vlaamse Regering voegde 46 artikels samen in decreet-1995-04-05decreet-1997-10-21energiedecreet · 4 november 2020 Alle checks geslaagd
Aangenomen tekst
4 december 2020 · 9 blz.
526/5 Officiële PDF
46 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 4 dec 2020. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-1995-04-05/art. 2.1.2 wijzigt
Art. 2. In artikel 2.1.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vervangen bij het decreet van 30 juni 2017, worden de woorden “ het tweejaarlijks opstellen van een milieurapport” vervangen door de woorden “het uitvoeren van een rapportage”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+4 −3 decreet-1995-04-05/art. 2.1.3 berekend
1Het milieurapport omvat:
1De rapportage omvat minstens:
21° een beschrijving, analyse en evaluatie van de bestaande toestand van het milieu ;21° een beschrijving, analyse en evaluatie van de bestaande toestand van het milieu en de ruimtelijke ordening;
32° een beschrijving, analyse en evaluatie van het tot dan toe gevoerde milieubeleid; [voor zover dit relevant is voor de toetsing van de resultaten van het gevoerde milieubeleid aan de in de milieuregelgeving of de milieuplanning vastgestelde beleidsdoelstellingen; (ing. decr. 7 mei 2004, art. 2, I: 1 april 2006. Zie B.V.R. 31 maart 2006, B.S., 19 mei 2006) ]32° een beschrijving, analyse en evaluatie van het tot dan toe gevoerde milieubeleid; [voor zover dit relevant is voor de toetsing van de resultaten van het gevoerde milieubeleid aan de in de milieuregelgeving of de milieuplanning vastgestelde beleidsdoelstellingen; (ing. decr. 7 mei 2004, art. 2, I: 1 april 2006. Zie B.V.R. 31 maart 2006, B.S., 19 mei 2006) ]
43° een beschrijving van de verwachte ontwikkeling van het milieu bij ongewijzigd beleid en bij gewijzigd beleid volgens een aantal relevant geachte scenario's.43° een beschrijving van de verwachte ontwikkeling van het milieu en ruimtelijke ordening bij ongewijzigd beleid en bij gewijzigd beleid volgens een aantal relevant geachte scenario's;
52°/1 een beschrijving en evaluatie van het tot dan toe gevoerde ruimtelijk beleid in het licht van de doelstellingen, vermeld in artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
+4 −2 decreet-1995-04-05/art. 2.1.4 berekend
1Om de twee jaar wordt een milieurapport opgesteld. [... (geschr. decr. 7 mei 2004, art. 3, I: 1 april 2006) ]
2[... (opgeh. decr. 7 mei 2004, art. 3, I: 1 april 2006) ]
1§1. De rapportage, vermeld in artikel 2.1.3, gebeurt continu op basis van een meerjarig werkprogramma.
2§2. Het Departement Omgeving maakt het meerjarig werkprogramma op en legt dit voor advies voor aan de Strategische Adviesraad voor Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed, de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
3Het meerjarig werkprogramma wordt meegedeeld aan de Vlaamse Regering en vervolgens gepubliceerd op de website van het Departement Omgeving.
4§3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen inzake de rapportage.
+5 −0 decreet-1995-04-05/art. 2.1.5 berekend
1§1. Het Departement Omgeving is belast met het uitvoeren van de rapportage, vermeld in artikel 2.1.3. De Vlaamse Regering kan vragen om over specifieke onderwerpen specifiek te rapporteren.
2Het Departement Omgeving kan voor het uitvoeren van de rapportage samenwerkingsverbanden aangaan met andere openbare instellingen en wetenschappelijke instituten.
3De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen inzake de maatschappelijke en wetenschappelijke begeleiding en ondersteuning van de rapportage alsook inzake de specifieke rapportage.
4§2. De diensten van de Vlaamse overheid, de instellingen die afhangen van het Vlaamse Gewest, de ondergeschikte besturen die onder het administratief toezicht staan van het Vlaamse Gewest en de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die belast zijn met taken van openbaar nut inzake milieu of ruimtelijke ordening, stellen, hetzij op eenvoudige vraag van het Departement Omgeving, hetzij uit eigen beweging, alle informatie waarover zij beschikken en die van nut kan zijn voor het uitvoeren van de rapportage ter beschikking van dit departement.
5§3. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder, overeenkomstig paragraaf 2, informatie aan het Departement Omgeving ter beschikking wordt gesteld.
