Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft toewijzingen aan het Energiefonds, wijzigingen betreffende flexibiliteit en energiedelen, de uitbouw van het energiedataplatform en de herziening van de administratieve geldboetes aangaande installatie-eisen #948
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 21 dec 2021. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 2 | § 2. Aan dit Energiefonds worden rechtstreeks de volgende inkomsten toegewezen : | 2 | § 2. Aan dit Energiefonds worden rechtstreeks de volgende inkomsten toegewezen : |
| 3 | 1° opbrengsten uit heffingen en administratieve geldboetes die decretaal aan het Energiefonds worden toegewezen, de opbrengsten afkomstig van de dadingen die hierover worden aangegaan, evenals de opbrengsten die worden geïnd naar aanleiding van beslissingen van de hoven en rechtbanken die hierover worden genomen ten laste van de decretaal aangewezen heffings- of boeteplichtigen; | 3 | 1° opbrengsten uit heffingen en administratieve geldboetes die decretaal aan het Energiefonds worden toegewezen, de opbrengsten afkomstig van de dadingen die hierover worden aangegaan, evenals de opbrengsten die worden geïnd naar aanleiding van beslissingen van de hoven en rechtbanken die hierover worden genomen ten laste van de decretaal aangewezen heffings- of boeteplichtigen; |
| 4 | 2° andere middelen aan het Energiefonds toegewezen krachtens wettelijke, decretale of conventionele bepalingen, de terugstortingen, de middelen van de Europese Unie of andere internationale instellingen voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds, de middelen van de andere gewesten en de federale overheid voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds en die een financiering op Belgisch niveau vergen zoals overlegd op het energie-overleg staat-gewesten, de middelen van andere partners die aan deze projecten deelnemen, de toevallige inkomsten uit deze projecten volgens de overeenkomsten afgesloten met of tussen de projectpartners, de inkomsten uit de verkoop van publicaties die kaderen in het energiebeleid en de overige toevallige ontvangsten. | 4 | 2° andere middelen aan het Energiefonds toegewezen krachtens wettelijke, decretale of conventionele bepalingen, de terugstortingen, de middelen van de Europese Unie of andere internationale instellingen voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds, de middelen van de andere gewesten en de federale overheid voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds en die een financiering op Belgisch niveau vergen zoals overlegd op het energie-overleg staat-gewesten, de middelen van andere partners die aan deze projecten deelnemen, de toevallige inkomsten uit deze projecten volgens de overeenkomsten afgesloten met of tussen de projectpartners, de inkomsten uit de verkoop van publicaties die kaderen in het energiebeleid , inkomsten met betrekking tot het uitwinnen van door of krachtens dit decreet opgelegde bankwaarborgen, de terugbetaling van kapitaal van door of krachtens dit decreet via het Energiefonds ingestelde leningen voor noodkoopwoningen, de terugvordering van de rentesubsidie toegekend in kader van het renteloos renovatiekrediet en de overige toevallige ontvangsten. |
| 5 | § 3. De Vlaamse Regering beschikt over de kredieten van het Energiefonds, inclusief de machtiging om hiermee subsidies toe te kennen, voor de uitvoering van haar energiebeleid, in het bijzonder voor de financiering van de VREG, van de openbaredienstverplichtingen inzake energie, voor haar sociaal energiebeleid, haar beleid inzake het rationeel energiegebruik, haar beleid inzake warmte-krachtkoppeling, haar beleid inzake de hernieuwbare energiebronnen alsmede voor de financiering van energiegerelateerde kosten van de Vlaamse overheid. | 5 | § 3. De Vlaamse Regering beschikt over de kredieten van het Energiefonds, inclusief de machtiging om hiermee subsidies toe te kennen, voor de uitvoering van haar energiebeleid, in het bijzonder voor de financiering van de VREG, van de openbaredienstverplichtingen inzake energie, voor haar sociaal energiebeleid, haar beleid inzake het rationeel energiegebruik, haar beleid inzake warmte-krachtkoppeling, haar beleid inzake de hernieuwbare energiebronnen alsmede voor de financiering van energiegerelateerde kosten van de Vlaamse overheid. |
| 7 | 6° peer-to-peerhandel voeren met de energie, vermeld in punt 1°, conform artikel 7.2.2, ook met een stroomafnameovereenkomst; | 7 | 6° peer-to-peerhandel voeren met de energie, vermeld in punt 1°, conform artikel 7.2.2, ook met een stroomafnameovereenkomst; |
