Decreet over het onderwijs XXXIV
26 artikels gewijzigd
| 1 | §1. De inspecteurs hebben het recht om voor de uitoefening van hun opdracht inzage te krijgen in of kopie te krijgen van persoonsgegevens. De persoonsgegevens hebben betrekking op leerlingen die verbonden zijn aan de onderwijsinstelling, of begeleid worden door het centrum voor leerlingenbegeleiding, of ondersteund worden door een leersteuncentrum en op internen die ingeschreven zijn in een onderwijsinternaat. Het betreft de gegevens die de onderwijsinstelling, het centrum voor leerlingenbegeleiding, het leersteuncentrum of het onderwijsinternaat krachtens de onderwijs-, onderwijsinternaats- of CLB-reglementering of de reglementering over de leersteuncentra in het dossier verwerken, zoals de administratieve gegevens, inschrijvingsgegevens, afwezigheden, studieresultatenen zorggegevens. De bevoegdheid heeft ook betrekking op gegevens die toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat. | 1 | §1. De inspecteurs hebben het recht om voor de uitoefening van hun opdracht inzage te krijgen in of kopie te krijgen van persoonsgegevens. De persoonsgegevens hebben betrekking op leerlingen die verbonden zijn aan de onderwijsinstelling, of begeleid worden door het centrum voor leerlingenbegeleiding, of ondersteund worden door een leersteuncentrum en op internen die ingeschreven zijn in een onderwijsinternaat. Het betreft de gegevens die de onderwijsinstelling, het centrum voor leerlingenbegeleiding, het leersteuncentrum of het onderwijsinternaat krachtens de onderwijs-, onderwijsinternaats- of CLB-reglementering of de reglementering over de leersteuncentra in het dossier verwerken, zoals de administratieve gegevens, inschrijvingsgegevens, afwezigheden, studieresultaten, de registratie van gegevens inzake afzondering en fixatie, vermeld in artikel 33/5, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 123/24/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en zorggegevens. De bevoegdheid heeft ook betrekking op gegevens die toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat. |
| 2 | Als anonieme gegevens beschikbaar en actueel zijn, vragen de inspecteurs in eerste instantie inzage in die gegevens. Als dat nodig is in het licht van de opdracht, kunnen de inspecteurs inzage vragen in persoonsgegevens, als daarvoor de Europese, federale en Vlaamse regels over het verwerken van die gegevens worden gevolgd. Onder anonieme gegevens wordt verstaan: gegevens die geen betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon of op persoonsgegevens die zodanig anoniem zijn gemaakt dat de betrokkene niet of niet meer identificeerbaar is. | 2 | Als anonieme gegevens beschikbaar en actueel zijn, vragen de inspecteurs in eerste instantie inzage in die gegevens. Als dat nodig is in het licht van de opdracht, kunnen de inspecteurs inzage vragen in persoonsgegevens, als daarvoor de Europese, federale en Vlaamse regels over het verwerken van die gegevens worden gevolgd. Onder anonieme gegevens wordt verstaan: gegevens die geen betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon of op persoonsgegevens die zodanig anoniem zijn gemaakt dat de betrokkene niet of niet meer identificeerbaar is. |
| 3 | De Vlaamse Regering stelt voorwaarden vast om de transparantie en de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te verzekeren. | 3 | De Vlaamse Regering stelt voorwaarden vast om de transparantie en de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te verzekeren. |
| 8 | 5° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden; | 8 | 5° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden; |
| 9 | 6° centrumreglement : door het centrumbestuur goedgekeurd document dat de betrekkingen regelt tussen het centrumbestuur en de cursisten; | 9 | 6° centrumreglement : door het centrumbestuur goedgekeurd document dat de betrekkingen regelt tussen het centrumbestuur en de cursisten; |
| 10 | 7° certificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg een opleiding heeft beëindigd ; | 10 | 7° certificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg een opleiding heeft beëindigd of aan een voormalige cursist die in het centrum maximaal vijf schooljaren eerder een deelcertificaat van de opleiding behaald heeft en heeft aangetoond dat hij alle competenties bereikt heeft; |
| 11 | 8° ...; | 11 | 8° ...; |
| 12 | 9° contactonderwijs : onderwijs in een rechtstreeks contact tussen de leraar of begeleider van een onderwijsactiviteit en de cursist, gebonden aan een bepaald tijdstip en plaats van onderwijsverstrekking; | 12 | 9° contactonderwijs : onderwijs in een rechtstreeks contact tussen de leraar of begeleider van een onderwijsactiviteit en de cursist, gebonden aan een bepaald tijdstip en plaats van onderwijsverstrekking; |
| 13 | 10° cursist : een deelnemer aan het volwassenenonderwijs die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en ingeschreven is; | 13 | 10° cursist : een deelnemer aan het volwassenenonderwijs die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en ingeschreven is; |
| 14 | 11° deelcertificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie of het secundair volwassenenonderwijs met goed gevolg heeft beëindigd; | 14 | 11° deelcertificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie of het secundair volwassenenonderwijs met goed gevolg heeft beëindigd; |