+1 −2 decreet-1995-04-05/art. 2.1.6 berekend
1Het milieurapport wordt ter kennis gebracht van de provincies en gemeenten.
2Aan het milieurapport wordt ruime bekendheid gegeven, op de wijze bepaald door de Vlaamse regering.1De resultaten van de rapportage, vermeld in artikel 2.1.3, worden ter kennis gebracht van de provincies en gemeenten. Aan de resultaten wordt ruime bekendheid gegeven, op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
decreet-1995-04-05/art. 8.1.2 wijzigt
Art. 8. In artikel 8.1.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2014 en gewijzigd bij de decreten van 18 november 2016 en 27 oktober 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1° worden de woorden “het Departement Omgeving” vervangen door de woorden “het VEKA”; 2° er wordt een punt 18°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “18°/1 VEKA: het agentschap, vermeld in titel II van het Energiebesluit van 19 november 2010;”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-1995-04-05/art. 8.5.1 berekend
1Het Departement Omgeving, legt aan de exploitant van een BKG-installatie of de vliegtuigexploitant een administratieve geldboete op voor elke ton CO2-equivalent die uitgestoten wordt en waarvoor met toepassing van artikel 8.2.1, § 1, of artikel 8.3.6, § 4, geen emissierechten zijn ingeleverd. Per ton uitgestoten CO2-equivalent bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. De betaling van de boete wegens emissieoverschrijding ontslaat de exploitant van een BKG-installatie of de vliegtuigexploitant niet van de verplichting, bij de inlevering van emissierechten in verband met het volgende kalenderjaar, een hoeveelheid emissierechten in te leveren die gelijk is aan de emissieoverschrijding.1Het VEKA, legt aan de exploitant van een BKG-installatie of de vliegtuigexploitant een administratieve geldboete op voor elke ton CO2-equivalent die uitgestoten wordt en waarvoor met toepassing van artikel 8.2.1, § 1, of artikel 8.3.6, § 4, geen emissierechten zijn ingeleverd. Per ton uitgestoten CO2-equivalent bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. De betaling van de boete wegens emissieoverschrijding ontslaat de exploitant van een BKG-installatie of de vliegtuigexploitant niet van de verplichting, bij de inlevering van emissierechten in verband met het volgende kalenderjaar, een hoeveelheid emissierechten in te leveren die gelijk is aan de emissieoverschrijding.
2In het eerste lid wordt verstaan onder exploitant van een BKG-installatie: de houder(s) van de milieuvergunning(en) van de BKG-installatie.2In het eerste lid wordt verstaan onder exploitant van een BKG-installatie: de houder(s) van de milieuvergunning(en) van de BKG-installatie.
3De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt vanaf 1 januari 2014 overeenkomstig het Europese indexcijfer van de consumptieprijzen verhoogd.3De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt vanaf 1 januari 2014 overeenkomstig het Europese indexcijfer van de consumptieprijzen verhoogd.
decreet-1995-04-05/art. 10.2.3 wijzigt · §2
Art. 10. In artikel 10.2.3, §2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij het decreet van 7 december 2007, wordt punt 2° vervangen door wat volgt: “2° de beleidsvoorbereiding, het opvolgen, evalueren en rapporteren over de uitvoering en voortgang van het beleid en het ontwikkelen en inzetten van instrumenten en het uitwerken en uitvoeren van maatregelen om de verontreiniging van de atmosfeer, met uitzondering van de verontreiniging als gevolg van broeikasgassen, te voorkomen en te beperken;”. Hoofdstuk 3. Wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-1997-10-21/art. 10 berekend
1§ 1. Het natuurrapport wordt opgesteld als een wetenschappelijk rapport in het kader van het milieurapport bedoeld in artikel 2.1.3. van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Het maakt er een herkenbaar maar integraal deel van uit.1§ 1. Het natuurrapport wordt opgesteld als een wetenschappelijk rapport in het kader van de rapportage bedoeld in artikel 2.1.3. van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Het maakt er een herkenbaar maar integraal deel van uit.
2Het dient tevens als inventarisatie bedoeld in artikel 7 van het Verdrag inzake biologische diversiteit, ondertekend in Rio de Janeiro op 5 juni 1992 en goedgekeurd bij decreet van 28 maart 1996.2Het dient tevens als inventarisatie bedoeld in artikel 7 van het Verdrag inzake biologische diversiteit, ondertekend in Rio de Janeiro op 5 juni 1992 en goedgekeurd bij decreet van 28 maart 1996.