| 8 | 7° de energie, vermeld in punt 1°, verkopen, ook met een stroomafnameovereenkomst; | 8 | 7° de energie, vermeld in punt 1°, verkopen, ook met een stroomafnameovereenkomst; |
| 9 | 8° het energiedelen van de energie, vermeld in punt 1°, overeenkomstig artikel 7.2.1, tweede lid, 1° . | 9 | 8° het energiedelen van de energie, vermeld in punt 1°, overeenkomstig artikel 7.2.1, tweede lid, 1° en 4°. |
| 10 | Als dat noodzakelijk is om de activiteiten, vermeld in het eerste lid, 5° tot en met 8°, uit te oefenen, beschikt de actieve afnemer over een meter die de afgenomen energie en de energie die in een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of een gesloten distributienet van elektriciteit wordt geïnjecteerd, afzonderlijk meet, en waarvan de meetwaarden minstens elke onbalansverrekeningsperiode geregistreerd worden en verwerkt worden bij de allocatie conform de technische reglementen. | 10 | Als dat noodzakelijk is om de activiteiten, vermeld in het eerste lid, 5° tot en met 8°, uit te oefenen, beschikt de actieve afnemer over een meter die de afgenomen energie en de energie die in een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of een gesloten distributienet van elektriciteit wordt geïnjecteerd, afzonderlijk meet, en waarvan de meetwaarden minstens elke onbalansverrekeningsperiode geregistreerd worden en verwerkt worden bij de allocatie conform de technische reglementen. |
| 11 | Elke actieve afnemer is financieel verantwoordelijk voor de onbalansen die hij in het elektriciteitsnet veroorzaakt. Hij draagt de evenwichtsverantwoordelijkheid van zijn activiteiten, of belast een evenwichtsverantwoordelijke met die verantwoordelijkheid. | 11 | Elke actieve afnemer is financieel verantwoordelijk voor de onbalansen die hij in het elektriciteitsnet veroorzaakt. Hij draagt de evenwichtsverantwoordelijkheid van zijn activiteiten, of belast een evenwichtsverantwoordelijke met die verantwoordelijkheid. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 20 | Wanneer een bandingfactor wordt vastgelegd voor een warmte-krachtinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 50 MW, wordt het aantal in te dienen warmte-krachtcertificaten geëvalueerd en eventueel verhoogd door de Vlaamse Regering. | 20 | Wanneer een bandingfactor wordt vastgelegd voor een warmte-krachtinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 50 MW, wordt het aantal in te dienen warmte-krachtcertificaten geëvalueerd en eventueel verhoogd door de Vlaamse Regering. |
| 21 | § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 wordt Ev vanaf 31 maart 2017 verminderd met de volgende hoeveelheden: | 21 | § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 wordt Ev vanaf 31 maart 2017 verminderd met de volgende hoeveelheden: |
| 22 | 1° voor de afname tussen 1000 MWh en 5000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391 of code 52100 of code 52241; | 22 | 1° voor de afname tussen 1000 MWh en 5000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 RSZ-code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), RSZ-code 46391 of RSZ-code 52100 of RSZ-code 52241; |
| 23 | 2° voor de afname tussen 5000 MWh en 20.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391 of code 52100 of code 52241; | 23 | 2° voor de afname tussen 5000 MWh en 20.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 RSZ-code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), RSZ-code 46391 of RSZ-code 52100 of RSZ-code 52241; |
| 24 | 3° voor de afname tussen 20.000 MWh en 100.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 50% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was; | 24 | 3° voor de afname tussen 20.000 MWh en 100.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 50% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was; |
| 25 | 4° voor de afname tussen 100.000 MWh en 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 80% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was; | 25 | 4° voor de afname tussen 100.000 MWh en 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 80% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was; |
| 27 | Het geheel van afnamepunten van afnemers op een op 1 juli 2011 bestaand net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56° /2, wordt als één afnamepunt beschouwd. | 27 | Het geheel van afnamepunten van afnemers op een op 1 juli 2011 bestaand net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56° /2, wordt als één afnamepunt beschouwd. |