| 15 | 12° diploma : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair onderwijs heeft beëindigd ; | 15 | 12° diploma : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair onderwijs heeft beëindigd of aan een voormalige cursist die in het centrum maximaal vijf schooljaren eerder een deelcertificaat van de opleiding behaald heeft en heeft aangetoond dat hij alle competenties bereikt heeft; |
| 16 | 12° bis duale opleiding: een beroepsopleiding van het secundair volwassenenonderwijs waarin cursisten de competenties die tot een beroepskwalificatie leiden, deels verwerven in het CVO als onderwijsinstellingscomponent en deels op de werkplek, vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs, als werkplekcomponent; | 16 | 12° bis duale opleiding: een beroepsopleiding van het secundair volwassenenonderwijs waarin cursisten de competenties die tot een beroepskwalificatie leiden, deels verwerven in het CVO als onderwijsinstellingscomponent en deels op de werkplek, vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs, als werkplekcomponent; |
| 17 | 13° eindtermen : minimumdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes die de Vlaamse Gemeenschap noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde cursistenpopulatie; | 17 | 13° eindtermen : minimumdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes die de Vlaamse Gemeenschap noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde cursistenpopulatie; |
| 1 | De Vlaamse Regering kan hetzij op eigen initiatief hetzij op voordracht van de representatieve groepering van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten experimenteel nieuwe leergebieden voor de basiseducatie of nieuwe studiegebieden voor het secundair volwassenenonderwijs erkennen. | 1 | De Vlaamse Regering kan hetzij op eigen initiatief hetzij op voordracht van de representatieve groepering van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten experimenteel nieuwe leergebieden voor de basiseducatie of nieuwe studiegebieden voor het secundair volwassenenonderwijs erkennen. |
| 2 | Voor een experimenteel nieuw leergebied voor de basiseducatie kent de Vlaamse Regering een deler toe als vermeld in artikel 85, §2. Voor een experimenteel nieuw studiegebied voor het secundair volwassenenonderwijs kent de Vlaamse Regering een deler toe als vermeld in artikel 98, § 1. | 2 | Voor een experimenteel nieuw leergebied voor de basiseducatie kent de Vlaamse Regering een coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte toe als vermeld in artikel 85, §2. Voor een experimenteel nieuw studiegebied voor het secundair volwassenenonderwijs kent de Vlaamse Regering een coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte toe als vermeld in artikel 98, §2. |
| 3 | De experimenteel erkende leergebieden of studiegebieden worden uiterlijk na vijfjaar door het Vlaams Parlement aan de leergebieden en studiegebieden, vermeld in artikelen 6 of 7, toegevoegd of jaar na jaar opgeheven. De toevoeging of opheffing gebeurt op basis van een advies van de Vlaamse Onderwijsraad en een evaluatie uitgevoerd door een door de Vlaamse Regering samengestelde commissie. | 3 | De experimenteel erkende leergebieden of studiegebieden worden uiterlijk na vijfjaar door het Vlaams Parlement aan de leergebieden en studiegebieden, vermeld in artikelen 6 of 7, toegevoegd of jaar na jaar opgeheven. De toevoeging of opheffing gebeurt op basis van een advies van de Vlaamse Onderwijsraad en een evaluatie uitgevoerd door een door de Vlaamse Regering samengestelde commissie. |
| 2 | § 2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen. | 2 | § 2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen. |
| 3 | Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten. | 3 | Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten. |
| 4 | § 3. Met het oog op het waarborgen van het studie-peil keurt de Vlaamse Regering de leerplannen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7 , goed volgens de vooraf door haar bepaalde criteria. | 4 | § 3. Met het oog op het waarborgen van het studie-peil keurt de Vlaamse Regering de leerplannen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7 of artikel 10, goed volgens de vooraf door haar bepaalde criteria. |
| 1 | § 1. Op voordracht van de representatieve groepering van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7 . | 1 | § 1. Op voordracht van de representatieve groepering van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7 of artikel 10. |
| 2 | Over de voorgedragen opleidingsprofielen die niet gebaseerd zijn op een erkende beroepskwalificatie, wordt voorafgaandelijk aan de beslissing van de Vlaamse Regering het advies van de Vlaamse Onderwijsraad gevraagd. | 2 | Over de voorgedragen opleidingsprofielen die niet gebaseerd zijn op een erkende beroepskwalificatie, wordt voorafgaandelijk aan de beslissing van de Vlaamse Regering het advies van de Vlaamse Onderwijsraad gevraagd. |
| 3 | Een opleidingsprofiel omvat ten minste : | 3 | Een opleidingsprofiel omvat ten minste : |