3§ 2. Het natuurrapport omvat in het bijzonder:3§ 2. Het natuurrapport omvat in het bijzonder:
energiedecreet/art. 1.1.3 wijzigt
Art. 12. In artikel 1.1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, het laatst gewijzigd bij het decreet van 30 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een punt 126°/1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “126°/1/1 VEKA: het agentschap, vermeld in titel II van het Energiebesluit van 19 november 2010;”; 2° punt 130° wordt opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 energiedecreet/art. 5.1.4 berekend
1De netbeheerders en de warmte- of koudenetbeheerders mogen de gegevens waarover ze voor de uitoefening van hun taken, vermeld in artikel 4.1.6 of artikel 4/1.1.1, beschikken, of de gegevens die voor hen hiertoe toegankelijk zijn of worden gemaakt door het Vlaams Energieagentschap, de VREG, de toegangshouders en leveranciers of gegevens uit het Rijksregister, de Kruispuntbank Sociale Zekerheid of de Kruispuntbank voor de Ondernemingen, gebruiken om energiefraude te detecteren en vast te stellen via technieken als datamining of profilering.1De netbeheerders en de warmte- of koudenetbeheerders mogen de gegevens waarover ze voor de uitoefening van hun taken, vermeld in artikel 4.1.6 of artikel 4/1.1.1, beschikken, of de gegevens die voor hen hiertoe toegankelijk zijn of worden gemaakt door het VEKA, de VREG, de toegangshouders en leveranciers of gegevens uit het Rijksregister, de Kruispuntbank Sociale Zekerheid of de Kruispuntbank voor de Ondernemingen, gebruiken om energiefraude te detecteren en vast te stellen via technieken als datamining of profilering.
2De netbeheerders en de warmte- of koudenetbeheerders die gebruikmaken van technieken als datamining of profilering om energiefraude te detecteren en vast te stellen hanteren proportionele en relevante criteria, die periodiek kunnen variëren, en die ervoor zorgen dat de te verwerken persoonsgegevens zo beperkt mogelijk maar tegelijk relevant zijn om fraudetypologieën te detecteren. De Vlaamse Regering kan nadere regels uitvaardigen met betrekking tot de te hanteren criteria.2De netbeheerders en de warmte- of koudenetbeheerders die gebruikmaken van technieken als datamining of profilering om energiefraude te detecteren en vast te stellen hanteren proportionele en relevante criteria, die periodiek kunnen variëren, en die ervoor zorgen dat de te verwerken persoonsgegevens zo beperkt mogelijk maar tegelijk relevant zijn om fraudetypologieën te detecteren. De Vlaamse Regering kan nadere regels uitvaardigen met betrekking tot de te hanteren criteria.
3Elke partij die data aanlevert hiervoor blijft verantwoordelijk voor de waarachtigheid en nauwkeurigheid van de betreffende data. De netbeheerders en de warmte- of koudenetbeheerders zijn verantwoordelijk voor de waarachtigheid en nauwkeurigheid van het gebruik van de gegevens voor het detecteren en vaststellen van energiefraude. Zij stellen hierover een intern rapport op, volgen de risico's van de techniek van datamining continu op, waken over hun zorgvuldigheidsplicht om kwaliteitsvolle analyses van persoonsgegevens te verrichten, evalueren continu de gebruikte dataminingmethode en passen ze indien nodig aan.3Elke partij die data aanlevert hiervoor blijft verantwoordelijk voor de waarachtigheid en nauwkeurigheid van de betreffende data. De netbeheerders en de warmte- of koudenetbeheerders zijn verantwoordelijk voor de waarachtigheid en nauwkeurigheid van het gebruik van de gegevens voor het detecteren en vaststellen van energiefraude. Zij stellen hierover een intern rapport op, volgen de risico's van de techniek van datamining continu op, waken over hun zorgvuldigheidsplicht om kwaliteitsvolle analyses van persoonsgegevens te verrichten, evalueren continu de gebruikte dataminingmethode en passen ze indien nodig aan.