| 28 | Het geheel van afnamepunten van afnemers van een na 1 juli 2011 aangelegd net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56° /2, wordt als één afnamepunt beschouwd, voor zover het gesloten distributienet is aangesloten op het transmissienet of het plaatselijke vervoersnet van elektriciteit. | 28 | Het geheel van afnamepunten van afnemers van een na 1 juli 2011 aangelegd net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56° /2, wordt als één afnamepunt beschouwd, voor zover het gesloten distributienet is aangesloten op het transmissienet of het plaatselijke vervoersnet van elektriciteit. |
| 29 | De vermindering zoals bepaald in punt 1° en 2° van het eerste lid geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hogervermelde RSZ-codes op 31 december van het afnamejaar door de toegangshouder in het toegangsregister zijn opgenomen. Hiertoe dient de afnemer de betreffende RSZ-code mee te delen aan zijn toegangshouder. | ||
| 30 | §2/2. In afwijking van paragraaf 2 wordt voor de afnamepunten van stationaire elektriciteitsopslagfaciliteiten die rechtstreeks aan het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of het transmissienet zijn aangesloten en voor zover deze elektriciteitsopslagfaciliteit als enige aangesloten is op dit toegangspunt, de factor Ev, vermeld in paragraaf 2, verminderd met 100% van de hoeveelheid elektriciteit die in n-1 werd afgenomen op het afnamepunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten en die via het toegangspunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten gedurende de periode in het jaar n-1 waarvan de certificaatplichtige, vermeld in paragraaf 1, toegangshouder was, terug werd geïnjecteerd in het net. | ||
| 29 | § 3. Het VEKA legt een evaluatie van de quotadoelstellingen, vermeld in § 2, voor aan de Vlaamse Regering indien : | 31 | § 3. Het VEKA legt een evaluatie van de quotadoelstellingen, vermeld in § 2, voor aan de Vlaamse Regering indien : |
| 30 | 1° het aantal beschikbare certificaten minder dan 105 % of meer dan 125 % bedraagt van het aantal voor te leggen certificaten; | 32 | 1° het aantal beschikbare certificaten minder dan 105 % of meer dan 125 % bedraagt van het aantal voor te leggen certificaten; |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | De kosten voor de aanleg van de elektrische leidingen over de eerste duizend meter op het openbaar domein tussen het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de productie-installatie, zijn ten laste van de netbeheerder in kwestie voor zover het aansluitingsvermogen van die productieinstallatie niet hoger is dan 5 MVA. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. | 1 | De kosten voor de aanleg van de elektrische leidingen over de eerste zevenhonderdvijftig meter op het openbaar domein tussen het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de productie-installatie, zijn ten laste van de netbeheerder in kwestie voor zover het vermogen van die productie-installatie minstens 75 kWe is en niet hoger is dan 5 MWe. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. |
| 2 | De kosten voor de aanleg van de aardgasleidingen over de eerste duizend meter op het openbaar domein tussen het aardgasdistributienet en de productie-installatie zijn ten laste van de aardgasnetbeheerder voor zover de aansluitingscapaciteit van die productie-installatie niet hoger is dan 2500 m3/h. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het aardgasdistributienet. | 2 | De kosten voor de aanleg van de aardgasleidingen over de eerste zevenhonderdvijftig meter op het openbaar domein tussen het aardgasdistributienet en een productie-installatie met een vermogen van minstens 75 kWe en niet hoger dan 5 MWe zijn ten laste van de aardgasnetbeheerder voor zover de aansluitingscapaciteit van die productie-installatie niet hoger is dan 2500 m3/h. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het aardgasdistributienet. |
| 3 | De kosten, vermeld in het eerste en tweede lid, die ten laste van de netbeheerder gelegd worden, worden beschouwd als kosten ten gevolge van de openbaredienstverplichtingen van de netbeheerder als netbeheerder. | 3 | De kosten, vermeld in het eerste en tweede lid, die ten laste van de netbeheerder gelegd worden, worden beschouwd als kosten ten gevolge van de openbaredienstverplichtingen van de netbeheerder als netbeheerder. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de leveranciers en netbeheerders openbaredienst-verplichtingen opleggen inzake programma's ter bevordering van het rationeel energiegebruik en hernieuwbare energiebronnen, minimumnormen inzake rationeel energiegebruik bij hun afnemers en investeringen in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties, installaties voor de productie van groene stroom, groenestroomcertificaten of warmtekrachtcertificaten. | 1 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de leveranciers en netbeheerders openbaredienst-verplichtingen opleggen inzake programma's ter bevordering van het rationeel energiegebruik en hernieuwbare energiebronnen, minimumnormen inzake rationeel energiegebruik bij hun afnemers en investeringen in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties, installaties voor de productie van groene stroom, groenestroomcertificaten of warmtekrachtcertificaten. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen inzake programma's ter bevordering van elektrische voertuigen, met inbegrip van voertuigen met brandstofcellen, hybride voertuigen en voertuigen op aardgas. | ||
| 3 | In afwijking van artikel 4.1.10, eerste lid, kan de netbeheerder of zijn werkmaatschappij echter in het kader van de uitvoering van de hun op grond van dit artikel opgelegde openbaredienstverplichtingen en onder de door de Vlaamse Regering vastgestelde voorwaarden, gegevens verstrekken aan personen die daarvoor door de Vlaamse Regering zijn aangewezen. | 2 | In afwijking van artikel 4.1.10, eerste lid, kan de netbeheerder of zijn werkmaatschappij echter in het kader van de uitvoering van de hun op grond van dit artikel opgelegde openbaredienstverplichtingen en onder de door de Vlaamse Regering vastgestelde voorwaarden, gegevens verstrekken aan personen die daarvoor door de Vlaamse Regering zijn aangewezen. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | § 1. Het VEKA houdt een energieprestatiecertificatendatabank bij. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit het energieprestatiecertificaat worden bijgehouden, doorgestuurd en opgenomen in deze databank. | 1 | § 1. Het VEKA houdt een energieprestatiecertificatendatabank bij. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit het energieprestatiecertificaat worden bijgehouden, doorgestuurd en opgenomen in deze databank. |
| 2 | § 2. De personen die een energieprestatiecertificaat uitreiken, sturen de in § 1 vermelde gegevens elektronisch door naar de energieprestatiecertificatendatabank. Deze personen worden in deze databank uniek geïdentificeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het elektronisch indienen van die gegevens en kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de unieke identificatie. | 2 | § 2. De personen die een energieprestatiecertificaat uitreiken, sturen de in § 1 vermelde gegevens elektronisch door naar de energieprestatiecertificatendatabank. Deze personen worden in deze databank uniek geïdentificeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het elektronisch indienen van die gegevens en kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de unieke identificatie. |
| 3 | §2/1. Volgende categorieën van persoonsgegevens uit de energieprestatiecertificaten die opgenomen zijn in de energieprestatiecertificatendatabank worden actief openbaar gemaakt: | ||
| 4 | 1° de identificatiegegevens van het gebouw of de gebouweenheid; | ||
| 5 | 2° de geldigheidsdatum en de datum van indienen van het energieprestatiecertificaat; | ||
| 6 | 3° het label en de energiescore van het energieprestatiecertificaat; | ||
| 7 | 4° het type gebouw; | ||
| 8 | 5° het erkenningsnummer van de energiedeskundige of de verslaggever. | ||
| 9 | De betrokkenen bij de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, zijn: | ||
| 10 | 1° de houder van een zakelijk recht op het gebouw; | ||
| 11 | 2° de bewoner of gebruiker van het gebouw; | ||
| 12 | 3° de energiedeskundige of verslaggever. | ||
| 3 | § 3. De gegevens in de energieprestatiecertificatendatabank zijn enkel toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid, de betrokken gemeente en de instrumenterende ambtenaar. De energiedeskundige en de eigenaar van een gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat is opgesteld hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiecertificatendatabank. Teneinde hun informerende rol ten volle te kunnen spelen om bij te dragen aan de verbetering van de energiezuinigheid van de woningen hebben kredietgevers in het kader van een kredietaanvraag met onroerende bestemming of voor energiebesparende renovaties, toegang tot de gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank van het gebouw waarop de kredietaanvraag slaat. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven. | 13 | § 3. De gegevens in de energieprestatiecertificatendatabank zijn enkel toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid, de betrokken gemeente en de instrumenterende ambtenaar. De energiedeskundige en de eigenaar van een gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat is opgesteld hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiecertificatendatabank. Teneinde hun informerende rol ten volle te kunnen spelen om bij te dragen aan de verbetering van de energiezuinigheid van de woningen hebben kredietgevers in het kader van een kredietaanvraag met onroerende bestemming of voor energiebesparende renovaties, toegang tot de gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank van het gebouw waarop de kredietaanvraag slaat. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven. |
| 4 | In afwijking van het eerste lid kan het VEKA in het kader van statistische en wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank, al dan niet gekoppeld aan de geanonimiseerde gegevens van andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt. | 14 | In afwijking van het eerste lid kan het VEKA in het kader van statistische en wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank, al dan niet gekoppeld aan de geanonimiseerde gegevens van andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt. |
| 5 | In het kader van monitoring van de energieprestaties van gebouwen kan het VEKA de gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank koppelen aan de beschikbare gegevens bij andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij. Nadat die gegevens gekoppeld zijn worden die gegevens geanonimiseerd. Ze zijn dan in geen geval herleidbaar tot een identificeerbare natuurlijke persoon. | 15 | In het kader van monitoring van de energieprestaties van gebouwen kan het VEKA de gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank koppelen aan de beschikbare gegevens bij andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij. Nadat die gegevens gekoppeld zijn worden die gegevens geanonimiseerd. Ze zijn dan in geen geval herleidbaar tot een identificeerbare natuurlijke persoon. |
| 6 | In afwijking van het eerste lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt. | 16 | In afwijking van het eerste lid kan het VEKA in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt. |
| 7 | Het Vlaams Energieagentschap kan, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, een opgemaakt energieprestatiecertificaat aanpassen of wijzigen. | 17 | Het Vlaams Energieagentschap kan, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, een opgemaakt energieprestatiecertificaat aanpassen of wijzigen. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | §1. De Vlaamse Regering regelt de uitbouw en het beheer van een gecentraliseerde databank, hierna het energiedataplatform te noemen. De databank heeft de volgende doelstellingen: | ||
| 2 | 1° de voorbereiding van het Vlaamse energie- en klimaatbeleid ondersteunen en dat beleid monitoren en evalueren; | ||
| 3 | 2° het energierapport uitwerken; | ||
| 4 | 3° aan de rapporteringsvereisten inzake energie en klimaat voldoen die in de federale, gewestelijke en Europese regelgeving zijn opgenomen; | ||
| 5 | 4° de Vlaamse en Europese doelstellingen inzake energie- en klimaatbeleid opvolgen; | ||
| 6 | 5° data ter beschikking stellen voor energie- en klimaatmodellen, scenarioberekeningen en geografische toepassingen; | ||
| 7 | 6° data ter beschikking stellen voor communicatie en sensibilisering; | ||
| 8 | 7° data voor beleidsmatig wetenschappelijk onderzoek rond energie en klimaat aanleveren; | ||
| 9 | 8° informatievragen van derden rond energie en klimaat beantwoorden. | ||
| 10 | §2. Volgende categorieën van persoonsgegevens worden verwerkt in het energiedataplatform: | ||
| 11 | 1° identificatiegegevens van het gebouw of de gebouweenheid; | ||
| 12 | 2° woningkenmerken; | ||
| 13 | 3° premiegegevens. | ||
| 14 | Het VEKA is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens. | ||
| 15 | De betrokkenen bij de verwerking van persoonsgegevens in het energiedataplatform zijn: | ||
| 16 | 1° de houder van een zakelijk recht op het gebouw; | ||
| 17 | 2° de bewoner of gebruiker van het gebouw; | ||
| 18 | 3° de architect, de aannemer, de installateur, betrokken bij het bouwproces; | ||
| 19 | 4° de deskundige, de adviseur, de expert. | ||
| 20 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de toegang, het gebruik en de verkrijging van de verwerkte gegevens. Ze bepaalt ook de algemene organisatorische en technische maatregelen die genomen moeten worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens te garanderen. | ||
| 21 | §3. Het VEKA kan in het kader van statistische en wetenschappelijke doeleinden geanonimiseerde gegevens uit het energiedataplatform ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt. | ||
| 22 | §4. Met het oog op wetenschappelijke en statistische verwerkingen worden de persoonsgegevens gedurende een periode van dertig jaar bewaard. Na die periode worden de persoonsgegevens geanonimiseerd. |