| 1 | §1. In afwijking van artikel 25 kan een centrum opleidingsaanbod organiseren in de vorm van een open module die in overeenstemming met dit decreet erkend is en voldoet aan volgende criteria : | 1 | §1. In afwijking van artikel 25 kan een centrum opleidingsaanbod organiseren in de vorm van een open module die in overeenstemming met dit decreet erkend is en voldoet aan volgende criteria : |
| 2 | 1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet; | 2 | 1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet; |
| 3 | 2° het aantal lestijden dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidiëring of financiering bedraagt 20, 40 of 60 lestijden; | 3 | 2° het aantal lestijden dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidiëring of financiering bedraagt 10, 20, 40 of 60 lestijden; |
| 4 | 3° de clustering van de eindtermen of basiscompetenties is relevant en consistent; | 4 | 3° de clustering van de eindtermen of basiscompetenties is relevant en consistent; |
| 5 | 4° de duur staat in verhouding tot de vooropgestelde doelen; | 5 | 4° de duur staat in verhouding tot de vooropgestelde doelen; |
| 6 | 5° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven. | 6 | 5° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven. |
| 7 | De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten betreffende evaluatie, verantwoordingsstukken en procedure. | 7 | De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten betreffende evaluatie, verantwoordingsstukken en procedure. |
| 8 | §2. De open module, vermeld in § 1, kan enkel ingericht worden : | 8 | §2. De open module, vermeld in § 1, kan enkel ingericht worden : |
| 9 | 1° in de leergebieden wiskunde, Nederlands, informatieen communicatietechnologie en alfabetisering Nederlands tweede taal van de basiseducatie. De open module wiskunde omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit het leergebied wiskunde. De open module Nederlands omvat uitsluitend eindtermen uit het leergebied Nederlands. De open module alfabetisering Nederlands tweede taal omvat uitsluitend basiscompetenties uit het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal. De open module ICT omvat uitsluitend eindtermen uit het leergebied informatie- en communicatietechnologie; | ||
| 9 | 1° in de leergebieden, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet. De open module omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit een of meerdere leergebieden; | ||
| 10 | 2° als geletterdheidsmodule, zoals bedoeld in artikel 24, § 1bis. De open module omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties bepaald door de Vlaamse Regering. | 10 | 2° als geletterdheidsmodule, zoals bedoeld in artikel 24, § 1bis. De open module omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties bepaald door de Vlaamse Regering. |
| 11 | 3° in de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4. De open module Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 omvat uitsluitend basiscompetenties uit het studiegebied Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2. De open module Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 omvat uitsluitend basiscompetenties uit het studiegebied Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4. | 11 | 3° in de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4. De open module Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 omvat uitsluitend basiscompetenties uit het studiegebied Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2. De open module Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 omvat uitsluitend basiscompetenties uit het studiegebied Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4; |
| 12 | 4° in de opleiding Start to ICT van het studiegebied ICT. De open module Start to ICT omvat uitsluitend basiscompetenties uit de opleiding Start to ICT. | ||
| 12 | 4° in het studiegebied informatie- en communicatietechnologie. De open module omvat uitsluitend basiscompetenties uit het studiegebied informatie- en communicatietechnologie; | ||
| 13 | 5° in de opleidingen Vlaamse Gebarentaal Richtgraad 1 en Vlaamse Gebarentaal Richtgraad 2 van het studiegebied bijzondere educatieve noden en in de studiegebieden Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Europese talen richtgraad 3 en 4, Hebreeuws, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen. De open module omvat uitsluitend basiscompetenties uit één studiegebied en één taal. | ||
| 14 | §3. Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen monitort de organisatie van de open modules door de centra minstens tot en met schooljaar 2026-2027 met het oog op beleidsconclusies door de Vlaamse Regering. |
| 1 | In afwijking van artikel 26, §4, kunnen de centra geïntegreerd onderwijs organiseren waarbij voor eenzelfde groep cursisten een deel van de module gelijktijdig met een of twee modules van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 georganiseerd wordt, zonder dat het totale aantal te organiseren lestijden de som bedraagt van het aantal lestijden zoals bepaald in de opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24. | 1 | In afwijking van artikel 26, §4, kunnen de centra geïntegreerd onderwijs organiseren waarbij voor eenzelfde groep cursisten een deel van de module gelijktijdig met een of twee modules van een van de volgende opleidingen georganiseerd wordt, zonder dat het totale aantal te organiseren lestijden de som bedraagt van het aantal lestijden zoals bepaald in de opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24: |
| 2 | 1° de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet; | ||
| 3 | 2° de opleidingen van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4; | ||
| 4 | 3° de opleiding Start to ICT van het studiegebied informatie- en communicatietechnologie; | ||
| 5 | 4° de opleiding Aanvullende Algemene Vorming van het studiegebied aanvullende algemene vorming; | ||
| 6 | 5° de geletterdheidsmodules, vermeld in artikel 24, §1bis. | ||
| 2 | Gelijktijdig geïntegreerd onderwijs voldoet ten minste aan de volgende criteria: | 7 | Gelijktijdig geïntegreerd onderwijs voldoet ten minste aan de volgende criteria: |
| 3 | 1° het voldoet aan de bepalingen van dit decreet; | 8 | 1° het voldoet aan de bepalingen van dit decreet; |
| 4 | 2° het aantal gelijktijdig georganiseerde lestijden van de modules van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 omvat maximaal de helft van het aantal lestijden zoals bepaald in de opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24; | ||
| 9 | 2° ...; | ||
| 5 | 3° het totale aantal lestijden dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidiëring of financiering, bedraagt de som van het aantal lestijden zoals bepaald in de opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24; | 10 | 3° het totale aantal lestijden dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidiëring of financiering, bedraagt de som van het aantal lestijden zoals bepaald in de opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24; |
| 6 | 4° de gelijktijdig georganiseerde lessen worden door ten minste twee leraren gegeven; | 11 | 4° de gelijktijdig georganiseerde lessen worden door ten minste twee leraren gegeven; |
| 1 | Het volwassenenonderwijs kan georganiseerd worden als contactonderwijsof als gecombineerd onderwijs. Gecombineerd onderwijs voldoet ten minste aan volgende criteria : | 1 | Het volwassenenonderwijs kan georganiseerd worden als contactonderwijs, afstandsonderwijs of als gecombineerd onderwijs. Afstandsonderwijs en gecombineerd onderwijs voldoen ten minste aan volgende criteria : |
| 2 | 1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet; | 2 | 1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet; |
| 3 | 2° het omvat minimaal een evaluatiemoment in contactonderwijs; | 3 | 2° het gecombineerd onderwijs omvat minimaal een evaluatiemoment in contactonderwijs; |
| 4 | 3° ... | 4 | 3° ... |
| 5 | 4° het cursusmateriaal en de didactische middelen voor het gedeelte afstandsonderwijs zijn geschikt voor multimediaal gebruik; | 5 | 4° het cursusmateriaal en de didactische middelen voor het gedeelte afstandsonderwijs zijn geschikt voor multimediaal gebruik; |
| 6 | 5° de wijze van evalueren van het gedeelte afstandsonderwijs is duidelijk omschreven; | 6 | 5° de wijze van evalueren van het gedeelte afstandsonderwijs is duidelijk omschreven; |
| 7 | 6° de deelname van cursisten aan het gedeelte afstandsonderwijs wordt systematisch opgevolgd. | 7 | 6° de deelname van cursisten aan het gedeelte afstandsonderwijs wordt systematisch opgevolgd. |
| 8 | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag van gecombineerd onderwijs. | ||
| 8 | Het afstandsonderwijs wordt uiterlijk na het schooljaar 2025-2026 geëvalueerd. |
| 1 | § 1. In afwijking van artikel 29 kunnen de Centra voor Basiseducatie onderwijs organiseren met door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde VTE, dat overeenkomstig dit decreet niet erkend is en voldoet aan volgende criteria : | ||
| 2 | 1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet; | ||
| 3 | 2° het wordt georganiseerd op verzoek van derden die hiervoor een samenwerkingsovereenkomst afsluiten met het organiserende Centrum voor Basiseducatie; | ||
| 4 | 3° het is gericht op ten minste zes cursisten; | ||
| 5 | 4° het bevat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit leergebieden overeenkomstig dit decreet erkend, waarvan de clustering relevant en consistent is; | ||
| 6 | 5° de duur staat in verhouding tot de vooropgestelde doelstellingen; | ||
| 7 | 6° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag van deze vorm van onderwijs. | ||
| 9 | § 2. Het onderwijs, zoals bepaald in § 1, kan niet leiden tot van rechtswege erkende studiebewijzen. |
| 1 | In afwijking van artikel 37, tweede lid, 5°, kan een kandidaat-inwijkeling ingeschreven worden in de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal bij een centrum voor basiseducatie of in de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 of de opleiding Lezen en Schrijven voor Andersgealfabetiseerden van het studiegebied Nederlands Tweede Taal richtgraad 1 en 2 bij een centrum voor volwassenenonderwijs, georganiseerd als het afstandsonderwijs, vermeld in artikel 28, als een bewijs geleverd is waaruit blijkt dat de kandidaat-cursist een kandidaat-inwijkeling is. | ||
| 2 | In dit artikel wordt verstaan onder kandidaat-inwijkeling: de vreemdeling die in het buitenland een visum tot langdurig verblijf in België heeft aangevraagd en zijn of haar wil uit om in een gemeente van het Nederlandse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ingeschreven te worden in het Rijksregister, of de niet-visumplichtige vreemdeling die bij de bevoegde diplomatieke of consulaire post in het buitenland zijn of haar wil uit om een langdurig verblijf in België te verkrijgen en om in een gemeente van het Nederlandse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ingeschreven te worden in het Rijksregister. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering stelt de wijze vast waarop een vreemdeling kan bewijzen een kandidaat-inwijkeling te zijn. | ||
| 4 | In afwijking van artikel 6 van het bij het decreet van 7 juli 2023 over het onderwijs XXXIII bekrachtigde besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2022 over de NT2-test in het volwassenenonderwijs kan een cursist die ingeschreven is onder de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, ook op een later tijdstip dan drie maanden na het einde van de NT2-opleiding een NT2-test afleggen. |
| 2 | Een evaluatie kan georganiseerd worden in de vorm van een permanente evaluatie of in de vorm van een afsluitende evaluatie. | 2 | Een evaluatie kan georganiseerd worden in de vorm van een permanente evaluatie of in de vorm van een afsluitende evaluatie. |
| 3 | Het centrum organiseert voor elke module een evaluatie. | 3 | Het centrum organiseert voor elke module een evaluatie. |
| 4 | Het centrum kan een cursist of voormalige cursist vrijstellen van de evaluatie. | ||
| 4 | § 2. ... | 5 | § 2. ... |
| 10 | 2° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat of een bewijs van een beroepskwalificatie van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5 of een diploma of graad van gegradueerde; | 10 | 2° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat of een bewijs van een beroepskwalificatie van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5 of een diploma of graad van gegradueerde; |
| 11 | 2° bis de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een of meer deelattesten als bewijs van slagen voor het specifiek gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het TSO of BSO voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs voor zover de onderverdeling overeenkomt met een opleiding als vermeld in artikel 42; | 11 | 2° bis de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een of meer deelattesten als bewijs van slagen voor het specifiek gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het TSO of BSO voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs voor zover de onderverdeling overeenkomt met een opleiding als vermeld in artikel 42; |
| 12 | 2° ter de opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 42, of de opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5, gecombineerd met een bewijs van slagen voor het algemeen gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het tso of bso voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs; | ||
| 12 | 3° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan aanvullende algemene vorming of algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs. | 13 | 3° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan aanvullende algemene vorming of algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs. |
| 13 | § 5. .... | 14 | § 5. .... |
| 1 | Ter uitvoering van artikel 41, § 4, 2° en 3°, bepaalt de Vlaamse Regering, na advies van de inspectie de opleidingen van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, die in combinatie met het certificaat van de opleiding aanvullende algemene vorming leiden, tot een diploma secundair onderwijs. Hiertoe moeten die opleidingen voldoen aan volgende voorwaarden : | 1 | Ter uitvoering van artikel 41, § 4, 2° en 3°, bepaalt de Vlaamse Regering, na advies van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen de opleidingen van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, die in combinatie met het certificaat van de opleiding aanvullende algemene vorming leiden, tot een diploma secundair onderwijs. Hiertoe moeten die opleidingen voldoen aan volgende voorwaarden : |
| 2 | 1° de minimale duur van de opleiding omvat 480 lestijden; | 2 | 1° de minimale duur van de opleiding omvat 480 lestijden; |
| 3 | 2° de opleiding beoogt een brede maatschappelijke participatie; | 3 | 2° de opleiding beoogt een brede maatschappelijke participatie; |
| 1 | §1. De Centra voor Volwassenenonderwijs kunnen de volgende bevoegdheden uitoefenen : | 1 | §1. De Centra voor Volwassenenonderwijs kunnen de volgende bevoegdheden uitoefenen : |
| 2 | 1° de organisatie van de opleidingen die behoren tot de studiegebieden, vermeld in artikel 7 , voor zover het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor onderwijsbevoegdheid heeft; | 2 | 1° de organisatie van de opleidingen die behoren tot de studiegebieden, vermeld in artikel 7 of artikel 10, voor zover het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor onderwijsbevoegdheid heeft; |
| 3 | 2° de organisatie van openleercentra; | 3 | 2° de organisatie van openleercentra; |
| 4 | 3° de organisatie van activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten; | 4 | 3° de organisatie van activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten; |
| 1 | § 1. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering bijkomende onderwijsbevoegdheid aanvragen voor een studiegebied als vermeld in artikel 7 , in een vestigingsplaats. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde onderwijsbevoegdheid uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. | 1 | § 1. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering bijkomende onderwijsbevoegdheid aanvragen voor een studiegebied als vermeld in artikel 7 of artikel 10, in een vestigingsplaats. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde onderwijsbevoegdheid uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. |
| 2 | Als het een aanvraag betreft voor een vestigingsplaats die verder dan 25 km van de hoofdvestigingsplaats van het centrum voor volwassenenonderwijs gelegen is, dan zal een protocol van akkoord van het bevoegde lokaal onderhandelingscomité voor de Vlaamse Regering een zeer belangrijk element vormen bij de beoordeling van de aanvraag. De Vlaamse Regering motiveert haar beslissing indien deze afwijkt van het standpunt aangenomen in het protocol van akkoord. | 2 | Als het een aanvraag betreft voor een vestigingsplaats die verder dan 25 km van de hoofdvestigingsplaats van het centrum voor volwassenenonderwijs gelegen is, dan zal een protocol van akkoord van het bevoegde lokaal onderhandelingscomité voor de Vlaamse Regering een zeer belangrijk element vormen bij de beoordeling van de aanvraag. De Vlaamse Regering motiveert haar beslissing indien deze afwijkt van het standpunt aangenomen in het protocol van akkoord. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure voor de toekenning van onderwijsbevoegdheid voor een of meerdere studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in een vestigingsplaats aan de besturen van de centra voor volwassenenonderwijs. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure voor de toekenning van onderwijsbevoegdheid voor een of meerdere studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in een vestigingsplaats aan de besturen van de centra voor volwassenenonderwijs. |
| 1 | § 1. De ingediende aanvragen worden beoordeeld door een selectiecommissie die bestaat uit : | 1 | § 1. De ingediende aanvragen worden beoordeeld door een selectiecommissie die bestaat uit : |
| 2 | 1° één lid van de inspectie; | ||
| 2 | 1° ...; | ||
| 3 | 2° twee ambtenaren van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming; | 3 | 2° twee ambtenaren van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming; |
| 4 | 3° twee externe experten met onderzoeks- of praktijkervaring inzake afstandsleren in volwasseneneducatie; | 4 | 3° twee externe experten met onderzoeks- of praktijkervaring inzake afstandsleren in volwasseneneducatie; |
| 10 | De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is : | 10 | De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is : |
| 11 | 1° 1 voor het leergebied talen; | 11 | 1° 1 voor het leergebied talen; |
| 12 | 2° 1,2 voor de leergebieden informatie- en communicatietechnologie en Nederlands tweede taal ; | 12 | 2° 1,2 voor de leergebieden informatie- en communicatietechnologie en Nederlands tweede taal en voor leergebiedoverstijgende open modules; |
| 13 | 3° 1,5 voor de leergebieden maatschappijoriëntatie en alfabetisering tweede taal; | 13 | 3° 1,5 voor de leergebieden maatschappijoriëntatie en alfabetisering tweede taal; |
| 14 | 4° 2 voor de leergebieden Nederlands en wiskunde. | 14 | 4° 2 voor de leergebieden Nederlands en wiskunde. |
| 1 | §1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: | ||
| 2 | 1° flexi-jobwerknemer: een werknemer als vermeld in artikel 3, 3°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken; | ||
| 3 | 2° flexi-jobarbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 3, 4°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken. | ||
| 4 | §2. Een centrumbestuur kan bij een tekort aan personeel op de arbeidsmarkt in de wervingsambten eigen middelen, werkingsmiddelen als vermeld in artikel 89, of een deel van zijn omkadering dat omgezet kan worden naar een krediet, aanwenden voor de wervingsambten in een of meer van zijn centra om via een flexi-jobarbeidsovereenkomst in dat centrum of die centra een flexi-jobwerknemer in dienst te nemen. | ||
| 5 | Het tekort aan personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in het eerste lid, blijkt uit het feit dat het centrumbestuur in het centrum waar het de flexi-jobwerknemer, vermeld in het eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. | ||
| 6 | In het tweede lid wordt verstaan onder vacature: een volledige of onvolledige betrekking die vacant is of waarvan de afwezige titularis of zijn vervanger regulier kan worden vervangen. | ||
| 7 | §3. Het centrumbestuur sluit met de flexi-jobwerknemer een flexi-jobarbeidsovereenkomst af. De bepalingen in het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie en de uitvoeringsbesluiten van dit decreet zijn, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, niet van toepassing op de voormelde werknemers. | ||
| 8 | In afwijking van het eerste lid, moet een flexi-jobwerknemer voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 27 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. | ||
| 9 | De flexi-jobwerknemer mag daarnaast geen andere tewerkstelling bij het centrumbestuur hebben. | ||
| 10 | §4. Voor het aanwenden van een deel van de omkadering als vermeld in paragraaf 2 kan een centrumbestuur enkel het krediet gebruiken dat het verkrijgt via de omzetting van die omkadering, vermeld in artikel 85, §3. | ||
| 11 | De mogelijkheid om het krediet, vermeld in het eerste lid, te gebruiken, eindigt: | ||
| 12 | 1° vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Hierdoor eindigt ook de aanstelling van de flexi-jobwerknemer; | ||
| 13 | 2° als de flexi-jobwerknemer ontslag neemt. |
| 11 | De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is : | 11 | De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is : |
| 12 | 1° 1 voor het leergebied talen; | 12 | 1° 1 voor het leergebied talen; |
| 13 | 2° 1,2 voor de leergebieden informatie- en communicatietechnologie en Nederlands tweede taal ; | 13 | 2° 1,2 voor de leergebieden informatie- en communicatietechnologie en Nederlands tweede taal en voor leergebiedoverstijgende open modules; |
| 14 | 3° 1,5 voor de leergebieden maatschappijoriëntatie en alfabetisering tweede taal; | 14 | 3° 1,5 voor de leergebieden maatschappijoriëntatie en alfabetisering tweede taal; |
| 15 | 4° 2 voor de leergebieden Nederlands en wiskunde. | 15 | 4° 2 voor de leergebieden Nederlands en wiskunde. |
| 1 | §1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: | ||
| 2 | 1° flexi-jobwerknemer: een werknemer als vermeld in artikel 3, 3°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken; | ||
| 3 | 2° flexi-jobarbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 3, 4°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken. | ||
| 4 | §2. Een centrumbestuur kan bij een tekort aan onderwijzend of ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt eigen middelen, werkingsmiddelen als vermeld in artikel 108, of een deel van zijn omkadering dat omgezet kan worden naar een krediet, voor de wervingsambten van het onderwijzend of ondersteunend personeel van een of meer van zijn centra aanwenden om via een flexi-jobarbeidsovereenkomst in dat centrum of die centra een flexi-jobwerknemer in dienst te nemen. | ||
| 5 | Het tekort aan onderwijzend of ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in het eerste lid, blijkt uit het feit dat het centrumbestuur in het centrum waar het de flexi-jobwerknemer, vermeld in het eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het onderwijzend of ondersteunend personeel, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. | ||
| 6 | In het tweede lid wordt verstaan onder vacature: een volledige of onvolledige betrekking die vacant is of waarvan de afwezige titularis of zijn vervanger regulier kan worden vervangen. | ||
| 7 | §3. Het centrumbestuur sluit met de flexi-jobwerknemer een flexi-jobarbeidsovereenkomst af. De bepalingen in het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, niet van toepassing op de voormelde werknemers. | ||
| 8 | In afwijking van het eerste lid, moet een flexi-jobwerknemer voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 17, §1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 19, §1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. | ||
| 9 | De flexi-jobwerknemer mag daarnaast geen andere tewerkstelling bij het centrumbestuur hebben. | ||
| 10 | §4. Voor het aanwenden van een deel van de omkadering als vermeld in paragraaf 2 kan een centrumbestuur enkel het krediet gebruiken dat het verkrijgt via de omzetting van die omkadering, vermeld in artikel 98, §3, en 98bis. | ||
| 11 | De mogelijkheid om het krediet, vermeld in het eerste lid, te gebruiken, eindigt: | ||
| 12 | 1° vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Hierdoor eindigt ook de aanstelling van de flexi-jobwerknemer; | ||
| 13 | 2° als de flexi-jobwerknemer ontslag neemt. |
| 1 | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 89, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, of met andere middelen, personeel aanwerven. Het centrumbestuur kan het voormelde principe aanwenden voor het personeel, vermeld in artikel 3 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. | 1 | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 89, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie, of met andere middelen, personeel aanwerven. Het centrumbestuur kan het voormelde principe aanwenden voor het personeel, vermeld in artikel 3 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. |
| 2 | De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt georganiseerd, kan niet vacant worden verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in die betrekking. | 2 | De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt georganiseerd, kan niet vacant worden verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in die betrekking. |
| 3 | Het personeelslid dat door een centrum voor basiseducatie wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld mits toepassing van hoofdstuk 9 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. Het decreet Rechtspositie Basiseducatie is op hem van toepassing. | 3 | Het personeelslid dat door een centrum voor basiseducatie wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld mits toepassing van hoofdstuk 9 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. Het decreet Rechtspositie Basiseducatie is op hem van toepassing. |
| 1 | §1. Vanaf het schooljaar 2024-2025 worden jaarlijks 335,85 vte aan de centra voor basiseducatie toegekend om afwezige personeelsleden in het ambt van leraar basiseducatie te vervangen. De voormelde vte kunnen alleen aangewend worden voor vervangingen in niet-vacante uren. | ||
| 2 | Elk centrum voor basiseducatie heeft recht op hetzelfde aandeel aan vte voor vervanging van afwezige personeelsleden als het aandeel aan vte waar het centrum conform de berekening, vermeld in artikel 85, §1, recht op heeft. | ||
| 3 | Elk centrum voor basiseducatie maakt in het lokaal comité afspraken over de wijze waarop de vte voor vervangingen aangewend kunnen worden. Het centrum kan, afhankelijk van de lokale behoeften en prioriteiten, een eigen beleid voeren | ||
| 4 | over de vervanging van afwezige personeelsleden die aangesteld zijn in het ambt van leraar basiseducatie. | ||
| 5 | Na onderhandelingen in het lokaal comité kan het centrumbestuur de vte voor de vervanging van afwezige personeelsleden die het dat schooljaar niet heeft aangewend, overdragen aan een ander centrum voor basiseducatie. De voormelde overdracht wordt uiterlijk op 31 mei van het lopende schooljaar vastgelegd. Het centrum waaraan de vte worden overgedragen, gebruikt die vte in hetzelfde schooljaar als het schooljaar waarin de vte worden overgedragen. | ||
| 6 | §2. Vanaf het schooljaar 2025-2026 kan het jaarlijkse aantal vte voor vervangingen, vermeld in paragraaf 1, mee evolueren in verhouding tot het aantal toegekende vte, vermeld in artikel 85, §1. |
| 1 | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDABof van andere middelen, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het meesters-, vak en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | 1 | Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie of van andere middelen, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het meesters-, vak en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. |
| 2 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. | 2 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. |
| 3 | Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. | 3 | Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. |
| 1 | Het zomeraanbod is een aanbod van een opleiding uit een van de studiegebieden, vermeld in artikel 7 , §1, tijdens de periode van 1 juli tot en met 31 augustus. | 1 | Het zomeraanbod is een aanbod van een opleiding uit een van de studiegebieden, vermeld in artikel 7 of artikel 10, tijdens de periode van 1 juli tot en met 31 augustus. |
| 1 | Vanaf het schooljaar 2024-2025 worden jaarlijks 8306 leraarsuren aan de centra voor volwassenenonderwijs toegekend om personeelsleden in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs te vervangen in afwezigheden die geen recht geven op een reguliere vervanging. | ||
| 2 | Onder reguliere vervanging moet worden begrepen een vervanging van een afwezigheid van minder dan een schooljaar die voldoet aan de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° het te vervangen personeelslid is aangesteld in een gefinancierde of gesubsidieerde betrekking in het onderwijs; | ||
| 4 | 2° het personeelslid dat afwezig is, kan worden vervangen volgens de gangbare financierings- en subsidiëringsregels. | ||
| 5 | Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft recht op hetzelfde aandeel aan leraarsuren voor vervanging van personeelsleden in afwezigheden die geen recht geven op een reguliere vervanging als het aandeel aan leraarsuren waar het centrum volgens de berekening van artikel 98, §1, van dit decreet recht op heeft. | ||
| 6 | Elk centrum voor volwassenenonderwijs maakt in het lokaal comité afspraken over de wijze waarop de leraarsuren, vermeld in het eerste lid, aangewend mogen worden. |
| 1 | In afwijking van artikel 64, §4, kan een centrum voor volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor het studiegebied informatie- en communicatietechnologie tot en met schooljaar 2024-2025 na een melding aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, die onderwijsbevoegdheid uitoefenen in een vestigingsplaats waar onderwijsinstellingen liggen die middelen hebben ontvangen als vermeld in artikel 67/1, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 34/1, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 91, tweede lid, en artikel 101, tweede lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. | ||
| 2 | Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid, vermeld in het eerste lid, tijdens een van de schooljaren 2021-2022 tot en met 2024-2025 hebben uitgeoefend, kunnen deze onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met schooljaar 2025-2026. | ||
| 3 | Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid, vermeld in artikel 17, 2°, van het decreet van 4 februari 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX), tijdens een van de schooljaren 2022-2023 of 2023-2024 hebben uitgeoefend, kunnen deze onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met schooljaar 2024-2025. |