+2 −2 energiedecreet/art. 7.1.1 berekend
1§ 1. Wat betreft installaties met startdatum voor 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, wordt een groenestroomcertificaat toegekend aan de eigenaar van de productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, voor iedere 1 000 kWh elektriciteit die in de installatie wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen.1§ 1. Wat betreft installaties met startdatum voor 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, wordt een groenestroomcertificaat toegekend aan de eigenaar van de productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, voor iedere 1 000 kWh elektriciteit die in de installatie wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen.
2Een productie-installatie met startdatum voor 1 januari 2013 krijgt enkel groenestroomcertificaten gedurende de periode van tien jaar. Indien de installatie in aanmerking komt voor de minimumsteun, vermeld in artikel 7.1.6, en die periode langer is dan tien jaar, krijgt de installatie groenestroomcertificaten gedurende de periode dat de installatie in aanmerking komt voor de minimumsteun.2Een productie-installatie met startdatum voor 1 januari 2013 krijgt enkel groenestroomcertificaten gedurende de periode van tien jaar. Indien de installatie in aanmerking komt voor de minimumsteun, vermeld in artikel 7.1.6, en die periode langer is dan tien jaar, krijgt de installatie groenestroomcertificaten gedurende de periode dat de installatie in aanmerking komt voor de minimumsteun.
3In afwijking van het tweede lid kan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, aan het Vlaams Energieagentschap een verlenging van de steunperiode, vermeld in het tweede lid, aanvragen voor de periode die nodig is om het aantal groenestroomcertificaten te ontvangen dat overeenkomt met het aantal groenestroomcertificaten, toe te kennen volgens het aantal vollasturen dat voor de betreffende projectcategorie en overeenstemmend met het initieel geïnstalleerde nominaal vermogen uit hernieuwbare energiebronnen werd gehanteerd, voor zover :3In afwijking van het tweede lid kan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, aan het VEKA een verlenging van de steunperiode, vermeld in het tweede lid, aanvragen voor de periode die nodig is om het aantal groenestroomcertificaten te ontvangen dat overeenkomt met het aantal groenestroomcertificaten, toe te kennen volgens het aantal vollasturen dat voor de betreffende projectcategorie en overeenstemmend met het initieel geïnstalleerde nominaal vermogen uit hernieuwbare energiebronnen werd gehanteerd, voor zover :
41° de installatie werd geïnstalleerd en uitgebaat volgens de regels van de kunst;41° de installatie werd geïnstalleerd en uitgebaat volgens de regels van de kunst;
52° de opwekking van groene stroom niet gebeurt op basis van zonne-energie;52° de opwekking van groene stroom niet gebeurt op basis van zonne-energie;
10c) uitsluitend essentiële componenten betreft met het oog op groenestroomproductie.10c) uitsluitend essentiële componenten betreft met het oog op groenestroomproductie.
11Het aantal groenestroomcertificaten dat gedurende de periode, vermeld in het vierde lid, voor elke 1 000 kWh elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in installaties met startdatum voor 1 januari 2013 wordt toegekend, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de voor die installatie van toepassing zijnde bandingfactor. De bandingfactor is in dit geval maximaal gelijk aan 1. De periode, vermeld in het vierde lid, kan eenmalig met vijf jaar worden verlengd voor zover nog altijd aan de voorwaarden, vermeld in het vierde lid wordt voldaan. Voor die nieuwe periode wordt een nieuwe bandingfactor berekend die maximaal gelijk is aan Btot voor het lopende kalenderjaar.11Het aantal groenestroomcertificaten dat gedurende de periode, vermeld in het vierde lid, voor elke 1 000 kWh elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in installaties met startdatum voor 1 januari 2013 wordt toegekend, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de voor die installatie van toepassing zijnde bandingfactor. De bandingfactor is in dit geval maximaal gelijk aan 1. De periode, vermeld in het vierde lid, kan eenmalig met vijf jaar worden verlengd voor zover nog altijd aan de voorwaarden, vermeld in het vierde lid wordt voldaan. Voor die nieuwe periode wordt een nieuwe bandingfactor berekend die maximaal gelijk is aan Btot voor het lopende kalenderjaar.
12Het Vlaams Energieagentschap oordeelt of een aanvraag, vermeld in het derde, vierde of vijfde lid, van de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen gegrond is. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen levert daarvoor de vereiste bewijsstukken aan het Vlaams Energieagentschap. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen stelt op eenvoudig verzoek alle benodigde aanvullende informatie aan het Vlaams Energieagentschap ter beschikking. Wanneer de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen een aanvraag tot verlenging, als vermeld in het vierde lid, indient zonder dat eerder een aanvraag tot verlenging, vermeld in het derde lid, werd ingediend, dan verliest deze installatie alle rechten tot verlenging van de steunperiode die ze kan verkrijgen op grond van het derde lid.12Het VEKA oordeelt of een aanvraag, vermeld in het derde, vierde of vijfde lid, van de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen gegrond is. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen levert daarvoor de vereiste bewijsstukken aan het VEKA. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen stelt op eenvoudig verzoek alle benodigde aanvullende informatie aan het VEKA ter beschikking. Wanneer de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen een aanvraag tot verlenging, als vermeld in het vierde lid, indient zonder dat eerder een aanvraag tot verlenging, vermeld in het derde lid, werd ingediend, dan verliest deze installatie alle rechten tot verlenging van de steunperiode die ze kan verkrijgen op grond van het derde lid.
13§ 2. Wat installaties betreft die elektriciteit opwekken uit hernieuwbare energiebronnen met startdatum vanaf 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, worden groenestroomcertificaten toegekend aan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen.13§ 2. Wat installaties betreft die elektriciteit opwekken uit hernieuwbare energiebronnen met startdatum vanaf 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, worden groenestroomcertificaten toegekend aan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen.
14In afwijking van het eerste lid worden, als het fotovoltaïsch zonne-energiesysteem in aanmerking komt om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 11.1.3, geen groenestroomcertificaten toegekend voor de opwekking van de hoeveelheid elektriciteit uit zonne-energie die nodig is om aan die voorwaarde te voldoen. Voor de hoeveelheid elektriciteit die door het fotovoltaïsche zonne-energiesysteem wordt geproduceerd bovenop de hoeveelheid die nodig is om aan die verplichting, vermeld in artikel 11.1.3, te voldoen, worden wel groenestroomcertificaten toegekend.14In afwijking van het eerste lid worden, als het fotovoltaïsch zonne-energiesysteem in aanmerking komt om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 11.1.3, geen groenestroomcertificaten toegekend voor de opwekking van de hoeveelheid elektriciteit uit zonne-energie die nodig is om aan die voorwaarde te voldoen. Voor de hoeveelheid elektriciteit die door het fotovoltaïsche zonne-energiesysteem wordt geproduceerd bovenop de hoeveelheid die nodig is om aan die verplichting, vermeld in artikel 11.1.3, te voldoen, worden wel groenestroomcertificaten toegekend.
+1 −1 energiedecreet/art. 7.1.3 berekend
energiedecreet/art. 7.1.4/1 wijzigt
energiedecreet/art. 7.1.5 wijzigt · §4, vijfde lid
+2 −2 energiedecreet/art. 7.1.10 berekend
+2 −2 energiedecreet/art. 7.1.11 berekend
+4 −4 energiedecreet/art. 11.1.7 berekend
+6 −6 energiedecreet/art. 11.1.8 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 11.1.11 berekend
energiedecreet/art. 11.1.14 wijzigt
energiedecreet/art. 11.2.3 wijzigt
+1 −1 energiedecreet/art. 12.1.1 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 12.2.1 berekend
+2 −2 energiedecreet/art. 12.2.2 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 12.2.3 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 13.1.3 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 13.1.4 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 13.1.5 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 13.1.7 berekend
+3 −3 energiedecreet/art. 13.4.1 berekend
+2 −2 energiedecreet/art. 13.4.2 berekend
+6 −6 energiedecreet/art. 13.4.2/1 berekend
+3 −3 energiedecreet/art. 13.4.3 berekend
energiedecreet/art. 13.4.5 wijzigt
energiedecreet/art. 13.4.6 wijzigt
energiedecreet/art. 13.4.7 wijzigt
+4 −4 energiedecreet/art. 13.4.7/1 berekend
+3 −3 energiedecreet/art. 13.4.8 berekend
+1 −1 energiedecreet/art. 13.4.9 berekend
energiedecreet/art. 13.4.9/1 wijzigt · §1
energiedecreet/art. 13.4.10 wijzigt
+1 −1 energiedecreet/art. 13.4.11 berekend
energiedecreet/art. 13.4.12 wijzigt · §1
energiedecreet/art. 13.4.13 wijzigt · §1, eerste en tweede lid, en §3
+1 −1 energiedecreet/art. 15.3.5/6 berekend
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd