§ flandrepo

Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020

Staatsblad 8 mei 2019 NUMAC 2019040969
2 artikels gewijzigd
+3 −2 decreet-2009-05-08/art. 8
1Elke instelling stelt jaarlijks een nascholingsplan op. Dat nascholingsplan bevat op een samenhangende wijze alle vormingsinspanningen die erop gericht zijn de kennis, vaardigheden en attitudes van de personeelsleden van de instelling te ontwikkelen, te verbreden of te verdiepen en begeleidingsinitiatieven die gericht zijn op organisatieontwikkeling.1Elke instelling stelt jaarlijks een nascholingsplan op. Dat professionaliseringsplan bevat op een samenhangende wijze alle vormingsinspanningen die erop gericht zijn de kennis, vaardigheden en attitudes van de personeelsleden van de instelling te ontwikkelen, te verbreden of te verdiepen en begeleidingsinitiatieven die gericht zijn op organisatieontwikkeling.
2In het professionaliseringsplan worden ook de aanpak en uitwerking opgenomen van de aanvangsbegeleiding voor de personeelsleden die aangesteld zijn voor bepaalde duur als vermeld in artikel 20bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 20bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
2Het nascholingsplan wordt goedgekeurd door ofwel het lokaal comité ofwel, bij ontstentenis hiervan, door de algemene personeelsvergadering.3Het professionaliseringsplan wordt goedgekeurd door ofwel het lokaal comité ofwel, bij ontstentenis hiervan, door de algemene personeelsvergadering.
3Onder lokaal comité wordt verstaan : het voor arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden bevoegde lokale overlegorgaan of onderhandelingsorgaan.4Onder lokaal comité wordt verstaan : het voor arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden bevoegde lokale overlegorgaan of onderhandelingsorgaan.
+138 −22 decreet-2007-06-15/art. 98
1§ 1. Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft recht op leraarsuren voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van leraar secundair volwassenenonderwijs of van lector. Het aantal leraarsuren waarop een centrum voor volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2017 recht heeft per studiegebied, wordt berekend volgens de formule : LUC,/d, waarbij :1§ 1. Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft recht op leraarsuren voor de oprichting van betrekkingen in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs.
21° LUC : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n voor de toekenning van de leraarsuren voor het schooljaar n/n+1;
32° d = de delers voor de studiegebieden, vermeld in artikel 7 en 8.
4De waarde van deler d, vermeld in het eerste lid, is :
51° 4 voor het studiegebied groot transport van het secundair volwassenenonderwijs;
62° 7 voor de studiegebieden koeling en warmte, ICT-technieken, lassen, mechanica-elektriciteit en textiel van het secundair volwassenenonderwijs;
73° 8 voor het studiegebied auto van het secundair volwassenenonderwijs;
84° 9 voor de studiegebieden ambachtelijk erfgoed, maritieme diensten, meubelmakerij, mode : maatwerk, mode : realisaties en schrijnwerkerij van het secundair volwassenenonderwijs;
95° 10 voor de geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren en de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, afwerking bouw, bakkerij, chemie, drankenkennis, fotografie, grafische communicatie en media, horeca, printmedia, slagerij en ruwbouw van het secundair volwassenenonderwijs en de studiegebieden architectuur, audiovisuele en beeldende kunst, biotechniek, industriële wetenschappen en technologie, gezondheidszorg, muziek en podiumkunsten, nautische wetenschappen en onderwijs van het hoger beroepsonderwijs;
106° 11 voor de studiegebieden ambachtelijke accessoires, assistentie vrije zorgberoepen, informatie- en communicatietechnologie en toerisme van het secundair volwassenenonderwijs;
2Voor de berekening van het aantal leraarsuren waarop een centrum vanaf 1 september 2020 recht heeft, wordt het totale beschikbare volume aan leraarsuren voor het volwassenenonderwijs uitgedrukt in financieringspunten. Het totale aantal financieringspunten is de som van het aantal gewogen financieringspunten van alle centra voor volwassenenonderwijs. Elk centrum heeft op 1 september n recht op hetzelfde aandeel aan leraarsuren als het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum gemiddeld in de referteperiode 1 januari n-3 tot en met 31 december n-1 volgens de berekeningsformules, vermeld in paragraaf 2, heeft bereikt
3§ 2. Het totale aantal financieringspunten voor de leraarsuren per centrum is de som van het aantal gewogen financieringspunten, waarbij 90 % gewogen wordt op centrumkenmerken en opleidingskenmerken en 10 % op cursistenkenmerken en vermeerderd met de kwalificatiebonus.
4Voor de 90 %-weging op centrumkenmerken en opleidingskenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (kg) * (bd) * (mb) * (skk) * (lpg) * (cg) * (pi), waarbij :
51° FP = het ongewogen financieringspunt;
62° kg = de coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte;
73° bd = de coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats vastgesteld op 31 december n-1;
84° mb = de coëfficiënt voor het maatschappelijk belang van het studiegebied;
95° skk = de coëfficiënt voor de studiegebieden met een structureel knelpuntkarakter;
106° lpg = de coëfficiënt voor het aantal gemeenten of deelgemeenten waar het centrum minstens 1 lesplaats heeft met ingericht aanbod in de referteperiode 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1;
117° cg = de coëfficiënt voor de centrumgrootte of de grootte van het samenwerkingsverband van een of meer centra;
128° pi = de coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting.
13De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is :
141° 1,000 voor de studiegebieden Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Hebreeuws, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen;
152° 1,071 voor de studiegebieden administratie, bedrijfsbeheer, logistiek en verkoop, huishoudelijk koken, huishoudelijke decoratie- en naaitechnieken en huishoudhulp;
163° 1,154 voor de studiegebieden land- en tuinbouw, lichaamsverzorging en Europese talen richtgraad 3 en 4;
117° 12 voor de studiegebieden algemene personenzorg, bibliotheek-, archief- en documentatiekunde, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 en specifieke personenzorg van het secundair volwassenenonderwijs;174° 1,250 voor de studiegebieden algemene personenzorg, bibliotheek-, archief- en documentatiekunde, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 en specifieke personenzorg;
128° 13 voor de studiegebieden land- en tuinbouw, lichaamsverzorging en Europese talen richtgraad 3 en 4 van het secundair volwassenenonderwijs en handelswetenschappen en bedrijfskunde van het hoger beroepsonderwijs;
139° 14 voor de studiegebieden administratie, bedrijfsbeheer, logistiek en verkoop, huishoudelijk koken, huishoudelijke decoratie- en naaitechnieken en huishoudhulp van het secundair volwassenenonderwijs en de specifieke lerarenopleidingen;
1410° 15 voor de studiegebieden Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Hebreeuws, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen van het secundair volwassenenonderwijs en het studiegebied sociaal-agogisch werk van het hoger beroepsonderwijs.
15Voor de opleidingen in het studiegebied bijzondere educatieve noden van het secundair volwassenenonderwijs is de waarde van de deler d, vermeld in het eerste lid :
161° 7 voor de opleidingen Vlaamse Gebarentaal 1 en Vlaamse Gebarentaal 2;
185° 1,364 voor de studiegebieden ambachtelijke accessoires, assistentie vrije zorgberoepen, informatie- en communicatietechnologie en toerisme;
196° 1,500 voor de geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren en de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, afwerking bouw, bakkerij, chemie, drankenkennis, fotografie, grafische communicatie en media, horeca, printmedia, slagerij en ruwbouw;
207° 1,667 voor de studiegebieden ambachtelijk erfgoed, maritieme diensten, meubelmakerij, mode : maatwerk, mode : realisaties en schrijnwerkerij;
172° 8voor de opleiding Ervaringsdeskundige in de Armoede en Sociale Uitsluiting 218° 1,875 voor de opleiding Ervaringsdeskundige in de Armoede en de Sociale Uitsluiting en voor het studiegebied auto;
229° 2,143 voor de opleidingen Vlaamse Gebarentaal 1 en Vlaamse Gebarentaal 2 en voor de studiegebieden koeling en warmte, ICT-technieken, lassen, mechanica-elektriciteit en textiel;
2310° 3,750 voor het studiegebied groot transport.
24De coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats is :
251° 1 voor lesplaatsen van een vestigingsplaats met meer dan 300 inwoners per km² en voor lesplaatsen in een penitentiaire inrichting;
262° 1,10 voor lesplaatsen die buiten een penitentiaire inrichting gelegen zijn in een vestigingsplaats met 300 of minder inwoners per km².
18§ 2. Ter uitvoering van de onderwijsopdracht, vermeld in artikel 63, § 1, 2°, 3° en 4°, en § 3, worden de leraarsuren gegenereerd door de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 en berekend volgens de formule, vermeld in § 1, met 10 percent verhoogd.27De coëfficiënt voor het maatschappelijk belang van de opleidingen is 1,30 voor de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.
28De coëfficiënt voor de studiegebieden met een structureel knelpuntkarakter is 1,05 voor de studiegebieden algemene personenzorg, schrijnwerkerij, groot transport, mechanica-elektriciteit en koeling en warmte. De Vlaamse Regering kan die studiegebieden aanpassen en ook op lokaal niveau vastleggen.
29De coëfficiënten voor het aantal deelgemeenten van gemeenten die op 1 januari 2016 meer dan 100.000 inwoners telden of het aantal gemeenten waar het centrum lesplaatsen heeft, zijn :
301° 1,000 voor één gemeente of deelgemeente;
312° 1,004 voor twee gemeenten of deelgemeenten;
323° 1,009 voor drie gemeenten of deelgemeenten;
334° 1,013 voor vier gemeenten of deelgemeenten;
345° 1,017 voor vijf gemeenten of deelgemeenten;
356° 1,021 voor zes gemeenten of deelgemeenten;
367° 1,026 voor zeven gemeenten of deelgemeenten;
378° 1,030 voor acht gemeenten of deelgemeenten;
389° 1,034 voor negen gemeenten of deelgemeenten;
3910° 1,039 voor tien gemeenten of deelgemeenten;
4011° 1,043 voor elf gemeenten of deelgemeenten;
4112° 1,047 voor twaalf gemeenten of deelgemeenten;
4213° 1,051 voor dertien gemeenten of deelgemeenten;
4314° 1,056 voor veertien gemeenten of deelgemeenten;
4415° 1,060 voor vijftien en meer gemeenten of deelgemeenten.
45De Vlaamse Regering kan voor de toepassing van bovenstaande coëfficiënten een minimum aantal lesurencursist per gemeente of deelgemeente bepalen.
46De coëfficiënten voor de centrumgrootte of de grootte van het samenwerkingsverband van een of meer centra zijn :
471° 1,000 voor een centrum of een samenwerkingsverband van minder dan 850.000 lesurencursist;
482° 1,100 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 850.000 en 950.000 lesurencursist;
493° 1,110 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 950.001 en 1.050.000 lesurencursist;
504° 1,120 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.050.001 en 1.150.000 lesurencursist;
515° 1,130 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.150.001 en 1.250.000 lesurencursist;
526° 1,140 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.250.001 en 1.350.000 lesurencursist;
537° 1,150 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.350.001 en 1.450.000 lesurencursist;
548° 1,160 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.450.001 en 1.550.000 lesurencursist;
559° 1,170 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.550.001 en 1.650.000 lesurencursist;
5610° 1,180 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.650.001 en 1.750.000 lesurencursist;
5711° 1,190 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.750.001 en 1.850.000 lesurencursist;
5812° 1,200 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.850.001 en 1.950.000 lesurencursist;
5913° 1,210 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.950.001 en 2.050.000 lesurencursist;
6014° 1,200 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.050.001 en 2.150.000 lesurencursist;
6115° 1,191 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.150.001 en 2.250.000 lesurencursist;
6216° 1,183 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.250.001 en 2.350.000 lesurencursist;
6317° 1,175 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.350.001 en 2.450.000 lesurencursist;
6418° 1,168 voor een centrum of een samenwerkingsverband van minstens 2.450.001 lesurencursist.
65Het samenwerkingsverband, vermeld in het achtste lid, van twee of meer centra voor volwassenenonderwijs :
661° maakt afspraken over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband, eventueel gespreid over de verschillende centra die het samenwerkingsverband vormen;
672° maakt afspraken over een objectieve informatieverstrekking, doorverwijzing en begeleiding van cursisten;
683° maakt afspraken over het personeelsbeleid, meer bepaald over de criteria voor het aanwerven, functioneren en evalueren van personeelsleden.
69De coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting is 1,40.
70Voor de 10 %-weging op cursistenkenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (dip) * (as), waarbij :
711° FP = het ongewogen financieringspunt;
722° dip = de coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs;
733° as = de coëfficiënt voor het arbeidsstatuut van de cursist.
74De coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs is 2,50.
75De coëfficiënt voor cursisten met het arbeidsstatuut werkzoekende is 1,50.
76De kwalificatiebonus wordt berekend door het aantal lestijden van de opleiding zoals vermeld in artikel 24, § 1, 1°, te vermenigvuldigen met 0,20 per uitgereikt certificaat of diploma.
19§ 3. In afwijking van § 1 kan een centrum voor volwassenenonderwijs leraarsuren aanwenden voor de aanwerving van voordrachtgevers ten bedrage van maximaal 5 procent van het voor het centrum voor volwassenenonderwijs beschikbare pakket leraarsuren.77§ 3. In afwijking van § 1 kan een centrum voor volwassenenonderwijs leraarsuren aanwenden voor de aanwerving van voordrachtgevers ten bedrage van maximaal 5 procent van het voor het centrum voor volwassenenonderwijs beschikbare pakket leraarsuren.
20Een voordrachtgever is een persoon die geen deel uitmaakt van het centrumbestuur of van het personeel van het centrum en die, hetzij in eigen naam hetzij in dienst van een organisatie of onderneming en in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma, voor cursisten voordrachten geeft vanuit zijn of haar deskundigheid en ervaring in de arbeidsmarkt en bedrijfswereld.78Een voordrachtgever is een persoon die geen deel uitmaakt van het centrumbestuur of van het personeel van het centrum en die, hetzij in eigen naam hetzij in dienst van een organisatie of onderneming en in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma, voor cursisten voordrachten geeft vanuit zijn of haar deskundigheid en ervaring in de arbeidsmarkt en bedrijfswereld.
21De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van de aanwerving van voordrachtgevers aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, de grootte van het krediet per leraarsuur dat wordt omgezet en de wijze van toekenning ervan.79De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van de aanwerving van voordrachtgevers aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, de grootte van het krediet per leraarsuur dat wordt omgezet en de wijze van toekenning ervan.
22Over de aanwending van leraarsuren voor de aanwerving van voordrachtgevers en over de vergoeding van die voordrachtgevers moet een voorafgaandelijk akkoord bereikt worden in het lokale comité.80Over de aanwending van leraarsuren voor de aanwerving van voordrachtgevers en over de vergoeding van die voordrachtgevers moet een voorafgaandelijk akkoord bereikt worden in het lokale comité.
23§ 4. De som van het aantal door de Vlaamse Gemeenschap toegekende leraarsuren overeenkomstig § 1 en § 2 wordt afgerond tot twee cijfers na de komma. Indien het derde cijfer na de komma 5 of meer is, wordt er afgerond naar het hogere honderdste. Indien het derde cijfer na de komma lager is dan 5, wordt er afgerond naar het lagere honderdste.81§ 4. De som van het aantal door de Vlaamse Gemeenschap toegekende leraarsuren overeenkomstig § 1 wordt afgerond tot twee cijfers na de komma. Indien het derde cijfer na de komma 5 of meer is, wordt er afgerond naar het hogere honderdste. Indien het derde cijfer na de komma lager is dan 5, wordt er afgerond naar het lagere honderdste.
24§ 5. Het volume aan lesurencursist gegenereerd in gecombineerd onderwijs wordt met een factor 1,2 vermenigvuldigd indien het gecombineerd onderwijs voldoet aan de bepalingen van artikel 28 en minimaal 25 percent aan afstandsonderwijs omvat.
25Een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan de extra leraarsuren gegenereerd door de vermenigvuldiging van het volume aan lesurencursist met factor 1,2 enkel aanwenden voor de organisatie, de uitbouw, de ondersteuning en de ontwikkeling van gecombineerd onderwijs.
26De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de procedure.
82§ 4bis. Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden jaarlijks 15.111 aanvullende leraarsuren aan de centra voor volwassenenonderwijs toegekend voor de oprichting van betrekkingen in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in het kader van de organisatie van aanvangsbegeleiding.
83De Vlaamse Regering kan vanwege de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar afwijken van het totale volume te verdelen aanvullende leraarsuren, vermeld in het eerste lid.
84Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft vanaf 1 september 2019 recht op hetzelfde aandeel aan aanvullende leraarsuren voor aanvangsbegeleiding als het aandeel aan leraarsuren waarop het centrum volgens de berekening van paragraaf 1 recht heeft.
85Een centrumbestuur kan de aanvullende leraarsuren voor aanvangsbegeleiding omzetten in aanvullende punten voor aanvangsbegeleiding volgens de onderstaande tabel:
86leraarsuren
87punten
8840
895
9080
919
92120
9314
94160
9519
96200
9724
98240
9928
100280
10133
102320
10338
104360
10543
106400
10747
108440
10952
110480
11157
112520
11363
114560
11566
116600
11771
118640
11976
120680
12182
122720
12385
124760
12590
126800
12795
128840
129100
130880
131104
132920
133110
134960
135114
1361000
137120
138Deze aanvullende leraarsuren kunnen worden samengelegd. Centra voor volwassenenonderwijs die kiezen om de aanvullende leraarsuren samen te leggen, richten daartoe een samenwerkingsverband `aanvangsbegeleiding' op dat bestaat uit twee of meer centra. Het samenwerkingsverband maakt afspraken over de aanwending van de aanvullende lesuren. De Vlaamse Regering kan met betrekking tot dit samenwerkingsverband volgende maatregelen vastleggen:
139- de duur van de samenwerking;
140- de vorm van overeenkomst waarmee het samenwerkingsverband wordt opgericht;
141- de wijze en het tijdstip van mededeling van het samenwerkingsverband aan de overheid.
142§ 5. ....
27§ 6. Ter uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 63, § 3bis, heeft het centrum voor volwassenenonderwijs dat werd aangeduid als examencommissie, recht op vierhonderd aanvullende leraarsuren per schooljaar voor de oprichting van betrekkingen in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs. Het centrum voor volwassenenonderwijs krijgt jaarlijks een bijkomende subsidie ter beschikking gesteld door de Vlaamse Regering voor de ontwikkeling en het beheer van de taaltoetsen voor de examencommissie.143§ 6. Ter uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 63, § 3bis, heeft het centrum voor volwassenenonderwijs dat werd aangeduid als examencommissie, recht op vierhonderd aanvullende leraarsuren per schooljaar voor de oprichting van betrekkingen in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs. Het centrum voor volwassenenonderwijs krijgt jaarlijks een bijkomende subsidie ter beschikking gesteld door de Vlaamse Regering voor de ontwikkeling en het beheer van de taaltoetsen voor de examencommissie.
28Het personeelslid dat in de betrekking bedoeld in het eerste lid wordt aangesteld, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid. De bepalingen van het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, blijven verder van toepassing, met uitzondering van volgende bepalingen :144Het personeelslid dat in de betrekking bedoeld in het eerste lid wordt aangesteld, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid. De bepalingen van het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, blijven verder van toepassing, met uitzondering van volgende bepalingen :
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd